© Frits de Lange.  All Rights Reserved. No part of this publication may be reproduced in any form without explicit permission from the author.

 

Nog steeds: God, maar dan anders 

Bijdrage aan het Kok/Ten Have – symposium, 

t.g.v. het 25 jarig jubileum van Bert Endedijk, directeur

16 september 2005,  

door Frits de Lange

  Ik besloot, na een verhuizing, deze zomer tot een opruiming in mijn bibliotheek. Het stelde mij in staat niet alleen ruimtelijk, maar ook geestelijk orde op zaken te stellen. Wat gaat er nog mee, wat kun je voortaan wel missen? Eerste constatering. Vele dozen theologie pakte ik in. Het gereformeerde verleden waarin mijn leermeesters Okke Jager en Gerard Rothuizen (hun boeken behoud ik uit piëteit) groot waren geworden. Een verzonken wereld. Maar ook de secularisatietheologie uit de jaren zestig en zeventig, die ik indronk tijdens mijn studentenjaren. Bij de tijd toen, dat wel - maar religieus zo arm en dunnetjes, achteraf gezien. Van mijn collectie filosofie en sociale wetenschappen daarentegen liet ik veel meer in de kast staan, al kon ik van Marx wel wat missen. Blijkbaar is theologie trendgevoeliger, vluchtiger? Is mijn eigen belangstelling voor theologie afgenomen? Tweede constatering.  Ik kon de boeken aan de straatstenen niet meer kwijt. Theologisch antiquariaat Tjitte Wever uit Franeker: ‘Ach meneer, het gaat erg slecht met de theologie de laatste jaren.’ Uiteindelijk belandde vele dozen bij het oud papier, nadat De Slegte een handvol nog de moeite waard vond.

We hebben het over de toekomst van het christelijke geloof. De vragen die mij gesteld werden, luidden: 1. Waar gaat het (nog) over? 2.Wat bezielt ons? 3. Wat bindt ons samen? Ik poneer voor elke vraag een stelling, die ik vervolgens toelicht.

  1. Stelling: In God leven wij, bewegen wij, en zijn wij. Om opnieuw toegang tot die werkelijkheid te vinden moeten we aan het theďsme voorbij.

Mondiaal gezien bevinden we ons in een proces van religieuze transformatie, het Westen wordt geteisterd door een religieuze crisis, het Nederlandse - als geen ander geseculariseerd - christendom door een religieuze en theologische desoriëntatie en innerlijke zwakte. Hoe daarop te reageren? Niet door met de babyboomers religie vaarwel te zeggen. Niet door ‘van thema te wisselen’ ( Ernst Lange ) door wel over geloof te praten, maar eigenlijk ethiek of esthetiek te bedoelen. Niet door zich evangelikaal in een ideologisch en sociaal isolement – een vermeende ‘tegencultuur’- ten opzichte van de cultuur te plaatsen. Niet door zich conservatief terug te trekken op de traditie in een vorm van radicale orthodoxie (Milbank) of fundamentalisme. Hoe dan wel? Door een proces van innerlijke transformatie (noem het: bekering) en theologische reconstructie, waarbij hernieuwd toegang wordt verkregen tot beleving van de werkelijkheid van God, ‘in wie wij leven, bewegen en zijn.’ (Handelingen 17, 28). Religie is transcendentie-ervaring, het met hart en hoofd ervaren dat er meer is, altijd meer dan… Ja. Maar met het theďsme van het conventionele christendom hebben we dat meer buiten ons geplaatst, in een bovennatuur, op afstand ge-objectiveerd in een goddelijke persoon, een Vader ver weg in de hemel, gescheiden van het universum, die met interventies daarin ingrijpt. Zó transcendent, dat we het contact er mee zijn verloren, een God lichtjaren van ons verwijderd. Marx, Freud, Nietzsche, Darwin rekenden er in de 19e eeuw wijsgerig mee af. We beleven nu anderhalve eeuw later in de secularisering hoe heel de westerse cultuur er spiritueel afscheid van neemt. Kerk en theologie hebben nauwelijks een besef van de epochale, onherroepelijke verschuiving die zich hiermee voltrekt, laat staan dat ze er een antwoord op hebben ontwikkeld.

Naast een theologische deconstructie van het supranaturalistische theďsme, het conceptuele afscheid van de interventiegod, is de creatieve denkarbeid en spirituele praxis nodig die inzet op een intellectuele reconstructie van een nieuwe, andere manier van geloven, die tegelijk – denk aan Paulus op de Aeropagus – heel oude, vergeten papieren heeft in de joodse en christelijke traditie.  Noem het ‘panentheďsme’. De voorstelling, het besef dat alles in God is. Het universum, het leven, de geschiedenis, wijzelf –wij hebben deel aan de werkelijkheid van God. God is geen afzonderlijk wezen, maar  alomvattende Geest. Leven is: deel hebben aan die immanentie van God. Geloven is: dat ook willens en weten doen. Gods transcendentie bevindt zich niet op lichtjaren afstand, maar zijn sacrale presentie is nabij en verhult/openbaart zich in het gewone leven. De werkelijkheid is het sacrament van God.

