Middeleeuwse Kastelen van Naaldwijk

Verslag Jhr. dr. Pieter van Foreest, 2007. In nauwe samenwerking met Dhr. Harry I.M. Groenewegen, Secretaris van de Werkgroep Archeologie Westland, en bestuurslid van de Historische Vereniging Oud Honselersdijk-Naaldwijk, alsmede van het Genootschap Oud-Westland.

 

Naar: Actie Archeologisch Onderzoek Kasteelwerf Foreest

Naar: Archeologische vondsten in het Woerdblok

 

 

Inhoudsopgave

 

Inleiding. 1

Een korte geschiedschrijving van Naaldwijk. 1

Het ontstaan van Naaldwijk. 1

Adellijke Geslachten uit Naaldwijk. 3

De Heren Van der Woerd. 3

De Heren Van Foreest 4

Middeleeuwse Naaldwijkse Kasteelwerven. 5

Kasteelwerf Hoge Woerd. 5

Kasteelwerf Lage Woerd. 6

Kasteelwerf Foreest 7

Het land Foreest 8

Bronnen. 9

 

Inleiding

In dit verslag beschrijven wij de geschiedenis van de “stenen huizen” van Naaldwijk. Het betreft de drie middeleeuwse ridderhofsteden Hoge Woerd, Lage Woerd, en Foreest, die lagen op de noordelijk rand van de Naaldwijkse Geest, het tegenwoordige Woerdblok. De geschiedenis van deze “kastelen” is nauw verbonden met de locale Naaldwijkse adellijke geslachten Van der Woerd en Van Foreest.  Om het bestaan van de middeleeuwse kastelen in een context te plaatsen, schetst dit verslag eerst hoe de Naaldwijk is ontstaan. Het blijkt dat Naaldwijk al in de Romeinse tijd op een strategische plaats lag: Daar waar de brede kreek de Gantel uitliep in de monding van de Maas. Het Woerdblok was toen een logische vestigingsplaats. In ons verslag Archeologische vondsten in het Woerdblok wijden wij verder uit over archeologische vondsten, de huidige archeologische waardering, en de tegenwoordige toestand van de middeleeuwse kastelen in het Woerdblok.

 

Dit verslag dient twee doelen. Ten eerste, vormt het een eerste aanzet om de kastelen van Naaldwijk te onttrekken aan het vergeetboek. Ten tweede, dient het verslag ter ondersteuning van onze poging om de kasteelwerf Foreest aan een gedegen archeologisch onderzoek te laten onderwerpen. Op dit moment is de kasteelwerf Foreest in direct gevaar: ze wordt mogelijk vergraven bij de aanleg van het Nieuwbouwproject Woerdblok. Voor meer informatie over onze poging zie ons verslag Actie Archeologisch Onderzoek Kasteelwerf Foreest.

Een korte geschiedschrijving van Naaldwijk

Naaldwijk is bevoorrecht met haar vruchtbare land. Door hun inzet en vernuft hebben de Naaldwijkers een prominente plaats weten te verwerven op de wereldmarkt voor tuinbouwproducten. Deze profijtelijke situatie is niet vanzelf ontstaan. Al eeuwen lang hebben generaties van hardwerkende en vernuftige Naaldwijkers bijgedragen aan de cultivatie van de omliggende kwelders, wadden, ruggen, standwallen, geesten, en gorsen. Dit verslag schetst waar de oudst bekende “stenen huizen” van Naaldwijk hebben gestaan. Deze “kastelen” stonden aan de noordelijke rand van de Naaldwijkse Geest, het tegenwoordige Woerdblok. We weten dit omdat de locaties van deze kasteelwerven op alle oude kaarten duidelijk zijn aangegeven.

Het ontstaan van Naaldwijk

Langs de noordelijke oever van de Maas, van de oude duinen bij Monster tot iets voorbij Naaldwijk, ontstond een zandrug, een zogenaamde haakwal. Volgens de Toelichting bij de Geologische Kaart moet deze haakwal zijn ontstaan na de 4e eeuw. Het was een kustmilieu dat onder sterke invloed stond van de zee (eb en vloed, springtij, stormvloeden). Langs de trechtervormige brede Maas-monding kwamen begroeide kwelders voor, die al voor de bewoning van de Romeinse Tijd aan de noordoostelijke kwelderrand overstoven werden. Het eolische zand was afkomstig uit het intergetijdemilieu van de monding (wadplaten) en werd door (dominante) zuidwestelijke wind over de kwelderrand afgezet (ontstaan van de Naaldwijkse Geest). De strandwal die zo ontstond zorgde ervoor dat de overspoelingsfrequentie in het kwelderachterland sterk afnam. De rug (strandwal) zelf was zo hoog geworden dat hij niet meer werd overspoeld. In dit stadium werd deze zandrug in gebruik genomen. De eerste Romeinse sloot werd gegraven toen de zandlaag ongeveer 30 cm dik was. Een stormvloed die een dunne kleilaag achterliet, veroorzaakte wellicht ook het dichtslibben van deze sloot. Hierna ging de overstuiving van de strandwal nog door.

 

Een schets van Delfland rond het jaar 800, geprojecteerd op de huidige contouren

Bron: Genootschap Oude Westland.

