Atmosferische luchtdruk

Onder atmosfeer wordt verstaan het gasvormig omhulsel van de aardbol. Dit omhulsel is door de zwaartekracht aan de aarde gebonden en is meer dan 1000 km dik. (Ter vergelijking diene dat de gemiddelde lengte van de straal van de aarde 6371 km is). De atmosfeer vertegenwoordigt een respectabel gewicht, dat waarneembaar is als luchtdruk.

Luchtdruk

Druk die een kolom lucht uitoefent op het onderliggende aardoppervlak. De luchtdruk is gelijk aan het gewicht van deze kolom lucht, gedeeld door de oppervlakte waarboven zich deze kolom lucht bevindt. Als eenheid van luchtdruk wordt in de meteorologie tegenwoordig de hectoPascal (hPa) gebruikt. Voorheen was dat de millibar (mbar), die overigens dezelfde getalswaarde vertegenwoordigt. Heel lang werd de luchtdruk opgegeven in millimeters of centimeters kwikkolom, in Engelssprekende landen in inches kwikkolom. Op veel huisbarometers gebeurt dat nog steeds. EÚn hectopascal (1 hPa) komt ongeveer overeen met 3/4 mm kwik, een luchtdruk van 1000 hPa dus met ca. 750 mm of 75 cm kwik. De luchtdruk op aarde is niet overal gelijk, omdat de ene luchtkolom koudere (en door de hogere dichtheid dus zwaardere) lucht bevat dan de andere. Dit is vooral het gevolg van de ongelijke verwarming van de atmosfeer door de zon, de draaiing van de aarde en de aanwezigheid van continenten of oceanen. Tevens neemt de luchtdruk af met de hoogte, doordat de kolom lucht erboven steeds kleiner wordt. Het verschil in luchtdruk tussen de lagedrukgebieden (depressies) en hogedrukgebieden veroorzaakt horizontale en verticale luchtbewegingen (wind), waarmee de natuur deze verschillen tracht op te heffen. De luchtdruk wordt gemeten met een barometer. De grenzen waar tussen de luchtdruk -gemeten op zeeniveau- zich beweegt zijn ongeveer 940 en 1060 hPa.

Het feit dat de atmosfeer gewicht heeft en daardoor druk uitoefent, werd al begrepen en aangetoond door Galile´ en Toricelli. In 1643 demonstreerde Toricelli dat de luchtdruk in staat was om een kolom kwik met een hoogte van ca. 76 cm staande te houden in een luchtledige buis. Pascal en Perrier toonden in 1648 aan dat de lengte van zo'n kwikkolom op de top van een berg kleiner was dan aan de voet van die berg. In 1654 deed Von Guericke, destijds burgemeester van Maagdenburg, een spectaculaire proef om de luchtdruk aan te tonen. Hij pompte de ruimte tussen twee halve bollen (de geschiedenis ingegaan als de `Maagdenburger halve bollen'), met een diameter van ongeveer 50 cm, leeg. Tot verbazing van de aanwezigen waren zestien paarden niet in staat de halve bollen van elkaar te trekken.

 

 

                                                                                        Terug