12 juni
Vandaag zijn ze geboren.
De kindertjes van familie Lindepijlstaart.
Ze zitten in een grote bak. Hoeveel het er precies zijn weet ik niet.
Ik heb ze niet geteld. Papa en mama Lindepijlstaart zijn al lang weg.
De kindertjes moeten maar voor zichzelf zorgen, denk ik.
Rare boel toch? |
13 juni Ik heb plastic over de bak gedaan,
want ze kropen door de gaten in het deksel.
Ik denk niet dat ze papa en mama zoeken,
want een paar van mijn planten in de vensterbank hebben opeens bladeren met vreemde gaten erin. |
14 juni Ik heb niet eens verteld hoe ze er uitzien.
Ze zijn groen. Hebben hele kleine haartjes overal
en een grote zwarte pijl achter op het lijf.
(Nou ja voor zo’n klein beestje dan) |
15 juni
Er is al verschil.
Een paar rupsjes zijn groter dan de andere.
En de lindebladen in de bak krijgen allemaal gaten. |
16 juni De rupsjes spelen verstoppertje,
maar in de bak hoeft dat natuurlijk niet.
Ze hoeven echt niet bang te zijn dat ik ze zal opeten.
Dat lijkt mij niks,
zo’n groen beest met een pijl achter op het lijf,
opeten. |
17 juni
De blaadjes zijn niet meer vers, ik heb nieuwe geplukt. Blaadjes van de Lindeboom.
Maar denk je dat die beesten daar als een speer op afkomen? Welnee,
het duurt een hele poos voordat ik ze van het oude blad krijg.
Het lijkt wel of ze zichzelf aan de nerven van het oude blad hebben vastgebonden.
Wat zijn het toch domme beesten. |
18 juni
Misschien toch niet zo dom om precies op die nerven te gaan zitten.
Als ze dat in de boom ook doen, ziet een vogel hen niet zo gauw. |
19 juni

Ze vechten zag ik. De ene rups probeerde de andere van 'zijn' nerf te duwen. |
20 juni
Ik ben blij dat ik niet in die bak woon. Ze eten en poepen. Of ze weleens slapen weet ik niet.
Zo’n leven lijkt mij veel te saai. |
21 juni
De blaadjes zijn wel twintig kear zo groot als de rupsen zelf.
Als ik ze in de bak stop tenminsten. Na een paar dagen is er bijna niets meer van over.
Wat een vreetzakken. |
22 juni
Ik heb ze nog steeds niet geteld en dat kan best makkelijk. Ik hoef niet in een boom te klimmen. |
23 juni
De lindebomen bij ons in de straat zijn helemaal niet kaal.
Ik denk daarom dat de meeste rupsen zelf zijn opgegeten. |
24 juni
Morgen zal ik ze echt tellen. |
25 juni
Ja, de bak mag wel eens schoongemaakt worden. Kan ik meteen tellen hoeveel rupsen er zijn: tweeënveertig. |
26 juni
Die zwarte pijlen zijn al lang niet zwart meer maar geel en rood. |
27 juni
Ze moeten steeds vaker nieuwe blaadjes hebben. Maar wat krijg ik ze moeilijk van het oude blad.
Het lijkt wel of ze aan het blad vastgegroeid zijn. |
28 juni
Die blaadjes worden trouwens door veel meer beesten opgegeten.
Elke keer als ik een paar pluk moet ik groene bladluizen wegspoelen.
En soms zit er ook een wit spinsel op, dat spoel ik er ook maar af. |
29 juni
Ze vechten echt. Met de koppen tegenelkaar aan. Ze kruipen helemaal omhoog langs de kale nerf.
Want het blad is al weggevreten. En dan twee of drie tegelijk over dezelfde nerf.
Als eentje niet aan de kant gaat, kruipt de andere gewoon over hem heen.
En als ze dan boven niet meer verder kunnen, slaan ze met de koppen tegenelkaar aan.
Niet één is van plan de nerf los te laten. |
30 juni
Ze worden steeds groter. Ik kan ze dan ook wat beter bekijken en ik denk dat ze niet eens ogen hebben.
Misschien dat ze daarom zo met de koppen tegenelkaar aan slaan. |
1 juli
Ze snijden met de kaken een hoekje van het blad af. Zoals wij een heggeschaar gebruiken.
De kaken wijd uitelkaar en met een klap weer dicht. Heel snel gaat het.
Die beesten moeten goed kunnen slikken want ze happen maar door. |
2 juli
Vandaag vroeg een jongetje of hij een paar rupsen mocht hebben. Hij heeft drie meegekregen.
Tweeënveertig rupsen in een bak is veel te veel. Hoog tijd dat er nog meer weggaan.
