Up ] Gatenkaas ]

 

 

 

 

Het was heet, bloedheet. De vuile lucht zinderde. De straten van Bombay waren stil maar nog hing er een zware dichte damp die zich loom verspreidde, je neus verstopte en je het zicht op de einders ontnam. Ik was op zoek naar een ijssalon. Ze hebben lekker ijs in India. Normaal waren de wegen verstopt maar er was een staking gaande, er reden geen bussen, treinen, het werk lag die dag plat. Taxi's deden goede zaken. Terwijl ik even stopte om te kijken naar een man die een papagaaitje uit een kooitje liet lopen om kaarten te trekken waarmee toekomst voorspeld wordt, kinderen onverwacht aangekondigd en de liefde weer een kans krijgt, hoorde ik plotseling het zwaar ademen van iemand naast me. "Hot, isn't it, very hot.." Ik draaide me om en keek in het bezeweette gezicht van een dikke man, achter in de veertig die met een zakdoek de parelende druppels van zijn voorhoofd veegde. Ja, heet, niets nieuws onder de brandende zon hier. "Tourist?", vroeg ie me nochelant. Ja, antwoorde ik ietwat geërgerd. Ik had geen zin in het zoveelste gesprek dat weer uit zou lopen op het eeuwige vergelijk tussen India en het westen met opvallend veel aandacht voor vrije sex. "Moeilijk geld wisselen vandaag, niet?". Hij stelde zijn vraag zo luchtjes mogelijk, alsof ie het nog steeds over het weer had. "Ik weet het niet, ik hoef niet te wisselen". "Travelcheques?". Ik werd er een beetje kriegelig van, wat wilde die man? Ik keek weer naar het papegaaitje dat immiddels twee kaarten had getrokken en zijn eigenaar was nu bezig de toekomst uit te leggen aan de vrouw die op haar hurken aandachtig luisterend voor hem zat. "De staking kan nog wel even duren", begon de man naast mij weer. "Ik ben een zakenman uit Benares, ik moet naar Londen voor zaken en heb travelcheques nodig maar we mogen maar voor een bepaald bedrag opnemen, vandaar". Ik keek hem aan, vandaar wat. Wat was ie op uit. "Ik geef je dertig procent meer voor je travelcheques". Ik hoef niet te wisselen, mijnheer, maar bedankt voor het aanbod. "Ik ga zo met een Australiër wisselen in een ijssalon hier in de buurt, kun je zin dat het werkelijk zo is, ga mee, ik tracteer, ze hebben er goed ijs, en als het je niet aanstaat dan vertrek je gewoon weer."

De gedachte aan ijs deed me overstag gaan. De vrouw voor me knikte hevig, de man brabbelde heftig, maar de papagaai zat alweer in zijn kooitje en ik begreep er niets van. We vertrokken. De dikke amechtige hijgende man liep haastig de bijna lege straten door, onbegrijpeleijk voor zo'n vet iemand. We belanden al snel in een wijk die ik niet kende. De ijssalon zag er veelbelovend uit. In de hoek zat een tourist aan een tafletje achter een grote sorbet. "Dat is Jack", zei Anand, die zich inmiddels had voorgesteld. We namen plaats aan dezelfde tafel, ik naast de Australiër omdat Anand me teveel plaats leek in te nemen. Ik bestelde dezelfde sorbet. Jack stelde zich voor en begon meteen opgetogen over de transaactie te praten. "Gisteren heb ik met Anand honderd dollars gewisseld, hij gaf me er voor honderddertig dollars aan roepies voor terug!". "Niet gek, snel winst maken", antwoorde ik achteloos. Jack knikte en slobberde aan het ijs. Anand nipte aan zijn hete thee. Zijn kop was nat van het zweet. "Ik ga al mijn travelchaques wisselen vandaag, levert me zo'n negenhonderd dollard extra op". Drieduizend dollar aan travelcheques, rekende ik snel uit. Plus de extra negenhonderd, dollars aan roepies. "Heb je een vrachtwagen bij", vroeg ik schertsend. Je kreeg toen vijfentwintig roepies voor een dollar. Hij lachte en liet me zijn kleine rugzakje zien. Daar kon met gemak een bulkgeld in, dat was duidelijk. "We gaan naar een bank waar mijn broer werkt en die zorgt voor de transactie", hijgde Anand. "Als je ook wat wil wisselen kun je mee, we gaan met een taxi". Ik genoot van het ijs. Dertig procent meer, daar kan ik langer voor blijven hier, niet gek eigenlijk, waarom ook niet.

