Salalah Tour

Day 5, from Salalah to Mirbat

Visits to the ancient sites of Ain Shumran and Khor Rohri (Khawr Rawri, Khor Rori)

 

Back to Oman page,
terug naar Oman page

Back to previous page

Total day travel distance 210 km, numbers on map are distances in kilometres between petrol stations.

The map is selectable. Please click on area and link directly to relevant description

For full list of waypoints and tracks (tab-delimited text file) - click here-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

distance
km

Location

Coordinates

1 486 Bar Al Hikman N20 22.650 E58 18.230
2 326 Ras Madraka N18 57.965 E57 45.016
3 354 Wadi Shuaymiah N17 53.532 E55 39.974
4 354 Salalah (Hilton) N16 58.903 E54 00.878
5 210 Salalah N16 58.903 E54 00.878

English story

Dutch story

Sunday 28 Dec. 2003

Today behaving as tourists, staying overnight again at the Hilton Hotel. The easiest way to explore Salalah, but with one day planned as we did, one has to make choices. For many reasons our choice was the coastal road to Murbat, to the East of Salalah. That therefore leaves again many reasons to visit again.

A bit of archaeology

The Salalah coastal plain is littered with ruins from times immemorial, once famous and rich in connection with the incense trade. For the tourists many of the ruins are presented as the 'palace of the queen of Sheba'. She must have been a busy lady if this is all true and it is clear that the mists of time have something to explain. Juris Zarins (2001) 'The land of incense' gives a reality check, explaining what science has uncovered from Archaeological work in the region since the early 1990's, after the discovery of 'Ubar' at the edge of the Rub Al Khali. The rise of the South Arabian States for which rich evidence has been found in the Dhofar region is connected to the trade in incense, once more valued than gold, from the Early Iron Age (1300 BC-300 BC) and peaking in the later Iron Age (300 BC -600 AD). Classical sources (e.g., Herodotus, Pliny) give us a hint of what Arabia Felix (the 'happy' Arabia) was all about with its monopoly of the all important incense trade. Essentially the trade network was via the sea (from places like Moscha Limen = Shumhuram?) to the east of west, or via a landroute. The latter has remained the largest enigma, with a possible route directly through the Rub Al Khali. This enigma underlies the interpretation of Ubar at Shishr. What is clear is that there were fortified harbours at the coast and fortified wells in the desert and at the edge of the Rub Al Khali, controlled by people that therefore controlled the incense trade and grew very wealthy from the trade; the root of the story of Ubar and the people of Ad as told in the Koran. The legendary queen of Sheba relates to a state at the southpoint of the Peninsular of Arbia, also dependent on the incense trade and relying on ingenious water capture systems (the famous dam of the Marib in Yemen) to survive and support the state. To what extent the people of Ad, the Ubarites, related, depended or traded with the Sabaeans remains open, but the survival of such old links in the references to this legendary queen, and the archeological remains do point to a common cultural heritage.

The sites we visited are the best excavated places in Dhofar, opening a little and fascinating window to these old times.

The first one is Ain Hamran, the 'red spring', which is at the end of a 6 km straight road from the Mirbat coastal road to the footwall of the Qara Range.

(To get there take the coastal road from Salalah to Mirbat. Ain Hamran is clearly signposted some 12 km from the junction from the Sultan Qaboos main street).

At the end of the road is a shaded car park, with the spring bubbling-up in the centre of a walled-in pond. A popular place in weekends. Normally quiet, but apparently during some seasons this is the focus of some large encampments.

The interesting bit is one kilometre before the spring on the low spur to the right (east) of the road. This spur features the ruins of a village just north of a double walled fortress on the highest point and a graveyard south of the ruins. 

Ruins of the ancient fortress at Ain Hamran

The fortress and associated archaeological finds strongly resembles those found at Ubar, indicating a common heritage, associated with the incense trade, both occupied during the Iron age. Another 'palace of the Queen of Sheba in in tourist guide books'. The climb up is easy from the north side, where you can park your car. The view from above is great. The ruins are remarkably intact, with in some cases several metres of walls still remaining and the outer walls very recognisable. 

Ruins of the ancient fortress at Ain Hamran

The site is well described by Zarins (2001) and is has also been excavated by an Italian team of the University of Pisa, see: http://imto.humnet.unipi.it/

This website is well worth visiting as it gives a very good background story to the nearby ancient sites at Khor Rori and their regional setting. You can also find full interim excavation reports as PDF files. Having an overview helps to understand the jumble of ruins.

 Zondag 28 Dec. 2003

Vandaag zijn we even gewone toeristen. We vertrekken vanuit Salalah in de richting van Mirbat, langs de kust op. Het eerste reisdoel is een bijzonder mooi aangelegde bron, Aj Hamra, gelegen onder aan tegen de helling van het gebergte. Hier komt het water in behoorlijk grote hoeveelheden uit de grond, en het stroomt verder via een Falaj, een irrigatie-kanaal, naar dadelpalm-plantages. Ook in deze bron zwemmen vele visjes rond.

