o-boom1.gif (1242 bytes)


Oranjeboom Bierbrouwerij B.V.

Ceresstraat 13
4811 CA Breda
Provincie: Noord-Brabant
Telefoon: 076-5252424
Fax: 076-5252505

Over de brouwerij

De historie van Oranjeboom gaat terug tot 1671. De brouwerij is oorspronkelijk voortgekomen uit een tweetal brouwerijen. Deze brouwerijen zijn Brouwerij De Dissel, gelegen aan de Coolvest en Brouwerij d'Orangienboom, gelegen aan de noordzijde van de Nieuwe Haven, tussen de Jaap Quackensteeg en de Capiteyn Imansteeg.
BROUWERIJ DE DISSEL Aan de Coolvest, vlak bij de Delftse Poort, staat een branderij die dateert van voor 1650. Op 9 november 1650 draagt de Stad Rotterdam over aan de brander-installateur Anthony van Kempen een erf "daarop den voormelden van Kempen te deele een branderije heeft getimmerd, gelegen bij de Delftse Poort aan de Vest". In 1671 gaat de zaak voor 3350 gulden over in handen van Hendrick van Str(u)ijckersbergh. Deze vestigt er naast de branderij een brouwerij, die de naam Brouwerij De Dissel draagt. Hiernaast is hij marktschipper van Rotterdam op Delft. Behalve het bedrijf aan de Vest had hij ook nog een huis aan de Blaak en aan de noordzijde van de Houttuin. Het ging echter bergafwaarts met de zaken van van Str(u)ijckersbergh, want nadat hij zijn huis aan de Houttuin al had moeten verkopen, stellen schout en schepenen in september 1678 curators over zijn boedel aan, die een paar weken later aan Adriaan van Leeuwen verkopen "brouwerie, mouterie, Branderije, genaamd De Dissel, met de gereedschappen, zoals ketels, backen, kuypen als andere by deselve volgens de inventaris daar van zynde" voor 2035 guldens (waaronder de lossen gereedschappen, die op 678 guldens werden getaxeerd). Hiernaast raakt Van Str(u)ijckersbergh zijn marktschippersvergunning kwijt.
BROUWERIJ D'ORANGIENBOOM In 1670 werd in Rotterdam door vier kooplieden Brouwerij d'Orangienboom opgericht die ieder een kwart aandeel hadden. De aandelen wisselden echter snel van eigenaar en kwamen in april 1672 in handen van de uit Oud-Beijerland afkomstige Leonard Romeijn en Jacob Palingh.
Het is Leonard Romeijn die beide bedrijven samen zou voegen. In 1672 treedt hij in het huwelijk met dochter Engeltje van Adriaan van Leeuwen van Brouwerij De Dissel.
In 1682 blijkt dat de brouwerij aan de Nieuwe Haven is opgeheven en haar naam heeft gegeven aan De Dissel, die dus in het vervolg Brouwerij d'Orangienboom heet. Leonard is aldaar de brouwmeester. Wat Romeijn destijds ertoe bewogen heeft zijn eigen bedrijf aan de Nieuwe Haven op te heffen en voort te zetten aan de Vest is onbekend. Mogelijk dat de toestand van de gebouwen en gereedschappen aan de Vest van betere kwaliteit waren, dan wel het beschikbare brouwwater.
Tot 1705 blijft Romeijn eigenaar van de brouwerij. Op 3 december 1705 verkoopt hij al zijn bezittingen, waaronder een azijnmakerij, maar ook d'Orangienboom, aan Cornelis van Royen, luitenant van de burgerij en koopman, voor 5350 guldens. Romeijn oefende toentertijd al enige tijd het brouwbedrijf niet meer uit.
Van Royen zorgde ervoor dat de brouwerij weer enige uitbreiding onderging. In 1706 kocht hij van de stad een erf gelegen achter de brouwerij, belend ten zuiden door de tuin van de stads Doele. In 1711, als hij zijn testament maakt, blijkt hij niet meer als brouwer werkzaam te zijn. Hij wordt dan koopman genoemd. Zijn zoon Cornelis Jr bewoont de boerderij en oefent waarschijnlijk het brouwbedrijf uit. Drie dagen nadat hij zijn testament heeft veranderd overlijdt Cornelis Sr.
