Update: september 2014

Website

Pieter van Walbeek is van 1970 tot 1982 twaalf jaar huisarts geweest in Wormer. Van 1986 tot 2004 was hij part-time predikant van hervormde gemeente te Ankeveen.

Wanneer iemand dit leest, kan hij of zij de vraag niet ontlopen wat iemand bezielt om zijn huisartsenpraktijk op te geven en predikant te worden. Het antwoord moet zijn dat voor mij in toenemende mate de medische wetenschap in haar uitwassen een religieuze functie kreeg. Mensen in nood hebben geen enkele verwachting meer van kerkelijke instituten, maar hebben al hun hoop gevestigd op de medische wetenschap. Binnen grenzen is dat natuurlijk gerechtvaardigd, maar voordat je het weet wordt de medische wetenschap een grenzeloze religie. En zoals bij alle religies gaat het menselijke aan religies ten onder. Hoezeer de medische wetenschap mensen ziek maakt in plaats van geneest: daarover kan ik vele smartelijke verhalen vertellen (zie ook de bovenmatige groei van de onkosten van de zorg, die echt niet alleen de toegenomen medisch kennis representeert, maar ook de ongebreidelde medische consumptie, waarop miljarden bezuinigd zou kunnen worden zonder dat de zorg aan kwaliteit inboet; - in tegendeel,  de kwaliteit zou bij minder medische zorg zelfs verbeterd kunnen worden).

In dit verband heeft de reformatie van de 20ste eeuw met de theologie van Karl Barth (‘Religion ist die Angelegenheit des gottlosen Menschen’) en van K.H. Miskotte en Frans Breukelman mij geleerd hoe gewichtig de religie-kritische functie van de bijbelse verkondiging is. Daarbij was mij tijdens mijn huisartsenbestaan al duidelijk, dat de afgoden-kritiek van Tenach (= oude Testament) in 2000 jaar ‘christendom’ eigenlijk nooit gefunctioneerd heeft. Zo werd na een kortstondig avontuur in een universitair huisartseninstituut (ook al geen prettig werk-klimaat!) en na een studie filosofie (doctoraal-fase) het besluit genomen om theologie te gaan studeren om predikant te worden.

Bij dit besluit speelde het inzicht van Frans Breukelman een rol, die stelde dat de gemeente dankzij de natuurwetenschap heilzaam niet meer in staat was om de bijbel (en met name Genesis 1) als een natuurkunde boek te lezen, zoals in de protestantse traditie gebruikelijk was. Hetzelfde kan gezegd worden van de historie-wetenschap: dankzij deze wetenschap kan de gemeente een bijbeltekst niet meer lezen als direct verslag van een historische gebeurtenis. En tenslotte kan hetzelfde gezegd worden van de gedragswetenschappen: dankzij deze wetenschappen kunnen bijbelteksten niet meer gelezen worden als directe verslagen van ‘religieuze ervaringen’. Tot welke rare, vreemde en absurde gevolgen een dergelijke leeswijze leidt, die ik tot mijn verdriet in vele kerkelijke kringen van links tot rechts ben tegengekomen, laat de parodie op ‘het leven van Jezus’ van Monty Python zien: ‘The life of Brian’.

Zo was het oogmerk van mijn beroepsverandering: de natuurwetenschappen (in de meest brede zin- dus ook de medische wetenschap, de historische wetenschap en de gedragswetenschappen - ) niet uitleggen binnen het kader van een of andere filosofie, maar binnen het kader van de bijbelse verkondiging, waarbij de wetenschappen tegelijk beroofd worden van het risico om een religie te worden.

Helaas bleek het vrijwel onmogelijk om dit oogmerk met gemeenteleden (ook met universitair geschoolde gemeente leden) te delen. Wanneer ik iets in een dergelijke richting ter sprake bracht, keek men mij meestal met wat glazige ogen aan. Achteraf besef ik hoezeer men in de kerk geneigd is ůf vanuit een vastliggende traditie te denken (‘rechts’, die op een of andere manier aan de traditie, de overlevering wil vasthouden) ůf vanuit de aanpassing van deze traditie aan moderne levenswijzen (‘links’, die met de moderne omstandigheden (bv. de macht van de natuurwetenschappen) rekening wil houden). Dat met het opnieuw formuleren van de traditie dťze overlevering opgewassen zou zijn tegen alle filosofieŽn en ideologieŽn, ook die van de moderne tijd, - dŠt lag buiten het gezichtsveld. Wat in het ‘kerkelijke leven’ wel voortdurend in het gezichtveld lag, was de onvruchtbare polarisatie tussen ‘links’ en ‘rechts’. Ook in de dorpen 's Graveland, Kortenhoef en Ankeveen raakten verschillende gemeentes hopeloos verdeeld door polarisatie, waarbij - ironisch - de polarisatie het resultaat was van (naÔeve?) mislukte pogingen om tot eenheid te komen. Achteraf verbaas ik mij erover hoe al deze hopeloze polarisaties wel alle aandacht kregen, terwijl mijn inspanningen om links en rechts aan de ťne kant en rechts en links aan de andere kant bij elkaar te houden nauwelijks opgemerkt werden. En achteraf herinner ik mij hoe ikzelf  door ‘linkse gelovigen’ als ‘rechts’ werd gezien en omgekeerd. Illustratief is de wijze waarop ik in de zomerperiode van ong. 2002 op dezelfde zondag zowel in ‘rechts- Kortenhoef’ als in de concurrerende linkerclub voorging met exact dezelfde preek. Alleen de liturgische inkleding was verschillend. Voor zover ik het kon nagaan, was men zowel bij links als bij rechts ‘tevreden’. In ieder geval bracht mijn optreden geen tumult teweeg. Zoiets laat zien hoezeer de polarisatie toch eigenlijk door allerlei niet ter zake doende uiterlijkheden teweeg gebracht wordt. De conclusie kan niet anders zijn dan dat met het verdwijnen van de hervormde gemeente te Ankeveen toch eigenlijk de laatste ‘normale’ niet-gepolariseerde protestantse gemeente in onze dorpen is verdwenen.

