Hoe beweegt mijn paard?

 

Home

Toepassingen

Uitleg resultaten

Nieuwspagina

Gangen van een paard

Feedbackpagina

Aanvraag

Contact

 

Stap                                Draf                            Galop

GALOP

   

Galop (4-takt)                                                    Galop (3-takt)

Sequentie van voetstappen

Specifieke gangen worden herkend door de volgorde van het neerzetten van de hoeven. De sequentie van hoefslagen is de volgorde waarin de hoeven contact maken met de ondergrond. Elke gang heeft daarin zijn eigen specifieke patroon.

Galop

In de Engelstalige literatuur wordt de galop in twee verschillende galopsoorten gedeeld, namelijk de handgalop (canter) en de rengalop (gallop). De handgalop heeft een drie slagen ritme. Normaal beschouwen we een galopsprong met het grondcontact van het eerste achterbeen.

In de linkergalop is het bewegingsritme:

RA: LA – RV : LV : zweefmoment

In de rechterhandgalop is de sequentie van de hoefslagen:

LA : RA – LV : RV : zweefmoment

Een andere manier om het patroon van de galop te beschrijven onafhankelijk van een linker of rechtergalop is het gebruik van trailing (volgend) en leading (leidend). Het bewegingsritme is dan hetzelfde, onafhankelijk van de linker- of rechtergalop, namelijk:

TrH : LdH – TrF : LdF : Airborne

Ritme

De timing van de hoefslagen door het paard bepaalt het ritme van zijn pas. De eerste component van het ritme is het aantal hoefslagen per cyclische beweging in een gang.  Een ander aspect van het ritme van de verschillende gangen is het tijd interval tussen de achtereenvolgende voetstappen. Als de tijdsintervallen tussen de achtereenvolgende voetstappen in één cyclische beweging gelijk zijn, wordt gezegd dat de gang een regelmatig ritme heeft. In andere gevallen is het ritme onregelmatig. N.B. niet te verwarren met een paard dat onregelmatig beweegt.

Het belang van regelmatigheid in de beweging is afhankelijk van de gang. De stap en de draf hebben een regelmatig ritme terwijl de galop (canter) een onregelmatig ritme heeft.

De “canter” heeft een 3-kwartsmaat met een diagonaal beenpaar dat tegelijkertijd op de grond landt en synchroon beweegt. De “gallop” verschilt van de “canter” in het feit dat het diagonale beenpaar (leidende achterbeen en volgende voorbeen) niet meer synchroon bewegen. In de “gallop” maakt het leidende achterbeen contact voordat het volgende voorbeen de grond raakt, hetgeen leidt tot een 4-kwartsmaat.

Galop (canter):

1 – 2 – 3 -- 1 – 2 – 3 -- 1 – 2 – 3

De drie hoefslagen van de galop (canter) volgen elkaar kort op in de tijd, maar de derde hoefslag wordt gevolgd door een langer interval als gevolg van het zweefmoment/luchtfase in galop voordat de eerste hoefslag van de volgende galopsprong wordt ingezet. Het feit dat er lange en korte intervallen zijn tussen de verschillende hoefslagen betekent dat  het ritme onregelmatig is. Dat wil echter niet zeggen dat het paard onregelmatig is in zijn beweging.

Aantal hoeven op de grond

De ondersteuningsfase sequentie beschrijft het aantal benen dat het gewicht van het paard draagt tijdens de verschillende fasen van een pas. In het algemeen is een paard stabieler als het gewicht van het paard door een groter aantal benen wordt gedragen. Paarden hebben meer ondersteuning door hun benen nodig bij lagere snelheden. Deze stabiliteit wordt ondersteund door de hoef langer op de grond te laten staan. Het aantal hoeven/benen dat op de grond staat neemt als de snelheid toeneemt.

In de galop zijn de bewegingen van één diagonaal beenpaar synchroon. Er zijn derhalve drie hoefslagen te horen per cyclische beweging in galop. Aangezien galop zowel in de linker- als rechtergalop kunnen worden uitgevoerd, zijn er twee mogelijke bewegingsritmes. De galop (canter) heeft gewoonlijk vijf ondersteuningsfases en één zweeffase/zweefmoment, in totaal derhalve zes fases, variërend van unipedale, bipedale en tripedale ondersteuning. Het aantal benen dat het lichaam draagt tijdens een cyclische galopbeweging is 1,3,2,3,1,0. In de verzamelde galop zijn de perioden van ondersteuning door meerdere benen langer dan in de uitgestrekte galop (canter).

Ondersteuningsfases voor de rechtergalop

1 : 3 : 2 : 3 : 1 : 0

LA : LA-RA-LV : RA-LV : RA-LV-RV : RV : zweeffase

 

Laatst bijgewerkt: 15 augustus 2011