![]()
![]()
1. Het opvullen van lacunes in het
geheugen, die het gevolg zijn van verval van hersenweefsel, noemen we:
a. illusie
b. neologisme
c. hallucinatie
d. confabulatie
2. Een delier kan veroorzaakt worden
door:
a. slechte jeugd
b. eenzaamheid
c. hoge koorts
d. hoge leeftijd
3. Direct aan het begin van de aorta
ontspringen twee kleine slagaderen. Hoe heten deze vaten?
a. Coronaire vaten
b. Portale vaten
c. Pulmonale vaten
d. Mesenteriale vaten
4. Een trombus vanuit een beenvene kan een
..... veroorzaken.
a. longinfarct
b. acute afsluiting van de arteria
femoralis
c. herseninfarct
d. hartinfarct
5. Een handeling die de hartslag bij
supraventriculaire tachycardie NIET kan normaliseren is ..... .
a. druk op de oogbol
b. persen met gesloten glottis
c. carotismassage
d. druk op de oorlel
6. Onstabiele angina pectoris wil zeggen
dat
a. een aanval met name bij mensen
met een kippenborst voorkomt
b. met name emoties klachten
uitlokken
c. de patient tijdens een aanval
omvalt
d. de klachten niet gerelateerd zijn
aan o.a. fysieke activiteit
7. De kleine circulatie
a. verzorgt het onderste deel van
het lichaam van bloed
b. gaat alleen door het bovenste
deel van het lichaam
c. stroomt alleen door venen
d. gaat alleen door de longen
8. Een symptoom van linksdecompensatio
cordis is
a. enkeloedeem
b. het niet plat kunnen liggen
c. dyspnoe
d. nycturie
9. Welke onderstaande verschijnselen passen bij een shock?
a. Hyperventilatie, bleke kleur,
trage, zwakke pols
b. Blauwe kleur, snelle, krachtige
pols
c. Uitpuilende ogen, droge huid, trage,
krachtige pols
d. Bleke kleur, snelle, zwakke
pols
10. Als het hart (te) weinig bloed de
arterien inpompt, zal de bloeddruk dalen. De nieren zullen reageren met
a. het produceren van extra veel
urine
b. het vasthouden van vocht
c. het produceren van extra
creatinine
d. a, b en c zijn onjuist
11. Een kenmerkend symptoom van anemie
is
a. projectiebraken
b. grofblazige ronchi
c. een snelle pols
d. rode conjunctivae
12. Depersonalisatie wil zeggen:
a. je eigen naam niet meer
weten
b. niet meer weten wie je bent
c. de eigen persoon als vreemd
ervaren
d. de omgeving niet meer
herkennen
13. De stof die bij een daling van de
bloeddruk in de nieren wordt geproduceerd, heet
a. angiotensine 1
b. angiotensinogeen
c. renine
d. aldosteron
14. Claudicatio intermittens wordt
veroorzaakt door
a. een aneurysma in de ring van
Willis
b. veneuze insufficiëntie
c. vernauwing van de grote
beenarterien
d. vernauwing van de grote
armarteri‰n
15. De leukemievorm die het meest bij
kinderen voorkomt is
a. CML
b.
CLL
c.
ALL
d. AML
16. Welke vorm van cholesterol is het best
voor ons?
a. HDL
b. LDL
c. VLDL
17. Welke stof is een benzodiazepine?
a. paracetamol
b.
oxazepam
c.
diclofenac
d.
propanolol
18. Een kenmerkend symptoom bij een
hyperventilatie aanval is
a. tinteling rond de lippen
b. totale verslapping van alle
spieren
c. verkramping van de biceps
d. tinteling rond de oren
19. Anemie ontstaat in 90% van de gevallen
door een
a. eiwit tekort
b. Fe tekort
c. foliumzuur tekort
d. B12 tekort
20. Bij de ziekte van Hodgkin is sprake van
kwaadaardige woekeringen van cellen in
a. het mesenterium
b. de lever
c. lymfeklieren en milt
d. de bloedvaten
21. Bij rechtsdecompensatie ontstaat
a. vasoconstrictie van de venen
b. veneuze stuwing voor het
hart
c. arteriele stuwing
d. longoedeem
22. Bij een 'coarctatio aortae' is de
bloeddruk
a. in de rechterarm hoger dan in de
linkerarm
b. het rechterbeen hoger dan in het
linkerbeen
c. in het onderlichaam hoger dan in
het bovenlichaam
d. in het bovenlichaam hoger dan in
het onderlichaam
23. Ventriculaire extrasystolie wil zeggen
dat
a. er tussen de eerste en tweede
harttoon een systolisch geruis bestaat
b. de patient extra systolisch
behandeld moet worden
c. om de zoveel systolen er 1 te
vroeg komt
d. er extra veel systolen zijn door
een te hoge hartfrequentie
24. Een ziekte die een vitamine B12 tekort
kan veroorzaken is
a. diverticulose van het colon
b. appendicitis
c. de ziekte van Crohn
d. lacatase deficientie
25. De gevaarlijkste ritmestoornis die kan
optreden na een hartinfarct is
a. ventrikelfibrilleren
b. ventriculaire extrasystolie
c. supraventriculaire tachycardie
d. atriumfibrilleren
26. Welke cellen kunnen bacterien
fagocyteren?
a. Trombocyten
b. Polycyten
c. Leucocyten
d. Erytrocyten
27.
Bij een aortaklepstenose
a. liggen de systolische en de
diastolische druk dicht bijelkaar
b. is de systolische druk lager dan
de diastolische
c. is de diastolische druk niet
meetbaar
d. liggen de systolische en de
diastolische druk ver uit elkaar
28. Dementie is een symptoom van een
.....
a. psychisch conflict
b. organische hersenafwijking
c. gebruikelijk gevolg van ouderdom
29. Bij een depressie met zg. 'vitale
kenmerken', is de stemming het slechtst
a. in de middag
b. rond middernacht
c. in de avond
d. in de ochtend
30. De vorm van schizofrenie die het meest
voorkomt is
a. hebefrenie
b. schizofrenia simplex
c. paranoide schizofrenie
d. catatonie
31. Iemand met een psychose heeft
altijd
a. hallucinaties
b. geheugenverlies
c. wanen
d. een eufore stemming
32. De aandoening waarbij de bloedvaten
verharden en er een vettige neerslag in de vaten komt, heet
a.
arteriosclerose
b.
atheriosclerose
c.
atherosclerose
d. multipele sclerose
33. Mensen met een waan
a. vertellen anderen hier niets
over, ze schamen zich ervoor
b. weten zelf eigenlijk ook wel dat
het niet waar is
c. zijn meestal gevaarlijk
d. beleven deze waan als waar
34. Orthostatische hypotensie is
a. een duurzame bloeddrukdaling bij
houdingsverandering van zitten naar staan
b. vrijwel altijd dodelijk
c. een vorm van shock
d. een tijdelijke bloeddrukdaling
bij houdingsverandering van zitten naar staan