Hieronder het door Gerrit zelf opgeschreven levensverhaal. Het vormt een waardevolle aanvulling op het door mij gemaakte portret, gebaseerd op het gesprek met Gerrit ťn op het onderstaande.
17 september 2007, Sjoerd van der Veen.

Roosendaal, 1 Juni 2007
Gerrit Cornelis Schimmel,

Gerrit is 25 Maart 1926 geboren in Eindhoven. De ouders woonden in Eindhoven in het stadsdeel Woensel.
Vader en Moeder hebben in het begin gewerkt bij Philips en zijn later verhuisd naar Tilburg.
De reden en in welke omstandigheden zijn mij onbekend, wel wil ik daar later op terugkomen.

Jeugd:
Toen ik 2 jaar oud was, werd ik met mijn tweelingzusje door de voogdij uit huis geplaatst.
Wij kwamen terecht bij een kinderloos boerengezin in Eibergen (Gld) in de Achterhoek in het buurtschap Holterhoek, dicht bij de Duitse grens. Wij woonden ongeveer 4 km van het dorp Eibergen.
Hoe mijn babyjaren zijn geweest kan ik mij niet meer herinneren. Deze ontwikkeling kwam pas op mijn 6 ŗ 7 jaar, begin van de schooltijd. Toen merkten wij dat het anders was als een normaal gezin, je had het gevoel dat er op je werd neergekeken, je kreeg een minderwaardigheidscomplex.
De ouders waren streng en niet zachtaardig, misschien wel goed bedoeld, maar zou in deze tijd niet meer mogelijk zijn. Wij konden niet deelnemen aan activiteiten die andere kinderen wel hadden, zoals schoolreisjes of naar een speeltuin, nee, direct uit school recht naar huis en werd al heel vroeg in het boerenwerk ingewerkt.
In het begin was het sluipend zoals aardappelen schillen, sokken stoppen, kippenhok schoonmaken, de erf schoonhouden, enz.
Oorlog
Toen ik 14 jaar was, begon de oorlog en ik weet nog goed toen ik ’s morgens wakker werd hoorde ik allemaal auto’s en tanks zonder dat er een schot viel, in de verte hoorde je wel een geschut. Later hoorde ik dat dit bij de Grebbeberg was, maar bij ons was het rustig, alleen maar transport en hier en daar een inkwartiering van duitse militairen.
Over politiek en vakbond als gebeuren werd in ons gezin niet gepraat en zeker niet met mij en mijn zus.

De kerk en geloof werd er in gestampt, elke zondag naar de kerk en zondagsschool. Ik heb dit nooit kunnen begrijpen met de opvoeding die wij kregen, en die kinderarbeid die wij moesten verrichten op de boerderij; ik word nu nog kwaad als ik daaraan denk.
Opeens vroeg mijn buurjongen aan mij of ik mee wilde naar de kermis in het dorp. Neede, ja dat wilde ik wel maar wist niet wat dat was.
Ik vroeg aan de ouders of ik er naar toe mocht, maar het antwoord was duidelijk nee, dit is niks voor je, dus je blijft op de werf.
Toch zag ik de kans om weg te lopen en ging naar mijn vriendje en vertelde dat ik mee zou gaan, maar had geen centjes, maar dit was geen bezwaar.
We gingen naar het dorp en gingen van daaruit met de bus naar Neede.
Wat was dit een verrassing, ik had dit nog nooit gezien, een draaimolen, etc.
Het was in de herfsttijd dus al vroeg donker, dus wij moesten niet te laat terug naar huis. Toen ik thuis kwam waren de vensters voor de ramen al dicht en de deuren op slot.
Gesticht
Ik klopte op de deur en Pa deed de deur open, en vroeg aan mij waar ik was geweest. Het antwoord was duidelijk naar de kermis pa. Ik kreeg een flink pak slaag, dat hou je niet voor mogelijk, en nu naar bed en denk er om ik hoor je niet.
De volgende morgen werd ik gewekt. Opstaan en doe je zondags kleren aan, wij gaan naar een feestje.
