EN NU ……….. VLIEGEN
Na een tijd zoeken naar het juiste vliegtuig en electronica, soms bouwen, probleempjes oplossen enz. is het dan zover.
Je hebt gezorgd dat het C.G. (centre of gravity = zwaartepunt) goed ligt.
Dit ligt doorgaans op ongeveer 30% van de voorkant van de vleugel, althans, bij een rechte vleugel.
De praktijk leert helaas dat het door de fabrikant aangegeven punt niet altijd klopt.
Ook heb je gezorgd dat alle kleppen en stuurstangen soepel bewegen en geen speling hebben, de accu stevig vastzit, bedrading goed gesoldeerd, geïsoleerd en vastgezet.
Zorg ook dat de kleppen niet teveel uitslag hebben, er kan niet bij voorbaat gezegd worden hoeveel precies, maar je hebt eerder teveel dan te weinig. ….begin met een graad of 20 uitslag, eventueel met wat exponential, zodat het midstick wat rustiger is.
Hij is klaar en kan airborne.
DE EERSTE START:
Dit is altijd een enerverend moment, ook als je een ervaren modelvlieger bent, je weet immers nooit precies wat hij zal doen.
Maak de eerste vlucht ALTIJD met weinig wind, zeker als beginner niet boven 2 Bft, je hebt dan meer tijd om je met het vliegtuig en de afstelling bezig te houden.
Ga er maar van uit dat er het nodige getrimd moet worden, bv het vliegtuig wil naar rechts, of bv naar boven als de sticks neutraal staan, dus moeten de kleppen zodanig getrimd worden dat hij, als je niet stuurt, zoveel mogelijk rechtuit gaat en op dezelfde hoogte blijft.
Dit trimmen kan met de zender, maar de voorkeur is het mechanisch te doen door de kwiklinkjes in of uit te draaien.
Laat het vliegtuig, liefst op een vlakke baan en MET VEEL RUIMTE, als het kan tegen de wind in opstijgen en stuur/corrigeer heel subtiel, als je grote stuurbewegingen maakt zul je ook veel moeten corrigeren en op een bepaald moment red je dat niet meer.
Een vliegtuig heeft om te vliegen SNELHEID nodig, start met vol gas, dan is hij het snelste los van de baan en zal hij direct het best bestuurbaar zijn en het minste last van de wind hebben.
Eerst voorzicht een beetje starten kan niet, je start of je start niet!
Tijdens de start kom je op een point of no return en moet je doorzetten, vlak boven de grond gas terugnemen om hem even wat langzamer te laten vliegen wordt vrijwel zeker een crash.
Begin met het vliegtuig stabiel te houden en LANGZAAM te laten stijgen, probeer dan met heel kleine stuurbewegingen een bocht te draaien, als je ailerons hebt geef je hiermee een klein beetje rol zodat het vliegtuig een beetje op zijn kant komt te liggen, gelijktijdig een beetje “up” zodat hij op dezelfde hoogt blijft, en ook gelijktijdig een beetje “rudder” om de bocht mooi vloeiend te maken.
Heb je geen ailerons stuur dan een met beetje “rudder” en tegelijktijdig een beetje “up”, geef je geen “up” dan zal het vliegtuig snel hoogte verliezen of zelfs over een kant wegvallen.
Vlieg je met een motorzwever zullen er doorgaans geen wielen onder zitten en moet je hem dus gooien.
Doe dit altijd tegen de wind in, met vol gas en NOOIT OMHOOG GOOIEN !!!! het vliegtuig zal dan overtrekken en daarna de grond in duiken.
Gooi rustig naar een denkbeeldig punt op pakweg een meter of 30 vóór je …. Heel flauw schuin naar beneden dus.
En ook hier geldt, houd hem stabiel, laat hem langzaam klimmen en ga dan pas sturen.
Ik schreef al eerder dat snelheid zeer belangrijk is, een vliegtuig wat te langzaam gaat zal met de neus naar beneden uit de lucht vallen (stallen = overtrekken)
In een stall kom je b.v. als je (met te weinig motorvermogen) steil klimt, of een vliegtuig te steil omhoog gooit.
Om uit zo`n stall te komen moet je geen “up”geven, je wilt naar boven, dus dat is dan een natuurlijke reactie, maar het resultaat zal zijn nog minder snelheid en dus harder vallen.
In zo`n situatie kun je het alleen “redden” door naar beneden te sturen, in een duik te gaan, totdat je weer snelheid hebt, en dan wordt het “valtuig” weer een vliegtuig en kun je weer optrekken.
Dit “stall gevaar” is vooral een gevaar bij een zweefvliegtuig, als je een motor hebt, en je kunt die harder laten draaien en komt het natuurlijk ook weer goed.
Nu schrijf ik dit alles wel even makkelijk, maar dat is het echt niet, en je zult zien dat die “eerste keer”, als je het alleen gaat proberen niet vlekkeloos zal verlopen …….. maar op een gegeven moment gaat het steeds beter en is dat een geweldige overwinning, en een geweldige hobby/sport.
Als het kan vraag dan hulp van een ervaren modelvlieger, of een modelvliegopleiding natuurlijk.
