Vriend Spoorman
De beste traditie volgend van de katholieke vakbeweging, waarin de leden werden aangesproken met "vriend", zal ik het in dit stuk hebben over het leven van "vriend spoorman" of gewoon Ad.

De familie.
Ad, jaargang 1936 en geboren in Dinteloord, komt uit een gezin van 5 kinderen. In 1957 verhuisde Ad naar Roosendaal. Hij is sinds 1959 voor de kerk (1958 voor de wet) getrouwd met Toos Brands. Toos, van 1934, komt uit Kruisland. Ze hebben 2 zoons en 2 dochters, inmiddels alle in de veertig.
Zijn vader, Maarten, 1906, was een Dinteloordse kweker, net als zijn grootvader. Op het laatste betrof het vooral de champignonkweek.
Vader Maarten was secretaris van de KAB in Dinteloord. Ad weet niet beter, dan dat het de KAB was. St. Deusdedit, de landarbeiders-bond, zegt hem niets. Mogelijk waren er in Dinteloord niet voldoende leden om een aparte afdeling op te richten. Ook de voorzitter van de KAB Dinteloord, Jan Bierkens, fabrieksarbeider in de suikerfabriek en de penningmeester, Rinus Schillemans, de smid, kent Ad alleen als lid van de KAB. Ook in het bestuur zat Toon Baeten, de wethouder.
Thuis werd er wel over de problemen gesproken, waarmee de mensen aan de deur kwamen, maar er werd nooit benadrukt dat het om vakbondszaken ging. Zijn vader liet hem op het punt van de vakbond zijn eigen weg zoeken en vinden.
Zijn moeder, Marie, van 1908 en huisvrouw van beroep, kwam uit een gezin van vlasverbouwers in Zeeuws-Vlaanderen.

KAJ
In Dinteloord groeide Ad, R.K., op in een verdeeld dorp: een rooms-katholieke en drie protestantse (Ned. Hervormd, Gereformeerd en de Kerstianen) groeperingen leefden gescheiden naast elkaar. Men ging niet alleen naar de "eigen" kerk, maar ook naar de "eigen" kruidenier.
Hij herinnert zich nog dat er thuis een "thermometer" hing van het Kanunnik van Schaikfonds. Daar werd dan geregeld een muntstuk in gedaan. Wat er met het geld gebeurde, weet Ad niet meer. ( Met het geld werd de priesteropleiding van jongens uit arbeidersgezinnen betaald.)
Op de televisie mochten in dit katholieke gezin de "Rojen" ( de VARA, Sj) niet aan. Niet zo zeer omdat die omroep socialistisch is, maar men vond hem te ordinair. Zowel wat betreft woordgebruik als ook het vloeken.
Op 14 à 15-jarige leeftijd wordt hij lid van de KAJ, waarin hij al gauw actief wordt. Hij richt zelfs in het dorp een afdeling Jong KAJ op voor 12 tot 16-jarigen. Tot zijn huwelijk blijft hij er voorzitter van.
Ad noemt nog de medewerking die hij kreeg, bijvoorbeeld dat ze de zolder van de Petrus en Paulusschool mochten gebruiken voor hun bijeenkomsten.
Bijgebleven is hem ook het bezoek aan het congres van de KAJ in Etten Leur, omstreeks 1952. Er was heel veel volk en het was zijn eerste bezoek buiten het dorp, in de wijde wereld. Ook de aanwezigheid van de meisjes van de VKAJ zal de nodige indruk hebben achtergelaten.
Met de KAJ ging men jaarlijks vanuit Dinteloord ter bedevaart naar de Kapelberg. ’s Morgens om vier of vijf uur op pad! Nog steeds houdt Ad die traditie in ere. Niet alleen naar de Kapelberg. Rond 1990 zijn Toos en Ad twee weken naar Lourdes geweest. Toos gaat nog steeds in mei met de atletiekvereniging Thor naar de Mariakapel in de Zeg.
Met enige spijt constateert Ad, dat na zijn vertrek de Jong KAJ in Dinteloord, die hij omschrijft als een soort verkennerij, is ingestort.
Tijdens zijn KAJ-tijd heeft hij bij de onderwijzer in Dinteloord nog de Sociale School gevolgd, mét examen op het A.C. de Bruyn Instituut in Doorn.