Een schets van Delfland rond het jaar 1500, geprojecteerd op de huidige contouren

Bron: Genootschap Oude Westland.

 

Het aantal sporen op de geest nam in de Romeinse Tijd sterk toe, wat aangeeft dat stormvloeden geen grote bedreiging meer vormden en dat de jonge strandwal een geschikte woonplaats was geworden. In de 1e eeuw groef het Romeinse leger de Fossa Corbulonis, een verbinding tussen de Oude Rijn bij Leiden en de Gantel. De Gantel was vroeger een brede kreek die onderdeel was van een wijdvertakt stelsel van getijdekreken die bij Naaldwijk uitliepen in de monding van de Maas. Het is daarom waarschijnlijk dat bij Naaldwijk een Romeinse vlootbasis is geweest.

 

De eerste echte aanwijzingen dat er in vast op de Naaldwijkse Geest werd gewoond, dateren uit de late zesde en zevende eeuw. De herkomst van de bewoners uit die tijd is onduidelijk. Voor een deel zal de bevolking hebben bestaan uit het restant autochtonen dat na de Romeinse Tijd in het gebied van de Oude Duinen is blijven wonen. Het is echter aannemelijk dat de toename van de bevolking vanaf de late zesde eeuw voor een deel werd veroorzaakt door immigratie uit gebieden rondom de Noordzee.

 

 

Geologische Kaart Zuid-Holland

Bron: Cultuurhistorische Hoofdstructuur

 

De vroegmiddeleeuwse bewoning begint vooral op deze zandrug. Vermoed wordt dat bewoning langs de randen van de haakwal plaatsvond, terwijl het droge en zandige centrum als akkerland werd gebruikt. Weide- en hooilanden moeten dan in het natte kleigebied ten noorden van de haakwal hebben gelegen. In de Middeleeuwen werd het gebied steeds intensiever bewoond. De ontginning van de veengebieden, die al – kleinschalig – was begonnen in de IJzertijd en, grootschaliger, in de Romeinse Tijd, werd nu voortgezet, waardoor het land daalde en het gebied steeds gevoeliger werd voor overstromingen. Het gebied werd bedijkt, maar toch verliep een aantal overstromingsvloeden in de 12/13e eeuw catastrofaal: nederzettingen verdwenen en een nieuw kleipakket werd afgezet (de in oudere literatuur genoemde derde Duinkerke-transgressie). Na deze overstromingen werden dijken aangelegd om het land terug te winnen.

 

Het zeegat van de Maasmonding migreerde in de Middeleeuwen naar het zuiden waardoor in toenemende mate hoge opslibbing plaats vond (kwelderniveau) aan de zuidkant van de ‘Naaldwijkse Geest’. Deze nieuwe stukken land konden worden ingepolderd. De Naaldwijkse Geest kwam hierdoor steeds verder van de Maasmonding af te liggen. Ook na de Middeleeuwen veranderde het landschap. In het gebied ten zuiden van de dijk lag een zogeheten voorgors, de "Sandelingen" genoemd, waarin zich een duinenrij de "Radunen" bevond. Dit gors breidde zich steeds verder naar het zuiden uit en kort na 1300 werd het meest noordelijke stuk ervan bedijkt. Het voorgors dat hierdoor ontstond wordt de "Andel" genoemd. In 1371 werd de Andel in erfpacht gegeven aan de Heer Willem van Naaldwijk. In de voorwaarden daarbij werd gemeld, dat de Staelluden daar ongemoeid mochten verblijven.

 

In de afgelopen 150 jaar is de Hoge Geest vrijwel afgegraven voor grondverbetering en om dichter bij het grondwater te komen, zodat men aan tuinbouw kon doen. Het tegenwoordige Staalduinse (Staelluden) bos is gelegen op een haakwal en geeft vooral in de hogere delen ervan aan hoe de Hoge Geest van Naaldwijk er ongeveer in de middeleeuwen uitgezien heeft.

Adellijke Geslachten uit Naaldwijk

In de middeleeuwen, rond het midden van de 13e eeuw, duiken in Naaldwijkse oorkonden de naam op van de heren Van der Woerd de heren Van Foreest.

De Heren Van der Woerd

De heren van der Woerd waren een van de edelste geslachten van Holland, en zijn vermoedelijk uit het gravenhuis van Holland voortgekomen. In de middeleeuwen konden de Van der Woerds zich meten met alle andere adellijke families, zoals de Voomes, Puttens, Teylingens, Brederodes, Puttens, Duyvenvoordens, Haerlems, Polanens, Naaldwijks. De laatst genoemde familie bezat een kasteel in Honselersdijk aan de rivier de Grote Rijt en in het Opstal aan de rand van de Hoge Geest in het gebied de Poel. Mogelijk hadden de heren Van Naaldwijk ook een kasteel aan het Markvelt, het Wilhelminaplein, nu Torenburg.