Een stukje verder stoppen we bij een heuvel, waarop volgens de reisbeschrijving een oude vesting moet liggen. We klauteren naar boven en vinden inderdaad de resten van muren en gebouwen. Recent zijn er nog opgravingen verricht. Als ik over een trapje naar boven klim vraag ik me af tegen hoeveel eeuwen geschiedenis ik aan kijk.

Jan heeft echter nog een opgraving op het programma staan. En inderdaad, enige kilometers verder in de richting van Mirbat vinden we de gezochte archeological site. Het zijn de resten van de oude en legendarische havenstad Khor Rohi, ooit het centrum van de handel in Frankincense.  De stad ligt aan een natuurlijke lagune, die ooit in open verbinding stond met de zee, en aldus een natuurlijke haven vormde. Het gehele terrein is echter omheind, en de bewaker heeft geen toestemming vreemden toe te laten. Maar wat we door het hekwerk kunnen zien is al indrukwekkend genoeg. Dikke muren, toegangspoorten, contouren van huizen. Volgens de informatie van Jan zijn de opgravingen hier nog in volle gang.

We lopen verder langs de omheining en komen bij de lagune. Ik word getroffen door de schoonheid en de lieflijkheid van het landschap. Eerst is daar een soort groene wei, waar een hele kudde kamelen vredig graast. Daarachter de lagune, daarachter de zee, met links en rechts grote rotsformaties die de afscherming vormen van de lagune. Het is een bijzonder rustgevende plaats. De kamelen laten zich goed benaderen, en voor de eerste keer van mijn leven aai ik zo’n beest. Zij kijkt me aan met een blik  waarbij ik het gevoel krijg dat ze mij net zo interessant vind als ik haar. Ze laat zich rustig achter de oren krabben, en kijkt me nog eens recht aan. Waar ik zelf verbaasd over ben is dat ik opeens heel veel rust in me voel komen. Ik kijk haar aan met een blik van “daar weet jij meer van” en zij kijkt terug met een gezicht van “natuurlijk”.

Na een poosje keren we terug naar onze auto’s, en rijden langs de rand van de lagune naar de zee. Daar is een droomstrand te zien. De jongens aarzelen geen moment, en gaan zwemmen. Jan gaat de rotsformatie links beklimmen. Hij wil wat foto’s van grotere hoogte maken. En Ria en ik blijven op een rotspunt zitten, overweldigd door het uitzicht.

Maar het wordt spoedig drukker. Opeens verschijnen er diverse terreinauto’s. Er wordt gewandeld, gezwommen, en zelfs gevoetbald op het strand.

Jan komt terug van de rotsformatie met de opgewonden mededeling dat hij daarboven nog veel meer resten heeft gezien van muren en huizen. Hij heeft foto’s gemaakt, en inderdaad is van alles te zien. Jan neemt zich voor via Internet het opgravingteam van Khor Rohi hierover te informeren.

We gaan weer verder naar Mirbat. Maar Jan heeft nog een geologisch doel op het oog. Langs de kust moet er een rotsformatie zijn waaruit aardolie naar boven kruipt. Een “seep”. En inderdaad. Op een plek aan het strand waar zandsteen aan de oppervlakte komt is duidelijk een soort asfalt te zien in naden en kieren. Het lijkt erop alsof een schip stookolie heeft geloosd. Maar peuteren met een zakmes in de kieren laat duidelijk zien dat de asfalt in die kieren zit, en niet alleen op de rotsblokken, wat je zou verwachten bij een lozing.

Jan vertelt dat er al vele tientallen jaren door diverse reizigers melding is gemaakt dat hier asfalt, natuurlijke bitumen, aan de oppervlakte komt. En geologisch is het ook plausibel. De zandsteen is het basisgesteente, en ook het reservoirgesteente, waarin het binnenland in de aardolie is opgesloten. PDO is bezig met een programma om verdere reserves op te sporen. Deze plek hoort daar dus bij.

We vervolgen onze weg naar Mirbat. Daar vinden we een paar huizen gebouwd in de oude bouwtechniek, en nu helaas flink in verval. Het ziet er wel zeer schilderachtig uit.

De jongens vinden dat ze nu onderhand genoeg oudheid en geologie hebben gezien: het zwembad van het Hilton hotel roept. Dus keren we midden op de middag weer terug.

En zo zitten we dan op door het personeel gedienstig klaargezette luierstoelen bij het zwembad, een coole drink binnen handbereik, met uitzicht op de zee. Ik voel me weer als in de film. De wind ruist in de palmen en speelt in mijn haar. Ik ga lekker lezen, en voel me tevreden met alles en iedereen.

In de avond gaan we naar de Souk. Enorme hoeveelheden wierook liggen te wachten op kopers. Van overal her waaien heerlijke geuren uit wierookbranders. Opvallend is dat, waar de andere winkeltjes voornamelijk bemand worden door mannen, wierook voornamelijk wordt verkocht door vrouwen.

