De vakbondsman en zijn familie.

FNVKoudijzer.gif (50794 bytes)Wim Koudijzer
Roosendaal
Jaargang: 1924
Vader Leendert Koudijzer, 1880, bootsman, en van 1914 tot 1918 2e stuurman. Voor de tweede maal gehuwd, in 1919, met Pleuntje Don, 1885, huisvrouw, beide uit Middelharnis. Beiden hadden een kind uit een eerste huwelijk.
Leendert was lid van de NVV zeeliedenbond, waar Brautigam, stoker van de grote vaart en vader van Gerda, de scepter zwaaide. Wim's ouders waren christelijk, maar men las toch het Volk en was lid van de VARA. "Ze begrepen dat je het daar niet van moest hebben", die christenen.

R.D.M.

In maart 1940 naar de Rotterdamse Droogdok Mij, de bedrijfsschool, als bankwerker van 16 jaar. Een man uit de Kern zorgde er voor dat hij zijn lidmaatschap voor het NVV aanvroeg. Inmenging in onze binnenlandse aangelegenheden door onze Oosterbuur zorgde voor ontslag op 15 mei 1940.
Detail: de man uit de Kern, vertelde, dat hij de aanvraag voor het NVV - lidmaatschap had verscheurd: ledenlijsten moeten niet in handen van de Moffen komen!

auto's en eten

Om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen trekt hij naar Frankrijk, Normandië. In 1944 komt hij via Brussel vrijwillig in het leger. Als bankwerker kan men hem goed gebruiken in de garage! Pas na de oorlog, zegt Wim vrolijk, heeft hij leren schieten. Hij werkt ook nog als kok (!) en hij zwaait in 1946 af. Om even later opgeroepen te worden voor een keuring. Met de dreiging van Indonesië levensgroot aanwezig. Maar gelukkig voor hem wordt de lichting 1924 - ze hebben al genoeg meegemaakt! - buitengewoon dienstplichtig. In1946 komt hij dank zij zijn broer in de Metaalbond van de EVC.

B.N.O.P.

Een jaar later, '47 gaat hij bij de Vuilverbranding Rotterdam werken en komt dan bij de bond van overheidspersoneel BNOP terecht. Die heeft dan in Rotterdam zo'n 600 leden. Hij wordt er bestuurder; secretaris van de afdeling Rotterdam. Zijn voorganger Bloem, een tramconducteur, zorgt voor zijn scholing.
Tussendoor vertelt Wim nog dat die Bloem in het kamp Vught heeft gezeten; zijn vrouw, nog feller dan hij, zat in het Vrouwenkamp Ravensbrück bij Berlijn. Ook een andere BNOP-er, Peelen, die zwaar is toegetakeld door de nazis, komt ter sprake. Als hij door zijn chef op het matje geroepen wordt, zegt hij, wijzend op zijn scheve neus: de nazis hebben me niet klein gekregen, en jij zeker niet. Zo iets kon nog, vlak na de oorlog.
Hij volgt er cursussen, zoals over de nadelen van het Marshallplan, en bezoekt congressen.
Hij herinnert zich nog een Waarheidfestival in Amersfoort, ergens rond 1950, waar Wim Kan en Corry Vonk optraden. Ook een grote manifestatie in de Rotterdamse Rivièrahal is hij nog niet vergeten. Het was een solidariteitsbijeenkomst voor Ethel en Julius Rosenberg, waar iedereen hand in hand stond op het moment dat ze vermoord werden.
Al gauw krijgt hij te maken met de tegenpartij. Niet alleen de werkgevers doen er alles aan om de EVC dwars te zitten, maar ook vanuit de arbeiders komt actie tegen de bond. Hij noemt als voorbeeld de radiopraatjes van de PvdA - voorzitter Evert Vermeer, "à la McCarthy". Maar ook het feit dat er naast veel EVC 'ers die afkomstig waren uit het anarchistische NAS, het Nationaal Arbeids Secretariaat, ook brekebenen waren, zoals Toon van den Berg, met zijn latere OVB. (A.v.d.Berg, voorzitter van de EVC - transport in Rotterdam en van de afdeling EVC.) Wim Koudijzer benadrukt hierbij nog dat de meeste echte communisten vermoord waren. Er ontstaan dan ook, vooral in de haven, scheuringen. Een belangrijke rol bij dit alles speelde het anti - communisme, al was het CPN - aandeel in het begin van de EVC beperkt.

