Gerrit Cornelis Schimmel.

Gerrit is 25 maart 1926 geboren in Eindhoven, in het stadsdeel Woensel.

Zijn vader is 75 jaar geworden. Hij werkte o.a. bij Philips in Eindhoven en als kraanmachinist in een haventje in Tilburg.
Zijn moeder werd 91 jaar oud. Ook zij heeft geregeld gewerkt, o.a. bij Philips.
Ze hadden samen 10 kinderen. Zijn moeder is later hertrouwd met een Fransman, bij wie ze nog twee kinderen kreeg.

Jeugd.

Toen Gerrit twee jaar was, werd hij door de voogdij uit huis geplaatst. Hij kwam, samen met zijn tweelingzusje, terecht bij een kinderloze, protestantse boerenfamilie bij Eibergen, Gelderland. Hij groeide op in het boerenvak. Hij doorliep zeven klassen op de protestantse lagere school. Op zijn klompen legde hij iedere keer de vier kilometer van en naar school af. Al van jongs af aan moest hij meewerken in het boerenbedrijf. Eerst alleen eenvoudige klusjes, maar allengs meer.
Over de politiek en de vakbond werd in het christelijke gezin niet gesproken, des te meer over de kerk.
Als hij, na de kerk, met een vriendje naar de kermis in Neede gaat, schoon zijn (pleeg-)vader 't hem verbood, schakelt die de voogdij in: Gerrit moet drie maanden naar een opvoedingskamp in Hoenderlo. Als na drie maanden het complex gevorderd wordt door de Duitsers wordt hij bij een, wel vriendelijke, boer geplaatst in Almen, bij Zutphen.
Vandaar uit ziet hij niet alleen de gevechten en de luchtlandingen van de slag bij Arnhem, maar ook de Schnellboote van de Kriegsmarine, die op de IJssel patrouilleren.
Onder de indruk van het militair vertoon, aarzelt hij niet lang als er, na de oorlog, in 1946, vrijwilligers worden gevraagd voor de strijd in IndonesiŽ. Gerrit meldt zich aan. Hij schrijft in zijn handgeschreven biografie, "ik had het geluk dat ik goedgekeurd werd". (Tekst te raadplegen via
http://home.kpn.nl/v20nd81s en vervolgens de hyperlinks FNV en interviews  )

Tilburg

In afwachting van zijn oproep wordt hij door de voogdij naar Tilburg gebracht. Hier ziet hij zijn ouders voor het eerst bewust. Ook zijn twee halfbroers uit het tweede huwelijk van zijn moeder zijn er. Ze wonen in een straatje in een arbeiderswijk.
In afwachting van de militaire dienst zat Gerrit dus een aantal maanden thuis en werkte op een lampenfabriekje in Tilburg.

Het militair.

In Utrecht wordt hij klaargestoomd tot soldaat en vertrekt hij na een kleine drie maanden met het S.S. Nieuw Holland naar IndonesiŽ, waar hij aankomt in Tandjong Priok. Hij gaat naar de Beerenlaan, zoals het kamp heet, in Batavia en wordt ingedeeld bij de 7 December divisie. Hij had geen idee wat hem te wachten stond. Hij dacht aan olifanten, tijgers en koppensnellers. "Ik weet allemaal niet welke rare gedachten ik had, maar gelukkig was alles anders."
Hij wordt vervolgens gelegerd in Semarang, Salatiga, Poerwokerto, Tegal, Madiun en Djogja op Midden Java. In 1949 is de aftocht.

Terug in het Vaderland.

Maar waar moet hij naar toe? Hij besluit naar de Van Beylandstraat in Tilburg te gaan, de familie. Hoewel hij inmiddels sergeant is, rekent hij toch niet op een uitbundige thuiskomst. Maar hij had buiten de Oranjevereniging gerekend. De straat hing vol met vlaggen! Bovendien zag hij nu niet alleen zijn twee halfbroers, zoals in 1946, maar was het hele gezin bij elkaar.
Zijn oudste broer, chef bij Philips in Eindhoven, maar later ook werkzaam in Roosendaal, zorgde voor een baantje bij Philips. Op de fabriek, een verschijnsel dat Gerrit eigenlijk nog nooit op dat formaat had gezien. Hij kon bij oom Gerrit, een broer van zijn moeder, in de kost, in de Zeeuwsestraat op Strijp. Toen hij een half jaar voor de grote lampenfabriek in het Zuiden des lands gewerkt had, meldde hij zich voor Korea. Het leger trok blijkbaar nog steeds.

