Tour Oman December 2002

21-December 2002
03-Januari 2003

In Dutch Only

Back to Oman page,
terug naar Oman page

Reisverhaal door Christ Schreurs

The route-De route (GPS track and coordinates available).

Zaterdag 21 december 2002

Het maken van verre vliegreizen is een merkwaardige combinatie van heel lang wachten en heel snel vooruit gaan. Dat schiet me te binnen als we voor de zoveelste keer staan te wachten. Nu in de slurf die de desbetreffende gate van London Heathrow verbindt met het vliegtuig dat ons naar Oman gaat brengen.

We zijn op weg naar het gezin van mijn broer; Jan met zijn vrouw Lilian, en hun kinderen Jenny, Jan junior, en Mark. "We" dat zijn Ria, mijn vrouw; Celine, een nichtje van Lilian, en ikzelf: Christ. Jan werkt voor Petroleum Development Oman. Hij heeft Ria en mij uitgenodigd om de Kerst bij hem en zijn gezin in Oman door te brengen. En daarmee zijn de hoofdpersonen van dit reisverhaal voorgesteld.

Die zaterdag zijn we rond 4 uur in de ochtend vertrokken vanuit Nieuwstadt in Limburg, waar Ria en ik wonen, naar Brussel. Bij de incheck-balie stond de eerste rij wachtenden te wachten. Toen we aan de beurt waren bleek dat er een wijziging in de vluchtnummers was. Daarop moest ik met de tickets in een tweede rij wachtenden aansluiten, om met sticker en stempel de vluchtnummer-wijzigingen op de tickets te laten bevestigen. Vervolgens ging het weer terug naar de eerste rij om in te checken. Daarna kwamen de gebruikelijke wachtrijen voor de paspoortcontrole en de security check met de metaal-detector-poorten en de bagage-scanners. Uiteindelijk zaten we op tijd in het vliegtuig. Toen bleek dat dit pas met een uur vertraging kon vertrekken omdat er mist was in Zuid Engeland. Daardoor was het vliegverkeer rond London Heathrow belemmerd. En daardoor zou onze overstap-tijd in Heathrow ook veel te kort worden.

Maar British Airways zij dank; bij de uitstap-slurf worden de doorreizigers naar Oman opgevangen. We gaan met een speciaal busje vliegensvlug van Terminal 1 naar Terminal 4. De chauffeur is een zeer vriendelijke engelse mevrouw die tijdens het eindeloze laveren door talrijke tunnels en langs ontelbare bagage-wagentjes vertelt hoe ze Kerstmis gaat vieren. Met haar kleinkinderen, want ze is een trotse grootmoeder. Bij het uitstappen wensen we elkaar Merry Christmas. De tijdwinst wordt echter weer teniet gedaan. We moeten aansluiten in een wachtrij voor nogmaals een security check. Uiteindelijk bereiken we met stevige pas de gezochte gate. Het vertrek heeft echter ook enige vertraging opgelopen, zodat we weer wat wachttijd hebben. En nu staan we, na de oproep voor boarding, weer te wachten, in die slurf.

De verdere reis gaat gelukkig zeer voorspoedig. Wel met een merkwaardige constatering. Rond 12.00 uur, na ruim 8 uur reizen, zie ik op het schermpje van ons in-flight-entertainment-system dat we iets boven Luik vliegen, hemelsbreed 40 km van Nieuwstadt.

Tegen middernacht landen we in Al Seeb. Het is even zoeken in welke rij we moeten gaan staan om onze paspoorten en onze visa te laten controleren. Een beambte toetst met strenge blik onze gegevens in, controleert onze namen en gezichten en zet tot slot een stempel in ons paspoort . Achter hem zit een andere man die vriendelijk lachend informeert of dit de eerste keer is dat we in Oman komen, en wat we gaan doen etc. Hij wenst ons een goede vakantie.

Alle verhalen ten spijt verschijnen onze koffers compleet en heel op de bagageband, en gepakt en gezakt verdwijnen we naar de laatste bagage-check.

Jenny en Jan vormen het comite van ontvangst en brengen ons thuis. Bij aankomst in Ras al Hamra staat de rest van de familie al buiten op ons te wachten. Het weerzien is ontroerend en hartelijk. We hebben wat cadeautjes bij ons, en ook een heel koffer vol met knapperbolletjes, rookworsten, koffie en nog diverse andere zaken die in Oman blijkbaar wat moeilijker zijn te krijgen.

Weerzien en afscheid; een bijzonder element in het bestaan van expats en hun familie. Jan werkt al meerdere jaren voor Shell, achtereenvolgens in Nederland, Engeland, Brunei, Egypte en nu in Oman. Ria en ik hebben zijn gezin op al die plaatsen bezocht, en ook komen ze jaarlijks een tot twee keer naar Nederland. Maar het zijn dus toch telkens intervallen van minstens een half jaar dat we elkaar kunnen zien. Jan junior is mijn petekind, en hem heb ik letterlijk met sprongen groter zien worden. De komende 10 dagen in Oman vormen dan de vijfde keer in ruim 12 jaar dat we wat langer en intensiever bij elkaar kunnen zijn.

