Yoricks dagboek deel 8: Sint Maarten - SSS eilanden - Nevis - Sint Maarten

zaterdag 3 juni 2006
Tijd om terug te gaan naar Sint Maarten en wel voor de derde keer. Om half zes nam ik met Nico de eerste wacht op. Wilma was ook al wakker en hielp ook mee. Miklós lag als enige nog lekker te slapen. Tot mijn verbazing ging de Citrine ook al weg. Zij gingen naar St. Barths en dus zouden we een heel lang stuk met elkaar op kunnen zeilen. Het was een lekker zeiltochtje, maar toch zo’n zeventig mijl Toen de Citrine de baai in voer, riepen ze nog één keer op om ons een goede oversteek te wensen. Wij wensten ze nog een leuke vakantie en hoopten dat we ze weer eens in Nederland of Amerika zouden zien. Onze tocht ging nog even verder totdat we om half zes Marigot Bay invoeren. De Silencio lag er nog steeds, aangezien Esmeralda nog steeds niet helemaal genezen was. Ook de Kind of Blue en de Fiddlesticks lagen er nog. De Vagebond was helaas wel een paar dagen geleden vertrokken naar het noorden. Naast de Silenico, op de zelfde plek als de vorige keer, gooiden we het anker uit. Ik ging gelijk even zwemmen en Miklós sprong er ook in. Samen zwommen we naar de Silencio, waar we ze voor de derde keer in korte tijd gedag konden zeggen. Helaas werden we al na een paar minuten door Wilma terug geroepen, om de dinghy erin te gooien. Nico was namelijk ziek geworden en lag op de bank te slapen. Terwijl we met de dinghy bezigwaren, kwamen Frank en Janine aanvaren en vervolgens stapten Nico en Wilma bij hun in en gingen naar de Silencio. Wij hadden het gevoel dat we voor lucht bezig waren en rondden het snel af. Ik sprong weer te water en zwom terug. Miklós kwam even later met de dinghy aanvaren. Aan boord bij de Silencio wisselden we verhalen uit en borrelden weer gezellig. Nico ging op tijd weer terug, want hij was toch wel moe en natuurlijk nog steeds ziek. Ik bracht hem weg. ’s Avonds had Wilma voor Nico water en soep gemaakt en aten wij met z’n drieën op de Silencio, nadat we onze en hun maaltijd gecombineerd hadden. Het smaakte prima en de sfeer was goed. Na het eten gingen we zelfs nog even een Haägen-Dasz ijsje halen, wat wel even goed smaakte. Terug op de Silencio dronken we nog even wat na. Ik ging op een geven moment alvast naar de boot, terwijl Miklós nog even bij Esmeralda bleef. Op de boot begon ik weer wat verslagen te maken en nu ga ik weer lekker m’n bed opzoeken. Ciao!

vrijdag 2 juni 2006
Alweer een eilandje verder vandaag, naar Nevis. Het is een tochtje van 19 mijl, maar doordat we weer tegen de golven in moeten beuken, lijkt het wel een eeuwigheid te duren. Als we er zijn nemen we contact op met de Citrine en Sipke verteld ons dat ze er ook bijna zijn. Nico gaan als eerste de kant op en later worden Miklós en ik ook van de boot geplukt. De Citrine-crew is ook op de kant en met z’n allen struinen we door het dorpje. We lopen winkel in, winkel uit en er wordt ook wat nieuws gekocht. Ik probeer te onderhandelen over twee CD’s, maar ze zijn 20 EC, bijna zeven euro, per stuk en dus 40 EC. Ik probeer te onderhandelen, maar blijkbaar tast het z’n ego aan. Hij begon irritant te worden en ging vooral niet in op mijn redelijke bod van 30 EC voor beiden, want het zijn gebrande CD’s en dus is dat meer dan genoeg. Als we zijn winkel verlaten schreeuwt hij ‘COME BACK,’ maar ik ga de discussie niet opnieuw aan. Nu kan ik tenminste lekker een ijsje halen, want de anderen hadden er ook al een gehaald. Aan het einde van de middag komen we in een restaurantje om wat te drinken. Iedereen heeft toch wel honger aangezien de lunch overgeslagen was en dus gingen we hier maar een late lunch bestellen. Ik nam een lekkere hamburger en die ging er wel in. Terug op de boot gingen Miklós en ik met Sipke, Astrid en de kids naar het strand, waar we gingen volleyballen, zwemmen enzovoort. Aan boord van de Citrine werd vervolgens Monopoly gespeeld, maar dat strandde aangezien Miklós na drie kwartier onderhandelen toch besloot niet mee te doen met een grote ruil. Nu mochten we de onderkant van de dinghy schoonmaken. Richard hielp ons daarbij en eigenlijk was het vrij snel gedaan. ’s Avonds gingen we uit eten. We waren de enigen in het restaurantje, waar wel lekker aten. Het was alweer de laatste avond met onze vrienden uit Houston. Op de Oceans4 werd nog een afzakkertje genomen en toen namen we afscheid van een leuke week samen. Ciao!

