

|
Vandaag zijn ze geboren. Dat heb ik al eens eerder geschreven. Maar toen had ik het over de Lindepijl staartrupsen. Ik kan het nu weer zeggen want vanmorgen zag ik dat er vijf kleine Wandelende Takjes in het potje met eitjes zaten. Ze zien er precies hetzelfde uit als de grote Wandelende Takken, maar wel veel kleiner natuurlijk. Ik heb ze gauw in een bak met klimopbladeren gezet, kunnen ze beginnen met eten. |
Vanmorgen waren er weer twee. Ze zitten bij de andere vijf in de bak. Er moet wel plastic onder het deksel want anders kruipen ze gewoon door de gaten. En zeker weten dat deze insecten kamerplanten eten. Ze hebben een voorkeur voor klimplanten. Straks zal ik even tellen hoeveel eitjes er eigenlijk in de bak zitten. Heel veel, dat weet ik wel. Vijfhonderdzesenvijftig zijn het vandaag. Dus als ze allemaal uitkomen heb ik straks vijfhonderddrieënzestig kleine Wandelende Takjes. Dat is wel een heel gewandel in één bak (de twee grote Wandelende Takken hebben een eigen bak). |
|
Weer vijf erbij. Dat zijn al twaalf in één bak. Ze wandelen zo mooi door de bak. De zes poten naast het lijf dat bij elke stap een beetje heen en weer wiegt. Het achterlijf krullen ze omhoog. Alsof ze groter willen lijken dan ze zijn. En groot zijn ze helemaal niet. Amper 1,5cm. Maar misschien hoort deze houding wel bij Wandelende Takken want de groten doen het ook en zij zijn 8,5cm lang. Gemeten van kop tot einde achterlijf. Ze hebben ook nog een paar grote sprieten op de kop en als ze die naar voren steken zijn ze nog langer. Vaak doen ze dat overdag ook. De sprieten vooruit, de poten langs het lijf en dan heel stil tussen de bladeren en takjes hangen, alsof ze zelf ook takjes zijn. |
Dat gaat mooi om en om. De eerste nacht vijf, de tweede twee, de derde vijf en ja hoor, vannacht zijn er weer twee uit hun eitjes gekropen. De eitjes zijn hele kleine donkere bolletjes met een geel ‘dekseltje’ erop. Net zaadjes. De grote Takken laten ze zomaar overal in de bak vallen, tussen de keuteltjes. Is niet zo vies als het klinkt, je kunt veel beter Takkenkeuteltjes in huis hebben dan die van een hond. Takkenkeuteltjes stinken niet en lijken nog het meeste op hagelslag, geen chocolade maar fruit, die gekleurde hagelslag: oranje en geel. (behalve dan de kleur, ze zijn wel gewoon bruin). |
|
Ja echt, dacht ik vanmorgen. Om en om want ik zag weer vijf kleine Takjes in het potje wandelen. Maar nummer zes had zich verstopt onder het stukje keukenpapier waar de eitjes op liggen. Twintig dus, of ze ook allemaal groot worden weet ik niet. Eén van de laatste Takjes heeft het eitje nog aan zijn pot hangen. Als hij dat ding niet kwijtraakt komt het niet goed met hem. |
En nu waren het er weer vijf. Vanavond nog eens twee. |
|
Ik gooi de eitjes in de vriezer. Dat las ik op ‘Takkezooi’. Als je teveel Takjes krijgt moet je zorgen dat de eitjes niet meer uitkomen. En dat kan het beste door ze in de vriezer te stoppen. Negen Takjes waren er vanmorgen. En de grote Takken smijten nog steeds nieuwe eitjes kriskras door de bak. Even tellen, ik had op vier september twintig. Vijf en twee erbij, zevenentwintig. Samen met deze negen, dat zijn er al: zesendertig! Zes zijn verhuisd naar de basisschool. |
Achtenendertig zijn er nu, denk ik. Ik zal ze eens even tellen als ik vandaag de bak schoonmaak. (Ik heb zopas weer negen in da bak gestopt) Gisteren die zes naar de basisschool. Ze krijgen een plaatsje op de kast bij groep vijf. En vandaag ligt er ook eentje dood in de bak. Verdronken, denk ik. “Hoe kan dat nu, er zit niet eens water in de bak,” zei iemand. Geen bak vol, dat is waar, maar die paar druppels water die langs de zijkant naar beneden rollen zitten wel in de bak. Kondensdruppels. En die zijn groot genoeg om zo'n klein Takje in te laten verdrinken. |
|
Ik heb ze gisteren niet eens meer geteld. Vanmorgen waren er vijftien. Dan zouden er dus drieenvijftig moeten zijn. Straks maar eens even tellen. Ik kom op éénenvijftig. Maar ze zijn zo klein en kruipen steeds doorelkaar, het kan best zo zijn dat er toch dreienvijftig zijn. Dode Takjes ben ik niet tegengekomen. Ik heb vandaag de bak van de grote Takken schoongemaakt. Ze hebben nog eens zevenendertig eitjes laten vallen. Op 1 september zei ik, dat als alle eitjes uit zouden komen, ik vijfhonderddrieënzestig Wandelende Takken zou hebben. Eén takje is doodgegaan. Met deze zevendertig van vandaag erbij, kan ik binnenkort vijhondernegenennegentig Wandelende Takken hebben. |
Toemaar. Weer twaalf erbij. Drieënzestig of vijfenzestig, ik weet het niet precies heoveel het er zijn. Het is wel druk in de bak hoor. Ze lopen allemaal heen en weer. Veel kruipen omhoog en hangen ondersteboven aan het plastic. Dat hoort ook bij wandelende Takken want de groten hangen ook altijd aan het deksel. Die grote takken hebben hele kleverige poten. Als ik ze op mijn hand zet, zitten ze vast. Geen lijm. Zuignapjes denk ik. Maar eens een keer bekijken met een vergrootglas, dat heb ik nog niet eens gedaan. Nummer dertien kroop vandaag ook uit zijn eitjes. Maar hij zit niet in de bak, met nog drie ander Takjes en dertig eitjes is hij naar groep twee van de basisschool gegaan. |
|
Vier waren het er vandaag. |
Vijf erbij. |
|
En nog drie. |
Zes. |
Al weer vijf. |
Vier en die zijn naar 'De Klyster' gegaan, met honderd eitjes erbij. |
Drie. En een hele duidelijke vervelling van
één. Ik heb er een foto van gemaakt.
Dat witte slappe geval is het oude vel. De Wandelende Tak hangt nog aan een takje
want zijn nieuwe vel moet eerst goed droog zijn voordat hij op stap kan gaan.
Het zal helemaal hard worden.
Dat dat eerst moet, maakt het ook meteen gevaarlijk voor zo'n Takje in de bak.
Met zoveel medetakjes die over je heen kunnen kruipen kan het drogen verkeerd gaan.
Voor je het weet lig je op de grond en droogt je vel in een vreemde draai, probeer dan maar eens vooruit te komen.
| |
Nog drie en ze erbij. |
Er komen geen eitjes meer uit. Er zijn ongeveer honderd Wandelende Takjes.
Op deze foto kruipt er net eentje uit het oude vel. |
|
Eén van de grote Wandelende Takken is dood. |
Tien Wandelende Takken zitten nu in de grote bak bij de laatste "grote" Tak. Ze worden te groot voor hun oude bak. |
![]() Een eitje |
![]() Zo kruipen de kleine takjes uit hun eitje. |