Weer soldaat.

Na een paar maanden in de Frederik Hendrik Kazerne in Den Haag werd zijn regiment overgeplaatst naar het tentenkamp in Roosendaal, waar kapitein Koning \ijn directe commandant is.
Na een opleiding van zes weken ging men dan naar Korea. Er was een groot tekort aan kader. Gerrit kwam daardoor terecht bij de afdeling opleidingen, waar hij twee jaar bij het Korps Commando Troepen bleef. Toen ging hij alsnog, in 1952, met het schip de Generaal McRay naar Korea, waar hij tot eind 1953 bleef. De grootste gevechten waren toen al achter de rug: het front stabiliseerde zich rond de 38ste breedtegraad.
Gerrit legt me geduldig het rouleersysteem uit: na zes weken frontdienst, de eerste lijn, ging je naar de vierde lijn, ver achter de linies en vandaar via de derde en tweede lijn weer naar het front, enz. Het was majoor Schilperoord die een en ander indeelde.

 


Als ik naar kontakten met de plaatselijke bevolking vraag, is hij zeer duidelijk: de plaatselijke bevolking was gewoon uit de gevechtszone verwijderd. De enige Koreanen, die in de buurt waren, werkten voor het leger, in de keuken, etc, en waren uitgebreid gescreend!

Geloof en liefde.

Als hij in 1953 terug komt in Roosendaal, ontmoet hij er de "ware". Ze is echter katholiek en deken Van Mierlo staat er op dat de a.s. bruidegom dat ook wordt. Gerrit volgt een aantal lessen bij de broeders in de Vughtstraat. Hij woont in een kosthuis. In 1955 trouwt hij, en trekt in bij zijn schoonouders op de Kortendijk.
Hij gaat studeren en haalt diverse diploma's, zodat hij in 1956 een kruidenierswinkel kan beginnen op de Kortendijk. Het was meer iets voor de vergeten boodschappen, met een weekomzet van tegen de duizend gulden. De boodschappen deed men bij De Gruyter en dergelijke. (Er is nog niet veel veranderd!) Hij moest er dus bij gaan werken, in de haven in Rotterdam.
Na acht jaar huwelijk - ze hebben drie kinderen, die hij nooit meer ziet - volgt de echtscheiding in 1963.
De echtscheiding gaat hem niet in zijn koude kleren zitten: hij raakt overspannen. Dokter Kuppers behandelt hem in Charitas met elektroshocks. Gedurende een half jaar wordt hij begeleid door maatschappelijk werk.
Negen jaar, van 1963 tot 1972, is hij, na zijn scheiding, in de kost bij een maat uit de Rotterdamse haven, Fortunatus Broos. In die tijd heeft hij een serie korte baantjes, bij Isoverbel, Bookelaar, v.d. Brink, enz., waarna hij in 1967 een werkkring vindt bij de benzinepomp aan de Rijksweg, waar hij tot 1974 blijft. Hij woont inmiddels, sinds 1972 bij mevrouw Jacobs aan de Edisonstraat

BAC Color

In 1974 gaat hij naar de BacColor in Steenbergen. Het is een foto-ontwikkelcentrale met meer dan 400 werknemers. Hij wordt er lid van de Grafische bond, hij volgt er cursussen, wordt lid van de O.R. en voorzitter van de veiligheidsdienst, met alle cursussen die er bij horen. Hij zal twaalf jaar, tot de VUT, bij BAC blijven.
Hij komt er met het voorstel een Veiligheids-, Gezondheids- en Welzijnscommissie op et richten. Die moet zich o.a. bezighouden met de opslag van chemicaliŽn, veilige kleding. Op elke afdeling moet iemand aanwezig zijn met een E.H.B.O.- diploma. In het hoogseizoen moet er bij overwerk een maaltijd geregeld worden en dient de werkdruk binnen de perken gehouden te worden.
Als er een explosie plaats vindt, laat Gerrit, in overleg met de O.R. en de directie, de Arbeidsinspectie inschakelen om het gehele bedrijf te controleren.
Hij krijgt bezoek van Jan Goorden, uit het bestuur van de Grafische Bond, die hem vertelt, dat Van Overveld gestopt is als voorzitter en men er dus een probleem heeft. Gerrit stapt in het bestuur van de afdeling Roosendaal van de Grafische Bond.
In 1979 helpt wethouder Van Haperen Gerrit aan een woning in de Televisiestraat.

