(Algemeen Dagblad, 27 februari 1993)

 

De slag om Hollandscheveld

' Het wordt nooit meer zoals het geweest is '

' Boerenopstand was dertig jaar geleden het begin van een veranderende samenleving '

 

door CAREL BRENDEL

 

HOLLANDSCHEVELD - “In den jare negentienhonderd drie en zestig, de acht en twintigste februari, heb ik, Hendrik Bodde, Deurwaarder bij het Kantongerecht te Meppel, ten verzoeke van de Voorzitter van het Landbouwschap, gevestigd te 's-Gravenhage, kennis gegeven aan het College van Burgemeester en Wethouders der Gemeente Hoogeveen.”

Een gortdroge deurwaardersakte vormt aan het einde van de strenge winter van 1963 de inleiding tot een veelbewogen episode in de naoorlogse geschiedenis van Nederland. De sneeuw ligt nog op de velden en de kanalen zijn bedekt met een dikke ijslaag, als op 5 maart een met helmen, karabijnen en klewangs uitgeruste politiemacht de voormalige veenkolonie Hollandscheveld binnentrekt.

Met behulp van de "sterke arm' laat het Landbouwschap de boerderijen ontruimen van drie principiële wanbetalers. Van landbouwer Klaas Hartman (42) heeft het schap ƒ 325,50 tegoed; bouwvakker-boer Benjamin Nijmeijer (47) staat voor ƒ 247,52 in het krijt; ook bosarbeider Daniël van der Sleen (48) moet met vrouw en zeven kinderen zijn huisje leegruimen, omdat hij zegge en schrijve 93 gulden en 28 cent aan heffingen niet heeft betaald. Hartman reageert dertig jaar later geëmotioneerd als hij de beelden op video terugziet: “Ik had nooit gedacht dat ze voor zulke bedragen daadwerkelijk zouden ontruimen.”

Botsing

Op de weilanden rond het afgelegen dorp voltrekt zich een botsing tussen politie en opstandige bevolking, die voortaan bekend zal staan als de "Slag van Hollandscheveld'. Na drie dagen opwinding zijn de orde en het gezag hersteld op het Drentse land. Tegelijk echter dient zich een veranderende samenleving aan, waarin de overheid niet meer met vérgaande machtsmiddelen haar gelijk kan halen. Om een geliefde zegswijze van de latere premier Den Uyl te gebruiken: “Het wordt nooit meer zoals het geweest is.”

Wie dertig jaar in de tijd terugstapt, wrijft zich van verbazing de ogen uit. In de Tweede Kamer beschikken de drie confessionele partijen KVP, ARP en CHU begin 1963 over 75 van de 150 zetels. De bedrijven voeren de vrije zaterdag in om gemakkelijker aan personeel te komen. Auto, televisie en grammofoon doen voorzichtig hun intrede in de Nederlandse huisgezinnen. Daar brandt die winter de kachel hoog op kolen uit de Limburgse mijnen. Her en der op het platteland staan huisjes met het bord "onbewoonbaar verklaard'; veel ervan zijn onverklaarbaar bewoond, want de woningnood is "volksvijand nummer één'. Werkgevers en vakbonden zetten eensgezind hun schouders onder de wederopbouw; "wilde' stakingen worden met hulp van de vakbondsleiding neergeslagen.

In dit beeld past ook de oprichting van het Landbouwschap in 1954. In deze publiekrechtelijke bedrijfsorganiatie werken de drie boerenbonden eendrachtig samen met de drie vakbonden van land- en zuivelarbeiders. Het schap fungeert als belangenorganisatie, maar voert tevens overheidstaken uit en mag op grond daarvan heffingen opleggen aan de bedrijfsgenoten.

Veel kleine boeren voelen zich niet aangesproken door de Haagse moloch, die zich in hun ogen alleen inspant voor de grote landbouwers. Spreekbuis van het verzet is Hendrik Koekoek uit Bennekom, voorzitter van de Landelijke Vereniging voor Bedrijfs Vrijheid in de Landbouw (BVL), sinds 1962 Statenlid in Gelderland voor de door hem opgerichte Boeren Partij (BP). Koekoek spoort zijn aanhangers aan geen heffingen aan het gehate Landbouwschap te betalen.