 

Maatschappelijk waren de heren Van der Woerd heel belangrijk voor Naaldwijk. Ze waren ambachtsheer van Naaldwijk. Alle kleinere misdrijven, vergrijpen en zaken die van belang waren werden behandeld door de Van der Woerds. Waarschijnlijk hadden ze ook het eerste recht van offeren tijdens de collecte in de kerk, en dat vóór de Van Naaldwijks. Hierover ontstaat in de 14e eeuw strijd tussen de Van der Woerds en de Van Naaldwijks. De graaf van Holland moet er aan te pas komen, en alhoewel  de Van der Woerds waarschijnlijk oudere rechten hadden, besliste hij in het voordeel van de Van Naaldwijks. Het moet zo zijn geweest dat de Van Naaldwijks op dat moment belangrijker voor de graaf van Holland dan de Van der Woerds. Desondanks bleven de heren Van der Woerd in het bezit van het windrecht van de korenmolen van Naaldwijk. Iedere burger van Naaldwijk was verplicht om daar zijn graan te malen. Dit leverde veel inkomsten op. De korenmolen stond aan de molenstraat, waar nu café “De Stelling” is gevestigd.

 

De heren van der Woerd stammen mogelijk af van oude locale adel uit Naaldwijk, die naar wordt aangenomen woonde op de hoog gelegen delen en wel de al eerder genoemde Hoge Geest van Naaldwijk. Kennelijk was de locatie gunstig gelegen om te wonen en zoals eerder aangegeven een goed verdedigbare plek. Deze aanname wordt ondersteund door de gegevens, dat vlakbij kasteelwerf de Hoge Woerd scherven zijn gevonden uit de Romeinse en Karolingische tijd.

 

De kastelen van het geslacht Van der Woerd stonden op de Hoge Geest niet ver van het dorp Naaldwijk. Niet bekend is of ze ook verdedigbare huizen hadden in het centrum. Waarschijnlijk was dit ook niet nodig gezien de afstand. We zien in de familie Van der Woerd een oude en machtige familie die mogelijk machtiger is geweest dan de heren van Naaldwijk. De kastelen die bekend zijn van het laatste geslacht stonden in het Opstal aan de Poel en in Honselersdijk. Beiden waren relatief ver van het dorp gelegen. Zowel de Van der Woerds als de Van Naaldwijks waren verwant aan de Voornes. Het kasteel Honsel in Honselersdijk was een leen van de heren van Voorne. De Hoge Woerd een leen van de graaf van Holland. De Lage Woerd was pas in het begin van de 16e eeuw een leen van de leenkamer van Honsel.

 

De familie van Naaldwijk hebben kennelijk meer steun gekregen van de graaf van Holland, want in de kwestie van het voorofferen in de kerk krijgen zij van de graaf gelijk. Mogelijk hadden de familie de oudste rechten, maar in de grafelijke politiek van de 14e eeuw krijgt de familie van Naaldwijk de steun van de graaf. Opvallend is wel dat de Van Naaldwijks het patronaatsrecht bezitten van de kerk van Naaldwijk. De kerk is dus feitelijk van hun en zij konden de pastoor benoemen en hadden daarmee een zeer grote invloed op alle inwoners van Naaldwijk. Het geslachtswapen van der Woerd is te zien op een bord in het Westland archief.  

De Heren Van Foreest

Het is waarschijnlijk dat in Naaldwijk de oudste wortels van de familie van Foreest liggen. In het boek “Het Oude Geslacht Van Foreest” beschrijft Hendrik Albert van Foreest een tweetal suggesties. Ten eerste de suggestie van Beelaerts, dat de Foreesten in het begin der dertiende eeuw zijn voortgekomen uit Van der Woert, waarvan zij het wapen voeren in omgewisselde kleuren. De Foreesten, zegt Beelaerts, moeten (mits stammende uit van der Woert) tot die stand hebben behoord. Deze conclusie berust in het kort op de volgende overwegingen: de Voornes worden algemeen als afstammelingen van de graven beschouwd; de Woerts zullen jongere zoons van Voorne zijn geweest, want zij waren hun leenmannen en bloedverwanten tevens; tezamen worden zij met de Teylingens in 1227 - respectievelijk 1233 - als nobiles gequalificeerd, evenals Machteld van Foreest tezamen met Willem van Brederode , anno 1250. Ten tweede is er de suggestie van De Monte verLoren, dat de Foreesten “kennelijk stammen uit de zeer aanzienlijke van der Woerdts, die op hun beurt waarschijnlijk uit de heeren van Voorne gesproten zijn, welke laatste men tot de klasse der dynasten mag rekenen, en waarvan zelfs wel is verondersteld, dat zij uit het Hollandsche gravenhuis gesproten zijn".

 

Een laat zestiende-eeuws familiepapier neemt al als vaststaand aan, dat: "die van Foreest, ridderen, ambachtsheren van Middelburgh in Hollant zijn gesproeten van een jonger zoon van die van Woerdt tot Naeltwijc" [zie Genealogische Verscheidenheden in het Familie Archief Van Foreest]. Verschillende gronden steunen deze stelling, zoals de overeenstemming in wapen, titel, voornamen, betrekkingen, en geografische naamgeving, alsmede het anders onverklaarde feit, dat Foreest eerst in het midden der 13de eeuw als een vrij-edel geslacht opduikt, zonder spoor van herkomst. Waarschijnlijk is het zo dat Herbaren van der Woerd de vader is van een zoon Willem (1241- 1282), die zich later Van Foreest hebben genoemd. In 1336 sterft het geslacht van der Woerd in rechte lijn uit. Het geslachtswapen van Foreest is waarschijnlijk van het geslachtswapen van der Woerd afgeleid. De wapenschilden van de families zijn hetzelfde, al dan niet met omgekeerde kleuren (zie hieronder).

