From Jabal Shams to 1000 Nights Camp

December 2008
(English & Dutch),

Back to Oman page,
terug naar Oman page

From Muscat to the Jabal Shams plateau and from there to the famous castle of Jabrin and via Nizwa and Jabal Madmar to the 1000 Nights Camp in the Wahiba Sands.

Dutch story by Christ Schreurs.
Nederlands verhaal door Christ Schreurs; klik hier

English Story here


Total round trip 1027 km, Four nights in the desert, Muscat to Jabal Shams (2 nights, camp and holiday cottages, yellow track on map below) 253  km, from Shams to Jabrin, 70 km and via Nizwa to Jabal Madmar (red track) 128 km, from Jabal Madmar to the Wahiba Sands, the 1000 Nights Camp (blue track) 208 km and back home via Sur and Qalhat 368 km (green track).

Route map Muscat, Shams, Jabrin, Nizwa, Madmar, Sinaw, Al Mintrib, 1000 Nights, Sur, Qalhat, Muscat. Google Earth Tracks listed below.
How to get there: (coordinates listed in WGS 84).

To Jabal Shams & Cliff walk: On main road from Nizwa to Bahla (see also 'from Nizwa to Bahla'), take right turn signposted Al Hamra at the roundabout near the Oman Oil petrol station. After 12 km take junction to left at Shell station, leading along wadi Ghul with the village of Ghul 25 km from the turnoff. Have a nice picnic in the shade of the massive limestone walls near the village or continue, along the tarmac road. The road gradually climbs in an overall NW direction, turning south some 17 km from Ghul at an altitude of 1660 m. You can't miss the many little huts where you can buy traditional woven carpets in various sizes. 5 km further take a turnoff to the right (at red sign indicating "Start Tracking Path W4", @ 23 14 22.19 N - 57 11 52.24 E WGS84), leading southwards to magnificent viewpoints 4km from the turnoff, with Jebel Shams crowned by a conspicuous radar post to the east. The scarp is breathtaking, looking down in a small 'grand canyon' with a near vertical drop of almost 1000 m. The plateau is at an altitude of some 2000m. Near the scarp is set of little houses that can be rented as a good alternative in case of rain or in the 'winter' when it can be seriously cold as we noticed.Contact the Jabal Shams Resort (Fares Al Khatari GSM 99382639, 95744447, www.jabalshams.com and reservation@jabalshams.com ), see also Jabal Shams (2002, 2006) and Jabal Shams Cliff Walk (2006).

To Jabrin: return to Bahla road (23.022182,  57.333077) and continue through Bahla to junction signposted Jabrin (22.947606,  57.259801. The castle is signposted some 3.8km down this road.

To Madmar: (see also Madmar 2005) return to Nizwa and take highway to Salalah. Some 25km from the Nizwa roundabout take road to left (initially tarmac, but quickly turns into graded road). opposite a small mosque,  (22° 39' 16.4" N // 57° 33' 12.3" E).Turn south again at the next big junction (Jabal Madmar is now right in front) @ 22° 39' 55.2" N // 57° 34' 36.6" E. You will now pass the Jabal at the right side and that's where the access road starts at 22° 26' 53.5" N // 57° 39' 23.7" E. Take care, the access road has some large and deep erosional gullies. When you see the tower you are at the end. Walk around and you may find the abandoned Jabal Madmar borehole in a slab of concrete.

To Wahiba sands: follow graded road south and at junction with tarmac road, turn left (@22°23'27.3''N//57°39'55.6''E). This road will take you to Sinaw. At roundabout in Sinaw (next to Shell petrol station, (@22°30'13.7''N//58°01'46.4''E)) turn right in direction of Mudhabi, turning right in direction of Ibra (@22°42'08.2''N//58°08'12.6''E) and from there in direction of Sur. In Mintrib turn right just before Shell Petrol station (@22°27'06.0''N//58°48'28.0''E). Follow signs Al Raha camp and 1000 Nights camp.

Google Earth Tracks (open linked zip files will show the track in Google earth if you have this installed on your computer (if not, download Google Earth here):
1) Jabal Shams
2) Shams to Jabrin
3) Jabrin to Madmar
4) Madmar to Wahiba
5) Wahiba to Muscat

Key locations in WGS 84 Lat/Lon, decimal seconds.

  • Jabal Shams Holiday Cottages, 23.205670, 57.196910,
  • Jabrin Castle, 22.915423, 57.250141
  • Jabal Madmar, 22.427281, 57.589470
  • Sinaw, 22.498321, 58.025443
  • Al Mintrib, 22.451637, 58.811455
  • 1001 Nights Camp, 22.102482, 58.757519
  • Sur, 22.534873, 59.481494
  • Qalhat, 22.697322, 59.373452
     
Warning: Please ensure you are prepared for the desert. This route is through inhabited areas and there will always be friendly Omanis to help. You may however be unlucky and it is best to prepare for problems. Leave your itinerary with friends and make sure that somebody knows what to action if you do not return as planned. The desert is an unforgiving environment. It looks easy from a modern air-conditioned 4WD car, but if that fails you are back to basics!

Responsibility disclaimer

Introductie

Oman is aan het veranderen, en hard. Dat realiseer ik me als ik voor de tombe van Bibi Mariam sta, in Qalhat. Het is het zesde jaar, dat we in Oman komen. In het eerste jaar hebben we ook deze plaats bezocht. Toen was het enige uren hobbelen en schudden over een onverharde weg, van Sur omhoog naar Muscat, om ergens in the middle of nowhere op deze plaats uit te komen. Ooit was Qalhateen van de grootste havensteden van Oman, maar ze is vernietigd door de Portugezen en aardbeving in de 17e eeuw. De ruines zijn nu een archeologische vindplaats van formaat. Zes jaar geleden maakte ik een foto van deze tombe, met op de achtergrond het onaangeroerde landschap van het kustgebergte. Maar nu loopt op nauwelijks enkele honderden meters afstand achter de tombe de nieuwe 4 baans snelweg van Sur naar Muscat.

