In september 1948 werd in het duitse automobieltechnisch tijdschrift door prof.Otto Lutz zijn hulpmotor voorgesteld. Deze Lutz hulpmotor had toch wel een paar afwijkende constructiedetails in zich zoals: cilinderinhoud 60 cc, membraaminlaat, vlotterloze carburateur, een haakse overbrenging in het blok d.m.v pignon en kroonwiel, een conuskoppeling en een cilinder met carter uit één stuk gegoten. Van deze 60 cc Lutz zijn ongeveer 10.000 stuks geproduceerd.
Omdat volgens de wet een hulpmotor of bromfiets een cilinderinhoud mag hebben van maximaal 49,9 cc, werd de Lutz gewijzigd. Nu zou je denken dat men de boring wat verkleinde, maar zo werkte prof Lutz niet. Voor de 50 cc versie werd ook het blok gewijzigd. Er kwam namelijk een cilinder die niet meer vast aan het carter zat. Van deze versie zijn er maar zo'n 5000 gemaakt.
De eerste Lutz tanks zijn, volgens de verhalen, gemaakt van blikken waar gasmaskers in zaten. Deze werden met z'n tweeën aan elkaar gesoldeerd. De Lutz op de foto heeft zo'n gasmaskertank. De Lutz zit hoog in het fietsframe gemonteerd en drijft via een ketting het achterwiel aan. In 1954 was het Lutz hulpmotor tijdperk voorbij en Otto Lutz ging werken aan de universiteit van Braunschweig.