In 1718 wordt een huis "strekkende tot achter de sloot" gekocht en in 1719 een opstal van een loods, "staande op stadsgrond belend ten oosten door de brouwerij". Cornelis van Royen Jr overlijdt in 1742. Omdat er geen zoon is die hem in het bedrijf kan opvolgen, laat zijn weduwe Alida Le Roij de zaak publiek veilen en op 27 oktober 1742 heeft de overdracht plaats aan Wouter Lis, apotheker, van "den brouwerij den Oranjeboom met deszelfs huizing, alle ap- en dependetien van dien en zulks met kuypen, koperen ketels, vier koelbacken, kuyphuys, packhuyse, brandery, stalling met deszelfs koetshuys en hooizolders, dorschvloeren en moutkassen, alles staande en gelegen naast elkander belend ten suyde door de Doelesloot, tuyne van stads Doele" voor 25312 guldens en 10 stuivers.
Op 17 december 1748 draagt Lis dit alles over aan een jonge man, de 24-jarige Willem Messchert van Ingen. Ook deze heeft het zijne tot de uitbreiding bijgedragen. In 1760 wordt hij eigenaar van een wagenhuis met stal en in 1762 verzoekt hij toestemming bij de Vroedschap om een stukje van de Doelesloot te mogen kopen, omdat zijn brouwerij en pakhuizen aan de zijde van de Doelesloot door het uitschuiven en zakken van de fundamenten dreigen in te storten. Na het overlijden van Willem Messchert van Ingen in 1774 bleef zijn nalatenschap onverdeeld onder zijn zeven kinderen. Men richtte een vennootschap op, waarvan één der zoons, Jan Messchert, direkteur werd. Deze is in 1792 mede-ondertekenaar van een verzoekschrift van de Rotterdamse brouwers aan de stadsregering. Zij klagen over de concurrentie van geïmporteerd (zogenaamd 'buitengebrouwen') bier en wijzen op het verval van de Rotterdamse brouwerijen. Er zijn er dan nog maar zeven over. Men vraagt beschermende maatregelen, bijvoorbeeld extra belasting op importbier ten bate van de armen. Vanaf 1793 zet Jan het bedrijf alleen voort. Jan Messchert overlijdt in 1807 en de firma Jan Messchert & Co, waartoe behalve Den Oranjeboom ook nog de azijnmakerij Het Lam behoort, wordt voortgezet onder leiding van zijn broer Antoni en diens zoon Willem. In 1818 wordt Jan's zoon Andries de Normandie Messchert aan de direktie toegevoegd. Willem Messchert houdt zich, behalve met bier, ook met de Nederlandse letteren bezig. Hij is zeer gevierd als dichter en bevriend met Bilderdijk en Tollens. Enkele van zijn werken zijn bekroond.
In 1828 eindigt het tijdperk Messchert. De brouwerij wordt geveild. Willem Baartz telt 27000 gulden neer voor de gebouwen en nog eens 35000 gulden voor de voorraden en de inventaris. Na enkele jaren gaat Pieter Hendrik Tromp deel uitmaken van de zaak, zodat deze de naam Firma Baartz en Tromp gaat dragen. In het adresboek van 1834 wordt de firma genoemd: "Messchert, nu Baartz en Tromp". Tromp blijft tot 1857 bij de brouwerij betrokken. Daarna wordt de zaak voortgezet door vader en zoon Baartz, waardoor de firmanaam met ingang van 1 januari 1857 wordt "Baartz & Zoon".
In 1860 heeft C.W.J. Hoijer als medefirmant zijn intrede gedaan in het bedrijf. Kort daarna trekt Baartz Sr zich terug uit het bedrijf. Hoyer overlijdt in 1863. In 1866 gaat Baartz Jr een vennootschap aan met Hoyer Jr.
Omdat het eeuwenoude pand aan de Coolvest inmiddels in zeer slechte staat verkeerde, is het in 1860 gedeeltelijk gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Bij de voltooiing hiervan in 1861 metselt men een fraaie grijze gevelsteen in met afbeelding van een oranjeboom en het jaartal 1861.
Het bieraanbod is in die jaren veelzijdig. In het midden van de negentiende eeuw leverde Oranjeboom o.a. Princesse, Blank Gerste, Minnebier zoet, Bruin uitzet en Oostindisch.