donderdag 1 juni 2006
Tijd om het eiland te verkennen. Voordat onze chauffeur om elf uur kwam, gingen Miklós en ik eerst nog even douchen. Ze waren nog bezig met kleine dingen zoals ophangen van spiegels, maar er kon wel al gedoucht worden. Er was nog geen warm water, maar dat hebben we ook niet nodig. Het is al warm genoeg dus een lauwe douche kan geen kwaad. Het zijn ook geen kleine douchehokjes, maar bijna badkamers. Het is zo’n drie bij tweeënhalf groot, er staat een wastafel met spiegel en op de andere helft van muur tot muur een douchegedeelte. Erg groot en mooi. Als hier ook nog warm water aangesloten wordt, dan is het zeker de mooiste douche die we ooit gezien hebben. Je verwacht het zeker bij zo’n kleine Marina en zeker niet op een eilandje als St. Kitts. Na deze lekkere douche liepen we snel naar de boot, pakten we wat we nodig hadden en liepen naar de poort. Sipke Astrid en de kids waren er ook al. De chauffeur was mooi op tijd en dus konden we snel gaan. We reden langs dus kust en zagen aardig veel van het eiland. Er werd gehoopt wat wilde apen te zien, waar St. Kitts om bekend staat. De eerste die we zagen waren niet wild, maar zaten in een grote kooi. Deze was wel te klein voor deze middelgrote apen. Het was wel leuk om te zien, maar we zien ze liever vrij rondlopen. Even later kwamen we bij een botanische tuin met een vrij grote winkel. Ze maakten er onder andere mooie kleden en daarvan namen we er een mee. Verder stopten we op verschillende punten, zoals een groep bomen met zilverreigers erin, “The Black Rocks” waar grote zwarte stenen een mooi landschap vormden en de hoge uitzichtpunten. Bij een fort stopten we voor een lange tijd voor wat drinken en om even rond te kijken. Het lag vrij hoog en daardoor hadden we vanaf veel punten een prachtig uitzicht. We konden ook door het fort lopen, waar de kanonnen nog steeds in de rondte gericht waren.

Toen we weer verder reden zagen we van afstand al een local met twee aapjes. De een zat in een klein kooitje en de ander vast in een tuigje, met een lijn eraan. Sipke en Astrid wisten dat je voor een dollar op de foto kon met de aapjes. Wij zeiden in het Nederlands tegen elkaar dat we het niks vonden en ik denk dat de chauffeur het begreep, want hij reed gewoon verder. De local keek erg verbaasd, maar dit is gewoon op de rand van dierenmishandeling. Helaas zagen we geen wilde apen, maar beter geen wilde apen dan wel apen in gevangenschap. Tegen het einde van de middag waren we weer op de haven en gingen we nog even het stadje in voor een hapje. Bij een tent, aanbevolen door onze chauffeur, aten we verschrikkelijk lekker en het ging er ook wel in aangezien dit de erg late lunch was. Terug op de haven ging de Citrine in een baai verderop liggen, maar waarom weet ik nog steeds niet. Wij bleven in ieder geval liggen en hadden ’s avonds een gezellig etentje. Nico was, doordat hij een Amerikaanse stekker nodig had, in contact gekomen met een Canadees. Deze zou met zijn vrouw en nog een groep van Amerikanen en Canadezen op de steiger gezellig gaan eten. Iedereen moest wat meenemen en iedereen kon pakken wat hij lekker vond. Sommigen zaten op stoelen, anderen op kussens, maar het was in ieder geval erg gezellig op de betonnen steiger. Een paar mensen hadden een grote coolbox geregeld bij de vissers en die gebruikten we als tafel. We spraken over van alles en nog wat en hoe later het werd, hoe gezelliger het werd. Een verhaal spande wel de kroon. Dezelfde Canadees die Nico had geholpen, liep een keer met zijn Nederlandse vrouw Marjolein over de rotsen op de Bahama’s. De man die zelf van oorsprong Duits was, liep een grot in en riep naar Marjolein: ‘I found drugs!’ ‘Yeah right,’ had Marjolein geantwoord, maar hij kwam al met twee grote zakken naar buiten lopen. Ze hebben het aangegeven bij de politie en het bleek om zes kilo te gaan. Een flinke vondst dus. Marjolein sprak ook nog erg goed Nederlands, hoewel ze al tien jaar in Canada woonde en ze vertaalde af en toe moeilijke woorden voor ons. We spraken zelfs af en toe even Nederlands,want zij vond het wel leuk weer even Nederlands te kunnen praten, hoewel ze net zo vloeiend Engels spreekt. Tegen een uur of twaalf was het mooi geweest voor een aantal mensen en werd er afgebroken. Met Marjolein en haar man Markus wisselden we gegevens uit, want zij willen in Nederland op een boot gaan wonen. Nadat we alles hadden opgeruimd gingen we naar onze boot en lekker slapen. Ciao!