We zijn op de terugweg van een 5 daagse trip door de binnenlanden van Oman, en deze plek is de laatste bezienswaardigheid die we bezoeken voordat we weer thuis komen. Een trip waarop veel te zien is van de veranderingen die in Oman zo snel en veelomvattend aan de gang zijn.

En “we”, dat zijn mijn broer Jan met zijn vrouw Lilian, en hun kinderen Jenny, Jan jr. en Mark; Eva, een vriendin van Jenny, Fareed, de vriend van Jenny, mijn vrouw Ria en ikzelf. We zijn onderweg in 2 auto’s. De grote verlengde LandRover Defender van Jan sr. en een Toyota LandCruiser. Die laatste “bak” mag ik besturen. Beide auto’s zijn voorzien van extra uitrusting om een veilige tocht door woest woestijnland mogelijk te maken: 2 reservebanden, dubbele brandstoftanks, en een verstevigde carrosserie om de inzittenden te beschermen bij onverhoopt over de kop slaan.

Introduction

Oman is changing rapidly. That is very obvious standing in front of the tomb of Bibi Mariam in Qalhat. This is the sixth year we are visiting Oman. The first time it took many hours of bumping along a gravel road from Sur to Muscat to get to this place. Qalhatonce was a wealthy harbour; destroyed by an earthquake and completely sacked by the Portuguese. The ruins are all that is left. Six years ago the piles of rubble blended with the mountains as backdrop. Now there is the motorway  -just finished and only a few hundred metres away-, separating razor-sharp the ruins from the mountains.

We are heading back from a 5 days-trip through the Mountains and Interior desert of Oman. Qalhat is one of the last sightseeing stops on the way home. A trip with many views to remember, but like the motorway at the back of Qalhat, the rapid developments are very visible everywhere we visited.

"We" that includes my brother Jan, his wife Lilian and their children, Jenny, Jan jr & Mark; but also Eva, a friend of Jenny; Fareed, Jenny's close friend; my wife Ria and of course myself, Christ, as the author of this story.

We are travelling in two 4WD's: Jan's Landrover Defender 110 TDi and a rental Toyota Landcruiser. Both cars with double petrol tanks, rollover cage, and double spare tires; fit for the desert.

I drive the Toyota, below referred to as the "monster".

25 December 2008, Jabal Shams

De eerste dag, eerste Kerstdag 25-12-2008, gaat het van Muscat via Nizwa naar de Jebel Shams. Althans, dat is de bedoeling. Maar kort naar het vliegveld Seeb is de autoweg afgesloten. Er is een ernstig auto-ongeluk gebeurd. Een grote kraan is bezig een omgeslagen vrachtwagen recht te zetten. Maar geen nood; Jan sr. heeft GPS en electronische kaarten aan boord, en via avontuurlijke binnenwegen komen we uiteindelijk toch weer op de autoweg naar Nizwa uit. Vanuit Nizwa zetten we koers naar de Jebel Shams, een van de hoogste bergen van Oman.

Tijdens onze eerste tocht, zes jaar geleden, was een tocht naar het hooggebergte van Oman een kwestie van het met GPS proberen te volgen van nauwelijks verharde sporen en wegen, waarbij je bij het klimmen moest vertrouwen op de kracht van de auto en je soms zweetdruppeltjes op het hoofd had staan vanwege de benodigde stuurmanskunst. Maar nu glijden we het grootste deel van de tocht over goed geasfalteerde wegen. Alleen het laatste stukje van de klim doet nog denken aan vroeger. Maar bovenop het plateau van de Jebel Shams zijn diverse wegen weer mooi geasfalteerd. En er zijn zelfs guest houses met overnachtingsmogelijkheden gebouwd.

Jan heeft een kampeerplaats op het oog die wat verder van deze wegen afligt. Een kraal van gestapelde stenen, waarschijnlijk oeroud. We verlaten de asfaltweg, en hobbelen uiterst voorzichtig over een nauwelijks zichtbaar spoor een stukje langs de helling naar beneden. En inderdaad, we vinden de kraal, een voortreffelijke overnachtingsmogelijkheid. Met de in de afgelopen jaren opgebouwde routine is het kamp snel opgezet. En voordat de zon ondergaat zitten we rond het kampvuur.

Het Jabal Shams Plateau is op ca. 2000 meter hoogte, en als de zon achter de horizon verdwijnt koelt het snel af. Maar we hebben extra truien en dikke slaapzakken bij ons.

25 December 2008, Jabal Shams

On the first day, on the first day of Christmas, we headed from Muscat via Nizwa to Jabal Shams in the Oman Mountains. That was the plan. Near Seeb we ran into a closed motorway, with a huge crane trying to clear a truck that had rolled-over. Trying to be clever we took a small road linking to a new motorway, still under construction, only to get stuck again many kilometers further into a deep wadi in the foothills of the Mountains. No other solution but to try again, loosing a lot of time, but in great scenery.

Getting into the Oman Mountains only a few years ago was rather difficult, climbing small and steep tracks that were not even on a map. That has all changed with tarmac roads all the way to the highest points. From Nizwa it is a matter of one hour at most to get to what used to be the inaccessible Jabal Shams and Jabal Akhdar areas. This has also brought the tourists and the tourist industry. Still a bit primitive, with small guest-houses and tents, but already with electrical power and flushing toilets as the unmistakable signs of civilization.

Jan heads for a lovely camping spot, off the beaten track, near an age-old enclosure. The same track leads to an abandoned village, with its terraced gardens still well maintained. The enclosure, protected by low bushes and bent trees, provides a bit of shelter for the strong wind. Our camp is ready just before sunset.

The Jabal Shams plateau is at an altitude of about 2000m and with the sun gone the temperature rapidly drops. Even with warm sleeping bags and fleeces we felt the a cold night, rather contrasting with the sunny day. 


View to the west, with the triangular Jabal Misht catching the last light above the evening haze.

