Wie niet tegen Wilders is, is voor hem     (21 maart 2014, 24 maart 2014)

Ik heb hier met enige regelmaat stukjes geplaatst waarin ik de mensen de ware aard van de heer Wilders heb voorgehouden (zie onderaan dit stukje). In de pers werd er i.h.a. in mijn ogen nogal luchtig mee omgegaan. Nu zullen bij velen (eindelijk ...) de schellen van de ogen zijn gevallen.

Deze cartoon in De Volkskrant van 21 maart 2014 geeft het heel aardig weer.

Nu heb ik niet de illusie dat grote delen van z'n aanhang zich van zijn (verkapt) racistische taalgebruik ook maar iets zullen aantrekken. Dat bleek ook uit onderzoekjes door het "Eenvandaag" opiniepanel.

Waar ik voor pleit is dat er in de politiek de vraag wordt gesteld: Bent U tegen Wilders?

Dit dient dan te worden gevolgd door: "Wie niet tegen Wilders is, is voor hem." Inderdaad, een omkering van een uitspraak van Lenin. Wat ongenuanceerd? Wellicht. Echter: Laat de heer Wilders veel ruimte voor nuancering? Ik dacht het even niet!

Leidt dit tot polarisatie en verharding? Mogelijk. Echter, dat moet dan maar, tenzij men de deur wilt laten openstaan voor, wat ik zou willen omschrijven als, nieuw radicaal-rechts.

Mazzel & broge, Evert


Nederland ìs niet tolerant
Na de vrijspraak m.b.t. de heer Wilders, hoe verder?
Inderdaad: De heer Wilders deugt niet
Wolven in schaapskleren


Een ingezonden brief in NRC van 24 maart 2014; De reputatie van Nederland gaat verder door het putje.

Vieze smaak

In augustus 2000 kwamen mijn man (Engels) en ik (Duitse) naar Nederland. We hebben op de VU Amsterdam en later op de Rijksuniversiteit Groningen gewerkt, Nederlands geleerd, bij elkaar honderden studenten vanuit overal ter wereld opgeleid, bijdragen geleverd aan de Nederlandse pers en nieuwsmedia. We hebben belastingen betaald, een tuin aangelegd en ons, op een enkele boete voor te snel rijden na, goed gedragen. We hebben aardbevingen meegemaakt, zijn veel geld kwijtgeraakt in de crisis op de huizenmarkt, hebben in Nederland gevist en gedoken. En we hebben de politieke ontwikkelingen gevolgd.

„Maar jullie bedoelen we toch niet,” zeiden de mensen in ons dorpje, wanneer wij hen op uitroepen zoals „er zijn hier gewoon te veel buitenlanders” erop wezen dat wij ook bij deze groep hoorden. Nee hoor, dat wisten we wel. Wij zijn geen buitenlanders, want buitenlanders hebben een kleurtje en zijn islamitisch.

Vanochtend heb ik telefonisch alle nog lopende contracten voor telefoon, tv en elektriciteit beëindigd. Vanuit ons nieuwe thuis in Engeland zullen we terugkijken op de periode in Nederland. Over alle – mooie en minder mooie - herinneringen zal als een nare smaak het weerzinwekkende ritme blijven hangen: MIN-DER! MIN-DER! MIN-DER!

Prof. Monika S. Schmid, hoogleraar Engelse taalkunde Rijksuniversiteit Groningen