De zwarte markt in India bloeide flink. Het was 1982 en de importgrenzen waren toen nog niet open. "Be Indian, Buy Indian". Je liep op straat met een klein onbenullig fototoestel en men wilde het kopen. Je zat in je hotelkamer en men wilde je zaklantaarn. Men vroeg je je horloge te verkopen tijdens het eten van een thali. De indiaase markt was onder het zoveelste vijfjarenplan er nog steeds niet in geslaagd producten te maken die het tegen de westerse hebbedingetjes op konden nemen. Ik had ooit een prima zonnebril gekocht in Madras, nou ja gekocht, geruild tegen pakjes westerse sigaretten. Glazen glazen. Toen ik zei dat ik hem in Madras had gekocht nadat iemand me vroeg hem te verkopen wilde hij niet meer. India had best wel goede spullen maar men zag het niet meer, zo leek het. Alles wat van ver kwam leek beter, kon mee gepronkt worden.

"Ach, ik wissel ook wel wat, duizend dollar, is dat oké? " Anand leek tevreden en Jack zei dat ik er verstandig aan deed zo'n kans niet te laten lopen, er zat ijs aan zijn dunne bovenlip. Ze keken elkaar aan en besloten op te staan. De sorbet glazen waren immiddels leeg en Anand liet de rest van zijn thee staan. Hij zou het toch naar uitzweten. Hij betaalde en eenmaal buiten viel de hitte weer als een hete deken over ons heen. Een verschil van vijftg graden. Binnen had de airconditioning geloeid. Een taxi was snel gevonden en we reden door wijken waar ik de weg niet kende, Bombay is groot. Kinderen speelden op straat, gebruikte de lege weg als cricketveld. Huizen zuchtten onder de warmte en de was die uit de ramen wapperde leek me al uren droog. Na ongeveer een driekwartier rijden, een afstand waar we op andere dagen zeker het twee uur over gedaan zouden hebben, kwamen we in een rustige wijk met verzorgde huizen met kleine tuintjes waar plantjes vochten om water en lucht: ze hingen er slapjes en grijs bij. In een brede straat tegenover een groot gebouw dat eenzaam op een uitgestorven terrein lag stapte we uit.
"Dat is de bank van mijn broer", zei Anand terwijl hij als eerste uit de verroeste taxi stapte. Ik volgde snel. Het vehikel had geen schokbrekers meer en ik voelde me geradbraakt. De chauffeur lachte. Hij zag mijn pijnlijke grimas op mijn gezicht. "Nice ambassador, Sir, very old but still going where I want!" Ik geloofde hem graag. Toen hij wegreed walmde de uitlaat groene en blauwe gassen in dikke rookslierten de weg over. We liepen naar de overkant en Jack keek me veelbelovend aan. "Zo snel heb ik nog nooit geld verdiend", hij lachte tevreden. Onder een grote grijze broodboom stopte we. De straat was verlaten. Geen mens te zien. Vreemd voor Bombay, het had iets onwerkelijks. "De bank is open vandaag?", vroeg ik en keek in de richting van het eenzame gebouw waarop een scheefgezakt bord de "State Bank of India" aankondigde. De letters waren nog net te lezen. Anand antwoorde veelbelovend, "Mijn boer is de manager daar, hij kan erin en eruit wanneer hij maar wil." Dat komt dan mooi uit op zo'n dag als vandaag, illegaal geld wisselen zonder dat iemand het ziet en nog wel bij de state bank. Leek me beter dan wanneer de bank in vol bedrijf was, meestal duurde geld wisselen daar een uur, met wat geluk dan.
Jack trok zijn rugzak van zijn schouder, opende hem en zocht naar zijn travelcheques. Toen hij ze gevonden had overhandigde hij ze aan Anand die mij verwachtingsvol aankeek. Hij hield zijn hand mijn richting op en zei," geef me snel de jouwe dan kan ik ze daar gaan wisselen". "Ho, ho," antwoorde ik beduusd, "wacht even, ik geef je ze pas als we daar binnen zijn en jij me het geld gelijk oversteekt, mister." Anand's gezicht vertrok. Jack keek me aan en zei, "Man doe niet zo moeilijk, ik heb het gisteren hier ook gedaan, dat ging prima, ik zei je 't toch!". Ik begon nattigheid te voelen. "Jack, dat jij je geld zo weggeeft moet je zelf weten maar ik wil boter bij de vis" . Mijn "butter with the fish" werd slecht begrepen dus verklaarde ik me nader. "Geld wisselen prima, maar wel gelijk oversteken." "Dat is dé State bank of India", probeerde Anand nog, "wat denk je wel, dé officiële bank van India".