woensdag 31 mei 2006
Het volgende eiland lag alweer op ons te wachten. St. Kitts lag helaas wel pal in de wind. Dit hebben we lang niet meegemaakt omdat we telkens naar het noorden voeren. Het was een dagje van stampen en rollen. In de baai kwamen vanochtend hele korte golven binnen en die zorgden voor heftige rolbewegingen. Op de oceaan rol je ook een week of twee drie, maar die golven zijn lang, dus schommel je minder snel, maar dit was erg irritant. Eenmaal buiten moesten we dus tegen hoge golven inbeuken en af en toe zaten er twee korte, steile achter elkaar. Ik werd niet misselijk, maar daarvoor moest ik vooral buiten blijven. Binnen was het inmiddels een sauna geworden. Na een paar uur achter het roer verhuiste ik iets naar voren zodat ik iets relaxter kon zitten. Na een half uur ging ik een beetje liggen en sliep half. Dit hield ik vol totdat het eiland eindelijk dichtbij was. Het leek maar niet dichterbij te komen. Dit kwam mede door onze koers. Het loopt namelijk erg steil op bij de kust en dat zorgt voor extra hoge, vervelende golven. Daarom voeren we ruim langs de kust. Maar hierdoor was de punt constant niet op het eiland gericht en dat gaf het gevoel alsof je er alleen maar vanaf voer in plaats van ernaar toe. Sipke en Astrid waren gaan zeilen, maar dat schoot niet erg op. Ze waren toen wij eindelijk langs de kust voeren een heel eind achter ons en kwamen dan ook een uur later binnen. Bij het binnenvaren kwam het eerste positieve bovendrijven, een Marina. We zouden in de Marina gaan liggen,omdat het op de ankerplaats rollerig zou zijn en de Marina ligt lekker dichtbij de stad en de ankerplaats niet. We moesten ons in een box wurmen en de man op de steiger legde ons zo’n beetje stap voor stap uit hoe dat moest. Ik zei later tegen hem dat we wel gewend waren boxen in te varen. Maar deze uitleg is voor veel boten wel nodig omdat men hier weinig ervaring met boxen heeft. Dingen als ‘You need ropes at the back too,’ werden ons toegeschreeuwd. Door het vele ankeren waren de spullen een beetje onderop geraakt en duurde het even om het te pakken, maar het zag er toch niet zo uit alsof we een huurboot voeren met een stelletje konijnen erop. Er varen namelijk nogal, wat konijnen in dit gebied rond, zeker in de BVI’s. Sipke en Astrid zijn daar zeker een uitzondering op, want zij hebben gewoon veel zeilervaring, maar er varen boten, waarvan je denkt dat men voor het eerst water ziet. Hij legde ons wel even uit waar alles was, dus dat was goed van hem. Ook regelde hij alvast een box voor de Citrine. Nadat zij binnen waren ging ik al snel met ze de stad in. Nico en Wilma waren namelijk al geweest en Miklós had geen zin. We liepen een tijdje door het stadje, waarna we in de supermarkt belandden. Deze was vreselijk duur, wat ik raar vond, aangezien er veel locals komen en waar veel locals komen is het meestal goed betaalbaar. Terug op de haven werd op de Citrine het Monopolyspel weer tevoorschijn gehaald en ging ik met Leonie, Stefan en Sipke de strijd aan. Een echte strijd werd het niet, want door (beginners)geluk stroomde het geld bij Sipke binnen en werd hij onverslaanbaar. We hebben het nog vrij lang volgehouden, maar het was een kwestie van tijd voor hij zou winnen. Na het spel gingen we naar de Oceans4 waar wat werd geborreld. Pas om een uur of negen gingen Sipke, Astrid en de kids weer terug naar hun eigen boot en werd er gegeten. Eigenlijk wilden we nog een potje Monopoly spelen met hetzelfde groepje, omdat het eerste potje nooit spannend was geweest, maar helaas was het al te laat. Ik ging nog even verslag maken, om daarna m’n bed in te duiken. Ciao!

dinsdag 30 mei 2006
De tweede dag op St. Eustatius. Het leek erop dat ik me vandaag zelf moest vermaken, maar daar kwam al snel een eind aan. Nico was even op de kant geweest en had een dubbele duik geregeld. Ik was er vreselijk blij mee, weer lekker onder water naar al dat moois kijken. We moesten wel meteen weg en dus zocht ik snel m’n spullen bij elkaar. Wilma bracht ons weg en zette ons af op de duikersboot. De divemaster was Nederlands, dus dat was wel even leuk. Met een groep Amerikanen zouden we gaan duiken. Ze waren erg gezellig en dus was het kwartiertje naar de duikplek varen geen probleem. Tijdens het varen werden de spullen opgezet en daarna sprak iedereen met elkaar. Op de plek aangekomen pakte iemand de mooring op en begon divemaster Mike z’n duikbriefing. Er moest veel te zien zijn, dus met een goed gevoel dook ik te water. Al snel gaf hij het teken dat we naar beneden konden en daar gingen we. Vrij snel bereikten we de bodem en konden we gaan rondzwemmen. De bodem lag bezaaid met grote begroeide keien. De grote koralen waren overal te zien. Hier en daar was een stukje zandbodem. Alles bij elkaar een prima bodem om van alles te kunnen zien. Dat was zeker het geval. Al snel zagen we een Juvenile (jonge) Spotted Drum. Deze heeft als hij groot is al een kuif, maar deze jonge versie heeft in verhouding een veel grotere kuif en staart. Om een beeld te geven, leek hij op een zwartwit gestreept kikkervisje met een enorme zwartwitte kuif en staart. Ik had deze Juvenile versie nog nooit gezien en dus was het extra leuk