Toen ik beneden kwam, zat er een politieman beneden, die mij kwam ophalen en moest mij brengen naar Hoenderloo, een opvoedingsgesticht. Hier heb ik drie maanden gezeten en toen moest dit gebouw ontruimd worden voor de duitse troepen.
Ik werd nu geplaatst in Almen (Gld) in de buurt van Zutphen, en mocht weer werken bij een boer, heel vriendelijke mensen.
De bezetting van de duitser was hier zeer duidelijk, zo werd er bij ons in de buurt de Twee ťťn (V1) rakketten afgevuurd; ook zagen wij de landing van Para-Troepen bij Arnhem, verder was duidelijk te zien de terugtocht van de duitser. Het einde van de oorlog naderde en de bevrijding kwam.
IndonesiŽ
De oorlog en militairen hebben een grote indruk op mij gemaakt, en in 1946 werden vrijwilligers gevraagd voor IndonesiŽ.
Ik meldde mij ook aan op het gemeentehuis in Zutphen, en na enige tijd werd ik opgeroepen voor de keuring en had het geluk dat ik goedgekeurd werd.
Dit werd doorgegeven aan de voogdij en ongeveer drie weken later kwam er een heer bij me, die mij meedeelde, dat ik ontslagen was uit de voogdij en hij vertelde mij, dat hij mij naar mijn ouders zou brengen.
Ik vroeg, heb ik dan nog ouders, daar was al die jaren nooit over gepraat. Ik dacht, en mijn zus ook, dat we wees waren.
Toen we in Tilburg aankwamen en er aan de deur gebeld werd, stond daar een vrouw die bleek mijn moeder te zijn. Ze was alleen thuis. Ik was gewoon dicht geslagen en kon geen woord uitbrengen, later in de namiddag kwamen er twee halfbroers thuis en tegen de avond mijn eigen vader.
Ik hoop dat een ieder mij niet kwalijk neemt, dat ik over de verdere oorzaak niet inga, en recht heb op een zekere privacy.
Het moment kwam, dat ik in dienst moest, en mij moest melden in de Kromhout Kazerne in Utrecht. Ik voelde mij vrij en gelukkig, dat die tijd was aangebroken.
Na een stevige militaire opleiding kwam het moment dat we vanaf Rotterdam met de boot s.s. Nieuw –Holland vertrokken naar IndonesiŽ, een reis van 30 dagen. We kwamen aan in Tand Jong Priok en werden doorgestuurd naar de Beerenlaan.
Hier werd ik ingedeeld bij de 7 december Divisie mat als commandant majoor Schilperoord.
Wat voor land IndonesiŽ was, had ik geen voorstelling. Ik dacht aan olifanten, tijgers, koppensnellers. Ik weet allemaal niet welke rare gedachten ik had, maar gelukkig was alles anders.
Het land stond onder leiding van president Soekarno en de Nederlandse troepen stonden onder leiding van Gen Spoor.
Mijn diensttijd heb ik doorgebracht in Midden Java, in de plaatsen Samarang, Salatiga, Medan, Poerwekarto, Tegal, Djokja.
In de drie jaar hebben we twee militaire acties meegemaakt.
Na ruim 3 jaar dienst keerden we weer terug naar Nederland en ik had toen de rang van Sergeant bereikt. Wij moesten in IndonesiŽ het adres opgeven waar we in holland moesten zijn.
Helaas had ik geen ander adres als de van Beylandstraat in Tilburg, bij mijn ouders, waar ik geen contact mee had.
Het moment was aangebroken dat we op transport gingen naar de haven in Tjatjong – Priok. Daar lag de boot klaar, de s.s. Volendam.
Tilburg
De reis terug is prima verlopen, mooi weer, en er was volop vertier aan boord met artiesten uit Holland. Aan boord kregen we een nummer, in welke bus wij in Rotterdam moesten instappen, die ons naar de eindbestemming zou brengen.
Een ieder werd bij huis afgezet, en zodra je bij iemand in de buurt kwam was de straat versierd en de vlaggen hingen volop uit.