Campsite in an age-old enclosure, protected between low shrubs and trees.
Terwijl we bezig zijn te eten krijgen we onverwacht bezoek van een paar geiten. Ze blijven nieuwsgierig staan kijken, dicht genoeg erbij om alles te zien, op een afstand ver genoeg dat we ze niet direct weg kunnen jagen. Ze vertonen intelligent gedrag, en op de een of andere manier zien ze er ook slimmer uit dan hun hollandse soortgenoten. Vanonder hun lange wenkbrauwharen uit kijken ze je uitermate nieuwsgierig aan.

De “ouderen” onder ons gaan rond 21.00 naar bed. De jeugd blijft wat langer zitten rond het kampvuur. En klaarblijkelijk veroorzaken de geiten nog wat schrik in het nachtelijk donker, want ik hoor enige gillen. Maar uiteindelijk wordt het toch rustig.

Later op de nacht schrik ik wakker door een rotherrie. Ik vlieg de tent uit, en zie dat Jan sr. bezig is onze kampeerplaats op te ruimen. Iets of iemand heeft onze vuilniszak kapot gescheurd, en de inhoud rondgestrooid. We vermoeden dat de geiten ons weer hebben belaagd, maar plotseling horen we uit de struiken een gekraak. Een veel groter beest dan een geit zit daar ergens, en onversaagd gaan mijn broer en ik op onderzoek uit. We voelen ons in ons element, sterke mannen die have en goed, vrouwen en kinderen beschermen moeten tegen onbekende en grote gevaren. Ik volg het geluid van het gekraak, en hoor zelfs een soort gebries. Met mijn zaklamp zoek ik het terrein af. En opeens kijk ik recht in de ogen van een ezel. Ik schrik maar ik kan een lach niet onderdrukken. Want het beest kijkt me aan met dezelfde blik als die van de geiten, intelligent, een beetje brutaal, en met een houding van “je kan me wel wegjagen mannetje, maar te pakken krijg je me niet”. Voor de vorm schreeuw ik wat, en gooi een paar stenen de wegrennende gestalte achterna. Onze vrouwen en kinderen moeten toch weten dat we onze beschermende taak goed uitvoeren.

Jan sr. en ik ruimen verder de ravage op, en zetten de afvalzak in de houtkist, met een paar grote stenen ter afdekking. Daar komt die ezel niet meer bij. Zo gaan we weer naar bed. Maar nauwelijk hebben we ons in de slaapzakken gewurmd, of we horen een andere herrie, een zwaar gebonk en gerammel. Wat nu weer??. We reppen ons terug naar het kampvuur, en zien nog net de ezel wegrennen. Het beest heeft diverse campingtassen met daarin onze etensvoorraad tussen zijn tanden genomen en gebrobeerd de tassen open te scheuren door ze tegen de grond aan te slaan. Ook heeft hij de zak met bestek gevonden en gedeeltelijk geopend. Intelligent gedrag; er kan geen andere conclusie zijn. De ezel wist precies wat hij zocht, en als we hem niet hadden gestoord had hij een lekker avondmaal gehad. Met iets meer kwaadheid, vanwege de gestoorde nachtrust, maar nog steeds met sympathie, ren ik het beest achterna, en gooi met flink wat stenen, totdat ik niets meer hoor bewegen. (Waarbij ik niet uitsluit dat hij zich gewoon rustig hield in het donker om toe te kijken wat we nu weer zouden gaan doen).

Om herhaling te voorkomen ruimen we al onze campingspullen maar op in de auto’s en sluiten de deuren af. Daar kan de ezel in ieder geval niet meer bij. De rest van de nacht blijft het rustig. Maar de venijnige kou houdt ons toch wat uit de slaap.

While preparing food we get some unexpected goat visitors. They remain at a safe distance, close enough to see what is going on. Hidden behind bushy brows their eyes seem to sparkle more clever-looking compared to  the goats we are used to in Europe. We better watch the food.

The older generation beats the retreat into the relative sheltering warmth of the tents at around 21:00 hrs. The younger ones get closer to the camp fire for a longer chat. Somewhere in the middle of the night we hear some frightened yell and snuggly in our bags we conclude it is most likely a goat in the bushes, but it turned out to be Eva bumping into a unclear ?goat while looking for a quiet toilet.

Later that night there are more sounds from within the enclosure. Checking I can see that Jan is already cleaning up the bag with waste that has been torn apart. Again we blame it on the clever goats. Some grumbling, breezing sounds in the bushes however do not sound as a goat at all. The need to protect children and wives wins from the desire to dive back into the sleeping bags. The culprit turns out to be a big donkey staring at us from behind the bushes. We can't do much more than trying to scare it away with a lot of noise and throwing some stones. The donkey retreats, but somehow his whole appearance indicated that it is not impressed at all. Having done our job we retreated as well back to our tents after cleaning the mess. The garbage now in a big box, closed by heavy stones on top. No donkey could move that, we thought. How wrong. Hardly back in the tents there is that loud banging sound from the enclosure again. Rushing back we just see the back of the donkey jumping over the stone wall leaving our camping bags thrown all over the place, and showing donkey bite marks. It is clear what this donkey is up to and from behind the bushes we see his almost defiant looking eyes.

There is only one solution and that is to load everything in the back of the car.  No more trouble that night. Stupid donkeys? Certainly not if it is about food.

It does get even colder and everybody wraps-up tight. The rugs that Lilian had bought on earlier trips end up on top of the sleeping bag as an extra blanket. Lilian announces she is going to buy some more rugs


View to the south from the Jabal Shams Plateau

26 December 2008, Jabal Shams Rim Walk

De volgende dag, tweede kerstdag, staat iets bijzonders op het programma. Vanaf het plateau boven wijst Jan sr. ons op het doel van die dag. In de de wand van een kloof diep beneden ons ligt een verlaten dorp. We ontwaren de contouren van enige huisjes, en van terrassen die ooit zijn gebruikt voor de teelt van gewassen. Het dorp ligt op halve hoogte in de wand, zo’n honderd meter beneden ons, maar ook vele honderden meters boven de bodem van de kloof. De enige toegangsweg is een smal pad dat over een richel in de wand van de kloof loopt, tussen hemel en aarde zogezegd. Vanaf het plateau waar we staan is dit pad nauwelijks te zien, maar Jan verzekert ons dat het goed begaanbaar is.

