Yoricks dagboek deel 5: Grenadines

donderdag 16 februari 2006
Het ontbijt hebben we achter de kiezen, tijd voor een tochtje over het eiland. We willen naar de “Dark View Falls.” Gister hadden Nico en ik al even geïnformeerd hoe we daar het beste konden komen. Per taxi werd er gezegd, maar dan moest je nog wel een half uurtje lopen, omdat ze niet helemaal tot aan de watervallen kunnen komen. Een tour per taxi zou ons 200 EC (€66,-) kosten. Dat vonden we erg veel. Ik stelde voor om gewoon per busje te gaan en ons op die manier zo dicht mogelijk bij de falls te laten droppen. We liepen dus eerst naar de weg en wachtten bij een klein local barretje. De kalebaskunstenaar J.A. Sam (James Alexander Sam) was er ook en begroette ons. Nadat we even met hem gesproken hadden kwam er een busje aanrijden en J.A. Sam hield hem voor ons aan. Toen we instapten zei hij: ‘These are nice people, take good care of them!’ Dat kwam ook wel goed. Het tochtje duurde een half uurtje. Toen we vlak bij de falls waren, waren we samen met nog één local de enige in het busje. De local vroeg ineens of hij langs dezelfde weg weer terug naar het dorpje reed en dat was zo zei de chauffeur. Hij maande de chauffeur te stoppen en stapte uit. Hij ging even staan pissen langs de weg en zou dus zo weer opgehaald worden door het busje. De weg ging daarna over in een onverharde eenbaansweg. De chauffeur bracht ons wel even tot aan het begin van het pad naar de waterval. We stapten uit en betaalden, met fooi, 20 EC (€6,50) omdat hij ons tot hier had gebracht en niet tot het dorpje. Het begin van het pad bestond uit een hangbrug over een klein riviertje. De brug was gemaakt van staalkabels en bamboestammen om over te lopen. Daar zagen we de Noren die bij ons in de baai liggen over terugkomen. Meteen vroeg Wilma en Nico hoe het daar was en zij hadden het erg mooi gevonden. De brug staken we daarna snel over en nadat we een heel klein trappetje opliepen kwamen we op een open plek. Daar staken enorme bamboetakken over ons heen. De open plek werd overgestoken en meteen zagen we de eerste waterval. Deze was nog een stuk groter dan die van Tobago, die we met de familie bezocht hadden. Waar het water weer verder stroomde, had een boer een bassin gemaakt. Hij had een kreeftje in zijn hand, dus die zal hij daar vast in kweken. Over het muurtje van de bassin liepen we over het riviertje. En toen begon de grote klim. En steile trap, bij elkaar gehouden door bamboe, moest worden beklommen. Eenmaal boven stonden we bovenaan de eerste waterval. Ik liep een stukje stroomopwaarts over gladde stenen en door kleine stroompjes. Weer een paar meter hoger geklommen, kwam ik bij de tweede waterval uit. Deze was weer een slag groter dan de eerste en het water kwam er met nog meer kracht uit. Drie mannen waren daar al aan het zwemmen en stonden zelfs even onder de waterval. Een van de mannen kwam me tegemoet om te begeleiden over de gladde stenen. Veilig kwam ik bij de waterval aan. Daar wilde ik meteen gaan zwemmen, maar eerst moest mijn rugzak op een droge plek neergezet worden. Daarvoor moest ik door het water lopen, waar ik behoorlijk nat werd van het stuivende water, wat met een aardige kracht om je oren vliegt. Aan de andere kant kon ik mijn spullen droog neerleggen en liep terug het water in. Wilma kwam me even later ook achterna om te zwemmen. Nico en Miklós bleven op het droge. Ik hield eerst even mijn hand onder de waterval, voor ik er meteen onder dook. De enorme kracht die het vallende water gaf, deed me besluiten er maar niet onder te gaan staan. Na even kort gezwommen te hebben begon de klim weer naar beneden. Aangezien we het aanbod van het busje om te wachten hadden afgeslagen, moesten we teruglopen naar het dorp. Het was een lekkere wandeling in de schaduw. Er stonden een paar geiten langs de weg, die niet veel deden behalve eten. Er liep ook een enorme pijp van de watervallen tot (waarschijnlijk) in zee, om elektriciteit op te wekken. Toen we over een bruggetje liepen, zag ik een beestje in de categorie wezels wegschieten. Ik had zoiets nog nooit in het wild gezien. Nico filmde een groot deel van de wandeltocht. In het dorpje filmde Nico de omgeving, toen een man ineens keihard begon te schelden en te schreeuwen. Netjes vertaald wilde de man simpelweg niet dat hij gefilmd werd. Wij maanden dan hij wel even kon stoppen met schreeuwen en liepen gewoon verder. Bij een klein barretje vroeg een man of we wat wilden drinken. Dat wilden we wel en dronken wat, terwijl we met wat locals stonden te praten. Daarna liepen we nog een stukje verder. We kregen nu wel honger en aten het brood dat we meegenomen hadden op. Nu vroeg ik me af of we teruggingen naar de boot of dat we hier nog rond wilden lopen. De meningen waren verdeeld tussen Nico & Wilma en Miklós en ik. Daarom splitsten we ons op. Al snel hielden we een busje aan. Dit busje was in tegenstelling tot de andere een stukje groter, wat meer ruimte opleverde. Er konden ook meer mensen in dan normaal. Een airco zorgde voor verfrissing in plaats van raampjes opendoen. We zaten dus heerlijk op deze terugtocht en we werden afgezet bij de baai. We dronken wat bij het restaurantje, waarna we al snel naar de boot gingen. We zwommen en zaten wat totdat Nico en Wilma terugwaren. Het duurde erg lang en later vertelden ze waarom. Na het busje dat wij hadden aangehouden, kwam er geen enkele meer langs. Ze zijn uiteindelijk in twee keer gelift en zo alsnog in Wallilabou aangekomen. Toch hebben ze toch nog een heel stuk moeten lopen, voor ze dat voor elkaar kregen. Tijdens deze wandeling kwamen ze een grote pick-up tegen met heel veel mannen erin in blauwe overals. Miklós en ik hadden de wagen al eerder gezien en zeiden voor de grap ‘ow, dat zijn vast gevangenen.’ Nadat Nico en Wilma hun verhaal hadden gedaan bleek dat ook zo. Ik roeide naar de kant waar Nico me opwachtte. We gingen eten in het restaurant, wat mij een erg goed idee leek. Ik haalde Miklós op en samen roeiden we naar de kant. We hadden een boender meegenomen en nadat de rubberboot op de kant gezet was, werd de onderkant even schoongemaakt. Morgen willen we namelijk erg vroeg weg en dan hoeft dat niet meer. We aten heerlijk in dit prima restaurantje. Miklós en ik wilden daarna nog even blijven en daarom bracht ik Nico en Wilma naar de boot. Na twee biertjes gingen ook wij terug naar de boot. Op de boot gingen Nico en Wilma net slapen en hadden wij de ruimte. Een biertje verder gingen ook wij naar bed. Morgen een tocht van 40 mijl naar St. Lucia voor de boeg en om optijd in te klaren gaan we zo vroeg weg (anders kost het veel geld). Ciao!

woensdag 15 februari 2006
Nadat de koffie op was, ging ik met Nico en Wilma de kant op. Zij hadden een afspraak met een kunstenaar. Deze kunstenaar beschilderde kalebassen en dat wilden ze wel even zien. Ik was meegegaan om het huis op de set, wat gebruikt is voor deel II en III te bekijken. De kunstenaar zit in een café wat zaterdag opengaat en vanuit daar gaat hij zijn spullen verkopen. We bekeken al zijn kalebassen en dat waren er aardig wat. Na veel overleg hadden we er maarliefst zeven uitgekozen. Na lang denken en rekenen vroeg hij er 300 EC voor (€100,-). Nico bood daarop 200 EC, waarna een compromis van 250 EC werd gesloten. Het probleem was daarna dat de man niet kon wissellen en Nico alleen heel veel geld had, of 240 EC met wat kleingeld. Nico zat het kleingeld te tellen, toen de man zei dat al het kleingeld ook wel goed was. Het was heel goed onderhandelen met deze man, wat erg prettig was. De man was ook helemaal opgelaten toen we hem zeiden dat we hem wel zouden vermelden op de site. Op elke kalebas had hij zijn handtekening, J.A. Sam, gezet. Nico vroeg of hij e-mail, telefoon of andere communicatiemiddelen tot zijn beschikking had, zodat we hem konden bereiken voor als we nog eens wat wilden. Dit is natuurlijk de Caribean waar nog niet iedereen in de lucht hangt, dus had ook deze man dat niet. Wel had hij een adres waarop we konden schrijven en dan zou het bij hem aankomen. Dit adres pende hij keurig in een van de kalebassen. Nadat we hadden beloofd om goed voor zijn kunst te zorgen, namen we afscheid. Nu liepen we met de tas vol kalebassen het huis van “Pirates of the Caribean” binnen. Het was erg speciaal om, voordat ik de film gezien heb, al de set heb gezien. Ik nam wat foto’s van het decorstuk en daarna liepen we terug naar het restaurantje. Daar dronken we wat waarna we terugkeerden naar de boot. Op de boot speelde ik met Miklós Monopoly en Mens erger je niet, wat ik helaas beide verloor. Wilma bakte ’s avonds pannenkoeken, wat natuurlijk weer prima smaakte. Na het eten gingen Miklós en ik naar het restaurantje voor een biertje. Miklós bestelde twee Carib, maar de vrouw kwam terug met twee Cola. De barman barste gelijk in lachen uit waarna de vrouw meteen haar fout inzag. De Cola’s werden omgewisseld voor het locale biermerk Hairoun en we gingen zitten. Na het tweede biertje gingen we weer terug naar de boot. Snel typte ik mijn verslag en zometeen pak ik met Miklós nog maar een biertje. Ciao! 