Zondag 22 december 2002

Vandaag is rustdag, ook om even te acclimatiseren. Het is heerlijk weer, in groot contrast met het grijzige miezerige weer dat we de afgelopen dagen in Nederland hebben meegemaakt.

Jan neemt me mee op een wandeling langs de kust, op de landerijen van PDO. Het uitzicht over de kustlijn is prachtig. Diepblauw water, kale rotsen. Er zweven twee grote visarenden. Ik zie in de diepte het strand van de ontspanningsclub, en daarboven de grote rots met daarop het onderkomen van de directeur van PDO. Voorwaar geen slechte plek.

In de middag gaan we zwemmen in de club. Ik hoor veel Nederlands, maar ook Indisch, Engels, Frans en Duits. Het is echt een internationale gemeenschap.

Jan heeft voor de komende dagen een rondreis gepland. We gaan met twee auto’s op stap; zijn eigen Land Rover en een gehuurde Toyota Land Cruiser volgens PDO spec. Wat dat is zie ik die avond. Een beer van een auto, met rol bar, twee reserve-wielen, dubbele tank, een 6-cylinder 4,5 liter motor met vermoedelijk heel veel PK’s, 4 wiel aandrijving met hoge en lage gearing. Als ik even een proefritje maak merk ik hoeveel kracht er voorhanden is. Big Toy for Big Boy.

Routebeschrijving:

Zie Van Tanuf naar Wadi Bani Awf
Nizwa
Wahiba
Het schildpaddenstrand


Maandag 23 december 2002

In de ochtend beladen we de auto’s met alle benodigdheden voor de reis. Jan en Lilian hebben duidelijk routine in het maken van dergelijke tochten. Mark kruipt op het dak van de LandRover en sjort professioneel alle bagage vast. In de immense bak van de LandCruiser wordt ook nog heel wat verstouwd. Kort voor de middag vertrekken we voor de eerste etappe, de bergen in: Jabal Akhdar.

In de middag vind ik mezelf als plattelands Limburger terug op angstwekkend smalle en stijle bergwegen, rijdend achter de stofwolk van de auto van mijn broer aan. Grommend doet de Land Cruiser zijn werk, steil omhoog, steil omlaag, bocht na bocht, rammelend, bonkend en schuddend. Maar het gaat spelend licht. Op tijd terugschakelen, en de 4 wielaandrijving en de vele PK’s het werk laten doen. We rijden door een schitterend landschap, met bizarre rotsformaties, diepe spelonken en steile hellingen. Diep beneden in het dal is nog een dorpje te zien met een paar palmbomen.

Bij een pas duikt mijn broer van de weg af, op zoek naar een geschikte kampeerplek. Die vinden we bij enkele bosjes. We zijn op ca. 2000 meter. Het Schreurs-Camp is snel opgezet. We hebben nog even tijd voor een wandeling, voordat het donker wordt.

We beklimmen een rotspartij, waarbij we een geweldig uitzicht hebben naar alle kanten. Diep beneden zien we de weg waarlangs we zijn gekomen.

De duisternis valt zeer snel, binnen een half uur is het donker. En ook de temperatuur daalt snel. Bovendien waait het. Jan en ik bouwen het zonnescherm om tot windscherm, en dat biedt enige bescherming. We maken eten klaar, en zitten daarna rond het kampvuur. Dikke truien gaan aan, en het is niet te ontkennen; het wordt almaar kouder. Nee, had Jan verzekerd, een jas meenemen uit Holland, dat was niet nodig.

Boven ons ontvouwt zich een schitterende sterrenhemel. De melkweg is volledig te zien, Orion, de Pleiaden. Veel meer sterren zijn te zien dan in Nederland.

We gaan vroeg onder de wol, met alle kleren aan, en alle beschikbare dekens op en rondom ons heen.

Ondanks de kou slaap ik redelijk. Ik word wakker omdat ik onzacht in aanraking kom met het Omaanse bergland; mijn luchtbed is leeggelopen. Aangezien ik ook enige natuurlijke aandrang voel wurm ik me uit mijn slaapzakken en dekens, en vervolgens uit de tent. De maan is opgekomen, en die zet het hele landschap in een bijzonder licht. Ik kijk ademloos rond. Na leniging van mijn nood blaas ik diep tevreden mijn luchtbed weer op, en wurm me mijn dekens in.

Dinsdag 24 december 2002

Net zo snel als het gisteravond donker werd wordt het ook weer licht. In de 4 tenten van ons gezelschap klinkt toenemend geroezemoes. Ik besluit op te staan. Buiten de tent stel ik vast dat een douche niet nodig is; de lucht is fris genoeg. Beneden in de dalen hangt een zachte blauwachtige waas. Zodra de zon over de bergkam piept gaat ook de temperatuur weer omhoog.

Geroutineerd wordt het ontbijt klaargemaakt en verorberd, de vaat afgewassen, het kamp afgebroken en in de auto’s verstouwd. Rond 9 uur zijn we weer reisvaardig. Bij het terugrijden naar de weg stel ik tot mijn schrik vast dat ik gisteravond nietsvermoedend een steile rotsdrempel naar beneden heb genomen, die nu op de weg terug omhoog angstwekkend hoog schijnt. Maar de Land Cruiser geeft geen krimp; laagste versnelling, wat gas, en met een fikse hup staan we weer goed.

