Een brief door Hans Labohm et.al.     (15 januari 2007)

Verleden week werd er in de Volkskrant een brief, door Hans Labohm et. al. (hieronder onder 'reacties' letterlijk weergegeven), geplaatst onder de titel 'Mens niet schuldig aan opwarming aarde'.

Zij schrijven dat 'de wetenschappelijke onderbouwing van deze film was zodanig dat An Inconvenient Fantasy een passender titel zou zijn geweest'.  De film, 'An Inconvenient Truth', overdrijft inderdaad mogelijk zo hier en daar een beetje.  Maar de uitspraak dat de wetenschappelijke onderbouwing afwezig is geldt m.i. in een veel hogere mate voor hun brief.

Allereerst stellen zij dat 'er geen onomstotelijk wetenschappelijk bewijs is'.  Maar wat is onomstotelijk?  Als men opgeslagen kunstmest, bijvoorbeeld een 50/50 mengsel van ammoniumsulfaat en ammoniumnitraat, d.m.v. springstof wat losser maakt – dat is in het verleden wel zo gedaan – dan zal het slechts in een heel enkel geval (met een enorme klap) de lucht in vliegen.  Kortom: In deze redeneer trant kan men dat rustig doen want 'er is geen onomstotelijk wetenschappelijk bewijs'.  Er is echter wel een waarschijnlijkheid die ertoe heeft geleid dat men dat nu reeds lang niet meer doet.

Verder is het zo dat in rapporten van het IPCC wordt gesproken van (aanzienlijke) invloed op het klimaat t.g.v. menselijke activiteiten en niet de enige.  Bovendien wordt inderdaad de invloed er van met de onzekerhheden er in uitgebreid beschreven.  Echter, en daar is onder de betrokken wetenschappers vrijwel geen twijfel over:  T.g.v. menselijke activiteiten maken we de Aarde warmer dan hij anders zou zijn geweest.  Daarnaast zijn de gevolgen daarvan onoverzienbaar.

Ik mis in de brief ten ene male gegevens waarmee de claim 'De mens is niet schuldig aan de opwarming van de aarde' kan worden onderbouwd.  Ook tref ik een aperte onjuistheid aan.  Zij claimen dat 'de modellen niet verklaren waarom de temperaturen in de periode tussen 1940 en 1975 daalden'.  Dat is - ik herhaal - apert onjuist.  De rol van zwaveldioxide en aerosolen is wel degelijk meegenomen in de studies.  Ook de rol van de zon is meegenomen.  In werk door het KNMI, dat ik in een stukje op m'n website aanhaal, is het verloop van de temperatuur tussen 1940 en 1975 wel degelijk zeer redelijk verklaard.

Tenslotte ontwaar ik een forse interne tegenstrijdigheid.  Eerst stellen zij dat 'Een kleinschaliger enquête onder 530 klimatologen (Wie waren dat? en: Wat verstaat men in dit verband onder 'klimatoloog'?  E.W.) uit 27 landen, die in 2003 werd uitgevoerd door prof. Dennis Bray van het Forschungszentrum Geesthacht (bepaald geen meteorologisch instituut ... E.W.), leverde een verdeeld beeld op: slechts 34,7% de ondervraagden was overtuigd van het bestaan van een menselijk broeikaseffect, terwijl 20,5% deze hypothese verwierp. De rest was min of meer onbeslist. Bepaald geen consensus.'

Daarna stellen zij: 'Maar zo werkt de wetenschap niet. Elke vooruitgang in de wetenschap is geïnitieerd door een kleine minderheid, die ontdekte dat de waarnemingen in strijd waren met de algemeen aanvaarde hypothese of theorie. Soms was daar maar één wetenschapper voor nodig. Denk maar aan Galileo en Einstein.'

Zo!  Galileo en Einstein.  Heren, zo heet u niet! 

Verder: Eerst suggereren ze dat ze 'niet alleen staan'.  Maar als dat mogelijk bij nader inzien toch wat anders zou kunnen uitvallen roepen ze zich tot een nieuw soort wetenschappelijke held uit.  Heren, enige bescheidenheid had u gesierd.  Ik constateer in elk geval dat u van valse bescheidenheid géén last heeft ...

Mazzel & broge, Evert

PS: Hans Labohm presenteert zich als 'expert reviewer' van het IPCC'.  Ik ben daar niet van onder de indruk.  Dat ben ik ook ...

__________________________________________________________

Hieronder de letterlijke tekst van de hierboven becommentarieerde brief:

'Mens niet schuldig aan opwarming aarde'

Veel mensen denken dat klimaatverandering wordt veroorzaakt door menselijk toedoen, zoals de uitstoot van CO2. De opwarming heeft vooral natuurlijke oorzaken.

Hoe vaak wordt niet beweerd dat klimaatverandering wordt veroorzaakt door de mens? Dat was bijvoorbeeld de boodschap van de film An Inconvenient Truth van Al Gore. Maar de wetenschappelijke onderbouwing van deze film was zodanig dat An Inconvenient Fantasy een passender titel zou zijn geweest.

Deze bewering stond ook centraal in het debat tussen de geoloog Salle Kroonenberg en de milieukundige Frans Berkhout in Kennis van 23 december 2006. Ondergetekenden zijn echter van oordeel dat er geen onomstotelijk wetenschappelijk bewijs is voor een substantiële menselijke invloed op het klimaat. Integendeel, de waarnemingen zijn in strijd met de menselijke broeikashypothese.