om het mooie beestje te aanschouwen. Maar hierbij bleef het niet. We zagen twee keer een klein soort barracuda, maar nog steeds is deze ruim een meter groot. Naar aanleiding van onze ontmoeting met een great barracuda van eergisteren vroeg ik naar het gedrag van de beesten. Mike vertelde me dat ze behalve als je harpoenvist en ze dus bloed ruiken, niet aanvallen. Ze zijn daarbij vreselijk nieuwsgierig en dat hebben we gister dus meegemaakt. Tja achteraf was ons gedrag dus niet nodig, maarja als je dit niet weet en dat beest toch een krappe twee meter is dan is het logisch dat wij even op de vlucht sloegen. Bij de barracuda’s van deze duik konden we erg dichtbij komen. Zo zwom ik een meter naast een barracuda en kon hem rustig bekijken. Even kwam een great barracuda nog om de hoek kijken, maar ook hij zwom gewoon door. Verder zagen we een redelijk grote Stingray die zich aan het ingraven was. Een klein goldtail muray (morene) stak z’n kop uit z’n holletje en een balloonfish zwom ernaast, met z’n stekeltjes ingeklapt. Een schildpad zwom iets verderop helaas van ons weg, maar hij was wel erg mooi. Het bijzonderste wat we zagen verbaasde Nico en mij zeer. Het waren de kreeften. Ten eerste waren deze lobsters óntzettend groot, maar twee van de drie die we zagen liepen zelfs gewoon over het zand. We zien normaal amper lobsters omdat ze vaak onder stenen zitten en het vooral nachtdieren zijn. Na de duik vroeg ik dus even aan Mike hoe dat nou zat. Hij vertelde dat dit inderdaad een bijzondere situatie is, die zeer weinig voorkomt. Het gebied waar wij doken is “Marine Reserve” en dus beschermd natuurgebied. Dit maakt dat de vissers hier niet mogen vissen. Daardoor kunne de kreeften heel groot groeien en worden ze niet, omdat ze zo groot zijn gevangen voor een restaurant. Het feit dat ze gewoon rondlopen komt doordat ze hier niet opgejaagd worden. Kreeften in visgebieden worden constant opgejaagd door vissers en zijn dus van nature vreselijk schuw. Deze kreeften dus niet en daarom lopen ze hier gewoon over de bodem. Het was erg mooi ze van zo dichtbij te kunnen bekijken. Toen ik naar zo’n beest toezwom sprong hij ineens als een cartoonfiguurtje in de vechthouding. Hij heeft geen grote scharen, zoals vele andere soorten, maar alleen twee kleine haardunne schaartjes om de kleine beestjes uit het water te pakken. Ik vroeg met dus af waarom hij dat deed, maar mijn antwoord kwam onder me door gezwommen, een andere duiker die hem naderde. De duiker raakte z’n lange sterke sprieten aan, waarop de kreeft even met z’n staart zichzelf een zetje naar achteren gaf. Ik had nu genoeg gezien en ging weer naar de anderen toe. Nog een keer zag ik een barracuda. Helaas was het alweer, voor mijn gevoel, te snel tijd geworden om omhoog te gaan. Met Nico maakte ik mijn safetystop en zwom verder naar het oppervlak. Daar regende het en dat voelde koud aan. Ik liet mezelf net onder het oppervlak drijven en zwom zo naar de boot toe. Helaas moest ik daar wel uit het water, maar kon er snel weer met flippers en snorkel in. Na vijf minuten dobberen was iedereen boven en konden we terugvaren. Terug op de kade werden de flessen omgewisseld en gingen de mensen die uitgedoken waren terug naar hun boot. Nu hadden we even een lange pauze om het nitrogeen uit ons lichaam te laten ontsnappen. De tweede duik deden we met de vrouw van Mike, Lisa, ook duikmaster. Ze kwam uit Denemarken, was door werk hier beland en spreekt zelfs langzaam maar vrij goed Nederlands. Na de pauze gingen we dus met z’n drieën de boot weer op en maakten de spullen gereed. De trossen werden logegooid en daar gingen we. We voeren nog even langs onze boot, maar ook al floot ik vrij hard, we kregen geen reactie. Na een tien minuten, kwartiertje varen kwamen we bij de mooring aan. Ik pikte hem op en Lise legde hem vast. We kregen even een duikbriefing en sprongen toen te water. Het teken werd gegeven en we lieten ons de diepte in zakken. Het wrak werd al snel zichtbaar en meteen begonnen we erlangs te zwemmen. Het was een olietanker die ze hebben laten zinken, samen met een zeesleper. Ze hebben grote gaten in de tanker gemaakt zodat je erdoor kan zwemmen. De zeesleper is uit elkaar gevallen, dus daar hoefden geen gaten meer in. Al snel zagen we een great barracuda, een Stingray, die op de voet gevolgd werd door een visje. We zwommen eerst over een stukje tanker wat wel open lag. Er zwommen ongelooflijk veel vissen, waarvan veel kleurrijke en zelfs zeldzame vissen. De vrij zeldzame Rock Beauty zie je maar zelden, maar hier zwommen er aardig veel. In de stuurhut van de zeesleper, welke erg klein was, zwommen ongelooflijk veel mooie visjes, waaronder erg kleine Queen Angelfishes. Ook liet Lisa ons Blenny’s zien. Blenny’s zijn ongelooflijk kleine visjes die in erg kleine holltjes zitten en meestal alleen hun kopje eruit laten steken. Ook erg leuk waren de Garden Eels die daarna in grote getalen in het zand zagen zitten. Het waren vooral Blackhead Garden Eels en die hebben het meeste weg van een tentharing met twee oogjes erin. Op het moment dat je dichterbij kwam ging de zee van tentharingen rechtop staan en schoven ze rustig terug in hun holletje in het zand. Ik