26 December 2008, Jabal Shams Rim Walk

The next day, already the second day of Christmas, has a special feature on the itinerary. From high up near the edge of the "Oman Grand Canyon" with wadi Nakhr some 1000 metres below he points to a big natural rock arch some hundred metres lower. On top of the arch is a village, difficult to see, with the houses built underneath a thick limestone ledge and small terraced gardens in front. The village is called Sap Bani Khamis and to get there we would need to walk on a ledge with a vertical drop down at one side and likewise a vertical cliff up at the other side. The path is hardly visible from above, but Jan assures us that it is easy and totally safe.

We moeten nog een paar kilometer doorrijden om bij het begin van het pad te komen. En zo beginnen we aan deze bijzondere wandeling. We lopen letterlijk in de flank van de kloof, boven ons gaat de rotswand bijna loodrecht omhoog, en beneden ons loodrecht naar omlaag. Het lopen vraagt enige voorzichtigheid, maar is goed te doen. Na een poosje bereiken we het dorp. Het is gebouwd als een straat in een holle richel van de wand van de kloof. Een bord geeft wat toelichting. Het dorp is ooit hier ontstaan omdat er een goede waterbron was, en omdat de plaats goed beschermd en verdedigbaar was. Tot in de jaren ’60 van de vorige eeuw was het bewoond. Terwijl ik door de “straat” loop mijmer ik wat over hoe het was om hier te leven . Een kleine gemeenschap, nagenoeg compleet self supporting, en zo ver afgescheiden van de gewone wereld. Ooit moeten mensen hier als eerste hun weg over de richels naar deze plek gezocht hebben, hun huizen hebben gebouwd en de terrassen hebben aangelegd. De restanten van de watervoorziening zijn nog duidelijk te zien. Vanuit een kleine poel hoger in de bergwand werd een centrale waterbak gevuld, en van daaruit vertrokken kleine watergoten, falaj genaamd, naar de huizen en de terrassen. De waterbak laat nog wat vocht zien. Mijn broer klimt omhoog naar de poel. Als hij weer terugkeert zegt hij dat hij vermoedt dat het water uit de bron nu wordt afgetapt en omhoog wordt gepompt naar het dorp boven aan de rand van de kloof. Inderdaad is een pijp te zien die langs de rotswand omhoog gaat. Het niveau van het meertje bij de bron is duidelijk een heel stuk lager.

De terugweg is wat moeizamer, aangezien het bergpad nu omhoog gaat. Ik merk dat de hoogte en de hitte me toch wat parten spelen, en indachtig een les geleerd van een wijze oude dame in de Alpen loop ik in mijn eigen tempo door. Maar de neefjes Jan jr. en Mark leveren een opmerkelijke sportieve prestatie; als ik twee uur later stomend als een locomotief bij het vertrekpunt aankom, blijkt dat zij het hele stuk in 3 kwartier hebben gelopen, of beter gezegd gerend.


The pool above the village, with green cold water, partly hidden in a dark cave. This was the only source of the water for the people, their animals and their gardens.

Vanwege de geleden kou in de afgelopen nacht besluiten we de kampeerplannen voor de komende nacht te laten varen en een onderkomen te zoeken in een van de guest house [Jabal Shams Resort (Fares Al Khatari GSM 99382639, 95744447, www.jabalshams.com and reservation@jabalshams.com ]. Zo zitten we die avond met de hele familie in een paar huisjes. Maar de volgende ochtend blijkt dat de kou zelfs deze huisjes binnendringt.

We have to drive a few kilometers to get to the start of the walk in the village of Al Khatim, at the edge of the abyss. A bunch of children is already eagerly waiting to sell home-made souvenirs and fossils and we gently have to make our way to the start of the walk. Indeed the path is surprisingly wide with a sheer vertical cliff above and an even deeper vertical abyss at the other side below. The path allows some great views around and the abandoned village at the end of the path is a real surprise. The houses are hidden underneath the rock ledge. It is as if its inhabitants only left yesterday, but the explanatory board at the beginning of the village tells us that the last people left almost 50 years ago. Why did they build their homes and gardens on such a difficult place? The answer, like everywhere else in the desert has to do with water: the spring and the little lake just above the village. The water was collected in a big tank and from there via a network of channels it was routed to the terraced gardens below. It must have been a peaceful, quiet existence, sheltered from the rest of the world. A small society with close family ties, self-supporting. Maybe we now romanticize this a bit too much as this is not an easy place to live and life may have been quite tough, depending on the supply of water and the small gardens. Jan and the boys climb higher to the small lake and he notices that the water level of the small lake has lowered significantly since his last visit. Pumping of water on the plateau above to support the villages and the increasing tourism is probably to blame. Even high-up we should not forget this is a desert.


Natural rock arch sculpted in the steep side of wadi Nakhr, with the small village of Sap Bani Khamis on top. Just below the next thick limestone layer is a small lake fed by a spring that was used to sustain the village and its gardens

The way back proves quite more difficult, at least for me with my office legs. The easy steps down, on the way in, now are difficult steps up to Al Khatim and the plateau. The altitude as well as the temperature don't help. From a wise old lady in the Alps I remembered it is best to walk and climb at your own pace. The boys finish in 45 minutes whereas it takes me a full two hours and an overheated system.

Because of the previous cold night we had already abandoned plans for another night in tents and booked a few cabins in the Jabal Shams Resort  (Fares Al Khatari GSM 99382639, 95744447, www.jabalshams.com and reservation@jabalshams.com ). So after the difficult walk we just dump our gear in the little houses and wait for diner. Quite relaxing after the walk, with Mark and Jenny preparing some 50 spring rolls on the camping gaz. A cosy night after a good meal, but with the cold even penetration the little houses.

