Naar WERKpagina OF FNV Bouw

Piet Kokke


In het vorige gedenkboek van de Roosendaalse FNV-Bouw treffen we, in het artikel van Cees Hopstaken, waar ik dankbaar gebruik van maak, een krasse Piet Kokke aan, 60 jaar lid van de Bond. Eerst in het NKV, als meubelmaker natuurlijk in St. Antonius van Padua, daarna in de FNV.
{ St.Antonius van Padua, afd. Roosendaal, 1935: 18 meubelmakers; 1 behanger,stoffeerder, 9 houtbewerkers. Voorzitter Kiske Free werkte bij Nar van Oers op de Boulevard.}
Hij is geboren in 1915, op de inmiddels gedenkwaardige 11 september , zoals hij zelf aanstipt, in Oudenbosch en nu bijna 90 jaar oud. Met zijn vrouw woont hij, net als tien jaar geleden, in de Bloemschevaert: de benen willen wat minder, de hersens des te meer. Omdat ik toch nog wat vragen heb, ga ik hem, DIE NU 70 JAAR LID IS VAN FNV BOUW, opzoeken.

Govaerts en Tekenschool
Omdat hij, na de lagere school, nog geen 14 jaar oud was, mocht hij niet meteen gaan werken en ging eerst nog negen maanden naar de ulo. Een ambachtsschool was er toen nog niet in Roosendaal. En naar Breda of Bergen gaan, dat was wat ver. Werken dus, helpen ook in het café op de Oudenbossche Dijk. Terwijl hij goed kon, en wilde, leren, zoals ook blijkt uit de hoge cijfers op de rapporten van de Tekenschool, die hij met voldoening laat zien.
Hij verhaalt weer over zijn goede en minder goede werkgevers. Eerst Jan Govaerts in de Hoogstraat. Hij liet je de tekenschool aan de Nieuwstraat volgen, 's avonds. Verplicht, dat wel. Dat kostte je dan wel een gulden per maand, bij een weekloon van f 1,50, voor 50 ½ uur ( Pietverbetert me meteen:vijf keer 8 1/2 uur plus 's zaterdags 5 1/2 uur, totaal dus 48 uur per week!)  in de week werk. Als je heel erg je best deed kreeg je er een dubbeltje bij. Dat hoefde je dan thuis niet af te dragen. Maar na een jaar of vier, vijf werd je te duur voor Govaerts en kon je wat anders gaan zoeken.


MIN
Het werd, in 1933, de meubelfabriek van de gebroeders Min, uit Mechelen afkomstig. Door het invoerverbod in Nederland was het handig om hier, in de Raadhuisstraat, een bedrijf te vestigen. Later ging men naar het oude worstfabriekje in de Voorstraat. Het werken hier was niet echt een pretje. Op een gegeven moment kon hij, door een gericht hakje te geven, nog net voorkomen dat hij er door broer Georges Min bij kop en kont werd uitgesmeten, na een aantal minder oorbare uitingen van Piet aan het adres van die baas. Gelukkig kon hij na een gesprek met diens broer Staf en met excuses aan Georges, weer aan het werk. Want iets anders was er gewoon niet te vinden. Staf Min was uiteraard ook tevreden: hij betaalde immers voor een halfwas, die het normale werk verrichte, een derde van wat hij anders kwijt zou zijn.
In de oorlog leverde Min 12 500 ledikantjes 'voor de Duitse getroffen gebieden', vervaardigd aan een soort lopende band.
 
Bloedgeld
Bij Min, waar op een gegeven moment wel 80 man werkten, waren heel wat meubelmakers lid van St. Antonius van Padua. ( V & D was een flinke klant van Min.) Er kwamen bij Min steeds meer vakbondsledenleden bij. Dat was hard nodig want het was daar maar een zielige beweging met de sociale toestanden. Zo werden bijvoorbeeld een aantal te maken kasten op hetzelfde moment aan drie groepen werknemers geleverd, zodat er een soort opjutsysteem ontstond. Vooral ook omdat een paar arbeiders best een centje extra wilden verdienen.
Piet zelf was in 1935 lid geworden van de Bond. Hij is nooit actief in het bestuur geweest; alleen één jaar heeft hij de kascontrole voor zijn rekening genomen.

Van der Pauw
Toen Piet dit beleid van Min naar voren bracht op een vergadering van de Bond, zei bondsbestuurder Van der Pauw (een fanatieke, aldus Piet): "Die paar centen, dat is bloedgeld."
Na de oorlog gingen ze bij Min soms met 6 à 7 man in één week tegelijk weg. Niet omdat ze elders zo veel meer konden verdienen, maar louter om de mentaliteit van Min, om de werkomstandigheden.
Piet werkt daarna nog een paar jaar bij Gerrit Heinsbergen, bij Michel van Lieshout (ook bekend van de serie stakingen in de twintiger jaren!), niet zo lang bij Bruyninckx schoolmeubelen, drie jaar bij Jos Govaerts, vier jaar bij Lamb, die machines voor de papierindustrie maakte en vanaf 1968 tot aan de VUT in 1978 bij Van Oorschot.