had ze in onze “visbijbel” al wel op de foto’s zien staan, maar dit was de eerste keer dat ik ze in het echt zag. Ik vind ze vreselijk leuk beestjes door de eenvoud en de grote witte ogen met een groot zwart pupil erin. Toen we verder langs het wrak zwommen kwamen we de barracuda weer tegen. Dit keer zwom hij op ons af en boog vrij laat af, maar we schrokken er niet van. Ook zagen we de verwonding achter z’n kieuwen, blijkbaar heeft hij ruzie gehad met een andere onderwaterbewoner. Ook zagen we voor deze ontmoeting twee kleine Cowfishes naast elkaar zitten als een verliefd stelletje, starend naar een mooi uitzicht. We vonden het erg grappig om te zien hoe lief ze naast elkaar net boven het zand zweefden. Nu kwam een leuk gedeelte, namelijk het wrak in! Door een van de gemaakte gaten zwommen we om erin te komen. Vervolgens keken we rond in de ruimte waar een aantal vissen zwommen en het zonlicht net voldoende licht gaf om een beetje om ons heen te kijken. Via een opening in de bovenkant gingen we er weer uit. Het blijft erg speciaal, mooi en leuk om even in een gezonken wrak te zweven. Ook aan het begin van de duik keken we vanaf de zijkant van het wrak een gat in en konden we door het hele wrak heen kijken en zagen het zonlicht door de opening aan de andere kant komen. Er zwom ook een erg mooie porcupinefish, wat het nóg leuker maakte. Naast het wrak pakte Lisa uit het zand een seaurgeon. Dit is een groene kortstekelinge steen. Deze had onder zich een klein krabbetje. Ik pakte hem ook even aan en speelde even met het kleine krabbetj, waarna Lisa hem weer begroef. Leuk waren ook de Arrowcrabs die tussen de gaten van de zeesleper zaten. We zagen ze ook al met de eerste duik. Deze beestjes hebben we al eerder met een duik op Soufriere, St. Lucia gezien. Ze hebben het meeste weg van een langpootspin, maar dan met heldere kleuren en een lang, erg smal driehoekig lichaampje met kuifje erop. Nadat we dus weer uit het wrak waren gezwommen zagen we een balloonfish. Het was een ontzettend leuke ervaring dit allemaal te zien. We zagen nog veel meer tijdens de duik, maar het is teveel om allemaal op te noemen. Het was ook bij deze duik voor m’n gevoel alweer veel te vroeg om omhoog te gaan, maarja ik heb nog steeds geen kieuwen waarmee ik onderwater kan blijven ademen. Deze keer moesten we al op negen meter onze eerste safetystop maken, omdat het nitrogeen van de eerste duik er nog steeds niet helemaal uit was. Na één minuut konden we naar zes meter, waar we twee minuten moesten wachten, om op drie meter drie minuten te wachten. Tijdens het wachten was het zeker niet vervelen. Lisa leerde ons iets leuks. Ervaren rokers zullen weten dat je kringeltjes kan blazen met de rook die je uitademt. Met lucht kan dat ook onderwater. Je ademt heel diep in en haalt het ademstuk uit je mond. Dan houdt je je tong tussen je lippen en trekt hem snel terug terwijl je veel lucht uitblaast. Als je dat goed doet kan je erg grote kringels maken, wat mij drie keer lukte. Voordat ik het oppervlakte raakte zag ik de barracuda nog een keer onder me door zwemmen. Op de boot werden de spullen weer afgetuigd en vaarvast gemaakt. Terug op de kade werd alles uitgeladen. Nadat alles gezoet was riepen en floten Nico en ik naar onze boot. Wilma kwam na een vijf minuten wachten met de dinghy aanvaren. Na een kort bezoekje aan de boot gingen we terug naar de kant voor wat eten en om het duiken te betalen. Ook moest het dinghytankje gevuld worden, maar het tankstation had niks meer. Bij een snackbarretje vond Nico wat hapjes, maar het was niet fantastisch. Bij de duikshop rekenden we vervolgens af en liepen door naar de “uptown” oftwel het hoge gedeelte van de stad. Het was nogal warm en benauwd door de regen, dus was het vrij zwaar voor ons om via de steile weg omhoog te klauteren. Na een bezoekje aan de supermarkt vonden we Sipke, Astrid en de kids bij een Snackbar, vlakbij de Chinees van gisteren. Ik haalde een milkshake en hoorde hun verhalen aan. Ze waren naar de vulkaan geweest. De vulkaan is dood en de krater is nu zelfs tropisch regenwoud vertelden ze. Met z’n allen liepen we terug naar de dinghy’s. Meteen nadat we aan boord waren gegaan gingen ze snorkelen en ik ging even mee. Het was niet erg spannend, maar het zwemmen vond ik wel even lekker. Ik vond een Seaurgeon, net als Lisa bij de tweede duik, maar ik kreeg twee stekeltjes in m’n vinger, hoewel ik hem rustig oppakte. Het bloedde lichtelijk, maar nog lang niet genoeg om iets groots en gevaarlijks aan te trekken. Ik hield een andere vinger erop en hield m’n mond om geen paniek te zaaien. Gelukkig zwommen we vrij snel terug naar de boot, want het deed wel een beetje pijn. Boven water ging het gelukkig snel dicht en hield de pijn op. Tegen de avond gingen we met z’n vieren op de Citrine borrelen. Eerst speelde ik nog even Monopoly met Leonie, Stefan en Richard. Tussen Leonie en mij werd het nog lang erg spannend, maar ik won desondanks. Astrid had Nassi gemaakt. Ik ben hier niet z’n fan van, maar deze was wel erg lekker. Na het eten keerden we terug naar de boot en gingen lekker slapen. Dat lukte zeer goed na deze spannende, actieve, maar vermoeiende dag. Ciao!

maandag 29 mei 2006
Het volgende eiland is St. Eustatius, of Statia zoals de Engelsen zeggen. Stefan voer gezellig met ons mee. Helaas viel er weinig te zeilen en werd het dus tegen de wind in motoren. Hij ging al snel even slapen en ik volgde even later zijn voorbeeld. Als ik wakker wordt zijn we er al bijna en leggen we de boot voor anker. Helaas rolt het wel erg, maar het is wel minder dan bij Saba. De Citrine gooit ook z’n anker uit. Met de dinghy’s gaan we naar de kant om de uniformen tevreden te stellen en de kant te verkennen. Wij waren iets eerder bij het havenkantoor dan de Citrinecrew en gelukkig maar. Zij konden ons namelijk melden dat er locals met een betonschaar sloten aan het losknippen waren. Miklós ging er eerst heen en later ging ik ook even kijken. Wij hadden de dinghy’s aan een stalen trapleuning bevestigd, maar blijkbaar mocht dat niet. Dit was lastig voor de locals omdat ze daar hun in- en uitlaadpunt hadden. Één dinghy hadden ze al losgeknipt, maar wij konden hem gelukkig op tijd verleggen. We begrijpen dat het lastig voor ze is, maar er staat nergens een bordje dat het niet mag of dat het niet gewenst is. Het is een rare manier van doen om zomaar de betonschaar te pakken en zo de sloten eraf te halen. Het liep dus gelukkig goed af, want discussie voeren met locals is niet altijd de handigste oplossing. Als we weer verdergaan regent het en dus duiken we een bar/restaurant in. Het is een Nederlands eiland en dus hopen we dat ze hier bitterballen hebben. Helaas hebben ze ze niet, maar ze maken wel een schaal met hapjes voor ons. Er komen kipnuggets, kleine worstcroissantjes en soort grote bitterballen op tafel. De grote bitterballen kunnen we qua smaak niet echt plaatsen, maar ik vind ze wel lekker. Na dit hapje rekenen we af en gaan we verder. We lopen langs een redelijk mooi stadje, een monument voor Koningin Wilhelmina en het Oranjefort. Vanaf hier hebben we een mooi uitzicht over de baai. De nodige foto’s worden gemaakt terwijl we over de “Graafweg” en de “Queen Beatrixweg” lopen. Tegen de avond gaan we uit eten. We gaan voor de Chinees. Het eten is redelijk. Het leukste is nog de enorme spin die iemand in de WC ontdekt. Die hebben we gelukkig in Nederland niet. Na het eten lopen we de steile weg naar beneden, terwijl we bijna niks zijn bij gebrek aan lantaarns. Zonder gebroken botten komen we bij de dinghy’s en keren terug naar de boten. Nog even een naborrel en dan gaan we gezamenlijk naar dromenland. Ciao!

zondag 28 mei 2006
Een druk dagje vandaag. Eerst begonnen we met snorkelen bij een rots. Aan een mooring voor duikersboten legden we de dinghy’s vast en doken te water. De rots liep erg steil af en de bodem lag zo’n 25 meter onder ons. Al snel zagen we een barracuda voorbij zwemmen, maar hij ging gewoon z’n gangetje. We zwommen verder om de rots en zagen erg mooie Black Durgons, ovale zwarte vissen met fluorescerende blauwe lijnen op z’n vinnen. Er lag ook nog een kleinere rots naast onze rots en we konden er mooi tussendoor zwemmen waar we onder andere de geelzwarte Rock Beauty zagen. Nadat we erdoor waren gezwommen zag ik op de bodem een totaal met zand bedekte Stingray. Alleen z’n ogen en z’n staart waren nog zichtbaar. Ik zag hem ook vanaf het oppervlak, maar het was lastig om de andere hem te wijzen. Uiteindelijk vonden Nico, Sipke en Miklós hem, maar de rest bleef maar in de rondte turen. Met Miklós zwom ik verder waar we opnieuw de Barracuda zagen zwemmen. Nu waren we een rondje om de steen gezwommen en daarom konden we wel weer terug naar de dinghy. Nico en Wilma waren er al ingeklommen en voeren naar ons toe. Met z’n vieren voeren we terug richting de Oceans4. Het viel me op dat Sipke, Astrid en de kids naar een andere plek gingen, in plaats van naar de boot. Ik vroeg of Nico nog zin had en dat had hij. Nadat Miklós en Wilma weer op de boot waren, gingen wij nog even naar de nieuwe plek toe. Daar lagen we al snel in het water, nadat we onze dinghy weer aan een mooring hadden vastgelegd. Richard bleef in de dinghy van de Citrine, maar de rest zwom al voor ons. Toen we bij ze waren zagen we meteen al een enorme Barracuda. Deze jongen was een krappe twee meter, maar groot genoeg om je even de stuipen op het lijf te jagen. Meteen zwommen we naar ondieper water, in de hoop dat hij daar niet zou komen. Maar toen ik met Sipke en Leonie erheen zwom kwam hij ineens recht op ons af en dus maakten we op topsnelheid een bocht naar rechts, terwijl we hem nauwlettend in de gaten hielden. Hij week ook uit naar rechts en dus zwom hij van ons af. In het ondiepe water zei Sipke: ‘Ik ben niet gauw bang voor die beesten, maar deze kwam wel heel dichtbij!’ Gelukkig werd iedereen nu wat rustiger en werden we afgeleid door een grote school Surgeonfish. Maar nu hij van ons afzwom zwom hij dus richting dieper water waar onder andere de dinghy’s lagen. Dat is op zich geen probleem, want die vallen ze niet aan, maar Richard had inmiddels zijn snorkelspulletjes aangedaan en was te water gesprongen. Astrid: ‘Ehhh Sipke, ga jij hem maar even halen, als Richard die Barracuda tegen komt schrikt ie zich lam’ Sipke ging Richard dus halen en kwam gelukkig even later veilig terug. Maar toen we weer richting dieper water keken, was hij er weer en dit keer zwommen we in een erg ondiep en smal stukje water. Met z’n allen zwommen we naar achteren, waarbij ik met mijn hand per ongeluk wat koraal raakte. Gelukkig bleef het dit keer ook bij een ‘close pass’ en hield ik er in ieder geval alleen een beetje pijnlijke arm aan over. Ik vond het nu wel meer dan genoeg en dus zei ik dat we maar beter uit zijn (waarschijnlijke) territorium konden zwemmen. Langzaam deden we dit ook en kregen geen bezoek meer van onze ongenode gast. Wel zagen we nu prachtige vissen waaronder een French Angelfish, met z’n prachtige heldere kleuren. Daarna klommen we weer in de dinghy’s en voeren terug.