VEILIGHEID:
Er zijn er een aantal dingen die je, ook als je ervaren bent, altijd weer zult moeten doen om veilig te vliegen, en helaas wordt die veiligheid nogal eens vergeten …. Het gaat al zolang goed dus het zal nu ook wel goed gaan …..ik durf / kan dat wel ……. Bij mij gebeurt dat niet …… zelfoverschatting, maar eens gaat het fout, en dan kunnen de gevolgen ernstig zijn.
Vlieg altijd op een ruime veilige plek, en niet boven / in een woonwijk, autoweg of noem maar op, dat is levensgevaarlijk……. Vooral met een heli wordt nogal eens snel gedacht “het kan wel even in de straat” juist omdat je daar moor zo weinig ruimte voor nodig hebt (geen startbaan) maar het gevaar is er niet minder om.
Bij twijfel of alles in orde is, NIET VLIEGEN !!!
Niet op zo`n gezellige warme vliegdag tijdens het vliegen op het veld lekker met elkaar een paar pilsjes drinken .
Tijdens start en landing ALTIJD opletten of er geen andere vliegers of publiek lopen waar je verwacht te zullen landen.
Een goede gewoonte is ruim voor de landing even te roepen dat je gaat landen, zodat je collega vliegers kunnen controleren of alles veilig is …. of niet, en zo niet dan natuurlijk niet landen, zorg dus dat je nog genoeg vermogen in je lipo hebt om, indien nodig, nog even in de lucht te blijven.
Zorg ook voor een WA verzekering die ook schade door modelvliegtuigen dekt, doorgaans zijn vliegtuigen tot 20 kg gedekt, maar controleer dit even.
Denk ook altijd even wat een ongeluk met een modelvliegtuig voor de modelvliegsport betekent.
In Nederland wordt alles wat vliegt met Argusogen bekeken, en zullen de instanties alles aangrijpen om vliegen te verbieden.
Veel ongelukken / negatieve publiciteit is dus voor ons allemaal nadelig.
Realiseer je dat een vliegtuig of een heli in volle vlucht een auto flink kan beschadigen, een volwassen persoon het ziekenhuis in kan vliegen en een klein kind …. Nee, daar wil ik niet aan denken.
TECHNIEK:
Controleer voor elke start alles visueel, vleugel bevestiging, kleppen goed vast, zie je geen gekke dingen?
Zit de accu goed vast en is hij vol? …. bedrading veilig?
Werken ailerons, rudder elevator en eventueel flaps goed?...... Alles even testen, staan flaps in de juiste stand ?
TAKE OFF:
Let goed op de wind, als je van een baan start zul je lang niet altijd tegen de wind kunnen starten, die baan ligt immers vast, en de wind kan van alle kanten komen.
Start ZOVEEL MOGELIJK tegen de wind, dus zo dat je eventueel de wind schuin van voren hebt, en niet schuin van achteren, en anticipeer op die wind ……. Je weet dus dat bij een crosswind van rechts het vliegtuig, zodra hij los is (zelfs al eerder), naar links gedraaid zal worden, tijdens de start hier dus al rekening mee houden, en niet pas gaan tegensturen als hij al in een (te) grote boog weggedraaid is.
Bij hardere wind optrekken met hogere snelheid, heb je een vliegtuig wat normaal gesproken al bij lage snelheid “loskomt” maak dan eerst een hogere snelheid en gebruik geen kleppen om te starten.
Met harde wind en lage snelheid ben je een speelbal van de wind.
CONTROLE OVER HET VLIEGTUIG:
Controle is niet dat je hem met “kunst en vliegwerk” in de lucht weet te houden en wel ziet waar hij terecht komt in de hoop dat hij heel blijft en dan zegt “goed hè”.
Controle over het vliegtuig houdt in dat JIJ bepaalt waar hij heengaat, en waar, wanneer en hoe hij landt.
Echte controle vergt veel training, het lijkt eenvoudig, maar is het allerminst.
Hou zeker tijdens de landing rekening met de wind, een goede landing is dus niet alleen dat hij weer zonder schade ergens op de grond komt, maar ook dat hij ongeveer staat waar jij heb wilt hebben, en dan zul je ook rekening moeten houden met de (cross) wind.
Je zult dan tijdens de landing moeten opsturen (tegen de wind in sturen), zodat hij op de baan terecht komt, en niet een meter of twintig (of meer) daarnaast.
Een goed hulpmiddel om te zien hoe de wind staat is een windzak.
LANDING:
Landen is een routine, om veilig en netjes te landen moet je dit dus altijd op een ongeveer dezelfde manier proberen te doen.
Dit heet een “circuit”vliegen.
Een circuit is een soort U, het eerste been van die U (downwind of rugwindbeen) loopt parallel naast de landingsbaan , dan draai je 90 graden en kom je op het korte stuk van de U, ( baselegg of basis been ) dat vlieg je tot je ongeveer gelijk met de baan komt en dan draai je weer 90 graden, naar het 2e been lange been van de U (aanvliegbeen of final ).
Op dit moment vlieg je dus in het verlengde van de landingsbaan tegen de wind in, en is een nette landing mogelijk.
Hoe ver die afstanden / lengtes van dit circuit zijn ligt natuurlijk aan het veld, het model en de wind, maar het geeft een vaste basis om goed te landen.
Ik hoop dat dit verhaal een klein beetje inzicht / hulp geeft om de modelvlieghobby met succes te kunnen (gaan) beoefenen.
Jan