dinsdag 14 februari 2005
Aaargh… een schitterende ochtend in deze piratenbaai. Als we ontbeten hebben en de ouwe lui koffie hebben gedronken, gaan we de kant op. Eerst wandelen we langs een weg richting een waterval. Als Nico een klein paadje ontdekt slaan we die in en natuurlijk loopt het dood. Nadat Nico bij een vrouw geïnformeerd had, bleek dat we gewoon rechtdoor moesten. Tien minuten later kwamen we daar aan. Een groep toeristen stond er al naar te kijken. Gelukkig gingen deze snel weg en hadden we de ruimte. Al snel ging ik zwemmen, waarna Nico erachteraan dook. Wilma ging pootjebaden en Miklós bleef op het droge. Het water was natuurlijk zoet en een stuk koeler dan het zeewater, wat erg lekker was. Na het zwemmen liepen we weer richting de baai. Op de heenweg had Wilma een mandje gezien in een “craftshop” en op de terugweg haalden we die op. Deze man had ook een paar standbeelden gemaakt van motoronderdelen, wat er erg mooi uitzag. Voordat we de baai bereikten overlegde ik even met Nico of we naar de hoofdstad Kingstown konden. Nico zag dat wel zitten en Miklós en Wilma stemden in. Eerst haalden we bij een klein tentje nog wat drinken en toen hielden we het eerste beste busje aan richting Kingstown. Na een lange tocht kwamen we aan in de hoofdstad. Nu hadden we wel honger gekregen en gingen eerst even wat lunchen. Ik zat me Miklós aan een tafeltje, toen een oudere vrouw naar ons toe kwam. ‘Where are you from?’ ‘From Holland,’ zeiden we. ‘Dus jullie spreken Nederlands?’ was het antwoord. Daarna volgde een kort gesprek. Deze vrouw had een paar jaar op Aruba gewoond en zo Nederlands geleerd. Ze sprak goed Nederlands voor iemand die dat van origine niet is. Nico kwam terug met wat Cheeseburgers en Roti’s. Na het eten gingen Nico en Wilma nog even met de vrouw staan praten en Miklós en ik doken een muziekwinkel binnen. Even later liepen we weer met z’n vieren door Kingstown. Miklós was op zoek naar nieuwe slippers, omdat hij die op de wandeltocht naar Hope Bay had verspild. Na een paar winkeltjes vond hij ze eindelijk. De rest van de tijd zochten we naar een memorycard voor het fototoestel en ik voor mijn PSP. Hier hebben ze wel het een en ander aan technische spulletjes, maar helaas niet wat wij zochten. Laat in de middag dronken we nog wat en namen een busje terug naar Wallilabou Bay. Meteen doken we in het restaurantje en aten daar. Het eten smaakt hier prima, zoals Tjalko en Paulien al hadden verteld. Na het eten keerden we terug naar de boot, waar na wat lezen en muziek luisteren iedereen ging slapen. Ciao!

maandag 13 februari 2006
Op naar “The Black Pearl!”
In de ochtend werd na het ontbijt getankt en voeren we uit naar Wallilabou Bay. In dit kleine baaitje is de film “Pirates of the Caribean” opgenomen. De tocht naar dit piratenhol verliep prima. Helaas hadden ze het schip van de film “The Black Pearl” niet laten liggen. Bij het binnenlopen werd er tussen de bootboys nog wat gevochten om de moorings. De eerste die bij ons was bood 20 EC voor zijn mooring, maar de restauranteigenaar heeft een beter bod: Eet in mijn restaurant en je hebt een gratis mooring. Tussen hun begon enige discussie, omdat zei hier zeggen ‘first one serves.’ In Europa gaan wij echter in op het beste aanbod en dus namen we de mooring van de restauranteigenaar. Later kwamen andere boatboys zich er ook nog mee bemoeien, maar dat haalde niks uit. Toen we eenmaal lagen konden we de baai even goed aanschouwen. De steiger in het begin van de film lag er nog en meteen werd deze herkend. Ook de huisjes staan er nog, inclusief die van Will Turner, de smid uit de film. Het bruggetje waar Johny Depp als “Captain Jack Sparrow” overheen rent in het begin van de film staat er ook nog en is een van de weinige dingen die niet half uit plastic bestaan. De set is trouwens een stuk kleiner dan je zou denken. Miklós en ik gingen even wat drinken in het restaurant, waar een groot bord met foto’s en handtekeningen van de hele crew hangt. Daarna werd er een rondje over de set gemaakt, pratend over op welk stukje wat gebeurde. Op de steiger waar “Captain Jack Sparrow” Elizabeth redt en ontsnapt, hangen nu allemaal locals met behoorlijk wat wiet. Toen Miklós en ik daar liepen had een man een zak wiet ter grote van een flinke zak spinazie bij zich. ‘Do you want a Caribean sigaret?’ Nee dankje. We wilden daarna wel even de film afzien. De film heb ik al een stuk of zes keer gezien, maar telkens niet afgekeken. Nu keken we hem dus op de boot af en herkenden van alles, wat erg leuk was. ’s Avonds aten we een soepje met een heerlijk stukje belegd stokbrood uit de oven. Miklós en ik gingen daarna nog wat drinken in het restaurant. Op de boot pakten we nog een biertje en gingen toen slapen. Ciao! 

zondag 12 februari 2006
Na het ontbijt in het ochtendzonnetje, gingen Miklós en ik de kant op. Even wat drinken, zitten en weer terug. Op de boot werd daarna niet veel gedaan. Begin van de middag gingen Nico en ik snorkelen. Met de dinghy voeren we naar het rif waar we al gedoken hadden en gooiden het anker uit. Op een zeeslang en een morene na was er eigenlijk niet heel veel bijzonders. Het rif is wel erg bijzonder omdat het bestaat uit veel rots, met af en toe een dieper stuk wat ertussendoor loopt, soort kloof. Na ruim anderhalf uur voeren we weer terug naar de boot. Daar ging ik na Miklós even op het internet. Nico en Wilma had ik ervoor al op de kant afgezet en moesten later weer opgehaald worden. Nico kwam me tegemoetlopen en zei dat we bij pizzaria “Mac’s” gingen eten, in plaats van de pasta die Wilma had voorgesteld. Miklós moest ik even snel ophalen en dan zouden we ze treffen in het restaurant. Nico, Miklós en ik deelden een 15” pizza, wat genoeg wat voor z’n drieën. Het toetje bestond uit een groot home-made cookie. Na het eten zette ik Nico en Wilma weer op de boot en daarna ging ik met Miklós nog even wat drinken. We wilden naar “The Salty Dog”, maar ook vandaag was die dicht, hoewel de openinstgijden anders deden aangeven. Dan maar verderop even kijken. Bij “Maria’s” zagen we een Zweed die we eerder ontmoet hadden en dronken een biertje met hem. Later op de avond zaten we nog even bij “Frangipani” en daarna gingen we al vroeg terug naar de boot. Aan boord gingen we nog even buiten zitten en daarna zochten we de kooien op. Ciao!

zaterdag 11 februari 2006
Tjalko en Paulien van de “Doordrijver” zijn allang vertrokken tegen de tijd dat ik wakkerwordt. Er werd met z’n vieren ontbeten in een lekker ochtendzonnetje. Nico stelde voor om vandaag te gaan duiken en dus ging hij direct naar de duikshop, nadat we ontbeten hadden. Om kwart over elf moesten we er zijn. Aangezien we vroeg waren opgestaan hadden we nog ruim de tijd. Dan gaan we om elf uur de kant op. Eerst gaan we langs het draadloosinternetkantoortje, want het internet doet het weer eens niet. Na een flinke discussie krijgen we dan eindelijk een deel van het geld terug. Snel lopen we door naar de “Bequia Divers.” De spullen worden snel bij elkaar gezocht en binnen een kwartier varen we uit. De duikplek is vlakbij en niet diep, omdat de instructrice al een 30 meter duik heeft gedaan vandaag. Als we met de equipment achterover het water in duiken, is er nog niet bar veel te zien. De verwachting is ook niet erg hoog, maar je weet maar nooit. In het begin zien we ook niet veel bijzonders, maar richting het einde van de duik wordt het steeds leuker. Eerst worden een paar morenes gespot en ook een zeeslang. De grootste morene zat onder een rots. We zagen alleen z’n kop en dat was maar goed ook, want dit beest moet zeker een meter of vijf lang zijn. Naar schatting kan hij mijn arm er in één hap afbijten. Toch was het absoluut niet eng, maar juist fascinerend. In een kleinere ruimte zagen we vervolgens een enorme krab, die je liever niet in je badkuip hebt. Alsof het nog niet genoeg was, zagen we ook nog een Nurse Shark van ruim drie meter. Dit beest lag niet te pitten, maar lag wel rustig onder een steen. Het was geweldig om zo’n groot beest tegen te komen. Een kogelvis sierde het einde van de duik, deze hadden we nog nooit gezien. Veel grote trompetvissen zwommen tussen de riffen, maar die hadden we wel vaker gezien (maar niet zo groot dus). Een geweldige duik dus. Veel “enge” beesten en prachtige koralen. Terug op de boot voeren we al snel met de 250 pk, terug naar de aanlegsteiger. De spullen konden aan boord blijven voor een volgende duik, wat veel sjouwwerk scheelde. Na een heerlijke douche werden de logboeken ingevuld en vertrokken we. Nu hadden we wel erg veel trek. Bij de “Gingerbread” aten we een flinke sandwich, wat echt heerlijk smaakte. Miklós haalde ons daarna op bij de steiger van “Frangipani” en al gauw waren we weer terug aan boord. De verhalen werden verteld en ze waren onder de indruk van de grote beesten die we gezien hadden. Na Miklós dook ik achter de computer en kwam daar tot het eten niet meer achter vandaan. Wilma had lekkere spaghetti klaargemaakt, met kippensoep vooraf. Miklós en ik wilden na het eten nog wel even wat van de Winterspelen zien en gingen van boord. Op de kant aangekomen bleek “The Salty Dog” dicht te zijn, tot onze grote teleurstelling. Ook volgens de openingstijden moesten ze open zijn. Dan maar verderop wat drinken. In een bar die “De Bistro” heet pakten we ons eerste drankje. Aangezien we daar last hadden van muggen, waren we daar ook snel weer weg. Bij “Devil’s Table” was live muziek, wat erg gezellig was. Tijdens de tocht over het eiland hadden we tijdens een drankje in een resort een speciaal kaartje gekregen. Deze schreef de barvrouw uit, die wij hadden leren kennen in “The Salty Dog” en hiermee konden we vier gratisdrankjes halen (in “Devils Table”). Hiermee konden we alles halen wat me maar wilden en daar kwamen twee overheerlijke cocktails uit voort. Na een tijdje daar gezeten te hebbe, wilden we toch weer naar iets anders. De live muziek is toch wat hard en je kan er niet normaal een gesprek voeren. Bij de steiger van “Frangipani” legden we de dinghy neer. Langs het strand zijn veel tentjes, dus dachten we dat er vast wel één open was. En inderdaad, er was er ook nog echt één open. Daar dronken we een biertje, waarna de bar meteen sloot. Dan maar naar de boot, want nu is echt alles dicht. Daar schreef ik even snel mijn verslag. Nu maar snel naar bed, het is immers al laat. Ciao!

