ORANJE NASSAU |
![]() |
Laurenburg
De oudste herinnering aan de
Nassauers vinden we in de vorm van een ruïne in Laurenburg, niet
ver van Nassau.
Hier werd in plm. 800 door een zekere Dudo een burcht gebouwd.
Hij noemde zich Dudo von Laurenburg.
De burcht stond hoog op een rotsachtige berg, zodat het een forse
klim is om er te komen.
Bovendien loopt er geen mooi gebaand pad naar boven. Het is dus
echt klimmen en een beetje je weg zoeken.
Avontuurlijk is het wel.
Nassau
Aan het eind van de 11e eeuw werd in Nassau een
nieuwe burcht gebouwd, ook alweer hoog op een berg.
Laurenburg en Nassau liggen hemelsbreed ongeveer 8 kilometer van
elkaar.
|
|
![]() . . . en dan genieten van dit uitzicht |
In Nassau vinden we, behalve een toren ook een
echte ruïne bovenop die berg. Hier loopt wel een min of meer
gebaand pad naar boven. Luilakken kunnen zelfs tot halverwege met
de auto naar boven.
We vinden daar de resten van wat eens een machtige burcht geweest
is. Hier kan men lange tijd mijmeren en de fantasie de vrije loop
laten.
In 1240 bouwde Hendrik de Rijke (1190-1250) het
machtige slot Dillenburg.
De meeste zoons van Hendrik de Rijke gingen het klooster in,
behalve Walram en Otto.
Bij de zogenaamde Primo Divisio in 1255 hebben de erfgenamen Otto
en Walram de Nassause bezittingen verdeeld.
Otto kreeg Dillenburg, Siegen en Herborn. Walram kreeg Idstein en
Weilburg.
Nassau bleef echter gemeenschappelijk stamslot.
Uit de Ottonische tak is ons vorstenhuis voortgekomen. Het Luxemburgse groothertogelijk huis stamt uit de Walramische tak.
Diez
![]() |
Ook in Diez
hebben Nassau- ers gewoond. Oorspronkelijk bewoonden ze
een oud slot, gebouwd in 11e eeuw, waarin nu
een jeugdher- berg is geves- tigd. Diez ligt hemels- breed ongeveer 18 kilometer van Nassau. |
In het laatste kwart van de zeventiende eeuw
betrok men echter een nieuw "optrekje". Vroeger stond
in Diez het klooster Dierstein. Dit klooster had in de 30-jarige
oorlog erg geleden en bestond dan ook grotendeels uit ruïnes.
En daarvan ging men een slot bouwen, dat de naam Oraniënstein
zou krijgen. De nog staande muren werden omvergeworpen voor zover
ze niet bij de slotbouw gebruikt konden worden.
|
Het schitterende paleisachtige slot Oraniënstein,
gebouwd tussen 1672 en 1683 werd ontworpen door prinses Albertine
Agnes, dochter van Frederik Hendrik en Amalia von Solms,
kleindochter van Willem de Zwijger.
Ze was getrouwd met haar achterneef, Willem Frederik, vorst van
Nassau-Diez.
Haar schoondochter, Henriëtte Amalia von Anhalt-Dessau maakte later gebruik van de diensten van de bekende Daniël Marot*, aan wie onder andere het prachtige stucwerk te danken is.
* Daniël Marot, Franse architect die leefde van plm 1663-1752. Hij was in dienst van Willem III en bouwde onder andere Het Loo.
Schaumburg
We besteden ook even aandacht aan het mooie
slot Schaumburg.
Het is een neogotisch bouwwerk van de vorsten Waldeck-Pyrmont.
Koningin Wilhelmina logeerde hier in 1902 een tijdlang in de
gastenkamer (zie foto)
om te herstellen van een ziekte.
![]() Gastenkamer (waar Koningin Wilhelmina logeerde) |
|
|
Braunfels
| Ook de burcht
Braunfels verdient onze aandacht. Dit kasteel werd in
1246 door Heinrich von Solms gebouwd. In de 30-jarige oorlog, van 1618-1648 werd het bouwwerk echter verwoest. De burcht werd omstreeks 1693 door graaf Heinrich Trajectum als barokslot herbouwd, waarbij het hele stadje werd betrokken. Amalia von Solms werd hier geboren, de vrouw van Frederik Hendrik, zoon van Willem de Zwijger. |
![]() |
Weilburg
De Walramische tak van de Nassauers verkreeg in
1255 onder andere Weilburg.