In ongeveer 1870 vindt een belangrijke omwenteling plaats in de Nederlandse bierbrouwerijindustrie: het zogenaamde Beierse bier wint enorm aan populariteit en de Firma Heineken & Co besluit als eerste in Nederland om op de nieuwe Beierse produktiewijze over te gaan. Ook Baartz heeft in 1871 plannen om in Rotterdam een Beierse bierbrouwerij op te richten. Heineken vreest concurrentie en treedt met Baartz in contact om er een gezamenlijke onderneming van te maken. Op 11 januari 1873 wordt de N.V. Heinekens Bierbrouwerij Maatschappij (H.B.M.) opgericht voor een periode van 49 jaar en 9 maanden.
De heer Hoijer, die in 1860 als medefirmant zijn intrede had gedaan, is één van de vier directeuren en Baartz wordt commissaris.
Heineken heeft 166 van de 240 aandelen … f 5.000,00, Baartz heeft er 20. Deze N.V. bouwt in Rotterdam een nieuwe brouwerij aan de Crooswijkschen Singel, die slechts ondergistend bier zal produceren, terwijl de Oranjeboom doorgaat met de produktie van bovengistend bier. Hevige conflicten breken er echter uit in de directie van H.B.M. als in 1884 blijkt dat de Oranjeboom aankoop overweegt van een Linde-ijsmachine, volgens H.B.M. nodig voor de bereiding van ondergistend bier, volgens Baartz om -in een nieuw te bouwen brouwerij (buiten de stad)- de bovengistende bieren door inrichting en koude temperatuur te kunnen verbeteren in kwaliteit.
fabriekrotterdam.jpg (62913 bytes)Op 11 augustus begint Oranjeboom met de bouw van een eigen brouwerij voor Beiers bier in de Oranjeboomstraat te Rotterdam Zuid, die haar naam ontleent aan de brouwerij. In 1885 wordt dit modern geoutilleerd bedrijf voor de produktie van bovengistend en ondergistend bier in Rotterdam Zuid in gebruik genomen. De vestiging aan de Coolvest blijft tot 1902 in gebruik als bijkantoor en opslagplaats.
De Beierse produktiewijze is in tegenstelling tot de tot dan toegepaste bovengisting, een ondergistingsmethode met kunstmatige koeling d.w.z. dat zowel de hoofd- als nagisting plaats vindt bij lagere temperaturen (0 graden Celsius) hetgeen de houdbaarheidsdatum van het bier vergroot.
De brouwerij behoort tot één van de grootste van het land. In 1896 wordt 212.242 hl bier omgezet. Hier is niet verwonderlijk dat men in 1902 besluit om het firmaverband om te zetten in een naamloze vennootschap, ook al omdat Willem Baartz de 70-jarige leeftijd nadert, en er in zijn opvolging moet worden voorzien. Bij Koninklijk Besluit van 18 september 1902 worden de statuten van de "N.V. Brouwerij d'Oranjeboom", gevestigd in Rotterdam goedgekeurd.
Het aandelenkapitaal van de N.V. d'Oranjeboom bedraagt f 2.000.000,00. De aandeelhouders zijn, behalve Willem Baartz en H.F. Hoijer, de echtgenoten van de drie dochters van Baartz: mr. Egbert de Vries, Christian Ulrich (bierbrouwer afkomstig uit Hessen), dr. Paul Simon Thomas en dr. Dirk Pieter Hoijer, zoon van H.F. Hoijer. Op 1 april 1906 leggen W. Baartz en H.F. Hoijer, na eerst nog het bedrijf te hebben geleid, de functies neer.
De omzet steeg enorm en al voor de eeuwwisseling exporteerde men naar vele werelddelen. Oranjeboom groeide in de loop der jaren uit tot één der grootste van Nederland. Diverse andere brouwerijen werden overgenomen. De bekendste daarvan waren: de Werthabrouwerij in Weert, de Amersfoortse Phoenix Bierbrouwerij, de Verenigde Bierbrouwerijen en Keizer Barbarossa (Groningen) en de Zuid Hollandse Bierbrouwerij uit Den Haag. Oranjeboom werd op haar beurt in 1967 overgenomen door Allied Breweries.