In Utrecht, Zeeland, Gelderland, Overijssel en Drenthe weet het Landbouwschap zich geen raad met Koekoeks "vrije boeren'. Openbare verkopingen van roerende goederen lopen uit op lachwekkende mislukkingen. Op 1 februari 1958 bij voorbeeld verschijnen 2.000 boeren op het erf van landbouwer H. van de Brink in Kootwijkerbroek, niet om te kopen, maar om te kijken. Buurman Adams biedt een kwartje voor een trapnaaimachine en 17 cent voor een dressoir. Na afloop van de veiling kan Van de Brink voor ƒ 5,20 zijn spulletjes terugkopen.

Bij een verkoop in het Zeeuwse Oostkapelle is het "de rechtzoekende schrijver' Jacques Gans - een voormalig communist, na de oorlog columnist bij De Telegraaf - die "mijn' roept en een lap grond vervolgens om niet aan de eigenaar teruggeeft. Het Landbouwschap neemt soms professionele opkopers mee, maar deze durven niet in actie te komen gezien de "intimiderende' aanwezigheid van honderden vrije boeren. “We namen zo'n bieder even apart en lichtten hem in over de achtergrond van de verkoping”, vertelt Klaas Hartman.

Via beslagen op melkgelden, graantoeslagen of banktegoeden weet het Landbouwschap het geld alsnog binnen te halen. Hardnekkige weigeraars omzeilen deze ingreep door hun tegoeden op papier aan derden af te staan. Bij zijn harde aanpak heeft het Landbouwschap ook bredere motieven. Het vreest een "aantasting van de Nederlandse rechtsorde' en spreekt van "handelingen welke tegen het wettig gezag indruisen'. “Hoewel de omvang van dit verzet klein is en zich hoofdzakelijk beperkt tot enkele honderden boeren op de Veluwe en rond Hoogeveen, is het verschijnsel op zichzelf ernstig te noemen.”

Beslag

In 1961 legt het Landbouwschap beslag op het onroerend goed van acht vrije boeren in Hollandscheveld, het geboortedorp van Koekoek. Burgemeester J.A. Bakker van Hoogeveen praat op verzoek van het schap met de weigeraars. Hij weet vijf van hen over de streep te trekken. Hartman, Nijmeijer en Van der Sleen willen niet wijken en blijven aan het werk op hun boerderijtjes, die inmiddels eigendom van het Landbouwschap zijn geworden.

In december 1962 raakt het geduld op. In een besloten vergadering van het dagelijks bestuur heeft ir. C.S. Knottnerus kritiek, omdat de drie resterende rebellen niet zijn aangepakt. “Niet zozeer de financiële gevolgen acht spreker hier van de meeste importantie, doch wel de indruk, welke een en ander zal maken op de andere bedrijfsgenoten.”

Het Landbouwschap besluit de ontruimingen na 1 maart door te zetten. De voorzitter, het ARP-Kamerlid J. Biewenga, stapt naar burgemeester Bakker (de latere staatssecretaris en minister) met het dringende verzoek voldoende politie mee te sturen met deurwaarder Bodde.

“Het was duidelijk dat ze een voorbeeld wilden stellen”, herinnert Bakker zich. “Ik vond het niet leuk, maar kon niet om de gerechtelijke uitspraak heen. Met mijn wethouder van sociale zaken ben ik opnieuw langs de boeren gegaan. Ze bleven bij hun principiële standpunt. Ja, ze hadden daar harde koppen.”

Gezien het mogelijke verzet krijgt politiechef A.J.P. Veerman assistentie uit Assen, Emmen en Meppel. De mobiele eenheid van de rijkspolitie Drenthe gaat mee om mogelijke relletjes de kop in te drukken. ME-commandant is kapitein G.J. Feijlbrief. Het wordt de allereerste actie van de in 1960 geformeerde eenheid, zo vertelt de politieman in ruste, die later in de kraakstad Nijmegen en rond de kerncentrale Dodewaard voor veel hetere vuren komt te staan.

Feijlbrief: “Voor ons was het in die tijd eenvoudig. Er lag een opdracht om bijstand te verlenen en die voerden we uit. Achteraf heb ik me afgevraagd waarom het Landbouwschap uitgerekend in Hollandscheveld ging ontruimen. Het was daar van oudsher arm, er zaten allemaal boeren op kleine gedoetjes. Waarom moest het midden in de winter? En dat voor een paar honderd gulden, dat was vragen om moeilijkheden. Ze schoten met een kanon op een mug.”

De vrije boeren verwachten op vrijdag 1 maart de komst van deurwaarder Bodde en zijn helpers. Honderden Koekoek-aanhangers verzamelen zich bij de boerderij van Hartman. Rond het pand worden barricades opgebouwd. Hoofdinspecteur Veerman krijgt een tip over een met gier gevulde valkuil. De rust keert terug als bekend wordt dat de ontruimingen pas op 5 maart beginnen.

