|
| |
Ratten
Naar aanleiding van een voor te bereiden tentoonstelling over Gandhi werd mij
woonruimte en een atelier beschikbaar gesteld door het Gandhi museum in Delhi. Beide
bevonden zich in een uitgestrekt park dat ligt in de buurt van de Delhi Gate aan het Raj
Gath, de Gandhi Darshan genoemd. De gebouwen in het park zijn ooit daar neergezet als een
tijdelijke tentoonstellingsruimte door Indira Gandhi. Het moest een prestige object worden
tijdens de wereldtentoonstelling die in New Delhi gehouden werd. De architect heeft er
iets moois van gemaakt. Het museum bestaat uit strakke rode gebouwen met terrassen en
tuintjes. In de zalen hangen oude foto's van Gandhi en moment opnames uit zijn bewogen
leven. De zoutmars, zijn hongerstaking, zijn tijd in Engeland. Er is een bibliotheek, er
worden workshops gehouden en kinderen uit de achterliggende krottenwijk krijgen er zo nu
en dan les in knutselen, boetseren en schilderen.
Mijn woonhuisje was, integenstelling tot de vierkante hoekige gebouwen op het
terrein, een grappig rond gebouwtje met en ronde grote kamer en een natte plek. In de
kamer stonden twee bedden, een buro, een grote bank en wat luie stoelen. Grote Gandhi
portretten aan de muur.
Mijn atelier bevond zich in een van de hoekige gebouwen. Het was een grote ruimte die
uitkeek op een kleine binnenplaats waar niets gebeurde. Geen deur leek er toegang tot te
hebben. Een loze ruimte. Duiven poepten er en zo nu en dan rende er een rat over de
immiddels scheef liggende tegels. Duiven hadden zich ook genesteld in het atelier. Die
nesten heb ik weggehaald. Plek zat buiten. Ik wilde geen poep op m'n schilderijen.
Het licht in mijn atelier was niet bijster en omdat ik er in de winter zat was het er
bij tijd en wijlen aardig fris. Regelmatig liep ik de koude ruimte uit om me buiten op te
warmen in de winterse zon.
De afspraak met het museum was dat ik er mijn Gandhi serie zou schilderen terwijl het
publiek vrij toegang zou hebben tot het atelier en zodoende mijn vorderingen konden
volgen. Het is geen populair museum dus het was zelden druk in het atelier. Een enkele
keer slofte er een groep mensen binnen die verbaast mijn werk bekeken: het verschilt nogal
van de gangbare beeldtaal over Gandhi.
s'Nachts hoorde ik de nachtwachten, bewapend met stokken op de grond tikken en om 't
hele uur met hun fluitjes elkaar seintjes geven. "Wij zijn er nog en waken over uw
veiligheid", was de boodschap. Dat moest voor de museumstaf die op het terrein woonde
een geruststellend idee zijn in hun slaap, dat nachtelijke fluiten. Als ik 't hoorde
glimlachte ik in bed: de wachten liepen krom van ouderdom. Die stokken kwamen hun goed van
pas.
Op een avond in december, het elektrische kacheltje blies vrolijk warme lucht de
'huiskamer' in hoorde ik een raadselachtig geluid. Trip trip trip klonk 't. In de rondte
zoekend ontdekte ik een stelletje ratten die na door mij te zijn betrapt achter elkaar aan
de kamer rond rende, zoekend naar een uitgang. Ik blokkeerde de enige mogelijke uitgang
voor dat stelletje ongedierte met een deken: een grote kier onder de voordeur.
Ratten zijn er in soorten en maten in India en waar niet eigenlijk. Maar dit
stelletje had iets waardoor ik ze, vertedert door het schouwspel nog even binnen wilde
houden. Rennend en in paniek. Ze bleven maar ronddolen in die rare ronde kamer, dicht
tegen de muur aan in de hoop dat ze een uitgang die hun uit hun kwelling zou verlossen
zouden vinden.
Maar pas toen ik het stelletje ratten diep genoeg op op m'n netvlies had gebrand, er
een onuitsterflijk beeld van had gekregen trok ik de deken weg en begonnen de ratten aan
hun laatste ronde in die vissenkom.
Ma voorop en zeven ratten er achteraan: elk met 't puntje van de staart van z'n
voorganger in stevig zijn mond. Zo vloog 't treintje eindelijk veilig onder de deur door,
een nieuwe toekomst tegemoet.
Home Paintings
C.V. Reisverhalen inhoud
|