In de vrije natuur blijven ze echt niet bijelkaar. Daar zullen ze vast ook niet zo met elkaar vechten. |
3 juli
Het gaat steeds maller. Vandaag zag ik een rups door de bak vliegen. Twee rupsen zaten nog op het laatste stukje nerf,
ze klapten met de koppen tegenelkaar aan en de derde vloog door de bak en belandde op de bodem. Er moeten echt een paar weg. |
4 juli
Ik schrok toen ik het stukje kop en de pijl zag liggen. Helemaal doorzichtig was het.
Nu eten ze elkaar op, dacht ik. Maar toen ik de bak had schoongemaakt en er nieuwe bladeren in had gedaan,
telde ik toch negenendertig rupsen. Dat klopt, er zijn drie weggegaan.
Het stukje kop en de pijl was dus enkel het velletje van een rups die een grotere jas had gekregen. |
5 juli
Vandaag was er wel eentje weg. Wel vier keer heb ik ze geteld maar het bleven er achtendertig rupsen.
Het kan natuurlijk zijn dat ik per ongeluk eentje heb weggegooid met de oude bladeren.
Of, de anderen moeten hebben gedacht dat hij een blaadje was. Zeker is dat zes rupsen vannacht zijn doodgegaan.
Ik denk dat er wat misgegaan is bij het vervellen. |
6 juli

Nu zijn er twee keer zestien rupsen. Want ik heb ze over twee bakken verdeeld.
Maar dat zal ook wel gauw teveel zijn. |
7 juli
Het is teveel. In de ene bak zitten nog zestien rupsen, in de andere vijftien.
Ze kruipen steeds overelkaar heen en slaan met de kop heen en weer.
Maar de bovenste rups laat zich niet zo snel wegslaan. Ik heb eens zo'n rups op mijn hand gezet.
En ik kan je vertellen, het valt niet mee om hem weer van je hand te krijgen.
De achterste poten zuigen zich vast lijkt het wel.
Alleen als de rups zelf doorloopt krijg je hem los.
Veertien rupsen stappen nu ergens bij ons in de tuin rond.
Ze kunnen best voor zichzelf zorgen en eigenlijk hoort dat ook zo. |
8 juli
Nog zeventien rupsen. Dat is nog steeds teveel. De grootste rupsen zijn 3cm lang. Ze zijn groen.
En hebben gele en rode, dwarse streepjes over de zijkanten van het lijf.
De laatste streepjes boven de achterpoten zijn wat breder en gaan over in de pijl.
De pijl is ook rood en geel en het uiterste puntje groen. De rupsen hebben zes grijppoten,
voor. Acht steunpoten in het midden en twee achteraan.
Eigenlijk kan je beter zeggen: één achteraan want die twee laatsten zijn aanelkaar vastgegroeid.
In het midden van die achterste poot zit een rode stip.
De kop lijkt wel een driehoekje en heeft ook een (veel kleinere) rode pijl.
Ogen heb ik nog niet gevonden.
|
18 juli
Het is al tien dagen geleden dat ik voor het laatst wat heb opgeschreven.
De rupsen zijn in die tijd flink gegroeid. Er zijn nog steeds vijftien. Ze hebben echt geen ogen,
of het moeten die hele kleine donkergroene stipjes onderaan de kop zijn.
Maar ik weet zeker dat ze niet veel kunnen zien.
Het lijkt of tasten ze met hun kaken af of er iets eetbaars is. Gisteren had ik een rups op mijn hand.
Het voelde alsof hij mij wilde bijten, maar dat was niet zo.
Hij slingerde met zijn kop door de lucht, net een oud mannetje dat zijn bril zoekt.
De kaken waren dan ook veel te ver van mijn hand af om te kunnen bijten. Het waren de poten.
Er zit een soort zuignapje aan elke poot en het voelt alsof je door het beest wordt gebeten, elke keer als hij een poot optilt.
Ik heb hem maar snel weer in zijn bak gedaan.
De grootste rups is nu 4,5cm lang en de pijl wordt donkerblauw.
|
28 juli
Weer tien dagen later. Er is heel wat veranderd in die tien dagen.
De rupsen zijn allemaal ongeveer 6cm lang geworden. Ik zie nu nog maar drie in de bak.
De anderen zijn in de modder gekropen om te verpoppen.
De laatste dagen hebben ze ook bladeren van de berk gegeten. Dat kan. Ik las het in een boek over rupsen.
Lindepijlstaarten eten Lindebladeren, natuurlijk zeg je misschien anders hadden ze die naam niet gekregen,
berkebladeren en bladeren van de eik.
|
3 augustus
Zo zien ze er nu allemaal uit.
Dit wordt wachten, tot mei 2005 denk ik. |
25 mei 2005
Vandaag kropen de eerste twee vlinders uit een pop. De eerste lijkt op de ouders. De tweede heeft meer groen.
|
26 maaie
Vlinder nummer drie, die ook weer op de ouders lijkt kruipt uit de pop. En vlinder nummer vier ook, hij heeft net als vlinder nummer twee meer groen.
Klik op de foto voor een grotere foto. |