Jaaluni

A visit to the Arabian Oryx Sanctuary and subsequently crossing through Boy and Al Khalata to a nice seaside campsite at Nafun

Back to Oman page,
terug naar Oman page

Health Warning: a number of these tours go into uninhabited desert with soft sands and sabkha. Never travel in these areas alone and prepare yourself properly (check out what you need here). Leave your itinerary with friends and make sure that somebody knows when to action if you do not return in time. The desert is an unforgiving environment. It looks easy from a modern air-conditioned 4WD car, but if that fails you are suddenly back to basics!

Check this link before you go

 

For full list of waypoints and tracks (tab-delimited text file) - click here-

Total day travel distance 1367 km


 


Zoom-in of Jaaluni-Nafun traject, crossing through the Huqf (notice only entrance is at AKSCARP, which is a descend in poor road condition)


 

To arrange for a visit to the Jaaluni Oryx sactuary you need to contact them at acedrc@omantel.net.om and provide details on timing and party (we had to use the attached form). You also need to arrange for your own guide (from the local Harsusi tribe living in the area), which will not be without language problems. We found the people of the sanctuary very helpful to get this organised. Please do not visit the area unplanned; help the reservation protecting a beautiful bit of nature.

 

The Sanctuary hosts an excellent website where you can find all details.Check out: http://www.oryxoman.com/home.asp


 

English story

About the Sanctuary

To protect wildlife, plants and trees please keep to existing tracks, drive in single files, camp at established sites, take all litter home, avoid unnecessary noise, behave and dress appropriately, leave wildlife and livestock alone and do not take or buy wildlife or wildlife products. In recent years the Oryx have been poached for live sale outside Oman and rangers keep a close watch!

The white Arabian Oryx belongs to the antelope family. With their relative small size compared to other antelopes and their light colour they are well adapted to desert environment. According to Aristotle, the ancient Egyptians bound together the growing horns of young Oryx so that they grew as one. Such 'single horned' Oryx may be the origin of the legendary unicorn. The last animals in the wild were killed or captured in central Oman in 1972. The Oryx were reintroduced in Oman in 1974 in the Jiddat Al Harasis, as part of a project directly supported by Sultan Qaboos. Jaaluni became the headquarter of the project. The first herd of 10 Oryx was released into the wild in 1982. The Arabian Oryx Sanctuary was established in 1994 and by 1996 there were approximately 400 Oryx living in the area. The initial success was dampened by poaching in the late 1990's, which was largely stopped by local and regional measures and protection by rangers recruited from the local bedu population. At the time of our visit in January 2004 there were some 160 Oryx kept in a protected large enclosure and we saw a small herd of some 6 females in the wild, closly watched by rangers.

 

Dutch story

Over het Reservaat

Ter bescherming van planten en dieren de bestaande sporen gebruiken, achter elkaar rijden, kamperen op gebruikelijke plaatsen, alle afval mee naar huis nemen, lawaai vermijden, gepaste kleding en gedrag, laat dieren en planten ongemoeid. In recente jaren zijn vele Oryx illegaal gestroopt en gevangen voor de verkoop buiten Oman. Rangers houden daarom strikt toezicht!

De witte Arabische Oryx behoort tot de familie van de antilopen. Ze zijn uitstekend aan het woestijnleven aangepast door hun lichte kleur en relatief kleine postuur in vergelijking met andere antilopen. Aristoteles beschrijft hoe de oude Egyptenaren de hoorns van jonge Oryx samenbonden om ze als 'een' hoorn te laten groeien. Misschien is dit de oorsprong van de legendarische eenhoorn? De laatste in het wild levende Oryx werden gedood of gevangen in centraal Oman in 1972. Ze werden ge-reintroduceerd in 1974 in de Jiddat Al Harasis, als onderdeel van een project dat direct ondersteund werd door Sultan Qaboos. Jaaluni werd het hoofdkwartier van dit project. De eerste kudde van 10 Oryx werd in het wild vrijgelaten in 1982. Het 'Arabian Oryx Reservaat' werd opgericht in 1994 en in 1996 leefden er naar schatting weer zo'n 400 wilde Oryx in het gebied. Dit initiele succes werd gedeeltelijk teniet gedaan door grootschalige stroperijen in de late 90-tiger jaren voor de verkoop van deze beschermde dieren buiten Oman. Door lokale en regionale maatregelen werd dit gelukkig gestopt en nu wordt het gebied beschermd door Rangers die uit de lokale bedu bevolking gerecruteerd worden. In Januari 2004 zagen we zo'n  160 Oryx in een groot omheind gebieden een kleine kudde van zes vrouwtjes in het wild.