Graaf Johan Ernst gaf het vorstelijke slot in de jaren 1675-1719
zijn huidige aanzien.
Het is een prachtig slot!
Siegen
Voordat we het over Dillenburg gaan hebben,
gaan we eerst nog even naar Siegen en wel naar het 'Obere
Schloss', eeuwenlang zetel van graven van de Ottonische tak van
Nassau.
Het is een oud slot, daterend uit 1224.
Een monumentale poort geeft toegang tot het slotplein.
In het slot hangen veel portretten van leden van het geslacht
Oranje-Nassau.
Hier trouwden in 1531 Willem de Rijke en
Juliana van Stolberg, de ouders van Willem de Zwijger.
Ook werd de Vlaamse schilder Rubens hier geboren.
Onder het slot bevindt zich een ijzermijn. Maar mensen die slecht
ter been zijn kunnen beter niet naar beneden gaan.
In 1888 werd de stad Siegen eigenares van het slot.
![]() |
![]() |
|
Op de voorgrond de Rubensbron |
Dillenburg
En laten we het nu eens hebben over Dillenburg.
Het meest markante punt van Dillenburg is de al van grote afstand
zichtbare Willemstoren, gebouwd bovenop de berg.
Aan de voet van die berg staat de Evangelische kerk, waarin de
ouders van Willem de Zwijger zijn bijgezet.
Deze kerk, die ook voor publiek toegankelijk is, werd ingewijd op
3 juni 1491.
Dillenburg werd in 1240 gesticht door graaf Heinrich der Reiche
von Nassau.
In de veertiende eeuw werd de burcht uitgebreid.
De oude burcht moet reeds vóór 1325 een keer zijn verbrand,
maar werd vrij snel weer opgebouwd. In de al spoedig oplaaiende
strijd tegen de machtige buren, de Westenburgers en de
Wittgensteiners bezat hij weer zijn volle weerstandsvermogen.
In 1875 werd de Willemstoren gebouwd, waarin een Nassaumuseum is
ondergebracht met onder andere wapens, schilderijen en een
maquette van de oude burcht.
Er hangt een portret van Willem de Zwijger, die in 1533 op
Dillenburg is geboren
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Ook een schilderij van de moord op Willem I is
te bezichtigen.
En er zijn plafondschilderingen te bewonderen.
Onder de Willemstoren, in het binnenste van de
berg bevinden zich onderaardse gewelven en kazematten, waar in
tijden van oorlog 3000 manschappen konden worden gelegerd.
Het is daar beneden nogal kil. Vooral op een warme zomerdag kan
het temperatuurverschil vrij groot zijn.
Er is ook een onderaardse gang van 47 meter lang en 3 meter hoog,
die ook wel de leeuwenkuil wordt genoemd. Het schijnt, dat een
der graven Nassau daar ooit een leeuw in een kooi heeft gehouden.
Historisch is ook de zogenaamde Willemslinde,
waaronder Willem de Zwijger de Nederlandse gezanten ontving op 14
april 1568.
Prins Willem tekende op 6 april 1568 de lastbrief tot aanwerving
van krijgsvolk door zijn broer Lodewijk van Nassau en gaf deze
bevel een inval te doen in het noorden van ons land, waarmee in
feite de oorlog werd verklaard aan Spanje.
Lodewijk begaf zich naar Emden en wierf daar enig volk. Met 50
man stak hij de Eems over en overrompelde de Wedderburcht te
Wedde in Oost-Groningen.
In deze burcht, die ook nu nog bestaat, nam hij zijn intrek en
reeds binnen drie dagen had hij zes à zevenhonderd man verzameld.
Hij trok toen naar de borg Dijkhuizen bij Appingedam, eveneens in
Groningen, waar zijn broer Adolf zich met honderd ruiters bij hem
aansloot.
Gezamenlijk trokken ze toen op naar Heiligerlee, waar graaf Adolf
helaas het leven liet.
Vanaf de slotberg heeft men een schitterend
uitzicht over het stadje Dillenburg en omgeving.
In het midden van de vijftiende eeuw telde Dillenburg nog geen 90
inwoners.
De burcht werd in 1760 in brand geschoten. De minderjarige Willem de Vijfde kreeg toen het advies tot afbraak, hoewel de burcht best nog te redden was geweest.