Langs de bergweggetjes gaat het nu met vele kronkels weer naar beneden naar de andere kant van de bergen. We passeren diverse dorpen en plantages. Het karakter van het landschap wordt heel anders.

We stoppen bij een vervallen dorp, Tanuf. Jan vertelt dat dit eind jaren vijftig door de Engelsen is gebombardeerd, in een poging de toenmalige Sultan te helpen om een opstand neer te slaan. Het dorp is daarna nooit meer opgebouwd. Wel is een stukje verder een nieuwe nederzetting te zien.

Ik dwaal rond door dit dorp, en bestudeer de bouwstijl en de bouwtechniek. Met gedroogde lemen stenen op ronde keien zijn heel verfijnde gebouwen neergezet. Overal zijn versieringen en ornamenten te zien. Ook ontdek ik de Falaj, een stelsel van goten en tunnels waarmee over grote afstand water wordt aangevoerd uit de bergen. Deze Falaj is nog steeds in bedrijf. Het water stroomt onder het vervallen dorp door naar de nieuwe nederzetting en de plantages verderop.

Later lees ik dat het systeem van de Falaj al vele eeuwen in Oman wordt gebruikt, en dat het een belangrijke bron van water is. Een goede Falaj levert altijd water, ook tijdens langdurige droogte. Mensen wensen elkaar "een goed gevulde Falaj"toe. Maar om dat te mogelijk te maken zijn vaak lange tunnels en goten aangelegd, over vele kilometers, tot de plekken waar het water uit de bronnen van de bergen komt. Het systeem werd door een speciale organisatie in het dorp onderhouden en beheerd. Via regels werd uitgemaakt wie hoe lang hoe veel water mocht gebruiken, en er was een onafhankelijke toezichthouder die er op moest letten dat de waterverdeling volgens deze regels gebeurde. Het lijkt veel op de organisaties die in Nederland nodig waren om polders droog te houden en de dijken en pompinstallaties te beheren. Deze waterschappen behoren tot de oudste collectieve organisaties die de wereld kent, maar blijkbaar heeft in Oman ook iets dergelijks bestaan, van nog grotere ouderdom.

We vervolgen onze reis en komen aan in Nizwa. We overnachten daar in het Nizwa hotel. En daar tref ik mezelf een paar uur later aan, in zwembroek luierend op het terras, genietend van de heerlijkheden die een ober heeft opgediend. "Dit heeft wel wat" merk ik op tegen Ria. Normaal zijn onze vakanties vrij actief. Maar dit, zo zitten en luieren aan de rand van een zwembad in een schitterende entourage, in de schaduw van tropische bomen, dat is een dimensie die nieuw voor ons is.

De kinderen genieten. En het zwembad stelt ons in staat het lek in mijn luchtbed op te sporen. Merkwaardig genoeg zit dit niet aan de onderkant maar aan de zijkant. Dan herinnert Jan zich de doornstruiken langs onze tent.

Die avond is het Kerstavond. Er zijn relatief weinig gasten in het hotel. Toch heeft de kok een geweldig buffet gemaakt. Als we puffend moeten toegeven dat het toetje niet meer zal lukken komt hij informeren of de Kalkoen ook gesmaakt heeft. Kalkoen? Welke Kalkoen?

Het voortreffelijk gebraden beest blijkt op een tafeltje aan de andere kant te staan, zodanig opgesteld dat we het nog niet hadden gezien. Maar we troosten de kok, en scheppen ook van de Kalkoen nog een stuk op.

Woensdag 25 december 2002

Eerste Kerstdag. Het is gek om je te realiseren hoe het nu in Nederland zal zijn. Het kontrast qua weer en omgeving is groot. Ook was het gek om de afgelopen week deze reis naar Oman voor te bereiden. Alle collega’s en vrienden waren bezig met thuis, om daar warm en gezellig Kerst te vieren. Maar wij waren bezig met weg gaan.

Bij het opstaan constateer ik dat een bekend maar vervelend medisch euvel na een aarzelend begin gisteren nu hevig de kop opsteekt. Ik moet een arts opzoeken.

De receptie verwijst me door naar de Alal Clinic, die even verderop gemakkelijk vindbaar naast de hoofdweg moet liggen. Ik ga welgemoed op weg, maar slaag er niet in de Clinic te vinden. Wel zie ik een plek waar tientallen taxies met hun chauffeur staan. Allicht dat daar iemand de weg weet. Ik begin te vragen, maar ofschoon vele mensen zich in de discussie mengen weet niemand waar die Clinic ligt. Terwijl ik met een chauffeur praat zie ik toevallig over zijn schouder een blauw bord tegen een huis in de verte. Jawel: de Alal Clinic.

De Clinic zou om 8 uur open zijn. Maar pas om kwart over acht maakt een Indiase mevrouw het hekwerk rammelend open. Nee, de dokter zelf is er nog niet, maar die komt zo.

