Yoricks dagboek deel 9: Sint Maarten - Azoren

Vrijdag 30 juni 2006 tot maandag 3 juli
Deze dagen lagen we op Horta en over het algemeen gebeurde er niet veel. Natuurlijk werden de WK-wedstrijden gevolgd en zagen we hoe Brazilië en Engeland uitgeschakeld werden, wat we erg jammer vonden. Engeland Portugal keken Miklós en ik met Ronald en Ted van de Vijla, die we op Sint Maarten ontmoet hebben. Hier op Horta gaan we veel meer met ze om en dat is erg gezellig. Ted is zes jaar oud, kan lullen als brugman en kan zeer slecht tegen z’n verlies. Zo was hij helemaal overstuur nadat Engeland eruitgeschopt werd door penalty’s. Ronald zei: ‘Stil maar Ted, ik heb nog wel een Braziliaanse vlag voor je voor vanavond,’ waarop Ted weer blij keek en zei ‘Dankjewel schat!’ waardoor ik in een stuip lag. Elke dag begon zo’n beetje met een wedstrijd, daarna werder geluncht en na even op de computer zitten of rondlopen begon de volgende. Tussen de wedstrijden door en op dagen zonder wedstrijden werd er wel gewerkt aan onze muurschildering. Omdat we niet zoveel tijd hadden is het ontwerp simpel gehouden en nog duurde het een dag of vier voordat het af was. Maar na al het gemeet en geverf is hij toch erg mooi geworden en gaat hij ons geluk brengen, aldus de muurschilderinglegende in Horta. ’s Avonds gingen we daarna verder naar Peter’s Café, waar we dan vaak aten en het nodige dronken. Soms werd daarna nog een film gekeken en zo werd het vaak aardig laat. Één avond gingen we naar een ander restaurant genaamd “Canto do Mar.” Het is erg bekend op Horta en dus moesten we een dag van te voren reserveren. In plaats van de normale manier van doen kregen we gloeiend hete stenen voor onze neus en mochten we zelf allerlei soorten vlees, vis, inktvis en octopus erop gooien. Ik probeerde een klein inktvisje waar alles nog op en aan zat. Ik zette hem recht op de steengrill en z’n tentakels krulde gelijk om. Toch haalde ik nog even een oog eruit, want dat zag er toch niet zo fris uit. Na een tijdje toekijken hoe hij van kleur veranderde at ik hem op. Het smaakte eigenlijk nergens naar, net als het stukje octopus van daarvoor, maar echt vies was het ook niet. Ik wilde het gewoon een keer geprobeerd hebben, maar zoals ik al zei, zoveel was er niet aan. Erg leuk was de één na laatste dag op Horta, want toen kwam Vincent, de vader van Florian en Naomi terug uit België. Direct toen zij op Horta aankwamen moest hij naar België om z’n gezicht op het werk te laten zien en toen wij aankwamen was hij er dus niet. Maar nu kwam hij dus weer terug en zagen we hem ook weer sinds Gomera, Canarische Eilanden. Hij had zelfs een doosje Belgische bonbons voor ons meegenomen, waar we erg blij mee waren. Door vertraging was hij nu wat moe en ging naar de boot, maar de dag erop hebben we lekker met hun allevier, de Silencio en nog twee Belgische mensen die we minder goed kennen geborreld tot laat. Om een uur of een, half twee keerden we terug naar de boot en morgen vertrekken we alweer om 06:00 wat eerst 05:00 was. Dus nog even snel drie uurtjes slapen en dan vertrekken we naar het eiland Terceira. Ciao!