Dit beklemde mij wel een beetje: hoe zou dat bij mij zijn, ik kom bij mensen waar ik geen contact mee had en geen binding. We naderden Tilburg en de spanning werd ondraaglijk, hoe zou dit aflopen.
De bus draaide het straatje in en alles was versierd met slingers en vlaggen. Heel de straat was uitgelopen om mij te welkom te heten, dit was allemaal geregeld door de plaatselijke Oranje – Vereniging.
Toen ik binnen stapte, wist ik niet wat ik zag: mijn tweeling zus, en nog een zus en nog 8 broers, die ik nog nooit had gezien, ik kon niets zeggen en sloeg gewoon dicht.
Na enige tijd werd ik wat rustiger en probeerde in gesprek te komen. Er waren twee broers bij die nooit onder de voogdij zijn geweest vanwege hun leeftijd, en zijn bij de Oma en Opa gebleven en een goede functie gekregen bij Philips in Eindhoven.
Wij kregen een maand verlof en vrij reizen door heel Nederland met bus en tram.
Mijn oudste broer Albert nodigde mij uit om bij hem in Eindhoven om alles te vertellen en zou mij helpen met alles wat nodig was.
Over mijn diensttijd in IndonesiŽ wilde ik niet praten, dit hou ik voor mij zelf.
Het aanbod heb ik aangenomen en heb de gehele situatie van mijn ouders aangehoord.
Moeder had tien kinderen en is gescheiden en met een fransman naar Brest (Fr) vertrokken, hier zijn nog twee kinderen geboren. Na enige tijd is deze man gestorven – oorzaak is mij niet bekend – en moeder is teruggekomen naar holland en ging naar haar moeder waar mijn broer Albert in huis was.
Na enige tijd heeft Albert vader en moeder weer bij elkaar gebracht en zijn opnieuw weer getrouwd.
Tijdens mijn verblijf kwam ter sprake wat ik nu moest gaan doen. Mijn broer had een voorstel, dat hij wilde bemiddelen bij Philips voor werk, en mocht dan bij een broer van moeder in huis wonen. Ja, dit aanbod wilde ik wel, maar zo’n groot bedrijf had ik nog nooit gezien.
Ik werd geplaatst bij de Philite afd., hier maken ze deurkrukken, W.C. brillen, allemaal bacaliet. Het was een grote stank en trok allemaal in je kleren.
Korea
Bij Ome Gerrit had ik het goed , hele lieve mensen, maar het werk kon ik niet aan.
Ik hoorde van iemand, dat in het Militair Valblad een advertentie stond, vrijwilligers gevraagd voor het Regiment van Heutz, dat uitgezonden werd naar Korea.
Ik aarzelde geen moment en ging naar Den Haag en meldde mij aan, ik mocht naar de keuring. Enige tijd later kreeg ik bericht dat ik goedgekeurd was, en mij kon melden in de Frederik Hendrik Kazerne bij Scheveningen met de rang van Sergeant met het salaris van Onder - officier zoals die in Nederland waren vastgesteld en vrije kost en inwoning, een kamer en eigen kantine.
Mijn eerste opdracht zou zijn instructeur bij de opleiding.
Na enige tijd werden van den Haag overgeplaatst naar Roosendaal bij het Korps Commando – Troepen, dat onder leiding stond van Kolonel Cualterie van Wesel, begin 1950. Mijn directe commandant was Kapitein de Koning.
De opdracht het detachement klaar te stomen: binnen 8 weken al een volledig gevechtseenheid. Dit betekende strenge dicipline en dagelijks een zwaar programma.
Elk detachement dat opgeroepen werd, bestond ongeveer uit 80 – 100 militairen, allemaal vrijwilligers.
Het kader die de opleiding verzorgde, bestond uit Kapt. De Koning en Luit. Constanze, 2 Sergt. Van de commando troepen (dit was afwisselend) en G. Schimmel. Dat dit een zware taak was, bleek wel uit de samenstelling van de groep. Want gaar er vrijwillig naar een vreemd land om te vechten, in doorsnee merkte ik wel dat er veel moeilijkheden waren in de privť situatie. Mannen, die vaak onverschillig en brutaal waren en van verschillend van Milieu afkomstig.