En inderdaad, even later verschijnt de dokter, en ik mag als eerste de spreekkamer in. Ik leg uit wat er aan de hand is. Hij onderzoekt me met de mij bekende handgrepen, en daardoor komt mijn vertrouwen in de medische stand hier op 100%. Na wat vragen en toelichtingen schrijft hij een enorm recept, waarmee ik naar de apotheek verderop kan gaan. Ik sta te kijken van de eenvoudige coderingen. 1 – 0 – 1 betekent: ’s morgens een tablet, ’s middags niets, ’s avonds een tablet.

De apotheker zoekt het recept uit verschillende doosjes en dozen bij elkaar, en legt me nog eens uit hoe ik het een en ander moet toepassen. Aldus gewapend met deze krachtige impuls voor mijn gezondheid keer ik weer terug naar het Nizwa hotel.

Daar heeft de familie op mij zitten wachten, voor een gezamenlijk Kerstontbijt.

Na het ontbijt vertrekken we uit het hotel naar het volgende reisdoel: de Wahiba Sands. Dit is een gebied van ca. 200 km lang en 100 km breed, bestaande uit enorme zandduinen, die zich in langgerekte rijen van Noord naar Zuid uitstrekken. De bedoeling is dat we daar een nacht gaan kamperen.

In de zandduinen moet de LandCruiser weer fors aan het werk. Laagste gearing, 4 wiel aandrijving en goed gas geven, daarmee halen we ca. 40 km/u.

Terwijl we zo voortrijden duikt een voor deze streek uitzonderlijk probleem op. De lucht betrekt, donkere wolken verzamelen zich, en het dreigt te gaan regenen.

We overleggen even wat we doen. Jan heeft een keer een wolkbreuk en een storm in de woestijn meegemaakt, en dat is niet voor herhaling vatbaar. Dus kamperen zal niet lukken. Maar hij heeft ook gehoord van een Tourist-Camp. Misschien dat dat wat is. We besluiten ter plaatse te gaan kijken.

Zo stuiven we verder, terwijl de lucht meer en meer betrekt. Na enige kilometers vinden we het gezochte Camp. Het is een verzameling hutjes en huisjes, en onder een soort afdak liggen tapijten en kussens. Verder kun je er met een kameel rijden, en staan er 4 wiel scooters, de Quads, waarmee je een rit door de zandduinen kunt maken.

We worden direct begroet door een aantal mannen, die uitleggen dat we zeer welkom zijn, en dat alles wat we willen "No Problem" is. Er wordt even onderhandeld over de prijs, en daarna kunnen we onze bagage uitladen. Ondertussen hebben Jan en Mark de Quads gevonden, en knetterend spurten ze over de zandvlakte.

En zo tref ik mezelf een uur later aan, liggend op de kussens en het tapijt onder het afdak, met een enorme schaal fruit voor me, en een kopje heerlijke Omani Koffie in de hand. Ik lig en geniet, en ook de rest van de familie. Deze manier van bij elkaar liggen en zitten geeft een heel ongedwongen sfeer van samenzijn. We kletsen over van alles en nog wat. Ik begin wat te snappen van de rituelen die de Bedu’s hanteren om hun gasten te verwelkomen en te onderhouden.

En er valt inderdaad regen, maar het zet niet door.

Op een gegeven moment blijkt de manager zelf gearriveerd te zijn, en hij verwelkomt ons in zijn Camp. En direct volgt met een royaal gebaar de uitnodiging om in zijn terreinwagen een rit over de duinen te maken. We aarzelen even, maar hij verzekert ons dat er niets fout kan gaan. Zijn wagen is geprepareerd, en de banden zijn half leeg gelaten, dat geeft beter grip in het losse zand.

Jenny, Celine, Ria en ik gaan uiteindelijk mee, en met een brede grijns en een enorme streep gas spurt onze manager tegen de duinen omhoog, en vervolgens weer omlaag. Een achtbaan is er niets bij. En hij is een kundig chauffeur. Hij zeilt over riggels en hellingen precies zover als zijn wagen nog aankan. . "Not afraid" verzekert hij ons.

Ondertussen is nog een andere familie gearriveerd met een terreinauto. De man wil ook wel een spurtje over het duin wagen. "I will follow you" en hij rijdt achter ons aan. Helaas, boven op de kam van het duin blijft hij steken, voor- en achterwielen vrij van de grond. We stoppen ook en stappen uit. Onze manager probeert met zijn auto de andere los te trekken. Zelf gaan we te voet het dal in. En vanuit het dal zien we het hele spektakel voordat de andere auto weer los komt. Het duurt bijna een uur.

Dan komt het sein dat het eten klaar is. En weer is het genieten. Na het eten liggen de diverse gasten op de kussen en de tapijten, nu op een plek in de open lucht. Maar weer vallen een paar spatten regen, en we gaan terug onder het afdak.

