Een Jood uit Tarsus

In Turkije, in de provincie Içel, ligt de stad Tarsus. Het is een stad met 74.500 inwoners, gelegen aan de Middellandse Zee. Het is de geboortestad van de apostel Paulus, die aanvankelijk Saulus heette.

Dit gebied heette in de oudheid Cilicië. In de oude vertaling
lezen we dan ook: Ik ben een Joodsch man van Tarsen, burger
van geene onvermaarde stad in Cilicië.
Dit wordt er uitdrukkelijk bij vermeld, omdat
er nog een plaats Tarsen was, namelijk in Bithynië.
| Ik ben een Jood uit Tarsus, burger van een welbekende stad in Cilicië - Hand. 21:39 - |
Saulus had ook een vak geleerd, namelijk het vak van
tentenmaker.
Veel mensen leefden toen in tenten, eigenlijk was Saulus dus een
soort bouwvakker.
| Want zij waren tentenmakers van hun handwerk - Hand. 18:3 - |
In Handelingen 6 kunnen we lezen over de aanstelling van zeven
diakenen met Stéphanus aan het hoofd.
Er worden daarna allerlei beschuldigingen tegen Stéphanus
ingebracht en in hoofdstuk 7 lezen we hoe Stéphanus zich in een
vurig pleidooi voor de Raad verdedigt.
Maar het mocht niet baten. Toen hij zei, dat hij de hemel geopend
zag, viel men hem massaal aan, voerde hem de stad uit en stenigde
hem.
| En hij
zeide: Zie, ik zie de hemelen geopend, en den Zoon des
mensen, staande ter rechterhand Gods. Maar zij roepende met grote stem, stopten hun oren, en vielen als één man op hem aan- Hand. 7:56,57 - |
En dan lezen we, dat de getuigen hun klederen afleggen en aan
een jongeman, Saulus genaamd, in bewaring geven.
Getuigen waren mannen, die volgens de wet met het stenigen
moesten beginnen.
De steniging heeft ook de volle instemming van Saulus, want hij
is dan volkomen te goeder trouw; naar zijn mening handelt hij
volkomen naar de Geest Gods.
| En de
getuigen legden hun klederen af aan de voeten van een
jongeling genaamd Saulus - Hand. 7:58 - De hand der getuigen zal het eerst tegen hem zijn om hem te doden, en daarna de hand van het ganse volk - Deut. 17:7 - Zie ook Deut. 13:9 |
Er ontstaat dan een ware hetze tegen de volgelingen van
Christus. Ze worden massaal vervolgd en vooral Saulus ontpopt
zich dan als een fanatieke vervolger van de Christenen.
Hij sleurde de mensen uit hun huizen om ze over te geven aan de
oversten om ze door hen in de gevangenis te laten werpen.
Bedenk wel, dat hij nog steeds volkomen te goeder trouw is en
denkt naar Gods wil te handelen.
| En er ontstond te dien dage een grote vervolging tegen de gemeente die te Jeruzalem was - Hand. 8:1 - |
En dan begeeft Saulus zich op zekere dag naar de hogepriester,
nog vol haat tegen de discipelen. Met deze discipelen werden
bedoeld degenen, die Christus aanhingen en daarna te Antiochië
voor het eerst Christenen genoemd werden. Hij wil naar
Damascus, de hoofdstad van Syrië, waar veel verstrooide Joden
woonden.
Ze hadden daar ook synagogen.
| ... en dat de discipelen het eerst te Antiochië Christenen genaamd werden - Hand. 11:26 - |
En als Saulus op weg gaat naar Damascus, dan gebeurt het!
Plotseling verschijnt er een helder licht en hoort hij een stem.
Hij werpt zich ter aarde, geschrokken en bevreesd, maar ook
verbaasd en vraagt: "Wie zijt Gij, Here?"
| En ter aarde gevallen zijnde, hoorde hij een stem die tot hem zeide: Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij? - Hand. 9:4 - |
En de stem zei tot hem in het Hebreeuws (zie
Hand. 26:14): "Ik ben Jezus, dien gij vervolgt."