vrijdag 10 februari 2006
Gister hadden we met Tjalko en Paulien afgesproken om een wandeling te gaan maken. De bestemming is Hope Bay en dat is alleen lopend te bereiken. We wilden om tien uur weg, maar dat verliep net even anders. Ik was simpelweg door m’n horlogealarm heengeslapen en tegen elven kwamen ze maar naar onze boot. Snel werden tassen bij elkaar gepakt, geld meegenomen en gingen we van boord. De Noren en de Deen gingen ook mee, dus die ontmoette we in het dorp. Eerst moest er nog wat gegeten worden, dus wilden we Roti halen bij een soort snackbar. Ik ging even snel mijn ketting ophalen, die prima gemaakt was en voor maar tien EC. De Roti werd helaas niet geserveerd, dus gingen we naar de bakker waar de Noren en de Deen ook waren voor het ontbijt. Ineens zeiden ze dat ze om 14:00 al terug moesten zijn en aangezien het een uur heen en terug is en we daar nog even wilden blijven, konden ze niet meer mee. Gister zeiden ze dat ze een hele dag hadden om te doen wat ze wilden, dus maakt een paar uur later ook niet uit. Met z’n vieren gingen we dus verder. De bakker had helaas nog maar één baguette, die Tjalko snel meenam. Miklós en ik liepen op advies van Paulien naar een supermarkt, maar die had niet veel. Twee pakken koek en twee blikjes fris waren het resultaat. Paulien nam nog even snel wat kruidenboter en tonijn mee, voor op de baguette. De wandeling begon. Het was inmiddels al aardig warm geworden, maar nog net dragelijk. Al snel kreeg ik buikpijn en even later gingen we even zitten. De koekjes werden gepakt en daarna was de buikpijn over, dus gewoon hongerbuikpijn. De rest van de tocht was beter. Halverwege ging de weg over in veel losse stenen, hobbels en kuilen. Een kwartier later kwamen we dan in Hope Bay/ op Hope Beach aan. Daar stond een klein, met palmbladen overdekt zittentje, waar we onze schaduw vonden. Er werd al snel gezwommen. De golven hier zijn werkelijk enorm, precies zoals Tjalko al gezegd had. Gomera was er niks bij. Het verschil met Gomera was ook dat hier geen stenen in het water lagen, wat een stuk lekkerder liep. Enorme golven van twee meter en hoger storten zich over ons heen, wat erg leuk was. Er werd ook nog gevoetbalt met onze volleybal. Paulien riep ons daarna voor wat eten. De baguette werd gevuld met kruidenboter en tonijn, wat prima smaakte. Tjalko en ik gingen daarna weer even met de volleybal overgooien en later deden Paulien en Miklós ook mee. Dan even uitrusten in het zittentje, om vervolgens weer te zwemmen. Tegen een uur of drie gingen we uit het water, omdat Tjalko en Paulien op tijd terug moesten zijn in Port Elizabeth, om te tanken. Ze willen namelijk morgenvroeg vertrekken naar Guadeloupe. De spullen werden bij elkaar gezocht en via een andere route liepen we terug. Deze ging langs een smal en steil pad. Al snel waren we flink wat meter geklommen wat een erg mooi uitzicht gaf. Bovenaan was een prachtige vijver met waterlelies, libelles en een paar visjes. De vijver kreeg z’n water van boven en was dus zoet. Daar zaten we even en daarna liepen we verder. We liepen langs een resort, waar ik wel even wat water wilde halen, maar Tjalko zei dat even verderop een leuk barretje was waar we wel even een Colaatje konden halen. Dit bleek bij het fort te zijn waar we een paar dagen eerder, met de tocht over het eiland, ook al wat hadden gedronken. Tjalko dook in de hangmat, Miklós in een stoel en Paulien en ik haalden wat drinken. Ik was toe aan een grote fles water, waar al snel een liter uit was. Om op tijd weer in Port Elizabeth te zijn gingen we vrij snel weer weg en liepen de weg naar beneden. Bij “Frangipani” vonden we Nico en Wilma, die Tjalko en Paulien uitnodigde voor een barbecue. Dat aanbod sloegen ze niet af. Nu gingen zij tanken en uitklaren, dus zien we ze in de avond weer. Met z’n vieren dronken we wat waarna we weer opsplitsten. Miklós en ik gingen weer naar “The Salty Dog” om te darten. Om kwart voor zes stonden we, als afgesproken, weer op de steiger. Nico en Wilma zouden ons dus ophalen, maar ze kwamen niet. Ik ging op een andere steiger staan om beter gezien te worden. Na een tijdje kwam een local die we kennen, met z’n boot, naar me toegevaren. Hij zei: ‘Do you need a ride?’ Ik antwoorde: ‘Yes, but a free ride!’ ‘No problem’, zei hij en dus voeren we richting de Oceans4. Halverwege kwam Nico ineens met de dinghy aanvaren. Ik zwaaide naar hem en hij kon dus terug, toch ging hij nog ergens anders heen, blijbaar moest hij nog wat doen. We bedankten de local en stapten aan boord. Daar ging ik aan m’n verslag. Tjalko en Paulien kwamen aan boord en gaan dus zometeen met ons barbecuen. Vanavond zullen we wel weer in “The Salty Dog” belanden en een biertje drinken. Ciao!

donderdag 9 februari 2006
Goed geslapen, voeren Nico en ik naar de “Doordrijver.” Daar zouden we eigenlijk even langs gaan, maar al snel resulteerde het in een gezellig non-alcholisch borreltje. Tjalko geeft ons een stukje surfmast wat als verlengstuk voor de buitenboordmotor gebruikt kan worden. Nu kunnen we staand in de dinghy varen, waardoor je minder nat wordt. Als we terug op de boot zijn, moet er het een en ander gedaan worden. Miklós en ik gaan daarom de kant op, voor een doos Carib en een gasfles. Ik moest ook nog een ketting van Tobago laten repareren en ging dus eerst even naar een boutique. Ze zij dat ik hem morgen even kon brengen en dan zou ze hem repareren. De Carib werd gehaald en aangezien we gas aan de andere kant van de baai konden halen, voeren we eerst terug naar de boot. De Carib werd ingeladen en we voeren verder. De dinghy werd geparkeerd voor “Frangipani” en vanaf daar konden we bij Max’s Marine een niewe gasfles halen. Aangezien we nog geen zin hadden om naar de boot te gaan, liepen we met de gasfles “The Salty Dog” binnen. Daar konden we hem gewoon neerzetten en wat darten. Tegen het avondeten gingen we terug naar de boot. Ik ging even op de computer tot het eten. Bij “Frangipani” wordt elke donderdagavond een barbecue georganiseerd en ons leek dat wel leuk, dus schoven we aan. De Doordrijver zou bij “Mac’s” gaan eten en later met ons wat gaan drinken. Het eten was niet fantastisch. De barbecue werd op borden aangekondigd als “Grand buffet” en “Big Barbecue.” Het was echter een klein tafeltje met wat salades en vooral koude gerechten. Het barbecuegedeelte bestond alleen uit één steak, in tegenstelling tot zoveel vlees totdat je ervan neervalt. Veel mensen kwamen op deze avond af en daardoor was het behoorlijk rumoerig. Miklós en ik hadden al snel gegeten en gingen meermalen ergens anders zitten. Nico en Wilma hadden gezelschap van twee Amerikanen uit Connecticut, dus kon dat vrij simpel. Als we een tijdje op een steiger zitten, komen Tjalko en Paulien voorbij. Eerst kijken we of ze ons zien, maar als ze voorbij lopen roepen we ze toch even. Dan lopen we met z’n vieren terug naar “Frangipani”, waar Nico en Wilma nog steeds in gesprek zijn met de Amerikanen. Eerst drinken we wat met z’n vieren en daarna komen Nico en Wilma er ook bij. Als we later gaan zitten komen er twee Noren en een Deen bij zitten. We leren ze dus kennen en als de bar sluit willen we nog met de groep naar “The Salty Dog.” Ik breng even snel Nico en Wilma weg en kom terug. Als ik bij de steiger aankom, zie ik de groep teruglopen en ze vertellen met dat de bar dicht is. De “Doordrijver” wordt beschikbaar gesteld als bar en met z’n allen drinken we daar verder. De Noren en de Deen gaan uiteindelijk eerder weg dan Miklós en ik. We blijven dus nog een paar drankjes en dan worden ook wij van de boot geschopt. Op de boot ga ik meteen slapen, het is namelijk nogal laat of vroeg, net hoe je het bekijkt. Ciao!