De Camp-manager introduceert een Bedu vrouw bij ons. Ze wil ons wat verkopen. Even schrik ik. Een paar jaar geleden waren we in Cairo, en daar was ons de agressieve verkooptechniek ("special price, good friend") na een paar dagen de keel gaan uithangen. Maar nu gaat het heel anders. Er ontspint zich een rustig gesprek, waarbij wordt toegelicht wat het allemaal is. De Camp-manager vertaalt eerst, maar Lilian spreekt ook een beetje arabisch. En zo bekijken we het een en ander, krijgen te horen hoe het gemaakt is, en wat de prijs is. Dan begint het onderhandelen over de prijs, en we worden het snel eens. Daarna gaat het gesprek over het gezin, de man, de kinderen. En ze legt uit waarom ze het masker draagt. Jenny wil graag ook zo’n masker hebben. Het gesprek eindigt met een uitnodiging om de volgende dag langs te komen. Maar we moeten precies de andere kant op. Lilian noteert wel het telefoonnummer.

De eerste gasten gaan slapen. Er staan ook bordesjes, waarop je in de open lucht kunt liggen. Een echtpaar kruipt onder de wol. Maar even later staat de man weer op, haalt zijn auto, en parkeert die langs het bed. De deur gaat open, de autoradio aan. En romantisch kruipt hij langs zijn vrouw het bed weer in.

Als ik de weg naar ons huisje zoek realiseer ik me weer dat het eerste Kerstdag is.

Donderdag 26 december 2002

Na het ontbijt wordt de kameel klaargemaakt, zodat de kinderen een ritje kunnen maken.

Kameel is eigenlijk het verkeerde woord, het gaat hier om een dromedaris, een kameel met een enkele bult dus.

Over Kamelen had ik al eerder wonderlijke dingen gelezen. Het schijnen bijzonder stugge en eigenzinnige dieren te zijn, maar als ze je eenmaal erkennen als hun leider, "then they even will die for you". Ook schijnen ze te kunnen aanvoelen wat mensen denken. Er was het verhaal van iemand die zeer ontroerd was door de schoonheid van het landschap dat hij zag bij de ondergaande zon, en op dat moment voelde hij het hoofd van zijn "lead-camel" op zijn schouder leunen.


 

Maar zo’n beest nu life te zien is inderdaad bijzonder. Hij (zij?) is mooi en lelijk tegelijk, perfect aangepast aan de omstandigheden, tot afsluitbare neusgaten toe. En hele mooie zachte ogen.

Jan junior heeft echter pech. De leidsman laat de kameel even draven, met de typische telgang-pas. Maar op het moment dat de kameel weer uit zijn draf komt bokt hij even, en Jan glijdt langs de zijkant naar beneden.

Als we vetrekken worden we uitbundig uitgeleide gedaan. Welgemoed rijden we door de zandduinen weer terug naar de bewoonde wereld. Na een kwartiertje vraagt Jan junior vanaf de achterbank waar het spel gebleven is waarmee ze gisteren hebben gespeeld. Kontakt met de portofoon met de auto van mijn broer leert dat het spel daar ook niet aan boord is. Mopperend rijdt Jan senior met Jan junior weer terug. Wij blijven met onze auto wachten, en we merken hoe doodstil het is. Ruim een half uurtje later horen we weer het gebrom van de Land Rover. Het spel is terecht, lag nog onder het afdak.

We lunchen onder een boom temidden van een zandvlakte, enige tientallen meters van de weg af. Als we weer terug rijden merk ik dat mijn Land Cruiser zich ingraaft en vast komt te zitten. De eerste keer. Ik had niet voldoende vaart genomen voor het rulle zand. Indachtig de les van mijn broer laat ik direct het gas los om te voorkomen dat de auto zich verder ingraaft. Via de portofoon laat ik Jan weten dat ik vast zit. Op dat moment zie ik ook de Land Rover van mijn broer niet meer bewegen. Later hoor ik dat Jan na mijn melding even over zijn schouder terug keek naar mijn auto, even de aandacht niet bij de weg had, en ook een losse hoop zand over het hoofd had gezien.

Twee auto’s vast. Wat nu?

Mark, zittende achterin mijn auto, oppert met deskundige stem dat ik wat moet proberen met achteruit wiebelen. Ik schakel de acheruit in, en warempel, bij de tweede wiebel komt de Land Cruiser achteruit los. Ik rij verder terug tot wat hardere bodem, en neem met meer vaart een nieuwe aanloop door de losse plek. Nu gaat het perfect. Ik stuif Jan voorbij, en parkeer verderop weer op een harde plek. Ik loop terug om mijn broer te gaan helpen.

Jan is ondertussen al aan het graven. Hij heeft gelukkig alles aan boord. De rijplaten worden voor de wielen gelegd, en met duwen van alle passagiers is ook de LandRover na 10 minuten weer los. De reis kan verder.

In de middag bereiken we het reisdoel. Het schildpad-strand. Een plek waar ’s nachts grote schildpadden komen om eieren te leggen in het warme zand. En inderdaad, het stuk strand lijkt bezaaid met bomkraters. Tussendoor lopen de sporen van de grote schildpaddem, en veel kleinere wriemelspoortjes van de uitgekomen schildpadjes.

Met vereende krachten worden de tenten opgezet. We zorgen er voor dat we ver buiten het schildpad-gedeelte zitten. De kinderen gaan zwemmen, en voor de rest is het luieren en kletsen.