DE DRIE HOEFIJZERS Hendric van den Corput liet in 1538 in de Bredase Boschstraat een brouwerij bouwen, die de naam Den Boom kreeg. In 1628 vernoemde brouwer Dielis van den Kieboom deze brouwerij naar de smidse aan de overkant: De Drij Hoefijssers. De brouwerij wisselde nog een aantal malen van eigenaar, tot ze in 1807 werd verkocht aan Johannes Smits. Diens kleinzoon trouwde met mej. van Waesberghe waardoor in 1862 de bekende firmanaam Smits van Waesberghe ontstond. Begin 1887 werd aan de huidige Ceresstraat een geheel nieuwe brouwerij voor de productie van ondergistend bier gebouwd. De Drie Hoefijzers genoot een uitstekende reputatie en groeide uit tot één van de grootste van Nederland. In de crisisjaren tussen beide wereldoorlogen verwierf men zich een sterke exportpositie die nooit meer werd prijsgegeven. In de jaren 50 en 60 werd de brouwerij enkele malen gerenoveerd en uitgebreid. In 1968 ging De Drie Hoefijzers op in het Britse concern Allied Breweries.
ORANJEBOOM BIERBROUWERIJ B.V. De brouwerij is ontstaan uit een samenvoeging van De Drie Hoefijzers en Oranjeboom, brouwerijen die beide een lange roemruchte geschiedenis hebben. De VBBR behoort tot de Nederlandse tak van Allied-Lyons PLC Londen, tezamen met onder andere Warnink's Advocaat Middelharnis, de Nederlandse Coca-Cola Bottelmaatschappij (37%) te Rotterdam en Allied Spirits & Wines Nederland B.V. te Etten-Leur. Levering en distributie geschieden via agenten en de eigen groothandelsorganisatie Citadel Nederland B.V. met 17 vestigingen door het hele land.
De Nederlandse tak van Allied Breweries kreeg in 1968 aanvankelijk de naam Verenigde Bierbrouwerijen Breda-Rotterdam B.V., wat in 1973 werd gewijzigd in Skol Brouwerijen N.V. Het bier voor de Nederlandse markt werd in die tijd uitsluitend onder de naam Skol verkocht. Dit was een gevolg van de marktstrategie van Allied Breweries, die inhield dat aangesloten brouwerijen hun bier in eigen land onder de naam Skol op de markt zouden brengen. Dat werd echter geen succes en daarom werd begin jaren 80 besloten het merk Oranjeboom weer in te voeren (in het buitenland werd het toen nog steeds verkocht). Dit bleek nog zo'n goede naam en zoveel uitstraling te hebben, dat het de verkoop van Skol binnen enkele jaren overvleugelde.
Ook de exportmarkt speelt voor de brouwerij een belangrijke rol. Ongeveer éénderde van de productie wordt uitgevoerd naar ruim 60 landen over de hele wereld. fabriekbreda.jpg (31521 bytes)
Sinds 5 april 1993 is de naam 'Verenigde Bierbrouwerijen Breda-Rotterdam B.V.' gewijzigd in 'Oranjeboom Bierbrouwerij B.V.'. Eind 1994 heeft Allied Domecq (vroeger Allied Lyons, vandaar ook één van de oudere aanduidingen van de brouwerijgroep in Breda: Allied Breweries Nederland) te kennen gegeven de, tot het concern behorende, brouwerijen op het vasteland van de hand te willen doen. Het concern wil zich gaan concentreren op de kernactiviteiten zoals de produktie van wijn en sterke drank en de groothandel. Interbrew heeft interesse getoond in de overname van de Oranjeboom Bierbrouwerij B.V. Op 6 februari 1995 was de overname een feit. In de brouwerij was
bedrijfsmuseum "Het Fust" gesitueerd.

Dit artikel is eerder gepubliceerd door Vereniging Promotie INformatie Traditioneel Bier en de Bier en Verzamelaarsvereniging BAV.

Het is jammer, maar de Oranjeboombrouwerij in Breda is in 2004 gesloten. OP 29 mei 2004 zijn de laatste flesjes in Breda gebrouwen bier verkocht. Eigenaar Interbrew, intussen zelf opgegaan in het concern Imbev, heeft de productie ondergebracht bij Dommelsch en zijn brouwerijen in België en Duitsland. Het merendeel van de gebouwen in Breda is gesloopt en ook het museum is verdwenen. Daarmee is een eeuwenoude biertraditie in Breda verloren gegaan, ware het niet dat het beroemde biercafé De Beyerd in die stad een eigen brouwerij op heeft gezet. Dit ambachtelijke bedrijfje met professionele allure is nota bene verrezen tegenover het huis in de Bosschstraat waarin in de zeventiende eeuw brouwerij De Drie Hoefijzers was gevestigd, een van de voorlopers van de Oranjeboombrouwerij.

home

 

 

© Ruud van Tienen
Laatst bijgewerkt: 7 november 2006