E.V.C.

Hij herinnert zich nog dat op een grote EVC - bijeenkomst in de Rotterdamse Rivièrahal de aangekondigde spreker, Berend Blokzijl, voorzitter van de EVC, volgens Van den Berg door een verkoudheid niet kon spreken. Toen Koudijzer toevallig wat later tijdens een EVC-congres in Krasnapolski in Amsterdam met hem opliep, wist Blokzijl niets van die kwaal! Van den Berg wilde Blokzijl er blijkbaar uitwerken.

N A F

Hij wijst nog op de onrechtvaardigheid, dat eenvoudige mensen, die in de oorlog niet de moeite hadden genomen hun lidmaatschap op te zeggen van de vakbond, en daardoor lid werden van het NAF, het Nationaal Arbeids Front, gedomineerd door de Duitse werkgevers, na de oorlog een hele loongroep terug gezet werden. Ze kwamen dan onderaan die groep terecht en moesten eerst zeven periodieken doorlopen voor ze weer, onderaan, in hun oude loongroep terecht kwamen. Als je dat vergelijkt met hoe men de grote jongens aanpakte!

Eternit

In 1955, de BNOP - afdeling had nog maar zo'n 200 leden, een aflopende zaak, verhuisde hij naar Goor, de rode, PvdA, gemeente in Overijssel, waar hij ging werken bij de 'kankerfabriek' Eternit. In die tijd wist men nog niet hoe gevaarlijk asbest was.
Bij Eternit was men 'streng maar rechtvaardig': iedereen had zich aan het reglement te houden, vriendjespolitiek kende men niet, zodat hij er toch prettig gewerkt heeft!
Bij Eternit was hij al gauw lid van het NVV, de algemene Bedrijfsgroepen Centrale, ABC. Hij is heel beslist: er werd bij zijn toetreding met geen woord gerept over zijn "verleden" bij de EVC. Het was toen immers nog gebruikelijk om mensen uit linkse hoek niet tot het NVV toe te laten.

In Goor weer volop vakbondswerk: secretaris en voorzitter van de ABC - afdeling, met alle scholing van dien, en voorzitter van de kern bij Eternit.
Hoe het toen toeging: ze bespreken met iemand van het hoofdbestuur de C.A.O.-eisen. Loonsverhoging van 4 %, de zaterdagploeg van negen naar zes uur, een dagje vakantie er bij, enz. De bestuurder vindt dat 4 % toch wel een beetje veel is. Men besluit 3 % te vragen. Het eerste wat er gebeurt in het gesprek met de directie is dat de directeur zelf 6 ½ % voorstelt! Over die werktijdverkorting viel niet te praten. Er waren blijkbaar arbeidskrachten te kort en een beetje meer loon weerhield de arbeiders om elders te gaan shoppen.
Bij de Eternit maakt Wim nog een staking mee: De arbeidsduur is inmiddels van 48 uur terug gebracht naar 45 uur. Zaterdag wordt er dus niet meer gewerkt. Als de directie, zonder enig overleg, de technische dienst toch zaterdag wil laten doorwerken, omdat er een revisie gaande is van een machine, verschijnt er niemand. De volgende maandag krijgen ze te horen dat ze geschorst zijn. Dinsdag kunnen ze weer aan het werk. Met een dag loon minder!

Kippen .. .. ..

Toch gaat Koudijzer in 1962 weg. De kippenslachterij in Goor gaat van handmatige bedrijfsvoering over naar mechanische. Als koelmachinist kan hij een tientje per week er bij krijgen: dat wordt 85 gulden schoon! Uiteraard moet er weer een cursus gevolgd worden, voor technisch koelinstallateur. Maar voor een tientje per week extra doe je wel wat!
Ze zitten er met drie 'ouderen' bij de technische dienst: er is ook nog een elektricien en een stoker. Naast de oude poeliers, meest afdelingsbazen, vaklui, en een goede 100 man jong spul, ongeorganiseerd, dat de aanvankelijk 25 000 kuikens per week moest verwerken. Hier ziet Wim ook de eerste allochtonen binnenkomen: Italianen en Spanjaarden.
Op aanraden van de baas bemoeit Wim zich met de oprichting van een Kern. Daar weet hij immers alles van en de baas niets! Ook personeelsbeleid is niet één van de sterkste kanten van de directie: ze verkopen kippen!
Maar het 'jonge spul' wil eigenlijk alleen maar meer geld (heel legitiem uiteraard!) en muziek op het werk. Dat laatste lukt in ieder geval.
De directie wil tot een C.A.O. komen en Koudijzer, inmiddels lid van de N.V.V. - Voedings - en Genotmiddelenbond, zorgt er voor dat iemand van het hoofdbestuur zich aan de poort vervoegt. Tekenend is, dat bij het overleg tussen de directie en de hoofdbestuurder geen personeel aanwezig is.
Na 4 ½ jaar verlaat hij de kippen, een goede CAO achterlatend

