|
OP ZOEK NAAR VERLICHTING
Na
15 jaar dromen en 1 jaar voorbereiding is het eindelijk zo ver. Op 1 februari
1999 ga ik beginnen aan de langste wandeling van mijn 57 jarige leven.
Twee en een half duizend kilometer lopen en nog wel midden in de winter?
Is dat niet een beetje overdreven? Ik ben helemaal niet godsdienstig,
wel tamelijk lui en ik houd van uitslapen, lekker eten, mijn privacy,
mijn katten, mijn muziek, mijn boeken, surfen op het net en comfortabel
thuis naar een film kijken. Ik zit graag op de bank met een goed glas
wijn en wat Franse kaasjes. Ik wandel ook graag maar als ik met niemand
heb afgesproken, dan blijf ik bij slecht weer lekker binnen. Dus moet
ik nu minstens 10 kilo afvallen en zou mijn conditie ook een stuk beter
kunnen. Met volle bepakking in de Canadese Rockies een ruige trektocht
maken, dat is alweer 10 jaar geleden en dat komt nooit meer terug. Tegenwoordig
loop ik liever door Ierland en slaap dan bij een gezellige Ierse familie
met Bed & Breakfast. Of ik loop door Marokko met plaatselijke gidsen
en de bagage op muilezels. Toch ga ik er aan beginnen, samen met Ineke,
Nel en Greet, ook allemaal op weg naar de 60. De rugzak weegt zo'n acht
kilo of meer. Waarom, waarom, waarom? Ik weet het niet, maar als ik ooit
in Santiago aankom, dan kan ik het u ongetwijfeld vertellen.
terug naar inhoudsopgave
|
DE VOORBEREIDINGEN
Welke route?
Inmiddels zijn we al bijna een jaar lang driftig aan het voorbereiden.
Hoe zullen we lopen? Vanuit Nederland tot aan Le Puy is geen officiële
pelgrimsroute. Er zijn in Noord-Frankrijk wel een paar GR's (Grote Routepaden
of Grande Randonnées) die naar het zuiden voeren, maar er zijn
geen beschrijvingen van en er is weinig onderdak te vinden.
De meeste pelgrims nemen daarom een tentje mee, maar een rugzak met
tent, slaapzak, kookgerei en dergelijke willen (kunnen?) we niet meer
dragen. Na een pelgrimsweekend in Vessem ontmoette ik een vrouw die
zonder tent had gelopen. Zij had een heleboel adressen: jeugdherbergen,
kloosters, pensions, hotels en gîtes (jeugdherberg-achtige onderkomens).
We kozen voorlopig voor haar route: bij het klooster Achelse Kluis (niet
ver van Vessem) de grens over, dwars door België naar Namen en
de Maas af via Dinant naar Givet. Dan recht naar beneden via Troyes,
Auxerre en Vézélay naar Le Puy. Daarna wordt het een stuk
makkelijker, want dan loop je tot de Pyreneeën via de GR 65 en
daar zijn boekjes en kaartjes van, in het Frans of in het Engels. Daar
staat alles in, gîtes, winkels, vervoer enzovoort.
In Spanje is de Camino de Santiago verder heel goed aangegeven en kun
je overal heel goedkoop slapen in refugios.
Achteraf, nu ik meer weet, zou ik ervoor kiezen om de reis in
twee etappes te maken. Vooral tot Vézélay was het een
eenzaam (en zeer koud en nat) avontuur, dat ik toch niet graag had willen
missen. De vrij comfortabele overnachtingen, het goede eten, meestal
in pensions, een enkele keer in klooster, gîte of jeugdherberg,
plus de gastvrijheid van de Fransen, waren voor mij een goed tegenwicht
tegen het afzien. Ik ben op 1 februari vertrokken uit Vessem en volgde
deze route.
We kochten bij Pied á Terre een boekje met de
gîtes d'étape en bij de ANWB een heel dik boek met de Chambres
d'Hôte (pensions), alles in Frankrijk.
We vonden gidsen van de jeugdherbergen in België en Frankrijk en
zelfs een lijst van natuurvriendenhuizen.
Voor België vroegen we overnachtingsadressen aan bij de provinciale
VVV's. Voor Spanje bestelden we de pelgrimsgids van de Camino (alleen
het Spaanse deel) bij het Genootschap van St. Jacob (zie links).
We legden de Franse 1:100.000 topografische kaarten op tafel en markeerden
alle plaatsen langs en rond onze route waar je kan slapen.
Al gauw bleek dat de keuze beperkt is en dus wordt de route bepaald
door de mogelijke slaapplaatsen. Je zal toch maar 25 km met sneeuw
of regen gelopen hebben en nergens onderdak vinden! Als je alleen bent,
dan wil het meestal wel lukken, maar met z'n vieren zullen we daar maar
niet op rekenen. We gaan dan ook proberen om naar alle adressen zeker
twee dagen van tevoren op te bellen.
En tenslotte willen we in juli en augustus niet in de Spaanse refugios
slapen omdat ze dan vol zitten met scholieren die tot diep in de nacht
feestvieren. We doen er zeker 4 ½ tot 5 maanden over en dus gaan
we zo vroeg al op stap.
Wat neem ik mee?
