Bij de schulden binnen de EU     (20 mei 2011)

De schuldencrisis rond Griekenland was in het nieuws.  Er wordt gesteggeld over of er herstructurering (d.w.z. deels vrijschelden van de schuld) moet plaatsvinden.  Opmerkelijk is dat zelfs The Economist - bepaald geen SP agitprop blaadje ... - in artikelen stelt dat dit zeer waarschijnlijk onvermijdelijk is.  T.g.v. de escalatie van de rentestand m.b.t. Griekse staatsobligaties kan een ieder zien aankomen dat Griekenland in een schuldengat duikelt waar het op eigen kracht nooit meer uit kan komen.

Erger, als je gedurende 20 tot 30 jaar dik moet betalen als Griek, dan is de uitkomst voorspelbaar.  Jonge mensen, de meest talentvolle eerst, zullen het land verlaten.  Het is een neerwaardse spiraal.  Tegen deze achtergrond zijn extra leningen waarschijnlijk ook nutteloos.  Het stelt het onvermijdelijke slechts uit, en maakt het uiteindelijk erger.

Kortom:  Heren bankiers, overheden, take the loss!

Hoe dan?  Ik denk dat je met lenen aan landen veel terughoudender moet zijn.  Daar kom ik aan het einde nog op terug.  Maar ik wil ook nog even wijzen op de geschiedenis van direkt na de 2e wereldoorlog.  De VS verstrekten de z.g. Marshall hulp.  Dat waren i.h.a. géén leningen.  En dat was - ook vanuit het Amerikaanse standpunt bezien - zeer wijs.  Europa lag in puin, en dus werd een deel van de hulp gebruikt om Amerikaanse spullen te kopen. 

Verder was het zo dat er geen schuld hoefde te worden afgelost.  Want hoe had Europa dat dan moeten doen?  Door naar de VS te gaan exporteren en op de Amerikaanse markt met succes wat lokale bedrijven te beconcurreren, en een deel van hun omzet over te nemen.  Dat leidt eventueel aldaar tot (extra) werkloosheid.  En dat met rente erbij!  Marshall had dat goed gezien.  Geef west Europa een flink duwtje vooruit, en laat de zaak daarna op z'n beloop.

Ik eindig met het wijzen op een oud idee van Cheryl Payer, auteur van de boeken "The Debt Trap: The IMF and the Third World" uit 1974 en "Lent and Lost, Foreign Credit and Third World development" uit 1991.

Zij stelt voor een openbaar register aan te leggen van schulden van landen en de crediteuren bij wie ze in het krijt staan. 

  • Wie zijn leningen niet in dit openbare register registreert kan geen claim op middelen van het betrokken land met schulden leggen. Die is bij een crisis - het land kan niet aan zijn verplichtingen voldoen - gewoon z'n geld kwijt. Dit moet strikt worden nageleefd. Geen onderhandse leningen dus.
  • Aangezien het register openbaar is kan niemand op grond van geheime deals extra rechten doen gelden.
  • Nieuwe eventuele crediteuren hebben een goed beeld van de draagkracht van een land in verhouding met z'n aangegane verplichtingen. Een land moet zelf liefst ook tevoren aangeven waar de limiet ligt.
  • Als - t.g.v. economische crises - deze limiet wordt overschreden dan wordt op volgorde van de verstrekte leningen bepaald in welke mate er wordt terugbetaald. Voor de eerst aangegane leningen worden alle verplichtingen nagekomen, en voor de laatst aangegane leningen wordt dat niet meer gedaan. Deze laatsten krijgen in het ergste geval zelfs niets meer terug. Daartussen zit dan een glijdende schaal die van te voren is afgesproken.

Op deze wijze worden de eerstkomende crediteuren beloond, en de laatstkomende - die soms willens en wetens in feite aan woeker deden - worden voor hun gedrag gestraft.

Zo iets zou je binnen de EU kunnen afspreken.  Zou het de dood in de pot betekenen?  Nee.  Het is wel een forse beveiliging tegen excessief lenen.  Als landen hun begroting willen vergroten, dan zullen ze daar vooral belasting voor moeten heffen.  Er zal geleend blijven worden, maar dan wel op een heel wat gezonder basis.

William Shakespeare formuleerde het ooit zo: 
"Neither a borrower nor a lender be, for loan oft loses both itself and friend, and borrowing dulls the edge of husbandry." 
Klassieke woorden, die nog altijd hun volle geldigheid hebben.

Mazzel & broge, Evert

Naschrift 21/5/2011:
Wellicht kan men zich afvragen wat er gebeurt met verliezen die door banken (en indirekt ook pensioenfondsen) worden geleden bij het afwaarderen van de schulden van Griekenland (en mogelijk ook andere landen).  Ik zou zeggen: Laat eerst de aandeelhouders maar even wachten m.b.t. dividend - nu even niet.  Daarna kan de overheid, daar waar de grootste sociaal-maatschappelijke belangen (pensioenen, kleine spaarders) in het spel zijn, bijspringen.

Daarna kan men gaan kijken naar de rol van banken.  Ik heb het hier al eerder gesteld: Ik ben voor een soort van Glass-Steagall wet op internationale schaal.  D.w.z. het verplicht splitsen van banken in utiliteitsbanken (die spaargeld beheren, leningen en hypotheken verstrekken) en investeringsbanken (zeg maar het meer speculatieve deel).  En laat de aandeelhouders dan maar met het investeringsbank deel mee gaan.

In zo'n geval kan je dan als overheid de tegoeden bij utiliteitsbanken geranderen.  Dat geldt echter niet voor tegoeden bij investeringsbanken met aandeelhouders.

Mogelijk is dat op dit moment niet haalbaar.  Dan is er een andere modus mogelijk.  Richt opnieuw een Rijks Spaarbank op, en blaas ook het idee voor een Nationale Investeringsbank een nieuw leven in.  Zeg er dan vervolgens bij dat andere tegoeden niet, of slechts in zeer beperkte mate, worden gegarandeerd.  Je kunt eventueel een uitzondering maken voor cooperatieve banken.

Aangezien het balanstotaal van in Nederland gevestigde banken reeds 3 à 4 maal het jaarlijkse bruto bedrijfs product in Nederland is lijkt me dit iets om (sterk) te overwegen; zie maar wat er met IJsland en Ierland is gebeurd.  Aldaar wordt nu gepoogd de puinhoop die de bankbobo's aanrichtten op de bevolking af te wentelen.