Donderdag 29 juni 2006
Even geen WK-wedstrijden vandaag, dus een mooie gelegenheid om het eiland te verkennen. De Belgen gaan ook gezellig met ons mee en dus huren we een busje. Nico heeft het busje al opgehaald en naar de haven gereden als wij aan komen lopen. De Belgen halen we bij hun boot op en daar gaan we. We hebben een klein kaartje van het eiland, maar hij is goed genoeg om de weg te kunnen vinden. Dit keer gaan we rechtsom het eiland voor de variatie en komen al snel op een uitkijkpunt uit. Vanaf hier kunnen we het stadje Horta zien en de haven waar onze Oceans4 ligt. Zoals de gidsjes vertellen staan er inderdaad ontzettend veel Hortensia’s langs de weg wat een mooi beeld geeft. Als we even later in een klein dorpje aankomen moet er eerst koffie gedronken worden. In een heel klein barretje vinden we wat we zoeken en blijven even rustig staan kletsen. Ik heb mijn cola al snel op en ga even op straat kijken. Erg bijzonder is de kerk die behoorlijk verwoest is, door een voor ons onbekende oorzaak. Het dak is ingezakt en de planten groeiden al binnen. Het levert een paar mooie foto’s op. Na nog wat rondstruinen gaan we verder. Ons hoofddoel is het vinden van de vulkaan op het eiland. Maar alles wat op ons pad komt nemen we natuurlijk gewoon mee. Zo komen we bij het een uitkijkpunt uit dat uitkijkt over een stukje kust, waar een groot containerschip op is geknald. Een Nederlands bedrijf bergt het schip hebben we al gehoord dus dat willen we wel even zien. Eerst zien we niks, maar als ik iets verder loop zie ik een kraan en later ook een platform, aan bok en het schip zelf, wat inmiddels op het oppervlakte drijft en overeind gehouden wordt door kabels. Ik roep de anderen en vanaf een klein bruggetje kijken we door een spleet in de rotsen naar het schip. Dan besluiten we naar beneden te rijden om het vanaf dichtbij te bekijken. Daar aangekomen zitten de bergers te lunchen en als we horen dat er ook Nederlands wordt gesproken maken we een praatje met een paar van hen. Ze vertellen dat ze hier nog wel een jaartje bezig zijn, want alles moet weg, inclusief de containers die onder water liggen. Één van hen blijkt op onze thuishaven in Monnickendam gewerkt te hebben en hij herkent Nico en Nico herkent hem. Wat is de wereld toch klein zullen we maar zeggen. Na een half uurtje gaan we verder en lunchen we in het volgende kleine dorpje. Met een volle maag rijden we verder en slaan we een klein weggetje in, waar een bordje met de naam van de vulkaan op staat. Na een kwartiertje rijden en koeien ontwijken komen we aan het eind. Als we uitstappen is het voor ons gevoel ijskoud, maar dit moet de plek zijn waar we heen wilden. We lopen door een tunnel die helemaal begroeid is en komen uit op een soort balkon aan de binnenkant van de krater. Vanaf deze hoogte kunnen we de helemaal begroeide vulkaan in ons opnemen en wat een mooi uitzicht is het. Een half uur kijken we onze ogen uit. Ik probeer via een dertig centimeter smal paadje nog wat hogerop te klimmen, maar het is vochtig en daardoor glad en te gevaarlijk om erg ver te lopen. Uiteindelijk krijgen we het wel erg koud en vluchten we terug het busje in. Tijd om verder te rijden. De volgende bestemming is een stukje eiland dat rond 1957 is ontstaan. Er is ongeveer 2,5 km² bijgekomen. We lopen rondom de verwoeste vuurtoren die ooit op het uiteinde van het eiland stond, uitkijkend op het nieuwe stuk land. Op de helling van het nieuwe gedeelte hebben mensen teksten neergelegd met stenen. Blijkbaar probeert men zich overal te vereeuwigen, net als op de haven. In een klein museumpje zien we beelden van de uitbarsting en mooie foto’s van de gebeurtenis. Erg bijzonder om te zien hoe nieuw land uit het water oprijst. De volgende stop was ook bijzonder, namelijk de walvisverwerkingsfabriek. Het ligt vlak bij de haven, dus daarmee werd ons rondje compleet. We liepen naar binnen waar al een rondleiding bezig was, maar dan in het Portugees. Tot deze afgelopen was keken we in het rond en zagen enorme machines. Toen de rondleiding klaar was kwam de oude man naar ons toe en begon ons rond te leiden. Hij sprak een klein beetje Engels, maar voor zijn leeftijd is hij waarschijnlijk de enige. Hij deed erg z’n best en kon alles goed genoeg uitleggen. Zelf had hij geroeid in de boten, maar nooit een harpoen geworpen, want dat vond hij vreselijk om te doen. De walvissen werden door een enorme poort naar binnen gesleurd, in stukken gezaagd en in de machines geworpen, die de rest deden. Achteraf bedankten we hem zeer voor z’n inspanningen en kregen we allen een poster en kochten we er nog twee met allerlei walvissen erop. We deden nog even boodschappen en keerden terug naar de haven. ’s Avonds aten we in Peter’s wat hier een erg bekende bar is en na het eten gingen de nodige biertje erdoorheen. Een geweldige dag dus. Ciao!