 

Decorated ceiling in Jabrin Castle

Jabrin Castle, view to the Oman Mountains

27 December 2008, naar het kasteel van Jabrin

De volgende ochtend, 27 dec. inmiddels, is er geen kampeerplaats op te ruimen, en dus zijn we al relatief vroeg op weg via Nizwa en Bahla. Het eerste reisdoel is het kasteel van Jabrin, voorheen de residentie van de Imam van Oman. De Imam was de geestelijk leider van de Omaniers. In Muscat resideerde (en resideert nog steeds) de wereldlijk leider: de Sultan. Een enthousiaste gids leidt ons rond. Ik raak onder de indruk van het gebouw, met zijn ruime en hoge vertrekken, en tal van nuttige voorzieningen. Ook nuttige voorzieningen die een leider nodig heeft om zijn gezag te handhaven, zoals verborgen luiken waardoor op afroep soldaten een vertrek binnen konden stormen als de Imam in onderhandelingen te zeer belaagd werd, of een trap met een opklapbare trede waardoor naar boven stormende opponenten op zijn minst zwaar aan het struikelen kwamen, of verborgen spleten waardoor het heet gemaakte sap van uitgeperste dadels over tegenstanders kon worden uitgegoten.

Onder in het gebouw zijn de keukens, met de restanten van de watervoorziening. Ooit werd dit kasteel gevoed door een sterke falaj, maar die staat nu al jaren droog. Een goede watervoorziening is een toenemend probleem. Buiten het kasteel is duidelijk te zien dat het gebied waarop dadelpalmen werden verbouwd is ingekrompen. Ik vind ook nog de restanten van een waterput met waterpompen, zelfs staat er een antieke dieselmotor die blijkbaar bedoeld voor de aandrijving van pompen. Maar het lijkt alsof die al jaren niet meer is gebruikt.

27 December 2008, to the castle of Jabrin

The next morning, the 27th of December, an early start as there is no camping gear to pack, with breakfast served in the restaurant. Descending from Jabal Shams provides great views into interior Oman. From Al Hamra passing through Bahla, with its big fortress being renovated (and not accessible to the public) and from there to the castle of Jabrin, the former residency of one of the Imam's of Oman. As the old name of the "Sultanate of Muscat and Oman" already suggests there was a twofold division of what is now simply the one Sultanate of Oman. What we now call the 'interior' used to be Oman proper, with its own religious leader, the Imam, largely independent of the Sultan in Muscat. The castle was built in 1675 by Imam Bilarab bin Sultan al-Yaarubi as his summer residence. He is also buried in the castle. A very enthusiastic Mohamed is our guide. The building is practical, yet impressive by its simplicity and its spacious and high rooms of which quite a few feature exceptionally nice decorated ceilings. Clearly a residential place, but with strong defensive capabilities as illustrated by hidden trapdoors that can be used to pour hot oil on possible intruders. Prisoners were hidden away under stairs awaiting their verdict. The Imam's horse had its own room as big as that of the guests. At the ground floor level are the storage rooms for dates and wells for independent water supply in case the falaj (water channel) running through the castle would be blocked. The falaj has dried-up and from the top of the castle one can clearly observe that the surrounding data plantations used to be much more extensive. Our guide confirms that ground water levels have dropped in the region and water is in dire need.  The village that surrounded the castle has been removed with the people now living in a well designed housing area away from the castle.

Jabal Madmar

We gaan verder met onze reis. Mijn broer wil overnachten bij de Jebel Madmar, een berg die we al van verre zien in de vlakte. Het is de verste vooruitgeschoven berg in de woestijn.

Terwijl we er naar toe rijden zien we in de rand van de weg een auto scheef stil staan. Er staat een man bij die met zijn handen wuift. We stoppen om te kijken of we kunnen helpen. Het is een Omanier op weg naar zijn kamelen, die bij het verlaten van de hoofdweg was komen vast te zitten in het rulle zand van de berm. Met de diverse vereende krachten van jonge en oudere mannen hebben we hem snel losgeduwd. Daarop biedt hij aan dat we met hem meekomen om naar de kamelen te gaan kijken.

We hobbelen een kleine kilometer door het terrein naar een klein kampement met een soort kraal, waarin zich meerdere kamelen bevinden. De man legt uit dat het bij deze kamelen gaat om het neusje van de zalm, kamelen speciaal gefokt voor de kamelenrace. De beesten die we zien hebben een totale waarde van meerdere honderdduizend Euro’s. Zijn taak is het om samen met een aantal knechten te zorgen voor het wel en wee van deze dieren. Dit in opdracht van een rijke Omanier die de eigenaar is van deze kamelen. En ik moet toegeven, het zijn prachtige beesten.

En zo kom ik weer bij een fundamentele vraag in mijn leven: wat heb ik met kamelen?. Tijdens een van onze eerdere tochten had ik een ervaring van de bijzondere soort met een kameel van een kudde die vrij liep te grazen ergens langs de kust bij Salalah. De dieren waren absoluut niet schuw, en ik slaagde er in een kameel wat te aaien en te kroelen. En daarbij kreeg ik een bijzondere rust over me heen. En nu gebeurt me weer zoiets. Een van de kamelen kijkt me nieuwsgierig aan, en ik loop op hem (haar?) af. Ze is in eerste instantie een beetje schichtig, maar blijft nieuwsgierig kijken. Ik herinner me een les toen ik als jongen op een boerderij werkte. De boer adviseerde me toen dat ik de koeien en runderen eerst aan me moest laten ruiken, om me te leren kennen. Zo doe ik ook nu, en ik laat mijn hand en arm rustig besnuffelen door de kameel. Daarna kijkt ze me recht aan, en is de schichtigheid verdwenen. Ik aai haar een beetje over de neus, en weer komt die rust. Een bijzonder contact tussen mens en kameel, waarover verschillende woestijnreizigers het hebben. Van zo dichtbij zie ik hoe prachtig toegerust deze beesten zijn voor een leven in de woestijn. Neusgaten die dichtgeknepen kunnen worden om te voorkomen dat er zand in komt, ogen met lange wimpers om het stof buiten te houden. Voeten met brede hoeven die voorkomen dat ze te ver wegzakken in los zand.