KokkeMIN.gif (116786 bytes) KokkeRaay.gif (142027 bytes)

Foto links: Bij Nin, speeltuin Voorstraat, Piet LINKS: Foto rechts: oude werkplaats ijsfabriek v.Raaymakers, (Oude) Markt, Rsd. vLnR: Boven: Willem Mouwen, Kees Jongenelen, Sjarel Veraart, Jules van Eekelen. Zittend: Piet Brouwers, Piet Raaimaekers, Piet kokke, Geert Brant
De oorlog, 1940 - 1945
Als we het over de NSB hebben, moet Piet vaststellen, dat er bij hem op het werk inderdaad een paar NSB'ers rondliepen. In de oorlog moest je daar goed voor oppassen. Anders riskeerde je, dat je naar een kamp gestuurd werd. (Of er daadwerkelijk mensen op zijn werk opgepakt zijn, heb ik niet gevraagd.) Eén van die "heren" is aan het Oostfront, in de Sovjet-Unie dus, gestorven; een ander, een 'fanatiekeling!', ging bij de Waffen SS. ( Net als de 'gewone' SS is ook die organisatie aangewezen als zijnde misdadig!, Sj)
Werkgevers met NSB-sympathieën kent Piet niet. Wel weet hij dat Min voor de Duitsers moest werken en ook van hen afhankelijk was voor de levering van materiaal.
Hij herinnert zich nog, dat op een bepaald moment alles bij Min door de beruchte Grüne Polizei werd afgegrendeld. Ze waren op zoek naar een illegale zender. Ze onderzochten alles, kropen overal onder en tussen. De dozen, die Staf Min aangaf, doorzochten ze niet, maar verborgen in één er van zat .. een radio.
Piet wijst nog op burgemeester Prinsen, die weg moest van de Duitsers. In zijn plaats kwam de foute Daems.
Goede jongens!
De vakbondsbestuurders waren goede jongens! Zoals Kees Heijnen, van de Vero. (Hij kan het niet laten om hier ook weer Kiske Free te noemen. Die was dan ook wel zeer populair!) De KAB was in 1941 opgeheven (opgegaan in de "NVV"-organisatie van Woudenberg), de meeste leden hadden opgezegd, op gezag van bestuurders en episcopaat, maar de contacten met de plaatselijke bestuurders bleven in Roosendaal gewoon bestaan.

Socialisten
Meteen na de oorlog, toen de, later communistische, EVC in ons land een hoge vlucht nam, was daar, zegt Piet, in Roosendaal weinig van te merken. Al denkt hij wel, dat er bij het spoor wel sprake was van een EVC-aanhang.
De Kerk probeerde het socialisme en wat dies meer zij, zo veel mogelijk te boycotten. Maar de afbraak van het geloof begon toen al. Zo mocht hij thuis gewoon naar de VARA luisteren.
Met enig genoegen stelt Piet Kokke vast, dat bijvoorbeeld burgemeester Godwaldt zich niet liet ondersneeuwen door Deken Van Mierlo.
Merijntje
Het verbod voor Rooms-katholieken om een boek als Merijntje Gijzen, van de socialistische schrijver A.M.de Jong, uit Nieuw Vossemeer, te lezen is voor hem een raadsel. "Wat staat er voor verkeerds in? Idioot, hè!" En nadenkend voegt hij er aan toe, dat de Kerk niet voor niets weggekwijnd is!
In Roosendaal was het makkelijker, minder moeilijk, om door de Kerk verboden boeken te pakken te krijgen dan in Oudenbosch. Hij denkt dat het komt door dat hier toch een flinke groep spoormannen zat. Ja, zegt hij, over de NVSH moest je maar helemaal niet beginnen! (Het was inderdaad de vrouw van een tractie - opzichter bij het spoor in de Chr. Huygensstraat, die voor het eerst een depot van de NVSH beheerde. Het schijnt dat de Roosendaalse politie zich daar graag, ter controle uiteraard, liet zien! Sj)
Goed op de hoogte van de aanwezigheid van het optrekje van de zeer socialistische Henriette Roland Holst op de Buissche Heide is Piet ook. Hij fietste er geregeld langs, maar is er helaas nooit in geweest.
Vadertje Drees
Drees, zegt hij, werd hierin Roosendaal op handen gedragen. Vadertje Drees! Wat hij tot stand heeft gebracht! Ik denk, dat het misschien wat overdreven gezegd is, dat op handen dragen, maar je kunt niet ontkennen, dat de AOW, een redelijk verzorgde oude dag, voor veel mensen toch een uitkomst is. Het is dan ook onbegrijpelijk dat het CDA daar nu aan gaat tornen.
Over een voorganger, de KVP, meest nauw verbonden met het NKV, zegt Piet, dat die niet altijd in de smaak viel bij de arbeiders. Je merkte dat ook bij de fusie van NVV en NKV. Die verliep ook in Roosendaal heel rustig. Slechts weinig mensen hadden er moeite mee. Meestal zaten die dan ook nog in het bestuur. (Begonnen als KVP-stemmer, heeft Piet al jaren zijn stem aan de PvdA gegeven.)

