Adrie Pleun Norendaal.
Adrie is geboren op 18 juli 1926 in de Jacob van Lennepstraat in Dordrecht.
De familie en de school
Zijn vader, geboren in Den Haag, had er een kolenhandel, genaamd Het zwarte goud, zijn moeder, geboren in Dordrecht, was huisvrouw. Ze hadden vijf kinderen.
Voor de toekomstige geschiedvorser: Adrie liet zijn achternaam Naaktgeboren in 1971 veranderen in Norendaal.
Adrie ging naar de christelijke Marnixschool. In 1940 ging hij naar de ambachtsschool in Dordt, waar hij in 1942 het diploma kreeg van de tweejarige opleiding machinebankwerker en in 1943 die van motorrijtuig- en rijwielhersteller.
Het gezin
Adrie is getrouwd in 1952 met Sietske van den Berg, geboren 17 januari 1926 en opgegroeid in Amsterdam Noord. Tot haar 14e verblijft ze op de lagere school, waarna ze ging werken in diverse betrekkingen, o.a. op de Keizersgracht en ook thuis. Na de oorlog volgde ze cursussen Engels om meer kans te maken bij sollicitaties bij firma's als V&D, waar ze vijf jaar heeft gewerkt. Ze verzorgde er o.a. de diverse kassa's met wisselgeld.
Adrie en Sietse kregen drie kinderen, meisjes, die alle drie een behoorlijke opleiding hebben genoten en in het onderwijs terecht kwamen.
Het werk
Van 1943 tot '45 werkt hij in de garage van Willem van Twist Auto als leerling-monteur, waar hij op eigen verzoek wordt ontslagen.
Van 1945 - '47 werkt hij dan als chauffeur - monteur in de zaak van zijn vader.
In de avonduren haalt hij, in juli 1946, via de LOI het diploma van vliegtuigwerktuigkundige bij de Vereniging Nederlandse Scholen Rotterdam, waar hij in 1944 aan was begonnen. Dat was dus iedere keer op de fiets naar Rotterdam! In 1952 komt er nog het diploma grond- en boordwerktuigkundige van de RLD bij.
De hinderlijke aanwezigheid van een lui oog zorgt er voor dat hij in 1947 bij de marine afgekeurd wordt voor zijn militaire dienst.
De algemene bond.
Van 1947 tot 1962 werkt hij voor Aviolanda Papendrecht (Fokker Drechtsteden). Eerst als bankwerker monteur, vanaf 1953 als technisch controleur. Toen hij ging werken bij Aviolanda werd hij meteen lid van de ANMB, de Algemene Nederlandse Metaalbewerkersbond. Een opvallende keuze voor iemand die uit een keurig protestants en politiek gezien rechts gezin kwam Ze waren er thuis ook niet echt blij mee! In het aan Adrie gewijde afscheidsartikel in het FNV Magazine-IB van 16 augustus 1986 zegt hij, dat hij al vrij jong ge´nteresseerd was in religie. Al die geloven verkondigden de "absolute waarheid". Maar als je die absolute waarheden met elkaar vergeleek, zag je heel tegenstrijdige dingen. Vanaf dat moment had godsdienst voor mij geen enkele waarde meer. Een goede reden om lid te worden van een niet religieuze bond. Van 1949 tot '50 zat hij als burgervliegtuigmonteur op Gilze Rijen. In 1960 is er een overplaatsing naar het bedrijfsbureau, waar hij projectleider reparatie wordt van de Sikorsky H-34 helikopters. Hij was ook nog bestuurslid van de afdelingskas bij Aviolanda. Ook in dit bedrijf wordt het ontslag op eigen verzoek.
Tijdens zijn werk in de vakbond haalt hij nog, via de avond-HBS, het diploma HBS-A, in 1967.

Adrie Norendaal, FNV Magazine 16.08.1986

De vakbeweging.
Van 1952 tot 1954 volgde hij - zijn hang naar scholing is duidelijk niet te verzadigen - de plaatselijke kaderschool van het NVV. Meteen daarna, van 1954 tot 1958, bezocht hij de Centrale Kaderschool van het NVV, waar hij o.a. Arie Groeneveld trof. (Zie foto)
Hij vermeldt eenvoudig: Binnen de vakbeweging diverse opleidingen en functietrainingen. Mede hierdoor kon hij goed functioneren, van 1954 tot 1962, als lid van de OR van Aviolanda.
In 1962 trad hij in dienst van de vakbeweging, bij de ANMB, die later de IB FNV zou heten en nu FNV Bondgenoten.
Van 1962 tot 1965 was hij er stafmedewerker bedrijfsorganisatorische zaken, van 1965 tot '75 was hij districtsbestuurder in Den Haag en tot zijn pensioen in 1986 districtshoofd in Zeeland.