Ook de rest van het gezelschap is enthousiast. We staan allemaal binnen de kraal tussen de kamelen en vragen honderduit. De beesten zelf blijven rustig.

We krijgen nog een uitnodiging om Omaanse Koffie te blijven drinken. Maar het is al relatief laat, en we moeten voor het donker onze kampeerplaats hebben opgezet. We nemen hartelijk afscheid, en rijden verder, naar de steeds groter wordende contour van de Jebel Madmar.

Jabal Madmar

Continuing our journey we head for Nizwa for a lunch stop, ending-up in the Pizza Hut, packing the remaining Pizzas in boxes for the evening diner. From Nizwa the motorway to Salalah and in view of the distant silhouettes of the Jebels of the Salakh arch turning to the left, back onto gravel tracks. This is camel country, with a large camel racecourse next to the road. Wondering where the camels are hiding we see a small pick-up next to the road, with somebody waving. He appears to be stuck and with a bit of a push by the boys we get him going again. A polite talks ends in an invitation to follow him to.... his camels. What a coincidence. His camels turn out to be a whole bunch of racing camels in an enclosure, owned by a wealthy Omani. They are a well groomed lot covered with blankets and nose protection (for the dust) and at least three or four people to take care of them. We get to know a lot about the camel racing business. Good racing camels are worth a fortune (several hundred thousand Euros) and there is apparently a champion in this group. Again I realise how much character these solemn animals have, even these younger ones face the world with dignity.


Eva with one of the racing camels. A friendly, quiet animal, still young and groomed for a great future.

This gets me to a more fundamental questions in life: what is it about me and camels? In an earlier desert visit, down south in Salalah, there were these special camels, quietly grazing near Khor Rori, as solemn looking as the majestic scenery and and ancient ruins surrounding them. And it is happening again. These animals were very open and easy. Scratching her head I feel the inner peace like before. They are curiously looking at us visitors. From early days working at the farm back home I remembered that animals need to smell you to get used to somebody they don't know yet. That what leads me now, allowing the camel to smell and feel my hand. She obviously decides there is no harm and studies me more intently, allowing me now to caress her nose and head. A very peaceful kind of bonding. No wonder the camel was the beouin's best friend. Close-up it is clear how well these animals are adapted to desert life, with slits in their noses that can be closed and long lashes protecting their eyes. Feet with wide soles to walk easier through soft sand. I can see that the rest of our group is enjoying it as much as I do. We ask many questions, and the animals remain quiet despite the close attention. We do get the almost traditional invitation to join for coffee. Pointing to the distant Jabal and explaining that we want to camp there we apologise and head back to the cars. Speeding off further south to the ever growing Jabal Madmar.  


On top of the tower that crowns the crest of Jabal Madmar, with great views over the emptiness of Oman's interior desert plateau.
We follow the gravel track up to the top, to a watchtower, built close to the site where a well was drilled in the 1980's searching for oil and gas. To the South and West we see the endless flat plains fading in the distance. North are the Mountains that we come from, with Jabal Shams just visible.

Jabal Madmar is part of the Salakh Arch, the last outpost of the Oman Mountains. Beyond here is the endless desert with in the far West the Empty Quarters. Jan Sr. explains the geological setting of this mountain, essentially a big fold, plunging in all directions, creating a big feature like the back of a whale. Deep down the fold persists and its structure could trap oil and gas and that's why a well was drilled right on the highest point. It found a bit of gas. At that time the search was for oil and the well was abandoned. It left a nice track to the very top and a tower built as a viewpoint. 

Daar aangekomen rijden we eerst door naar de top, waar een uitkijktoren is. Van daar uit kijken we in westelijke richting tientallen kilometers de vlakke woestijn in. Achter ons ligt het gebergte, en heel in de verte is zelfs de Jebel Shams te zien; de berg waar we vanmorgen zijn vertrokken. De Jebel Madmar is inderdaad de meest vooruitgeschoven berg. Jan sr. legt uit dat het bij deze berg om een anticline gaat, een klassieke “walvissenrug”. Er is hier ook een boring verricht, waarbij aardgas is gevonden.

We rijden weer terug de berg af, en vinden na enig zoeken een geschikte kampeerplek. Het is hier aanzienlijk warmer dan op de Jebel Shams, en we blijven ook aanzienlijk langer buiten zitten.

Heeding the lessons of the previous cold nights we decide not to stay on the wind-swept crest, but return to base level, trying to find a protected area between the bushes and rocks at its foot. Clearly a good choice as the temperature is noticeably warmer. The remaining pizzas are heated on a big camp fire. A bit of a later night around the fire, playing some games before the older ones retreat, again leaving the younger ones huddled around the fire for much longer.

28 December 2008,
1000 Nights Camp

Het reisdoel van de volgende dag, 28 dec., is het “1000 nights camp” midden in de Wahiba Sands. De laatste veertig kilometer gaat de weg door het woestijnzand. Hier is te merken dat de auto aanzienlijk zwaarder moet trekken. Rijden in los zand is een kunst apart. Jan heeft me uitgelegd dat je genoeg vaart moet blijven maken om niet in het zand te blijven steken. De kunst is om telkens die versnelling te kiezen die zorgt dat je voldoende snel gaat terwijl de motor niet terugvalt in toeren. Dat de passagiers daarbij af en toe geduchtig door elkaar worden geschud is van minder belang; blijven vastzitten is erger. En zo stuiven we met een vaartje van 40-50 km/u door het zand. Ik merk ook dat de auto soms met zijn achterkant geduchtig heen en weer schuift in de sporen. Nu snap ik ook waarom dit soort rijden zo populair is bij mannen; met brullend geweld van een 4,5 liter zescylinder motor jezelf en een grote bak op het juiste spoor houden; dat is wel wat. Na het ezel incident is dit de tweede bevestiging van mijn man zijn.