 

Familiewapen “Van de Woert”

Hangt in studiezaal van het Westlands Archief in Naaldwijk

Aan de achterkant staat Gerhard Jansen, 's-Gravenhage, 1940

Familiewapen “Van Foreest”

Archief Familie Van Foreest in Alkmaar (nr. 246)

Adelsdiploma van Jhr C. van Foreest, 1817

 

 

In 1390 wordt in een oorkonde melding gemaakt van een land “Foreest”. Dit land wordt later, in 1429, beschreven als "zeven margenlants luttelminoftmeer", gelegen aan "die groene wech" in "die Noerdinghe"; nabij of grenzende aan dat van "Genit van del' Woert mit lant dat hij hout uter hoffstede van Voeme", alsmede aan bezittingen van Naaldwijk, Liesveld en dergelijke verwanten of nazaten der oude van der Woerts. Ook blijkt het geslacht van Foreest (nog) in 1410 in dit ambacht gegoed te zijn. In dat jaar grenst een stuk grond aan dat van "Floris kint van Foreest"; de voornaam, welke bij Woert zo algemeen is. Deze vermeldingen zijn allen te vinden in Nassau's Domeinarchief, no. 6524, Leenboek van Naaldwijk 1e deel.

 

Zegels “Van de Woert” en “Van Foreest”

Archief Familie Van Foreest in Alkmaar

 

 

Dit steunt de hypothese, dat een jongere zoon van Woert zich in het begin van de 13de eeuw naar het land Foreest is gaan noemen, de kleuren van het ouderlijk wapen heeft omgekeerd en mogelijk voor korte tijd daar heeft gewoond. Men mag verwachten, dat hun gemeenschappelijk blazoen ter plaatse in hoge achting stond en door de "welgeboren" en bastaardtakken, of afstammelingen in vrouwelijke lijn, die van beide families zijn afgesplitst, is overgenomen en voort gedragen. Zulk een ontwikkeling moet de hoekige dwarsbalk in die buurt tot een streekwapen hebben gemaakt, gelijk het rad in de omtrek van Heusden of het gekeperde veld tussen Egmond en Beverwijk.

Middeleeuwse Naaldwijkse Kasteelwerven

We weten nu grofweg hoe Naaldwijk is ontstaan en dat de eerste “stenen huizen” op en rondom de Naaldwijkse Geest werden gebouwd. De adellijke families aan de noordrand van de Geest bezaten tenminste drie middeleeuwse ridderhofsteden, te weten Hoge Woerd, Lage Woerd, en Foreest. We weten dit omdat de locaties van deze kasteelwerven op alle oude kaarten duidelijk zijn aangegeven. In dit hoofdstuk beschrijven wij de geschiedenis van ieder van de kasteelwerven afzonderlijk.

Kasteelwerf Hoge Woerd

De Heren van der Woerd hebben een groot kasteel van 1½ morgen d.i. ruim 1 hectare, de “Hoge Woerd”, op de Hoge Geest van Naaldwijk, waarvan de oprijlaan uitkomt op de Dijkweg, zie kaart van Kruikius uit 1712. In het Kaartboek van Naaldwijk is de Hoge Woerd 1½ morgen groot. Het kasteel ligt op de noordoostelijke rand van de Hoge Geest, waarlangs een riviertje stroomde, wat nu nog te herkennen is het landschap. Het riviertje stroomde richting Maas en passeerde ook het kasteel de Lage Woerd.

 

Hoge Woerd te Naaldwijk

Kaartboek Naaldwijk 1623

De kasteelwerf Hoge Woert is door grachten omringd en er staat een boerderij. De oprijlaan heet Woerts laen

Hoge Woerd te Naaldwijk

Kaartboek Kruikius 1712

De kasteelwerf Hoge Woert is door grachten omringd en er staat een duiventoren. De oprijlaan heet Woerts laen.

 

 

Het kasteel de Hoge Woerd is op een logische plaats gelegen, want het lag hoog ten opzichte van de omgeving en door een natuurlijk water en een gegraven gracht was het kasteel goed verdedigbaar. Over hoe het kasteel eruit heeft gezien, is niet veel bekend. Op oude kaarten is slechts nog een kleine duiventoren te zien, wat een adellijk voorrecht was. Het kasteel zelf is dus al vroeg afgebroken. Meestal werden de kloostermoppen (stenen) boven het maaiveld schoongebikt en doorverkocht. De specie, kalkhoudend bleef achter. Uit de leenboeken is wel bekend dat de Hoge Woerd een boomgaard had, die veel geld opbracht en daarom geliefd was om in bezit te hebben en te verhuren. De fruitbomen m.n. peren groeiden er goed, omdat de grond veel kalk bevatten door de gesloopte muren waar kalk vanaf kwam. We komen de Hoge Woerd als 8.5 hond tegen in het leenboek van de 10e penning (een belastingkohier op onroerend goed in 1561):