Hiermee wordt niet Jezus letterlijk bedoeld, maar veeleer Zijn
gemeente, Zijn volgelingen.
| En hij bevende en verbaasd zijnde, zeide: Here, wat wilt Gij dat ik doen zal? - Hand. 9:6 - |
Op zijn vraag, wat nu van hem verwacht wordt, krijgt hij de
opdracht naar Damascus te gaan, waar hij dan wel nadere
instructies zou krijgen.
Zijn metgezellen moeten hem dan naar Damascus geleiden, want
Saulus is met blindheid geslagen.
| En er was een zeker discipel te Damascus, met name Ananias - Hand. 9:10 - |
In Damascus verblijft een discipel, Ananias genaamd, die van
de Heer opdracht krijgt zich over Saulus te ontfermen en hem te
onderrichten, wat hij doen moet.
De bekering van Saulus heeft tot gevolg, dat hij van
Christenvervolger juist een volgeling van Christus wordt.
En dan wordt Saulus ook zelf een vervolgde.
In Handelingen 13 wordt Saulus ook Paulus genoemd en daarna wordt
de naam Saulus niet meer genoemd.
D e r e i z e n v a n P a u l u s
Het gaat niet zozeer over de reizen van Paulus, want daarover
kunnen we in de Bijbel genoeg lezen.
Het gaat nu meer om de steden, die Paulus op zijn reizen bezocht.
| En Barnabas ging uit naar Tarsen om Saulus te zoeken; en toen hij hem gevonden had, bracht hij hem te Antiochië - Hand. 11:25 - |
Barnabas zocht Saulus in Tarsen, omdat hij daarheen gezonden
was (Hand. 9:30).
En dan komen Barnabas en Saulus in Antiochië.
Antiochië lag in Pisidië, een bergachtig gebied met veel meren
in Klein Azië.
In Antiochië werden de discipelen voor het eerst Christenen
genoemd.
In de oudheid was Antiochië de hoofdstad van Syrië. Nu is het
een Turkse stad, Antakya genaamd. Antiochië werd gesticht in 300
v.C.
Het oude Antiochië werd in 1833 door een Britse kapelaan uit
Smyrna ontdekt. Antiochië lag hemelsbreed ongeveer 130 kilometer
van Tarsus, de geboortestad van Paulus vandaan. En per boot zal
het ook niet zo veel verder geweest zijn, maar over land was de
afstand aanzienlijk groter, want dan moest men een grote omweg in
noordoostelijke richting maken.

Paulus en Barnabas trokken van Antiochië naar Seleucië, waar
ze zich inscheepten naar Cyprus, waar ze zich begaven naar
Salamis. Dit was in de oudheid een Griekse stad aan de oostkust
van Cyprus. De ruïnes van Salamis liggen dichtbij de huidige
plaats Famagusta.
Seleucië was een Syrische stad niet ver van Antiochië, gebouwd
door koning Seleucus.
| En van daar scheepten zij zich in naar Cyprus - Hand. 13:4 - |
Van Salamis aan de oostkust trokken Paulus en Barnabas naar Pafos aan de westkust van Cyprus. Dat Pafos bestaat ook nu nog.
| En toen zij het eiland doorgegaan waren tot aan Pafos toe ... - Hand. 13:6 - |
Er was daar een valse profeet, een Jood, Bar-Jezus genaamd,
wat betekent: zoon van Jezus.
Deze valse profeet was bij de stadhouder Sergius Paulus, die de
Bijbel een 'verstandige man' noemt. Deze Sergius Paulus was door
Rome aangesteld als een soort burgemeester van het eiland Cyprus.
| ... vonden
zij een zekeren tovenaar, een valsen profeet, een Jood,
wiens naam was Bar-Jezus, welke was bij den stadhouder Sergius Paulus, een verstandigen man. - Hand. 13:6,7 - |
En hier lezen we ook over de twee namen van Paulus. Eerst
wordt hij steeds Saulus genoemd en later Paulus. We kunnen het zo
stellen, dat hij bij de Hebreeën en Syriërs Saulus genoemd werd
en bij de Romeinen en Grieken Paulus.