Als 'bewijs' voor de waarheid van die hypothese wordt meestal aangevoerd dat er een wetenschappelijke consensus over bestaat. Maar er is nooit aan alle wetenschappers - klimatologen en beoefenaren van andere relevante wetenschappelijke disciplines - gevraagd hoe ze erover denken. Een kleinschaliger enquête onder 530 klimatologen uit 27 landen, die in 2003 werd uitgevoerd door prof. Dennis Bray van het Forschungszentrum Geesthacht, leverde een verdeeld beeld op: slechts 34,7% de ondervraagden was overtuigd van het bestaan van een menselijk broeikaseffect, terwijl 20,5% deze hypothese verwierp. De rest was min of meer onbeslist. Bepaald geen consensus.

Maar zelfs indien een ruime meerderheid van wetenschappers overtuigd zou zijn van het bestaan van een substantiële menselijke invloed op het klimaat, dan nog kan aan deze opvatting slechts beperkte betekenis worden toegekend. In de politieke besluitvorming in democratieën geeft de meerderheid inderdaad de doorslag. Maar zo werkt de wetenschap niet. Elke vooruitgang in de wetenschap is geïnitieerd door een kleine minderheid, die ontdekte dat de waarnemingen in strijd waren met de algemeen aanvaarde hypothese of theorie. Soms was daar maar één wetenschapper voor nodig. Denk maar aan Galileo en Einstein.

Een ander 'bewijs' is dat de gletsjers zich terugtrekken (overigens al sinds 1850) en dat het ijs op de Noordpool smelt. Maar beide zijn een gevolg van een warmer klimaat ter plaatse en zeggen niets over de oorzaak daarvan. Elke opwarming - of deze nu door de mens of door de natuur wordt veroorzaakt - zal het ijs doen smelten.

Vele klimatologen wijzen erop dat het klimaat thans warmer wordt en dat het niveau van kooldioxide (CO2) in de atmosfeer toeneemt. Dat is juist. Maar het samengaan van deze verschijnselen is geen voldoende bewijs voor een oorzakelijk verband. Bovendien is de gemiddelde wereldtemperatuur gedurende de periode 1940 en 1975 gedaald, terwijl in dezelfde periode de CO2-concentratie snel toenam.

En wat te denken van de bewering dat de klimaatmodellen opwarming voorspellen? Er zijn ruim twintig grote modellen, die allemaal verschillende uitkomsten opleveren, afhankelijk van wat men in de computer stopt. In de literatuur kan men verschillende schattingen aantreffen van de mogelijke temperatuurverhogingen als gevolg van een verdubbeling van de CO2-concentratie in de atmosfeer. Zij variëren van 1,4 graden - 11,5 graden.

Bovendien kunnen de modellen niet verklaren waarom de temperaturen in de periode tussen 1940 en 1975 daalden. De uitkomsten van modellen kunnen nooit als bewijs dienen; alleen waarnemingen zijn in dit verband relevant.

Wat we wèl weten is dat geen enkel klimaatmodel het waargenomen patroon van de huidige opwarming kan verklaren - de temperatuurtrends gemeten op verschillende breedtegraden en verschillende hoogten, zoals vastgesteld met behulp van radiosondes, opgehangen aan weerballonnen. Deze resultaten - voor het eerst wereldkundig werden gemaakt op een klimaatconferentie in Stockholm in september vorig jaar - leiden tot de conclusie dat het menselijke aandeel in de opwarming niet significant kán zijn, en dat het grootste deel van de opwarming aan natuurlijke oorzaken dient te worden toegeschreven, waarschijnlijk aan kleine variaties in de zonneactiviteit. De huidige opwarming houdt wellicht verband met een natuurlijke cyclus van 1500 jaar, die is gemeten in ijsboorkernen, oceaansedimenten, stalagmieten enz. - metingen die een periode van bijna een miljoen jaar bestrijken.

Fred Singer, atmosferisch natuurkundige, em. hoogleraar university of Virginia, voormalig directeur van de US Weather Satellite Service.
Peter Bloemers, hoogleraar biochemie, universiteit Nijmegen.
Adriaan Broere , ingenieur en geofysicus, werkte in satelliettechnologie, nu klimaatonderzoeker.
Bas van Geel, hoofddocent paleo-ecologie, universiteit van Amsterdam.
Albert Jacobs, geoloog, werkte in de olieindustrie in Canada.
Hub Jongen, elektrotechnisch ingenieur
Rob Kouffeld, em. Hoogleraar energievoorziening, TU Delft.
Hans Labohm, econoom en 'expert reviewer' van het IPCC en met Dick Thoenes en Simon Rozendaal auteur van 'Man-Made Global Warming: Unravelling a Dogma.'
Rob Meloen, hoogleraar. moleculaire herkenning, universiteit Utrecht
Jan Mulderink, chemisch technoloog, oud-directeur AKZO research Arnhem, oud-voorzitter Stichting Duurzame Chemische Technologie in Wageningen.
Harry Priem, em. hoogleraar planetaire- en isotopen-geologie, oud-directeur ZWO/NWO Instituut voor Isotopen-Geophysisch Onderzoek, oud-voorzitter Koninklijk Nederlands Geologisch en Mijnbouwkundig Genootschap.
Henk Schalke, voorzitter management team IUGS-UNESCO
Olaf Schuiling, em. hoogleraar geochemie, universiteit Utrecht.
Dick Thoenes , em. hoogleraar chemische proceskunde TU Eindhoven, oud-voorzitter Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging.
Jan Pieter van Wolfswinkel, oud-docent werktuigbouwkunde, TU Delft