 

Adriaen Adriaenszn. boode van Naaldwijk bruyct van Jan Hobijn procureur van den Hove van Holland een boemgaert geraemptgroet te wesen achtalf hondt

genaempt die Hoeghe Woert die marghen ghetaxeert op 10 p.

fxt. 12 p. 10 sch. ---- compt. den 10e penn.---- 1 p. 5 sch 0

 

Op kaarten uit de 19e eeuw is de kasteelwerf van de Hoge Woerd nog goed te herkennen. Op de kasteelwerf Hoge Woerd staat een gebouw dat “Maison de Duivetoorn” wordt genoemd, zie kadastrale minuut van 1830. Aan het einde van de 19e eeuw heet dat gebouw nog steeds de Duiventoren, zie Gemeente Atlas Nederland Kuyper uit 1895-1870.

 

Hoge Woerd te Naaldwijk

Kadastrale Minuut van ca. 1830

De Hoge Woerd is perceel 143.

De Hoge Woerd aangeduid als Maison De Duiventoorn.

Hoge Woerd te Naaldwijk

Gemeente Atlas Nederland Kuyper 1895-1870

De Hoge Woerd aangeduid als de Duiventoren.

Het kasteel Hondsholdredijk is gesloopt .

 

Kasteelwerf Lage Woerd

Een ander kasteel met de naam “Lage Woerd” was ook gelegen op de Hoge Geest en was niet ver van het kasteel de Hoge Woerd. Het gebied dat tegenwoordig de Lage Woerd heette in de 14e eeuw Kethel, wat ‘laag gelegen gebied’ betekent. Het kasteel was omgeven door een slotgracht, wat op enkele prenten nog te zien is en gezien het toponiem Kethel geen verbazing zal wekken.

 

Het is onduidelijk waar het voorvoegsel Hoge en Lage voor staan. Heeft het te maken met de geografische ligging? Heeft het te maken met boven en beneden de rivierstroom? Heeft het te maken met een latere afsplitsing? Of mogelijk met allen? De Lage Woerd was wat kleiner dan de Hoge Woerd. In het Kaartboek van Naaldwijk is de Lage Woerd één morgen groot. Gezien het verschil in grootte en de naam Hoog en Laag zien we in de Hoge Woerd het stamslot van de familie van der Woerd. De Lage Woerd zal een afsplitsing zijn van het oorspronkelijke familiebezit op de Hoge Geest ten noorden van Naaldwijk. In welke tijd dit heeft plaatsgevonden is niet duidelijk. We schatten dat het echter heeft plaatsgevonden in de 12e/13e eeuw. 

 

 

Lage Woerd te Naaldwijk

Kaartboek Naaldwijk 1623

De Lage Woerd is perceel 21

Lage Woerd te Naaldwijk

Kaartboek Kruikius 1712

De Lage Woerd met duiventoren

 

Over hoe de Lage Woerd eruit heeft gezien, zijn we beter ingelicht dan de Hoge Woerd. In 1561 heeft de Lage Woerd een duiventoren. Het staat er letterlijk in deze belastingkohier. Deze toren kennen we uit 18e eeuwse prenten van Abraham Rademaker (1676-1735) [i], Cornelis Pronck (1691-1759) [ii], het kaartboek van Persijn van Oudendijk (anno 20 februari 1691)[iii] en een kaart van Kruikius uit 1712.  Op de kaart van Persijn van Oudendijk is de kasteelwerf fantastisch getekend. De stippen binnen de gracht zijn de aanduiding voor fruitbomen. Langs de oprijlaan en grachten staan waarschijnlijk gewone bomen als windbreker. De toren is er ook goed op te zien, met dak en waarschijnlijk een soort houten constructies erop voor de duiven en windvaan.

 

Lage Woerd te Naaldwijk

Kaartboek van Persijn van Oudendijk (20 febr. 1691)

De Lage Woerd met Duiventoren

 

De grote toren, mogelijk een donjon, leek op de onderkant van de kerktoren op het Wilhelminaplein, volgens onderwijzer H. van den Berg in het midden van de 19e eeuw. Oude Naaldwijkers hebben de toren nog gekend. Een opgraving in 1956, waarbij de bekende locale amateur-historicus Jan Emmens aanwezig was, bevestigt het geheel, zie ook ons verslag Archeologische vondsten in het Woerdblok.

 

 

Lage Woerd te Naaldwijk

Tekening van Rademaker, 18e eeuw

“Lage Woert bij Naaltwyk”

Lage Woerd te Naaldwijk

Tekening van Cornelis Pronck, 1735

“Lage Woert bij Naaltwyk”

 

Op de kadastrale minuut van 1830 is het slotenpatroon van kasteelterrein Lage Woerd duidelijk aangegeven. Er is een bebouwing (boerderij) op de plaats waar het vermoedelijke het stenen huis heeft gestaan. De Gemeente Atlas Nederland Kuyper uit 1895-1870 vermeldt een gebied de “Lage Woerd”.

 

Lage Woerd te Naaldwijk

Kadastrale Minuut van ca. 1830

De Lage Woerd is perceel 169.