De inwoners van Roosendaal hebben dit dikwijls ervaren; door ruzie in cafť’s en vernielingen van tuintjes in de Middenstraat.
Dit eiste van het kader een strenge aanpak en respect afdwingen, zodat er over 8 weken een compagnie klaar staat als ťťn geheel, want in een oorlogsveld heb je elkaar nodig.
De saamhorigheid kwam dan ook vanzelf en de opleiding was zwaar maar verliep voorbeeldig en de eerste groep kon vertrekken naar Korea.
Op een morgen moest ik mij melden bij Kolonel Gualterie van Wesel, die mij vroeg of ik nog een jaar wou blijven bij de opleiding voor de volgende groep. Aan dit verzoek heb ik voldaan.
De tweede groep bestond uit veel Surinamers, hierbij zat ook de beroemde Desi Bouterse.
Deze groep was gemakkelijk in de opleiding, maar privť zeer onverschillig en als kader moest je daar boven staan, anders was je macht kwijt over de troep.
Ook hier heeft Roosendaal de gevolgen van ondervonden en zijn dan ook veel straffen door de Marchecee’s uitgedeeld, en de opleidingen verzwaard, met nog meer kader van de komando – troepen.
Midden 1951 vertrok ik zelf naar Korea enhad in zekere zin geluk, want toen was er al een democratielijn gevormd, de 38e breedte graad (de zogenaamde frontlijn.)
Om een kleine indruk te geven wil ik dit wel uitleggen.
De militairen waren ingedeeld in verschillende groepen en linies.

De 1e linie was de frontlijn, deze werd na 6 weken afgelost, en gingen op rust naar de laatste lijn.
2e linie schoof nu op naar lijn 1.
3e linie schoof op naar lijn 2.
4 linie schoof op naar lijn 3, linie 4 was tevens de rustlinie.
5 linie was de staf en commando – linie van waaruit de commando kwamen. Deze linie werd tevens door linie 4 bewaakt om toerbeurt.
Met deze uitleg wil ik dit tijdperk afsluiten. Over ervaringen en omstandigheden wil ik geen mededelingen doen.
Roosendaal
Eind 1953 ging ik weer naar Holland, naar Roosendaal.
Om privť redenen sla ik nu een tijdperk over, omdat deze voor mij zeer moeilijk was, op gebied van medisch, 12 keer electrochock door Dr Kupper uit Bergen op Zoom.
Aanpassingsmoeilijkheden in een normale leefgemeenschap, door een groot minderwaardigheidscomplex dat vanaf mijn geboorte is opgetreden en ik heel mijn leven zal blijven dragen.
Tot 1974 heb ik verschillende werkgevers gehad, met vele moeilijkheden.
Wel heb ik in die tijd veel aan studie gedaan en 7 diploma’s gehaald, met hoge cijfers.
de sociale contacten met de mensen waren goed en ik had dan ook vele goede vrienden. Vooral de fam. Broos is een grote steun voor mij geweest en nu nog, ruim 50 jaar later, kom ik er nog elke dag.
BAC Color
Midden 1974 kwam er een grote omkeer in mijn leven, ik had werk gekregen in steenbergen bij BAC – Color, een foto-ontwikkelcentrale met meer dan 400 werknemers.
Het werk interesseerde mij en was boeiend en de aanpassing in de voor mij betrouwbare omgeving was gemakkelijk. Door mijn studie en mijn levensloop kon ik mij goed ontplooien, en werd dan ook direct als collega aanvaard.
Elke morgen ging ik opgewekt naar mijn werk en maakte vele vrienden.
na enige tijd meldde ik mij aan bij de Vakbond, Druk en Papier, als lid. Dit was belangrijk als je hulp nodig had bij eventuele problemen.
Ook had ik goede contacten met de Ondernemingsraad, waar ik terecht kon met vragen.