Die dinsdag is de drukte aan het Hollandscheveldse Opgaande, het kanaal voor de boerderij van Hartman, nog groter. Bodde begint daarom zijn ontruimingswerk twee kilometer verderop bij Nijmeijer aan de 31ste Wijk. Daar is het vrijwel uitgestorven. Na het middageten vertrekken de Nijmeijers zonder tegen te stribbelen naar een door de gemeente beschikbaar gesteld huisje.

Agressief

Als het nieuws van de ontruiming doordringt op het erf van Hartman, zetten 2000 demonstranten zich in beweging. Rond half drie naderen ze de ontruimde boerderij. Volgens het verslag van Veerman neemt "een horde van 400 à 500 meest jeugdige lieden een vrij agressieve houding aan'. “De politie werd bekogeld met stukken ijs, stenen, stokken, enz.”

De "gedisciplineerde manschappen' voeren charges uit met de gummistok en de karabijnkolf en drijven het morrende landvolk terug met traangas. Rond zes uur (melktijd) is de massa vertrokken. “Ik liep daar als elfjarige jongen tussen”, herinnert zich de lokale amateur-historicus Bertus ten Caat, die werkt aan een boek over de gebeurtenissen. “Iedereen spijbelde. Niemand wilde dit missen. De jongens daagden de politie uit met sneeuwballen. En ze probeerden de traangasgranaten terug te gooien.”

In de avonduren blijven twee agenten bij de lege boerderij. De elf koeien van Nijmeijer staan dan nog langs de weg te wachten op een transporteur. Een groep jongeren (door de pers omschreven als "ongure elementen' en "boeren-nozems') maakt het vee los en drijft het naar de stal terug. Een politieman krijgt bij de staldeur een dakpan tegen zijn hoofd en lost drie waarschuwingsschoten. Een ijlings toegesnelde ME-eenheid "herstelt met harde hand de orde'. Een berg fietsen en brommers blijft op het slagveld achter. Dorpeling Sake Guichelaar, die nog steeds met het Landbouwschap overhoop ligt: “Iedereen kreeg klappen. Ook arbeiders, die nietsvermoedend van de fabriek terugkwamen.”

Met zijn zware uitrusting is de ME weinig mobiel in de besneeuwde weilanden. Drie agenten raken licht gewond, drie "relschoppers' worden aangehouden.

“We waren niks gewend”, stelt ME-commandant Feijlbrief vast. “Vergeleken met latere rellen stelde het allemaal niets voor. De jeugd provoceerde ons met sneeuwballen. De boeren keken met hun handen in de zakken toe. Die samenscholing moesten we verspreiden. Nu zouden we het verkeer omleiden. Alleen de eerste avond was wat benauwd met die opdringende dorpsjeugd.”

Na spoedoverleg in het provinciehuis in Assen worden ijlings ME-versterkingen uit Friesland aangevoerd. De ontruiming van Hartmans boerderij op woensdag 6 maart verloopt daarna vrij rustig. Bereden politie zet het erf af en houdt de joelende, scheldende en sneeuwballen gooiende jongeren op afstand. “Hierbij werd in zeer geringe mate van de klewang gebruik gemaakt.”

Aan de gevel hangt een groot bord met het opschrift "Oost-Berlijn'. Hartman stapt zichtbaar aangedaan met een dochter op de arm naar buiten. “Mijn vrouw lag boven. Ze kon het niet begrijpen. Ze is door een politieman naar beneden gedragen.” Het gezin trekt in bij een zwager. Buren en familieleden helpen bij de afvoer van vee en huisraad.

De ontruiming krijgt een macaber vervolg. Om niet opnieuw het doelwit van de dorpsjeugd te worden trekt de politie zich terug. In de loop van de avond stoken "relbeluste jongeren' een vuurtje in de buurt van de lege boerderij. Om vijf over twaalf komt de melding dat de boerderij in lichterlaaie staat. De brandweer kan niet voorkomen dat het pand zware brandschade oploopt.

Boerenleider

Langs het kanaal houdt de politie twee mannen aan. In een fietstas vindt zij een paar met petroleum doordrenkte wollen wanten. De eigenaar verklaart dat hij een paar dagen eerder petrolie heeft gemorst. Hij komt snel weer vrij. De politie gaat de gangen van boerenleider Koekoek na, die een paar dagen eerder suggereerde dat "niet-verzekerde boerderijen gemakkelijk in brand kunnen raken'. De brandstichters worden nooit gevonden. Bakker: “De bevolking was zeer gesloten. We zagen geen kans de daders op te sporen.”

