|
|
|
|
India, de omgedraaide wereld. India lijkt soms de omgedraaide wereld. Zaken die hier niet kunnen, gebeuren daar alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Met het oogmerk om mooksha, de verlichting, te bereiken loopt men naakt op straat, staat 12 jaar op een plek, laat openbaar de eigen ledenmaten afsterven. Men staart zonder gene de andere mens aan alsof het een toneelspeler betreft, travestieten dwingen winkeliers geld te doneren en parkeert de olifant naast de uitstervende ambassador. Allemaal zaken die hier niet of nauwelijks voorkomen op straffe van boetes of onvrijwillige opname in het gekkenhuis. Een wel erg bijzondere omdraaiing van de gebruikelijke gang van zaken was wel een gebeurtenis die ons in Aihole overkwam. Wij namen vanaf Hampi de bus naar Hungund. Op het busstation, wachtend op de volgende bus naar Aihole, werden we aangestaard door alle andere aanwezigen alsof wij een vreemd toneelstuk aan het opvoeren waren. Mijn vriendin W. was wel wat gewend maar hier wist ze even geen raad mee. Als je chagrijnig bent werkt het op je zenuwen maar als je in een goede bui bent, een voorwaarde om in India veel van je af te laten vallen, maak je je er niet druk om en speel je het spel met plezier mee. Ze zuchtte van opluchting toen onze bus arriveerde. Maar de opluchting was van korte duur. Alleen de achterste bank in de bus was nog vrij. We namen plaatst om vervolgens een uur lang hotsend en stotend de rit naar Aihole te vervolgen. Het was een ware test voor de hernia operatie die zij een jaar daarvoor had ondergaan. Wij schoten met regelmaat een halve meter de lucht in als de bus door het zoveelste gat in de weg reed en kwamen met een harde klap op de harde bank terecht. Ik vroeg me af om ik de volgende cliënt voor haar chirurg zou worden. Het was in ieder geval een goede chirurg. Geradbraakt maar zonder al te veel gevolgen voor haar en mijn rug werden we voor het enige hotel in Aihole afgezet. Het hotel was van de staat en had zes jaar dicht gezeten omdat men het kwalitatief had afgekeurd. Dat zegt wel iets in India. Maar men had besloten om het weer te openen omdat er een nieuwe afdeling in aanbouw was en zo de aandacht daarop vestigen kon door alvast weer open te zijn. Het hotel was erg. De badkamer had geen water, wel een overvloed aan kakkerlakken, de muren en gordijnen zaten onder rode vlekken van uitgespuugd betel, het meubilair zakte in elkaar en de lakens waren vuil van het vele wassen of andere oorzaken. Een oud mannetje bracht ons emmers water om te wassen, de wc door te trekken, en zelf de badkamer te schrobben. Het was inmiddels tegen vieren en we besloten een wandeling door het dorp te maken. Via enkele prachtige tempels kwamen we in het bewoonde gedeelte waar tientallen kinderen ons aanklampten. Het boerenleven was in volle gang. Ossenkarren werden geleegd, er werd een tapijt geknoopt, dieren kregen te eten, landarbeiders kwamen van het land, vrouwen met waterkruiken tapten water bij de dorpskraan. De ondergaande zon zette alles in een schitterend licht dat alleen in India te vinden is. De kinderen bleven als vliegen aan mijn vriendin plakken, voelde aan de stof van haar kleren, waren opgetogen over haar typisch Indiase glazen armbandjes en wilde de inhoud van haar tas wel eens zien. Die veeleisende aandacht werd ons uiteindelijk te veel en we besloten om terug te gaan naar het hotel. De manager was een ongelooflijk aardige man die zich duizend maal verontschuldigde voor de deplorabele staat van zijn hotel maar veel goedmaakte door zijn gastvrijheid en het eten wat hij op het dak van het in aanbouw zijnde nieuwe complex serveerde. De zon was inmiddels onder gegaan en de lucht vlamde nog roodpaars na toen wij op dat dak zaten en limca dronken. Het uitzicht was schitterend. Later terug in onze kamer ontdekte W. dat haar horloge zoek was. We keerde al onze bagage om maar het was weg. We konden op niets anders komen dan dat het gestolen was door een van de kinderen in het dorp die in haar tas hadden staan wroeten, nieuwsgierig als ze waren. De volgende ochtend vertelde we het de manager. Hij reageerde behoorlijk boos. Ik zei dat ik terug zou gaan naar het dorp om de dief te zoeken. Hij bood meteen aan om mee te gaan en wilde de zaak voor ons te regelen. Hij voelde zich overduidelijk verantwoordelijk voor ons welzijn. We liepen naar het dorp en halverwege klampte hij een politieagent aan in een politiepost die een tempel bewaakte. Na overleg met zijn superieur ging deze agent met ons mee. In het dorp liepen we naar de plek waar we de avond daarvoor hadden staan kijken naar een man die een tapijt aan het knopen was. Hij zat er weer. De kinderen liepen weer joelend en schreeuwend om ons heen. Onderweg had de manager mij gevraagd niets te doen en alles aan hem over te laten. Dat is niet zo makkelijk voor mij want ik neem graag zelf het initiatief in dit soort ongemakkelijke kwesties. Ik begreep geen snars van wat hij tegen de kinderen zei. Ik zag wel dat ze stil waren en elkaar aankeken. Nadat hij de kinderen had toegesproken richtte hij zich tot mij. Je moet wat geld bij de hand houden als beloning, zei hij tegen me en mijn mond viel open van verbazing. Beloning, dacht ik, voor een dief? dit ging mijn begripsvermogen te boven. Ho, ho, zei ik verbouwereerd, een beloning voor iemand die een horloge steelt, hoe werkt dat? Ik leg het je zo wel uit, doe het nu maar, vijf of tien roepies is genoeg. Ik pakte met tegenzin een vijf roepies biljet en op dat moment hoorde ik een hoop kabaal uit een van de straatjes komen. Een groep kinderen met enkele schreeuwende moeders rende op ons af. Een van de moeders gaf onze manager het horloge. Geef haar het geld en bedank haar, zei de manager tegen me. Met tegenzin gaf ik haar het geld en lispelde dank u. Op de weg terug kwam hij met een verklaring. Ik moest wel een beloning uit loven voor degene die het horloge gevonden had, zei met overtuiging. Gevonden, gevonden!?, vroeg ik verwonderd. Tja, antwoordde hij, deze mensen zijn zo bang voor de politie dat indien ik het over diefstal had gehad niemand met het horloge tevoorschijn had durven komen. Door een beloning uit te loven voor de zogenaamde eerlijke vinder konden ze het zonder angst voor represailles terug geven. Hij glimlachte tevreden. Mijn hersens kraakten en het duurde even voordat ik de omgedraaide wereld begreep Aihole is erg interessant vanwege de oude tempels (125) die dateren uit de vijfde eeuw toen men begon te experimenteren met tempelbouw uit steen. Het beschreven hotel moet nu een prima nieuwe vleugel hebben en is een rustige plek om enkele dagen te blijven. Aihole ligt in Karnataka. Ondanks dit akkefietje is het er leuk en landelijk. Badami ligt in de buurt en is ook erg de moeite waard. Er is daar een prima staatshotel. Vanuit Badami kun je een zeer interessante toer maken naar Pattadakal (temples) en Mahakoota waar een prachtig tempelcomplex te vinden is met een stille serene onaangetaste sfeer. Een smaragd van ongekende schoonheid in druk India. In deze plaatsen kon er vorig jaar geen geld worden gewisseld! Dus meenemen. |