Om de drie jaar waren verkiezingen van de O.R., deze werden lang van te voren aangekondigd en een ieder die kandidaat wilde zijn kwam op de verkiezingslijst.
Ook ik meldde mij aan als kandidaat, want ik wilde er bij horen en mij ontwikkelen in de problematiek die er in de maatschappij heerste.
Om een paar te noemen grote werkloosheid, Werkdruk, Arbeidsvoorwaarden in het bedrijf, gevaarlijke stoffen, een goede C.A.O., een ploegentoeslag die redelijk moet zijn bij overuren.
Tal van deze zaken interesseerde mij en ging mij daarin verdiepen.
Toen de dag van verkiezingen was aangekomen, was de spanning hoog, hoe zou het personeel reageren. De volgende ochtend was de uitslag bekend, en was ik met grote meerderheid van stemmen als nieuw lid van de Ondernemings Raad van BAC – Color.
Persoonlijk was ik opgelucht en ging bij mij te rade welke onderwerpen gaarne zou willen behandelen in de Raad.

Door een voorlopige commissie werd een datum vastgesteld voor de eerste kennismaking en het voorstellen aan de Directie van de onderneming.
De voorzitter en secretaris die herkozen zijn, werd gevraagd deze functie opnieuw te vervullen. Dit werd accoord bevonden.
In overleg met de Directie dat we over drie weken op O.R. cursus die drie dagen zou duren en betaald zou worden door de onderneming te volgen in een Hotel in Amersfoort.
De cursus door leraar van het Hoofdbestuur uit Amsterdam daar werd al vlug duidelijk welke richting ik zou volgen. Het sociale kant en Veiligheid had mijn voorkeur en richtte mij op die studie.
De eerste cursus was voor mij zeer leerzaam en het leggen van contacten met personen van welke stand ook was geen probleem ook in overleg met Directie was voor mij.
De opleiding in mijn diensttijd dat er geen verschil in persoon, maar je houding en respect voor ieder in je houding en je taal, beheers je deze factoren dan kun je overal binnen komen.
De eerste maanden heb ik binnen het bedrijf veel oriŽntatie gesprekken gevoerd, met werknemers op de verschillende afdelingen, en met de Directie en Staf en Personeelszaken.
Mijn voorstel was om binnen de onderneming een Veiligheids -, Gezondheids – en Welzijnscommissie op te richten. Dit punt werd op de agenda gezet en besproken in de OR vergadering. Dit werd met meerderheid aangenomen en voorgelegd aan de Directie.
Hiervoor wilde de Directie nader uitleg betreffende de inhoud van die commissie. Bij deze verklaarde ik het voorstel volledig uit te werken en bij de volgende bestuursvergadering te overhandigen.
De hoofdpunten, het opslaan van Chemische producten, veilige kleding, brandvrije opslag, en indien nodig gebruik van een Gezichtsmasker.
Gezondheid, het instellen dat op elke afdeling een persoon aanwezig is met een EHBO diploma, hiervoor cursussen organiseren.
In het hoogseizoen (vakantie - tijd) bij langer overwerk dan een uur, warme maaltijd verstrekken met een kwartier extra pauze.
Ook dient men toe te zien dat in het hoogseizoen de werkdruk niet te zwaar wordt, met de kans op groter ziekte verlof, en kans op fouten in de productie te voorkomen.
Welzijn: Daar bij deze onderneming veel jonge meisjes (vrouwen) werken, heb ik een gesprek gehad met de bedrijfsarts, dat moeders in vaste dienst graag zo vlug mogelijk weer willen werken, een kamer in te richten, om de baby het nodige eten te geven.
Dit voorstel heeft de dokter met de Directie besproken en uitgevoerd.
De commissie Veiligheid Gezondheid en welzijn heeft grote indruk gemaakt in samenwerking met de OR en de Directie van de onderneming. Alle voorstellen werden op de agenda geplaatst en met alle leden besproken en daarna aan de directie voorgedragen.