woensdag 8 februari 2006
Vanochtend gebeurde na het ontbijt niet echt veel. Miklós en ik besloten uiteindelijk maar de kant op te gaan, naar “The Salty Dog”. Daar darten we wat en namen we een biertje. Even later op de boot werd er wat geïnternet. Nico en Wilma gingen naar de kant voor wat boodschappen, dus hadden we de boot voor ons alleen. We wisten al dat de “Doordrijver” hierheen zou komen en inderdaad kwamen ze in de middag hier binnen. Een uur later zaten bij ons aan boord en aten we gezellig met z’n allen. Ineens kreeg Pauline hoofdpijn. Chalko (schrijf je het zo?) had nog wel zin om met ons naar “The Salty Dog” te gaan. Daar dronken we wat. Chalko wilde daarna naar een tent verderop, maar die was dicht, net als de rest. We liepen rond de baai naar “Devils Table” in de hoop dat die nog wel open was, maar tevergeefs. Op de terugweg kocht Chalko een biertje bij een tentje met luide muziek. Dan maar terug naar “The Salty Dog”. Daar dronken we nog een biertje en daarna wat Rum & Coke, wat erg lekker was. Chalko bracht ons terug naar de boot in de vroege ochtenduren. Natuurlijk schreef ik nog even snel mijn verslag. Zometeen nog even buiten uitrusten en dan pitten. Chalko neemt ons morgen mee naar Hope Bay, wat erg mooi moet zijn. Lekker slapen dus. Ciao!

dinsdag 7 februari 2006
Voor het middaguur stappen we van boord, we gaan vandaag over het eiland. Eerst drinken we nog wat bij “Frangipani”, wat hier heel erg bekend is. Daar komt de jongen van de mooring naar ons toe, omdat we hem nog niet betaald hadden. Toen Nico hem zei dat we over het eiland wilden, riep hij met de marifoon een vriend op die en taxi heeft. Voor een redelijke prijs bracht die ons naar wat punten. Over een prachtige route reden we naar een schildpaddenopvangcentrum. Dit is te vergelijken met Pieterburen, maar dan is het voor schildpadden. Kleintjes werden geboren, anderen werden verzorgd/genezen en maar een paar moesten daar echt blijven omdat ze niet goed genoeg konden zwemmen. Het was erg leuk ze zo van dichtbij te zien en ze zelfs even aan te raken. Na dit leuke bezoek, gingen we naar een sugarmill, waar nu een potterij in zit. Dit stond er al aardig wat jaartjes en ze hebben het goed kunnen onderhouden. Helaas was er geen elektriciteit waardoor er niemand aan het werk was. Ze waren namelijk aan de stroomkabel bezig zoals we vanuit de taxi al hadden gezien. De eindbestemming was bij een fort. Dit was helaas omgetoverd tot bar, maar wel aardig. Er was ook een hangmat, maar helaas niet zo’n goeie als die van Paul. De man zei dat op Martinique in een bepaalde boutique ze hangmatten verkochten en tekende dat voor ons uit met namen erbij. Nu hebben we in ieder geval een adres om er één te kopen, dat lijkt ons namelijk wel wat. Vanaf het fort mochten we terug naar beneden lopen. Na een tijdje hadden we echter lol om alles wat los en vast zat en kon hij niet meer stoppen met lachen. Als klap op de vuurpijl kwam er nog eens een Renault Twingo voorbij, het grappige autootje, wat we al tijden niet meer gezien hebben. Eenmaal beneden werd er in een strandtent geluncht met heerlijke sandwiches. Daarna wilden Miklós en ik naar “The Salty Dog” en dus zette in Nico en Wilma af op de boot. Daar werd wat gedart tot tegen het einde van de middag. Op de boot werd nog heel even geïnternet tot we moesten eten. Vanochtend had ik al bij de veelbesproken pizzeria “Mac’s” gereserveerd. Toen we daar twintig minuten te laat aankwamen, zeiden ze dat ze niet meer op ons gerekend hadden. Toch maakten ze nog even snel een tafel klaar en konden we alsnog eten. De pizza’s smaakten inderdaad prima en hadden inderdaad een flink formaat, zoals de verhalen gaan. Na het eten gingen Miklós en ik opnieuw naar “The Salty Dog” en bracht ik opnieuw Nico en Wilma naar de boot. Er werd weer wat darts gespeeld, wat voetbal gekeken en wat biertjes getankt. Dan maar weer naar de boot, verslag schrijven en maar weer een biertje pakken. Ciao!

maandag 6 februari 2006
Er werd weer heerlijk uitgeslapen, waarna een prima ontbijtje volgde. Vandaag werd ons een taak opgelegd, namelijk koken. Dus gingen wij de kant op om wat te zoeken. Helaas zijn de supermarkten niet zo uitgebreid als in Nederland. Met niks moesten we terug. Na wat overleg besloten we een baguette te bakken met tomaat, cheddar cheese, kruidenboter en sla en daarbij wat kip. Eerst dronken we wat en daarna doken we opnieuw de stad in. Bij de bakker moesten de broden nog gebakken worden en moesten we twintig minuten wachten. Dan maar eerst wat andere dingen halen. De kip werd chickenwings, wat ook erg lekker is. Daarna gingen we op zoek naar sla. De groentemarkt was gewoon open dus gingen we daar kijken. Na een stap over de drempel te hebben gezet, kregen we al een aantal aanbiedingen van een groenteman. We hadden alleen wat sla nodig en dat had hij. Toen hij zijn krop liet zien, liet zijn buurman fijner gesneden sla in een zakje zien en voor vier EC (€1,30) in plaats van vijf konden we die meenemen. De keuze was dus snel gemaakt. Bij de bakker moesten we nog steeds vrij lang wachten, omdat de andere boodschappen vrij snel gingen. Toen de broden klaarwaren stonden er ook wat andere mensen te wachten. Helaas voor hun was ik al een half uur eerder en kon ik zo twee verse baguettes meenemen. De boodschappen dropten we op de boot en gingen weer even terug naar de kant. Bij “TheSalty Dog” gingen we darten en namen een biertje. Op tijd gingen we terug naar de boot om te koken. Het verliep vlekkeloos en het smaakte heerlijk. Na het eten hoefden we nu niet af te wassen dus meteen maar weer terug naar “The Salty Dog”. Daar stond wat voetbal aan op tv en ondertussen speelden we een potje darten. We vermaakten ons er prima, maar er moest nog wat op de boot gedaan worden dus gingen we optijd terug. Mijn verslag werd getypt en zo meteen weer even lekker wat drinken. Nico heeft een nieuwe doos Carib gehaald, dus dat komt wel goed. Ciao!

zondag 5 februari 2006
Ik werd wakker door vreemde stemmen. Nick en Hetty waren aan boord. Deze Nederlanders wonen nu al een hele tijd in Canada, maar praten nog accentloos Nederlands. Nadat ik me had voorgesteld, ging ik maar eens ontbijten. Paul zou vanochtend vertrekken en eigenlijk dacht ik dat hij al weg was. Toch zette ik de marifoon aan en meteeen werden we door hem opgeroepen. Hij zei dat hij inderdaad ervoor had kunnen zorgen dat morgenochtend hier weer terug was, waarmee we erg blij waren. Voor hij echt wegging zou hij nog even langsvaren. Wij waren echter sneller met de dinghy en voeren nog even bij hem langs. Na een kort afscheid voer hij uit. Vlak daarna gingen Nick en Hetty weer terug naar hun schip. Nico en Wilma wilden nog even de kant op dus bracht ik ze. Miklós en ik vermaakten ons op de boot. Later op de middag riepen ze ons op met de portofoon, om opgehaald te worden. Miklós en ik wilden eigenlijk wel even wat gaan drinken op de kant. Daarom gingen we samen naar de kant. Daar ging Nico, met de door ons meegenomen computer, nog even naar het internetcafé en bracht ik Wilma naar de boot. Na een drankje was Nico terug en ook hem bracht ik naar de boot. Nu konden we eindelijk even door het dorp gaan lopen. Al snel liepen we tegen “The Salty Dog” aan. We waren erg verbaasd, omdat we beiden dachten dat het verder in het dorp lag, aangezien we gister ’s nachts en vanaf de andere kant kwamen lopen. Op de terugweg wilden we daar wat gaan drinken, maar hij ging pas om zes uur open. Op de boot werd er niet veel gedaan tot het eten. Natuurlijk mochten wij weer afwassen, maar gelukkig was het dit keer niet veel. Daarna maar weer snel de kant op, om te kijken of er nog bekenden in “The Salty Dog” zitten. Helaas zagen we geen bekenden. Wel stonden er ineens allemaal tafels die drukbezet waren. Iedereen staarde naar een tvscherm met american football erop. Het ging vanavond om de finale van de XL Superbowl, dus zat heel Amerika voor de buis. Ik vroeg aan de barman hoe het werkte, maar verder dan ‘je moet de bal achter de lijn zien te krijgen’, kwam ik niet. Na nog een tijdje gekeken te hebben begonnen we het een beetje door te krijgen. Wat erg leuk was, was dat Nick van vanochtend even langskwam en ons het principe van het spel uitlegde. Nu begrepen we tenminste een beetje van wat er gebeurde. Erg irritant zijn de reclameblokken. Wij lopen al te klagen als er om het halfuur reclame komt, hier gooien ze er elke vijf minuten wat reclamespotjes doorheen. Ook hadden we last van een Chinese vrouw, die het blijkbaar nodig vond om bij elke stap die een speler deed je doof te schreeuwen. Ik dacht dat ik van drummen doof werd, maar dit sloeg alles. Ook werd er af en toe een filmpje getoond van spelers die ooit eerder de Superbowl hadden gewonnen. Ze deden net alsof ze een oorlog gewonnen hadden. Het ergste, waar ik spontaan van top tot teen jeuk van krijg, zijn wel de cheerleaders. Die opgevulde dames langs de kant, die de vreemdste danspasjes doen met twee van die sliertige bollen aan hun handen. Echt vreselijk om te zien. Wat mij ook niet ontgaan was, was het concert van de Rolling Stones tussendoor. Ik zat er op te wachten tot er een door ze rug heen ging, zo oud zagen ze eruit. En dan natuurlijk in strakke leren pakjes, nou ik zap liever een kanaal verder. Toch konden Miklós en ik ook wel de lol van al deze poppenkast inzien. Een stuk eerder dan gister keerden we terug naar de boot, waar ik mijn verslag typte. Nu maar weer eens wat drinken in de kuip, lekker gezellig. Ciao!