KokkeTEK.gif (61179 bytes)

De kerk
Van huis uit is Piet heel Katholiek opgevoed. Hij zat zes jaar in het jongenskoor in de basiliek in Oudenbosch, Maar bij hem is dat alles flink weggezakt. Zijn vrouw,   van 1916, heeft nog steeds een Mariabeeldje en een crucifix in de kamer staan en gaat nog elke week naar de kerk. Van Piet hoeft het allemaal niet.
Over de sociale politiek van de Kerk gesproken: Voor Piet geven de encyclieken Rerum Novarum en Quadragesimo Anno meer de kapitalistische kant weer. Ze zijn niet ten gunste van de gewone man. Maar je had er in het dagelijks leven niet zo veel mee te maken.

Bondsbestuurders
Naast alle positieve geluiden over zijn vakbond, moet hij toch ook wat kritiek spuien. Doelwit er van zijn de Roosendaalse bestuurders Theunisse en Geert van Nassau. Het zijn van die typisch persoonlijke problemen.
Na negen jaren van verkering, in 1942, leek het er op, dat Piet eindelijk een huis zou krijgen. Hij ging in ondertrouw en hoorde 14 dagen later dat het huis niet doorging! gevolg was dat hij vier jaar bij zijn schoonouwelui kon wonen.

Concordia
Hoe komt dat? Theunisse was ook voorzitter van de Woningbouw Vereniging St. Joseph. De schoonvader van Piet, een schilder, is familie van Gerrit van Nassau. Zoals dat in meer families voorkomt, was het echter water en vuur! Dus dat zat al fout. vervolgens stapte schoonvader, die een goede basstem had, op bij de zangvereniging Concordia. Wat hoog opgenomen werd. Maar wie was de voorzitter van Concordia? Juist ja: Leen Theunisse.
Toen Piet bij Theunisse kwam praten over het huis, vroeg Leen of hij niet een goed woordje kon doen bij schoonpa, om hem over te halen toch maar bij Concordia te blijven. Dat lukte niet.
Voor Piet is dat alles de reden dat hij nog langer zonder huis bleef.


Goede vriendjes!

Hij mag ze nog steeds niet, want hij vermeldt, dat Theunisse en Van Nassau weliswaar vanuit de KAB wethouder werden, maar dat het mede komt omdat ze goede vriendjes waren met meneer de Deken, Van Mierlo. Hoe het ook zij, het verhaal is in ieder geval het vermelden waard. Al is het alleen maar om aan te geven, hoe er door vakbondsmensen wordt gedacht. Piet signaleert in Roosendaal ook een grote ommekeer die ontstond bij de samenwerking van NKV en NVV. Er was geen centje pijn bij de leden. Het ging soepel. maar we weten ook wel, dat een aantal bestuursleden toch wel degelijk moeite had met die fusie.
Maar hij denkt met plezier terug aan de grote vakbondsdemonstratie van het NKV in Utrecht. (Maar o, die jaartallen!) Hij ging daar heen, per trein, met de vader van Jan Bruijns en met Jan Geersen. En dat zijn toch ook vakbondsbestuurders! ( Van Jan Geersen, ook schilder, zegt Piet dat hij niet sympathiek overkwam, wat stug. Maar hij was wel een goede penningmeester!

Referendum Tot slot vraag ik hem, Piet Kokke, nog of hij gaat stemmen bij het referendum over de Europese Grondwet. We stellen vast, dat het vreemd is, om iets Grondwet te noemen en vervolgens in alle toonaarden te ontkennen, dat het een Grondwet is! Piet zal die eerste juni verstek laten gaan bij de stembus. Hij gaat niet "stemmen voor die mannen hun baanjes!" Met nadruk zegt hij, dat hij nog steeds propaganda zou maken voor de bond:"Ik heb er veel aan te danken."

Naar het begin