Toch moet volhard worden in de opvatting dat het de gemeente (en niemand anders in deze wereld!) opgedragen is om de geheimen Gods, waarin het bestaan van alle mensenkinderen oplicht, te verkondigen. Dat geschiedt in het vertrouwen (= het geloof) en in de wetenschap (= objectieve wetenschap), dat de bijbelse verkondiging in elk tijdsgewricht opgewassen is tegen de heersende filosofieŽn en ideologieŽn. Waarbij het concrete effect van de verkondiging is dat die filosofieŽn en ideologieŽn opengebroken worden om dienstbaar te zijn aan de openbaring Gods. Zo is bijv in de 17de eeuw - aan het begin van de moderne tijd - de gesloten wereldbeschouwing van Descartes op een verschillende wijze zowel door Newton als door Spinoza gebruikt. Aan het begin van het derde millennium kan, mag en moet duidelijk gemaakt worden dat dit gebruik is geschied in de geest van de bijbelse verkondiging. Allereerst is hiervoor noodzakelijk een maat van en voor de bijbelse verkondiging te formuleren. De Bijbelse Theologie van Frans Breukelman is een belangrijke poging in die richting, die verder uitgewerkt dient te worden.

Na enige onverkwikkelijke gebeurtenissen in de laatste jaren van het predikantsschap werden  pastorie en kerk voor ons gezin in toenemende mate een onveilige plaats. Hoe moeilijk deze jaren ook waren, toch ben ik achteraf dankbaar, dat wij daarmee toch eigenlijk gedwongen werden om het ‘erf’ van de kerkelijke traditie, die kritiekloos temidden van alle religies functioneert, te verlaten. Om daarmee buiten dťze onveilige overlevering terecht te komen. Niet dat ik daarmee wil zeggen, dat de overlevering van de bijbelse verkondiging mij niet meer bezig zou houden, maar alleen maar als een overlevering, die opwekt om iets nieuws te ondernemen. Pas nu - na het pensioen - is er zonder al die vruchteloze kerkelijke beslommeringen de rust om het studieprogramma, zoals dat in mijn huisartsenbestaan in de kiem al aanwezig was, verder te ontvouwen. Daarbij wordt mij pas de laatste jaren duidelijk hoezeer de geschiedenis van het tweede millennium (inclusief het ontstaan van de natuurwetenschappen in de 17de eeuw) niet te begrijpen is zonder kennis van de geschiedenis van het eerste millennium. In grote lijnen kan gezegd worden, dat de verkondiging van het Evangelie van Jezus Christus, die in het Nieuwe Testament nog streng binnen het kader van de verkondiging van het Tenach (met de afgodenkritiek!) wordt verteld, in het eerste millennium uitgelegd wordt met behulp van termen van de Griekse filosofie (bv. substantia, natura, persona). Centrale gestalte in de latijnse westerse kerk is hierbij niet Augustinus (die in zijn rijpe werk toch eigenlijk neoplatonistisch filosoof werd), maar BoŽthius, die na het concilie van Chalcedon aan de ťne kant aan de klassieke kerkelijke theologie een stem gaf (bijv. de verhandeling De Trinitate) ťn aan de andere kant de Griekse filosofie gebruikte om op originele wijze de bijbelse verkondiging te interpreteren (De consolatione filosofiae). Centraal probleem bij Boethius - en bij alle kerkvaders en bij alle theologie tot op de dag van vandaag - is de interpretatie van de tekst van Genesis 2 en 3 (in De fide Catholica). In de tekst van Genesis gaat het niet om een ‘zondeval’, maar om de mens, die onverbeterlijk religieus is, die de verleiding niet kan weerstaan om ‘als God te worden, kennende goed en kwaad’. Het lijden en sterven van Christus is dan ook niet om de zondeval weer recht te breien (‘Christus gestorven voor onze zonden’), maar om duidelijk te maken hoe een mens - de mens - aan de overlevering van religie ten onder gaat. En waar in de Bijbel over ‘zonde’ gesproken wordt slaat dat op de neiging van de mens om vanuit zichzelf in zijn spiritualiteit religieus te worden. De zondeval is een in de tekst ingelezen constructie, die in de oosters-orthodoxe traditie op een kosmologische wijze is ontvouwd, in de rooms-katholieke traditie op een historische wijze en tenslotte in de protestantse traditie op een psychologische wijze. Tot op de dag van vandaag is dit onderscheid kenmerkend in de verschillende kerkelijke culturen:

- in de oosters-orthodoxe traditie: het caesaropapisme met de neiging tot mystiek, die ook bij Poetin nog merkbaar is;

- in de roomskatholieke traditie: de moederkerk, die directe relaties claimt met Petrus en Paulus, waarbij de ‘moeder’ niet altijd te vertrouwen is (pedofiele pastors!);

- in de protestantse traditie: de kerk , die op een ongezonde wijze de nadruk legt op het persoonlijke geloof.

Hoe ondanks deze onvruchtbare kerkelijke tradities de overlevering van de bijbelse verkondiging toch in staat is om iets nieuws naar voren te brengen, dat hoogst actueel is aan het begin van het derde millennium, - daarvoor dienen de verwijzingen hiernaast.

                                                                              booklng.gif (8658 bytes)

 

Pieter van Walbeek

Huijbert van Schadijcklaan 1

1241 BN Kortenhoef

tel. 035 6561672 / 0657534089  

e mail: