Yoricks dagboek deel 7: Antigua - British Virgin Islands

vrijdag 26 mei 2006
De Citrine, de boot van Sipke, Astrid en de kids, werd klaargemaakt, ze kregen hun briefing over het vaargebied en we konden gaan. Ze werden nog wel even naar buiten gevaren, waar Sipke op zei: ‘Dat kunnen ze zelf nog wel.’ We zeilden rustig naar Marigot Bay waar het een en ander geregeld moest worden met uitklaren. Het was een relaxt tochtje, waarbij ik lekker tegen de reling zat en naar muziek luisterde. Het was maar twaalf mijl en dus waren we er na een uur of twee varen. De Silencio was verbaasd ons weer te zien, want ze dachten dat we ze pas weer op de Azoren zouden zien. Nadat ik even de schroef had gecontroleerd, omdat hij niet wilde inklappen, zwommen Miklós en ik naar ze toe. Op een gegeven moment ging ik met Rachelle terug naar de Oceans4 zwemmen en ineens zag ik een Spotted Eagle Ray, een donkerkleurige rog met fel witte stippen erop. Hij zwom op me af en aangezien het water troebel was zag ik hem pas toen hij erg dichtbij was. Ik vond het fascinerend, ik had deze soort nog nooit gezien. Hij was niet zo groot, maar ze kunnen bijna drie meter lang worden (met staart). Ik riep Rachelle die hem vervolgens ook zag. Ik vond het raar dat zo’n mooi beest in zulk vies water zwemt, want het is aardig vies als je kijkt naar het gemiddelde oceaanwater. ’s Avonds gingen we met de Citrine-crew barbecueën, wat erg gezellig was. Het vlees was ook weer erg goed, dus missie geslaagd. Na de barbecue gingen Miklós en ik even naar de Silencio, waar ik wat muziek op een stickie liet zetten. Een keer moest ik heen en weer omdat hij vol was, maar na de tweede keer had ik alles erop staan. Nu kan ik weer met goede muziek de oceaan over. Daarna dronken we lekker wat in de kuip. Rachelle ging op tijd naar bed, omdat ze gewoon school doet aan boord. Ik ging ook aan boord toen ik moe begon te worden, maar Miklós bleef nog even met Esmeralda doorborrelen. Aan boord ging ik snel te bed, het is mooi geweest voor vandaag. Ciao!

donderdag 25 mei 2006
De Vagebond kwam na het ontbijt langs, voordat ze naar de kant gingen. René had geprobeerd wat Soca-muziek om te zetten in MP3, maar dat was helaas niet gelukt. Nu hebben we de muziek alleen in I-Tunes, waar ik niks mee kan. Dat was dus wel balen, maar gelukkig had ik toch een paar nummers van Esmeralda gekregen. Nadat de Vagebond verder ging en wij afscheid van ze genomen hadden, kwam de Silencio langs. Na een half uurtje gingen zij weer aan boord en haalden wij het anker op. We zien ze zeker nog wel een keer op de Azoren, in tegenstelling tot de Vagebond die koers naar het noorden zetten voordat het Hurricane-seizoen begint en dus nog niet terug gaan naar Nederland. Ik vaar de boot naar buiten, maar als we alleen maar op de motor en de stuurautomaat varen, ga ik in de kuip zitten. Na nog heel even zitten ga ik aan de overkant een bank inpikken en ga even liggen pitten. Pas bij Oyster Pond wordt ik wakker gemaakt en vragen ze of ik erbij wil komen. Eerst kijken we of we kunnen ankeren, maar de diepgang houdt te wensen over. Nico regelt gelukkig een plekje aan de steiger en dus hebben we eindelijk sinds een maand of acht weer walstroom. Hetzelfde geldt voor een plekje aan de steiger, want Gomera (Canarische Eilanden) was de laatste aanlegsteiger. Ook had Nico geïnformeerd hoe laat Sipke en Astrid met de kids aan zouden komen vanuit Houston Texas. Er werd negen uur in de avond gezegd en dus verwachtten wij ze nog lang niet. Toch kwam ineens Sipke op ons aflopen toen we richting de haveningang liepen. Ze hadden blijkbaar een andere vlucht of iets dergelijks, want Sunsail houdt altijd precies bij wanneer hun klanten arriveren. Wij waren dus blij dat ze er al waren. Ik herkende bijna niemand meer. Richard (8) herkende ik nog wel vaag, maar hij was nu wel groter geworden. Stefan (10) herkende ik niet meer, maar die is ook een stuk gegroeid. Leonie (12) had ik nog nooit gezien, zij was toen Sipke en Astrid langskwamen destijds, logeren bij familie. Het was leuk te zien over wie Nico en Wilma het nou al die tijd hadden. Nadat zij hun boot hadden gevonden en de spullen aan boord hadden gelegd, kwamen ze bij ons aan boord. Al snel nam ik de kinderen mee naar buiten, in de dinghy om te zwemmen. Op een strandje legden we de dinghy neer en zwommen in de vrij hoge branding. Bij het teruggaan ging het niet helemaal goed. Richard had de boot gedraaid, wat van mij niet mocht en zo kwam een enorme golf dwars op de dinghy. Het gevolg was een kwartier wachten tot al het water eruit gelopen was. De tweede keer ging het wel goed. Met z’n allen tilden de dinghy het water in en ik liet Stefan en Richard erin klimmen. Vervolgens ging Leonie ook erin en ik liet haar de motor starten. Ik klom er vervolgens in en nam het over. Richard die de hele tijd al had lopen zeuren mocht van mij in de haven even sturen, maar met die hoge golven van buiten vond ik dat wat link. Hij glunderde helemaal toen hij aan het sturen was, zo mooi vond hij het. Op de boot legde ik mijn door zout doordrenkte spullen uit en bracht de kinderen naar hun boot. Onderweg spoelden we even af met zoet. Terug op de boot gingen Nico en Wilma met Sipke, Astrid en de kinderen boodschappen doen. Toen ik aan het PSP-en was ging Wilma’s telefoon plotseling af en dat bleek Sipke te zijn. Ze waren al in een restaurant en dat mochten wij gaan vinden. Na een kwartier rondlopen en drie keer vragen vonden we het. Als diegene die je de weg wijst het verschil tussen links en rechts niet kent, dan houdt het ook op, want de weg naar rechts waar ze het over had was er niet en het bleek ook absoluut niet de goede weg te zijn. Gelukkig was het eten goed, net als de sfeer. Terug op de haven gingen we terug naar de boten, waar ik aan m’n achterstallige verslagen begon. Nu maar weer lekker slapen. Ciao!

woensdag 24 mei 2006
Nico is vandaag jarig! Maar voordat ik hem kan feliciteren is hij alweer weg. Bij de Vagebond had hij gisteren zijn shirt laten liggen, dus het is wel te merken dat hij ouder wordt. Hij kreeg daar gelijk koffie en dus moesten we hem even terugfluiten voor het ontbijt. Toen hij weer aan boord stapten konden we hem feliciteren met z’n 48e verjaardag. Na het ontbijt kreeg hij z’n cadeautjes en was zeer blij met z’n fototoestel, borrelglaasjes en meer. Even later kwam de Silencio op bezoek en die hadden natuurlijk ook een cadeautje mee. Inmiddels heeft Wilma mijn haar onder handen genomen, met de tondeuse van de Silencio en dus is het weer lekker kort. Na de koffie gaan Miklós en ik met Rachelle en Esmeralda zwemmen. Miklós gooit de dames in het water en ik duik van de punt. Miklós springt er ook achteraan en zo drijven we even in de rondte. Even later gaan Wilma en Janine ook zwemmen. Als we naar de Vagebond zwemmen, wacht René op z’n lunch. Maar als Helga het water induikt, zegt René: ‘ik denk dat ik nog wel even kan wachten op m’n lunch en duikt er ook in. Met z’n allen drijven we een tijdje en praten gezellig. De Fiddlesticks komt ook binnenvaren, maar legt hem wel een stuk verderop voor anker. Na zeker een uur zwemmen gaat iedereen weer aan boord. Ik ga nog even naar de Silencio om wat muziek op te halen en om 17:00 gaan we dan naar de kant om met een de Nederlandse groep te gaan borrelen en uiteindelijk uit eten te gaan. Maar voordat we naar de kant gaan komen Dick en Anita van de Kind of Blue eerst zingend langs met een fles wijn. Ook Anja en Hans brengen alvast hun cadeautje, zodat alles niet meegesleept hoeft te worden. De Kind of Blue heeft eerst wat visite te onderhouden en daarom kijken ze of ze later even langs kunnen komen. In het café krijgt Nico cadeautjes van de Vagebond en is z’n collectie compleet. Met de nieuwe camera worden veel mooie foto’s gemaakt en het is erg gezellig. Als we tegen achten aan tafel gaan hebben we vreselijk veel lol. Het eten is verschrikkelijk lekker, een echt feestmaal met heerlijke witte wijn. Helaas hadden Dick en Anita al uitgebreid in de Mac gegeten en zouden ze alleen nog een hapje op de boot scoren. Frank en Janine aten ook aan boord, omdat Janine niet te lang kan zitten door een Hernia. Met de andere gasten was het dus echt feest. Toen de ober te horen kreeg dat Nico jarig was werd er een Happy Birthday nummer gedraaid en kreeg hij vuurwerk op z’n toetje. De bediening was super en dat vind ik altijd wel erg belangrijk. Na het eten kregen we rum van het huis. De eerste ging gewoon met de hand, maar bij de tweede moesten we het zonder handen doen. Het glaasje pak je op met je mond en je gooit het zo achterover. Op deze manier gingen de volgende vijf erin. Het was een koffie-vanille-bananenrum en echt vreselijk lekker. Sommigen werden er nogal vrolijk van, maar ik had nergens last van aangezien ik ruim genoeg had gegeten, zeker na de Profiteroles als toetje. Ook Rachelle die niet drinkt moest eraan geloven en kreeg twee borrels door haar keel, maar voelde ze wel zitten. Erg veel gekkigheid dus, maar hoe gekker, hoe leuker. Nico heeft zeker de leukste, gezelligste verjaardag van ons vieren gehad, echt fantastisch. Iedereen vond het erg leuk en Nico straalde van pret als een kleuter met een lolly. Met z’n allen voeren we weer terug naar de boten. Nico en Wilma dronken nog even wat na op de Vagebond. Esmeralda bleef nog even bij ons hangen. Ik ging voor twaalven slapen, ik vond het wel mooi. Het was immers een erg leuke en actieve dag, maar wel erg vermoeiend. Ciao!

dinsdag 23 mei 2006
Na het ontbijt willen Nico en Wilma naar de kant en omdat ik niet weer een middag opgesloten wil zitten, ga ik mee. Op de kant zien we eerst veel tentjes met kleren en doeken van locals. Verderop staan meer winkels waar we doorheen struinen. Elke straat van Marigot hebben zeker wel twee keer gezien, maar uiteindelijk hadden we wel alle boodschappen en een restaurant/bar om morgen Nico’s verjaardag in te vieren. Ook tikten we een cadeau op de kop voor Nico en wel een nieuw fototoestel. We werden erg goed geholpen en uiteindelijk kregen we vijftig euro van de prijs af en een gratis 1 Gig kaart erbij ook ten waarde van €50,-. Met honderd euro eraf kregen we hem dus voor een aardig prijsje. Tevreden liepen we verder en de verkoper was ook tevreden met de deal. Een beetje vreemd vond ik de supermarkt waar we inliepen. Er liepen kleine schoolmeisjes van zes jaar oud naar binnen en de eigenaar schreeuwde tegen ze of ze geld bij zich hadden en zo niet dan mocht je onmiddellijk terug naar buiten. Had je wel geld dan mocht je wel even je tas achterlaten. Blijkbaar wordt hier nog wel eens wat gejat, maar je kan het ook normaal vragen. De manier waarop het gebeurde stond me al helemaal niet aan en sommige meisjes barstten bijna in tranen uit. Maar niemand zei er wat van, dus zo zal het hier wel gaan. Leuker was een heerlijke salade die we op een klein terrasje van een Creools tentje aten. Een stuk of tien tentjes zaten op rij en bakenden hun territorium af door verschillende tafelkleedjes. We werden goed behandeld, maar de concurrentie was dan ook wel erg groot. Toen ik naar dressing vroeg schreeuwde de oudste vrouw dat het meteen gehaald moest worden, terwijl ze rustig op een stoeltje zat toe te kijken. Het kostte relatief erg weinig als je naar de Franse tenten kijkt en de kwaliteit is gewoon prima. Na het eten gingen we nog even bij de douane langs voor een paar stempels, in- en uitklaren dus. Nico wilde voor vrijdag uitklaren, maar nadat de man het nagevraagd had kon dat officieel niet voor over drie dagen, maar alleen voor twee. Nico zei dat we naar Oyster Pond gingen morgen en dat we daar niet uit konden klaren. Hierop zette de man snel z’n stempels en wenste ons een fijn verblijf. Wij worden weer bevestigd in de soepelheid van de Franse autoriteiten. Pas tegen vijven gingen we weer terug naar de boot, waar ik gelijk even ging zwemmen. ’s Avonds gebeurd er niet veel, dus tegen de tijd dat ik moe werd, ging ik lekker naar bed. Ciao!

maandag 22 mei 2006
In de ochtend gebeurd er niet veel, eigenlijk is het hetzelfde als gisteren. Nico en Wilma de kant op voor boodschappen en wij op de boot onszelf vermaken. Ik heb ook nog even geïnternet totdat we naar Marigot gingen. Het was wel even fijn rustig m’n mail te kunnen doen. Daarna dus op weg, dit keer mét de Oceans4, naar Marigot Bay. We moesten de brug om half zes hebben, maar om kwart voor vijf voeren we al weg, omdat we wel eens problemen met de diepte konden krijgen. Dit was amper het geval en dus moesten we nog een half uur voor de brug wachten. Eenmaal in de baai legden we hem neer naast de Silencio. We hoopten daar internet te kunnen oppikken, maar dat was tevergeefs. Verder wordt er nog geborreld en weer eens gezwommen, echt heerlijk! De Lagoon is namelijk gewoon te vies. ’s Avonds aten we met z’n vieren op de boot. Eigenlijk zouden we barbecueën, maar het was inmiddels zo laat dat we besloten het vlees maar in de pan te gooien. Dat smaakte ook prima. Later in de avond kwamen Esmeralda en Rachelle nog langs. Ik ging al snel slapen, want een beetje in de kuip hangen en niks doen, daar hou ik niet van (tenzij bij een borrel). Ciao!

zondag 21 mei 2006
Een redelijk lui dagje vandaag. Nico en Wilma moesten flink boodschappen doen, deels voor de oversteek, maar Miklós en ik moesten ons vermaken op de boot. Met een beetje computeren, lezen en muziek luisteren ging dat prima. In de middag gingen we dan eindelijk van boord. Met z’n vieren voeren we naar Marigot Bay, wat aan Simpson Baai vastligt, maar dan aan de Franse kant. Daar ligt namelijk de Silencio en we zouden even op bezoek komen. Naar schatting duurde het zo’n 25 minuten om er te komen, maar we waren wel droog. Daar aan boord werd er geborreld en onthulde de Silencio dat ze dinsdag zeker niet weggingen, wat ze wel al eerder hadden voorspeld. Het was erg gezellig en aangezien ze paté en Franse kaas hadden gekocht, hier in het Franse deel, was het extra goed. Dat is zo’n beetje het enige voordeel hier verwacht ik. De barretjes zijn in Simpson Baai veel leuker, er zijn er meer en ze zijn langer open, zegt men. Het stokbrood komt me nou ook wel de neus uit, dus maar weer kijken of we wat anders kunnen vinden. Wel hebben we nu na de boodschappen van gisteren weer hagelslag, stroopwafels, Unox leverpastei, boerenkool met worst en nog veel meer Nederlandse dingen, maar helaas is het meeste voor de oversteek en daar moeten we vooral niet aankomen willen we geen ruzie met Wilma krijgen. Maar met de dingen die wel open mogen moet ik het hier wel vol kunnen houden tot we weer in Engelse of Nederlandse gebieden zijn. In ieder geval was het dus een geslaagde borrel. Om half zeven wilden we terugzijn omdat we met Helga en René van de Vagebond uit eten gingen. Gelukkig hadden zij al over de marifoon gemeld dat ze even later kwamen, want de eerste keer dat er naar de tijd werd gevraagd was het al 18:45. Er kwamen ook pikzwarte wolken over de bergen aanzetten en dus gingen we er snel vandoor. Wilma nam de tondeuse van Janine mee zodat ze in ieder geval Nico en misschien ook Miklós en ik even korter kan maken. Doordat het slechte weer eraan kwam gingen we maar rechtstreeks naar Shrimpy’s waar we hadden afgesproken. Hans en Anja kwamen ook, wat ik niet begrepen had, maar wat ik wel erg leuk vond. Zij kwamen tien minuten na ons aan, maar die waren al aardig natgeregend. Na de tweede borrel van vandaag in Shrimpy’s gingen we aan de overkant naar de Chinees. Ik was er nog steeds geen voorstander van, maar gelukkig hadden ze kip in Pekingstijl en wat patat, waardoor ik ook wel weer tevreden was. Miklós en ik gingen eerder weg, want wij wilden nog even naar The Soggy Dollar Bar. Maar voordat we weer gingen poolen gingen we eerst even wat halen bij de Mac. Ik voer de dinghy om en Miklós liep naar de Mac. Daar aangekomen kwam Miklós precies met de bestelling aanlopen, een perfecte timing dus. Bij The Soggy Dollar Bar waren al wat mannen aan het poolen en dus konden we zo aansluiten. Eerst waren er geen kwartjes en dus ben ik nog even rond gaan vragen in winkels en restaurants, die allemaal glashard logen dat ze geen enkel kwartje meer hadden.

zaterdag 20 mei 2006
Pas rond het middaguur werd ik wakker. Een echt spectaculaire dag was het niet. Er werd veel gelezen, wat gecomputerd en muziek geluisterd. Verder keken we de film Wake of Death met Esmeralda en Rachelle. Miklós en ik gingen nog even poolen in The Soggy Dollar Bar. Ik won met 5-4, dus was ik in een goede bui. ’s Avonds gingen we barbecueën op de Oceans4. De Silencio had ook nog wat lekkers meegebracht. Het vlees was heerlijk en dus weer een geslaagde barbecue, met goed weer, ondanks de flinke regenbui van vanmiddag. ’s Avonds wilden we weer even poolen, maar het ouderlijk gezag vond dat we op tijd moesten gaan slapen, tja dat hebben we ook lange tijd niet meer gedaan. Maar het kwam wel erg uit de lucht vallen, waarschijnlijk wisten ze zelf ook niet meer wat ze zeiden na al dat wijn bij de barbecue. De rest van de avond dus maar op de boot doorgebracht. Ciao!

vrijdag 19 mei 2006
Als ik weer wakker wordt varen we nog steeds. Nico heeft nu wacht, maar ik had hem gezegd hem te helpen als hij dat nodig vond. Om 06:00 voeren we dicht lans de kust en om 07:00 legden we hem buiten de Lagoon Simpson Baai en wachtte tot we om half tien door de brug konden. Nico en Wilma gingen nog even slapen, terwijl Miklós en ik klaarwakker waren. Ik maakte nog wat verslagen. Om even over negen maakte ik Nico wakker en voeren we de boot de Lagoon in. Eerst moesten we nog even tanken, voordat we naar de ankerplaats konden. Onderweg naar de tanksteiger herkende ik al de Vagebond en was blij dat er meer boten nog lagen dan ik had verwacht. Eigenlijk zou alleen de Kind of Blue er nog liggen, maar hoe meer zielen hoe meer vreugd natuurlijk. Na het tanken voeren we richting de twee boten en zagen dat de Silencio er ook nog lag en de Fiddlesticks ernaast. Ze zwaaiden uitbundig toen we aankwamen, wat ik wel leuk vond. Redelijk dicht bij de Fiddlesticks legden we hem neer en zo’n honderd meter van de kant in de hoop dat we internet zouden kunnen oppikken. Toen we eenmaal lagen werd eerst wat was verzameld en weggebracht. Daarna gingen we met z’n allen naar de Silencio waar Esmeralda herstellende was van een nierbekkenontsteking en Janine van een Hernia. Een aardige ziekenboeg dus en daarom waren ze ook nog steeds niet overgestoken. We borrelden gezellig met ze en hoorden hoe het in het ziekenhuis verliep. Later in de middag kijken Miklós, Esmeralda, Rachelle en ik de film Out of Time, die nog steeds leuk en spannend is. ’s Avonds wordt er opgesplitst voor het eten. De Silencio kan alleen op de boot eten, doordat Janine niet van boord kan, maar wij gingen wel even op de kant eten. Omdat we ook nog ’s avonds film wilden kijken, wilden we even snel eten. De Libanees waar we al een paar keer zijn geweest was altijd al snel geweest en zo ook dit keer. Ook is hij niet zo duur en dus hadden we een lekkere hap voor relatief weinig geld. Na het eten gingen Nico en Wilma bij de Mac een ijsje halen en gingen Miklós en ik alvast naar de boot. Onderweg kwamen we Esmeralda en Rachelle tegen die naar de Oceans4 toevoeren en met de twee dinghy’s legden we aan. De film ‘Lord of the Rings: The fellowship of the ring’ werd erin gestopt en natuurlijk was date en success. Miklós kon het niet boeien, maar hij was ook niet echt in een serieuze stemming. Na de film zochten we de bedden op, morgen namelijk weer een dag. Ciao!

donderdag 18 mei 2006
Al vroeg vertrekken we naar St. Thomas om uit te klaren. Ik stuur een groot deel van de tocht en het gaat lekker hard. Met een zonnetje, helder weer en een redelijk windje is het heerlijk om even te sturen en te genieten van het mooie gebied. Als we bij St. Thomas een mooring pakken, gaan Nico, Wilma en ik van boord en mag Miklós op de Oceans4 passen. Nico zetten we af op een steiger en dan loopt hij verder naar de uniformen. Wilma en ik varen door naar de Marina, waar we eerst even gaan tanken. Het is bloedheet bij de tanksteiger. Het betaalgebouwtje houdt alle wind tegen en de zon schijnt hartstikke fel. Al snel breekt het zweet aan alle kanten uit, maar gelukkig komt de man ons al snel helpen. De tank kan gewoon in het bootje blijven staan zegt hij, dat vind ik ook wel zo makkelijk. Als ik hem volgooi is het daarna betalen en door. Bij een dinghysteiger leg ik hem aan het slot en ga met Wilma die is omgelopen, naar de supermarkt. Nico is daar dan ook al en heeft dus vrij snel de uniformen hun stempeltje laten zetten. In de supermarkt is het lekker koel, zoals vaak in supermarkten in de Caribean. Als we eruit komen moeten we helaas wel weer door de hitte, de grote hoeveelheid boodschappen naar de dinghy sjouwen. Dan varen we terug naar de boot. De boodschappen worden ingeladen en gelukkig kan ik weinig doen, zodat ik een duik kan nemen in het heerlijk verkoelende water. Als ik weer aan boord klim hoor ik iets over diesel. Er blijkt allemaal diesel onder de vloer te liggen en dus ga ik even helpen. Bij het verwisselen van de dieselfilter is er wat overgelopen, dat wist Nico maar hij dacht niet dat het zoveel was. Zoveel bleek het ook niet te zijn, maar het lag wel over een groot oppervlak verspreidt. Na een half uurtje is het opgeruimd en kunnen Wilma en Nico ook een duik nemen. Daarna varen we door naar Gorda Sound, waar we aankwamen vanaf Sint Maarten, op Virgin Gorda. Daar pakken we een mooring, maar het gaat niet helemaal goed. Op zich doen we het als altijd, maar als we het touw vastleggen wil de boot niet draaien. Nico denkt dat hij, doordat hij onder de boot is geraakt, langzaam draait, maar na vijf minuten is er nog niks gebeurd. We liggen dwars op de wind en daarom vragen we Nico gas achteruit te geven. Als ook dat niet werkt denk ik dat het touw om de kiel zit. Dat roep ik ook een paar keer, maar als je kijkt naar hoe we het gedaan hebben is dat vrijwel onmogelijk. Maar als ik met snorkel het water in spring zie ik dat het touw toch om de kiel zit en er zelfs een hap in heeft geschuurd. Aan boord wordt dan het touw losgemaakt en binnen gehaald. Nico vaart opnieuw aan en Miklós gooit het touw naar mij. Ik zwem naar de mooring, haal hem erdoor en wil hem teruggeven. Miklós kan er vanaf de punt slecht bij, maar ik kan het anker pakken, trek me op en geef hem aan. Als we goed liggen en ik weer aan boord ben discussiëren we wat er nou gebeurd is. Waarschijnlijk is het zo gebeurd: Bij de eerste poging moesten ze een eind loslaten omdat er teveel spanning op kwam. Vervolgens bleef het einde van het touw hangen in de mooringlus, die het touw afklemde. Ik pakte m’n zwembroek en dook het water in, pakte het touw weer en gaf het aan iemand aan boord. Later gebeurde het nog een keer dat het touw losschoot en haalde ik hem er nog een keer doorheen. Weer klemde de lijn op een plek en waren beide einden niet even lang. Vervolgens gaf Nico een klappie vooruit, zodat Wilma en Miklós niet zo hard hoefden te trekken en is het langste eind onder de boot gedreven. Nadat de boot weer achteruit dreef is hij achter de kiel blijven hangen. Iets anders kunnen we niet bedenken, we doen het namelijk altijd zo en alleen nu ging het mis. Nu dit ook weer opgelost is kunnen we de kant op. We willen even bij de Bitter End Yacht Club kijken, een vrij groot complex, waar van alles te doen en te huur is. Miklós blijft aan boord om te internetten. Misschien gaan we vanavond nog door naar Sint Maarten als de wind goed is en of dat zo is gaan we even uitzoeken op de yachtclub. De wind in de Caribean is normaal Oost, Noordoost en dus niet gunstig om van de BVI’s weer terug te gaan naar Sint Maarten. De weg terug staat ook bekend om dat het wel eens twee keer zo lang kon duren en dat je zelfs het dubbele moet varen als je gaat kruisen. Aangezien de wind nu wel een andere richting uit waait, namelijk Zuid willen we hiervan profiteren, voordat we alles tegenwind moeten motoren of kruisen. Na een drankje kijkt Nico even naar de voorspelling en besluiten we te gaan. Even kijken we nog in de vissenkooi van de Yacht Club waar zo’n dikke Porcupinefish zwemt, samen met wat haaitjes. Dan stappen we in de dinghy en gaan aan boord. Daar mag ik nog even internetten van Nico tot we weggaan. Helaas wordt dit erg kort omdat Miklós maar niet wil opschieten. Dan vertrekken we en eenmaal buiten is de wind toch niet helemaal bezeild, maar met motorsailen lopen we toch zo’n zes knopen. Het is inmiddels avond en dus tijd om te eten. De pizza’s die we vanmiddag gehaald hebben gaan erin en natuurlijk is dat lekker. Terwijl de zon zakt val ik even in slaap. Voordat hij helemaal onder is wordt ik weer wakker en is de tweede pizza klaar, wat een timing. Dan verdelen we de wachten en gaan de nacht in. Ik heb eerst wacht van zeven tot tien en dan Miklós drie uur, dan Wilma, dan Nico en dan zijn we er hopelijk al weer. Nico houdt mij gezelschap tijdens mijn wacht, wat ik wel leuk vind. Tijdens de wacht speel ik wat PSP die ik eindelijk weer heb kunnen opladen en na mijn wacht ga ik lekker slapen. Ciao!

woensdag 17 mei 2006
Op naar een volgende baai. Eerst wilden we naar Pelican Island gaan. Daar zijn een paar rotsen, The Indians en daar kan je prachtig snorkelen. Daar aangekomen bleken de moorings vol en stonden er megahoge boetes op ankeren. We besloten niet te gaan wachten tot er wat vrijkwam en voeren door naar Peters Island. Daar legden we de boot neer in een erg rustig baaitje, waar vogelgeluiden de boventoon voerden. Miklós en ik gingen langs de kant snorkelen. Het was een prachtig rif met veel en mooi koraal en veel vissen, maar helaas niet zoveel verschillende. Na ruim een half uur waren we terug op de boot. Nico en Wilma wilden naar de kant en dus bracht ik ze weg. Op de boot las ik verder in mijn boek ‘De diepte in’ over de gevaarlijke Sydney-Hobartrace. Voordat ik Nico en Wilma weer moet ophalen zijn er heel wat masten gebroken, boten gezonken en bemanning verdronken, niet echt een vrolijk boek dus, maar wel erg interessant om te lezen. Nadat ik ze dus weer op had gehaald vertelden ze dat er hier niet echt veel was. Zij waren naar een erg duur resort gelopen, waar je ’s avonds zonder stropdas niet binnenkomt. De bar in de baai is uitgerekend vandaag dicht, dus daar hebben we ook niks aan. Dan maar weer even een filmpje pakken. We kijken The Watcher, wat wel een aardige film is en daarna nog een keer Out of Time. Tijdens het filmkijken kregen we een mailtje van de Sepia binnen, met daarop Frank en Marijke die we voor het laatst op Lanzarote hebben gezien. Zij waren in de buurt schreven ze en dus riepen we ze op via de marifoon. Het ging goed met ze en ze gingen binnenkort vanaf de BVI’s oversteken. Toen Frank de marifoon overnam konden we ze niet meer te pakken krijgen. Even later riepen we nog een keer op en kregen we Marijke weer. Toen we zeiden dat ze wegvielen toen Frank het overnam zei ze: ‘Ach, die man kan niet lullen!’ Wij lachen natuurlijk, waarna we hem wel even spraken. ’s Avonds gaan we barbecueën en daarna nog even toepen. Helaas wordt de rust nu verstoord door een cruiseschip, die z’n generatoren continu moet laten draaien. Hij heeft drie masten, waarvan er één als schoorsteen dient, want er komt constant rook uit. Blijkbaar zoeken we wel de goede baaien uit, want het is al de derde keer dat we hem treffen. Ciao!

dinsdag 16 mei 2006
Om een uur of tien werd ik wakker. In de rest van de ochtend gebeurde er niet veel. Ik speelde Rummicub met Wilma en las verder in mijn boek. Ondertussen had Nico mijn hele kooi overhoopgehaald om de dieselfilters te vervangen. Na een lange tijd werken was dat gebeurd. We hadden al besloten hier te blijven liggen en naar de ‘caves’ verderop te gaan met de dinghy. Miklós ging niet mee, dus voeren we met z’n drieën uit naar de baai om de hoek. We hadden de snorkelspullen mee zodat we daar ook even onderwater konden kijken. In de baai lagen een paar huurboten. Er was een klein strand en de rest van de baai was rots. In die rotsen zaten drie kleine grotten, wat er erg mooi uitzag. Het water liep erdoorheen en dus kan je erin snorkelen. Wilma bleef in de dinghy, maar Nico en ik sprongen snel te water. Een heleboel kleine geelzwartgrijze visjes zwommen onder de dinghy’s die aan een mooring lagen. Ze kwamen ineens allemaal erg dichtbij me zwemmen, blijkbaar vonden ze iets interessant. Het was erg leuk om ze van zo dichtbij te zien. We zwommen langs de rotsen en daarna de grotten in. Ze waren vrij kort, maar het was wel een mooie ervaring om erin te staan, in het ondiepe water en te kijken naar allerlei verschillende kleuren steen. Qua koraal was het rond de rotsen minder, maar er zwommen wel erg veel vissen. Aan het eind zwom ik met Nico nog een stuk de andere kant op, tussen twee rotsen door. Daar zwommen kleine prachtig blauwe vissen, met lichtgevende stippen erop. Ik haalde mijn onderwatercamera en nam een foto van ze. Even later zwom ik met Nico door een heel ondiep en smal stukje. Nico wees op iets en ik keek ernaar. Ik zag een enorme schim, maar kon slecht zien wat het was. Er waren veel kleine belletjes in het water door de golven die op de rotsen sloegen en het beest zat onder een steen in de schaduw. Ineens zag ik wat vlekken op het lichaam van het beest en dacht de vlekken van een Barracuda te herkennen. Ik zei tegen Nico BARRACUDA, WEG! en we zwommen zo snel mogelijk weg. Na nog wat mensen gewaarschuwd te hebben die er ook zwommen, gingen we terug naar de dinghy. Rustig voeren we even later naar de boot, waar Miklós nog steeds aan het computeren was. Nu wilden we wel naar de bootbar de William Thornton. Daar was het aardig druk en gezellig. Eigenlijk zouden we gaan barbecueën op de boot, maar toch besloten we hier weer te gaan eten. Wat een gezellige middag/avond beloofde te worden veranderde in een ontzettend rare avond die we nooit meer zullen vergeten. Deze bar maakt iedereen stapelgek die hier ook maar binnenkomt. Ik zal een aantal dingen noemen, maar de details laat ik achterwegen, zodat ook minder oude mensen deze site kunnen blijven lezen. Wij vonden gister al aardig apart, maar deze avond overtreft elke avond die ik ooit heb meegemaakt. Eerst kwam er een speedboot aan met brullende motoren, waar je doof van werd, ook al stond de motor alleen aan en gaf hij geen gas. Zeker toen hij een paar keer flink gas gaf werd je er doof van, niet te geloven. Het was wel een mooi ding. Zelfs Wilma die anti-patserbak is vond dit mooi. En een grotere patserbak had ik in ieder geval nog nooit gezien. Verder sprong een stel naakt van de boot af, waarop een andere vrouw tegen haar man zei: ‘We can do that to honey!’ ‘NO WAY, I’m not drunk enough!’ Iedereen eromheen had er erg veel lol om. Later sprong iemand met een achterover salto van de boot af en landde gelukkig goed. Even later ging een tachtig jarige man het ook doen. Hij kwam goed in het water terecht en werd toegejuicht door een grote groep mensen op de boot. Toen het wat lang duurde voor hij terug was ging ik even kijken of hij al uit het water was. Hij had wat moeite met eruit komen omdat het trappetje ter hoogte van de steiger ophoudt en je dan geen houvast meer hebt. Ik gaf hem een hand en hielp hem op de steiger te komen. Op de boot werd hij weer toegejuicht en even later ging een vriend van hem van ongeveer dezelfde leeftijd het ook doen. Ook hij kwam er niet op, maar met de man die ik eruit trok kregen we ook hem weer op het droge. Ze hadden er vreselijk veel lol in. Later werd het allemaal nog erger. Hier houden de details toch echt op. Het enige wat ik zeg is dat we keken naar een hele dikke neger op een bar met slagroom en drank, de rest zal ik hier niet neerzetten, dan wordt deze website meteen gesloten. Later sprong iemand, waarvan de boot al een stukje van de kant weggevaren was gewoon met kleren en al het water in en zwom ernaartoe. Nog meer ontzettend rare dingen gebeurden, maar het is teveel om op te noemen. De eigenaar had ook een beetje te diep in het glaasje gekeken. Hij belde met iemand en liet een keer of drie z’n mobiel uit z’n hand vallen. Één keer pakte hij hem weer, maar hield hem verkeerd om. Hij had het al snel door en zei: ‘Sorry wrong way!’, draaide z’n telefoon om en sprak weer verder. Iedereen op deze boot is driedubbel doorgedraaid, maar wel verdraaid grappig of idioot. Vroeg in de avond gingen we al naar de boot, aangezien het een beetje te rustig werd. Op de boot maakte ik meteen dit verslag. Nu nog even wat lezen totdat het bedtijd is. Ciao!

maandag 15 mei 2006
Voordat we verder varen wordt er eerst nog even geïnternet. De verbinding is zwak, traag en valt vaak uit, maar toch kijkt iedereen even snel zijn mail. Dit duurt dus erg lang, maar daarna varen we alsnog uit. De wind van 15 knopen komt uit de goede hoek en dus kunnen we zeil hijsen. Ik stuur de boot met zeven knopen richting een eilandpunt een stuk verderop. Het is erg zonnig, maar met de wind niet te heet. We varen langs een groen eiland en kijken uit naar nog veel meer eilanden. Alles bij elkaar is het gewoon een mooi gebied en hier tussen de eilanden heb je geen last van oceaandeining, dus gaat het extra hard. Het laatste stuk zeilt Nico, waarna ik het roer overneem en hem de baai invaar. We leggen hem voor anker vlakbij een bootbar/restaurant. Hier hadden Tjalko en Paulien van de Doordrijver al over verteld. De boot is vrij hoog met twee verdiepingen. Ook is hij erg lang. Ze hebben er een dinghysteiger naast gelegd, wat erg handig is. Later op de dag gaan we daar even kijken, maar eerst ga ik nog even op verkenning uit. Er is een bar op de kant, aan de andere kant van de baai en daar ga ik even kijken. Ze blijken helaas geen pooltafel te hebben, maar het ziet er wel gezellig uit. Ik loop nog wat rond om te kijken of het hier een beetje mooi is. Het oogt erg verlaten als ik over een onverharde weg tussen struiken doorloop. Ik zie nog een meertje, wat waarschijnlijk zoet is, omringd door mangrovebossen. Ik loop ook nog een stukje langs het strand en zie de pelikanen vissen. Ook vliegen er twee uit een boom als ik te dichtbij kom. Na nog een stukje lopen heb ik het wel gezien en ga ik met de dinghy naar de boot. Daar ga ik nog even zwemmen en Miklós en Nico ook. Als wij weer droog zijn, gaat Wilma ook nog even, waarna we naar de bootbar willen. Daar aangekomen, binden we de dinghy vast aan de steiger en lopen naar de bar. Als we bestellen zien we iemand een speciaal drankje nemen. Wij bestellen er ook vier. Er gaat niet eens normaal sap door, alleen drie soorten drank: Rosita, Vodka en Sauza. Je voelt hem wel zitten als je nog amper gegeten hebt, maar na een half uur merkte ik er niks meer van. Even later zag ik dat een paar Amerkaanse mannen van bovenaf sprongen, het water in. Ik ging maar eens een kijkje nemen. Eenmaal boven zag ik dat er een verhoging stond en vanaf daar dook iedereen de diepte in. Nadat ik een paar mensen zag springen kon ik het niet laten en ging ook mijn zwembroek halen. Weer terug sprong ik al snel van de grote hoogte af. Het was vergelijkbaar met de zeven meter springplek op Dominica, maar misschien was het ook wel iets hoger. Nico en Miklós dachten dat het lager was, maar als je kijkt hoelang je erover doet voordat je het water bereikt, is het minstens zo hoog. Als je vanaf de reling recht naar beneden kijkt lijkt het minder, maar het onderste puntje van de boot wat je nog kan zien, ligt nog steeds een meter bovenwater. Plus de verhoging die het weer ruim een meter hoger maakt, denk ik toch echt dat het wel hoger is dan de sprong op Dominica. Na nog een paar keer gesprongen te hebben, kijk ik of ik kan duiken. Velen hadden het al gedaan, dus het kan wel, zolang je het maar op de juiste manier doet. Toen ik weg was scheen een jongen achterover gedoken te hebben, maar sloeg te ver door. Daardoor kwam hij met een vreselijke klap op het water. Behalve veel pijn hield hij er niks aan over. Een andere jongen die ik ook gemist had, maakte een salto en sloeg ook te ver door en belandde ook op z’n buik. Hij schijnt daarna bloed gekotst te hebben, dat ging dus iets minder goed. Dat hoorde ik pas achteraf, anders had ik nog wel even nagedacht. Maar het is vanaf deze hoogte ook lastig om in te schatten, hoe je precies kaarsrecht in het water terecht komt, zeker met salto’s. Kevin een Amerikaan uit Texas zei dat ik het wel kon, zolang je je hoofd maar beschermd. Na een tijdje de diepte in staren besloot ik het toch te doen. Het is even moedrapen, maar het is wel iets wat ik gedaan wilde hebben. Daarna sprong ik nog een paar keer normaal en dook ik ook nog vier keer. Voor elke nieuwe duik was het wel weer even moed bij elkaar rapen, maar het ging wel sneller. Zeker vanaf het platform lijkt het ineens twee keer zo hoog. Twee naakte vrouwen gingen ook springen. Hier op de Wiliam Thornton krijgen vrouwen die naakt vanaf het plateau springen een gratis T-shirt met daarop ‘I came, I saw, I jumped erop. Zij sprongen dus en er was veel lol om.

Voor de laatste duik sprak ik met een Amerikaans stel, waarvan de man ook was gesprongen. Ze hadden Nico en Wilma al gesproken en hadden onze website. Ze wilden weten hoe het met school ging aan boord en zo. Het antwoord was makkelijk. Zij waren met een grote groep aan het rondvaren voor een week of twee. Toen zij terug aan boord gingen, dook ik voor de laatste keer. Daarna droogde ik me af en ging aan boord om wat droogs aan te doen. Terug op de boot gingen we eten. De babyback ribs smaakten heerlijk, maar wel pittig en dat vond ik iets minder. Na het eten voelde Wilma zich niet goed door een beetje teveel van het goede. Ze had ook wel een paar cocktailtjes op en die waren blijkbaar niet goed gevallen. Nico ging eerst afrekenen, maar dat duurde wat lang. Ik bracht Wilma die alsmaar riep dat ze nu naar de boot wilde, maar naar de boot en bracht Nico er even later achteraan. Daarna sprak ik met een vriend van Kevin en later ook weer met hem over Amerika. Een groep jongeren kwam daarna boven om even naar de springplek te kijken. Een jongen hoorde over het T-shirt en sprong naakt het water in. Helaas was hem niet verteld dat het niet voor mannen geldt. Hij had z’n zwembroek voor zich uit gegooid, maar die was door de harde wind weggewaaid. Hij schreeuwde of iemand bij wilde lichten. Er lag een zaklamp op een tafel dus die pakte ik en zo zocht iedereen naar de zwembroek. We vonden hem al snel, hij was erg ver afgedreven. Daarna sprak ik weer met Kevin en hij vertelde weer over Amerika, hoe gek sommigen zijn en dat ze inderdaad geen woord over de grens spraken. Miklós had ook al een tijdje met hem staan praten en daarna riep hij een paar keer: ‘These guys know more about America then the Americans do! There very intelligent boys! They know more than the fifty smart kids I know’ Wij konden er alleen maar om lachen. Weer later op de avond werd erg goede muziek gedraaid en gingen de jongeren dansen. Het was een groep van vier, vijf dames en een paar heren. Zij hoorden niet bij de grote groep Amerikanen, maar zaten op een 57 voeter. Een groep Nederlanders die hier met 8 boten voor tien dagen waren, was ook gearriveerd en stonden langs de kant hun drankjes weg te werken. Ik stond met een Amerikaan genaamd Quintin te praten, uit Texas. Hij ging heel even kijken wat er boven was toen de een groepje jonge Amerikaanse dames ging poseren voor een foto. Iedereen werd verzocht even weg te gaan bij de bar. Het bleek om een topless foto te gaan en er was veel lol om. Toen Quintin eenmaal weer beneden kwam zei ik wat hij had gemist en hij riep behoorlijk hard FUCK! Om zichzelf te troosten riep hij één van de dames naar zich toe en vroeg of ze nog even haar T-shirt op wilde tillen en dat deed ze. Quitin was weer helemaal gelukkig en ik kon me lol niet op. Toen hij met z’n vader de bar verlieten, volgden wij vlak erna. Het liet namelijk een beetje leeg en dus was het ook voor ons een moment om te gaan. Op de boot ging ik nog even aan mijn verslag wat een beetje achter liep en ging toen slapen. Ik had het gevoel dat het al aardig laat was, maar mijn horloge gaf toch echt nog maar 0:15 aan. Ciao!

zondag 14 mei 2006
In de ochtend gaan Nico en ik eerst nog even snorkelen, dit keer op een andere plek. Hier is dus het rif waar we hadden moeten zijn. Het is werkelijk een prachtplaatje. Veel koraal steekt overal uit, ontzettend veel kleurrijke vissen zwemmen erdoorheen en dus houden we dit lang vol. Op de terugweg zien we een Grey Angelfish, een hele platte grote ronde vis, met mooie vormen en kleuren. Deze hadden we nog nooit gezien, maar wel z’n soortgenoten die net zo mooi of zelfs mooier zijn. Hij was niet erg schuw en zo kon ik erg dichtbij komen, waardoor ik hem goed kon bekijken. Daarna zwommen we snel terug naar de boot, want we moesten ook nog varen. Na een klein tochtje kwamen we aan in Sopers Hole, Tortola. Hier konden we namelijk tanken en dat was wel even nodig. Ook deed ik met Wilma wat boodschappen, zodat we weer even vooruit konden. Helaas duurde het water tanken wat lang, door een fout van de jongen die de stand van de meter noteert. Hij had de beginstand van de boot voor ons genomen, niks genoteerd en beweerde dat we 150 Gallon getankt hadden, dus zo’n 600 liter. Nico heeft nog even de kuip uitgespoten, maar aangezien er maar 360 liter in de tanks past en die halfvol waren, moesten we zo’n driehonderd liter hebben gebruikt voor de kuip en dat was onmogelijk. De jongen bleef maar volhouden, maar toen Nico en Miklós naar het Management gingen, nadat de jongen met de politie dreigde, kregen we toch gelijk en betaalden we, wat we moesten betalen. Om hier te blijven zagen we niet zo zitten en daarom voeren we een stukje verder naar Road Harbour, de haven bij de hoofdstad Road Town. Daar legden we het anker uit op negen meter en het hield goed. Ik ging met Miklós al vrij snel de kant op, om te kijken of we konden poolen. Eerst voelde Miklós er niet veel voor, maar ik zag heel groot PUB op een gebouw staan en verwachte wel dat ze daar een pooltafel hadden. Daar aangekomen bleek dat waar te zijn, maar we moesten even een halfuurtje wachten tot de ruimte geopend zou worden. Daarna speelden we een aantal potjes en rond etenstijd gingen we weer terug. De barbecue stond al te branden en dus waren we mooi op tijd. Het smaakte goed, aangezien we goed vlees hadden. Na de barbecue mochten Miklós en ik afwassen, maar daarna ook weer de kant op om te poolen. Nu versloeg ik Miklós met 5-4 in potjes na een 3-0 achterstand en was mijn avond weer goed. We dronken nog wat na in de warme bar (stond weinig wind) en keerden even later terug. Na nog wat drinken in de kuip gingen we naar bed. Ciao!

zaterdag 13 mei 2006
Another day op Joste van Dyke. We slapen een beetje langer, maar halen dan toch het anker op. Er is vlakbij een mooi klein eilandje (Sandy Spit), waar je goed kan snorkelen, schijnt. Daar aangekomen is het inderdaad een heel klein bounty-eilandje, met drie palmbomen erop en wat struiken. Al snel gaan Nico, Wilma en ik snorkelen. Eerst zwemmen we naar het eiland en lopen er een rondje om, om te kijken hoe mooi het is. Daarna duiken we weer het water in en zwemmen nog wat rond, helaas is er weinig te zien en is het zeker niet mooi. De rest van de dag vullen we op met spelletjes zoals onder andere toepen tot Nico wraps voor het avondeten maakt. ’s Avonds toepen we verder en zoeken al snel onze kooien op. Ciao!

vrijdag 12 mei 2006
Al in de vroegte varen we uit. De koers staat op Joste van Dyke gericht (vast een verengelste naam van Joost van Dijk), een eiland vernoemt naar een Nederlandse piraat. Daar aangekomen na een rustig tochtje, leggen we de boot in Great Harbour. Op de kant zien we een rijtje gebouwtjes en dus willen we even kijken wat het dorpje voorstelt. De dinghy leggen we neer bij Foxy’s Bar, een bekende zeilersbar. Als we verder lopen komen we een ijszaak tegen, die we niet kunnen negeren, een heel hoop winkeltjes, een politiebureau en wat restaurants. Via een straat die achter deze gebouwen lopen, lopen we terug en zo komen we een pooltafel tegen. Miklós en ik gaan poolen, terwijl Nico en Wilma alvast naar Foxy’s gaan. We maken eerst wat locals in die even later weggaan en spelen daarna nog tegen elkaar. Het geld groeit helaas niet aan de bomen en dus moesten we al gauw terug naar Nico en Wilma. Zij zaten met Amerikanen te praten en wij mengden ons in het gesprek. Het was erg gezellig met ze, zeker toen we wat meer te weten kwamen over Amerika. Allemaal kleine weetjes komen bovendrijven. Zo vragen we vaak hoeveel vakantie ze nou hebben, want er wordt vaak gezegd dat Amerikanen maar een week per jaar hebben. Één van deze mensen had maar één week per vijf jaar. Ze werkte nu vijftien jaar bij hetzelfde bedrijf, parttime en had nu drie weken vakantie opgespaard. Wij konden het niet geloven en toen wij over onze vakantiehoeveelheden spraken, waren ze zeer verbaasd. Later op de avond gingen zij terug aan boord en gingen wij wat te eten zoeken. Er was hier een barbecue, maar wel voor 28 US p.p. en dat vonden we toch echt teveel, zeker aangezien het drinken er niet bij inbegrepen zat. Verderop vonden we wel een redelijk tentje met goed eten. Na het diner, gingen Miklós en ik nog even poolen en daarna ook terug naar de Oceans4. Dromenland volgde. Ciao!

donderdag 11 mei 2006
De regen komt met bakken naar beneden als ik wakker wordt. We wisten al dat de boten op Sint Maarten slecht weer met waterhozen hadden gehad, maar we hadden niet verwacht dat het ook onze kant op zou komen. Helaas was dit dus wel het geval en daardoor moesten wel zelfs binnen ontbijten! Ik kan met niet herinneren wanneer we dat voor het laatst gedaan hebben. Ondanks de stortbuien, gaat het toerisme gewoon door, het ligt weer bezaait met huurboten. Arme toeristjes die precies vandaag een boot hebben gehuurd. Om de dag op te vullen gaan we eerst maar even toepen met z’n vieren. Na een ronde of vijf hebben we het gezien en ga ik met Nico snorkelen. Dit keert neem ik m’n onderwatercamera mee en maak prachtige foto’s, nu maar hopen dat ze scherp zijn. Het zicht is minder door de regen, maar nog steeds zien we genoeg. Zo ook een soort. Barracuda die twee keer voorbij komt. Voor de rest zien we niet erg veel bijzonder, behalve één kleine inham, waar een prachtig koraal middenin staat en veel mooie vissen onder een rots zwemmen. Op het droge (het is alweer droog) gaan we al snel naar Tortola. Het is maar kort varen en dus lopen we al snel Trellis Bay binnen. De moorings zijn hier $25 US per nacht, zoals erop staat, dus dat gaan we niet doen. Als we even stilliggen om te kijken of we er kunnen ankeren denken we een los anker te zien. Ik wil het wel opduiken en mijn snorkelspullen worden gepakt. Maar als ik even een blik in het water werp zie ik toch echt dat hij gewoon vast zit. Ze moeten even beter hun oogjes uitwrijven. Wel leuk is een dikke Porcupinefish die we onder de boot zien zwemmen. De kogelvis ziet er erg grappig uit met z’n bolle, ronde hoofd en is altijd leuk om te zien. Ik vind het erg raar dat hij hier zwemt, zeker aangezien hij zo groot is. Normaal zijn ze erg schuw en houden zich schuil onder stenen, terwijl de bodem hier uit gras en zand bestaat. Uiteindelijk blijken we toch te dicht bij de moorings te liggen en gaan we een stuk verderop kijken. Onderweg zie ik eerst een lichtinstallatie op de bodem liggen en Miklós ziet later een pijlstaartrog ( Stingray). Erg raar dat ze hier zwemmen, misschien dat ze hier toch eten vinden. Als de boot ligt en ik met mijn snorkelspullen het anker ga controleren, zie ik nog een Stingray die onder de boot doorzwemt, waarschijnlijk dezelfde aan het formaat te zien. Als we goed liggen, gaan we de kant op. Bij de ‘Lose Mangoose’ hebben ze internet en dus gaan we daar even heen om de site te uploaden. Er zitten allemaal horren voor de ramen en even later snappen we waarom, het stikt hier van de muggen, zeker nu rond een uur of vijf. We internetten en drinken snel wat en gaan verder nog even kijken. Eigenlijk wilden we een hele mooie kaart van de West Indies (Caribiën) kopen, maar die was 19 US en dat vonden we toch echt te veel. Andere restaurantjes en winkeltjes waren niet echt interessant en we waren er snel op uitgekeken. Nico probeerde nog even snel de site ergens anders te uploaden omdat dat niet was gelukt, maar daar slaagde hij ook niet. Bovendien was het 2,50 US voor de eerst vijf minuten en elke tien minuten meer weer 2,5 US, echt ongelooflijk belachelijk. Terug op de boot speelden we weer een paar rondjes toepen, wat wel erg leuk was. Na het eten besluiten Miklós en ik toch die kaart te gaan halen, indien we erover kunnen onderhandelen. Ik moet de kaart zelf betalen, omdat ik al gedoken heb, maar Miklós krijgt het betaald van Nico en Wilma. Toch heb ik het er wel voor over, want hij is wel erg mooi. Ik ga zelf even naar de Loose Mangoose, terwijl Miklós wacht. Ik vraag aan de barvrouw hoeveel één kaart kost en dat is nog steeds 19 US. Ik vraag hoeveel twee kost en dat is gewoon 38 US. Ik zeg dat ik dat belachelijk duur vind. Daarop zegt ze dat ik maar met ‘Ted’ moet gaan praten. Als ze hem aanwijst herken ik hem als de man die ik vanmiddag in de waterverfkunstwinkel zag, waar de kaarten gemaakt worden. Hij zei dat ze inderdaad 19 US per stuk waren, maar als ik er twee nam wilde hij ze ook wel voor 15 US per stuk doen. Ik zei dat ik ze voor 25 US wilde hebben en dat kon meteen. Het was dus snel onderhandeld. Het is nog steeds aardig wat geld, maar het is wel een mooie herinnering. Ik vroeg of hij de artiest was, maar dat bleek niet zo te zijn. Terug op de boot ontstond er een korte discussie over wie het rode en wie het grijze kokertje kreeg. Ik vond dat ik recht had op de rode, aangezien ik hem zelf moest betalen. Nico en Wilma vonden van niet en dus gingen we loten door ‘hoogste harten’ te spelen. Ik won dit en dus kon ik gewoon het rode kokertje houden en terecht. Om de rest van de avond te vullen kijken we nog even een film, ‘The Talented Mister Ripley,’ die we van de Suwarrow Blues gekopieerd hebben. We hebben hem al gezien, maar het kan geen kwaad hem nog een keer te zien, want hij is een beetje ingewikkeld en leuk om nog een keer te kijken. Erna ga ik meteen slapen. Ciao!

woensdag 10 mei 2006
Behalve poolen is hier niet veel meer te doen en dus gaan we verder naar The Baths. Het is een bekende plek in de BVI’s waar enorme keien liggen. Nederlanders die er al waren geweest waren er enthousiast over. Het is maar een halve mijl varen en binnen een kwartiertje varen we al tussen de moorings door. We leggen onze boot ook aan een mooring, net als de vele huurschepen hier. Het uitzicht is fascinerend. De stranden zijn hagelwit en er liggen enorme keien op het strand. Daarbij is het water glashelder en alles bij elkaar is het afgezien van de huurboten een klein paradijsje. Al vlak nadat de boot veilig vastligt gaan Nico, Wilma en ik snorkelen. Nico is als eerste weg en snorkelt een stukje vooruit. Ik ben bezig met mijn flippers als hij vanaf een afstandje roept dat hij een Stingray (Pijlstaartrog)ziet. Ik duik snel het water in en zwem naar hem toe. Het water is superhelder en dus zie ik Nico en de rog al erg snel. Ook zie ik dat het geen Stingray is, want hij heeft geen pijlstaart, maar iets met lange, korte vinnen erop. Hij heeft wel precies dezelfde kleur, dus ik kan me voorstellen dat Nico hem verwarde. Wilma komt even later ook aanzwemmen en kijkt ook mee. Als we verder langs de rotsen zwemmen zien we hoe prachtig het hier is. Grote koralen duiken voor ons op en mooie kleurrijke vissen zwemmen erdoorheen. Het is niet zo levendig als Pigeon Island op Guadeloupe, maar zeker net zo bijzonder. Het ziet er namelijk erg onaangetast uit en dat zie je niet vaak. Terug op de boot speel ik met Miklós een potje Monopoly. Het ongelooflijke geluk van Miklós is nog steeds niet op en er is geen beginnen aan, eigenlijk moet je het ook niet met z’n tweeën spelen. Ik geef al snel op, want spannend is het niet geweest en gaat het ook niet meer worden. Even later gaan we na wat overleg de kant op. Dinghy’s mogen het strand niet op, maar moeten aan een mooring worden gelegd. Nico heeft z’n zwembroek meegenomen en hij kan hem dus vastmaken. Hij zet ons op het strand, bindt de dinghy vast en zwemt naar het strand. Daar hebben wij z’n kleren al paraat en kleed hij zich snel om. Dan gaan we een stukje lopen en wel over een paadje dat omhoog loopt. Het is een erg mooi paadje, waarbij je kan zien dat ze hebben geprobeerd de natuur zoveel mogelijk in stand te houden. Deze manier vind ik erg goed, want anders zou het ook geen mooie plek meer zijn. Bovenaan het pad is de bewoonde wereld. Ik zie dat een bar ijs heeft en dus gaan we daar even zitten. Na het ijsje halen we ook nog wat drinken en praten over de plek. Er moet ook een uitzichtpunt zijn boven op een rots, dus daar willen we als we verder gaan naartoe. Ik ga even informeren ernaar. Helaas blijkt het ‘private’ te zijn. Ik vraag verbaasd of iemand die steen serieus gekocht heeft. Dit blijkt zo te zijn. Ze zegt ook iets over iemand die daar woont. Ik vraag of diegene een huis in die steen heeft gebouwd. ‘More ore less,’ is het antwoord, dus ‘zo ongeveer,’ zoals wij in het Nederlands zouden zeggen. Ik rijke en domme mensen gezien, maar wie gaat er nou een steen kopen? Dan maar een stukje wandelen. Er is een ‘Devils Trail,’ naar Devils Beach, maar die duurt twintig minuten. We besluiten een onbekend paadje te nemen en lopen een tijdje. Eerst gaat het door een smal pad tussen cactussen en planten door. Twee keer zien we een soort grote hagedis met een blauwzwart gespikkelde staart. Één ervan hebben we goed op foto staan, ze zien er erg mooi uit. Dan komen we op een strand uit, wat er erg mooi uit ziet, zeker met de enorme keien eromheen. Er loopt een pad door de keien, met af en toe een houten trappetje. We moeten klimmen, kruipen, door het water heen lopen, maar het is een prachtig paadje. Af en toe kunnen we prachtige foto’s maken van en door de keien. Als we op drie kwart zijn, staat Nico op een steen en ziet een Flounder (platvis). Hij ligt tien centimeter van z’n voeten, in erg ondiep water en dus kan je er een prachtig foto van maken. We roepen snel Miklós, maar hij is wat langzaam en is te laat om de mooie foto te nemen. We hebben er nu een van verder af, maar die is niet zo mooi als dat je hem van zo dichtbij had gemaakt. Als we nog even doorlopen komen we weer op het strand bij de dinghy’s uit. Daar staat een bordje met Devils Trail. Blijkbaar hebben we toch de Trail gedaan, maar dan andersom. We kunnen er wel om lachen. Dan trekt Nico weer zijn zwembroek aan om onze dinghy te halen. Op de boot gaan we nog even toepen, wordt er gegeten en al snel geslapen want er is niet echt veel te doen ‘s avonds. Ciao

dinsdag 9 mei 2006
Aangezien ze hier nogal moeilijk doen met inklaren, moeten we naar de St. Thomas Bay, waar dat kan. Dit is gelukkig maar twee uurtjes varen. Ik zeil een groot deel van het tochtje, en ondanks niet al te veel wind, kan ik de snelheid erin houden. Het is een mooi tochtje tussen alle eilandjes door en met het heldere blauwe water, waar we over varen. Als we in de baai aankomen gooien we het anker uit en gaan Nico en Miklós naar de kant om in te klaren. Ondertussen speel ik wat op mijn PSP en leest Wilma wat in de kuip. Ineens duikt Wilma achter de radio en hoor ik haar over m’n oordopjesgeluid vloeken. We hebben nu een radioafspraak met de Suwarrow Blues, maar we weten niet echt hoe het ding werkt. Uiteindelijk lukt het toch en is de verbinding redelijk. Een tijdje spreekt Wilma Jan en Wietske en luister ik half mee. Het gaat goed met ze, ze liggen nu in de Grenadines. Als na een half uurtje de verbinding te slecht wordt, sluiten we af. Een uurtje later komt er weer een dinghy aanvaren. Alles is gelukt, maar wel met gedoe, zoals verwacht. Ze hebben ook gereserveerd in de yachtclub, wat ik niet erg vind. ’s Avonds varen we daarheen. Het eten is niet super, maar de bediening is wel goed. Ik vraag ook even waar hier nog een pooltafel te vinden is en hij zegt dat bar Limers de beste is. Het is wel een stukje lopen erheen, dus eerst kijken we of er iets dichterbij is. Nico en Wilma volgen ook. We vinden een bar die er een heeft, maar het ziet er niet echt gezellig uit. Dan zet ik Nico en Wilma op de boot af en gaan we op zoek naar Limers, waar onze ober na z’n werk ook heenkomt. Als we een tijdje lopen vraag ik even of we goedlopen. De jongen die aan de kant van de weg op een muurtje zit zegt ‘fifteen-twenty minutes walk,’ en dat terwijl de ober het op tien minuten schatte. Ik geef het door aan Miklós en hij zegt ‘Caribische minuten of Caribisch lopen?’ In geval van het eerste kan de bar best aan de andere kant van het eiland zijn, maar bij geval twee is het niet zo ver meer, want snel lopen dat kunnen ze hier niet. Een jongen loopt ook een stuk met ons mee en als ik vraag of we nog goed gaan, zegt hij dat hij vlakbij de bar moet zijn en het ons zal wijzen. Vlak erna vinden we het. Van buiten ziet het er dicht uit, maar ik hoor poolballen ketsen en dus besluiten we er naar binnen te gaan. Het is een vrij lege ruimte, maar wel mooi versierd. Er staat goede muziek op, de verlichting vliegt door de ruimte en rechts van ons staan twee pooltafels. Als ik bij de bar wat bestel en geld wissel voor het poolen, wordt er iemand op uitgestuurd om de hoes van de tweede pooltafel eraf te halen en ons in spullen te voorzien. Het is een gloednieuwe tafel, zo ook de ballen en de keu’s. De keu’s zijn vreselijk glad en dat is wel even wennen, na in de Soggy Dollar Bar met hele stroeve stokken zonder babypoeder gespeeld te hebben. Gelukkig wennen we er snel aan en begint het spel ergens op te lijken. Na een paar potjes worden we uitgedaagd. Helaas wint Miklós en mag hij tegen de local spelen, maar even later mag ik weer. Het is wat warm in de bar, maar als de airconditioning aangaat wordt het lekker koel. Even later komt de ober met nog een groep binnen. Gelijk haalt hij een biertje voor ons en poolt ook mee. Het is erg gezellig en er is veel lol. De ober wil tegen ons spelen, maar wij moesten wel op tijd thuis zijn. Dan regelt hij dat we met een auto terug worden gebracht en spelen we ook nog even met hem. Daarna gaat de bar dicht en gaan we met een groep van zes naar buiten. Een man heeft z’n jeep daar geparkeerd. De locals hebben moeite met de stoelen, die naar voren moeten, zodat wij erin kunnen en daar hebben Miklós en ik erg veel lol om. ‘Try the other side,’ zegt iemand en dat lukt wel. Binnen vijf minuten zijn we weer op de haven. We bedanken de man hartelijk voor de lift en hopen dat we morgen weer kunnen poolen. Op de boot ga ik meteen slapen, morgen weer een dag. Ciao!

maandag 8 mei 2006
Eigenlijk zouden we rond een uur of twee vertrekken, in de ochtend, maar het onweerde vanaf gisteravond tot een uur of vier. Uiteindelijk maakte Nico me pas om 06:00 wakker en vertrokken we. Het begon goed met een aardig windje. Dat is ook wel nodig om de 85 voor het donker af te leggen. Om half tien ging ik even liggen, maar rond het middaguur dreef ik me bed uit van de warmte. De rest van de tocht vermaakte ik me met muziek luisteren en op de bank liggen. De laatste twintig mijl zat ik buiten. De wind was inmiddels weggezakt, dus moest de motor aan om de vaart erin te houden. Even later legden we de boot in een mooie baai voor anker, Gorda Sound. Het eiland heet Virgin Gorda en staat bekend om maagdelijk witte stranden. Dit gaan we dus nog wel even meemaken en vastleggen. Tijdens de tocht hadden we al warm gegeten, maar toch maakte Wilma nog een soepje. Ik wilde daarna nog even naar de kant, waar leuke muziek vandaan kwam en er liggen vast niet voor niets zoveel boten. Miklós wilde helaas niet mee en was ik verdoemd om op de boot te blijven. Wel keken we nog even film met z’n tweeën. The Matrix Revolutions werd gekozen en dat was wel een goede film. Erna maakte ik nog even wat verslagen en ging slapen. Ciao!

zondag 7 mei 2006
Vanochtend moesten we iets vroeger op. Om half twaalf ging de brug namelijk open en moesten we buiten gaan liggen, zodat we vannacht kunnen vertrekken. De Silencio ging ook mee. Ze moesten hun kompas kalibreren en zouden meegaan naar het vliegveld, om aan het hek te hangen. Hier op Sint Maarten kan je namelijk het dichtst van de wereld bij een startbaan komen en de kracht van de turbines trotseren. Elke zondag vertrekken vier grote vliegtuigen waaronder een 747 van de KLM. Maar voordat we dit konden meemaken, moest er eerst wat gebeuren. De onderkant van de Oceans4 moest worden schoongemaakt. Nico had een duikfles van Frank geleend en ik hielp hem snorkelend met de eerste meter onder water. Even zwom ik nog naar een kreeftenkooi, die op de bodem lag. Alleen zwommen er alleen maar vissen in, in plaats van de kreeften waar hij voor bedoelt is. Nico raakte even later door z’n lucht heen en klom aan boord. Ik deed hetzelfde, want er kwamen ontzettend veel kwallen op de deeltjes af die we van de boot af schraapten. Even later bleek dat de Silencio een elektrische storing in de motor had en niet mee kon naar het vliegveld. De anderen lieten ook afweten. Ik probeerde nog anderen op te roepen, maar men was bezig met de voorbereidingen voor de oversteek. Uiteindelijk ging ik alleen en liet me afzetten door Nico. Vanaf het strand was het nog maar een klein stukje, werd er gezegd. Toch heb ik nog tien minuten moeten hardlopen voor ik er was. Vijf minuten erna taxiede een Corsair naar de startbaan, met vier turbines. Met een paar andere kerels stonden we bij het hek en wachtten tot hij vertrok. Het enorme ding wachtte even tot hij mocht vertrekken en gaf toen plankgas. Ik voelde hoe de warme lucht langs me heen suisde, terwijl ik me beschermde tegen de kleine steentjes die aardig hard tegen me aanwaaiden. Het duurde nog geen twintig seconde, maar de definitie van kort, maar krachtig ligt hier op Sint Maarten. Hoewel het krachtig was, had ik naar aanleiding van de verhalen meer verwacht. Toen ik weer keek zag ik dat Imre van de Lady Jean achter me stond. Hij bleek met Esther (zijn vrouw), de Catch-22 (Micheal en Ilona) en de Schorpioen (Wouter en Saskia) hier te zijn. Hij was even dichterbij gaan kijken, terwijl de rest vanaf de bar toekeek. Micheal kwam erna ook aanlopen en vertelde hoe een paar parasollen uit het strand achter me gerukt werden, zestig meter door de lucht vlogen en in zee belandden. Een strandbed moest er ook aan geloven en er was zelfs iemand zo dom om z’n tas op het strand te laten staan. Ze ondergingen beiden hetzelfde lot als de parasollen. Vlak erna kwam een US Airways met twee turbines. Deze werd door iedereen minder krachtig geschat, maar we stonden recht achter een turbine en daardoor was hij véle malen krachtiger dan de Corsair. Een beetje pijnlijk was het ook, maar er kwamen minder steentjes mee dit keer. De derde was een Air France. Dit is met de KLM de grootste en krachtigste van allemaal, zegt men. Met z’n vier turbines kwam hij voor ons staan. Gelukkig kwamen er dit keer weinig steentjes mee, maar helaas was hij niet zo krachtig. Het leek erop dat de KLM bleef staan en dus liepen we terug naar de beachbar waar de rest toekeek. Ik draai me even om en zie dat hij toch naar de baan wordt getaxied. Ik wenk Imre en Micheal en met z’n drieën lopen we weer terug naar het hek. Naarmate hij dichterbij komt, beseffen we ons alle drie: deze is wel dégelijk groter dan de Air France. Helaas staat hij een beetje scheef en lijkt het alsof we buiten de luchtstroomzone staan. Ook verwachten we niet veel steentjes, omdat er al drie zijn geweest en die moeten de baan aardig schoongemaakt hebben. Als hij echter plankgas geeft stuurt hij bij en blijkt hij behóórlijk krachtig te zijn. Ook komt er ineens een hele regen van steentjes op ons af en doe ik me best m’n hoofd te beschermen. Als de wind weer is gaan liggen kijken we op. Jezus wat was dat pijnlijk en ongelooflijk krachtig. Micheal laat zijn wondjes zien van steentjes die té hard aankwamen. Een paar bloedende schrammetje zijn duidelijk op z’n arm zichtbaar. Als we terug in de bar komen vertellen we erover. ‘De KLM leek het minst spectaculair,’ zeiden ze, maar zij stonden ook niet aan het hek. We dronken nog gezellig wat en werden getrakteerd op een erg grappig fenomeen: krabracen. Een gespierde neger in een zwembroek blies op een fluitje en verzamelde alle mannen die 25 US dollar (!) hadden ingezet op een krab. Op de schilden stond een nummer en wiens krab als eerste over de finish raakte die won aardig wat geld. Het was een ronde arena met twee heuvels van ongeveer dertig centimeter hoogte. Na de tweede heuvel stonden rondom rode vlaggetjes en dat was de finishlijn. De neger liet een wasteil met een stuk of tien van die beestjes los en daarna begon de lol. Een groep van twintig volwassen mannen stond in een kring tegen hun krab te schreeuwen. Wij vermaakten ons kostelijk, door dit vanaf een balkonnetje te aanschouwen. Toen de race over was pakte een dikke Amerikaan met een sigaar z’n krab op, hield hem voor z’n gezicht en zei: ‘YOU SUCK!’ Wij konden onze lol niet op. Vlak erna gingen we naar Shrimpy’s voor de borrel. Het was een beetje onze (Oceans4) afscheidsborrel, omdat we veel schepen niet meer terug zullen zien, tot Nederland. Met de groep van de beachbar pakten we een dollarbusje en lieten ons afzetten bij Shrimpy’s. Daar waren de meesten al aanwezig en dronken we gezellig met ons mee. Spanning was er bij de Ajax-fans toen René de uitslag van de Gatorade Cup (voormalige Amstel Cup) vertelde. Hij zei dat het 2-1 was geworden, maar voor wie wilde hij niet zeggen. Hij is dan ook een Feyenoorder en wil een paar mensen terugpakken, nadat ze hem op Trinidad met een uitslag van Ajax-Feyenoord hadden beetgenomen. Ik wist uiteindelijk iemand die zat te internetten te storen en zag op
www.vi.nl dat Ajax door Klaas-Jan Huntelaar gewonnen had. Een grootse tevredenheid heerste. Meteen daarna gingen we met een grote groep bij de Libanees eten, waarna we afscheid namen van ze. Alleen de Kind of Blue met Dik en Anita zien we nog terug op Sint Maarten, de anderen zullen we pas weer in Nederland zien. Na het eten keerden we terug naar de boot om nog even te slapen, voor we vannacht uitvaren naar de BVI’s, de Britisch Virgin Islands. Ciao!

zaterdag 6 mei 2006
De dag begon met een potje Monopoly. Esmeralda en Rachelle waren naar de Oceans4 gekomen en zo konden we met z’n vieren spelen. Ik begon vreselijk slecht, maar toch moest ik het op het eind alleen nog met Miklós uitvechten. Hij stond er erg goed voor, maar desondanks won ik door wat juiste beslissingen op het juiste moment te nemen. Vlak erna gingen we naar Shrimpy’s om een groepsfoto te maken. Nog nooit lagen er zoveel boten bij elkaar en dus kwam op een paar na iedereen naar de bar. Het was even een tijdje stilzitten, terwijl een Engelse alle fototoestellen afging. De foto’s zullen straks vast op elke site staan. Na het borrelen gaan we met een hele grote groep van twintig man naar de Chinees. Ik ben er niet zo’n voorstander van, maar men zegt dat hij goed is. Het is erg lang wachten voordat er wat op tafel verschijnt. Tijdens het wachten hadden we wel erg veel lol. Esther van de Lady Jean en Hans van de Fiddlesticks, bouwden van Heineken bierflesopeners torentjes en dat kan natuurlijk nooit goed gaan. Het levert wel leuke foto’s op. Vervolgens is te merken dat Frank van de Silencio besteld heeft, het is nogal pittig. Het is wel erg gezellig met z’n allen. Ik vind het eten niet super, maar het gaat er wel in, aangezien ik de hele dag op een broodje ei leefde. Na het eten gaan we naar de Mac voor een ijsje. Na vier dagen hebben ze eindelijk weer melk om ijs te maken. Iedereen besteld massaal en door de drukte worden er wat foutjes in ons voordeel gemaakt. Ik bestel twee Sundae ijsjes en een milkshake. Als de twee ijsjes arriveren geef ik ze door aan Miklós. Vervolgens zet een medewerkster de milkshake op m’n bonnetje, ziet dat er nog twee Sundea’s bij moeten en zet er dus twee bij. Ik betaal en lever de twee extra ijsjes bij Nico en Miklós af. Anderen krijgen geld teveel terug, maar erg veel medelijden hebben ze niet met de Mac. Als iedereen ijs zit te eten, houden locals een discussie over basketbal, maar niemand die het kan volgen. Als het ijs op is gaan de meeste mensen naar de boot. Alleen Miklós, Esmeralda, Rachelle en ik gaan nog even naar de Soggy Dollar Bar. Ik versla Miklós daar met een potje poolen, maar verlies twee potjes later van een ander. Ik heb inmiddels wel dorst en loop naar Miklós voor geld. ‘Geef ff wat geld, dan kan ik ff wat drinken halen,’ zeg ik. Miklós voelt zich te belangrijk en wil ‘alsjeblieft’ horen, maar ik hou hem met beide benen op de grond. Als hij te lang door blijft zeuren, zeg ik dat hij naar de boot terug mag zwemmen als hij niet even wat geld geeft. Hij weigert, dus is het voor mij duidelijk. Ik zeg nog tot zes keer aan toe dat hij het goed kan maken door een drankje voor me te halen, maar hij weigert. Als ik hem nog een keer vraag of hij wat wil halen, weigert hij nog steeds en peer ik hem met de dinghy. Hij probeert nog spugend en schreeuwend mij terug te krijgen, maar geen haar op me hoofd die daaraan dacht. Ik heb m’n best gedaan het goed te maken, hij weigert, naja dan is het zijn probleem. Ik leg de dinghy vast en kruip m’n bed in. Ciao!

vrijdag 5 mei 2006
Rond het middaguur werd ik wakker. Mijn slippers waren gisteren kapot gegaan en dus ging ik nieuwe halen. Gister was de winkel al dicht, dus dan maar nu even de kant op. Eerst ging ik naar Shrimpy’s. Miklós, Esmeralda en ik wilden namelijk met Rachelle een potje Monopoly spelen en Rachelle zat bij Shrimpy’s te internetten. René en Helga zaten daar ook. Terwijl Rachelle aan het afsluiten was, sprak ik over Skype met een vriendin van Helga. Het sloeg eigenlijk nergens op, maar het was wel grappig. Met Rachelle voer ik even later naar een andere aanlegsteiger en vanaf daar liep ik naar de winkel. Een Nederlandse werkte daar en hielp me wat uit te zoeken. Met nieuwe slippers liep ik dus terug naar de dinghy. We brachten snel de computer weer naar de Silencio en voeren naar de Oceans4. We speelden een leuk en spannend spelletje Monopoly, waarbij ik grandioos won. Vlak erna gingen we naar de yachtclub van Sint Maarten, waar Nico en Wilma al waren. Vele andere Nederlanders waren er ook. Na veel drankjes ging een groot deel van de groep uit eten (18 man). Er werd besloten om bij de Mexicaan te gaan eten. Ik liep met Micheal van de Catch-22 voorop en hij sprak een ober aan. ‘Heeft u een tafeltje voor 38 man,’ vroeg hij, waarop de ober een heel vreemd gezicht trok. Ik zei gelijk dat het niet zoveel was, maar wel de hele groep die nu binnenkwam. Uiteindelijk met wat verschuiven hebben we toch iedereen aan dezelfde tafel gekregen. Ik zat naast Micheal en Helga wat erg gezellig was. Er liepen ook een man en een vrouw rond om Tequila te promoten en na het eten namen Wilma, Helga en ik een shotje. Normaal hou ik niet zo van Tequila, maar deze was wel erg lekker. Het eten was ook echt prima en erna zat iedereen een beetje na te drinken. Ineens worden er kandidaten gezocht voor een ‘vision game.’ Esmeralda en Rachelle worden uitgekozen. Met nog drie andere kandidaten doen zij mee. De spelers staan naast elkaar en drie meter voor hun een Tequilafles. Met een hengel van twee meter, met daaraan een draad van twee meter en met daaraan weer een rondje moeten ze proberen het rondje om de hals van een fles te krijgen. Er is een tijdslimiet en eerst lukt het ze allemaal niet. De flessen worden dichterbij gezet en ze mogen het nog een keer proberen. Het lukt een man, waar Helga en ik naar zaten te kijken.
Er wordt nog een ronde gedaan en Helga port mij. Ik stap daarop naar voren en mag meedoen. Nog vier andere kandidaten worden uitgekozen. Ik had gezien hoe de man het deed en probeerde het zo ook. Veel kandidaten probeerden de ring via de fles omhoog te laten kruipen en dan over te laten buigen. Dit is echter onmogelijk, want als je te hoog gaat dan glijdt de ring van de hals en slingert weg. Ik deed het net als de vorige winnaar en wel als volgt: ik liet de ring boven de dop bungelen en liet hem vervolgens op de dop liggen. Met een beetje pielen begint de ring te draaien, met een deel van de ring op de dop. Bij de tweede poging lukte het me hem zo te laten rondslingeren dat hij doorschoof en de ring over de hals vloog. Hiermee won ik een liter Tequila en werd toegejuicht door de hele groep Nederlanders. Helga deed de volgende ronde mee en deed precies hetzelfde en won ook. Wij konden onze lol niet op en René maakte daarna foto’s van ons twee met de Tequilaflessen. Met veel lol gingen we weer zitten en legden de anderen uit hoe het nou gelukt was. Er werd verder gedronken en even later afgerekend. Eenmaal buiten wilden de groep bij Shrimpy’s nog wat nadrinken. Ik ging eerst nog naar de boot om de fles weg te brengen. Bij Shrimpy’s aangekomen was bijna iedereen er, onder ander Tjalco die net terug was van een ander etentje. De bar was eigenlijk al dicht, maar ik vroeg een serveerster er toch nog even één te regelen. Ik moest wel gepast betalen, want de kassa was al leeggehaald, maar dat was geen probleem. Een minuut later wilde Frank nog een rondje bestellen, maar hem lukte het niet. Toen het biertje op was ging ik met Tjalco naar de Soggy Dollar Bar, waar Esmeralda en Miklós waren. De groep ging al naar de boot. In de bar dronken we wat, poolden we wat en hadden veel lol. We werden door een man nog uitgenodigd om naar de Bliss te gaan en hij zou ons heen en terug rijden. Ik was helaas al moe en liet me door Miklós afzetten op de boot. Daar maakte ik even dit verslag en nu maar weer snel slapen, morgen weer een dag. Ciao!

Foto: Helga en ik nadat we allebei een fles Tequila gewonnen hebben (foto van de Vagebond)

dinsdag 2 mei 2006, woensdag 3 mei 2006 & donderdag 4 mei 2006
Het nadeel van lang wachten met het maken van een verslag is dat je een heleboel vergeet. Daarom zal ik van deze dagen even beschrijven wat we ongeveer gedaan hebben. Tot een uur of twaalf lagen we zeker nog in dromenland, dus dat is niet erg interessant. Wel zijn we een paar dagen naar de yachtclub met het zwembad geweest, wat erg leuk was. Leuk was een keer dat Tristan en Nathan van de Trinath, bij de Baloo aan boord zaten. De Baloo is een Nederlands megajacht, met een klein kindje Tom van vier. Bij aankomst zei Tom: ‘Nog bedankt voor het zwemmen, het was erg leuk.’ Wij waren nogal verbaasd, want tijdens het zwemmen van de dag ervoor riep hij de hele tijd ‘jullie mogen niet met mijn vriendjes gooien!’ en aan het eind ‘ik ben boos op jullie, jullie mogen niet met mijn vriendjes gooien!’ Esmeralda zei ‘maar je was toch boos op ons?’, maar daar kregen we geen antwoord op. We gooiden Tristan en Nathan door het hele zwembad, wat van ze mocht, maar Tom vond het iets minder geslaagd. Ik vroeg ook toen hij het voor de zoveelste keer zei, ‘wat ga je er dan aan doen Tom?’ ‘Ehhh niks’ en liep verder over de zwembadrand. Het is een erg goed opgevoed kereltje, maar het pas niet echt bij een vierjarige. Ook grappig was toen Esmeralda vroeg waar z’n ouders waren. ‘Boven,’ antwoordde het jochie. Boven? Wij hebben alleen een binnen en buiten op onze boot, dus het klonk voor ons wat raar in de oren, maar voor hem is het natuurlijk gewoon, hij is niks anders gewend. We konden wel erg lachen om het kleine ventje. Ook apart was dat hij een keer met een van de vier crewmembers naar het zwembad kwam. Ze lag een boekie te lezen terwijl Tom aan het zwemmen was. Het enige wat ze echt deed is zijn handdoek dragen. ’s Avonds waren we meestal in de Soggy Dollar Bar te vinden. Alleen woensdag niet. Eigenlijk wilden we die avond naar de Bliss, omdat het daar Urban Night was, maar het was er doodstil. Ernaast was het Lady’s Night in Bamboo Bernies, waar de lady’s gratis naar binnen konden en ook gratis drinken konden halen. Het leek ons ook wel leuk en dus gingen we daar maar feesten. Miklós en ik betaalden wel vijf US p.p. om binnen te komen, maar met de gratis drankjes die Esmeralda en Rachelle voor ons haalden, haalden we dat er allang weer uit. We kregen wel een ticket voor een gratis drankje bij de bar. Daar stond een Nederlander achter en dat had zo ze voordelen. Het kaartje was erg mooi gemaakt en dus een leuke herinnering voor als we weer thuis zijn. Met de barman regelden we dat we op één kaartje twee drankjes konden halen. ‘Maar als me baas achter me staat moet ik ze allebei innemen,’ zei hij, maar dat was niet nodig. De muziek was daar ook erg goed. Ook zagen we Nelson die in de Bliss werkt, maar vandaag niet. Hij is een Surinamer en dus kunnen we gewoon Nederlands met hem spreken. Het was gezellig en ook werd het laat. Terug moest er een taxi komen. Het was even onderhandelen, want hij vroeg 30 US voor z’n vieren voor het kleine tochtje. Maar het was al laat, er waren nog weinig mensen die een taxi nodig hadden. Voor de helft konden we terug naar de baai. Een andere avond in de Soggy Dollar Bar ontmoette ik Lammert en Rafaël. Lammert liep hier stage om uiteindelijk kapitein te worden. Rafaël wilde dat ook, maar moest nog even sparen. Zijn levensdoel was nu om kapitein op zo’n groot zeiljacht te worden en daar sprak hij ook veel over. Het zijn aparte types, maar wel erg aardig. Het laatste wat in me opkomt is dat we met de kinderen bij de Mac hebben gegeten. De hele dag had ik op een broodje geleefd, dus de drie Cheeseburgers en de Big Mac, met patat en cola ging er wel in. De ijsmachine is al vier dagen dood, naja ze hebben geen melk, dus helaas geen Mcflurry’s of milkshakes, maar toch aten we erg lekker. Dat waren wel de hoogtepunten. Ciao!

maandag 1 mei 2006
Eigenlijk moesten we vroeg op, zodat de was op tijd weggebracht kon worden. Om 12:00 werd ik wakker en besefte dacht dat mijn was moest wachten tot de volgende rond. Het viel gelukkig mee, want Nico en Wilma waren zelf nog niet eens wakker. Morgen dan maar. Na het ontbijt ging ik met Miklós, Esmeralda en Rachelle op pad. Tristan en Nathan hadden verteld over een zwembad bij een yachtclub en daar hadden we wel zin in. Na een stukje varen legden we de dinghy aan in de megajachtenhaven. Een stukje lopen bracht ons op de binnenplaats van het yachthavengebouw. Hier was het zwembad met in het midden een jacuzzi en met op het droge ene pooltafel en tafeltennistafel. Het zag er erg mooi uit, tijd om even te genieten. Even werden we opgehouden. Twee uniformen die aan het poolen waren zagen ons. Één van hen liep op ons af en vroeg om ID en van welke boot we kwamen. Esmeralda zei dat we gewoon in de baai lagen en geen ID mee hadden. Hij twijfelde even, maar gaf het op, ‘enjoy,’zei hij en richtte zich weer op z’n poolspelletje. Tot 17:00 hielden we het vol en dat was zeker niet moeilijk. Om het af te maken haalden we een ijsje bij de Mac en gingen terug naar de boot. ’s Avonds aten de Oceans4 en de Silencio samen op de Oceans4. Wilma maakte de hamburgers van de Silencio klaar en het smaakte erg goed. Eenmaal klaar was het al laat, maar we wilden nog even de kant op. Rachelle ging dit keer gewoon mee. Het duurde vreselijk lang voordat iedereen klaar was en op de kant was alles al dicht. Als troost haalden we nog iets lekkers bij de Shell, maar daarna konden we alweer terug om ons bed op te zoeken. Ciao!

zondag 30 april 2006
Om 13:00 werd ik wakker. We hadden niks afgesproken of gepland en zo luierden we een tijdje op de boot. Ik probeerde nog internet te krijgen, maar het wilde niet echt lukken. Esmeralda bracht redding, ze nodigde ons uit om een spelletje te komen doen. Op de Silencio werd Scrabble gepakt, maar bij het woord kersenijs bleven we steken en stopten we uiteindelijk. Gelukkig werd het plan om met een groep uit eten te gaan al snel uitgevoerd. De groep bestond uit veertien man: De Oceans4, de Silencio, de Doordrijver en de Trinath. De Trinath kenden we nog niet, maar het zijn erg leuke mensen. Met vader Eric, moeder Diana, Tristan (7) en Nathan (6). Eerst dronken we wat bij Shrimy’s en had ik even de tijd ze beter te leren kennen. Tristan en Nathan zijn wat druk, maar wel erg grappig. Na een paar borrels gingen we dan op zoek naar wat eten. De eerste Chinees was dicht, maar de tweede had wel plek. Ik ben niet zo’n fan van Chinees, maar het was wel lekker. De naborrel was ook weer bij Shrimpy’s totdat hij echt sloot. Met Miklós en Esmeralda gingen we nog even kijken of er nog wat open was, maar tevergeefs. Al snel belandden we weer op de Oceans4. Ik was een beetje moe en ging snel slapen. Ciao!

zaterdag 29 april 2006
Op naar Sint Maarten! Het anker wordt binnengehaald, de zeilen gehesen en met een vaartje glijden we over het blauwe water naar het Caribische stukje Nederland. Met het oog op vanavond uitgaan ging ik even slapen, maar erg moe was ik niet. Weer wakker voeren we al langs de kust van Sint Maarten, naar de enorme Simpson Baai. De Frans-Nederlandse grens van Sint Maarten ligt dwars door Simpson Baai, dat vonden we wel vreemd. Hoe de verdeling tot stand is gekomen is ook wel leuk om te weten. Een Fransman en een Nederlander hielden een loopwestrijd, de een van het noorden af en de ander van het zuiden. Waar ze elkaar troffen werd uiteindelijk de grens en daar zijn ze ook niet meer op terug gekomen. De Fransman moest door een ruiger landschap, maar toch won hij meer terrein dan de Nederlander. Ik zat even lekker buiten in het zonnetje muziek te luisteren en zag de hoofdstad Philipsburg, waar een paar grote schepen lagen. Een paar mijl voor Simpson Baai hadden we contact met de Suwarrow Blues over de SSB-radio. Ze waren goed te verstaan en aangezien we voor de brug (!) moesten wachten, hadden we er genoeg tijd voor. Simpson Baai heeft twee bruggen en dat zijn ook de enige openingen in de baai. Sinds Zaandam hebben we niet meer op een brug gewacht. Een typisch Nederlands verschijnsel. Het water in de baai doet ook Nederlands aan, want het is bijna net zo groen en smerig als het IJsselmeer. De Sandetti, die we op Mayreau gezien en op Antigua ook gesproken hebben, voer voor ons door de brug. Ik stuurde de Oceans4 erdoorheen met aardig wat gas erop omdat het er flink tegen stroomde. De Silencio ging nog even tanken en wij zochten alvast een plekje. Het anker hielt snel en ik wilde met Miklós wel even een rondje gaan varen met de dinghy, op zoek naar andere Nederlandse schepen. Naast ons lag een Nederlandse boot die we niet kenden. Een dinghy voer eropaf en ik herkende Tjalko van de Doordrijver. Hij zag ons en voer naar ons toe. We hadden al gehoopt dat ze er waren. Even kort spraken we met Tjalko, want die was met z’n boot bezig. Hij had motorproblemen, maar die waren net opgelost en morgen zou hij bij ons komen liggen. Nu lag hij in Marigot Bay aan de Franse kant. Miklós en ik gingen ons rondje maken, nadat Tjalko weer weg was. We zagen niet veel bekenden meer, maar er lagen er ook al veel vlakbij. ’s Middags gingen we met Esmeralda en Rachelle naar het strand. Met de dinghy gingen we naar een klein haventje, waar het barretje Shrimpy’s zit. Vanaf daar was het een paar minuutjes lopen naar het witte strand met mooi blauw water. Er lag wel veel opgedroogd zeegras op het strand, maar daar konden we ons niet aan storen. We zwommen veel, volleybalden en beachtennisten. In de supermarkt hadden we wat water gekocht, dus hielden we het aardig lang vol. Op de terugweg kochten we wat lekkers in dezelfde supermarkt, waarna we bij Shrimpy’s wachtten op Nico. Het duurde erg lang en vlak voor vier uur lag er nog geen dinghy bij de Oceans4. Er kwam een speedboot aanvaren en het leek erop dat hij snel weer wegging. Ik liep eropaf en groette hem in het Engels. Ik hoorde dat hij Engels sprak met een Nederlands accent en ging over in het Nederlands. Hij was inderdaad een Nederlander en woonde hier op Sint Maarten. Ik vroeg of hij zo weer wegging, wat zo was en of hij ons een lift kon geven. Een andere man was de eigenaar van de boot, maar waarschijnlijk kon het wel. Toen de eigenaar terug kwam mocht het inderdaad. Ik liep naar de anderen om het te vertellen. We moesten nog even wachten, want de jongens gingen vragen of ze een wakeboard konden huren. Het was ze helaas niet gelukt. Esmeralda had Miklós weten over te halen en zo stapten we aan boord van het 125 pk bootje. Hij moest even kijken hoe hij zijn boot veilig naast de Oceans4 kon manoeuvreren, maar al snel konden we aan boord stappen. We bedankten ze hartelijk voor het liften, waarna ze verder voeren. De boot was nog dicht, maar Miklós viste met een pikhaak zijn sleutel uit z’n kooi en zo konden we met de sleutel het luik openmaken. Met de waterspuit spelend wachtten we tot Nico en Wilma terugwaren van het boodschappendoen. Dat was pas om half vijf, dus de lift was niet zo’n slechte actie van me. Miklós kostte het wat moeite om het toe te geven maar ook hij vond het een goede actie. ’s Avonds gingen we met de Silencio eten bij een Libanees restaurant wat zij al kenden. Ik nam de Libanese Cheeseburger, wat heerlijk smaakte. Het was een soort pannenkoekenrol met vlees, kaas en sla erin. Na het eten haalden we een ijsje bij de Mac die vlakbij zit. Met het ijsje achter de kiezen werd er opgesplitst. Met Miklós en Esmeralda ging ik uit. Tot tien uur rijden er dollarbusjes, waarmee je voor één dollar overal naartoe kan. Het was tien voor tien en dus gingen we snel langs de weg staan wachtend op zo’n busje. Die kwam niet, maar wel een pick-up die een bestemming schreeuwde. We riepen dat we naar de Bliss wilden (een club) en hij kon ons daar wel heenbrengen. We sprongen achterin terwijl zijn hond luitblaffend ons begroette en z’n tanden liet zien. De man had een bar vlakbij de Bliss, wat een boot is maar dan ingericht als bar en dan nog op het strand. Miklós vroeg of hij er wat voor wilde hebben, maar toen Miklós zei dat we op een boot leefden, hoefde hij niks meer, hij was namelijk zelf ook op een boot opgegroeid. We bedankten hem voor de lift en liepen de laatste honderd meter naar de Bliss. Het was nog wel vroeg en dus gingen we even op een muurtje zitten, die de weg en het strand scheidt. Op het strand staan borden met ‘JET DANGER!’ erop. De Silencio had al verteld dat het geen geintje was. De startbaan ligt namelijk haaks op de weg. Als de grote jets van bijv. Air France opstijgen dan geeft dat zo’n kracht dat je je moet vasthouden om niet weggeblazen te worden. Als je je op het strand begeeft, dan wordt je gezandstraald wat erg pijnlijk schijnt te zijn. We gaan dit zeker nog een keer uitproberen, maar eerst feesten. Eigenlijk moet je achttien zijn om naar binnen te mogen, maar ik kom zonder problemen binnen. Het is een erg mooie club met dure discolichten, VIP ruimtes en zelfs een zwembad. De champagne werd met vuurwerk geserveerd, wat er mooi uitzag. De muziek was helaas iets minder, maar het was evengoed wel gezellig. Er kwamen op een gegeven moment zelfs danseressen bij. Het was erg mooi om dit alles te zien. Vanaf elf uur mogen alleen mensen die bestellen van een dure kaart in de VIP-ruimtes komen, maar wij waren er vroeger en konden zo ook even plaats nemen op de witleren banken met plasmascherm in de hoek. Het drinken was prijzig, maar het is dan ook wel de moeite waard om er wat te gaan drinken. Laat in de avond gingen we weer terug. Eerst liepen we nog even door een gedeelte met hotels, bars, winkels en een casino, wat er gezellig uitzag. Alle lichtreclames deden wel Amerikaans aan, het is weer eens wat anders dan een Dominica met bijna alleen maar natuur. Ik probeerde nog even een lift te regelen, wat bijna lukte, maar aan bijna heb je niks. We onderhandelden met een taxichauffeur, die vijftien US wilde hebben voor het tochtje van nog geen vijf minuten. Ik zei dat ik het veel vond, maar Esmeralda wist dat je het niet voor minder kreeg. We reden in de taxi de weg af en spraken met de chauffeur. Hij bleek op het Kroegenplein in Amsterdam Oost gewoond te hebben. Hij sprak amper Nederlands, maar natuurlijk wel goed Engels. Op plaats van bestemming betaalde Esmeralda hem met twintig. Hij had geen vijf terug en twintig gingen we echt niet betalen. Het tochtje werd zo vijf dollar goedkoper, dus voor 10 US. Met een grijns liepen we naar de dinghy. Op de boot dronken we nog even wat na en gingen daarna het bed opzoeken. Ciao!

vrijdag 28 april 2006
Lekker een dagje luieren in deze mooie baai. Miklós en Esmeralda zijn brood halen. Het is een half uur heen naar het supermarktje, maar desondanks blijven ze twee uur weg. Als ze terugkomen hebben ze een stokbrood, die we over de twee boten moeten verdelen en een paar pain au chocolate. Ik heb alvast wat gegeten van het oude brood, het stokbrood komt me toch al de neus uit. Tijdens het ontbijt komen de mensen van de Beagle even met hun dinghy langszij en vertellen ons o.a. over de mooie snorkelmogelijkheden hier. Na het ontbijt gaan Miklós en ik zwemmen. Ook Esmeralda en Rachelle springen erin. Na wat spartelen pakken we de snorkelspullen en zwemmen naar de rand van de baai. Daar zwemt het een en ander tussen de stenen. Erg bijzonder is het niet, alleen de enorme hoeveelheid vuurkoraal. Als je het aanraakt dan doe je het nooit meer, het doet nogal pijn. Het mooiste vond ik de ontmoeting met een barracuda. Miklós zwom voorop en schoot naar de zijkant. Ik zag hem aankomen en kneep in Esmeralda’s been om haar te waarschuwen. Ze was met haar masker bezig en had hem niet in de gaten. Bij het zien van het beest schrok ze behoorlijk. Rachelle had niks door, terwijl hij onder haar door zwom. Hij was aan het jagen, dus als je hem dan per ongeluk met je flipper raakt dan kan hij wel eens bijten. Gelukkig zwom hij door en zag ik hoe hij een visje opat. In ondiep water bij het strand rustten we even uit. Ik vond een mooie schelp, die op de bodem lag. Helaas zagen we geen schildpad, die we hier regelmatig in de baai zien opduiken. Terug op de boot gaan de ouders op pad. Met onze dinghy gaan ze de 2,5 mijl naar Gustavia afleggen om boodschappen te doen. Het bier is op en ook brood is nodig. Als ze de baai uit zijn gaan we met z’n vieren een DVD uitzoeken op de Silencio. Het mapje nemen we mee naar de Oceans4, waar we met de motor aan DVD kunnen kijken. Een paar doen het niet, maar Pearl Harbor van ons doet het gelukkig wel. Ik heb hem al zeker vier keer gezien, maar het is nou eenmaal een leuke film. Halverwege moeten we hem onderbreken, we gaan namelijk eten. Er is vlees meegenomen voor een barbecue, die op de Silencio wordt gehouden. Het is erg gezellig en het vlees erg goed. Na het eten gaan de kinderen de film afkijken. ’s Avonds drinken we nog wat in de kuip en gaan al gauw slapen. Morgen gaan we naar St. Maarten, weer Nederlands grondgebied, ik ben benieuwd. Ciao!

donderdag 27 april 2006
Als de zon net op is halen we het anker op. Ik ben wel goed wakker en mag op de punt uitkijken naar riffen. Eenmaal buiten varen we rustig richting St. Barths. Ik ga al snel nog even slapen, nu kan het nog, nu het nog niet zo warm is. Ik slaap tot twaalf uur en dan is het te warm om nog te kunnen slapen. St. Barths is inmiddels al in zicht gekomen, maar is nog steeds ver weg. Met z’n vieren spelen we Scrabble, die we van de Silencio geleend hebben. Aan het eind gaat iets mis met de puntentelling en is de vraag of Nico of Miklós nou gewonnen heeft. Als Wilma en ik Nico verkiezen is Miklós chagrijnig. Toch wil hij nog wel een potje tegen mij spelen. Als ook dat afgerond is zijn we vlakbij het eiland. We leggen de boot aan een mooring in de prachtige baai. De Beagle, die we op Dominico ontmoet hebben ligt er ook. Ik ga lekker even zwemmen, het is bestwel warm. ’s Avonds eten we asperges met gehaktballetjes in pindasaus op brood. Het is een vreemde combinatie, maar wel erg lekker. Na het eten kwamen Esmeralda en Rachelle nog even langs en na een drankje gingen we pitten. Ciao!

woensdag 26 april 2006
In de ochtend speelde ik met Nico een potje Scrabble. Hij wisselde al z’n stenen om en kon de volgende beurt in één keer alles wegleggen met het woord ‘tendens.’ Dit leverde 90 punten op en daar kon ik lang niet tegenop. Erna bracht ik Nico, Wilma en Janine naar de kant, want die wilde er gaan wandelen. Ik ging ook even een kijkje nemen. Er werd een ‘guesthouse’ gebouwd tussen de palmbomen in, erg zonde van het uitzicht. Gelukkig is de rest van het eiland nog ongeschonden. Ik liep nog een stukje met de anderen mee, maar toen er dorens op het pad lagen moest ik terug, dat ging ik niet riskeren op m’n blote voeten. Terug op de boot was Miklós met Esmeralda en Rachelle aan het zwemmen. Ik legde de dinghy vast en sprong er ook in. Als we aan het opdrogen zijn, staan de drie alweer op het strand te zwaaien. Naar de hoofdstad bleek veel te ver en het is een nogal eentonig pad. Als Miklós ze heeft opgehaald, gaan de jongeren een potje Scrabble spelen. We gaan erna naar het strand, waar we het met beachtennis, volleybal en zwemmen aardig lang uithouden. Als de zon begint te dalen keren we terug. ’s Avonds maakt Nico Mexicaanse wraps en dat is altijd een succes. Na het eten komen Esmeralda en Rachelle nog even langs, waarna we snel in bed duiken. Morgen om vijf uur, half zes op om op tijd in St. Barths aan te komen. Ciao!

dinsdag 25 april 2006
Nico is in de vroegte verder gegaan met het repareren van de ankerlier. Voordat we vertrekken lukt het hem om het te repareren. Een paar gebroken draadjes in de afstandsbediening had hij al gevonden en gerepareerd, maar de echte boosdoener was een doorgebrande hoofdzekering. Nu doet hij het weer perfect en daar zijn we wel blij mee. Vandaag varen we naar Barbuda. De tocht is relaxt en na tussen de riffen door te zijn gevaren gooien we het anker voor een hagelwit strand uit. Barbuda is niet erg groot, mede door een vrij groot binnenmeer, slechts 60 meter hoog en er ligt rondom een enorm strand. Er is één klein dorpje Codrington, maar om er te komen moet je je dinghy op het strand tillen, dan 200 meter over het zand sjouwen en dan het binnenmeer dat 90 cm diep is oversteken. Het dorpje bestaat uit een kerk met een paar huisjes, dus dat is ook niet echt de moeite waard. Meteen duiken we het azuurblauwe water in. Het is lekker warm en dat houden we even vol. Met de Silencio’s wordt er geborreld en later spelen de kinderen een potje Rummikub. Janine had ons uitgenodigd om te komen eten op de Silencio. Tegen zevenen maakten we Nico en Wilma wakker die in de kuip lagen te slapen en gingen we met z’n allen naar de buren. Janine had heerlijk pasta gemaakt met salade erbij. De kinderen kijken film op de Oceans4. Prachtige Paprika’s van Youp van ’t Hek was ook na de zoveelste keer erg leuk. Morgen blijven we hier een dagje liggen om te genieten van dit mooie eiland. Ciao!

maandag 24 april 2006
Helaas gaan we vandaag al weg uit Falmouth Bay. Het was een vreselijk leuke tijd, zeker omdat we veel Nederlanders weer gezien hebben. Nico en Wilma willen eerst nog even de start van de race zien. De laatste race van de Antigua Classic Week is vandaag. Na een kwartier flink schommelen gingen de kleine schepen van start, waar de Schorpioen met Wouter en Saskia ook aan meedoet. Toen het startschot klonk, werd vlak daarna het tien minuten sein voor de grotere klasse gegeven. Heel veel van deze enorme boten kwamen nu tegelijk terug van het oefenen en vlogen ons om de oren. Het was erg mooi om ze van zo dichtbij te zien. De tocht eindigde in St. Johns. Nico en Frank moesten daar iets voor de radio regelen en waren dus lang op de kant. Miklós, Esmeralda, Rachelle en ik gingen ook de kant op om te kijken. Zoals ik al gehoord had, was de stad erg vies en niet boeiend. Al snel waren we alweer terug en besloten de film Bad Boys II af te kijken. Frank kwam uiteindelijk terug, maar Nico was nog op de kant, want die ging nog even uitklaren. Na twee uur was ook hij terug. Meteen moesten we Antigua verlaten vertelde Nico, wat wij niet echt gebruiksvriendelijk vonden. Het liep al tegen zessen en we wilden graag voor het donker in een baai om de hoek zijn. De ankerlier deed het de laatste tijd al slecht, maar nu begaf hij het helemaal. Met het handje heeft Nico hem eruit gekregen en konden we de Silencio achterna varen. In het donker kwamen we in de baai aan, gelukkig was het niet moeilijk om naar binnen te varen. Naast de Silencio gooiden we het anker uit in Deep Bay. Nico gaat proberen de ankerlier te repareren, terwijl Miklós en ik op de Silencio nog even gaan buurten. Laat gaan we weer terug en vallen we in slaap. Ciao!

zondag 23 april 2006
Het was nogal laat gisteren en daardoor werd ik pas om 16:00 wakker. Vrijwel meteen erna gingen we naar de kant met de Silencio’s. Elke zondag is op een berg in English Harbour een grote barbecue in Shirley’s Heights. Daar wilden we vandaag gaan eten en ook veel andere Nederlandse boten gingen erheen. Eerst wilden we nog naar English Harbour zelf, om te kijken of de Classic Parade nog aan de gang was, maar alles lag alweer voor anker of in de haven. Op het haventerrein hield Frank een taxi aan en die bracht ons voor $2,50 US p.p. naar boven. Dat vond ik wel redelijk aangezien taxichauffeurs vaak belachelijk veel vragen. Na ruim tien minuutjes rijden waren we boven op de berg. De toegang bedroeg nog wel vier US dollar p.p., maar voor een barbecue met steelband en socaband is dat ook niet echt iets om je druk over te maken. We lopen door een oud huis waar een bar inzit en komen dan in de tuin uit, waar de barbecue zit en de steelband al klaarstaat. In de pilot stond er al een foto van de tuin in en het oogt erg gezellig. Het uitzicht is ook werkelijk prachtig. We kijken uit over een groot deel van Antigua en zien English Harbour en Falmout Bay achter elkaar liggen met de enorme hoeveelheid boten erin. Bij zonsondergang werd het plaatje nog twee keer zo mooi en nadat de zon onderging zagen we alle lichtjes in en om de baai. Nu werd het wel tijd om te eten en stapten Miklós, Esmeralda en ik in de rij. Na een tijdje wachten konden we kaarten kopen, waar je je eten mee op kon halen. Bij de barbecue zelf ging het dan ook erg vlot en lag je eten zo op je bord. Een cheeseburger met kip in barbecuesaus en salade vormde een overheerlijke maaltijd. Ook werd het gezelliger naarmate er meer Nederlanders kwamen. Helaas waren René en Helga niet van de partij, terwijl iedereen toch had verwacht dat ze zouden komen en dat zei iedereen ook constant. Hoewel het een vreselijk leuke avond was, had ik toch twee keer pech. Eerst gooide ik rumpunch over m’n kleren heen en later raakte ik gewond. Ik schaafde me vinger ergens aan in de WC, maar had niet door dat het bloedde. Honderd meter verder zag ik dat mijn handen ineens erg onder het bloed zaten. Na wat schoonmaken bleek het dus uit een diepe wond in mijn vinger te komen en kon ik hem dichtdrukken. Ik liep even naar Wilma en die zei dat ik bij de bar maar even moest vragen of ze een pleister hadden. Na een beetje wachten bleek dat ze helemaal geen EHBO-doos achter de bar hadden liggen. Met een servet erop gedrukt wachtte ik een uur terwijl ik met Imre van de Lady Jean sprak. Toen ik het eraf haalde bloedde het nog lichtelijk, maar het was al een stuk minder geworden. Ineens ging de groep Nederlanders, waar de Lady Jean ook in mee was weg en dat terwijl ik toch zeker drie mensen hoorden zeggen dat ze nog wel wilden blijven. ‘We zijn met een groep,’ was het antwoord, maar er hadden er zo een paar kunnen blijven. Toen ook wij met de Silencio’s terug gingen begon het net te regenen. Gelukkig vonden we snel een betaalbare taxi in de massa taxi’s die voor de deur stond. In een stoet van taxi’s reden we naar beneden en werden we afgezet bij de Mad Mongoose. René en Helga waren daar ook en dus gingen we even verhaal halen. Ze waren te lang op The Long White Cloud blijven borrelen, waar René op meevaart tijdens de Classic Week. Ze waren net klaar met eten en stonden op het punt om naar het feest boven te gaan, maar alle Nederlanders waren sowieso al weg en waarschijnlijk zijn we niet de enigen. De erg goede steelband en socaband hebben ze dus gemist, wat ze wel jammer vonden. Toch was het nog erg gezellig met ze. Ik heb een tijdje met Helga gesproken en die had twee leuke dingen meegemaakt. The White Cloud is van een Nieuw-Zeelander die geloof ik een boot uit Australië heeft. Hij heeft dan ook een groene vlag in z’n mast hangen met daarop een bokskangoeroe. Helga heeft die vlag een paar dagen geleden uit de mast gehaald en die meegenomen. De man dacht dat locals de vlag hadden gejat en was ook zeer verbaasd toen hij zag dat de vlag er vanochtend weer hing. Helga had hem vanochtend snel teruggehangen en de man erover verteld. Een tweede verhaal ging over petjes. Bij drie Mount Gay Rum, een zeer bekend merk in de Caribiën, krijg je een petje van het merk, die je dan ergens moet ophalen. Helga zag dat de vrouw de bonnetjes die je moet laten zien, gewoon achterin haar broekzak deed. Ze gaf het bonnetje, kreeg het petje, maar zei dat ze de vrouw er twee had gegeven. Na lang discussiëren kreeg ze dan ook het tweede petje en hiermee stond ze weer gelijk met Jaqueline van de Pelican, waarmee ze een wedstrijdje deed. Ik vond het een mooie stunt. We hebben dan ook de foto waarop ze met vier van die petjes breed staat te glimlachen. Miklós en Esmeralde wilden al gauw weer naar de boot, maar dat wist ik nog even tegen te houden. We spraken met Jaqueline en René over voetbal en dat was erg leuk. Helaas mochten we het niet te laat maken, want we gaan de volgende morgen alweer vroeg varen. Op de boot dus maar weer snel het bed in. Ciao!

zaterdag 22 april 2006
Ineens word ik wakker omdat de motor wordt gestart. Jeanine en Frank van de Silencio zijn bij ons aan boord. Ik loop naar buiten en vraag wat we gaan doen. ‘We gaan even buiten naar de wedstrijd kijken,’ is het antwoord. Als we buiten zijn is de wedstrijd al gestart. Een paar mensen zitten op het dek, terwijl de rest in de kuip blijft. Een paar grote, mooie, klassieke schepen racen ons voorbij. Frank heeft een telelens en kan zo erg goede foto’s maken, Nico probeert te filmen. Na een half uur begint het ineens heel hard te regenen en trekken we ons terug in de kuip, waar we redelijk droog blijven onder de zonnetent. De bui neemt ook veel wind met zich mee en zo racen de lange jachten nog harder. Als de regen stopt en de wind weer afneemt varen we naar English Harbour om even te tanken. Ook de dinghytank wordt gevuld, want die is bijna leeg. Net als de vorige keer halen we even een ijsje, nooit verkeerd. Langzaam varen we terug naar Falmouth Bay. Esmeralda is daar inmiddels wakker geworden en komt met Rachelle in de dinghy naar ons toe. Ze was nogal verbaasd toen ze wakker werd en haar ouders én de Oceans4 weg waren. Even later gingen we de film Badboys II kijken, die we al vaak gezien hebben, maar het blijft een geweldige film. Om half zeven moesten we toch echt stoppen, want Miklós en Esmeralda gingen pannenkoeken bakken. Na lang achter het fornuis kwam de stapel met onder andere spek- en kaaspannenkoeken naar buiten. Het smaakte prima en er was genoeg voor iedereen. Na het eten gingen we de kant op naar de Mad Mongoose. Nadat die sloot gingen we door naar Abracadabra waar het erg gezellig was en de muziek zeer goed. Er waren wat bekenden van andere avonden, dus we vermaakten ons prima. Ook ontmoetten we een Nederlander Rins-Jan. Hij werkte op Antigua aan de bouw van een Sandals Resort, een vrij bekend resort in de Caribiën. Nadat het sloot eindigden we in The Rasta Shack. Ik heb lang met onze Belgische vriend Joost gesproken. Hij vertelde dat hij chef was op een groot zeiljacht. Het kost €50.000,- om erop mee te varen en daar zitten de drankjes en het eten nog niet bij. Ik vroeg of de klanten het niet erg vonden dat hij ’s avonds laat nog aan boord kwam. ‘Die weten er niets van en de baas maar een klein beetje,’was het antwoord. Hij heeft ook z’n eigen kamer met stereo, tv, computer en bij land ook internet, omdat ze een grote versterker boven in de mast hebben, niet verkeerd dus. Ook verdient hij twee keer zoveel als een chef in een restaurant, dus het bevalt hem erg. Helaas wilden de anderen al snel weg en liepen we terug naar de haven. Bij de Oceans4 werd Miklós op de boot gedropt en bracht ik de Silencio’s naar hun boot, terwijl het al licht begon te worden. Voordat het echt licht was lag ik ook in m’n bed en viel ik snel ik slaap. Ciao!

vrijdag 21 april 2006
Rond het middaguur gingen Miklós en ik met Esmeralda naar het strand, Rachelle had huiswerk te doen. Vlakbij de baaiopening vonden we een mooi strandje en legden de dinghy op het strand. We zwommen veel, zaten even in de schaduw en gooiden daarna in het water over met een balletje. Op de terugweg haalden we Rachelle op en speelden we Party & Co, maar dan de kleine versie die Party on the Beach heet. ’s Avonds gingen de ouders en de kinderen gescheiden uit eten. Bij Life waar we al twee keer eerder zijn geweest vonden we opnieuw plek, het blijft immers een leuke tent. Het eten was wederom lekker en ik won de wedstrijd meeste koosnaampjes van de serveerster met 3-1 van Miklós. Na het eten gingen we naar de Mad Mongoose waar we wat bekenden troffen. Na wat poolen gingen we door naar Abracadabra. Het was erg gezellig, maar er waren niet veel bekenden. Toen we eruit liepen sprak een man ons aan, maar we negeerden hem. Een jongen die naast ons liep zei: ‘That’s Jacko and this is the way to the harbour, so just keep walking.’ Wij konden er erg om lachen en liepen inderdaad gewoon door. Nog even gingen we naar The Rasta Shack, maar we bleven niet erg lang. Op de haven stapten we in de dinghy en voeren naar de boot. Ik ging al snel slapen, zodat ik morgen wat meer energie heb. Ciao!

woensdag 19 & donderdag 20 april
In de ochtend ging ik even PSPen. Miklós ging alvast zwemmen. Toen ik hem wilde volgen was hij al weg. Ik gokte dat hij bij de Silcencio was en zwom erheen. Daar was hij inderdaad en ook Esmeralda en Rachelle gingen mee zwemmen. Met een klein balletje hielden we dat zeker een uur vol, erg leuk. Na het zwemmen gingen we een ijsje halen. Op het terras kregen we ook nog zin om te poolen, dus dat volgde. Op tijd keerden we weer terug naar de boot. Daar kleedden we om en namen de ouders mee. Wilma had een pizzeria voorgesteld en dat vonden we natuurlijk wel best. Het was erg gezellig en het eten goed. Na het eten gingen Miklós en ik met Esmeralda nog wat drinken. In de Mad Mongoose was het best druk en ook erg gezellig. Met een rumpunch op werd er nog wat gepoold en zo leerden we heel wat mensen kennen. Om een uur of twaalf sloot de bar en nodigde de groep ons uit om mee te gaan naar Abracadabra. Deze club was erg gezellig en nog drukker dan de Mad Mongoose. Er was een hele grote tent over een terras gespannen en uit enigszins verstopte boxen kwam erg goede muziek. Ik vroeg hoe laat de bar nou eigenlijk sloot. ‘When the rain stops,’ was het antwoord, dat kon nog wel even duren. Het was al een tijdje kéihard aan het regenen en het leek er niet op dat het zo droog zou zijn. Tegen vieren sloot hij dan toch en konden we droog naar buiten. De eigenaren van een kleine bar The Rasta Shack waren ook op het feest. Nu alles dicht was gooiden zij hun bar open en ging de groep daar verder. Uiteindelijk waren we om een uur of vijf terug op de boot, waar we nog even wat nadronken. Om zes uur was het licht en om kwart over zes ging ik lekker zwemmen. Esmeralda en Miklós voerden nog een half uur discussie over als de één erin sprong de ander ook sprong. Tot zeven uur lagen we heerlijk in het warme water. Vlak erna werd Nico wakker en stelden we voor om brood te gaan halen. Op de haven bleek de supermarkt pas om 08:00 open te gaan. Als hij dan eindelijk open is, blijkt er nog geen vers brood te zijn. ‘Over een paar minuutjes,’ zegt de verkoopster. Die Caribische minuten kennen we nu wel en dus neem ik maar wat brood van gister mee, gelukkig is het nog wel zacht. Tijdens het wachten was Miklós in de dinghy gaan liggen en toen we terugkwamen lag hij al zeker een uur te pitten. Vooral de negers op de steigers hadden er erg veel lol om. Op de boot ging ik om 09:15 toch maar slapen, ik ben namelijk al 24 uur wakker. Hoewel ik een paar keer wakker werd sliep ik tot 16:00. Even later gingen we naar de Silencio waar Esmeralda al wakker was. Met z’n allen gingen we naar de kant. Eerst liepen we wat rond en keken hoe de 31 voet Schorpioen tussen de enorme zeiljachten ligt. Vanavond gingen we eten bij Life, waar wij met z’n vieren al geweest zijn toen we in English Harbour lagen. Tijdens het borrelen kwam de :Lady Jean met Imre en Esther binnen, die we in Mindelo, Kaap Verde gezien, maar niet gesproken hebben. Zij kwamen er al snel bij en besloten mee te eten. Ook nu was het eten erg goed en was het erg gezellig met tien man. Frank (papa Silencio) zorgde voor lol. Miklós werd ‘sweetie’ en ik ‘honey’ genoemd door de serveerster. Frank: ‘You call him sweetie and him honey, what am I?’Serveerster: ‘You are suger,’ antwoordt ze en we kunnen er erg om lachen. De live band is erg leuk en de ouderen beginnen zelfs te dansen. Er worden aardig wat chantagefoto’s gemaakt, maar dat schijnen ze niet eens door te hebben. Terug op de haven ga ik even heen en weer om een lange broek te halen en dan gaan Miklós, Esmeralda, Rachelle en ik de kant weer op om wat te drinken. Bij de Mad Mongoose ontmoeten we weer wat bekenden. We poolen wat, maar helaas gaat de bar al snel dicht. Bij Abracadabra gaat het feest verder. Het is helaas veel minder druk en minder gezellig. Wel praten we even met een dame die bij ons komt zitten. Ze ziet eruit als zestien, maar ze beweert dat ze 31 is. Als ze voor even weg gaat zegt ze: ‘You can play with my cat,’ en ze gooit een knuffelkat op tafel. Wij hebben erg veel lol met het beestje. Later horen we van andere vrienden dat ze psychisch niet helemaal in orde is, maar dat idee hadden we al. Om drie uur vraag ik of we naar de boot gaan en Rachelle vind dat ook wel een goed idee. Als blijkt dat Miklós en Esmeralda nog terug gaan, terwijl ik dacht dat we wat met z’n vieren op de boot gingen drinken, blijf ik ook op de kant. Met z’n drieën belanden we in The Rasta Shack, omdat Abracadabra al dicht is. Met een Spanjaard praten we veel. ‘This island is crazy, to live here you must be crazy and if I would live here, I will die tomorrow!’ Ook hebben we erg veel lol met wat oudere mannen. Hij heeft een drankje gekocht van 60 US per glas. Het is Johny Walker Blue label, per fles 200 US. Blijkbaar heeft hij genoeg geld bij zich, want het blijft niet bij één. Als de bar een beetje leeg raakt, gaan ook wij terug. Met z’n drieën drinken we nog wat op de Oceans4 en voordat het echt licht is ga ik slapen. Ciao!

dinsdag 18 april 2006
Voordat we vertrokken ging ik nog even snel zwemmen. Opgedroogd kroop ik achter het roer en even later voeren we tussen de riffen door de baai uit. We voeren erg rustig en hadden genoeg tijd om de mooie kust te bekijken. Eenmaal buiten ging wel het gas erop, we hebben nog wel wat mijlen te varen. Na een uurtje ga ik even in mijn kooi liggen, maar slapen lukt niet. In Falmouth Bay, waar we heen gaan, liggen al een paar Nederlandse boten en er komen er nog een zootje bij. We proberen de Silencio op te roepen die we sinds Tobago niet meer gezien hebben, maar ze zijn nog te ver weg. Wouter van de Schorpioen heeft ons over de marifoon gehoord en roept ons even later op. Ook hem en Saskia hebben we lange tijd niet meer gezien, eigenlijk heel veel boten niet. Even voor de ingang van de baai roept de Pelican ons op, een onbekend Nederlands schip. Ze varen een stukje voor ons en we zien elkaar zeker ergens in de baai. Als we binnenvaren zoeken we eerst naar de Vagebond van Helga en René, die we ook sinds Tobago niet meer hebben gezien. We varen tot achterin de baai en zien als eerste de Fiddlesticks, die we eenmalig in Bayona (Spanje) ontmoet hebben. De Vagebond trekt met deze boot op en even later vind ik de Vagebond inderdaad vlakbij voor anker. In de buurt gooien ook wij ons anker uit, maar het houdt niet goed. Nico springt het water in en ik volg hem. We proberen het anker erin te stampen, maar de grond is heel erg zwak. Even later gooit Wilma de snorkelspullen te water en zo kijken we hoe het anker zich door de bagger worstelt. Als het anker een paar keer krabt waait er een hele stofwolk op en dat geeft een prachtig gezicht. Makkelijk is het niet, maar we verliezen het anker niet uit het oog. Als Nico even aan het anker rommelt, duik ik over de bodem op zoek naar leven. Een paar keer zie ik een heel klein paars-geel visje, erg mooie felle kleuren. Ook raak ik nog even een zeekomkommer aan die als een accordeon in elkaar kreukt. Na nog even met Miklós gezwommen te hebben ga ik weer terug op de boot. Al snel gaan we naar de kant, we hebben wel honger en er is geen broodje meer op de boot te bekennen. Even kijken we bij een bekende hotspot op zoek naar de Nederlanders, maar die zijn er helaas niet. Op het haventerrein eten we een tosti en splitsen daarna op. In de Engelse club waar we een paar keer eerder zijn geweest, gaan we weer poolen, wat ik weer win. Ondertussen speelt Inter Milan tegen Barcelona dus dat gaan we maar even kijken. Een fantastische wedstrijd, zeker als de vier Italianen afdruipen als Barcelona met een 0-1 overwinning van het veld af kan. Nu lopen we even naar de bar naast de hotspot en daar zitten Nico en Wilma met de mensen van de Fiddlesticks, Hans en Anja en Helga en René van de Vagebond. Met deze groep drinken we wat en wisselen ervaringen uit. Helga verteld mij over het carnaval op Trinidad, wat nogal een erg groot feest geweest moet zijn met iets te veel drank. De tent gaat helaas al snel dekken voor het avondeten en daarom gaan we maar terug naar de boot. Onderweg komen we drie van de vier van de Silencio tegen. Vader Frank is nog aan boord, maar zij gaan even de kant op. We spreken ze even kort, drijvend met twee dinghy’s aan elkaar. Later zullen we ze wel even uitgebreid spreken, nu eerst maar even wat voor het eten regelen. Toch gaan we eerst nog een rondje door de baai. Eerst langs de Silencio om Frank even te zien en later nog langs de Schorpioen, de Odisseia die Miklós en ik van Graciosa kennen en de Pelican maar er is bij de laatste drie niemand aan boord. Aan boord begint Nico aan het eten. Voordat het klaar is komt de Silencio langs en gaan we eerst nog even borrelen, het eten kan wel wachten. Pas om een uur of negen gaan we eten en om een uur of tien halen Miklós en ik Rachel (14) en Esmeralda (18) op om op de kant wat te gaan drinken. De Engelse bar is dicht, dan maar naar de bar waar we vanmiddag met alle Nederlanders hebben gezeten. Het is erg gezellig ze weer even te spreken, het is ook wel even een tijdje geleden dat we ze voor het laatst gezien hebben. Miklós en ik spelen af en toe nog een potje pool, maar pas na een paar potjes wil het een beetje lukken. Als de tent sluit vragen twee Engelse jongens, waarvan we gewonnen hebben of we meegaan naar een andere tent, die nog tot laat open is. Met nog een onbekende man gaan we de tent binnen. Er speelt een goed live bandje en het is er druk, maar gezellig. De pooltafel is aardig bezet, maar na even wachten kunnen Miklós en ik het weer proberen. We zijn nog niet eens aan de beurt geweest of onze tegenstander heeft er al zes van zijn zeven ballen in. Toch weten we dit potje te winnen. Het tweede potje winnen we zelfs met een achterstand van zeven ballen, niet slecht. Erna staan we nog aardig lang heel wat teams van de tafel te poolen. Als we door ongeluk dan toch van de tafel afraken kunnen we even zitten. Een goede Engelse pooler heeft geen maatje voor het dubbelen en vraagt of ik mee wil spelen. Ik geloof dat we geen enkele keer verloren hebben totdat we van de barman niet meer verder mochten. De Engelsen kennen nog een tent en daar lopen we heen. Deze blijkt dicht te zijn maar The Rastashack is wel open en daar gaan we nog even zitten. De Engelse jongens zijn hier op een cursus oceaannavigeren zonder elektrische apparaten. Hiervoor moeten ze drie keer 96 uur en 600 onafgebroken varen door de Caribean. Ze zijn met elf man op een 76 voet boot. Per tocht moeten drie cursisten handelingen verrichten. De instructeur gooit het roer om, vaart een stuk en één iemand mag de boot op basis van bijvoorbeeld een sextant weer op koers leggen. Dit kunnen ze gebruiken om later kapitein op grote schepen te worden. Morgen moeten deze jongens alweer terug, erg jammer vinden ze het wel, het is hier namelijk zo lekker goedkoop. Als je Engeland gewend bent is zelfs het relatief dure Antigua goedkoop. Als ook deze bar sluit gaan we toch echt naar de boot. We wensen de jongens een goed vlucht en misschien zien we ze wel in Engeland. Één van hun woont aan de zuidkust van Engeland, dus je weet maar nooit. Met de Silencio’s drinken we nog even wat op de Oceans4 en daarna brengt Miklós ze weg, terwijl ik alvast in bed duik. Zo laat is het in tijden niet meer geweest, maar het was dan ook erg gezellig. Ciao!

maandag 17 april 2006
Weer eens lekker geslapen en weer eens lekker brood bij het ontbijt. Geen slecht begin van de dag op zo’n slechte ankerplek. Na het ontbijt gingen we weer lekker toepen met z’n vieren, zeer gezellig. Na veel rondes deden Miklós en Wilma de afwas, terwijl Nico en ik de zonnetent naar binnen haalden en de rest buiten voorbereidden wat er voorbereid moest worden. Om een uur of elf voeren we weg. Ik ging even PSPen, totdat ik werd geroepen om de dinghy kort te leggen en op de punt te gaan staan. We moesten namelijk op het oog tussen de riffen door varen om op open zee te komen. Dit ging langzaam en gelukkig erg goed. Zonder problemen lukte het om ertussendoor te wurmen. Een uur later werd weer iedereen aan dek geroepen, nu om tussen de riffen door in de baai, Nunsuch Bay, te komen. Ook dit ging prima en in de prachtige baai legden we hem voor anker. Miklós en ik gaan meteen weer even zwemmen. Snel daarna gaan we weer met z’n vieren toepen. Als de rondes gespeeld zijn willen we naar de kant voor een hapje eten. Volgens onze pilot moet er een Italiaans restaurant in een oude windmolen zijn, klinkt goed. Het is helaas wel een behoorlijk stuk varen naar de kant, naar schatting een kilometer of drie en een half. Niemand heeft even op de kaart gekeken en zo vaart Miklós over een rif, waar het heel ondiep is en raakt de staart vlakbij de steiger nog een ondiepte. Verder komen we ongeschonden aan. Als de dinghy vastligt lopen we door een soort tuin. Erin staat een trampoline, wat bomen en uiteindelijk ook de bar met een zwembad ernaast. Het ziet er ook wel leuk uit, maar we gaan toch voor de Italiaan. Na een paar keer verschillende bronnen te hebben raad gepleegd, komen we uit bij de oude windmolen. Het ziet er allemaal heel strak en netjes uit. Een man komt ons tegemoet en verteld ons helaas dat je hier alleen kunt lunchen en dat hij zo dicht gaat. Meneer Doyle van de pilot moet toch eens z’n gidsje bijstellen, want een lunchtent en een restaurant zijn toch twee verschillende begrippen. Dan maar terug naar de bar, waar we met de dinghy geland zijn. Daar kunnen we wel terecht. We bestellen wat drinken en ik stel voor om in de zithoek met comfortabele stoelen te gaan zitten. Daar ligt een spelletje Jenga, dat ik al zeer lang niet meer gespeeld heb en volgens mij ook al aardig oud is. Voor diegenen die niet weten wat Jenga is zal ik het kort uitleggen. Het is een spelletje waarbij rechthoekige houten blokjes worden gebruikt. Van deze blokjes wordt een toren gebouwd. Drie blokjes naast elkaar vormen één laag en elke aan elkaar grenzende laag is een kwartslag gedraaid. Dus bij laag één ligt de smalle kant van het blokje naar je toe en bij de volgende liggen de lange kanten naar je toe enzovoorts, negentig graden gedraaid dus. Dit spel kan je met oneindig veel personen spelen en op je beurt haal je één blokje weg uit de toren en legt deze bovenop, zodat de blokjes niet opraken en de toren dus verder gebouwd wordt. De eerste die de toren omstoot heeft verloren, erg zenuwslopend en goed om je concentratie te testen. Dit speelde ik eerst met Miklós, die geen zin meer had na het eerste potje. Daarna speelde ik het met Wilma waar ik 2-1 van won en Nico onderging later hetzelfde lot. Ondertussen aten we een heerlijke bak met Nacho’s leeg, met alle sauzen die je kan bedenken: crème fraîce (vast niet goed gespeld), gehaktsaus, bonenpuree, guacemole (vast ook niet goed) en gesmolten kaas. Het smaakte zo goed dat we er nog een lieten aanslepen. Vlak erna was het eten klaar en dat smaakte ook heerlijk. Nico en Wilma hadden Marlin (zwaardvis), wat van zichzelf niet erg smakelijk is, maar met kruiden wel erg lekker kan zijn, zoals deze kok het voor ze gemaakt heeft. Miklós en ik gingen aan de kip, altijd lekker. Als toetje ging ik voor de banaan flamé. Deze was ook nog met honing bereid en daardoor extra lekker, wat een leven. Na het eten raakten we nog even in gesprek met de serveerster en later ook de kok. Zo kwamen we er achter dat Oprah Winfrey een huisje op Long Island heeft (het eiland met het scootermannetje) en dat Eric Clapton een huis en een afkickkliniek op Antigua heeft. De kok liet zelfs nog even een foto zien van het huis, wat vlakbij English Harbour ligt, de baai waar we als eerste op Antigua gelegen hebben. Daarna bedankten we hen voor hun gastvrijheid en het lekkere eten en verlieten de tent. Ik sprong nog even op de trampoline, net als ik voordat we aan tafel gingen had gedaan, erg goed om wat energie kwijt te raken. Ik moest terugvaren en dat was erg spannend. Het was nu inmiddels natuurlijk al pikdonker en nu kon je al helemaal de ondieptes niet zien liggen. Maar met rustig varen en hopen dat we goed gingen kwamen we ongeschonden aan. Miklós en ik gingen nog even filmkijken. ‘Bandits’ moest er nu aan geloven, een geniale film over bankovervallers. Om niet al te ver achter te raken werkte ik m’n verslagen tot vandaag bij en nu maar weer snel slapen, het is al laat. Ciao!

zondag 16 april 2006
Al snel vertrekken we na het ontbijt uit Jolly Bay. Er is hier toch niks te beleven, tenzij je teveel nullen op je bank hebt. Op de motor varen we een mijl of vijftien en gooien het anker uit bij Long Island, een klein eilandje naast Antigua, wat wel van Antigua is. Eerst gaan Miklós en ik even zwemmen, daarna gaan we met z’n vieren kijken wat er op de kant te doen is. Als we in de haven aanleggen en op de steiger staan komt er een beveiligingsmannetje op z’n scooter aanrijden. We mogen hier niet het eiland op, maar je kan het aan de andere kant vragen, bij de andere steiger. Een typische situatie op het zoveelste opgekochte eiland. Deels is nog een aanbouw, deels is al bewoond. Het zijn nogal dure optrekjes zo te zien, waarbij het zou opvallen als er geen zwembad in de tuin zou liggen. Er staat hier en daar een groepje van circa vijf huizen bij elkaar, met een heleboel palmbomen eromheen, om even een beeld te geven. Als we om het halve eilandje heen varen en bij de andere steiger aankomen, is het beveiligingsmannetje al omgescooterd. Met dezelfde grijns verteld hij ons dat hij het gevraagd heeft, maar ook hier mogen wij niet het eiland op. Het eerste wat ik dacht was dit: 1. Deze beveiligingsambtenaar heeft nog nooit een diploma behaalt en weet vast niet wat het is. 2. Deze job kon hij via vriendjespolitiek vast nog wel krijgen, tja wie wil er anders op zo’n vreemd eiland doen alsof hij de boel bewaakt. 3. Hij heeft net deze nieuwe scooter van z’n rijke vriend gehad en had zo een reden om even een tochtje te scooteren over het eiland. Oké, dit kereltje doet ook maar z’n werk vooruit, maar het triestheidgehalte waarmee hij te werk gaat is wel erg hoog. Met veel lol om een stakker op een scooter varen we terug en klimmen weer op de boot. Hier is dus niks te beleven en erg veel opties zijn er ook niet: óf naar de haven varen, waar volgens de pilot niks is óf naar het paar meter verder gelegen Great Bird Island waar ook niks is en waar je niet eens op het strand mag komen. Ik probeer Nico over te halen om alsnog verder te varen naar een andere plek, maar tevergeefs. Wilma wil ineens toepen uitgelegd hebben en dat doe ik maar om de tijd te doden. Na één potje snapt ze al de basis en daarna leg ik haar en Nico het hele spel uit, want toen ik het Nico leerde, waren we bij de basis gestopt omdat we uit eten gingen. Als snel toepten we heel wat af met z’n drieën. Nico probeerde Miklós nog achter z’n boek vandaan te krijgen, maar dat lukte niet. Pas na heel wat speelrondes kwam hij uit zichzelf naar buiten. Nico maakte ’s avonds Noodles met Bami Pangang, nadat we gekeken hadden naar een prachtige zonsondergang. Het smaakt veel beter dan rijst met Bami Pangang, houden zo. Na het eten toepen we nog even verder. Als ik geen speelkaart meer kan zien duik ik in bed, ik ben toch wel moe van deze vreemde dag. Ciao!

zaterdag 15 april 2006
Voordat we naar Jolly Bay vertrokken wilde ik nog even zwemmen. Snel zwom ik nog even naar het strandje en weer terug. Als we even later vertrekken waait het behoorlijk, in tegenstelling tot de veel te warme ochtend. Ik stelde voor om binnen te gaan eten, waar het wel goed uit te houden was, maar Nico de eigenwijs moest buiten eten. Na een minuut brak bij iedereen het zweet uit, maar toch bleven we buiten zitten. M’n tweede broodje ben ik binnen gaan opeten. Bij het uitvaren woei het dus erg hard en kwam de wind uit westelijke richting, wat 180° tegen de normale windrichting in is. Hierdoor konden we niet zeilen maar moesten we tegen de wind in motoren. De kust is wel erg mooi en halverwege brak het zonnetje toch nog door, dus eigenlijk kunnen we niet klagen. In de baai was het even zoeken naar een ankerplek, zeker omdat het op sommige plekken te ondiep is. Bij de tweede keer lagen we wel goed en kon de motor uit. Ik zag een soort drijvende trampoline bij het strand liggen en ging even kijken. Ook haalde ik de liters water uit de dinghy door hem even op het strand te leggen. Terug op de boot haalde ik mijn zwembroek en voer terug. Ik legde de dinghy aan het ding vast en klom erop. Helaas veerde hij niet erg goed mee en de bodem was blubberachtig, net als het IJsselmeer of de Jagersplas. Al snel was ik erop uitgekeken. Opnieuw terug op de boot kleedde ik me om en gingen we met z’n vieren de kant op. Het is een flink stuk varen naar de haven waar je moet zijn. Je vaart door een kunstmatige lagune met allemaal huisjes aan het water, met box voor een zeil- of motorboot. In tegenstelling tot de meeste projecten die we hebben gezien is dit wel erg mooi. Als de dinghy vastligt kunnen we een rondje gaan lopen, op zoek naar een ijsje. Die vinden we helaas niet, maar wel een bar in een vrij groot casino. We zitten een paar uur buiten het happy hour, maar de barvrouw geeft ons wel gewoon het voordeel ervan, twee halen, één betalen. Vanaf de bar kijken we uit op een heleboel televisieschermen met sport erop, het is ook een sportbar. Miklós en ik nemen ook nog even een kijkje bij de gokapparaten en de goktafels. Het is erg groot en dus is er genoeg plaats voor een flink gezelschap. Nico gaat ineens even naar buiten, vast de boel verkennen. Ik volg even later zijn voorbeeld, maar dat kan ik beter niet doen volgens Miklós, want dat is verdacht om een of andere reden die ik niet kan bedenken, alsof we proberen ervandoor te sneaken zonder te betalen. Mij mogen ze best arresteren als ze dat nodig vinden, ik ga even een rondje lopen. Wilma had al verteld over tennisbanen, een zwembad en andere leuke dingen. Dit vind ik al snel en bekijk het even. De prijzen voor het tennissen blijken ook wel mee te vallen als ik ernaar informeer. Het hoort allemaal bij de haven, maar helaas liggen wij daar niet, maar het is gelukkig wel voor iedereen toegankelijk. Als ik terugloop zie ik de rest de supermarkt in duiken en loop ze achterna. Na lang door de grote supermarkt gestruind te hebben, hebben we een heleboel boodschappen en ons ijsje. Bij het afrekenen hangt een blaadje wat verteld dat als je pint je twee ID’s van diegene die pint moet kunnen laten zien, erg gebruiksvriendelijk. Nico heeft dit nog nooit bij zich gehad en dus betaald Wilma maar om gedoe te voorkomen. Als we het winkelkarretje naar buiten willen nemen worden we staande gehouden door een beveiligingsdame. Die kar mag niet mee naar buiten, wel andere karretjes met iets grotere wielen. Hiervoor betaal je wel 50 EC borg, maar dat krijg je natuurlijk netjes terug als je het karretje weer terugbrengt. Ook dit vind ik apart, bij ons is het maar 50 eurocent zullen we maar zeggen. Toch gebruiken we zo’n karretje want het is nogal veel. Vlak voordat we bij de dinghy zijn blijft het karretje achter een randje haken en vallen er blikjes Cola op de grond en één ervan gaat kapot. Miklós en ik willen nog wel even naar de bar die we gezien hebben mét pooltafel en dus brengt hij Nico en Wilma weg met de boodschappen, terwijl ik het karretje van de supermarkt terugbreng. Ik moet nog even wachten als ik weer bij de steiger sta en dus besluit ik een paar steigers af te lopen op zoek naar bekende boten, maar tevergeefs. Als Miklós terug is lopen we even langs de bar, maar het is nog voor openingstijd. Er is wel al iemand maar we mogen nog niet naar binnen. Dan maar een rondje lopen. Op een bord staat dat er ergens anders nog meer bars en winkels moeten zijn, maar als we een stukje lopen blijkt er niets te zijn. Wel lopen we even langs het Nederlandse schip wat we vanuit de dinghy zagen. Het komt uit Utrecht, maar we hebben het nog nooit gezien. Als we teruglopen en nog een op het bord kijken, blijkt de pijl gewoon de verkeerde kant op te staan, wat ik al dacht, maar we wilden toch al een stukje wandelen om de tijd te doden. Het is nog steeds voor openingstijd, maar we gaan toch even langs. Nu staat er een deur open en dus ga ik even informeren. We mogen nog steeds niet naar binnen, maar ik vraag hoe duur het is om te poolen. Als de man als antwoord 3 EC (€1,-) per potje zegt zien we ervan af, dat is echt absurd duur. Dan maar nog even wat eten en wat lekkers in de supermarkt halen, als troost. Verder is er niet veel en we besluiten terug te gaan. Als we even in de kuip hebben gezeten, gaan we de barbecue voorbereiden. Het smaakt wel aardig, maar het is niet veel, een beetje jammer. Miklós en ik mogen weer afwassen, waarna we wel film mogen kijken. Voor de tweede keer kijken we de ‘Lizzy Mcguire Movie’ om wat films te sparen, ook deze vonden we leuk genoeg om nog een keer te bekijken. Nu maar weer even verslag schrijven. Buiten staat wat limonade koud, die ik nu maar ga opzoeken. Binnenkort ontmoeten we wat bekende Nederlandse boten in English Harbour, waar we vandaan komen, wat me erg leuk lijkt. Ciao!

vrijdag 14 april 2006
Rond het middaguur ging ik met Miklós zwemmen, Nico en Wilma waren de kant op. Totdat Nico en Wilma terug waren, hebben we de film ‘51st State’ gekeken. Die hebben we al eens gezien, maar hij is leuk genoeg om nog een keer te bekijken. Om drie uur haal ik Nico en Wilma van de kant en kunnen Mikós en ik de kant op. Als we bij het café van gisteren komen blijkt deze dicht omdat het ‘goede vrijdag’ is. Pas in de avond gaat hij open. Ik stel voor om dan maar ergens anders wat te gaan drinken. Ik zie een terras op een balkon en dat ziet er wel goed uit. Als we daar aankomen blijkt er ook nog een pooltafel te staan. Het is ook nog goedkoper dan in het café, dus dat is ook mooi meegenomen. Het drinken is wel een stuk duurder, maar we houden nog genoeg geld over. Helaas is het toch wat aan de vroege kant als het geld op is en ik Miklós aardig ingemaakt heb. Nico haalt ons namelijk op en we zitten nog ruim voor de afgesproken tijd. Toch lopen we alvast naar de steiger op de haven en wachten daar. Natuurlijk komt Nico tien minuten te laat en dat terwijl we daar al even zaten. Als hij eindelijk aan komt varen moeten we natuurlijk even zeiken voordat we instappen, het is zeker niet de eerste keer. Op de boot gaan we al gauw eten. Wilma heeft een preischotel gemaakt. Het smaakt erg goed, weer een geslaagd avondmaal. Na het eten mogen Miklós en ik ons over de behoorlijk grote afwas bekommeren. Als die klaar is krijgen we na even zeuren wat geld mee om te poolen. Bij dezelfde bar als vanmiddag gaan we weer poolen. Nu is er een tennistoernooitje aan de gang op de twee banen ernaast, die ook van de club zijn. Het is ook echt een Britse club: tennisbanen, dartbord, rugby op tv, pooltafel en natuurlijk veel Britten. Het is er nu wat druk omdat er een barbecue gehouden wordt, helaas hebben we al gegeten. Deze poolavond win ik ruimschoots, dus slaap ik weer lekker vannacht. Op de boot drinken we nog wat na in de kuip en gaan daarna lekker slapen. Ciao!

donderdag 13 april 2006
Tijd om de plek te verkennen. Eerst zwemmen Miklós en ik van de boot naar het strand. Daar is een complex met vakantiehuisjes. Ik kan Miklós overhalen even een kijkje te nemen op het terrein. Helaas blijkt er al snel niet veel te zijn. De bar ziet er niet echt spannend uit en een pooltafel kunnen we ook niet ontdekken. Dan maar weer terug naar het strand. Ik ga nog ff zwemmen en Miklós ligt op het strand. Een uurtje nadat we terug zijn gezwommen willen we wel meer zien. We pakken de dinghy en varen naar de dinghysteiger op de haven. Vlakbij het steigertje en het restaurantje van gister is niet veel. Er zijn nog wat barretjes, maar niks wat ons direct aanspreekt. Als we verder lopen komen we uit bij de haven van een andere baai. De lichtjes op de hoge masten komen hier vandaan. Daarom maken we even een rondje over de steigers. Het ene schip is nog mooier en groter dan de buurman, niet te geloven. We hoeven ook niet te weten voor hoeveel miljoen hier in het water ligt, maar je kan er een tijdje mee vooruit. Miklós heeft het fototoestel meegenomen en dus kunnen we de mooiste boten op de foto zetten. Ook ligt er een boot met een Nederlandse vlag. Deze komt uit Willemstad, van één van de Nederlandse eilanden hier. Even later moeten we toch echt terug, want Nico en Wilma hebben de dinghy nodig om de was op te halen. Op de boot speel ik even op m’n PSP totdat ze terug zijn. Het duurt daarna nog wel even voor het eten klaar is en dus besluit ik nog even te gaan zwemmen. Ik zwem naar het strandje en loop vanaf daar een stuk. Ik zie dat het complex toch nog een tennisbaan heeft, maar die is onverlicht en overdag is het helaas te warm om te spelen. Even verderop ligt een strandje en ik vind een paadje wat daarnaar toe leidt. Als ik het strandje overgestoken ben klim ik verder over de rotsen. Na een stukje klimmen ga ik even zitten en afkoelen, terwijl ik kijk naar de kust die mooi gekleurd wordt door de zakkende zon. Als het na een paar minuten nog steeds warm is besluit ik toch maar terug te gaan. De eerste beste plek die ik vind duik ik het water in en zwem de halve baai door, terug naar de boot. Op de boot is het eten klaar als ik eenmaal opgedroogd ben. Nico heeft rijst met een Chinees prutje gemaakt, niet mijn favoriet, maar toch smaakt het wel. Na het eten mogen Miklós en ik een ijsje halen, dus gaan we naar de kant. Vlakbij de haven van vanmiddag is nog een andere haven met heel veel restaurantjes en winkeltjes. Daar vinden we een bar met schepijs. Erg lekker om weer goed schepijs te hebben. Op de terugweg lopen we langs een bar waarvan Miklós dacht dat hij er een pooltafel in had zien staan. Ik wil dat wel even nakijken. Wat ik ook probeer, Miklós gaat niet mee naar binnen (ze bijten zeker), dus ga ik alleen even kijken. Als ik tot achterin het café loop zie ik een pooltafel staan. Een local is in z’n eentje aan het poolen en daagt me uit. Ik zeg dat ik eerst even Miklós haal en dan de uitdaging aanneem. Als ik het Miklós vertel over de uitdaging begint hij te klagen waarom hij niet als eerste mag spelen. Zo lust ik er nog wel één. Moet ie maar mee gaan naar binnen. Ik win het potje en speel daarna tegen Miklós waar ik ook van win. Later wint Miklós weer van mij en speelt hij tegen een goede pooler. Het potje is snel over en nu mag ik het proberen. Ik had nog maar één bal over tegen hem en had het zelfs kunnen winnen, maar het geluk liet me in de steek. Nu waren er alweer vijf mensen voor ons die muntjes hadden neergelegd en daar gingen we dus niet op wachten. Op de boot dronken we nog wat in de kuip en hielden dit aardig lang vol, waarna we gingen pitten. Ciao!

woensdag 12 april 2006
Vroeg op dus, om op tijd op Antigua te zijn. Tijdens de voorbereidingen zie ik nog even een grote schildpad boven komen. Ook bovenwater is het leuk om er één te zien, maar onderwater blijft het leukst. Als we een paar mijl buiten de kust zijn duik ik m’n bed weer in, even wat slaap inhalen. Met een paar keer wakker worden hou ik dit vol tot in English Harbour op Antigua. Als ik naar buiten loop zie ik hoe we de baai binnenvaren, terwijl de zon fel op me kop schijnt. Eerst moeten we nog even water tanken, want er zit nog geen tien liter meer in de tank. Ook de dieseltank voor de Oceans4 en de benzinetank voor de rubberboot worden bijgevuld. Dit duurt even dus halen we ondertussen even lekker een ijsje. Waar je afrekent zit namelijk een heel winkeltje aan vast. Tijdens het wachten in de schaduw vang ik een gesprek op tussen een schilder, een medewerker van de haven en een vrouw. Ze hebben het over de blanke halfnaakte dame op een poster van één of ander drankje. De schilder wijst de vrouw op de poster. De vrouw reageert daarop ‘why isn’t she a rasta?’ De medewerker van de haven loopt weg en zingt ‘Isn’t she lovely?’ Ik moet erg lachen om ze. De baai is niet erg breed, maar loopt wel ver door. Een paar behoorlijk lange masten (met lange boot eraan) waar je spontaan hoogtevrees van krijgt liggen in de kleine haven. Wij schikken ons tussen de wat kleinere boten en gooien het anker uit. Nico en Wilma gaan zich even later bij de customs en immigration melden en zo hebben Miklós en ik de boot alleen. Het is erg warm en daarom gaan we gelijk even zwemmen. Er is een strandje dichtbij, maar ik kan Miklós niet overhalen erheen te zwemmen. Dan maar een duik vanaf de punt en een beetje in het rond spartelen. Eenmaal opgedroogd gaan we film kijken. Het duurt toch nog wel even voordat Nico en Wilma terugzijn en bovendien zijn de accu’s hartstikke vol. Na een tijdje kijken komen ze terug en lopen ze te zeuren over dat we de accu’s leegtrekken. Als wij van de computer af zijn, gaat Wilma achter de computer zitten en houdt dit twee uur vol, erg sociaal. Mikós duikt achter de navigatiecomputer en ik achter m’n PSP. Dit heb ik na een tijdje wel gezien en ga met Nico een potje toepen. Ik moet het hem even uitleggen, maar hij heeft het ooit geweten en dat blijkt, na twee potjes heeft hij het in de vingers. Tot 19:00 houden we dit vol. Voor het eten gaan we iets op de kant zoeken en dus zitten we even later met z’n vieren in de dinghy. Als we langs een lange mast komen zien we hoe enorm het schip is wat eraan vast zit. Nico schat het op zo’n 80 voet (ongeveer 37 meter), daar kan je tenminste een avondwandelingetje over maken. Verdwaald raak je niet, want natuurlijk heeft zo’n ding genoeg stroom om de hele nacht z’n deklicht te laten draaien. Als we verder varen blijkt dat achter dit bootje nog zo’n ding licht, blijkbaar lopen hier mensen met geld rond. Bij een dinghysteiger leggen wij ons bootje vast. Het is wat vol aan de steiger, maar wij hebben immers geen privé-plek. Het eerste beste restaurant stappen we binnen. Het ziet er meer als een bar uit dan een restaurant, maar dat maakt ons niks uit. Er wordt een tafel klaargemaakt, terwijl we een drankje uitzoeken bij de bar. Voordat ze er zijn kunnen we al aanschuiven. De bediening is hier erg vriendelijk, dat hebben we sinds het vorige Engelse eiland niet meer meegemaakt. Het duurt wat lang voordat het eten er is, maar het smaakt prima en het is gezellig genoeg om het even uit te houden. Als we hebben afgerekend worden we bedankt voor ons geduld, maar wij kunnen hen beter bedanken voor hun vriendelijk- en gastvrijheid. Terug op de boot kijken Miklós en ik de film af, aangezien we nog steeds volle accu’s hebben. Als de film ‘National Treasure’ afgelopen is zijn we tevreden, opnieuw een goede film uitgekozen. Nu nog even m’n verslag schrijven en dan naar bed. Ciao!

Terug naar Yoricks dagboek