28 december 2008,
1000 Nights Camp

The main focus of today, 28 December, is to get to the 1000 nights camp, hiding in the middle of the Wahiba (Al Sharquia) Sands. We take an untried gravel track due east from Jabal Madmar and this takes us straight to Sinaw. Quite a shortcut and that's why we already head into the Wahiba Sands around lunchtime. Driving in sand is a bit of an art. Jan explains that one needs a bit of speed across the softer areas and choosing the right gear before its too late. It does not matter if the passengers get thrown around a little bit, as long as the car keeps moving. Speeding at some 40 to 50 km/hr we head straight south between the high dunes. Sometimes the car seeks its own course, shaking its back to better fit the tracks. I understand why this kind of driving is popular with the males. What better than to tame the force of  4.5 litre six cylinder  engine and force this brute of a car through the soft sand.

Sometimes it takes a donkey or a big car to feel like a man.

1000 Nights Camp. tel 99448158; reservation@emptyquartertours.com or emptyqtr@omantel.net.om  www.emptyquartertours.com

You may wonder why 1000 nights whereas the old stories are known as 1001 nights? I guess we took the last night with us.....


Swimming pool at the 1000 nights camp. The water was great, but rather cold. But can you imagine a better place to have a swim?
Environmental friendly is something else. Jan remarks that all my attempts to save the planet driving a hybrid car back home in the Netherlands are quickly undone. This monster drinks petrol rather fast and now I understand the need for the extra petrol tank.

The 1000 Nights camp is hiding deep in the Wahiba sands and we have to cross one of the big dunes. Jan goes first and indicates I should follow standing on top of the dune. From his gestures I can see he wants me to speed-up even more, but this monster has its own opinion about what it likes. The big engine is quite forgiving and we take the hurdle easily. Some 15 km further south we see the end of the journey.

Aan het rap dalende wijzertje van de tankvullingsmeter zie ik dat de motor nu aanzienlijk meer benzine verstookt. Maar daarvoor is ook de dubbele benzinetank bedoeld.

Bij een steile helling rijdt Jan sr. met zijn Defender het eerste de berg op, om te zien of het kan lukken. Ik zie hem even later boven op de berg staan, en hij zwaait dat ik kan komen, maar hij maakt wel gebaren dat ik flink vaart moet maken. Ik spurt er vandoor, maar zie aan de gebaren van Jan dat het hem nog niet snel genoeg gaat. Maar met wat gestuif komen we toch boven. En dan kan de reis weer verder.

Zo bereiken we uiteindelijk het “1000 nights camp”. Het gaat om een verzameling bedouinententen. Elke tent is tegen een klein stenen gebouwtje zonder dak aan gebouwd. In dat gebouwtje bevinden zich een wastafel, douche en toilet. En verder is er zelfs een zwembad.

We zijn snel ingekwartierd, en binnen de kortste keren is het hele gezelschap bij het zwembad. Maar het water is ijskoud; het komt rechtstreeks uit een bron. (Onder mannen gezegd: het was er “ zo” koud) Het kontrast van de grote hitte buiten het bad en de prikkelende koude van het water doet iedereen die te water gaat naar adem snakken; maar het is heerlijk.

In de avond zitten we allemaal onder een soort veranda op kussens aan lage tafels, en ontspinnen zich diverse gesprekken. Daarna is er een gezamelijke maaltijd met een bijzonder hoofdgerecht. Al 24 uur eerder is in een soort ondergrondse put een mand van bananenbladen gevuld met lamsvlees geplaatst. Die put is verder gevuld met houtskool, die gesmoord onder het zand heel langzaam is vergloeid, en zo het vlees gaar heeft gekookt. Althans, als alles goed gaat. Een Omanier legt uit dat als er onverhoopt te veel zuurstof bij de houtskool komt, de kool te sterk brandt, en dan het gehele vlees dus ook mee in rook doet opgaan. Maar het proces is vanavond goed gegaan, en zo eten we dus even later van dit bijzonder heerlijke lamsvlees. Er is zelfs muziek en zang van een groepje Omaniėrs.

The 1000 Nights Camp consists of a neat collection of Bedouin tents, each with its own annex toilet/shower with open air ventilation having no roofs. The camp is very well maintained. Most tents are in the shade of large Ghaf trees (Proboscis), except hours and initially we are worried about being so hot in the sun. In the evening they were however nice cool and with dense mist in the early morning of the next day we kept it dry, whereas the trees drip steadily on the other tents. A lovely setting, complete with small swimming pool and a shaded resting area in Arabic/Omani style, sitting on big pillows, eating dates and drinking Omani coffee


Interior of one of our tents, complete with double bed, soft rugs. Warm at night, protected by the thick hand-woven camel/goat hair tent.

Dinner is special as it features meat that is cooked in a deep pit in the sand. The pit is first filled with a fire, leaving the charcoal. The meat is wrapped in banana leaves and placed in the pit, which is subsequently closed completely and covered with sand to avoid air flaring-up the fire and burning rather than cooking the meat. Leave it for a day and presto your meal is ready. To top it all there is a small group of Omani Men, singing and dancing in the traditional simple way. Sometimes it is nice to be a tourist.

Waiting for diner under the shade, the Arabic style, sitting on pillows and playing a game of chess while enjoying a drink.

Sitting on the toilet at night is another experience. Where else can you sit like that and enjoy a brilliant ceiling with so many radiant stars? The air is quiet and there is no moon, creating an extra brilliant view. Stars that one can never see in the crowded Netherlands. The Milky way is a bright band right above. Certainly the best way to combine a down-to-earth need with a heavenly experience.