Deel II: De kant op

Nadat iedereen weer droog en fit was wilden we de kant op. Dat is normaal niet zo inspannend, maar op Saba wel. Om in het stadje te komen, wat ze nog wel “The Bottom” hebben genoemd, moet je wel eerst even 800 treden omhoog klimmen. Ik had zelfs gister al gezegd dat het slim zou zijn de trap te beklimmen, vóórdat de zon over de heuvels zou komen. Maar deze domme Nederlanders denken dat ook wel even te kunnen doen op het heetst van de dag. Met de dinghy van de Citrine gaan we met z’n allen naar het kleine strandje toe, waar de trap begint. Hun dinghy heeft namelijk een harde bodem en dus zou het met een harde ondergrond makkelijker landen zijn dan met onze rubberen bodem. Het scheelt ons ook een heleboel eventuele schade aan de rubberboot. Met z’n negenen gaan we dus in de dinghy die net iets langer is dan die van ons. Bij het strandje aangekomen blijkt er een flinke branding te staan. Nico en Sipke besluiten dat het moet kunnen om met de harde bodem de dinghy gewoon het strand op de schuiven tussen twee golven in. De dinghy glijdt dus het strandzand op en iedereen probeert zo snel mogelijk eruit te komen. Dit lukt niet iedereen en er komt een golf van achteren binnen. De anderen springen er nu ook uit, waarbij Stephan in diep water beland en zelfs bijna kopje onder gaat. De dinghy vol water wordt een stuk op het strand gesleept door Sipke, Nico, Miklós en ik. Als het water er helemaal uit is leggen we hem nog hogerop en binden hem aan een zware steen. Eerst moeten we over een hoop grote losse keien lopen om bij de trap te komen en dan begint de klim. Met Richard en Stephan loop ik voorop. Al gauw vinden we een dode uitgedroogde slang, waarbij je duidelijk z’n skelet kan zien zitten. Of hij heeft de trap naar beneden niet overleefd en is door de hitte gestorven of een meeuw heeft hem uit het water gevist en hem op de trap op zitten peuzelen. Dat tweede lijkt me onwaarschijnlijk aangezien het skelet nog helemaal in tact is. De nodige foto’s worden ervan gemaakt en we lopen verder. Met af en toe een pauze in de schaduw bereik ik met de twee jongens als eerste de top. Het is vreselijk warm en vermoeiend geweest en dan te bedenken dat er ooit, over dezelfde trap, een hele orgel omhoog is gesjouwd! In de schaduw en in de wind zitten we tot na twee minuten Miklós boven komt en een tijdje later volgt de rest. Wilma en Leonie zitten er helemaal doorheen. Ik ben ook aardig moe en zweet net als iedereen de poriën uit me lijf. We zitten een kwartiertje in de schaduw en lopen tot aan boven op de heuvel, waar een overdekt stukje is, met uitzicht op de baai. Ik wil graag verder lopen, op zoek naar wat drinken en Richard gaat mee. Als we vijf minuten verder langs het ziekenhuis en de kerk lopen gaat er een lichtje branden. Jan, de opstapper van Michiel op de Pas De Deux, zei altijd: ‘Tegenover de kerk is de bar!’ Als dan ook nog luide muziek mijn oren binnendringt weet ik waar ik moet zijn. Vijftig meter bij de kerk vandaan staat inderdaad een bar. Ik bestel twee Sprite en een grote fles koud water en laat het op een rekening staan. Leonie is ons gevolgd en gaat bij ons zitten. Terwijl ik sta te bestellen wordt ik in het Nederlands aangesproken door een local. Samengevat zei hij dit: ‘Waarom liggen jullie niet in Fort Baai, daar kan je gewoon met een taxi zo het dorp in komen.’ Oftwel: ‘Wie is er nou zo dom om in deze hitte “The Ladder” te gaan beklimmen. Het argument is dat het daar erg rollerig is, maar aangezien dat in de deze baai ook het geval is, denk ik dat het argument van het ouderlijk gezag toch in het niets valt. Tien minuten later komt de rest ook aansjokken en bestellen zij ook wat te drinken. De fles water is in no-time op, maar dat is ook niet zo gek. Als we allemaal weer zijn bijgekomen en afgekoeld, lopen we nog een stuk door het dorpje. Het is er erg vredig. Geen lawaai, weinig mensen op straat en veel groen. We leggen alles vast op foto. Bij de bakker halen we nog even wat brood en een ijsje, waarna we verder lopen langs onder andere de Juliana Bibliotheek. Tegen het einde van de middag klimmen we weer naar beneden. Samen met Richard en Stephan lopen we zonder te stoppen in een aardig tempo de trap af. Eenmaal beneden ga ik meteen even zwemmen en de jongens volgen. Na tien minuten badderen komt de volgende pas beneden aan en een kwartier later ligt een groot deel van de groep te water. Op de boot is iedereen wel aardig moe en gaat dan ook even lekker zitten. ’s Avonds eten we met z’n allen bij de Oceans4 aan boord en gaan na het eten lekker slapen. Saba heeft ons aardig laten zwoegen, maar het was het waard. Het is een eilandje als geen ander, dat staat vast. Laat de schoonheid van dit eiland voor altijd behouden blijven. Ciao!