Zondag 4 juni 2006 tot woensdag 28 juni 2006
De laatste dagen op Sint Maarten werd er naar de oversteek toegeleefd. Veel uit eten, nog even iedereen uitgebreid spreken die we lang niet meer gaan zien en natuurlijk gewoon veel lol hebben. De nodige dingen werden gerepareerd, nagekeken en ingeslagen, zodat we niet voor verrassingen zouden komen te staan. Op dinsdag 6 juni vertrokken we dan eindelijk. De meeste Nederlanders die teruggaan drijven al ergens bij de Azoren of zijn er al, maar wij gaan er nu gewoon achteraan. De Silencio zou tegelijk met ons oversteken, maar Esmeralda die een tijdje ziek is geweest was nog niet genezen verklaard door de dokter. Ze voelt zich prima, maar de bacteriën zijn nog niet helemaal uit haar bloed verdwenen, voor zover ik het begrepen heb. Erg jammer vinden we het wel, het is natuurlijk leuker om met z’n tweeën over te steken, maar het is niet anders, wij moeten immers ook op tijd terug naar Nederland en we hebben eindelijk goed weer. Het waait aardig hard als we langs Anguilla naar buiten varen. Ik wordt ineens erg moe, maar binnen is het véél te heet om te gaan slapen en buiten is geen plek. Daarbij wordt ik door de wilde zee misselijk en die combinatie zorgde ervoor dat ik al de eerste dag moest overgeven. Niet echt een lekkere start dus, maar het loopt gelukkig wel hard. Een paar dagen later wordt het iets rustiger en krijgen we bezoek van dolfijnen, terwijl we naar de zonsondergang keken, erg mooi dus. Opvallend zijn dan golven die zo’n halve meter hoog zijn, wat niks is met de 4 meter hoge golven van de heenreis. Dat is maar beter ook want nu komen ze van de zijkant en niet mooi van achter. Dat maakte ook dat we midden op de dag een keer walvissen zagen, nog geen 100 meter bij de boot vandaan. Dit keer zagen we de enorme ruggen boven het wateroppervlak uitsteken en ze waren enorm. Het wachten is op een walvis vlak naast de boot, maar dit is ook al geweldig. De rest van de reis hebben we ze helaas niet meer gezien, maar wel ongelooflijk veel dolfijnen. Zo kregen we een keer ineens bezoek van, naar schatting, zo’n 15 tot 25 dolfijnen, waarvan er tien onder de boot zwommen. Ze bleven ongeveer een half uur bij ons waarna ze verder gingen met jagen, het was geweldig en natuurlijk erg goede afleiding op zo’n tocht. Om de tijd de doden speelden we vaak ‘Mens erger je niet,’ wat altijd weer ruim een uur van de dag in beslag nam. Ik las veel, speelde op m’n PSP en luisterde muziek. De wachten gingen erg goed, maar er moest wel vaak bijgestuurd worden, waardoor ze minder relaxt waren dan op de heenweg. In tegenstelling tot de heenweg zagen we nu ook meer schepen, dus moest er even goed opgelet worden. Erg balen was natuurlijk dat de voorrondes van het WK speelden terwijl wij aan het varen waren. Gelukkig konden we via ons SSB-radio de wereldomroep ontvangen die met commentaar van Jack van Gelder de wedstrijden uitzond. Zo hoorden we