We trekken de belangstelling van kinderen van vissers, die verderop hun boten hebben liggen. Op een gegeven moment verschijnt zelfs een kind met een grote vis in de hand, klaarblijkelijk met de bedoeling die te verkopen. Ook komt even later een visser een praatje maken. Lilian staat hem in haar beste Arabisch te woord, maar het is jammergenoeg niet duidelijk wat hij wil.

We zitten ’s avonds weer bij een kampvuur dat we op een beschut plekje hebben aangelegd, en ook buiten het zicht van het strand. Want we willen voorkomen dat eventuele schildpadden door het lichtschijnsel worden afgeschrikt.

Later op de avond gaan we voorzichtig kijken of er een schildpad is te zien. En inderdaad, in een gat is een beest aan het werk. Maar aangezien het pikdonker is, en de maan nog niet schijnt zijn slechts de contouren te zien. Ik sta wel te kijken van de afmetingen.

Schildpaddenstrand. De 'bomtrechters', de grote gaten in het strand gegraven door schildpadden om hun eieren in te leggen.

Vrijdag 27 december 2002

De volgende dag is een echte strand luier dag. Vanwege mijn medisch euvel, dat gelukkig aan het beteren is, kan ik niet veel wandelen, dus blijf ik heerlijk onder het zonnescherm zitten lezen. Jan en Mark houden me gezelschap. Dat gezelschap wordt echter spoedig uitgebreid met vele kinderen. Jan en Mark beginnen een spelletje te spelen dat blijkbaar aanslaat: een hond die een dief moet vangen. Weldra speelt iedereen mee. Maar op een gegeven moment wordt het erg druk, en Jan en Mark vinden het eigenlijk niet leuk meer. Ik probeer de orde te herstellen, maar mijn woorden maken niet veel indruk. Pas als mijn broer weer verschijnt worden de kinderen rustiger en gaan ze weer op afstand.

Even later komt weer een visser een praatje maken, en we zitten een poos tegenover elkaar met handen en voeten te praten. Lilian komt er ook bij, en met haar hulp kom ik er achter dat de man het heeft over het hete weer en de mooie dag. Jammer, jammer, dat ik geen arabisch spreek. Uit ervaring weet ik dat het spreken van een paar woorden vreemde taal deuren opent. Maar nu lukt me dat helaas niet. De visser neemt vriendelijk afscheid, en neemt nu alle kinderen mee.

In de avond is er weer kampvuur. Als we tegen tienen op het strand gaan kijken is er nog geen schildpad te zien. Jan stelt voor dat we naar bed gaan. Hij gaat na middernacht weer kijken, en als er dan wat te zien is haalt hij ons uit bed.

Zaterdag 28 december 2002

En inderdaad, kort na twee uur maakt hij ons wakker. Hij heeft twee schildpadden gezien. We lopen uiterst stil en voorzichtig naar de eerste, die volop aan het graven is. Nu de maan schijnt is veel beter te zien hoe groot het beest is. Met enorme zwaaien van haar zwemarmen smijt ze het zand uit het gat. Ik sta te kijken van de hoeveelheden zand die ze zo weet te verplaatsen.

Op een gegeven moment stopt het graven. Het beest morrelt wat met zijn achterpoten, en het lijkt net alsaf ze af en toe steunt en kreunt. Het blijkt dat ze op een laag stenen is gestoten, en ze probeert de stenen met haar achterpoten te verplaatsen. Maar het lukt haar niet. Na een poosje geeft ze het op, schuift uit het gat omhoog, en begint wat verderop opnieuw te graven.

Infrarood Opname Groene Zeeschildpad

De tweede schildpad heeft haar gat al dichtgegooid, en gaat weer op weg naar de zee. Het zeewater schittert in het maanlicht, en ook ligt er een schittering op het schild van de schildpad. Ze wordt meegenomen door een golf, en de schittering van haar schild verdwijnt in de schittering van de zee. Ik raak diep ontroerd. Jan zwaait haar na, en ook ik steek haast onbewust mijn hand op. The circle of life. Dit gaat al vele eeuwen lang zo, en ik heb een kleine mooie glimp daarvan kunnen zien.

We gaan weer naar onze tenten, en vallen snel in slaap. Ondertussen is het al half vier in de ochtend.

Later lees ik dat de betreffende schildpadden tot 200 jaar oud kunnen worden, en vanaf hun 30e jaar eieren kunnen leggen. Slechts ongeveer 3 van de 10.000 gelegde eieren groeit uiteindelijk uit tot een volwassen schildpad. En op het strand zien we inderdaad de gevaren van de jonge schildpadjes:, ondersteboven gegraven worden door een nieuwe schildpadmoeder, die dwars door een nest heen graaft om haar eieren te leggen, de weg kwijt raken en in plaats van naar de zee het land op lopen en daar uitdrogen, gegeten worden door hongerige meeuwen. En dan komen de gevaren van de zee.

In de ochtend ruimen we met een enigszins duffe kop vanwege de korte nacht ons kamp weer op. Het volgende reisdoel is Sur, waar we in een hotel zullen overnachten.