Anders gezegd: zolang hij onder de Joden, Syriërs en Arabieren
vertoefde werd hij Saulus genoemd en daarna, als hij door Gods
bijzondere roeping voornamelijk tot de heidenen, met name de
Romeinen en Grieken is gezonden, wordt hij Paulus genoemd.
En zo is Paulus zich toen ook blijven noemen.
| Doch Saulus die ook Paulus genaamd is - Hand. 13:9 - |
Als Paulus en zijn metgezellen Cyprus weer verlaten gaan ze eerst naar Perge, een stad in Pamfylië, een landstreek op het vaste land van Klein-Azië en grenzend aan Cilicië.
| ... van Pafos afgevaren zijnde, kwamen te Perge, een stad in Pam- fylië - Hand. 13:13 - |
Van Perge gaan ze dan naar Antiochië.
Lang blijven ze daar echter niet, want ze worden verjaagd. Ze
komen dan in Iconium. Deze stad bestaat nog en heet nu Konya.
| Doch zij schudden het stof van hun voeten af tegen hem, en kwamen te Iconium - Hand. 13:51 - |
Ook in Iconium kunnen Paulus en Barnabas niet lang blijven, ze
lopen zelfs kans te worden gestenigd. Ze vluchten dan naar Lystre
en Derbe in Lycaónië. Trouwens, ook Iconium lag in Lycaónië.
De vier steden Antiochië, Iconium, Lystre en Derbe hoorden in de
tijd van Paulus tot de Romeinse provincie Galatië.
| ... gevlucht naar de steden van Ly- caónië, namelijk Lystre en Derbe - Hand. 14:6 - |
Door toedoen van Joden uit Antiochië en Iconium wordt Paulus, na gestenigd te zijn, buiten de stad gesleept en voor dood achtergelaten. Maar gelukkig was Paulus niet dood!
| ... en stenigden Paulus, en sleepten hem buiten de stad, menende dat hij dood was - Hand. 14:19 - |
Later gaan ze eerst naar Perge en dan naar Attalië. Perge was de hoofdstad van Pamfylië. Attalië lag aan de Middellandse Zee, niet ver van Perge. In Attalië schepen ze zich dan in naar Antiochië, waar ze geruime tijd blijven.
| En toen zij te Perge het woord gesproken hadden, kwamen zij af naar Attalië - Hand. 14:25 - |
Enige tijd later ontstaat er onenigheid tussen Paulus en
Barnabas en gaan ze uit elkaar.
Paulus wil alle steden, waar ze gepredikt hebben nog eens
bezoeken. Barnabas stelt dan voor om Johannes, die ook Marcus
genoemd wordt, mee te nemen. Maar Paulus is er op tegen om iemand
mee te nemen, die hen voordien had verlaten. De onenigheid neemt
zodanige vorm aan dat Paulus en Barnabas uit elkaar gaan.
Barnabas vertrekt dan met Marcus naar Cyprus.
Paulus kiest dan Silas als metgezel en gaat met hem door Syrië
en Cilicië.
Uit bovenstaande blijkt nog eens duidelijk, dat ook apostelen
gewone mensen zijn met menselijke zwakheden.
| Er
ontstond dan een verbittering alzo dat zij van elkan- der
gescheiden zijn - Hand. 15:39 - Maar Paulus verkoos Silas - Hand. 15:40 - |
Als Paulus naar Derbe en Lystre (of Lystra)
reist ontmoet hij Timotheüs, die hij dan op zijn verdere reis
meeneemt.
Deze Timotheüs was de zoon van een gelovige Joodse vrouw en van
een Griekse vader van heidense afkomst.
| En zie, aldaar was een zeker discipel met name Timotheüs, zoon van een gelovige Joodse vrouw, maar van een Griekse vader. - Hand. 16:1 - |
Daarom was Timotheüs ook niet besneden. Voordat Timotheüs
dan ook met Paulus mee kan, wordt hij eerst door Paulus besneden.