zaterdag 4 februari 2006
Al vroeg laten we de Tobago Cays achter ons en koersen op Bequia af. De koers is goed te bezeilen en het loopt lekker, ondanks dat het flink waait. Na een paar mijl moesten we toch een beetje zeil wegtrekken. Ik ging daarna naar binnen om muziek te luisteren. Toen ik bijna van de bank afviel, doordat we zo schuin gingen, besloot ik maar mijn kooi in te duiken. Daar viel ik al snel ik slaap. Vlak voor Bequia werd ik weer gewekt door Wilma. Nu voeren we langs een paar kleine eilandjes die om Bequia heen liggen. Deze waren door golfslag uitgehold en dat zag er erg bijzonder uit. Op het begin van het eiland, wat er nogal onbewoond uitziet, stonden er toch een paar oude huizen op de berghelling. Deze deden denken aan een countrysaloon, alsof er elk moment een cowboy uit kon komen. Aangekomen in de baai horen we ineens ‘Oceans4, Oceans4, this is the Carie, do you reach me over?’ Al snel hangen Miklós en ik aan de marifoon, want de Carrie is de boot van Paul. Hij ligt hier ook in de baai en meteen varen we even langs. Normaal komt hij niet zo ver omdat hij vanuit Tobago opereert, maar dit keer had hij een tiendaagse charter met twee Duitse jongens. We waren allemaal erg verrast, omdat niemand had verwacht dat we elkaar nog zouden treffen. Nadat we beloofd hadden dat we met de dinghy langs zouden komen, legden we de boot aan een mooring. De dinghy werd opgeblazen en voorzien van wat handige dingen en zo snel mogelijk voeren we Paul tegemoet. Nu had hij wat meer gezelschap. Behalve de twee Duitse jongens, was zijn baas Gary ook aan boord en een jongen die cocosnoten verkocht. Die laatste twee waren al snel weer weg, de jongen terug in z’n boot en Gary ging naar een catamaran waar hij logeerde. Het was erg leuk Paul weer eens te spreken en te horen wat hij had beleefd. Zo had hij een haai van een kleine meter groot gevangen met z’n vislijn. Hij was bezig het haakje eruit te halen, met wat flinke handschoenen, toen de haai zich terug in het water wist te spartelen. Eigenlijk vond hij het niet zo erg, hij wist toch niet wat hij ermee aan moest. Om een uur of vijf moeten we Nico en Wilma weer van de kant plukken, dus spreken we met Paul af dat we elkaar vanavond treffen. Nico en Wilma hadden bij de Mexicaan gereserveerd in plaats van het beroemde “Max’s” hier, waar ze,volgens de verhalen, aardig grote pizza’s hebben. De Mexicaan smaakte zeker niet slecht, helaas waren de porties wat klein. Thuis maar weer eens een grote Enchiladilia bestellen. Na het eten werden Nico en Wilma door mij op de boot afgezet en ging ik Paul ophalen. Hij had helaas een reparatie te verrichten. Er was iets mis met de bedrading rond zijn accu’s waardoor die niet goed functioneerden. Het plan om naar “The Salty Dog” te gaan, moesten we waarschijnlijk laten varen, maar we konden wel nog even een biertje komen halen. Ik ging dus eerst nog even met Miklós wat drinken, zodat Paul nog even verder kon met z’n reparatie. Om half tien voeren we eerst terug naar de boot om wat bier op te halen (Paul had niks meer) en daarna belandde we bij Paul in de kuip. Later op de avond stelde hij toch voor om alsnog de kant op te gaan. Eerst gingen we naar een tent waar livemuziek vandaan kwam, maar aangezien het wat luidruchtig was, gingen we al snel naar “The Salty Dog”. Daar zat Gary ook, met zijn Franse vriend Franco en twee Zweedse mensen. Het waren hele aardige mensen en daardoor was het ook extra gezellig. Pas in de ochtenduren keerden we terug naar de dinghy. We bleven nog heel even bij Paul aan boord. Sacha, één van de Duitse gasten lag de vanmiddag in een hangmat die Paul op z’n punt tussen z’n mast en fok had geïnstaleerd. Ik had er een paar uur eerder ook al even in gelegen en ook nu dook ik er weer even in. Het is werkelijk heerlijk om licht schommelend naar de sterren en de lichtjes in de baai te staren. Nu even Nico overhalen om er ook een aan te schaffen. Volgens Paul moet het zo’n veertig euro kosten, dus dat is ook nog te overzien. Als we even later teruggaan naar de boot duiken we al snel in bed. Ciao!

vrijdag 3 februari 2006
Ik werd wakker toen het brood gebracht werd en kon gelijk aan tafel. Na het ontbijt gebeurde er niet veel. Er werd weer eens veel gelezen. Eind van de ochtend werden de snorkelspullen eindelijk uit het luik gepakt. Met de dinghy voeren we met z’n vieren naar de plek waar Nico en ik gister helemaal heen gezwommen waren. Daar legden we de dinghy voor anker op een zandgrondje, om het rif niet te beschadigen. Binnen een minuut zag ik al een morene over de bodem zwemmen. Deze was mooi zwart met witte stippen. Ik riep de rest, helaas duurde het even voor ze me hoorden. Toen Miklós er was, was alleen zijn staart nog zichtbaar, maar tegen de tijd dat Nico en Wilma er waren was het beestje al onder een steen gekropen. Verder genoten we van de gebruikelijke visjes. Miklós en Wilma gingen als eerst terug naar de dinghy, maar Nico en ik gingen nog een stukje verder. Een kwartiertje later zaten ook wij weer in de boot en voeren we terug. Het waaide flink, dus vlogen er veel golven over de dinghy. Eigenlijk was het wel lekker, omdat het water een stuk warmer aanvoelt dan de wind. Op de boot werd alles weer opgeruimd en maakte ik voor mezelf een lunch. Daarna werd er weer behoorlijk wat gelezen. Ik had op een gegeven moment wel genoeg letters gezien en ging aan mijn Sudokupuzzels en PSP. De enige afleiding was nog een man die T-shirts verkocht, die we hadden laten sturen door een groenteverkoper van gister. Voor 220 EC (€77,-) hadden we zes T-shirts. Later kwam nog een man die een tonijn aanbood, maar die vroeg 100 EC (€33.-) en wilde niet zakken. Later ging Nico nog even alleen met de dinghy weg en regelde wat vis. Die werd een half uurtje later gebracht door twee jongens. Ze vroegen nog om een biertje en dat konden ze wel krijgen, we hebben toch genoeg. Hun afspraak waren ze namelijk ook nagekomen, de vis gefileerd en al afleveren. Na nog wat letters en ge-PSP gingen we eindelijk eten. Rijst met tonijn en een salade, niet mijn favoriete maaltje, maar het kan ermee door. Na het eten wasten Miklós en ik af en daarna ging ik aan mijn verslag van vandaag. Zo meteen maar weer buiten wat Carib drinken en slapen. Morgen ligt het veelbesproken Bequia (de Engelsen zeggen “Backway”), op het einde van de route. Ciao!

donderdag 2 februari 2006
Na een vroeg ontbijtje voeren we uit naar de Tobago Cays. Wilma was helaas niet lekker geworden, dus moesten we met z’n drieën tussen de riffen door navigeren. De tocht ging gewoon op de motor aangezien de wind toch niet goed lag en zeilen tussen de riffen toch gevaarlijker is. Miklós hield een oogje op de computer en Nico ik keken uit naar de riffen, voor zover we ze konden zien. De tocht duurde voor z’n afstand (3 mijl) erg lang vanwege een redelijk sterke stroming. We lieten alle riffen naast de boot en kwamen veilig in de Tobago Cays aan. Volgens de pilot moeten we tussen Petit Rameau en Petit Bateau gaan liggen, twee van de vijf eilanden die de Tobago Cays vormen. Het anker pakte goed, dus konden we al snel van de mooie baai genieten. Deze plek is zeer veel besproken en terecht. De kleine strandjes zijn erg wit, met palmbomen en glashelder water omringt de boten. Snorkelen schijnt hier ook het einde te zijn, voor zover wij gehoord hebben. Nico en ik gaan dan ook al snel snorkelen. Miklós heeft helaas last van z’n oor en Wilma voelt zich nog steeds niet goed. Vlak naast de boot is het al mooi, maar niet erg helder (veel zand in het water). Als we iets meer richting het strand zwemmen wordt het steeds minder. Het mooiste wat ik tot nu toe had gezien was een dooie kreeft. Na even over het strand gelopen te hebben duiken we aan de andere kant er weer in. Daar zie ik al snel een bijzonder, onbekend, zandkleurig visje. Een duikersboot maakt zich daar klaar voor vertrek en snel vraagt Nico aan een van de duikers vanaf welk eiland ze opereren. Helaas kregen we daar geen duidelijk antwoord op. Na nog een klein stukje zwemmen komen we een snorkelende vrouw tegen, die zegt dat we even om de hoek moeten zwemmen, omdat het daar heel erg mooi is. Verwachtingsvol zwemmen wij de hoek om en inderdaad het is er prachtig. Dit is zeker het mooiste rif wat wij tot nu toe hebben gezien. Prachtig koraal steekt tussen de stenen uit en vele visjes zwemmen ertussendoor. Onder enorme stenen ligt nog wel eens een bijzonder exemplaar. In een koraalplant in de vorm van een breder wordende buis ligt een schorpioenvis. Dit soort hadden we nog nooit gezien en was erg mooi en speciaal met z’n grote uitstekende ogen. Na nog een behoorlijk eind zwemmen, riep ik Nico en zwommen we langzaam terug. Ineens zwommen rond een steen een stuk of 50 tot 75 visjes. Ze waren van dezelfde soort, dat zag je aan de vorm, maar de tint of zelfs kleur verschilde bijna per visje. De een was bijna zwart, de ander prachtig donkerblauw, grijsachtig of lichtblauw. We zwommen ze een tijdje achterna en genoten van de druk bezige guppies. Daarna zagen we niet heel veel meer en zwommen rustig het hele eind weer terug naar de boot. We zijn ongeveer anderhalf tot twee uur weggeweest, maar het was dan ook erg bijzonder. Snel even wat te drinken en te eten pakken om die zoutsmaak weg te krijgen. Als ik mijn broodje opeet zien Wilma en Nico een boot op het rif vastlopen, gelukkig zijn ze er snel weer vanaf. Ineens duikt Nico in de dinghy om een stukje te gaan varen. Ik roep dat ik meewil en Miklós achtervolgt. We varen naar de andere baai, die we bij de aanloop al konden zien. Hier liggen veel boten, dus hopen we stiekem een bekende boot tegen te komen, maar tevergeefs. Op het eerste beste strandje schieten we wat foto’s. De batterij begeeft het helaas al snel en kunnen we dus geen foto’s meer maken. Op de boot duurt het niet lang of Miklós wil wat gaan doen. Dit keer gaan we samen eens stukje varen, mét een volle batterij. Op een ander strandje aan de andere kant van de andere baai landen we, omdat mij dat erg mooi leek. Nadat de dinghy veilig op het droge ligt lopen we over het palmstrand. Dit eilandje is werkelijk fotogeniek, dus wordt het fototoestel flink bijgevuld. Als we even gaan zitten bij wat stenen zie ik ineens een hele hoop krabbetjes terug het water in racen, wat er grappig uitziet. Na nog wat palmboomfoto’s varen we terug naar de boot. Daar wordt door iedereen veel en lang gelezen tot we gaan eten. Wilma heeft pannenkoeken gebakken en natuurlijk smaakt het prima. Zo komen we er ook weer achter dat een paar beestjes een heel holenstelsel in het meel hadden gegraven. Twee bakken werden overboord gemikt. Ook een paar eieren ondergaan hetzelfde lot. ’s Avonds gaat het lezen verder. Ik pak maar eens een Sudoku puzzel die ik helaas vrij snel oplos. ’s Avonds drink ik nog een biertje met Miklós en al snel duik ik in bed. Ciao!

dinsdag 31 januari 2006
Heerlijk geslapen, tot 03:30. Het anker sloeg los en zo werd iedereen wakker gemaakt. Natuurlijk gebeurde dit met 25-30 knopen wind en een fikse stortbui. Het duurde even, maar de tweede poging om het anker weer vast te leggen slaagde. Wilma zou wakker blijven als ankerwacht, aangezien ze toch al niet kon slapen. De rest van de nacht hield het anker gelukkig wel. Om tien uur stonden we weer op en dit keer gewoon om te ontbijten. Verder gebeurde er niet veel. Er werd weer wat gecomputerd en gelezen. Het plan van gister, voor mijn verjaardag dus, doen we vandaag, omdat het weer gister te slecht was. Dit hield in dat we al snel naar Palm Island vertrokken. Daar pakte het anker al snel en net zo snel lag ik met Nico en Wilma in het water om te snorkelen. Miklós had last van z’n oor en bleef op de boot. Na het snorkelen ging ik met Miklós de kant op om wat te drinken. Tot onze teleurstelling was ook Palm Island omgetoverd tot resorteiland. De openbare bar moest een beachbar voorstellen, maar ze kunnen nog heel wat van Bago’s leren. Nadat ik betaald had liepen we nog een stukje over het terrein. Overal hingen bordjes met ‘Private’ en anders wel met ‘Hotelguests only’. Natuurlijk trokken wij ons weinig aan van de het tweede soort bordjes, maar hier zijn ze pas echt zielig. Een man op een fiets, in uniform, fietste ons achterna. Toen hij vlakbij was riep hij ons. Hij vroeg of we het bordje aan het begin van het pad hadden gezien. Gelukkig konden we ons beiden inhouden, in plaats van te zeggen ‘nou je het zegt, ja!’ Het geval was dat het betegelde pad over het strand gemaakt was en wij vonden dat makkelijker lopen dan over het zand. We vroegen of we niet even het strand mochten bezichtigen. Dat mocht wel maar dan vanaf het strandzand en dan wel het gedeelte buiten de ‘Hotelguests only’ bordjes. Om nog meer gezeik en levenloze ventjes te ontwijken deden we dat maar. Ze hadden er wel werk van gemaakt want op elke buitenste palm stond een bordje ‘Hotelguests only’ en dan ook nog elke tien meter. Hierop kwam ik op het idee om aan de andere kant van de palmen bordjes te hangen met ‘Non-hotelguests only’ erop. Dan mogen zij van mij op hun hotelterrein zich lekker belangrijk voelen, maar dan is het strand van ons. Helaas is dit wat veel werk voor zulke onnozele ventjes. Al snel liepen we maar terug naar de dinghy, omdat we simpel niet verder mochten komen. Het eilandresort op Petit Saint Vincent (PSV) had nog wel iets en alles was rustgevend, maar dit resort gaf alleen maar een diep, dieptrieste indruk. Als gast mag je alles en als niet-gast mag je simpelweg niks, hoewel we op het PSV-resort wel heel goed en vriendelijk behandeld werden. Nu schiet me ineens nog een geweldig staaltje service me te binnen. Toen we wat dronken in de beachbar, bestelde ik een Cola Light. Vervolgens zag ik de ober normale Pepsi inschenken en hij had het lef ook nog gewoon Cola Light op de rekening te zetten. Bij het afrekenen voelde ik me ineens weer heel gul. We betaalden al een kapitaal om wat te drinken en toen had de man een halve dollar te weinig wisselgeld. Een gul persoon/resort, zou een hele dollar teruggeven, dus een halve dollar teveel, maar dit resort niet. Tja ook zo’n resort vol lotowinnaars moet vast op de kleintjes letten. Op de boot vertrokken we al snel van dit vreemde eiland. We gingen, net als het plan luidde, naar PSV. Daar gingen Miklós en ik direct van boord nadat we lagen, om te tennissen. Nog voordat we de eerste set hadden afgemaakt, kwamen twee hotelgasten aangelopen, om te tennissen. We maakten nog even de game af en stopten toen. In een poging nog wat langer te kunnen tennissen vroeg ik of ze wilden dubbelen. Gelukkig hadden deze mensen wel zin in een volle baan. Na twee sets (1-1) vonden ze het welletjes en stopten we. Met z’n allen hebben we vreselijk veel lol gehad, dus een geslaagde tennismiddag. Opnieuw terug op de boot zaten Nico en Wilma al aan de soep. Wij schoven snel aan. Na de soep was er nog pasta, wat heerlijk smaakte. Na het eten mochten Miklós en ik weer eens afwassen en daarna werd er koffie gedronken en wat afgekletst. Daarna gingen Nico en Wilma naar bed en dook ik achter de laptop voor m’n verslag. Nu maar weer eens een biertje drinken met Miklós en dan pitten. Ciao!