Hartman is er dertig jaar later nog van overtuigd dat het Landbouwschap achter de brand zit. “Ik had gezegd dat ik naar mijn huis terug zou gaan. Het Landbouwschap had er belang bij dat te voorkomen. Waarom werden anders de buren, die bij het blussen hielpen, door de politie van het erf geknuppeld?”

Na dit drama is het de volgende dag, donderdag 7 maart, verrassend stil bij de werkloze bosarbeider Van der Sleen aan de Vijfde Krakeelsewijk. Hoewel zijn vierjarig zoontje ziek is, wordt het gezin van de parttime-boer toch op straat gezet. De jongen kan volgens de huisarts worden vervoerd. “Als hij dood gaat is het jouw schuld. Jij als burgemeester moet je schamen”, roept een tierende Van der Sleen tegen Bakker.

De door ƒ 93,28 dakloos geraakte boer gaat snel door de knieën. Bakker: “Ik werd op zaterdagmorgen om half zeven uit mijn bed gebeld door Van der Sleen. Voor zijn vrouw en kinderen wilde hij terug. Ik heb voor hem bemiddeld bij het Landbouwschap. Het waren zielige situaties. Achteraf heb ik me wel eens achter de oren gekrabd. Viel er echt niets beters te bedenken dan die ontruimingen?”

"Hollandscheveld' echoot lang na. In de anders gezagsgetrouwe Telegraaf gaat Gans tekeer tegen het "fascistische' Landbouwschap: “Seyss-Inquart lacht in zijn graf.” Bijna geen kritiek leveren de andere bladen. De opinie van de katholieke Volkskrant doet denken aan de meest rechtse periode van De Telegraaf: “Op heel wat dingen staat in ons land hechtenisstraf. Maar wie de mensen ophitst tot verzet tegen de bestaande rechtsorde, wie rellen laat ontstaan en er uiteindelijk - zeker indirect - oorzaak van is, dat een boerderij in vlammen opgaat, blijft frank en vrij rondlopen.”

Biewenga blikt op 27 maart tevreden terug: “Met voldoening kunnen wij constateren, dat op een of twee uitzonderingen na, de pers in Nederland heeft begrepen waar het om ging.”

Veel Nederlanders begrijpen het niet. De Boeren Partij haalt in mei bij de Kamerverkiezingen drie zetels. Vier jaar later klimt de partij van Koekoek zelfs naar zeven zetels. Dan begint de neergang van de tot verzamelplaats van ontevredenen, ruziezoekers, ex-NSB'ers en scheurmakers uitgegroeide BP.

Burgerhuis

Hartman, die in Dalen een nieuwe boerderij betrekt, blijft tot wanhoop van het Landbouwschap op zijn oude land werken. Enkele jaren later koopt hij het op advies van Koekoek terug. De boerderij wordt nooit meer opgebouwd. Op die plek staat nu een burgerhuis.

Hartman blijft in oorlog met het Landbouwschap, wat leidt tot regelmatige beslagen op het melkgeld. Zijn compaan Guichelaar: “Ik ken boeren, die al 38 jaar niet betalen. Het Landbouwschap laat hen tegenwoordig met rust. Als ze doodgaan, pikken ze hun deel uit de erfenis.” Een woordvoerder van het schap schat de harde kern van tegenstanders op 200 oudere boeren. “We krijgen ons geld altijd. Inderdaad, soms via de erfenis. Ontruimen doen we niet meer.”

Kort na Hollandscheveld stappen de landbouwleiders naar de regering. Een wetswijziging maakt het weldra eenvoudiger om onbetaalde heffingen te innen.

Ondanks de bijval van pers en politiek voelt het Landbouwschap zich niet echt happy met de overwinning op de dwarse boeren. In het najaar van 1963 dreigt in Hollandscheveld een nieuwe ontruiming bij Van der Sleen. Het geschil gaat nu om 2800 gulden, een veelvoud van de oorspronkelijke ƒ 93,28. Om een nieuwe deuk in het prestige te voorkomen haalt het Landbouwschap bakzeil.

 

Fotobijschrift:

Een groep "vrije boeren' herdenkt binnenkort de dertigste verjaardag van de Slag van Hollandscheveld, de onlusten rond de ontruiming van drie boerderijen op last van het Landbouwschap. In het Drentse dorp komt een gedenksteen, die aan de dramatische gebeurtenissen van begin maart 1963 herinnert.