We komen daar tegen de middag aan. We kwartieren ons in, en nemen een paar rustuurtjes, om de verloren slaap van de afgelopen nacht weer in te halen. Ook is het lekker om even onder een douche te staan.

We hebben een kamer met balkon, met uitzicht op zee. Even later verschijnen er een paar auto’s, en onder ons raam wordt een heel feestje gebouwd. Auto-radio aan, klein vuurtje stoken, en uitbundig geklets. We worden vriendelijk begroet met "Hello Sir". Maar aangezien ook diverse andere hotelgasten worden uitgerookt wordt het vuurtje op verzoek van het hotel weer uitgemaakt. Even later verdwijnt het hele gezelschap weer.

Jan en ik maken in de avond een ritje door de stad. Tic van mij, maar ik kijk ook telkens naar verschijnselen van mijn vakgebied, de elektrische energietechniek. En tot mijn vreugde rijden we langs een gebouw dat ik herken als een electriciteitscentrale, met een paar grote brommende dieselgeneratoren

Zondag 29 december 2002

De laatste reisdag van onze trip. Vanuit Sur gaat het noordwaarts langs de kust. We passeren eerst de Liquid Natural Gas Plant, die daar recent is gebouwd. Merkwaardig genoeg raken we op een grote geegaliseerde vlakte naast de fabriek de weg even kwijt. Via een hobbelige landweg komen we uiteindelijk weer op het goede spoor.

Verderop bereiken we Qualhad; de ruine van wat tot ca. 1500 een van de grootste en welvarende steden van Oman is geweest. Vernield door een aardbeving en een bombardement van de Portugezen in 1560.

Ik dwaal rond tussen de hopen stenen die eens huizen zijn geweest. De contouren van straten en gebouwen zijn duidelijk te zien, en ook de stadsmuren. Maar een enkel gebouw staat nog redelijk overeind, de tombe van Miriam, zoals het heet.


Verder op de route rijden we door schitterend mooie Wadi’s en dorpen. We lunchen in een "Sink Hole"; een ingestorte doline, nu een geweldig groot gat in de grond. Je kunt daar zwemmen, want deze doline staat onderaards in verbinding met de zee. Het water heeft een schitterende blauwe en groene kleur.
Langs vele hobbelige sporen gaat het vervolgens bergop, bergaf, linksaf, rechtsaf verder in de richting van Muscat. De natuur blijft geweldig mooi en ruig.

Tegen 4 uur zijn we thuis. Geroutineerd worden de auto’s leeggeruimd, en de spullen opgeborgen.

In de avond zit ik rustig te lezen in de tuin. Gegrepen door alles wat ik heb gezien heb ik wat boeken over Oman uit de boekenkast van mijn broer gehaald. Ik lees over de bewogen geschiedenis van dit land, vanaf de prehistorie tot zeer recent. En ook dat recente stuk fascineert me. Vanaf 1970 is onder leiding van Sultan Al Qaboos de modernisering van dit land op gang gekomen. En blijkbaar lukt dat proces goed. In Oman is niets bekend van fundamentalisme of terrorisme. Al Qaboos heeft blijkbaar het juiste evenwicht weten te vinden tussen ontwikkeling van het moderne, en het behoud van de tradities.

Later lees ik ook dat in Oman een eigen stroming van de Islam overheerst, die pleit voor openheid en tolerantie. Maar het zal geen gemakkelijke taak zijn om dit land verder zo op zijn ontwikkelingspad te houden. De moeilijkheden zijn groot. Mijn bewondering neemt alleen maar toe.

Later op de avond steekt een sterke wind op.

Maandag 30 december 2002

In de morgen regent het. Ik zit op het terras, waar het schaduwscherm me nog even droog houdt. En ik geniet van de aangename temperatuur en de frisse geur in de lucht.

Later op de ochtend gaan we naar de Souk We dwalen rond langs tientallen winkeltjes. Op diverse plaatsen worden oude telescopen, kompassen, theodolieten en sextanten verkocht. Een enkele keer een origineel exemplaar, maar in de meeste gevallen gaat om het goed gemaakte replica’s. Zo heb ik al een "Miners Compass" met vizier. Nu heb ik mijn zinnen gezet op een sextant. Na enig zoeken vind ik een mooi exemplaar, en ik word het snel eens over de prijs. De winkelier vraagt of ik ook de bijbehorende kist wil hebben, en ik antwoord dat ik die best wel wil zien. Gedienstig wordt de kist uit het magazijntje gehaald, en de sextant erin gelegd. De kist past echter niet, ook tot verbazing van de winkelier die het deksel nog eens stevig wil aandrukken. Dat weet ik nog net te verhinderen, want een sextant onder spanning zetten is desastreus voor de nauwkeurigheid. De volgende kist verschijnt, ook die past niet. En nog een, en nog een. De winkelier schijnt niet te snappen wat er aan de hand is. Ik zie dat de kisten qua omvang wel groot genoeg zijn, maar qua diepte niet. Ik verijdel nog een poging tot aandrukken van een deksel, en overtuig de winkelier er tot slot van dat ik de sextant ook wel zonder kist wil hebben. In ruil voor de kist neem ik dan een zilveren Maria Theresia daalder. Ter compensatie voor de kist wikkelt de winkelier de sextant in een enorme hoeveelheid papier en plakband. En zo verlaat ik even later de Souk weer.