Werk en leren!
Na het doorlopen van acht klassen L.O. was het parool: werken. Eerst thuis, in het bedrijf, waar het meest ging om de teelt van uien en aardbeien. ’s Winters werkte hij op de vlasfabriek in Steenbergen of tijdens de campagne op het lab van de suikerfabriek in Dinteloord.
In de avonduren werd er geleerd. Eerst haalde hij, in 1953/’54 zijn Middenstandsdiploma bij boekhoudkantoor De Haan, een privé-opleiding. Daarna ging hij drie jaar, ’s avonds dus, op de fiets, naar de tuinbouwvakschool in Steenbergen. Iedereen die werkt, weet hoe zwaar zo’n karwei is, zelfs zonder die fietstocht! Tijdens het laatste jaar van de Tuinbouwvakschool, in 1956, moest hij in militaire dienst, toen nog 18 maanden.
Als blijkt dat hij geen vergunning krijgt voor een tuinbouwbedrijf, richt Ad zijn blik op het spoor.

N.S.
Eind 1957 begint Ad zijn loopbaan bij de Nederlandse Spoorwegen. Die duurt tot dat hij in de VUT gaat in maart 1995.
Als hij na enige tijd ingewerkt is in zijn nieuwe baan, wordt hij benaderd door Kees Elst, voorman van het seinwezen bij NS en voorzitter van St. Raphaël. Die wijst hem er op, dat je bij de NS wel een goed pensioen hebt en levenslang (ja, ja!) vrij reizen, maar dat het loon toch echt laag is. Op 1 maart 1958 wordt Ad lid van de bond. Hij zal het blijven.
Als hij problemen heeft met een woning, blijkt dat Leen Theunisse, wethouder van de Katholieke Werknemers, de KAB-lijst dus, hem snel kan helpen! ( Theunisse was voordien machinist bij de NS.)

Loopbaan
Bij de NS begon Ad als stationsassistent, of zoals hij het zelf zegt, als loopjongen. Na een poosje werd het stationsassistent I (met de visitatiezaal), rangeerder, schaalknecht (voor de bagage), vervangend overwegwachter, vervangend controlebeambte (treinkaartjes), lampenist ( de lampen met olie vullen en op de trein zetten, op zondag! De rest van de week was er een ander.) .
In de avonduren, Ad kan het niet laten blijkbaar, volgde hij de MULO-opleiding. Met zijn diploma op zak werd hij loketbeambte, kwam hij te werken op de douanerie, bij het in - en uitklaren in Essen en op het vrachtgoederenkantoor.

BHV

In zijn vrije tijd werkt hij aan de BHV, de BedrijfsHulpVerlening: hij wordt instructeur Reddingsdienst en Brandweer, met het diploma brandwacht II en I, hoofdbrandwacht en instructeur brandwacht.
Ondertussen zit hij nog anderhalf jaar in het loket in Vlissingen en is hij vervanger in het loket, ’s zondags, in Oudenbosch en Zevenbergen.
Om het rijtje even af te maken: Ad was ook goederendienstleider, perrondienstopzichter en –leider, zat bij de werkvoorbereiding op het planbureau (Plenro), dat zorgde dat de treinen in Roosendaal op het juiste spoor kwamen, en volgde de opleiding gevaarlijke stoffen. Dat leidde tot zijn functie als kontroleur gevaarlijke stoffen, in Zuid West Nederland en Vlaanderen.
Wat Ad vaak ergerde, was, dat men bij de NS leidinggevend personeel benoemde op grond van hun opleiding, en niet van hun ervaring. Er kwam dan een chef met een prachtig HTS-diploma, die echter niets van het bedrijf afwist. Zo was er één die de gewoonte had, om bepaalde zaken aan verschillende medewerkers afzonderlijk te vragen. Als hij dan een paar keer hetzelfde antwoord kreeg, dan moest het wel goed zijn. Pienter dus! Maar ja, als het personeel zo iets doorkrijgt …

F.N.V.
In Roosendaal kwam Ad terecht in het bestuur van de Vervoersbond, eerst St. Raphaël, later Vervoersbond FNV en van de plaatselijke FNV.
Hij herinnert zich nog goed dat er in 1959 in het Gildenhuis werd vergaderd. Het ging o.a. over de lage lonen bij het spoor. Hoe het salarisprobleem leefde bij de spoorlui bleek toen voorzitter Elst met een vrij mandaat naar de ledenvergadering in Utrecht wilde gaan. Hij kreeg het niet van de vergadering. Hij moest in Utrecht zonder meer optreden voor een verbetering van de lonen!
Later zal de commissie Van der Dussen vaststellen dat men bij het spoor 20 % minder verdient dan bij de douane, in vergelijkbare posities. De aanbevelingen van de commissie zorgden er voor, dat het salaris bij het spoor opgetrokken werd. In de commissie zat ook de Roosendaalse douane-agent Siebel. (Siebel zat niet in het bestuur van St. Raphaël.)