Lage Woerd te Naaldwijk

Gemeente Atlas Nederland Kuyper 1895-1870

De Lage Woerd wordt expliciet aangeduid.

 

Kasteelwerf Foreest

Een derde kasteel, waarop een zijtak van de familie van der Woerd woonde, de familie met de naam Foreest, ligt meer westelijk van de Lage Woerd en ligt ten westen van de begraafplaats aan de Geestweg. In het leenboek van de 10e penning (een belastingkohier op onroerend goed in 1561) komen we Foreest tegen als een leen van Pieter Cornelisz. Cappoen:

 

Pieter Corneliszn. cappoen bruyct van den Heilighe Gheest tot Naeldwijc 14 hondt gheest lants .... jaerl. voor 3 p. 7 sch. 6 d. Hier aff getrocken die tweee derdepaerten alsoe dit lant exempt (d.w.z. leeg) ... blijft noch 1p. 2 sch 6 d.

copt. den 10e penn. tot laste vanden bruycker ------ 2 sch 3 d.

 

Noch van t capittel tot Naeldwijc eene marghen gheestlants daer zijn huys barghen enz. geboempten op staet jaerl(ijks) voor 2 p. 10 sch enz. een paer cappoenen off ....

daer voor .... ------------------- 3 p

compt den 10e penn. ------ 6 sch.

 

Noch vier marhen gheestlandts hem eyghen toe behoerende drie marghen getaxeert op 2 p.....--------------------------------8 p.

compt. den 10e penn. ------- 16 sch..

 

Pieter Corneliszn. Cappoen gebruikte toen drie percelen, waarvan één met huis. Samen brengen de landgoederen minder op dan de boomgaarden Lage en Hoge Woerd. Deze percelen zijn in het Kaartboek van Nassau Domeinen aan te wijzen als de percelen 2, 3, en 4.

 

De kasteelwerf Foreest is duidelijk aangegeven op het kaartboek Nassau Domeinen 1910-20 en het Kaartboek van het Baljuwschap van Naaldwijk (1623). In het kaartboek Nassau Domeinen wordt een Jan Jansz Foreest genoemd, die waarschijnlijk de vader is van de Pieter Jansz. Foreest uit het Kaartboek van het baljuwschap van Naaldwijk. In het laatste kaartboek is de kasteelwerf oranje omlijnd, en is de kasteelwerf 1 morgen groot (d.i. 0.85 hectare).[iv]

 

Foreest te Naaldwijk

Kaartboek Nassau Domeinen 1610-1620

Op de kasteelwerf staan boerderij, schuur, hooiberg, en fruitbomen.

Foreest te Naaldwijk

Kaartboek Naaldwijk 1623

Op de kasteelwerf staan boerderij, schuur, hooiberg, en fruitbomen.

 

Ook op de kaart van Kruikius uit 1712 is de kasteelwerf Foreest duidelijk aanwijsbaar. De oprijlaan met aan weerszijden grachten is buiten gebruik geraakt voordat Kruikius zijn kaart in 1712 maakte. De nieuwe oprijlaan, een zandpad zonder sloten aan weerszijden, ligt nu aan zuidelijke helft van de kasteelwerf. De oude oprijlaan is nog wel herkenbaar in een kanaal (schouwwatering).

 

Foreest te Naaldwijk

Kaartboek Naaldwijk 1623

Kasteelwerf Foreest (perceel 3) met oprijlaan en grachtengordel

Foreest te Naaldwijk

Kaartboek Kruikius 1712

De Kasteelwerf Foreest met zandpad en boomgaard

 

Volgens de kadastrale minuut van 1830 staan er twee gebouwen op de kasteelwerf Foreest. De oprijlaan die te zien is op de Kruikius kaart loopt van de kasteelwerf naar Chemin “De Noordweg”, de latere Geestweg. Op de Gemeente Atlas Nederland Kuyper uit 1895-1870 is weinig meer van de werf te herkennen.

 

Foreest te Naaldwijk

Kadastrale Minuut van ca. 1830

Kasteeelwerf Foreest beslaat perceel 122.

Foreest te Naaldwijk

Gemeente Atlas Nederland Kuyper 1895-1870

Alleen de Groeneweg is aangeduid.

 

 

Het land Foreest

Het kasteel Foreest en de familie is waarschijnlijk genoemd naar een stuk land ten noorden ervan wat liep tot aan de Kleine Achterweg en in de middeleeuwen Foreest heette. We komen op 13 december 1390 de naam Foreest tegen in de leenkamer van Honselersdijk. Het is in het kaartboek van Naaldwijk nummer 6. Het perceel wordt dan omschreven als: “een stuk land, genaamd Foreest”. In het Kaartboek van het baljuwschap van Naaldwijk" uit 1623 staat dat het land ten zuiden en westen van de kasteelwerf dan nog wordt gepacht door Jan Jans Foreest.

 

Foreest te Naaldwijk

Kaartboek Nassau Domeinen 1610-1620

Op de kasteelwerf Foreest staat een boerderij.

Land rondom de werf behoort aan Jan Jansz. Foreest.

Foreest te Naaldwijk

Kaartboek Naaldwijk 1623

Nummer 3 is de kasteelwerf Foreest

Nummer 6 is “een stuk land, genaamd Foreest”.

