Up ] ondergronds ]

 

 

 

Dorp in Picardië

Frankrijk/Turkije

Ik heb net het boek, “dorp in Picardië” van Martin Sommer uitgelezen.  Het dorp, Jeantes, van Sommers ligt in de Aisne een streek ten oosten van de snelweg Lille - Parijs. Ik heb drie jaar gewoond in een ander klein dorp in Picardië, in de buurt van Amiëns, ten westen van die snelweg, in de beruchte Somme. De streek waar de eerste wereldoorlog als een gek tekeer is gegaan en het landschap - om met de woorden van Armando te spreken - daarvan een schuldige getuige is. De nog steeds netjes onderhouden kerkhoven en “memorials” zijn dik bezaaid en de gemiddelde toerist rijdt er dan ook zo snel mogelijk langs. De toeristen die er wel komen zijn familie van de doden. De meeste “memorials” hebben dagboeken of beter nog gedenkschriftjes in een nis hangen en het is vaak hartverscheurend om die te lezen.

albert2klein.jpg (30906 bytes)
Paul Broekman
'La Mère Affligée' 100 x 100 cm
Oil, crayon on paper 2000
In opdracht van de gemeente Albert, Picardie, Frankrijk

In “dorp in Picardië” gaat het verhaal over een Nederlandse pastoor die in de jaren zestig naar Picardië verhuist om daar een parochie over te nemen. Het ontbrak Frankrijk in die tijd aan priesters en dat is nu nog steeds zo. De pastoor met de welluidende naam, Piet Suasso de Lima de Prado, was na zijn verblijf als missionaris in Afrika nogal veranderd en hield er een progressieve instelling opna, hetgeen de franse dorpelingen in hun moeilijke dorpse leven met scheidingen en zelfmoord goed van pas kwam. 
Met het verhaal van deze pastoor op de achtergrond schildert Sommer het leven van de dorpse gemeenschappen in Jeantes en omgeving af. Ik herken er natuurlijk veel van. En wie “Hoe God verdween uit Jorwerd” van Geert Mak gelezen heeft komt ook nogal wat overeenkomsten tegen. Maar dat is ook waar Geert Mak over schrijft: de dorpse gemeenschappen in de hele wereld verschillen eigenlijk niet zoveel van elkaar.
De dorpsroddels, de nijd, maar ook de afhankelijkheid, de trek naar de grote stad vanwege steeds grotere boerderijen en te weinig werk, de ruilverkaveling, de subsidies, familievete’s en ga zo maar door, het zijn de perikelen waarmee een dorp zich staande houdt in moeilijke tijden.
De pastoor Suasso probeerde het kerkje nieuw leven in te blazen onder andere door het op te knappen en te voorzien van een nieuwe moderne kruisweg en fresco’s op de muren van de Nederlandse schilder Charles Eyck die in Nederland zijn faam zag kelderen mede door de invloed van de Cobra jongens. Daarmee zette Jeantes zich plotseling op de wereldkaart. Het kerkje is nog steeds een toeristische trekpleister.
In Jeantes en omgeving wonen veel Nederlanders. Ze kopen er de verlaten boerderijen op en verbouwen ze tot pitoreske vakantiewoningen. De oudere Nederlanders verslijten er hun pensioen. De streek is nauwelijks verkaveld dus de omgeving doet lieflijk aan en het ligt op drie uur rijden van het drukke Holland.
Het lijkt daardoor niet op de Somme waar grootschalige landbouw het landschap bepaald. Dat is saai. Uitgestrekte bieten en aardappelvelden zijn geen toeristische trekpleister. Hooguit de goud opgloeiende glooiende korenvelden in de namiddagse zon. Dat is een van mijn mooiere poëtische herinneringen.
Mijn dorpse leven hield niet veel in. Mijn atelier lag binnen de “cour” van de boerderij waar ik een huisje huurde. Ik zag de dorpsbewoners alleen tijdens de 14de juli. Patat met worstjes en een kleine kermis van twee attracties. Dan werd er door hun vooral gewezen op de slimmigheden van de Hollanders. “Hoe kunnen jullie (?) nu ons graan kopen en het als meel goedkoper terugverkopen in Frankrijk?” Wist ik veel, ik lachte met een mond vol patat. Lachen doet veel goed, over de hele wereld. Ik had al eens te horen gekregen dat er gratis hout aan de Nederlanders was gegeven na een verschrikkelijke storm die half Frankrijk plat had gelegd en dat diezelfde Nederlanders daar geïmpregneerde paaltjes van hadden gemaakt die ze in Frankrijk goed verkochten. Tja.

Ik had wel een goed contact met de boer naast ons, Bernard met zijn vrouw Simone die de dochter was van de oudere dame waarvan wij het arbeiders huisje op haar boerderij huurde.
Bernard kon lachen en klagen tegelijkertijd. Dat is voor een boer, een “agriculteur” zoals dat nu zo netjes heet, een goede eigenschap in moeilijke tijden. De huidige boer doet alles met de computer. Ik verbaasde me daarover wanneer ik de gigantische opslaghallen van Bernard binnenwandelde op zoek naar een stuk gereedschap. Borden vol met schema’s waarop de data vermeld stonden van het spuiten met gif, de computer waarmee contact onderhouden werd met de diverse fabrieken, de suikerfabriek, de aardappelfabriek in België. “Boer” doet inderdaad wat achterhaald aan.
Bernard kon aardig mopperen op die aardappelfabriek. Die sloot wurgcontracten af, waardoor soms halve partijen aardappelen werden afgekeurd op futiliteiten zoals te veel zwarte puntjes op de schil. Die partijen werden in feite niet opgekocht omdat de aanvoer groter was dan voorzien. Maar het jaar daarop vertelde hij dat het prima ging met de verkoop van de aardappel omdat de Hollandse boer pech had met het weer. De een z’n brood…
In Baizieux was geen vermaak. Geen theehuis, geen café, zelfs geen bakker. 200 inwoners in een dorp dat er ooit duizend had gekend. En in die tijd ook nog vijf café’s! De nu te grote kerk als stille getuige van de duizend gelovigen. De kerk die gerund wordt door enkele dames uit het dorp. Missen zonder pastoor, zelfs geen Nederlandse meer. Want ook in Nederland zijn de pastoors schaars geworden. De pastoor die in Baizieux langskwam, een keer in de zoveel tijd, moest 61 kerken bedienen. De man was al ver in de 70.

In Babayan,Turkije zijn er 4 theehuizen, een aantal winkeltjes en twee moskeën op een bevolking van ongeveer 1500. De mannen kleppen in die theehuizen en de vrouwen voor hun deuren, al breiend. De boeren hebben geen computers. Geen gekoelde opslagruimtes waarin ze hun oogst kunnen opslaan totdat de prijzen stijgen. De moskee klinkt nog dagelijk en op vrijdag gaat men, voornamelijk de mannen, er bidden. De grond is hier nog niet verkaveld. Babayan is nog een beetje Baizieux 100 jaar geleden. Maar de eerste Nederlanders met vakantiewoning zijn er al wel.

picardieklein.jpg (31693 bytes)  
Picardië

uitzicht_ligklein.jpg (32912 bytes)

Cappadocië

 

Home   Paintings    C.V.  Reisverhalen inhoud