 


Jubileum Grafische bond 75 jaar: Links: Gerrit Schimmel, rechts Jan Goorden

Bestuur

Vanuit zijn bestuursfunctie in de Roosendaalse afdeling komt Gerrit, samen met Westhoff en Jan Goorden, in de Bondsraad van het landelijke Druk & Papier en in de Brabantse Rayonraad
Hij is ook de vertegenwoordiger van de grafische bond in het Roosendaalse FNV-bestuur. Voor het FNV komt hij in het bestuur van de Sociale Dienst, voor het project Melkertbanen, waar hij mensen treft als wethouder de Jaeger van Roosendaal, Konings van Rucphen, MerriŽnboer van Oud Gastel en Moerings van Moerdijk. Daarnaast is hij actief in de commissie van het Roosendaalse gemeentebestuur, bij wethouder Kerkhof - Mos, die zich buigt over de ontwikkeling van Borchwerf II en Kalsdonk.
Bij dat laatste behandelt hij de afbraak van zijn eigen woning in de Televisiestraat. Gelukkig krijgt hij een mooie, net gerenoveerde, flat aan de Philipslaan. Uiteraard wordt hij er lid van de woningcommissie en neemt hij actief deel in het beheer van de gemeenschapsruimte, een mooie ruimte, met bar en biljart, waar geregeld wordt gekaart en bingo gespeeld.

Actie

Als we het over actie hebben, vallen meteen de namen van Herman Bode, Wim Kok en Jan Stekelenburg. Hij herinnert zich nog de bussen, die uit de Rotterdamse haven naar het Malieveld in Den Haag gingen. Hij is ook meegeweest met een grote demonstratie naar Brussel. Als bestuurslid van de grafische bond in Roosendaal heeft hij van nabij de stakingen bij de Mead Verpakking en Brabants Nieuwsblad meegemaakt. Uiteraard werden deze zaken ook besproken in de Bondsraad. Dat geldt ook de staking bij drukkerij Van Poll, waar 65 man ontslagen werd. Je moest dan toch zien in goed humeur te blijven met de directie.
De grote vredesdemonstraties raakten Gerrit minder, al is hij in 1983 wel meegeweest naar Brussel. Het is niet grafisch!

1994 Iedereen heeft recht op werk
Dit stond 5 november 1994 boven een artikel in De Stem. Gerrit Schimmel, van de Grafische Bond Druk en Papier Roosendaal, Rien van Ostayen, voorzitter FNV-werkgroep Uitkeringsgerechtigden en Ouderen Roosendaal, en Wim Hartmans, voorzitter FNV Roosendaal en lid arbeidspastoraat DISK, vinden dat de verdeling van het beschikbare werk niet eerlijk in zijn werk gaat.
"Bijstandsgerechtigden, wao-ers, werklozen, allochtonen, vrouwen die willen herintreden vallen tussen de wal en het schip."
"Maar eigenlijk is alles terug te voeren op de woede van Gerrit Schimmel: "Drie jaar geleden begonnen ze in Den Haag te rommelen om de werklozen en uitkeringsgerechtigden aan te pakken. Ik vond de plannen zů onrechtvaardig. Vanaf de jaren zestig hebben de werkgeversvakbonden en medische diensten er allemaal aan bijgedragen dat er zoveel werklozen en wao-ers kwamen. En toen wilde de regering opeens met de botte bijl gaan hakken. Er moesten zoveel mensen uit de wao. Die zouden terugzakken naar het minimum, naar de sociale dienst. Terwijl de betrokkenen geen schuld trof. En werklozen en wao-ers graag aan de slag willen. Maar ze hebben onder meer te maken met de automatiserings-ontwikkeling die ze niet hebben kunnen volgen. Ze komen niet meer aan de bak.""

Trots

Hij laat met gepaste trots een cassette bandje horen met de toespraak die hij hield bij het 75-jarig bestaan van de Roosendaalse afdeling van de grafische bond. In het mooie fotoboek, dat over die dag gemaakt is, is vastgelegd wie er zich toen allemaal onder zijn gehoor bevonden. Zijn kanarie is helemaal stil als we de redevoering van Gerrit beluisteren!

Roosendaal, 7 augustus 2007
Sjoerd van der Veen
Luciadonk 52
4707 VL Roosendaal
0165 - 545056