Paulus doet dat, opdat de zwakgelovige Joden zijn dienst niet
zouden verwerpen, omdat hij onbesneden was.
Eigenlijk was de besnijdenis toen al niet meer gebruikelijk, maar
niet alle Joden waren het daarmee eens.
Daarna reist Timotheüs met Paulus verder.
In de Bijbel worden dan nog genoemd (Hand. 16:6-10):
Frygië, Galatië, Mysië, Bithynië, Troas en Macedonië.
Enkele van deze namen kennen we al, alleen Frygië, Mysië, Troas
en Macedonië zijn nieuw voor ons.
Frygië was een gebied tussen Mysië, Galatië en Lycaónië.
Het ligt ten oosten van Lydië. De bevolking is in
voorhistorische tijd van Thracië overgekomen. Het was een
machtig rijk, onder andere onder koning Midas. Later kwam het
gebied achtereenvolgens onder Lydische, Perzische en Romeinse
heer- schappij.
Mysië was een gebied tussen Troas en Frygië.
Met Troas wordt een hele landstreek bedoeld, waar eertijds oud
Troje gestaan heeft, ook genoemd Klein-Frygië.
Troas is een noordwestelijk schiereiland van Klein-Azië tussen
de Dardanellen en de Golf van Edremit. Het gebied dankt zijn naam
aan het antieke Troje, waarvan ruïnes in het noordwesten liggen.
Kom over in Mace- donië en help ons - Hand. 16:9 - |
Macedonië was een groot gebied in Europa, gelegen aan de Egeïsche
Zee.
Het bestaat ook nu nog onder de naam Makedonia.
Van Troas dan afgevaren zijnde, liepen wij recht naar Samothrace, en den volgenden dag naar Neapolis - Hand. 16:11 - |
In Troas gaan ze dan aan boord van een schip en varen eerst
naar Samothrace. Dat was een eiland in het noordoosten van de Egeïsche
Zee. Het eiland heette zo, omdat de bewoners gedeeltelijk uit
Samos kwamen en gedeeltelijk uit Thracië. Het eiland bestaat nu
nog onder de naam Samothráke.
De volgende dag varen ze dan verder naar Neapolis, een stad op de
grens van Thracië en Macedonië, niet ver van Filippi en
tegenover het eiland Thasus of Thasos, dat ook nu nog die naam
heeft.
Thracië, dat nu Thrake heet, grenst aan de oostgrens van
Macedonië, dat nu Makedonia heet.
En van daar naar Filippi, welke is de eerste stad van dit deel van Mace- donië, een kolonie - Hand. 16:12 - |
De stad Filippi heette eerst Dathos, maar werd later Filippi
genoemd, naar koning Filippus van Macedonië, die de vervallen
stad weer heeft laten opbouwen.
Filippi wordt een kolonie genoemd in de Bijbel. Zo werden de
steden genoemd, die door de Romeinen òf gebouwd, òf met
Romeinse burgers bevolkt werden. Ook de stad Keulen (Colen) dankt
haar naam daaraan.
En door Amfipolis en Apollonia hun weg genomen heb- bende, kwamen zij te Thessalonica - Hand. 17:1 - |
De stad Amfipolis, niet ver van Filippi gelegen, dankt haar
naam aan het feit, dat ze aan twee kanten door de zee omringd
werd
De stad Apollonia lag niet ver van Thessalonica.
Thessalonica was en is één der voornaamste steden van Macedonië,
gelegen aan een lange inham van de Egeïsche Zee.
De stad werd zo genoemd, omdat koning Filippus daar de Thes- saliërs
had overwonnen.
De stad heet nu Saloniki of Thessalonike.
Haar inwoners noemde men Thessalonicenzen.
Areopagus was een raadhuis in Athene, gelegen op een heuvel, Ares
geheten, naar de afgod Ares.
Daar was het hoogste gerechtshof gevestigd, waar de zwaarste
gevallen berecht werden.
Athene is sinds 1834 de hoofdstad van Griekenland.