In de middag speel ik spelletjes met mijn neefjes. Overigens met weinig succes.

 

Dinsdag 31 december 2002

We gaan naar de grote Moskee van Sultan Al Qaboos. En op een gegeven moment tref ik mezelf aan ronddwalend op een enorm binnenplein van een schitterend gebouwencomplex. We hebben een rondleiding, en onze gids vertelt honderduit over wat we zien. Het grootste tapijt ter wereld, totaalgewicht 20 ton. Een kroonluchter van 14 meter hoog en 8 meter breed, gewicht 8 ton. Een gebedshal van bijna een halve hectare. Maar ondanks deze getallen en deze dimensies; het is een schitterend complex. Hypermodern, pas in mei 2001 ingewijd, en toch met een onmiskenbare oosterse stijl, sober, ingetogen en gelijktijdig uitbundig, en gewoon mooi. De architecten hebben durf gehad, en visie

Op het moment dat we de gebedshal betreden raak ik getroffen door wat ik zie en ervaar. Dit is inderdaad een inspirerende plaats.

In de middag treffen we voorbereidingen voor de oudejaarsavond. Jan en Lilian hebben nog een paar bekenden uitgenodigd. En zo zitten we in de avond gezellig in de tuin. Tegen middernacht wordt er zelfs een beetje gedanst. De jaarwisseling zelf is zeer rustig. Geen spoor van vuurwerk. We laten een paar Asti Spumante flessen knallen, en proosten elkaar toe. Zo krijg ik weer een glimp van het expat-bestaan te zien. "In den vreemde" is het van belang kontakt te houden met elkaar.

Woensdag 1 januari 2003

We zitten nagenoeg de gehele dag luierend op het terras. Ik speel weer spelletjes met mijn neefjes. Maar de rampspoed blijft groot. Jan junior zet me met schaak schaakmat, en Marc verslaat met Risk mijn legers vernietigend. Ook die van Jan junior, die dat maar niets vindt, maar diep onder de indruk is als hij ontdekt dat we 4 uur Risk hebben gespeeld.

In de avond gaan we nog wat cadeautjes kopen voor het thuisfront. In een winkeltje krijgen we een hele verhandeling te horen over soorten zilver en soorten Maria Theresia daalders. Zo kom ik er achter dat mijn eerder gekochte daalder geen originele is, maar een later geslagen munt, wel van echt zilver, maar niet echt oud.

Donderdag 2 januari 2003

Jan maakt nog een rijtoer met Lilian en mij, en Jenny en Celine. We rijden door Muscat verder langs de kust naar het zuiden, en stoppen op verschillende plaatsen bij inhammen en baaien. Het is weer een ongelooflijk mooie natuur. Uiteindelijk draaien we landinwaarts, op zoek naar de hoofdweg naar het noorden. Zo hobbelen we over almaar smaller wordende weggetjes steeds dieper het land in. We passeren een paar waterputten, en ik maak foto’s van de technische installaties daar rondom heen.

Ondanks bedenkingen van Jenny hobbelt Jan verder en verder het binnenland in, de gezochte weg moet immers weldra opduiken. Maar wat tamelijk plotsklaps opduikt is een duidelijk ophouden van de weg, bij een dadelplantage. We stappen uit en dwalen rond tussen de palmbomen. Het is een buitengewoon schilderachtige plek. Ik bestudeer de muurtjes en kanalen die er voor dienen om de palmen van water te voorzien. Het is een heel ingewikkeld netwerk, en vermoedelijk ook zeer oud. Geen spoor te zien van mensen.

Uiteindelijk hobbelen we de hele lange weg weer terug.

Na het eten maken we met zijn allen nog een wandeling, boven over de berg. Het uitzicht is schitterend. Jan junior loopt langs me op, en we praten over van alles en nog wat. Oom met neef, alsof het zo hoort.

Vrijdag 3 januari 2003

De laatste dag. Er komt een sfeer van afscheid nemen. We gaan nog wat winkelen, drinken daarna koffie in de club. In de middag pakken we onze koffers in. De ruimte die we over hadden van de meegebrachte etenswaren is nagenoeg weer volledig gevuld door de spullen die we gekocht hebben om mee te nemen. Ik had ook nog een Koran willen kopen, maar mijn broer wijst me er op dat die ook in Nederland te krijgen is, zelfs in Nederlandse vertaling.

In de avond brengen Jan en Jenny ons naar het vliegveld. We nemen afscheid in de hal. Het is een bijzonder afscheidsmoment, na zo’n mooie dagen samen.

We passeren de eerste controle, checken in, gaan door de security, nog een controle, en uiteindelijk naar de afstempeling van de visa. De dienstdoende Omani-beambte kijkt ons gestreng aan, controleert de paspoorten, en slaat uiteindelijk de stempels er in. Dan zegt hij zonder een spier te vertrekken "Doei, tot ziens"

Inschallah, dat zal zeker gebeuren.

Back to home page Terug naar home page

@ C& J. Schreurs December 2002