Thursday 29  Jan 2004
to Monday 2 Feb 2004

We used the long Eid Holiday to visit the Sanctuary and subsequently relax on the beach. It is a long drive of almost 660 km from Muscat, which you could do in one day, but we would have risked our car being rebuilt by the kids in the back.....

From Muscat to the Ghaba Resthouse is only 340 km. By the time we got there in the late afternoon, a small sandstorm was brewing and we decided to stay overnight in the Resthouse. Do not expect too much. The restaurant was closed and we were told there were only 4 rooms available. That meant we had four families packed rather closely and had to take our food at the small 'truckdrivers' place at the entrance to the Resthouse. Because of the sandstorm we had to eat inside, which again was rather packed, and got almost emotional, burning the eyes, because of the onions that were cooked in the kitchen. That's all part of the package, including the rabbits that were kept in the courtyard of the Resthouse and kept the kids busy.

The weather had cleared on the next day. From Ghaba to Haima, the next landmark in the empty interior, is exactly 200km and we had therefore ample time to visit the nearby Qarat Kibrit saltdome before proceeding further south.

Haima is clearly becoming the local hub in the area, with shops, garages and even several places to sleep. This is the last place to refuel before Jaaluni. The road from Haima to the east, to Duqm, is fully blacktop and the 64 km to the Habhab airstrip is therefore an easy drive. Take the graded road to the north, signposted Habhab, just after the airstrip (waypoint 2Jaaluni). Follow the graded road northwards for about 22 km until you see a barrel marking the right-junction to the track to Jaaluni. Track is a big word, there seem to be a weaving set of tracks all going eastwards and you just select the easiest drive. Jaaluni is about 24 km further to the east. Keep an eye on the low trees. You may see a few gazelles happily enjoying the shade. You best head for the headquarters, the only building with a flag. Almost certainly you will be intercepted by a ranger before getting there. Just follow his instructions. We had agreed with our guide that he would come the next morning. After consultation a rangers brought us to a quiet area some 4 km south of the headquarter where we made our camp. The whole area is almost savanne like, with many small trees, giving a distinct safari feeling.

The Jaaluni headquarters: a set of brown portocabins hidden between the trees

Donderdag 29  Jan 2004
tot Maandag 2 Feb 2004

De lange Eid vakantie was ideaal om eindelijk eens naar Jaaluni te gaan. Het is een lange autozit van zon'n 660 km van Muscat naar Jaaluni enom te voorkomen dat de kinderen de auto zouden afbreken besloten we dat maar in twee stukken te doen.

Van Muscat naar het motel bij Ghaba is maar 340 km. Toen we daar laat 's middags aankwamen stak er een kleine zandstorm op en dat is niet lekker kamperen. We besloten dus maar te overnachten in het motel. Verwacht er niet te veel van. Het motel is maar klein en het restaurant hebben we nog nooit open gezien, ook deze keer niet. Er waren maar vier kamers vrij en dus proppen met vier families. Altijd beter dan buiten in zand en wind. De warme hap bij het kleine 'truckers' eethuisje bij de ingang van het motel. Eethuisje is nog een groot woord. In nederland zou het waarschijnlijk door de warenkeuring gesloten worden. Een warme rijsthap kan nooit kwaad en meer kan je er ook niet krijgen. Door de wind dus binnen zitten en dat was weer even proppen, nog meer omdat de kok uien aan het schoonmaken was en het allemaal een beetje emotioneel werd, met tranen in de ogen.