Credo pugno
In Roosendaal was hij een jaar of acht ook lid van Credo Pugno (Ik bid, ik strijd) Hij noemt het een soort zondagsschool, onder leiding van de Geestelijk Adviseur. Eén avond per maand werd men in het Gildenhuis bijgepraat over de Bijbel en vooral over de actuele situatie. De voorzitters en secretarissen van de bonden waren er vaak bij. Het was leerzaam en men bleef beter op de hoogte van wat er in de wereld gebeurde. Er waren meestal een man of tien op zo’n bijeenkomst, zegt Ad, van wie hij Wim Hartmans, de latere voorzitter van de lokale FNV, en Piet van den Berg, die bij de gemeente werkte, met name noemt. Later sprak men liever over de "Studieclub".

Harrie of Arie
Bij de fusie van NVV en NKV, moest het probleem opgelost worden wie er voorzitter van de afdeling van de vervoersbond moest worden. Men besloot om in de eerste vier jaar afwisselend Harrie Wouters (NKV) en Arie Notenboom (NVV) deze functie te laten vervullen. Na die vier jaar werd Arie Notenboom de voorzitter.
De rooms-katholieke NKV’ers, aldus Ad, voelden zich wat weggeschoven door de NVV’ers. Hij noemt het NVV wat brutaler, het NKV wat terughoudender, ook door de matigende invloed van de Geestelijk Adviseur. Het idee leefde ook, zegt Ad, dat de NKV-afdeling veel rijker was dan het NVV, met veel bezittingen zoals het A.C. de Bruyn Instituut en, hier in Roosendaal, het Gildenhuis.
Wat Ad nog steeds dwars zit, is dat er op vergaderingen van de FNV nog steeds mensen zijn, die vinden dat de FNV een stemadvies voor de PvdA moet uitbrengen. Ze vergeten dat er ook heel wat leden zijn, afkomstig uit het NKV, die, zoals Ad, de rooms-katholieke partij, nu dus het CDA, trouw blijven. Volgens Ad zijn er ook veel leden bij de fusie afgehaakt.
Hij vertelt nog, dat in Kruisland, zo rond 1956, een viertal NVV’ers de toegang tot de kerk geweigerd werd!
Staken hoeft niet zo nodig van Ad. Met stiptheidsacties heeft hij geen moeite, want je moet toch op de één of andere manier druk kunnen uitoefenen bij de onderhandelingen. Zie je misschien hier weer de nog steeds doorwerkende invloed van die Geestelijk Adviseur?
Jammer is dat ook Ad geen idee heeft waar de archieven van de Roosendaalse St. Raphaël gebleven zijn.

In ruste
.
Stilzitten is niets voor Ad. Ondanks, of misschien juist dankzij de VUT en het pensioen, is de rij functies indrukwekkend. Ad zit bij FNV Bondgenoten in het bestuur van de landelijke en regionale werkgroep Ouderen en de landelijke Propaganda Club, de Bedrijfsgroep Afdelingsbestuur regio Zuid West, hij behoort tot de Congres Afvaardiging Zuid West, in de redactieraad Ouderenwijzer en in de werkgroep vakbondscafé ZW. Deze laatste werkgroep heeft inmiddels een vakbondscafé gehouden in Middelburg, Alphen a/d Rijn en Terheiden (14.11.06). Hij was ook nog een paar jaar coördinator van de FNV Vakbondsschool.
Hij zit, of zat, in de UGO, de uitkeringsgerechtigden, is Contact Persoon Ouderen en was penningmeester van de Seniorenraad in Roosendaal. Tot slot noemt hij nog de werkgroep Spoorpensioenfonds.
Het mag een wonder heten, dat hij nog tijd over heeft voor zijn volkstuin bij het Spoor, 300 m2. In ieder geval kan hij bij deze hobby een goed gebruik maken van de opleiding, in zijn jeugdige jaren, op de Tuinbouwvakschool.

Interview door Sjoerd van der Veen, donderdag 2 november 2006.