De officiële bank van India gaf me nooit dertig procent meer voor mijn dollars dus dat argument vond ik nogal dubieus. Mijn gevoel van onzekerheid werd met de minuut groter en het gezicht van Anand met de seconde bozer. "We kunnen daar niet gezamenlijk naar binnen want er is daar een wacht en die mag ons, mijn broer en ik, niet zien met buitenlanders, dat wekt argwaan." Argwaan was het goede woord voor mijn gevoel. "Jack, er klopt hier iets niet, ik zou het niet doen als ik jou was je moet het zelf weten maar ik ga." "doe niet zo stom man", antwoorde Jack nu ook zenuwachtig , hij leek minder vertrouwen te krijgen in de zaak. "Ga mijn geld maar halen, ik wacht hier op je, Anand". Er klonk een irritatie in zijn stem. Anand keek me aan, leek zijn boze grimas achter een schijnheilige lach te verbergen en vroeg me kalm,"wel wat doe je geld verdienen of ophoepelen?"
Dat "ophoepelen" verried nog iets van zijn irritatie en ongemak. "Dat is geen zaken doen zo, je wilt geld wisselen je gaat mee, en vervolgens trek je je terug, geen manier van doen hier." Hij stond ongeduldig met de travelcheques van Jack in zijn ene hand en stak weer zijn andere naar me uit. "Duizend dollar of minder als je het net als Jack gisteren, wilt uitproberen". Even twijfelde ik, tot nu toe was ik nog niet eerder bedrogen in India, maar tot nu toe had ik ook nog niet eerder zo snel geld verdiend. "See you later", antwoorde ik. Ik liep weg, snel maar trachtte het beheerst en rustig te doen laten overkomen. Jack schreeuwde me nog iets na wat op stupid leek maar ik was alweer een straat verder.
Ik had geen flauw idee waar ik was maar ik stapte flink door. Een lichte paniek begon zich van mij meester te maken alsof ik door begon te krijgen dat ik aan een stomme maar linke situatie was ontsnapt. Allerlei scenario's tolde door mijn kop. Ze hadden me wel overhoop kunnen steken, mijn geld afpakken, me droppen in de goot. Opeens hoorde ik langzaam een auto van achter me dichterbij komen. Het geluid van de motor klonk onheilspellend in de stille straat. Ik durfde niet achterom te kijken. Ik voelde of ik mijn zakmes nog in mijn zak had. De straat was leeg en broeide. De zon ketste tegen de verweerde huizen. Luiken met gebladderde verfresten waren gesloten. Schrille kinderstemmen die vrolijk lachten maar ik wist niet vanwaar het geluid kwam. Ik wilde gaan hollen maar hield me in. De straat leek lang. De auto kwam naderbij, ik hoorde hem zowat tegen de afgebrokkelde stoeprand schuren. Opeens klonk daar een krasse stem, ik schrok en sidderde, weer die stem, waar had ik die eerder gehoord, Anand? Nu verscheen de auto naast me, een ambassador zoals alle auto's hier. Ondanks de roest op de bumper schitterde de zon op de laatste stukjes glimmend chroom.
"Taxi, sir?" Ik draaide me met een ruk om en keek in de tandeloze mond van een taxichauffeur die breed grijzend nogmaals vroeg: "Taxi sir?" Het was de zelfde taxichauffeur die ons daar gebracht had. Ik glimlachte en opgelucht stapte in. De kapotte schokbrekers nam ik voor lief.

Een paar maanden later kwam ik een Engelse tourist tegen in Zuid India. We lagen aan het strand. Hij was ook in Bombay geweest. Had al zijn travelcheques gewisseld. Ze hadden hem dertig procent meer geboden. "Ze" waren een dikke Indiër met een Australische tourist. Nadat hij zijn travelcheques aan de dikke had gegeven was hij wegegaan om nooit meer terug te keren. "Butter with the fish", always", lachte ik. De Engelsman begreep me even niet.

 

Home   Paintings    C.V.  Reisverhalen inhoud