Hoe stond Jezus tegenover het Romeinse gezag ?

Jezus wist van de gruweldaden onder leiding van Pilatus ( lucas 13:1).
Komende in Jeruzalem legt Hij prioriteit bij de tempel en het geloof van het volk. Farizeeën proberen Hem in de val te lokken door anti-Romeinse uitspraken van Jezus te vragen.
Zij vragen Hem of het is toegestaan belasting te betalen aan de keizer in Rome. Als Jezus ja zou zeggen, zouden zijn volgelingen zich daaraan ergeren. Als Jezus het verbood, konden ze Hem laten vervolgen door Pilatus. Jezus geeft als antwoord: "Wiens beeltenis staat op de munten? De keizer. Geef de keizer wat des keizers is en Geef God wat van  Gods is." (matteüs 22:21)

terug                                                                                                            menu

©Vredeskerk.deze pagina is vernieuwd op 28/03/2004