maandag 30 januari 2006
En dan ben je ineens zestien! Wat heerlijk om zestien te zijn, tenminste geen gezeur meer bij de bar, dacht ik. Toen ik mijn oompje Peter over Skype belde, hoorde ik dat onze minister van volksgezondheid erop uit was om de leeftijd te verhogen naar achttien jaar! Daar wordt ik toch geen zestien voor? Nu maar hopen dat het niet doorgevoerd wordt. Dan nu over vandaag. Aangezien ik vroeg naar bed was gegaan, werd ik ook vroeg wakker en wel om 0:00 uur. Na wat muziek luisteren hoorde ik dat Miklós ook wakker was en buiten ging zitten. Ik was klaarwakker en besloot hem te vergezellen. Voordat ik buiten was werd ik al gefeliciteerd door Miklós. Daarna bleven we een tijdje in de kuip praten over van alles en nog wat. Pas om een uur of twee gingen we maar weer eens het bed in. Vervolgens werd ik pas om een uur of elf wakker en stapte uit bed. Nico had een heerlijk ontbijtje klaargemaakt en na de lieve felicitaties gingen we ontbijten. Na drie toast ham-kaas had ik wel voldoende. Na het ontbijt probeerde ik op de computer op internet te komen. Helaas is de verbinding hier behoorlijk zwak en lukte het amper. Ik werd wel blij toen ik de vele felicitaties zag op de jongerensite Zaanzone. Bij de koffie kreeg ik mijn cadeautjes die stuk voor stuk erg leuk zijn om te krijgen. Daarna moest ik opa en oma Kuijper over Skype bellen om te horen wat ik van ze gekregen had. Het was natuurlijk erg leuk om de bekende stemmen weer even te horen en natuurlijk te horen wat ik van ze gekregen had. Daarna bestond het vermaak uit proberen een internetverbinding te bemachtigen, maar tevergeefs, het signaal is gewoon te zwak. Later op de dag belde Oma (Vloon) om me te feliciteren wat ik ook erg leuk vond. Natuurlijk wilde ze even weten waar we zaten en hoe het was. Volgens mij had ze ons stiekem allang in de atlas gevonden, maar toch wilde ze even weten waar we precies zaten. Oom Peter belde later dus met zijn felicitaties en het slechte bericht over het opschroeven van de alcoholleeftijd. Ook Oom Ramond nam contact op en feliciteerde mij en de rest. Als lunch had Nico allemaal kleine hapjes gemaakt en werd er een fles Champagne ontkurkt. Daarna waren mijn pogingen om weer online te komen tevergeefs. Uiteindelijk ging Miklós er nog even bij, maar ook hij slaagde er niet in een goede verbinding te krijgen. Dan weer wat leuks, namelijk de kant op voor een drankje en natuurlijk om uit eten te gaan. We dronken wat bij een hotel “The West Indies” waar we aan de tomatensap gemengd met hete spulletjes als Tabasco dronken. Al snel verlieten we de bar om te eten. Op de heenweg hadden we namelijk al bij het “Seeaquarium” gereserveerd waar een paar dagen eerder ook al met Klaus, Helga en nog twee Duitsers hadden gegeten. Natuurlijk zwommen de haaien en de morenes weer vrolijk in het rond. De krab was echter overleden. Een conch (schelpdier) kroop op de krab en zo leek het weer een soort vreemde kreeft. Tijdens het eten, wat prima smaakte, werden er weer wat kreeften uit het andere bassin gehaald. De derde had niet zo’n zin om gekookt te worden en spartelde heftig tegen. Bij een tweede poging wist de man het beestje met een speciale stok er wel uit te halen, maar de kreeft viel op de grond. Al gauw kon hij hem weer pakken, voordat hij tussen de gasten begon te rennen. Na het eten bracht Miklós Nico en Wilma naar de boot, terwijl ik wachtte in de yachtclub. Al snel was Miklós weer terug en dronken we wat. De tv van de yachtclub heeft gelukkig Eurosport, Canal + en andere boeiende zenders, waarmee we ons prima hebben vermaakt. Helaas sloot de tent al om half elf en moesten we eerder naar de boot dan we wilden. Op de boot werd het verjaardagsverslag getypt en zometeen drinken we natuurlijk weer wat, maar dan op mijn verjaardag! Ciao!

PS; Voelt goed om zestien te zijn!

zondag 29 januari 2006
In de ochtend gebeurde er niet gek veel. Na een tijdje hangen op de boot, gingen Miklós en ik naar de yachtclub om wat te drinken. Daar hadden we last van vliegen dus waren we snel weer weg. Terug op de boot gebeurde er weer niet veel. Uiteindelijk besloten Miklós en ik dan maar film te gaan kijken. “Fatal atraction” was dit keer aan de beurt. Nico en Wilma bracht ik na een paar minuten weg. Ze hadden met Klaus en Helga afgesproken op “Happy Island”. Dit eilandje is ongeveer tien bij tien (meter) en er staat één bar op met een terras en that’s it. Op de boot keek ik de film verder. We hadden Nico en Wilma beloofd dat we ze achterna zouden komen, dus voordat de film was afgelopen voeren we naar Happy Island. Daar ontmoetten we Lisa, een crewmemeber op een charterschip. Ze deed dit werk al een tijdje en het beviel haar heel erg (wat raar). Ook een local die als haar taxi functioneerde die zichzelf Skipper noemde vergezelde ons. Later op de avond kwamen de mensen van de Engelse boot “Jay Pee Jay” ook naar het eilandje. Het was erg leuk ze weer eens te zien. We kennen ze van St. George, van de yachtclub daar. Er was een barbecue op het eilandje, maar wij hadden al eten aan boord. Aan boord werd ik ineens behoorlijk moe en ging al snel slapen. Ciao!

PS; Nog één dag tot m’n verjaardag!

zaterdag 28 januari 2006
Het was een beetje laat gister, dus sliep ik heerlijk uit tot een uur of elf. Na het ontbijt gebeurde er niet veel op de boot. Muziek luisteren en zitten vormde het vermaak van de middag. Nico en Wilma gingen nog wel even de kant op om boodschappen te doen. Als ze ons met de portofoon oproepen, gaan Miklós en ik met de dinghy naar de kant, naar de yachtclub. Daar ga ik met Nico twee gasflessen vullen die we hebben meegenomen. Nadat we even wat gedronken hadden, gingen Nico en ik naar de supermarkt voor een doos Carib (bier). Hier hebben ze de “goede” Carib. Op sommige eilanden hebben ze namelijk donkere flesjes en op andere lichte. De smaak verschilt echter wel behoorlijk en dus zijn we blij dat ze hier de lichte flesjes (de lekkere) hebben. Met een doos Carib liep ik met Nico terug naar de yachtclub. Na nog een drankje stelde ik voor om nog even te gaan snorkelen. Nico en Wilma hadden daar wel zin in, maar Miklós niet en dus bleef hij achter op de yachtclub. Tijdens het snorkelen zagen we niet veel bijzonders. Wel zagen we de “Porcupinefish”, een dikke grappig uitziende vis, die Nico en ik meermalen met het duiken hebben gezien. Terug aan boord riep Miklós ons op via de portofoon, om opgehaald te worden. Na een kort overleg werd echter besloten gelijk maar met z’n allen de kant op te gaan, om wat te drinken en daarna uit eten te gaan. We aten op de yachtclub dit keer, waar het eten prima was. Na het eten gingen we bij Klaus en Helga zitten. Miklós en ik besloten ondanks het asociale hoge tarief toch een potje te gaan poolen. Ineens schoot mij een ideetje te binnen en zo ging Yorick naar de bar. Bij de bar vroeg ik of we gratis mochten spelen aangezien we hier al gedineerd hadden. Op Tobago was een soortgelijk systeem, alleen dan gewoon met drankjes. De barvrouw begon te lachen en zei dat dat echt niet mogelijk was. Ik zei daarop dat zo’n systeem in veel andere bars wel bestaat. Na nog wat lachen verwees ze me door naar de manager. Ik legde ook aan hem uit wat ik bedoelde en hij zei meteen: ‘Oké, is goed’ De barvrouw wist niet hoe snel ze weer achter de bar moest kruipen en met een big smile vertelde ik Miklós over wat z’n broertje geregeld had. Ook Nico moest erg lachen om deze actie, aangezien ik de handelsgeest vast van hem heb. Later op de avond gingen Nico en Wilma met Klaus en Helga mee terug, dus konden wij nog blijven. Helaas was er niet bar veel te beleven en even later gingen wij ook terug naar de boot. Het verslag werd meteen weer even getypt en zometeen drink ik nog een biertje met Miklós. Ciao! 

PS; Nog twee dagen tot mijn verjaardag!