De volgende ochtend was het gelukkig opgeklaard. We hadden alle tijd en dus even met de families naar de zoutkoepel van Qarat Kibrit kijken en dan op weg naar het zuiden, naar Haima, de volgende etappe van de de route, 200 km verder.

Haima is hard op weg om een regionaal 'centrum' te worden, met winkeltjes, garages en zelf een paar motels. Het is de laatste stopplaats voor benzine voor Jaaluni, en dus een aanrader om toch even de tank vol te gooien. De weg naar het oosten, naar Duqm, is net nieuw en volledig verhard. De 64 km naar het 'vliegveld' (airstrip) van Habhab zijn snel afgelegd. Net na die airstrip is de aflag naar het noorden, met een richtingwijzer met  'Habhab'. Volg de grindweg over zo'n 22 km tot bij een olievat bij de afslag naar het spoor naar Jaaluni. Vanaf hier gaat het tussen de lage bomen door, via een serie van kleinere paden die door elkaar heen vlechten, maar toch allemaal dezelfde kant uitgaan. Zoek de makkelijkste weg maar uit, volgens ons is er toch geen verschil.

Jaaluni is zo'n 24 km verderop. De gebouwtjes zijn al van veraf tussen de lage bomen te herkennen. Het hoofdgebouw, een grote portocabin heeft een vlaggemast en dat is de plaats waar je naar toe moet. Let op de omgeving want de kans is heel groot om dar er kleine gazellen te zien zijn, luierend in de schaduw onder de struiken. De kans is ook groot dat je al voor Jaaluni onerschept wordt door de rangers in hun groenbruine pick-ups die het gebied bewaken.

We hadden een gids geregeld voor de volgende dag en na overleg met de rangers bij het hoofdkwartier werden we naar een plaats gebracht, zo'n 4 km verderop, waar we ons kampement op mochten zetten. Naar de Oryx gaan kon die dag niet omdat er blijkbaar een ziek dier bij was en men liever niet had dat we daarmee in contact kwamen vanwege besmettingsgevaar  voor de dieren in het wild. Heel begrijpelijk allemaal.

Kamperen in de 'bush'-achtige omgeving geeft een bijna safari gevoel. De kinderen vonden het dak van de auto een goede uitkijkpost en hebben van alles gezien tewijl wij van de echte rust genoten  .

Camp at Jaaluni. The kids scanning the horizon on top of the car, looking for wildlife.

We kregen 's middags nog redelijk wat bezoek, van rangers, maar ook van een kleine pick-up met een vriendelijke Omani die zich voorstelde als Mohammed Al Harsusi. Natuurlijk viel het kwartje niet en na wat moeizaam arabisch vertrok het heerschap weer in de pick-up. Hij was was net zo snel weer terug, nu met een engels-sprekende ranger die vriendelijk uitlegde dat dit onze gids was die direkt gekomen was nadat hij van onze aankomst gehoord had. Een begrijpelijke verwarring door ons gebrekkige arabisch. Met hulp van de ranger spraken we af dat meneer Harsusi ons de volgende dag om 9 uur zou komen ophalen om naar een kleine kudde Oryx in het wild te gaan kijken.

We besloten vroeg onder de wol te gaan met een drukke dag in het vooruitzicht. Na een nacht in Ghaba nu heerlijk in de eigen tent onder een prachtige sterrenhemel.

We got several visitors, mostly rangers. One little pick-up unloaded a friendly looking Omani who heartily shook our hand. He introduced himself as Mohammed Al Harsusi, but we got stuck in language problems right after the friendly meeting routine ended. Our friendly man disappeared in the pick-up, but returned soon after with a ranger who explained that this was our guide who had come directly after he heard that we had arrived. Understandable confusion, but with the help of the guard we agreed he would pick us up the next morning at nine, giving us a bit of time to visit the Oryx that are kept in a large enclosure near the headquarters. We were told that one of the Oryx was sick an that therefore visitors were kept at a distance. Our guide would subsequently take us to a small herd of females living in the wild further south in the reservation.

