Electriciteit uit Palmolie      (9 augustus 2005)

Op de weblog van Toine van Bergen staat een kritisch stukje over het bijstoken van Palmolie in een electriciteitscentrale. Het hele idee staat ook mij maar matig aan. Immers: De aanleg van heel wat palmolieplantages heeft geleid tot het verdwijnen van grote stukken tropisch regenwoud. En als dat nou alleen voor eten was is dat nog tot daar aan toe, maar om het spul gewoon als brandstof te gebruiken ... nee, het staat mij behoorlijk tegen.

Ik heb op de weblog van Toine het volgende antwoord geplaatst:

Bio-brandstof & duurzame mobiliteit

Ik kom nog even terug op het onderwerp biomassa en bio-brandstof n.a.v. het bijstoken van Palmolie in electriciteitscentrales. Zelfs als het los wordt gezien van sommige van de (zeer) negatieve gevolgen van de palmolie productie - de grootschalige vernietiging van tropisch regenwoud - is dit eigenlijk een zotte zaak. Waarom?

Wel, om het volgende: Als men uit biomassa vloeibare brandstof wilt winnen dan kan dat o.a. op de volgende manieren.

  • Men perst olie uit plantaardig materiaal (denk aan koolzaadolie, olijfolie, palmolie) en verestert het eventueel. Een chemische bewerking om het geschikt te maken als "biodiesel". Er blijft dan nog een flinke hoeveelheid restmateriaal over. Dat zou kunnen worden verbrand om er electriciteit mee op te wekken. Bij palmolie plantages gebeurt dat inderdaad op enige schaal.
  • Men gebruikt cellulose achtig materiaal en zet dat via fermentatie om in alcohol. Die moet dan nog wel uit een soort van verdunde soep worden afgedestilleerd.
  • Men vergast biomassa (dat kan óók afval zijn!) tot synthesegas - een mengsel van CO, H2, (CO2 en H2O) - en gebruikt vervolgens dit synthese gas om via het z.g. Fisher & Tropsch proces (gevolgd door hydrocracking) om te zetten in buitengewoon schone dieselbrandstof.
Al deze mogelijkheden houden een aantal proces stappen in. Het zou nu volkomen zot zijn om deze vloeibare brandstof in een electriciteitscentrale te verstoken. Daar kan men véél laagwaardiger brandstof voor gebruiken. B.v. afvalhout (bij voorkeur zonder "verduurzamingsmiddelen") zou daarvoor kunnen worden gebruikt.

Bio-brandstof moet worden toegepast daar waar het afvangen van CO2 vrijwel ondoenlijk is, en dat is als brandstof voor een (vracht)auto. Bij personenvervoer zou men dan kunnen denken aan hybride auto's waarbij een niet al te zwaar "accublok" voor een bereik van 40-50 km zou kunnen worden gebruikt en de bio-brandstof voor langere ritten.

Waarom dat laatste? Dat zit 'm in het feit dat de productiviteit via biomassa beperkt is. Als er een snelgroeiend gewas als Olifantengras zou worden genomen komt men hooguit aan een netto opbrengst van ca. 7 ton brandstof (ongeveer 300 GigaJoule) per hectare per jaar. Gezien het feit dat Nederland per jaar ongeveer 3 ExaJoule aan energie gebruikt betekent dat derhalve dat men in dit voorbeeld ongeveer 100000 km² nodig zou hebben om ons land volledig op biomassa energie te laten draaien. Dat zal dus nooit lukken. Het zal alleen uitkomen als men een mix van zon, wind en biomassa gebruikt in combinatie met een zuiniger energieverbruik.

Maar het zal nog wel op z'n minst 50 jaar duren voor we daar überhaupt bij in de buurt komen. Vandaar mijn opmerking hierboven over een portfolio benadering voor de oplossing van het energievraagstuk in de 21e eeuw in samenhang met het CO2 vraagstuk.

Mazzel & broge, Evert