DE EERSTE RADIOLAMPEN IN NEDERLAND (deel 1-2)

Ontmoeting met de heer Schmitz:

Naar aanleiding van een plezierig en zeer interessant gesprek d.d. 25 juli 1992 in MUSEUM "Radio-Wereld" te Diever, met de heer J.N. Schmitz (geb. 14 jan. 1915) van beroep glasblazer/instrumentmaker en zoon van H. Schmitz (geb. 2 febr. 1888, overleden 18 febr. 1972), van beroep destijds glasblazer/lampdeskundige bij de metaaldraadlampen-fabriek 'Holland' te Utrecht, het volgende interessante verhaal:

Radio-communicatie in de Eerste Wereldoorlog

Daar Nederland in de periode 1914-1918 niet betrokken was bij de Eerste Wereldoorlog, was de behoefte aan radiocommunicatie apparatuur niet zo groot als in de betrokken landen. Toch bleven ze op het Ministerie van Defensie alert op de nieuwe ontwikkelingen op dit gebied.

Toen een Duits watervliegtuig in de buurt van Kampen een noodlanding moest maken en verongelukte waren snel de militaire autoriteiten aanwezig om de in het vliegtuig aanwezige radio-apparatuur te bekijken. Daar vonden ze de Telefunken radiolamp EVN 94.

De fabricage van de eerste nederlandse radiolamp

Op 15 nov. 1917 brachten luitenant Tolk en marine-officier Dubois deze radiolamp mee naar de metaaldraadgloeilampenfabriek 'Holland' te Utrecht.
De directeur van "de Holland" was Dr. Th. F. Egedius en die had al eerder contact met defensie en hij kreeg de opdracht in het geheim deze radiolamp na te maken volgens dezelfde electrische karakteristiek. Egedius gaf deze opdracht door aan de bedrijfsleider K.M.E. Schuurman en de werknemers ir. F.B.A. Prinsen en glasblazer/lampdeskundige Hendrik Schmitz werden met dit project belast.

Het gelukte hen al op 19 nov. 1917 de eerste nederlandse laagvacuüm radiolamp te maken. Doordat de nikkel anode en rooster nog restgas bevatten was het vacuüm van deze lamp onvoldoende. Direct daarop ging men op zoek naar verbeteringen: men gaf de nikkel electroden (anode en stuurrooster) een speciale temperatuurbehandeling zodat het restgas verdween, de gloeidraad werd van wolframdraad gemaakt, men gebruikte molybdeen aansluitdraden en sloot deze luchtdicht af met schellak en door het toepassen van een Langmuir kwikdamppomp ontstond op 23 nov. 1917 de eerste Nederlandse hoogvacuüm radiolamp. (zie foto A)

De eerste lamp van het Telefunken type (EVN94) was dus gereed op 23 november 1917 en werd door Tolk en Dubois beproefd. De gloeidraad was verkeerd berekend en er trad blauwgloei op (ten gevolge van een slecht vacuüm)
Op 4 december worden de lampen nr. 6 t/m 19 geleverd en van nr. 1 t/m 5 leeft alleen lamp 1 nog (opnieuw gepompt). Na enige dagen van beproeving waren er nog maar 5 goede over.

Begin december 1917 komt men op het idee om lampen met een cilindrische anode te maken. Een exacte datum is niet bekend. (zie foto B)

Op 17 december 1917 komen Tolk en luitenant v.d. Berg naar "de Holland" voor proeven en brengen een Amerikaanse Moorhead lamp mee en een 'de Forest Audion'. De Forest Audion en de Holland lampen zijn gemakkelijk tot blauwgloei te brengen (laagvacuüm) en de Moorhead lamp niet.

Tussen Kerstmis 1917 en 1 januari 1918 worden proeven genomen met een lampenseintoestel uit een Engels luchtschip. Omdat alle Engelse lampen kapot waren, werden Holland lampen van het Telefunken type gebruikt. Eén van de seinlampen uit dit toestel had een cilindrische anode net als het nieuwe Holland type, dat echter wat kleiner was. Op 1 januari 1918 waren er een aantal Holland lampen met een cilindrische anode gemaakt, maar deze waren nog niet uitgepompt.

De lamp met cilindrische anode werd de uiteindelijke defensielamp. (zie foto B)
Omdat deze lamp een militair geheim was, is geen enkele lamp van dit type en de beproeving daarvan beschreven in dit dagboek.

Proeven op 14 januari 1918

De proeven op 14 januari zijn niet in dit dagboek gedocumenteerd, wat vreemd is. Dat de proeven op deze datum geweest zijn valt af te leiden uit een opsomming van lampen, waarbij er aangegeven is wanneer bepaalde lampen defect raakten.
Van de lampen nr. 15, 22 en 26 wordt aangegeven dat zij op 14-1-1918 blauw werden en dat nr. 25 defect raakte. Verder staat op deze lijst de lampnummers 27 t/m 32 omkaderd aangegeven en deze lampnummers worden in geen enkel experiment genoemd. Dit zullen dan ook lampen met cilindrische anoden zijn geweest. Dit houdt dan in dat pas na 14 januari 1918 aan defensie is geleverd.

Zie vervolg op pagina 4-2-2

© W.H.G. Stuiver, Diever, juni 1992, nov. 2009

Aanvulling/Correctie, Peter den Boer, nov. 2009
Communicatie Museum Den Haag: 'Dagboek van luitenant Tolk'

Previous Home Next

E-mail: w.stuiver@hetnet.nl