We willen zo weinig mogelijk dragen, maar een slaapzak moet mee, voor de
gîtes en refugios. Dus kocht ik een donzen mummiemodel van 1000 gram,
vanwege de uitverkoop afgeprijsd. Jarenlang heb ik wandeltrektochten begeleid
en in die tijd is Yvonne minimale paklijst ontstaan, die ik ook mijn medereizigsters
ter hand heb gesteld. We doorzochten onze kasten en ondernamen een strooptocht
langs (berg)sportwinkels, om toch maar de lichtste uitrusting bij elkaar
te sprokkelen. De weegschaal stond dagelijks klaar; het werd een soort obsessie,
dat grammen jagen. Hoeveel t-shirts en ondergoed heb ik nodig om niet te
gaan stinken, waar koop ik kleine tubes tandpasta, wel of geen voetcrème/slaapmatje/dikke
fleece-trui/ thermosfles/brandertje mee enzovoort. Ik lag er soms wakker
van. Gelukkig hoorden we van andere pelgrims dat zij regelmatig van alles
poste restante hebben laten nasturen: post, kleding, kaarten, boekjes, lekkers
van thuis enzovoort. Dus als ik uit m'n enige wandelbroek scheur, dan kan
ik een andere laten opsturen. Die ligt al klaar.
Met de schoenen is het moeilijker, welke zolen gaan 2500 kilometer mee?
Geen enkele, zegt de gespecialiseerde schoenmaker Van der Sluis uit Ommoord.
Dus vertrek ik op nieuwe zolen en laat zo nodig de hakken onderweg vernieuwen.
Zie paklijst.
Achteraf bleek dat ik de hele route best op mijn Meindl Borneo's had kunnen
lopen.
Ruzie
Tot onze schrik hoorden we van de meeste pelgrims dat zij onderweg ruzie
kregen en alleen verder gingen. Dus deden we nog een hele dag een soort
training in het voorkomen van conflicten, want we zijn heel verschillende
types. En lach niet, we hebben al onze afspraken op papier gezet want
ik weet uit ervaring dat ik heel onredelijk kan zijn als ik te moe, te
warm, te koud of te nat ben, het pension gesloten of mijn bed te hard
is en VOORAL als men mij te vroeg wakker maakt! We gaan het proberen en
we vinden het een uitdaging om met z'n vieren in Santiago aan te komen.
O jé, die shin splint!
In 1995 kreeg ik op het Pieterpad een shin splint, een irritatie
van het scheenbeen. Teveel asfalt denk ik nog steeds. Ik was er 3 weken
zoet mee. Twaalf dagen voor mijn vertrek begon het probleem ineens weer.
Ik had dan ook een hele dag stevig doorgelopen op asfalt, met Hanwag type
B bergwandelschoenen. Tot die tijd had ik alles gelopen op mijn geliefde
Reeboks (Nijmegen), zonder enig probleem. Helaas zijn ze niet echt geschikt
voor de pelgrimstocht: te laag en te weinig steun bij het bergwerk.
Meenemen in de rugzak en op het asfalt aantrekken zie ik niet zitten;
te veel gewicht op mijn arme oude rug. Wat nu! Ik kon er niet van slapen.
Een hele dag rende ik door Rotterdam, van Bever naar Slee naar diverse
sport- en orthopedische winkels en tenslotte naar Demmenie. Een vriendin
rende mee als morele steun, want ik was bijna buiten zinnen van ongerustheid.
Bij de laatste vond ik tenslotte passende schoenen en dat is heel moeilijk
want ik heb maat eendenpoot: naar voren zeer breed uitlopend. Het werd
een Meindl type B, maar vrij licht en soepel. Mijn podotherapeut zei jaren
geleden al dat ik met mijn probleemvoeten beter kon gaan fietsen, maar
ik ben nu eenmaal een hartstochtelijk wandelaar.
Ik trof bij Demmenie ook een medewerkster die hetzelfde probleem had gehad.
Ze bevestigde dat een te zware schoen op asfalt de oorzaak kan zijn en
gaf mij warming-up oefeningen. Vlak voor je gaat lopen de voeten
ronddraaien, op en neer bewegen (beurtelings met de teen neerwaarts en
opwaarts) om de doorbloeding van het scheenbeen te verbeteren. Je moet
vooral op asfalt in een rustig tempo beginnen, voldoende rust nemen en
elk uur even stoppen en je voeten losschudden. Ze deed ook voor hoe je
het beste kunt lopen maar dat is moeilijk te beschrijven. Je moet in elk
geval je voeten soepel neerzetten en goed afwikkelen. Op een pelgrimsbijeenkomst
hoorde ik nog dat velen dit probleem hebben, dus ik ga braaf elke morgen
die oefeningen doen, evenals de rugoefeningen die ook hard nodig zijn.
Wegens luiheid is het daar nog niet van gekomen, helaas. Sindsdien heb
ik wel een stuk beter geslapen.
En nu is er echt niets meer dat ik kan veranderen;
ik zal het ermee moeten doen, met deze uitrusting, gezondheid, gewicht
(nog 10 kilo te veel) en conditie. Het moet maar gaan. Zo niet, dan heb
ik wat geld over om onmiddellijk naar de Canarische Eilanden af te reizen
en mijn verdriet te verdrinken c.q. -eten.
De rugzak staat klaar en we hebben in december al een paar dagen met bepakking
geoefend; de mijne weegt definitief niet meer dan 7 kilo (+ 1 liter water).
HEILIGE JACOBUS we komen er aan!
Wordt vervolgd
Yvonne Hontelé, Schiedam, 20 januari 2001/ bijgewerkt januari 2003.
terug naar inhoudsopgave en e-mail link!
. . . . . .
|