Centrale Kaderschool: Arie Groeneveld (staand, 5e v.l.), Adrie Norendaal (staand 3e v.r.)

In het artikel in het FNV Magazine zegt hij dat "je als vakbeweging kritiek had en hebt op alles en iedereen – en vaak terecht. Maar mijn uitgangspunt is altijd geweest dat je ook en vooral kritisch naar jezelf moet kijken. Als je beleid maakt, moet je elkaar op de pijnbank durven leggen – zeker als de concept-beleidsnotities nog intern zijn. De eerste vier jaren kon dat ook, maar toen de dienst van samenstelling veranderde (o.a. door het vertrek in 1966 van de stimulator van de afdeling Onderzoek en Voorbereiding, bondsvoorzitter Ies Baart) werd dat steeds moeilijker. Mijn kritiek werd door sommigen als cynisme ervaren en de werkverhoudingen werden steeds slechter. Ik ben toen districtsbestuurder geworden."
In Zeeland was hij o.a. verantwoordelijk voor de onderhandelingen met Dow Chemicals in Terneuzen. Deze ronduit vakbondsvijandelijke Amerikaanse onderneming bleef een zware klus. Wat Adrie hierbij goed van pas kwam was zijn instelling om vooral, bijna tot iedere prijs vast te houden aan een onderhandelingsstrategie. Hij moest gewoon heel weinig, niets eigenlijk, hebben van stakingen. Dit maakte hem ongetwijfeld tot een iets acceptabelere onderhandelingspartner bij die Amerikaanse club. In Terneuzen was hij ook afgevaardigde in de GGD. In die hoedanigheid had hij niet alleen te maken met artsen, maar leerde hij ook Henk Lenting kennen, vakbondsbestuurder van de Bouw- en Houtbond FNV uit Bergen op Zoom.
Norendaal: "De vakbeweging is in principe gebaseerd op het beginsel van de solidariteit. Dat is heel lang geen probleem geweest. Als je met z’n allen in de goot ligt en je klimt gezamenlijk uit de ellende
omhoog, is er van nature een groot saamhorigheidsgevoel." In perioden van crisis kiezen mensen vaak voor zichzelf. "Een goed evenwicht vinden tussen die twee vormen van belangenbehartiging – collectief en individueel – is de komende jaren de belangrijkste taak van de vakbeweging." (FNV Magazine IB 16.08.1986). Norendaal wijst dan op de vakantierechten, nu al redelijk individueel, en op de pensioenleeftijd en de arbeidstijd. Hij gaat verder: "Er zijn natuurlijk strakke regels nodig in de CAO om de zwakste groepen te beschermen, maar je moet ze niet zo strak maken dat anderen ze als een harnas, een keurslijf of een dwangbuis ervaren." Dan keren ze namelijk de vakbeweging de rug toe.
Na het pensioen
Mensen met een dergelijke loopbaan kunnen moeilijk stilzitten. Hij was dus daarna nog voorzitter van de Sociaal Economische Consultatiegroep (SECG), een adviesorgaan van de provincie Zeeland,lid van de Raad van Beroep Sociale Verzekeringen en lid van de Raad van de Arbeidsmarkt. Ook was hij nog commissaris van de Holding Investeringsmaatschappij Nederland en commissaris van de Groep Investeringen met speciale aandachtsgebieden personeelsbeleid, organisatie en de relatie met de vakbeweging, een niet helemaal onverwachte keuze.
Christelijk of katholiek
Het gezin Norendaal woonde gedurende tien jaar vlak naast de kerk in 's Gravenpolder, onder Goes. Het is een christelijk-gereformeerde gemeente Het was een onaangename periode en Sietske was dolblij toen ze bij de pensionering van Adrie konden verhuizen naar het katholieke, bijna kosmopolitische Roosendaal, op de Dubbelberg.
Helaas begon al vrij gauw een ernstige ziekte van Adrie zich aan te kondigen: Alzheimer. Hij overleed in 2003.

Sjoerd van der Veen, Roosendaal 20.08.2009