Het naar het toilet gaan in de nacht biedt een onverwacht genoegen. Het gebouwtje is zoals gezegd zonder dak, en boven de WC-pot is het gehele uitspansel te zien. Ik blijf een poosje langer kijken. De lucht trilt niet, en het is een maanloze nacht. Sterren die in Nederland niet te zien zijn vanwege de opstraling van licht zijn hier met het blote oog duidelijk te zien. De melkweg is een lichtende band langs de hemel. Een aards gebeuren wordt zo gecombineerd met een hemels uitzicht.

De volgende ochtend 29 dec begint fris; want de douche heeft maar een soort water; koud. En er is nog een verrassing. Er hangt een dichte mist, waar de zon maar nauwelijks doorheen komt. Een aantal bedouinen staan te wachten met hun kamelen voor rondritten met de toeristen. De beesten staan, en de bedouinen zitten op de grond. In de mistige sfeer is dat een bijzonder gezicht. Onder de bomen van het kamp lijkt het wel of het regent; de mist slaat neer op de blaadjes, en valt dan als dikke druppels op de grond. Het is gewoon waterkoud.

Na het ontbijt gaat Eva nog een rit op een kameel maken. Het dier gaat op commando van een Bedouine rustig zitten, en na een tweede commando staat het weer op.

Daarna begint de reis naar huis. We rijden via Sur, en willen dan verder via de nieuwe snelweg die voor een deel nog in aanleg is, maar wel een flinke afkorting belooft. Zo komen we uit bij Qalhat, bij de tombe van Bibi Mariam, en bij de gedachte waarmee dit verhaal begint.


Pearls of water draping the Ghaf trees in the early morning. A total surprise to see so much water in the desert.

The next morning of the 29th of December is cool and wet. The shower features only one kind of water and that is cold water. Another surprise is the dense fog outside which blocks out the early sun. The silhouette of a few Bedouins and their camels fits this rather well. They are waiting for us tourists to get a ride, but we first need a warm coffee. The fog is raining down from the trees, heavy with droplets of water. Water-cold as we say in Dutch.

After breakfast indeed a camel ride for Eva, as she has never experienced that yet. A brief command sounding like a grumble gets the camel down on its knees and a second click gets it up with Eva trying to remain in balance.

The mist starts fading and the familiar sun starts blazing through. Time to go home in the direction of Sur and trying the new coastal highway. This takes us along  Qalhat and the tomb of B ibi Mariam where this story started......


Foggy wet camel in the Wahiba Sands, a bit looking like a "drowned cat"

Descending the dunes with the last misty remnants of the early morning fog blown southwards.
De verdere reis over deze nieuwe snelweg illustreert deze gedachte nog meer. Nieuwe viaducten steken Wadi’s over waar diep beneden nog restanten van de oude dorpjes en Dadelpalmplantages zijn te zien. Jan sr. duikt toch nog eens van de snelweg af en rijdt zo’n Wadi in. Ik zie ook daar weer de resten van het oude watersysteem dat de palmen moest bevloeien. Het wordt zo te zien niet meer onderhouden, en diverse palmen zijn aan het afsterven. Maar wie zou dit werk ook nog moeten doen? [n.b. dit deel van de kust heeft zwaar geleden onder orkaan Gonu in 2007, ook de plantages, en het zal jaren duren voordat deze weer in oude glorie hersteld zijn]

Verderop is te zien hoe voor de nieuwe snelweg hele bergen als het ware compleet gesloopt worden, miljoenen tonnen steen worden verplaatst. De verbinding tussen Muscat en Sur; nog 6 jaar geleden een reis van vele uren, nog 60 jaar geleden een reis van meerdere dagen, gaat ongeveer een uur reistijd vragen.

Wat ik zie doet me denken aan het boek van Geert Mak “ Hoe God verdween uit Jorwerd”. Geert Mak beschrijft daarin hoe door de moderne techniek op een termijn van dik een generatie een agrarische cultuur die tot dan bijna eeuwenlang in onveranderde vorm op het nederlandse platteland had bestaan totaal verandert. Het lijkt wel of Oman in een soortgelijk traject zit. Oman beschikt over unieke cultuur- en natuurschatten. Het beleid van de overheid zet sterk in op de ontwikkeling van het toerisme als bron van inkomsten en werkgelegenheid. En het land is op een bewonderenswaardige wijze met deze ontwikkeling bezig. Er is het besef dat bepaalde zaken mogelijk zullen verdwijnen, zoals bijzondere ambachten, en daarvoor worden centra tot behoud opgezet. En misschien zullen voor de oude Dadelpalmplantages zaken komen die we kennen als landschapsparken. Maar er blijven spanningsvelden.

De reiziger die nu door het land gaat kan dit alles zien, en er veel van leren.

The new motorway pushes the realisation even more that Oman is changing and changing fast. New bridges cross deep wadis with age-old villages below. At lunch time we head into one of the wadis. Again I see the remains of an old water channel (falaj), damaged by the storm in 2007 and still needing repair. Trees can't be repaired so easily and simply need time.

Complete mountains are moved to push the new motorway through. Millions of tons of stones. Some six years ago it took almost a day to get from Muscat to Sur. Sixty years ago it took several days and now it takes us less than two hours.

It reminds me of Geert Mak's recent book: "How God disappeared from Jorwerd". In this book he describes how modern technology in the course of one generation changes an agricultural society that persisted for hundreds of years. It seems Oman is headed in a similar irreversible direction.

Oman features unique cultural and natural treasures. The Omani government balances between preserving as much as it can of this cultural and natural heritage, and progress that takes its toll. Tourism and development come at a price. People realise that the old ways need to be preserved and Oman is rightly proud of its heritage and traditions. The government is restoring fortresses and protecting buildings, encouraging the preservations of the old crafts. The old date plantations may be replaced by parks. New villages take the place of the old ones that gradually crumble away. Progress and preservation; a tightrope and balancing act that will remain difficult.

A country that offers a lot to learn and see for those who are open to it, even in fast change mode.

Back to home page

Terug naar home page


@ J. & C. Schreurs December 2008