 

De heer Groenewegen vermoedt dat het land “Foreest” een groter deel besloeg dan alleen perceel 6 in het Kaartboek van Naaldwijk uit 1923. Uit het leen van de leenkamer van Hontshol zou men kunnen concluderen dat Foreest mogelijk ook nr. 5, 7 en mogelijk een deel van 8 kan zijn in het kaartboek van Naaldwijk (KBN) uit 1623. [zie Hoek (1972) p.152.].

 

De omschrijving van leen nummer 3 is 5 hond land wat op 13-12-1390 in leen wordt gehouden door Bertelmees Tymanszn. Als we in de kantlijn van het KBN de leenhouder volgen tot 1623/5 dan komen we in 1625 Claes Goverts van der Tack tegen. Deze Claes bezit de lenen nr. 6, 7 en 8. Er staat ook dat Nr. 6 en 7 samen 7 morgen zijn.

 

Dezelfde Claes Govert van der Tack komen we ook tegen in het boek van de leenkamer van Hontshol (BLH). Volgens de leenhouder bezit Claes Govert van der Tack nr. 13 en 14 in de leenkamer van Hontshol: "De helft van 7 morgen land gemeen met Aelbrecht Jansz. en genaamd het Foreest,". Ten zuiden grenst de 5 hond van leen nr. 3 aan Gerrit van der Woert en daarmee weten we wie op 13-12-1390 de bezitter was van de Hoge Woerd. Op 16-8-1429 is dit Heynric van Liesvelt (Heemskerk, die heer was van Liesvelt). Heynric woonde op kasteel Marquette in Heemskerk.

 

Als we naar het kaartmateriaal kijken, de omschrijving in de aanhef van het leen nr. 3 in BLH en naar de geografische ligging van Foreest dan is het aannemelijk dat Foreest een groter gebied zal zijn geweest en wel nr. 5, 6, 7 en een deel van nr. 8 in het KBN. Nummer 5 in het KBN was in het bezit van "Huyse van Naeldwijck". Dit komt overeen met de omschrijving: de 5 hond grenst aan: "ten westen: een stuk land, genaamd het Foreest"..... en: "De helft van 7 morgen land gemeen met Aelbrecht Jansz. en genaamd het Foreest,"..... Conclusie: Foreest is nr. 6,7 en een deel van 8, het westelijk deel. Zeer waarschijnlijk hoorde hier ook nr. 5 bij. De mogelijke omtrekken van het land Foreest zijn hieronder aangegeven in het KBN van 1623.

 

 

Land “Foreest” te Naaldwijk

Kaartboek Naaldwijk 1623

Het land "Foreest" besloeg nr. 6, 7 en het zuid/westelijk deel van 8 (rode omlijning),

Mogelijk behoorde ook nr. 5 (oranje omlijning) ook tot het land “Foreest”

 

Het Hoogwerf Gebied

De heer Groenewegen heeft recent aanwijzingen gevonden de kasteelwerf Foreest mogelijk van het motte-type is. In het Cartularium van het Capittel van St. Adrianus en het testamentenregister van de Heilige Geest van Naaldwijk komen we Foreest tegen als Hoogwerf. [v] In de literatuur wordt hoogwerf aangemerkt als zijnde een kasteel van het motte-type.[vi] In het westen van Nederland komt de aanduiding hoogwerf veelvuldig voor, zo ook in het Westland en in dit geval Naaldwijk[vii]:

 

·         Aan de zuidpunt van de Hoge Geest van Naaldwijk ligt aan de Zuidweg de Hoogwerf,

·         Bij het Potterslaantje ligt een hoogwerf  de Jan Dirxszn. Van Teylinghe woning, later de Hopwerf genaamd

·         Bij de Vlietwoning van Willem Corssen van Vliet, een zijtak van Van der Woerd wordt een Hoochwerfken genoemd

·         Aan de Middelbroekweg ligt de Stomperdijk.

 

Een regest, opgesteld door C. Hoek omschrijft de hoogwerf in 1508 als volgt: Mees Henricsz. en zijn vrouw Baertgen schenken aan de Heilige Geest van Naaldwijk 14 hond land, gelegen op de geest en genaamd de Hogewerff, belend ten oosten: het kapittel (van Naaldwijk), ten westen: een banweg (Geestweg), ten noorden: een laan toebehorende aan het kapittel, ten zuiden: de broeders van ’s-Gravenzande. Met de laan wordt de recent vergraven laan bedoeld, die oostwaarts liep van de Geestweg naar de kasteelwerf Foreest.

