De allerjongste is de Amsterdamse Tippler, die ook meteen de kleinste van de clubrassen is. Als afstammeling van de Macclesfield Tippler, de Prager tuimelaar van het vliegtype en wellicht de oorspronkelijke Budapester tuimelaar is een vrij kleine compacte tuimelaar ontstaan, die tot de jaren 60 van de vorige eeuw op de Amsterdamse duivenplatten werd gehouden. De heer Bargman uit Lelystad (oorspronkelijk uit Amsterdam) en minder dan een handvol andere fokkers, zijn bezig dit ras weer nieuw leven in te blazen. Het ras is in 2002 teruggezet naar de status van voorlopig erkend, omdat in type, tekening en kopvorm nog te weinig uniformiteit bestond.