|
* VAN STOF TOT EREPLAATS IN HET MUSEUM *
Onlangs verkreeg ik door ruiling met een bezoeker van ons museum, een radio-ontvanger in een prachtige notenhouten kast met deurtjes. Dan begint een spannende fase. Na veel stof van jaren verwijderd te hebben kwam er een prachtige ontvanger tevoorschijn.
Er prijkte zelfs een merkplaatje op de zwarte glanzende frontplaat. Op dit plaatje stond vermeld Noord Nederlandse Radiowerken, Hoge der Aa 31, tel. 3350, Groningen Holland.
Na enige studie blijkt het een vierlamps primaire ontvanger volgens het Koomans principe te zijn. Dit schema was er al vanaf 1922. Het toestel heeft 4 lampen: HF (A435), Det (A409), 1e LF (B406) en 2e LF (B406). Aan de lampen te zien dateert het toestel uit ca. 1925.In die tijd waren 70% van alle gebouwde ontvangers volgens het Koomans principe vervaardigd.
De bovenste foto geeft duidelijk het front van de ontvanger weer.
Als bijzonderheden gelden:
A: In de primaire kring zijn spoel en afstemcondensator naar keuze in serie of parallel met elkaar te zetten, waarbij voor de kortere golven de serie- en voor de langere golven de parallelstand is aan te bevelen.
B. De lekweerstand is opgenomen tussen het rooster van de detectorlamp en het glijcontact van een, parallel op de gloeidraad geschakelde, potmeter van 400 ohm. Door deze schakeling verkrijgt men een verbetering in geluidssterkte (Bij veel lamptypen kan men met deze potmeter een soepele terugkoppeling worden bereikt)
C. Het toestel heeft de mogelijkheid om, na detectie, met behulp van een koptelefoon te luisteren of na 1 of 2 trappen LF versterking met luidspreker.
D: Alle radiolampen zijn geplaatst in verende lampvoeten, merk “Benjamin”, zodat de kans op microfonie minimaal is.
E: De gloeispanning van de A 435 en de A409 kunnen apart en die van de beide B406’s gezamenlijk worden ingesteld. Beter zou geweest zijn voor de laatste radiolamp een B403 te kiezen en de gloeispanning apart instelbaar te maken.
De reparatiehandelingen waren als volgt:
1. Ontbrekende 2e, en defecte 1e LF trafo vervangen, Omdat de detectorlamp een hogere inwendige weerstand dan de eerste LF trafo heeft, heb ik daarvoor een type gebruikt met een hogere ingangsweerstand dan voor de tweede, om op deze manier een zo goed mogelijke aanpassing aan de voorgaande lamp te verkrijgen.
2. Slechte verbindingen hersteld.
3. Defecte detectorpotmeter vervangen.
4. Roosterspanningbatterij voor de LF lampen gemonteerd.
5. Kast hersteld, molmgaatjes behandeld en dichtgemaakt.
Het in werking stellen van het toestel ging als volgt:
Voor de gloeidraadvoeding werd een 4 volt accu aangesloten. Met behulp van het Philips plaatspanningapparaat, type 372, werd het toestel voorzien van anode- en detectorspanning (resp. +A = 120 Volt en +D = 60 Volt), een goede antenne en aarde werd aangesloten en dan het grote moment van het voor de eerste keer inschakelen, en ja hoor, er is geluid.
De prachtige General Radio afstemcondensator met vertragingsregeling instellen, de spoelen naar elkaar toe bewegen en de eerste Hollandse zender komt uit de aangesloten Éthovox hoornluidspreker.
Het geluid is geen hifi, een beetje dof, maar prima te beluisteren en met de serie/parallel schakelaar in de stand serie is Hilversum op de 300 meter te ontvangen Dit met spoelcombinatie in de volgorde100-50-25 gekozen uit de set van 10 honingraatspoelen van het merk Sinus uit Zeist. Ook diverse Engelse en Duitse zenders zijn goed te beluisteren met de terugkoppelspoel tegen genereren aan, echter niet te veel, anders krijgen de buren ook nog last van de “Mexicaanse Hond”.
Na enige navraag ben ik in contact gekomen met een nog in leven zijnde zoon van éen van de gebroeders Stalman die destijds, al in 1922, het fabriekje onder de naam “Nonera”(Noord Nederlandse Radiowerken) opgericht hebben. Het radiofabriekje bestaat niet meer, doch deze zoon is langs geweest en heeft vol bewondering geluisterd naar het toestel wat mede onder leiding van zijn vader geproduceerd is.
Persoonlijk vind ik deze gang van zaken rond een dergelijk oud toestel het mooiste van de radiohobby: iets in slechte staat op de kop tikken en met veel eigen inbreng het apparaat weer in originele staat brengen.
© W.H.G. Stuiver, Diever, 18 september 1987
|