...
brachten hem tot Athene - Hand. 17:15 - |
Corinthe was de hoofdstad van Achaje, gelegen tussen twee zeeën,
in de engte, waarmee Achaje aan Peloponnesos verbonden was. Sinds
1839 Grieks. De stad dateert van de 9e eeuw v.C.
Kórinthos, zoals de Griekse naam van de stad luidt, is nu de
hoofdstad van de provincie Korinthia in het noordoosten van het
schiereiland Peloponnesos.
Corinthe was een zeer rijke en bloeiende koopstad, in 146 v.C.
verwoest door de Romeinen, maar ten tijde van keizer Augustus in
44 v.C. weer opgebouwd en tot haar oude welstand teruggebracht.
Keizer Augustus, die geboren was in 63 v.C., regeerde van 27 v.C.
tot 14 n.C. en heette eerst Gaius Octavius.
En na dezen scheidde Paulus van Athene en kwam te Corinthe - Hand. 18:1 - |
Paulus verbleef anderhalf jaar in Corinthe. Toen ging hij naar
Syrië, naar Efeze, de hoofdstad van Klein-Azië.
Efeze lag aan de westkust van Klein-Azië. Het was een grote
handelsstad met de beroemde tempel van Artemis.
Na de onderwerping door de Turken in 1420 raakte Efeze volkomen
in verval en nu is het nog slechts een Turks dorp, Ayosduk
genaamd.
| En het geschiedde terwijl Apollos te Corinthe was, dat Paulus de bovenste delen des lands doorgereisd zijnde te Efeze kwam - Hand. 19:1 - |
De metgezellen van Paulus gaan per schip naar Assus, terwijl
Paulus te voet over land reist om onderweg het evangelie te
kunnen prediken.
De stad Assus lag in Mysië, niet ver van Troas.
Assus werd ook Apollonia genoemd.
Men reist dan per schip verder naar Mitylene, een eiland in de
Egeïsche Zee, dichtbij Assus. Dat eiland heet nu Lesbos en is
1750 km² groot.
Een dag later passeren ze dan Chios, een eiland tussen Samos en
Lesbos, 827 km² groot.
Weer een dag later leggen ze dan aan te Samos, een eiland iets
verder zuidelijk en 468 km² groot.
Ze verblijven dan te Trogyllion, dat was een hoek van het
gebergte Mycale, gelegen tussen Efeze en Milete.
Milete was een kustplaats in Jonië en lag niet ver van Efeze.
De Griekse naam is Miletos en staat ook nog op de kaart.
De stad had oudtijds een uitgebreide scheepvaart in de
Middellandse en Zwarte Zee.
Vóór 500 v.C. had de stad een overlaadplaats van goederen uit
Azië naar het westen.
De stad werd in 494 n,C, door de Perzen verwoest en later
oostwaarts herbouwd.
| Maar wij
vooruit naar het schip gegaan zijnde, voeren af naar
Assus - Hand. 20:13 - ... en kwamen te Mitylene - Hand. 20:14 - ... den volgenden dag tegenover Chios en des anderen daags legden wij aan te Samos en bleven te Trogyllion en den dag daarna kwamen wij te Milete - Hand. 20:15,16 - |
In Milete ontbiedt Paulus dan de ouderlingen van Efeze om
afscheid van hen te nemen, want hij is voornemens naar Jeruzalem
te reizen.
Paulus spreekt de mensen dan uitvoerig toe en drukt ze op het
hart toch vooral door te gaan met het evangelie te verkondigen.
Toen Paulus uitgesproken was, bad hij met hen.
De mensen zijn allen zeer bedroefd, dat Paulus bij hen weg zal
gaan.
Ze omhelzen hem en geleiden hem naar het schip.
... en kwamen te Cos en den dag daarna te Rhodus en vandaar te Patara - Hand. 21:1 - |
Cos of Kos) is een eiland van 282 km²
ten zuiden van Samos.
Op dit eiland werd Hippocrates geboren.
Rhodus, dat nu Rhodos genoemd wil worden, is een veel groter
eiland van 1398 km² ten zuidoosten van Cos.