Some 160 Oryx are kept under close guard in a large enclosure at Jaaluni. We noticed at least three young ones.

Our 'safari' camp was quite cosy and definitely much better compared to the Ghaba Resthouse. With so many things on the programme we had an early start the next day, packing camp at sunrise. Driving back to the headquarters we encountered four gazelles, obviously used to cars and showing their best sides for pictures. The subsequent visit to the Oryx in the enclosure is almost zoo-like, but the fence does provide the extra protection these animals need from poaching......

Modern GPS versus experienced human clearly showed our guide taking a almost straight southeastern course, bumping through the flat terrain. He found the small herd living in the wild and we had a close look at these majestic animals from close by. Also here we noticed rangers keeping day and night watch to protect them from being poached.

Some 25 km southeast of Jaaluni we encountered a small herd of six females living in the wild. They are kept under continuous observance by rangers, day and night, probably to prevent poaching.

Knowing the area a little bit I asked the guard to take us to the scarp near Boy as we would be able to proceed from there on our own. He understood what we were after and again surprised us by heading straight for the right place (marked in our GPS), some 10 kilometres to the east. These guys must have a built-in compass of some sort. 

The Jiddat Al Harasis, where the reservation is situated, is a vast Tertiary limestone plateau at approximately 150m above sea. The eastern margin of the plateau is the Al Huqf escarpment (Miocene) that extends for more than 200 km in approximately north-south direction. The area between the escarpment and the sea is known as the Huqf area and that is where we were heading next.

Getting down from the scarp took a little bit of careful driving as a lot of the track is washed away and there are quite some big rocks to avoid. Take it slowly and perhaps even better: get everybody out of the cars to have them as light as possible.

's Ochtends vroeg op, inpakken en terug naar Jaaluni, onderweg weer een klein groepje gazellen, duidelijk gewend aan auto's. De bescherming van de Oryx is duidelijk oomk goed voor het andere dierenleven.

De rangers namen ons mee naar de grote omheining waar zo'n 160 Oryx in een grote kudde bewaakt worden. Een mooie omgeving alleen erg jammer dat die omheining zo'n noodzakelijk kwaad is om stropers tegen te gaan.

 Gids Harsusi bleek een ingebouwde GPS te hebben. Hij leidde ons moeiteloos en een een rechte lijn naar de kleine kudde op zo'n 25 km van Jaaluni. Die beesten in het wild is toch heel wat mooier dan achter prikkeldraad, maar ook daar zagen we een pick-up van rangers die zelfs deze kleine kudde van zes dieren dag en nacht bewaken. 

We kwamem nu dichtbij de Huqf en besloten te gids te vragen ons naar de kleine Oase van Boy te leiden. Vandaaruit zouden we dan zelf via Al Khalata naar de kust kunnen rijden.

De Jiddat Al Harasis, het gebied van de Oryx,  is een uitgestrekt kalksteen plateau, ongeveer 150m boven de zeespiegel. De oostelijke grens van dit plateau wordt gevormd door de Miocene 'Al Huqf' steilwand, die zich uitstrekt over meer dan 200 km in ongeveer noord-zuid richting. Het gebied tussen de steilwand en de zee staat bekend als de 'Huqf'. het grootste deel van de Huqf is een depressie met modderige zoutvlaktes (sabkha's), met daartussen lage heuvels; een heel mooi landschap en heel verschillend van de lege vlakte waar we net uit kwamen.

Weer verbaasd over het vermogen waarmee onze gids in de leegte recht op de juiste plek afkoerste. Op de GPS konden we zien dat hij feilloos de goede richting koos.

