P.J. van Meel, Piet.

De familie.

Piet, geboren op 26 juli 1938 in Terheyden bij Breda, verruilt binnenkort zijn ruime woning in Rucphen voor een seniorenwoning in Roosendaal – West. Wat niet wil zeggen,dat hij van plan is stilletjes achter de gerania te gaan zitten.
Zijn vader, Johannes Adrianus van Meel, Jan, geboren 16.10.1908 werkte op de suikerfabriek, de Withoek in Breda, de latere CSM. Hij was in ieder geval lid van de bond, de Industriebond, zegt Piet, maar of dat St. Eloy was of de Fabrieksarbeidersbond, is niet duidelijk.
Zijn moeder, Nellie de Ridder, geboren 14.06.1910 was huisvrouw. In het gezin waren 4 kinderen, 2 jongens en 2 meisjes.
Piet is, nu al 32 jaar, getrouwd met Maria Jannetje van Rumph, dochter van een ambtenaar van volkshuisvesting in Rotterdam. Vader Rumph was geen lid van de vakbond.

KAJ


Het gezin Van Meel was duidelijk rooms: op hoogtijdagen ging hij twee maal naar de kerk. Maar zaken als de pauselijke sociale encyclieken, Credo Pugno en bedevaarten naar de Zeg of de Kapelberg zeggen hem niets.
Hij herinnert zich nog wel, dat er thuis een "thermometer" hing of, zoals Piet het omschrijft, zo’n ding om centen in te gooien. Geld dat bedoeld was voor Herwonnen Levenskracht, het fonds van de tbc – bestrijding. Het was duidelijk niet, zegt Piet, voor het Kanunnik van Schaikfonds.
Hij werd lid van de KAJ en heeft daarbij goede herinneringen aan de bedevaart naar Meerseldreef, met al die kraampjes, die er nu nog steeds staan.

Werken!

Na het doorlopen van de lagere school ging hij naar de LTS in Breda, de afdeling brood- en banket, in het voetspoor van zijn vader. Al met een jaar of twaalf dertien gaat hij rond met de mandfiets om bij de bakker wat te verdienen. Hij herinnert zich nog dat hij een keer 1000 appels moest schillen voor het appelgebak.
Met zestien jaar gaat hij werken. Hij begint bij de Gebr. De Kanter in Breda. Na 1 ½ jaar vertrekt hij naar de Coöperatie "De Vooruitgang" u.a. in de Christiaan de Wetstraat in Dordrecht, waar hij 14 jaar blijft.
In het bedrijf werden per week zo’n 500 balen meel à 90 broden verwerkt, tot er een nieuwe bakkerij kwam in de Zomerhofstraat te Rotterdam. Langzaam maar zeker werd het werk van Dordrecht naar Rotterdam verplaatst.
In het jaarverslag 1969 van de AVG Dordrecht schrijft Piet: "Wat de bakkerij betreft is er een groot verloop, vooral bij de Coöp en de Jong die vele wijken moesten opheffen door het teruglopen van de verkoop."
Na de sluiting, in 1971, van de vestiging Dordrecht, ging Piet werken bij Hooymeier in Barendrecht. Hij kwam er in de drie - ploegendienst en werd afdelingschef. Na 28 jaar ging hij er in 1999 met prépensioen.

F.N.V.

In 1958 wordt hij lid van de vakbond, de R.K. Bond van werknemers in het Agrarische, Voedings- en Genotmiddelenbedrijf , kortweg de A.V.G.
Hij schetst de verhoudingen in die tijd: bij de Victoria had je 1000 man personeel, van wie 800 bij de Voedingsbond van het NVV en 200 bij de AVG waren aangesloten. Hij omschrijft het verschil, zoals je het zo vaak hoort: de roje rakkers van het NVV en de gematigden bij het NKV. Bij de fusie is eigenlijk alles wel bij elkaar gebleven, al heeft het veel kaderleden gekost. Hij noemt een Piet Lodiers. Een districtsbestuurder die wel drie keer per jaar de directie opzocht, maar bij de fusie toch maar voor de vut koos. Ook wijst hij nog op het verschil van de kleine bonden met de, ook financieel, machtige Industriebond.
In de notulen van de jaarvergadering van 1969 schrijft Piet: "Er heeft een prettige woordenwisseling plaats gehad over het samengaan van de verschillende vakorganisaties, wat wel enige hoofdbrekens mee zal brengen, maar daarom niet getreurd, de AVG zwoegt verder tot het bittere einde."

Actie

Al komt Piet dan uit een rooms nest, toch is het ook hem duidelijk dat staken niet te vermijden valt.
Hij noemt de staking voor de prijscompensatie bij Van Melle, Rotterdam, waar hij voor de poort stond in 1973. Met de mensen van de Voedingsbond ging hij toen diverse bedrijven af.
Ook bij Hooymeier werd gestaakt in de zoetwaren, nu voor de VUT.
FNV - acties in het kader van de vredesbeweging, zoals tegen de neutronenbom en de kruisraketten in Woensdrecht liet hij aan zich voorbijgaan: je was toch al de hele week druk aan het werk.
Waarmee we op zijn functies in de bond komen: hij was lid van het afdelingsbestuur van de AVG in Dordrecht, later ook in Barendrecht, waar Hendrik Ido Ambacht en Ridderkerk onder vielen.
Het jaarverslag 1968 van de afdeling Dordrecht begint met:
"Doordat Th de Reus door drukke werkzaamheden per 1 Januari 1969 zijn functie als secretaris heeft neergelegd, wil ik trachten een verslag te maken van gegevens die in mijn bezit zijn.
Tot 25 Juni heeft de afd Dordrecht veel werk verzet voor onze leden die moeilijkheden hadden bij het verlaten van het bedrijf (loonvordering) en is er met behulp van J Dingjan en J de Koning een groot bedrag geïnd. Meer dan f 2000- is gevorderd. Helaas worden bij het kleine bedrijf geen loonstrookjes verstrekt wat bestuurders veel moeilijkheden bezorgen
".
Een 20 tal jaren zat hij in het bestuur van de overkoepelende FNV in Barendrecht. Later vinden we hem in het bestuur van de woonafdeling de vier kernen van FNV Bondgenoten in Etten - Leur. Landelijk zit hij in de Bondsraad, het Vakgroepsbestuur en de Ledenraad van de Bedrijfsvereniging.

In ruste
.

Nu, met prépensioen, heeft de vakbond nog steeds zijn aandacht. Voor Roosendaal is hij al benaderd en hij houdt al rekening met wat vergaderingen. Daarnaast is er zijn piekfijn verzorgde tuin, die in Roosendaal wel wat minder aandacht zal vragen en denkt hij aan wat extra vacantie met zijn vrouw. Verdiend!
Interview door Sjoerd van der Veen, woensdag 15 augustus 2007, 14.00 uur.