Ze komen dan te Patara, dat was de hoofdstad van Lycië en lag
aan de zee.
Lycië was een land in het zuidwesten van Klein-Azië, gelegen
tussen Karië en Pamfylië.
Het Lycysch was een afzonderlijke taal, waarvan de herkomst niet
vaststaat.
Karië lag aan de kust en werd begrensd door Iona, Lydië, Frygië
en Lykië.
En Pamfylië was een strook land aan de zuidkust van Klein-Azië.
... en kwamen aan te Tyrus - Hand. 21:3 - |
Tyrus of Tyros was de hoofdstad van Fenicië.
Tyrus en het nabij gelegen Zidon waren eertijds heidense steden
aan de Middellandse Zee, die in grote weelde, pracht en
dartelheid leefden. (Zie ook Jes. 23 en Ez. 26 en
27)
Tyrus was in de oudheid een machtige stad met belangrijke
handel en praktisch onneembaar. Alleen Alexander de Grote heeft
de stad in 332 v.C. veroverd.
Nu is het een kustplaats in Libanon, Es-Soer geheten.
Wij nu de scheepvaart volbracht hebbende van Tyrus, kwamen aan te Ptolemaïs - Hand. 21:7 - |
Ptolemaïs was een stad aan de Middellandse Zee ten zuiden van
Tyrus. Ptolemaïs was eertijds Akko genaamd, maar die naam werd
door de Romeinen veranderd in Ptolemaïs.
De stad was genoemd naar een Egyptische koning.
Akko, zoals de naam nu weer luidt, is thans een Israëlische
havenplaats dichtbij Haifa.
En na die dagen maakten wij ons ge- reed en gingen op naar Jeruzalem - Hand. 21:15 - |
Paulus verblijft dan geruime tijd in Jeruzalem, maar dat zal
niet de mooiste tijd van zijn leven geweest zijn.
Dit is uitvoerig te lezen in Hand. 21 t/m 26.
De stad Jeruzalem zal voor de meesten wel bekend zijn.
Jeruzalem, in het Hebreeuws Jeroesjalajim en in het Arabisch Beit-al-Kuds,
is de heilige stad van Joden, Christenen en moslims.
Sinds 1980 is Jeruzalem de hoofdstad van Israël.
De stad is rijk aan synagogen, kerken, kloosters en moskeeën. We
vinden er de Kerk van het Heilige Graf en natuurlijk de Klaagmuur
met zijn lengte van 48 meter en hoogte van 18 meter.
Circa 3000 v.C. lag er op de plaats van Jeruzalem al een
nederzetting. De stad is in 995 v.C. ingenomen door koning David.
In 856 v.C. werd Jeruzalem door Nebukadnezar verwoest.
In 638 werd de stad Arabisch en was daarna afwisselend in handen
van christenen en moslims. Jeruzalem was van 1244-1917
islamitisch. Toen, in 1917, volgde een Engelse bezetting.
In 1948 werd Jeruzalem verdeeld tussen Israël en Jordanië.
In 1967 werd Oud-Jeruzalem door Israël bezet.
En toen wij te Rome gekomen waren gaf de hoofdman de gevangenen over aan den overste des legers - Hand. 28:16 - |
En dan wordt Paulus op transport gezet naar Rome.
Dat zou een lange reis worden, niet alleen wat afstand betreft,
maar vooral wat de tijdsduur betreft.
Het werd een reis met veel ontberingen. Ze kwamen bijvoorbeeld in
een storm terecht en leden zelfs schipbreuk.
Maar uiteindelijk arriveren ze toch in Rome, waar de mannen
meteen gevangen worden gezet. Maar aan Paulus wordt vergund op
zichzelf te wonen, maar wel onder bewaking.
Het hele verhaal van deze avontuurlijke reis is te lezen in Hand.
27 en 28.
Rome werd oorspronkelijk gebouwd op zeven heuvels.
Aan de rechteroever van de Tiber ligt Vaticaanstad, het pauselijk
gebied.
Het grootste deel van de oude stadsmuren is nog in tact,
waarbinnen het oudste deel van Rome ligt.