 

In het Kaartboek van het Baljuwschap van Naaldwijk (1623) komen we deze 14 hond (2 morgen, 2 hond en 0 roeden) tegen:

 

Pieter Jansz. Foreest, gebruickt hier veertien hond in eijgendom, zuydaentvoorgaende, met het westende aenden achterwech (Geestweg), streckende tot het naervolgenden, gecocht vanden Heijligen Geest tot Naeldwijck” 2-2-0

 

Op 16 mei 1520 maakt eerder genoemde Mees, of Bertelmees Henricsz. Getrouwd met Baertgen zijn testament op. (Mees is een aanzienlijke persoon binnen de gemeenschap van Naaldwijk. Hij is rentmeester voor het Sint-Adelbertabdij te Egmond in het Westland van 1494 tot 1506 en zijn zoon Willem Meesz van 1519-20.[viii] Zijn vrouw Baertgen is familie van Willem Corssen van Vliet.[ix] Hun zoon is Martinus Dorpius, die hoogleraar in de wijsbegeerte wordt, na o.a. een opleiding aan de kapittelschool van Naaldwijk te hebben gevolgd. Als kroon op zijn carrière in 1523 wordt hij rector van de universiteit van Leuven en hij is bevriend geweest met Erasmus.) In zijn testament bepaalt Mees, dat hij die helft van de Hogewerff opte Geest, die heel groot is XIIII hont, gemeen mit denselven Heyligen Geest (van Naaldwijk) … Deze 14 hont wordt gebruikt door Gerijt Adriaens voor 28 stuvers per jaar.[x] De hoogwerf  heeft de grootte van twee morgen en twee hont, oftewel de hierboven genoemde 14 hont. Samen met nr. 3 in het kaartboek, wat 1 morgen groot is komen we op 3 morgen en 2 hond.

 

De heren van Voorne bezaten ook een motte kasteel in Oost Voorne. De resten van de (Jacoba) burcht liggen, op een opgeworpen heuvel (motte), achter het raadhuis in het centrum van Oostvoorne.

 

 

Bronnen

Onze belangrijkste bronnen zijn hieronder gespecificeerd.

 

Literatuur:

·         Onderzoekskader

·         ( a, b, c, d) Een Standaard Archeologische Inventarisatie (SAI)

·         Verwachte archeologische waarden

·         Bibliografie

·         Bijlage

 

 

Websites:

 

 



[i] Abraham Rademaker (1676-1735) was de belangrijkste topografische kunstenaar uit het eerste kwart van de achttiende eeuw. Tijdens zijn leven heeft hij duizenden tekeningen en prenten vervaardigd, waaronder een afzonderlijke reeks tekeningen van Nederlandse kastelen die zowel in welstand als in vervallen staat zijn afgebeeld. Hij tekende naar wat hij zag; Hij tekende tekeningen na; Hij tekende na en fantaseerde erbij en varianten op het vorige. Het boek “de kasteeltekeningen van Abraham Rademaker” van Beelaerts van Blokland en Dumas (2006) laat zien dat de tekeningen best betrouwbaar kunnen zijn. Maar het is oppassen want het ging om de verkoop van prenten, die volop werden verzameld in de 18 en 19e eeuw, waarbij men het niet al te nauw nam met de juiste weergave.

[ii] Cornelis Pronck (1691-1759) was een gevierd topografisch tekenaar en belangrijk als oprichter van een topografische tekenschool. Jan de Beijer (of Beyer) was de voornaamste leerling van Pronk. Hij werkte vijf jaar in opdracht van Andries Schoemaker (1660-1735) een rijke textielkoopman uit Amsterdam, waarmee hij reizen maakte door Holland, Gelderland, Overijssel, Drente en Friesland. Vanaf 1742 werkte Pronk in opdracht van de Amsterdamse uitgever Isaac Tirion aan de uitgave "Verheerlykt Nederland of Kabinet van hedendaagsche gezigten".

[iii] Uit de leenkamer van Hontshol door C. Hoek; Ons Voorgeslacht juli/aug. 1972 blz. 163 en 164, nr. 15. Op 5-6-1684 komt Cornelis van Ouwendijk voor, waardoor het leen afgebeeld is in een kaartboek van de familie Persijn van Ouwendijk (particulier bezit in Amerika).

[iv] Kaartboek van het Baljuwschap van Naaldwijk (KBN), Archief Westland; facsimile uitgave Canaletto, fol. 19

[v] Cartularium (Cvn) bevindt zich in de Koninklijke bibliotheek. H. G. Testamentenregister in het Historisch Archief Westland; uitgegeven door C. Hoek in het Jaarboek van Ons Voorgeslacht, 1961.

[vi] M. van der Kooy, De Hof te Schie, in Holland, Regionaal-Historisch Tijdschrift, Vierde Jaargang, nummer 2, april 1972, p. 41: ….“Uit een onderzoek in Zeeland is gebleken, dat de motte-kastelen hier werven, later hoochwerf, hoochwal en berg worden genoemd”. De Claes Bloemensoenwoninghe aan de Lyerdyc genoemd als “die Hoghe-wal” (Hoge Noordweg) behoort tot hetzelfde type; zie Kastelen in en om Naaldwijk door H.I.M. Groenewegen in Historisch Jaarboek Westland 1996, nr. 9, p. 109.

[vii] Zie noot 1, H.I.M. Groenewegen, p. 104, afb. 1, nr. 6, 15, 16 en 21

[viii] De abdij van Egmond van de aanvang tot 1573, J. Hof, Hollandse studiën 5, p. 466. Zie ook Inhoudsopgave van het Cvn, “onse rentemeester”

[ix] Groenewegen, p. 111, noot 27, Leenkamer Honsel, C. Hoek, in Ons Voorgeslacht juli/aug. 1972 p. 161, nr. 12

[x] Cvn f. 187v;