Met zijn kleine pick-up kon hij niet mee naar beneden, over het pad de rotswand af en namen we dus hartelijk afscheid. Het pad naar Boy is niet steil, maar wel erg slecht, met grote rotsblokken waar je maar net overheen bobbelt. Het is aan te raden iedereen uit te laten stappen en eventjes de route naar beneden te voet te verkennen. Een deukje is anders gauw gemaakt. Na de steilwand is het pad naar Boy een peuleschil. Toch even oppassen voor kleine verraderlijke ruggetjes. Het pad is goed gemarkeerd door hoopjes stenen op de kritieke plekken.

Boy zelf is een heel mooie oase met verschillende waterputten tussen de palmbomen. Vreemd dat er niemand woont, maar misschien is het verhaal dat er lang geleden een heel stam is uitgemoord door een vijandige andere stam toch waar. In ieder geval is er een groot grafveld net ten zuiden van de oase aan de rechterkant van het pad. Ook de moeite om even te stoppen, want dit zijn heel andere graven dan normaal en misschien heel wat ouder.  

From the scarp to the oasis at Boy is an easy drive, but watch for the rock-steps that can be high and should be taken slowly. The track is marked at regular places by small piles of stones. Boy is a lovely oasis, with several water wells between the green palms. Weird enough nobody lives there. The big graveyard to the right of the track just when you leave the oasis may be the reason. The story goes that the tribe that lived here was attacked by an enemy tribe and murdered, long ago.

From Boy we drove to the northeast, visiting the Al Khalata area, with its glacial rocks (see Huqf story, December 2002), before returning southeast towards the sea.

Back on the blacktop (Sinaw-Duqm) to the north, some 17 km and turning right on the graded road signposted Nafun. Turn left at the sea and follow the track. The rocky coast has some lovely little sandy bays which are ideal for camping. This is where we spend the next two days, just relaxing, exploring the rocks and whatever weird things you can find along a beach. We had taken our large sunshade, hardly ever used, as it takes many hands to get it up, but now very handy to avoid the hottest hours of the day reading a book in the shade.....

Vanaf Boy nog even een bezoek aan Al Khalata, met oeroude ijsafzettingen ( zie de Huqf tocht van December 2002).

Dan weer terug naar de verharde kustweg (Sinaw-Duqm), verder naar het noorden, zo'n 17 km en rechtsaf de grindweg op, in de richting van Nafun aan de kust. Linksaf bij de zee, een smal pad op met kilometers rotsen en zandige kleine baaien; ideaal om te kamperen. Het uitzicht is prachtig, met een klein rotseiland ver in de blauwe zee.

Daar bleven we twee dagen luieren op het strand, in de schaduw van onze grote tent. Uren jutten op het strand, grote schelpen zoeken, en hout verzamelen voor een groot kampvuur. Wat wil je nog meer?

Sunrise at our campsite near Nafun. Notice the small rocky island in the distance. Where can you have a room with a view like this?

Our private sandy ledge, close to the beach, protected from the wind, and above the high tide.

A big whale bone (probably the lower jaw) on the beach

Campfire stories....

Just nice to see. Allah (?) inscribed on an old boat.
From Nafun it is a hefty drive -some 560 km- home. Leaving at 9:00 in the morning we were home at 16:00 hrs. A big thank you to our multinational group, with the Austrian-British Forbes family, the French Rovira familiy and the Dutch Piening family. The food and company were excellent!!!

 

Vanaf Nafun is het nog een stevige rit terug naar Muscat, een zit van 560 km. Weer vroeg uit de veren dus en gepakt en gezakt - heel wat lichter nu- om 9:00 uur vertrekken en om 16:00 terug in Muscat. Met veel dank aan ons internationale gezelschap met de oostenrijks-britse familie Forbes, de franse familie Rovira en de nederlandse familie Piening. Het eten was goed en de groep heel gezellig!!!!

Back to home page

Terug naar home page


@ J. Schreurs February 2004