Het middelpunt van het keizerlijke rijk waren de heuvels
Capitolinus en Palatinus.
Belangrijke bouwwerken uit de Romeinse tijd liggen in het zuiden:
zoals Circus Maximuis, Pantheon, zuil van Trajanus, triomfbogen
van Titus, Septimius Severus en Constantijn.
Ook niet onbelangrijk zijn de Engelenburcht en het Colosseum. De
Via Appia is de bekendste weg uit de oudheid.
Verder zijn er veel oude kerken, paleizen en pleinen met
fonteinen te bewonderen.
Bekend is ook de St. Pieterskerk.
De oudste nederzetting was op Palatinus, maar pas in de 7e eeuw v.C.
ontstond een eigenlijke stad, die in de 6e-4e eeuw v.C. ommuurd
werd.
Rome breidde zich in de republikeinse tijd, na de 2e Punische
oorlog sterk uit.
De tweede Punische oorlog, van 218-202 v.C., ontstond na de verovering van Saguntum door Carthago en bracht Hannibal over de Alpen in Italië, die overwinningen behaalde bij het Trasimeense meer en Cannae, maar zich tenslotte toch uit Italië moest terugtrekken en bij Zama in Noord-Afrika door Scipio werd verslagen. Carthago behield alleen het eigen gebied om de stad.
De derde Punische oorlog, van 149-146 v.C., bracht de totale verwoesting van Carthago door de Romeinen onder leiding van Scipio.
Ten tijde van keizer Augustus (31 v.C. - 14 n.C.)
werd Rome verfraaid. Tijdens keizer Nero (54-68 n.C.)
werd de stad door een grote brand geteisterd, maar nadien
schitterend herbouwd.
Rome raakte in verval door verplaatsing van de keizerlijke
residentie naar Konstantinopel in 330 en door plundering door
Germaanse stammen in de 5e en 6e eeuw. De stad bleef alleen
voortbestaan als residentie van de pausen, die Rome in de 15e en
16e eeuw hebben verfraaid.
In 1870 kwam Rome bij het koninkrijk Italië.
Het Romeinse Rijk, dat in de 4e eeuw v.C. ontstond, toen Rome
invloed kreeg over het grootste deel van Italië en verder over
de toentertijd bekende wereld.
De Romeinse cultuur werd al gauw een vermenging van Romeinse en
Griekse elementen. Toen de Romeinse veroveringen zich verder naar
het oosten uitbreidden, versterkte dat in hoge mate de Griekse
invloed, maar het Romeinse karakter, dat nuchter en praktisch was
en logisch denkend, wist zich toch goed te handhaven.
In de familie was de vader oppermachtig. Zelfs over het leven en
de eigendommen van de andere leden van de familie.
Vrouwen werden wel met respect behandeld.
De Romeinse cultuur breidde zich in de keizertijd over heel West-Europa
uit.
Plaatsen, genoemd in Brieven van Paulus
(en niet genoemd in het boek Handelingen)
... broederen in Christus die te Colosse zijn - Col. 1:2 - |
Colosse was een voorname stad in Frygië, niet ver van
Hierapolis en Laodicea.
Paulus is zelf nooit in Colosse geweest, vandaar dat de plaats
niet in Handelingen ter sprake kwam.
... degenen die in Laodicea zijn en degenen die in Hiërapolis zijn - Col. 4:13 - |
Deze twee vermaarde steden lagen dichtbij Colosse.
Laodicea was het middelpunt van 25 steden. De onverschilligheid
van de Christ. Gemeente van deze stad wordt in Openbaring 3:14 e.v.
gelaakt.
Hiërapolis (Grieks voor Heilige Stad) lag
aan de Lykos en heet nu Tamboek-Kalesi.
Gebouwd circa 190 v.C. door Eumenes en gewijd aan Kybele.
... zo benaarstig u tot mij te komen te Nicopolis - Titus 3:12 - |
Er zijn meer steden met de naam Nicopolis geweest, zoals bij Filippi in Thracië. Maar ook in Epirus, gebouwd door Augustus.