Biobrandstof en kunstmest      (29 augustus 2007)

Ik schreef al eens een aantal malen over (b.v. in 2007): Biobrandstof

Daarbij hamerde ik op de absolute noodzaak van duurzame verbouw methoden, alsmede het non-destructief creren van bouwgrond.  Ontbossing ten behoeve van (Palmolie)plantages denk aan Kalimantan is de verkeerde weg.  Ook wees ik op het belang van het zo matig mogelijk gebruik van kunstmest.

Welnu, Paul Crutzen (en mede auteurs) schreef er onlangs een publikatie over.  Daarin komen ze tot de conclusie dat indien men (teveel) kunstmest gebruikt het broeikas effect bij het inzetten van bijvoorbeeld koolzaad diesel ("sun diesel") niet wordt tegengegaan.  Erger: Het wordt er zelfs in gevallen extra door bevorderd.

Dat komt omdat niet 1 2% van de stikstof in de kunstmest als N2O eindigt, maar 3 5%.  Dat betekent dat elke ton chemisch gebonden stikstof (ammonium nitraat) goed is voor 10 15 ton CO2 equivalent broeikas effect.  N2O is ruim 300 maal effectiever als broeikasgas dan CO2.  Daarnaast is er al zo'n 3 ton CO2 vrijgekomen bij de productie er van.

Kortom:  Gebruik zo weinig mogelijk kunstmest bij het telen van biomassa voor biobrandstof.  Anders span je wederom het paard achter de wagen, en heeft het allemaal geen zin.  Een probleem is dan mogelijk wel dat er t.g.v. de langzamere groei ng meer ruimte (landbouwgrond) nodig is.  Een potentieel conflict tussen voedsel en brandstofteelt tekent zich dan af.

Mazzel & broge, Evert

Referentie:
N2O release from agro-biofuel production negates global warming reduction by replacing fossil fuels; P. J. Crutzen, A. R. Mosier, K. A. Smith, and W. Winiwarter; Atmos. Chem. Phys. Discuss., 7, 11191-11205, 2007  (abstract, full text [pdf])