hoe Nederland zich plaatste voor het WK. De wedstrijd tegen Portugal zouden wel net wel of net niet redden. Twee dagen voor de wedstrijd hadden we nog veel diesel en besloten we de motor aan te zetten. Als we constant minstens zes knopen zouden lopen zouden we de wedstrijd kunnen zien. Dit zou extra leuk worden aangezien de Azoren Portugees zijn. Na twee dagen flink doorvaren bleek dat we het toch haalden. Wel werd het nog even spannend toen vijfhonderd meter voor de pier de motor uitviel, diesel op. Gelukkig hadden we nog 10 Gallon (38 liter) in jerrycans en dus tankte ik bij terwijl Nico het doorpompte in de motor. Na een kwartiertje drijven liep de motor weer en voeren we de havenbinnen, direct naar de tanksteiger. We wilden gelijk tanken, maar de havenmeester wilde eerst papieren zien, dus Wilma ging mee naar het kantoor. Terwijl we bezig zijn komen onze Belgische vrienden Naomi (15) en Florian (12) naar ons toe lopen, die we sinds Gomera, Canarische Eilanden niet meer gezien hebben. Ook de Wouter en Saskia van de Schorpioen kwamen naar ons toe. Erg leuk dat zij er nog zijn, aangezien aardig lang voor ons al zijn overgestoken. Terwijl we iedereen gedag zeggen werken we door en een half uur later krijgen we onze plek aangewezen naast een Amerikaan. Miklós en ik namen even snel een douche en daarna gingen we snel met z’n vieren naar de bar op de haven om de wedstrijd te volgen. Met een groep van bijna 20 Nederlanders tegen 30 portugezen moedigden we Oranje aan. Helaas mocht alles niet erg baten en moesten we toezien hoe Nederland verloor door o.a. zeer slechte arbitrage. De verslagenheid heerste, maar het was dan ook een ongelooflijk onverdiende nederlaag. Enige opluchting was het nieuws dat Figo de volgende dag alsnog rood had gekregen, maarja daar hebben we helaas niks meer aan. De dagen die volgden vulden we met andere WK-wedstrijden kijken, lekker eten en het zoeken van bekende muurschilderingen van andere boten. Op Horta is het traditie om een eigen muurschildering te maken. Zo vonden we die van de Thalassa uit ’98, van de familie Granada/Langedijk en die van de Jan Steen uit 2003 van de Familie Zwart/Meerding, welke we beide erg mooi vonden. Ze waren beiden nog goed in tact en zo konden we er mooie foto’s van maken. Wij gaan ook in de komende dagen een ontwerp schilderen, zodat ook wij hier vereeuwigd worden. ’s Avonds is het hier ook vaak gezellig, het is pas rond een uur of tien donker en de cafees zijn tot laat open. Zo ontmoetten we Zuid Afrikanen, waarmee we een biertje hebben gedronken. Zij leveren een boot af ergens in de Middellandse Zee en zijn ook net een paar dagen hier. Morgen gaan we het eiland rond, eens kijken of het net zo mooi is als iedereen zegt. Daarbij kijken we uit naar het containerschip dat op de rotsen is gelopen en door een Nederlands bedrijf geborgen wordt, eens kijken hoe dat in z’n werk gaat. Ciao!

Terug naar Yoricks dagboek