Ook is er bij BAC – Color een zware ontploffing geweest, gelukkig zonder slachtoffers, maar de schrik zat er goed in.
Toen na enige maanden alles weer hersteld was, heb ik in overleg met de OR en de Directie, de Arbeidsinspectie ingeschakeld voor een controle door het gehele bedrijf, of alles was voldaan aan de gestelde eisen die hiervoor gelden.
Grafische Bond
Mijn loopbaan bij deze onderneming is voor mij een openbaring geweest, waar ik dankbaar op terugkijk. Maar door mijn activiteiten kreeg ik ook aandacht van het bestuur van de Grafische Bond uit Roosendaal. Dhr. J. Goorden (secr.) en Dhr. Westhof nodigde mij uit voor een gesprek. Hiertoe was ik bereid, tijdens deze bijeenkomst werd mij verteld dat Dhr. van Overveld – de voorzitter – zijn functie wilde beŽindigen vanwege zijn hoge leeftijd. Ik hoefde daar niet lang over na te denken en aanvaardde de voorstelling om de nieuwe voorzitter te worden van de afdeling Roosendaal.
Ook deze samenwerking was prima en goed overleg met het gehele bestuur. Na 12 jaar trouwe dienst bij BAC – Color kwam ook voor mij de tijd om in de Vut te gaan.
Er werd door de Directie van de onderneming een groot afscheidsfeest georganiseerd voor de gehele onderneming en haar personeel; dit heeft diepe indruk op mij gemaakt en in mijn laatste toespraak, die moeilijk was, kon ik de mededeling doen dat ik een Gezond en een Veilig onderneming verlaat, en waar ik met veel plezier heb gewerkt. Voor mij was het een onderneming waar ik mij volledig kon ontplooien en mijn ontwikkeling kon vergroten. Een leerzaam bedrijf met goede samenwerking met Directie en Staf. Wat ik in mijn jeugd gemist heb, kon ik nu inhalen, zoals Algemene ontwikkeling, technische kennis, en overleg voeren met een ieder van hoog tot laag, maar altijd respect voor ieder. Toch je mening en inzicht duidelijk kenbaar te maken en uitvoerig een discussie aangaan met wie dan ook om tot een compromis te komen, die voor ieder aanvaardbaar is.
Nu ik 61 jaar ben en bijna 20 jaar bij de onderneming weg ben, krijg ik elk jaar nog een groot kerstpakket en word ik uitgenodigd op de Nieuwjaarsreceptie.
Het afscheidsfeest was groot voor het hele personeel en Staf, maar moeilijk voor mij, maar ik ben dankbaar dat dit mijn leven heeft bepaald waarvan ik nu nog profiteer.
Het was voor mij zeer moeilijk dit bedrijf te verlaten, maar ik wist ook zeker dat ik niet achter de geraniums zou gaan zitten.
Een ontwikkeling in mijn moeilijke jeugd, die zo positief is omgedraaid, wilde ik niet verloren laten gaan.
Voorzitter, etc.
Daarom was ik blij, dat de leden van de Grafische Bond in Roosendaal mij hebben gekozen als voorzitter. Het is een functie waar ik mij geheel kon ontplooien op het economisch en sociaal vlak in deze sector.
Het was wel een grote omschakeling voor mij, daar ik nu contact had met verschillende bedrijven, zoals foto bedrijven, kartonage bedrijven, emans bedrijven, tijdschriften en de opkomende digitale bedrijven, met 1 uur service; vooral de Dag en Weekbladen hadden een grote impact op de arbeidsmarkt. Al deze factoren kwamen op mij af.
Persoonlijk ben ik veel dank verschuldigd aan het bestuur van Roosendaal voor de volledige medewerking om mijn functie als voorzitter te aanvaarden.
Veel had ik al geleerd in Steenbergen bij BAC – Color, zoals vergaderingen en besprekingen met Directie en in de Ondernemingsraad en omgang met het personeel van het bedrijf die je vertegenwoordigt in hun belangen. Maar nu had ik te maken met allerlei bedrijven en verschillende belangen en bestuur.