 
Khor Rori and Shumhuram

Next on the itinerary are the ancient ruins at Khor Rohri signposted almost 19km from the Ain Hamran junction along the Salalah - Mirbat road (1 km beyond the junction to Durbat). A good gravel track takes you to a junction, 2km further, where you can go right to the ruins of Shumhuram and left to the beach-barrier at Khor Rori.

The ruins are fenced and access is only possible after permission of the authorities(?) in Salalah. The caretaker that we met at the site did not have a key.

The following description is taken/modified from the Italian Mission Website:

The port of Sumhuram (late 4th BC-4th AD) represents without any doubt the most important pre-islamic settlement in the Dhofar region; founded by a Hadramawt king it is almost certainly the harbour of Moscha limén cited by the anonymous author of the Periplus Maris Erythraei (1st century AD).

Map of the ruins of Shumhuram. Note the monumental gate in the middle of the northern wall (from the Italian Mission excavation reports 2000-2001)

The city overlooks the Indian Ocean and is near to a region which produced some of the best frankincense in ancient times and it was also the easternmost outpost of the Hadramawt kingdom on the trade route between the Mediterranean, the Gulf area and India. That in fact this was an important and wealthy settlement is clear in the first place from the structure of the city. Sumhuram was a small fortified city with a huge city gate, a monumental building with inside a well and a stone basin connected with a drain channel, a temple, storehouses, many-storeys houses, workshops and a templar area outside the city which could be connected with the necropolis.
The passage through the city gate is marked by a series of monumental inscriptions which refer to the construction of the city, which seems to have been in a relatively short time period.

The nearby Khor (Khawr) Rori (Rohri) is a coastal inlet at the end of wadi Dirbat, now blocked by a beach barrier and flanked by two rocky promontories: Inqita'at Mirbat (East side) and Inqita'at Taqah (West side). The khor must have been connected to the sea at the high-days of Shumhuram and that's where the important harbour must have been. The beach barrier is closed now, but breaks occasionally when wadi Dirbat is in flood during the Monsoon period (Khareef). The large eastern promontory also carries a heavy defensive wall at its landward side and contains ruins on its flat-topped northern part. Everything indicates that this place must have been a very important centre, a far cry from the quiet backwater it is now. The area has something magical as Roberto Orazi rightly remarks in his 2003 archaeological description of the site.  

Khor Rori flanked by Inqita'at Mirbat (East side) to the left and Inqita'at Taqah (West side) to the right, seen from the bottom of Shumhuram.
 

The ruins of the city of Shumhuram on the small hill in the middle-right with the inlet of Khor Rori, now blocked by a beach barrier, seen from Inqita'at Mirbat, the rock promontory that guards the eastern side of the inlet. The magic is completed by the high travertine dam at the end of Wadi Dirbat

Northern wall and complex gate of Shumhuram

A Timeless picture of camels grazing at Khor Rori.

Khor Rori, also a nice place to enjoy the beach...

 

After a dive in the sea for some of us we continued to Mirbat along the coast. The last part is along a great sand beach and Mirbat is visible jutting out in the sea long before getting there.

At 30 km from the junction to Khor Rori, close to Mirbat,  is a small track signposted Bin Ali road. This leads you to the impressive tomb of Bin Ali, a local saint, that has attracted many to rest close to him in a very crowded and unusual (compared to northern Oman) graveyard, with many decorated stones. The two white onion-domes can be seen from the main road. Just before the parking place in front of the mosque is a small track down to the right, leading to a secluded beach.

Bin Ali's tomb and graveyard surrounding it.

Mirbat is just 2 kilomtres further back on the main road. It homes some photogenic houses from earlier days and a quiet stroll through the old centre is certainly worthwhile to digest the old architecture. You may attract some attention from children but all in a friendly mood, fitting with the setting of this picturesque town. Mirbat (Murbat, Marbat) used to be the capital of Dhofar, famous for its horses and -even in later days- for its frankincense export. .

Old houses at Mirbat, architecture that is worth admiring

In the afternoon back to the Hotel, to enjoy a quiet afternoon at the pool, digesting all impressions of the day.

References:

  • Orazi, R., 2003, The Harbour and City of Khawr Rawri, The Journal of Oman Studies, Volume 12, p. 211-225
  • Zarins, J., 2001, The land of Incense. Archaeological work in the Governorate of Dhofar, Sultanate of Oman, 1990-1995. The project of the National Committee for the supervision of Archaeological survey in the Sultanate, Ministry of Information. Sultan Qaboos University Publications, Archaeology & Cultural Heritage Series. Volume 1. Printed by Al Nahda Printing Press LLC, Sultanate of Oman
  • The Italian Mission to Oman, Khor Rori Website:
    http://imto.humnet.unipi.it/
To next page

Back to previous page
Back to home page

Naar volgende pagina

Terug naar vorige pagina
Terug naar home page


@ J & C. Schreurs December 2003