.. .. .. en ander vee!

In het begin van 1966 is Koudijzer één van de circa honderd sollicitanten op een advertentie in het vakblad Koeltechniek voor een technicus op het slachthuis in Roosendaal. Dat was in 1956 verhuisd van de Spoorstraat naar de Schotsbossenstraat en het ging nu ook mechaniseren. De aanwezige technicus was 66 jaar en moest dus weg. Het zal duidelijk zijn wie zijn opvolger werd.
De wethouder, Vos, de oude, vroeg in het sollicitatiegesprek niet naar zijn politieke achtergrond al viel het woord NVV wel, maar wel naar zijn geloof. Toen Koudijzer vertelde dat hij van huis uit Nederlands Hervormd was, maar nu niet meer geloofde, verordonneerde Vos de notulant gedecideerd om gewoon N.H. op te schrijven. Geen geloof dat bestond niet in het Roosendaal van de zestiger jaren.
Dat ze onze man graag wilden hebben blijkt uit het feit, dat hij al in april '66, na twee maanden in een pension, en dus pendelen naar het gezin in Goor, een woning kreeg aangeboden in de nieuwe wijk Kroeven. Dat was wel 100 gulden huur in de maand, bij een salaris van f 625. (Vergelijk dat eens met f 22,- in de week, die hij in 1947 kreeg!)
Koudijzer mocht dus de verandering van handmatig naar machinaal meemaken, met zijn verlengde broedbak, hangband en de op gas werkende schroeimachine.

V U T

In 1979 verlaat hij de dienstwoning in de Schotsbossenstraat voor de Amethistdijk en gaat vanwege zijn gezondheid halve dagen werken. In 1985 verruilt hij een modern bedrijf voor de VUT.
Het was een drukke baan, maar uiteraard was hij lid van de bond: de ABVA. Daar zaten bij het gemeentepersoneel zegge en schrijven twee leden. Ook de commandant van de brandweer was, in het geheim (!!) lid. Omdat er in de Roosendaalse ABVA veel PTT'ers , Douane-ambtenaren en mensen in dienst van Provinciale Staten zaten, ging het er meestal over, voor een slachthuisman, minder interessante, PTT - zaken. Later waren er zelfs op een gegeven moment 17 leden bij de gemeente van de ABVA. (Sterk vertegenwoordigd bij het gemeentepersoneel was de categorale bond ARKA. Wim vertelt nog dat een ARKA - lid, van personeelszaken van de gemeente, vond dat hij maar naar de ARKA moest. Wim vond van niet en kreeg de opmerking, dat hij dat wel in zijn promotie zou merken. Dat bleek nogal mee te vallen.)

Eenmaal in de VUT komt hij in de WAO - groep van de afdeling van het FNV terecht, als er een lid van die groep, die tevens voorzitter was van de ABVA, overlijdt. Later werd dat de groep U.G., uitkeringsgerechtigden. Nog later werd er een O aan toegevoegd: Ouderen, waar Wim Hartmans voorzitter was.
In 2000 zet hij een punt achter zijn vrijwilligerswerk, waarbij hij nog een oorkonde krijgt, voor al zijn werk in het Platform Uitkeringsgerechtigden, van wethouder De Jaeger: een stukje erkentelijkheid!
In zijn 'vrije tijd" houdt Wim zich bezig met schilderen en dammen. Met enige tevredenheid zegt hij dat hij, bij een damsimultaan van Ton Sijbrands, het volhield tot dat er nog maar acht spelers over waren. Toen werd de strijd te ongelijk, zoals menig simultaandeelnemer heeft moeten ervaren.

(Interview FNV dinsdag 21 dec. 2004 en 1 februari 2005; 10.00 uur) Terug naar FNV Bouw of Werkpagina of het begin