Tevens werden onze ideeŽn en ervaringen weer besproken in de Raijon Raad in Eindhoven en Tilburg.
Doordat ik mijn minderwaardig complex van mijn jeugd en andere ervaringen helemaal opzij kon zetten en het gevoel had, je bent gewoon niet als ieder ander, dit was een bevrijding voor mij om deze taak te vervullen.
Mijn eerste taak was om alle bedrijven in het Grafisch vak uit de Regio op kaart te zetten, groot en klein. Verder werkte ik een schema uit om een bezoek te brengen aan die bedrijven en maakte afspraken met Personeels Zaken en Directie’s. Mijn tweede opdracht was, zorg er voor dat je zelf goed opstelt, net gekleed en spraakzaam, niet om op te scheppen, maar ik weet de eerste indruk is een grote winst.
De eerste kennismaking met de Directie’s en Staf verliepen goed, in veel gevallen kreeg ik een rondleiding en uitleg van het bedrijf.
Bij deze oriŽntatiebezoeken zorgde ik wel, dat bepaalde onderwerpen zoals de C.A.O. werkdruk arbeid omstandigheden, etcetra nog niet op tafel kwamen. Alleen al om het vertrouwen in elkaar op te bouwen, hierdoor zijn de resultaten van de echte onderhandelingen groter en het was zeer leerzaam.
Al mijn ervaringen werden in de bestuursvergaderingen besproken en ook in de Raijon Raad.
Het is natuurlijk logisch dat ook bij ons altijd alles op rolletjes liep. Ik denk nog terug toen de hele economie zakte en veel leden ontslag kregen. Het was natuurlijk onze taak, als er geen andere weg was dan ontslag, er een goede afvloeiingsregeling werd getroffen, en indien mogelijk weer aan het werk te helpen.
Daar was veel overleg voor nodig om het hoogste rendement er uit te halen wat mogelijk was.
Persoonlijk heb ik meegemaakt zonder naam te noemen, dat een grote onderneming, zeer bekend ging splitsen. Groot feest van het nieuwe bedrijf. Een paar jaar later 60 leden ontslag en even later failliet, dan krijg je wel de rillingen over je rug, want het is onze plicht het hoogst haalbare er uit te slepen voor je leden en daar helpt dan geen drankje aan, maar altijd wel respect voor elkaar.
Toen kwamen de nieuwe C.A.O. besprekingen in moeilijke tijden. Er waren stakingen, ook in Roosendaal bij Brabants Nieuwsblad en bij Mead Verpakking. Een moeilijke tijd als bestuur zijnde, maar dit is mijn opdracht, vechten voor je leden ook in moeilijke tijden. Door deze vechtlust en wilskracht kwam ik ook in de Bondsraad in Amsterdam en werd ik lid van het F.N.V. bestuur in Roosendaal. En vanuit het F.N.V. kwam ik in het bestuur van de Soc. Dienst Roosendaal voor het project Melkertbanen onder voorzitterschap van Weth. Leo de Jager, 4 jaar en als dit nog niet genoeg was kreeg ik ook nog een functie bij de Gemeente op het terrein Sociaal – Economisch beleid onder leiding van Weth. Mevr. Kerkhof – Mos, met als hoofdmoot de ontwikkelingen van Borchwerf en de nieuwbouw Kalsdonk.
Nu ben ik 81 jaar en ik ben dankbaar dat ik dit allemaal heb mogen doen voor de Gemeenschap en dat ik kan terugzien op een geslaagde levensweg.
Dat die geslaagd was heb ik ondervonden bij het 75 jarig jubileum van de Grafische Bond Roosendaal. Hierbij waren alle Wethouders en Directeuren, besturen van verschillende bonden uit Amsterdam en West – Brabant aanwezig; het aanwezige foto – album dat weergeeft wat mijn levensloop is geweest.
Een mooi cadeau was, dat ik de voorzitter van de Grafische Bond uit Suriname een cheque mocht overhandigen voor het opzetten van een Grafische School in Suriname.
G Schimmel
Terug naar het
internetportret.