zaterdag 27 mei 2006
Iets later dan gepland werd het anker opgehaald. Miklós was nog even naar de Silencio gegaan om afscheid te nemen, maar voor die ene dag extra vonden wij dat wat overdreven. We voeren gewoon nog even langs en hezen vervolgens de zeilen. Op de motor voeren we tot aan de boot van Sipke en Astrid, maar daarna mocht hij uit. Ik ging binnen even wat lezen tot het te warm werd. Ik zag dat de Sunsail voorlag en daar mocht wel even verandering in komen. Ik ging lekker buiten weer tegen de reling aanliggen en muziek luisteren in het zonnetje. Al snel kwam er al meer wind en begonnen we eindelijk een beetje te lopen. Langzaam haalden we ze in en voordat we Saba bereikten lagen ze een flink stuk achter ons. Je mocht er niet ankeren en dus moesten we moorings pakken. Helaas lagen die wel honderd meter van elkaar vandaan. Ook jammer was de swell (oceaandeining) die binnenkwam, waardoor we erg lagen te rollen. Al snel kwamen Sipke en Leonie naar ons toe gesnorkeld, gevolgd door Stephan, Richard en Astrid. Sipke dacht een barracuda gezien te hebben en Leonie vond het niet leuk dat hij dat verteld had. Nico en ik sprongen er ook met snorkelspullen in en gelijk zag ik dat er minuscule kwalletjes in het water zaten, die staken, maar erg veel jeuk of pijn gaf het niet. Ik zei maar niks om de kids niet bang te maken. Toen ze even later weer terug zwommen moesten ze tegen de stroming in zwemmen. Stephan gaf op en kwam weer bij onze boot aan. Ik bracht hem daarom weg met de dinghy. Leonie was inmiddels al met de kano deze kant op geroeid en die kon dus weer terug. Sipke, Astrid, Nico en Wilma gingen daarna naar de stad en uniformen om het nodige te regelen. Ik speelde Monopoly op de Citrine met Richard, Stephan en Leonie. Richard lag er vrij snel uit, omdat hij verkeerd geruild had. Toen ik er vrij goed voorstond stopte ik Leonie en Stephan 1500 Dollar toe om te besteden, wat erg veel is, maar zelfs dat hielp ze niet het hoofd boven water te houden. Ik heb dus me best gedaan nog te verliezen, maar dat lukte niet. Leonie werd uiteindelijk tweede. Het was inmiddels al etenstijd aan het worden en ik werd uitgenodigd om te blijven eten. Dat mocht van Wilma en aangezien Astrid iets erg lekkers ging maken, vond ik dat niet bepaald erg. Terwijl de etensgeuren naar buiten kwamen speelden we een potje pesten. Richard won bijna, maar door zijn eigen schuld kreeg hij ineens heel veel kaarten erbij en was hij boos. Sipke wilde het nog uitleggen, maar hij zat alleen maar boos op de bank. Wij hadden er alleen maar lol om, want het ging nergens over. Na een kwartiertje spelen kwam het eten naar buiten en dat werd snel opgegeten omdat we honger hadden en het gewoon erg lekker was. Ik bood Astrid daarna nog aan om te helpen met afwassen, maar dat hoefde niet. Nadat ze het zelf had gedaan gingen alle lichten uit en keken we naar de sterrenhemel. Het was erg helder op een paar wolken na. Voor het eerst zag ik de echt kleine beer, net onder de grote beer. Wat wij in Nederland voor de kleine beer aanzien is dus niet de officiële kleine beer. De echte is ook een stuk groter en hangt onder de grote beer. Erg mooi dus om te zien. De kinderen gingen daarna naar bed en ik dronk met Sipke en Astrid nog wat na, terwijl ik ze uithoorde over Amerika, wat ik erg leuk vond. Tegen elven werd ik door Sipke teruggebracht. Van het zeilen was ik wel aardig moe geworden en dus sliep ik vrij snel. Ciao!

Terug naar Yoricks dagboek