 

  1. Stelling: Bezielde toewijding is de kern van religie.

Wat bezielt ons? is de tweede vraag. Wie afscheid neemt van de supranaturalistische God, neemt ook afscheid van een geloofspraktijk. Je onderhoudt een relatie met een Persoon in de hemel, door voor waar te houden dat Hij er is (assensus), door in zijn interventiemacht te geloven, en door die in gebed af te smeken. Zo kan ik het zelf niet meer, en ik ben niet de enige, ook niet in de theologie en de kerk. Een sluipende secularisatie noemde ik dat altijd – het proces dat zich in de loop van de jaren in mijn theologische en kerkelijke bestaan heeft voltrokken.  Hoe daarop te reageren? Met een postmodern schouderophalen over verloren illusies, de constante verzoeking van een allesverslindend cynisme waarbij je tenslotte nergens meer van opkijkt en niets er meer toe doet? Misschien is het beter (zie 1.) dat afscheid een transformatie te noemen, een bekeringsgeschiedenis. Het zoeken van en toegroeien naar een nieuwe vorm van toewijding, niet meer aan een verre God in de hemel, maar aan het goddelijke Geheim, dat het gewone doordringt, omvat en overstijgt. Bezielde toewijding, dat is voor mij de kern van religie. Met alle geconcentreerde aandacht en zorg voor het detail, liefdevolle zorgvuldigheid met dingen en mensen die daar bij hoort. Kunstenaars die leven voor hun kunst, (mantel)zorgverleners die leven voor anderen, de werknemer/gever die gáát voor zijn werk  - het zijn mensen die deel hebben aan de Geest van God.

 

  1. Stelling: De christelijke traditie wordt vandaag door drie gestalten sociaal bemiddeld en overgedragen, de kerk, de liefhebbers, en de soloreligieuzen.

Wat bindt ons? Dit dus: de aandachtige toewijding aan de werkelijkheid die beweegt, leeft en bestaat in God. De overtuiging dat deelhebben aan het alledaagse, gewone leven een sacramentele ervaring kan zijn, een participatie aan de Heilige. Die overtuiging komt niet uit het niets vallen, maar heeft traditie, gemeenschap, rituelen en spirituele praktijken nodig. We zijn aangewezen op bemiddeling, op media salutis (Calvijn), die Gods heil naar ons kan geleiden en ons naar God. Die vind ik in de kerk, maar lang niet altijd, en lang niet alleen daar. Ook een theatervoorstelling of een concert kan dat samensmelten van geconcentreerde gezamenlijke toewijding en de ervaring van participatie te weeg brengen. Zij worden doorlaatplaatsen (‘thin places’, Marcus Borg) van het heilige, waar Hij zich laat zien als de Omvattende, Allesdoordringende. Alles is in principe doorlaatbaar/doorwaadbaar voor God. Dat berooft de kerk van haar exclusiviteit als bron en norm van christelijk geloven. Ik zie in onze cultuur drie gestalten waarin de christelijke traditie sociaal bemiddeld en overgedragen wordt. Dat is de kerk, waarin zich de navolgers van Jezus verzamelen, zij die – om met Luther te spreken – ‘met ernst christen willen zijn’. Zij wijden zich toe aan de zaak van Jezus. Maar er is ook de kring van liefhebbers van het christendom, zij die overtuigd zijn van het vitale belang van de christelijke traditie voor het publieke domein (Andreas Kinneging). Zij wijden zich toe aan de publieke zaak. Dan zijn er tenslotte de creatieve soloreligieuzen, die hun eigen spirituele identiteit in elkaar knutselen (Jan Oegema). Zij wijden zich toe aan de persoonlijke ervaring van het heilige. Alle drie zijn theologisch legitieme[1] gestalten van sociale binding aan het christelijke geloof.


[1] En een sociologisch klassieke; ze komen immers in feite overeen met Troeltsch’ typologie van de kerk als secte, (volks)kerk, en mystiek.

Mijn reactie op de reacties op dit artikel (Trouw 17 september 2005) verscheen in Trouw van 18 oktober 2005: Zeker, een persoonlijke God, maar ook meer dan dat.

Voor een nadere theologische verantwoording zie de lezing over Dietrich Bonhoeffer die ik 15 oktober 2005 te Stockholm hield (Speaking Differently about God. The Legacy of Dietrich Bonhoeffer).

© Frits de Lange.  All Rights Reserved. No part of this publication may be reproduced in any form without explicit permission from the author.