vrijdag 27 januari 2006
‘U mag niet tennissen op de baan van het hotel, de baan is alleen voor hotelgasten’, was gister het antwoord van de kantoormedewerkster. Maar één ding zag ze over het hoofd: we heten wel Kuijper. Dus zo eigenwijs als we zijn, gingen Miklós en ik toch tennissen op de baan van het hotel, eind van de ochtend. Het weer was werkelijk “bloody hot” zoals ze het hier zouden zeggen. ‘Welke sukkels gaan er nou op het heetst van de dag, in de Caribiën tennissen’, dacht ik toen we naar de baan liepen, nou wij. De baan was wel erg mooi en goed, dus dat was een aardig pluspunt. Ook vonden we nog een tennisbal die iemand over het hek had gespeeld. Voor het resultaat verwijs ik naar Miklós’ verslag, die zal het er vast wel ingezet hebben. Na het tennissen gingen we in de bar wat drinken. Nog nooit smaakte een Cola met ijs zo lekker. Na ruim twee uur tennissen in de bloedhitte, is dit werkelijk een godendrankje. Nadat we flink afgekoeld waren, gingen we terug naar de boot. Op het moment dat we daar met de dinghy aankwamen, waren Nico en Wilma al bezig het anker op te halen. Enigszins verrast legden wij snel de boot vast en klommen aan boord. Vaag had Nico gemeld dat we om 14:00 terug moesten zijn, maar na het tennissen waren we ervan overtuigd dat het 16:00 was. Op de boot bleek waarom ze al zo druk en stressend bezig waren. We moesten nog inklaren en als dat na 15:45 gebeurd kost dat véél meer. Aangezien het morgen zaterdag is en de customs dan dicht is moest het vandaag om een boete te voorkomen of zoiets dergelijks. Met een noodvaart voeren we naar Union Island. Onderweg voeren we langs Morpion (of Mopion). Dit eilandje bestaan uit zand, zand, zand en een parasol, meer niet. Daarbij is dit eilandje zeer klein en alles bij elkaar is het een erg bijzondere plek zo tussen alle enorme eilanden. Op Union Island aangekomen dook Nico onmiddellijk in de dinghy om nog op tijd te komen en ik nam een duik in het glasheldere water. Heerlijk om even zo af te koelen na een zeer warm potje tennis (douchen doe je bijna niet aan boord, gewoon zwemmen). Al snel klom ik weer uit het water om Miklós over te halen om te komen snorkelen. Na lang zeuren en uiteindelijk een aanbod om zijn spullen te pakken ging hij mee. Het rif was eigenlijk helemaal niet bijzonder. Er lag veel gebroken koraal en alleen hele kleine guppies (visjes). Wat wel er leuk en verbazingwekkend was, was dat we een morene zagen. Deze was lang niet zo groot als Nico en ik ze eerder met het duiken hebben gezien, maar toch was het bijzonder om het beestje te zien. Normaal zie je ze niet in zulk ondiep water. Voor de rest niet echt bijzondere wezentjes. Opnieuw op het droge gingen we al snel de kant op, om wat te drinken en uit eten te gaan. Vlakbij de aanlegsteiger ligt het vliegveld waar veel kleine vliegtuigjes opstijgen en landen. Nico zei dat hij het fantastisch zou vinden om nog eens een keer zelf te vliegen. Ik zei dat we ook wel even ons vliegbrevet konden halen nou we toch bezig zijn. Nico zag dit wel zitten zei hij, maar dan moest ik betalen, tja en daar zit het knelpunt. Na een stukje lopen kwamen een coffeeshop tegen, waarbij we ons allen afvroegen wat voor coffeeshop. Wilma maakte het nog mooier door te zeggen: ‘Hé Mik, een coffeeshop!’, alsof hij daar al tijden naar zocht. Gelukkig is mijn broer geen verslaafde en dus sloeg die opmerking nergens op. Dat blonde haar blijft een eeuwig excuus. De coffeeshop was trouwens een gewone met koffie en niet met rookgoed. Verderop zagen we een pad met een heleboel bordjes eromheen. Op een van de bordjes stond “Pelican Bar” en Nico had van de Duitser Klaus gehoord dat dit een leuke bar was. Eerst leidde dit pad langs kraampjes met allerlei souvenirs en na nog een zootje trappen kwamen we uiteindelijk in de bar uit. Dit barretje was een houten gebouwtje van vijf bij vijf, met een bar in het centrum en daaromheen aan drie kanten krukken. Een prachtig uitzicht op de baai maakte dit barretje vooral zo bijzonder. Daar zaten Klaus en Helga, dus daar hebben we even wat mee gedronken. Even later kwamen er nog twee Duitsers Anke en Thomas. Met z’n allen besloten we uit eten te gaan. Het betalen gebeurde beneden bij een vrouw die veel weg had van een piraat. Klaus wist ook een goed restaurant om uit eten te gaan. Dit heette “Seeaquarium”, wat een hele toepasselijk naam was. Ten eerste lag dit aan het water en ook dit restaurantje had een prachtig uitzicht op de baai. Het mooiste aan het restaurant was nog wel het zeeaquarium. Daarin zaten maarliefst vier morenes, waarvan er een ongeveer net zo groot was als die Nico en ik met het duiken over het wrak hadden gezien. Ook lagen er een stuk of zes Sandsharks (Zandhaaien) in. Een aardig grote krab en een visje maakte het af. Alles bij elkaar was het werkelijk een prachtige en verbazingwekkend plaatje. De morenes waren groen van kleur net als die van het wrak, alleen hadden deze zwarte puppillen en een blauwe rand eromheen in plaats van de blauwe puppillen en de witte rand eromheen zoals het beest dat wij bij het wrak zagen. Wat ook speciaal was, was een kleiner bassin met een heleboel kreeften erin. Deze werden opgevist op het moment dat iemand “Lobster” (kreeft) bestelde. Verser kan je ze niet krijgen. Bijna iedereen ging aan de Pizza, welke zeer goed smaakte voor dit gebied. In het bargedeelte stond ook nog een pooltafel wat natuurlijk helemaal leuk was. Helaas waren de keu’s slecht en hadden ze geen babypoeder waardoor het allemaal erg stroef en irritant speelde. Hier was een systeem waarbij je 0,50 EC Dollar per minuut betaalde, wat ongelooflijk duur is vergelijken met de halve dollar per potje bij andere bars. Na het eten liepen we over een tussendoorweggetje van Klaus richting de dinghys. Om bij de steiger te komen moesten we eerst nog even door een bar/restaurant heen. Ook deze had een pooltafel, maar ook met het irritante en dure systeem. We hadden het even nagevraagd en hier was het 8 EC dollar voor twintig minuten, dus ongeveer drie euro. Daarop besloten we dan maar gewoon wat te gaan drinken voor de tv, waar de Australian Open op uitgezonden werd. Topspeler Federer speelde en dat was ook de enige reden waarom ik bleef kijken. Normaal hou ik absoluut niet van tenniswedstrijden op tv, daar kan ik werkelijk geen minuut naar kijken, maar dit was wel leuk aangezien Federer zijn tegenstander van de baan veegde in de halve finale. Even later bood een van de serveersters ons een potje pool aan, wat we niet afsloegen. Helaas hadden ze hier ook geen poeder, wat toch echt essentieel is voor een goed potje pool. Na twee potjes vonden we het wel mooi, aangezien het dus niet zo lekker speelde. Terug bij de tv spraken we wat Engelsen die hier ook op een bood zaten. Nadat zij weg waren bedankten we de serveerster die ons het potje had aangeboden en even later raakten we in gesprek. Ze was Frans, maar sprak heel erg goed Engels, zeker voor een Française. Ze leefde nu vijftien jaar hier op Union Island en werkte hier in de bar. Ze studeerde vijf uur per dag om het Engels te leren, maar het resultaat mag er zijn. Het accent was nog wel duidelijk te horen, maar daar konden we ons niet aan storen, ze was namelijk prima te verstaan. Na nog wat drinken gingen we terug naar de boot. Nico en Wilma waren alvast met Klaus en Helge meegevaren dus hadden wij de dinghy. Op de boot begon ik aan m’n verslag en nu moet ik toch echt gaan slapen voordat ik mijn ogen niet meer open krijg. Ciao!

PS; Nico was te laat bij de customs, dus een duur grapje!

donderdag 26 januari 2006
Nico moest naar Hillsborough (hoofdstad Carricou), om uit te klaren. Ik besloot met hem mee te gaan om meer van het eiland te zien. Dit betekende dat ik wel vroeg op moest, maar dat was geen probleem. Voor we op de kade aankwamen zagen we een busje al wegrijden richting Hillsborough. Gelukkig kwam er een ander busje aanrijden toen we op de kade stonden. Deze ging ook naar Hillsborough, maar toen hij begon te rijden reed hij de verkeerde kant op. Hij kwam namelijk net van de hoofdstad af en ging nu via de andere kant van het eiland naar de bestemming. Hierdoor zagen we behoorlijk wat van het eiland, wat erg leuk was, daarom was ik immers meegegaan. Op plaats van bestemming hadden we de customs al snel bereikt, Nico was hier namelijk al met Wilma geweest. De man zat net z’n krant te lezen en zei alleen maar dat we hier niet moesten zijn maar bij de politie. Ook deze hadden we snel gevonden en na wat invulwerk, stonden we al snel weer buiten. Terug bij de customs moest de man er toch echt aan geloven en achter z’n krant vandaan komen. Nico vroeg om een pen, waar hij het simpele maar duidelijke antwoord ‘nee’ op terug kreeg. Nadat hij klaar was met zijn pen leende hij met tegenzin z’n eigen pen. Toen het was geregeld liepen we zo snel mogelijk weg. Buiten concludeerden we dat dit de meest chagrijnige douaneman was die we hebben gehad en dat zijn er veel. Even snel in de supermarkt wat dingetjes oppikken en daarna namen we een ander busje terug naar Tyrrel Bay. Op de boot had Wilma al opgeruimd en zo konden we snel vertrekken. Sandy Island was de bestemming. Daar aangekomen na een kort tochtje, bleken onze vermoedens werkelijkheid. Een klein eilandje, met vooral zand (inderdaad een goede naam), met glashelder water en een paar palmbomen. Vlak nadat we de Oceans4 voor anker hadden gelegd gingen Nico en ik snorkelen. Zoals ik al zei was het water glashelder, dus hadden we zeer goed zicht onder water. Tot nu toe is dit het meest heldere water dat we hebben gehad. Miklós en Wilma volgden ons even later en met z’n vieren snorkelden we over de visjes. Onder een steen, meen ik een Steenvis gezien te hebben, want stenen hebben geen ogen. Terug op het droge zorgde Wilma voor de lunch. Voor we aan onze broodjes gezond begonnen, gingen Miklós en ik eerst nog even naar het eilandje. Daar maakten we aardig wat foto’s van dit fotogenieke eilandje. Op een plek hadden mensen “Poseidon” met stenen neergelegd, waar ik de eerste keer overheen keek aangezien er veel stenen verspreid lagen over het eilandje. Het zag er allemaal erg mooi uit, maar helaas zouden we hier niet blijven liggen. Op de boot werd de lunch weggewerkt en voeren we verder. Dit keer gingen we naar Petit Saint Martinique (PSM). De tocht was werkelijk fantastisch. Een lekker windje, genoeg snelheid, een heerlijk zonnetje en een prachtig uitzicht op alle eilanden. Daar konden we water en diesel via de normale manier krijgen, dus gewoon tanken. Dit gebeurde dus ook toen we daar aankwamen. Het lastige was wel dat de boot zelfs aan de steiger, aardig lag te dansen. Gelukkig ging alles goed en volgetankt gingen we wéér verder. Dit tochtje was gelukkig niet zo ver. Nog geen mijl verder ligt namelijk Petit Saint Vincent (PSV). Volgens de verhalen moet dit een prachtig eilandje zijn. Daar aangekomen bleek dat ook wel. Helaas zeiden de bordjes bij de aanlegsteiger al genoeg: dit is een resorteiland. Het hele eiland was dus in handen van een hotel, wat we erg jammer vonden. Toch was het erg mooi. Na een stukje lopen kwamen we bij de bar. Zoals verwacht is zelfs de Cola hier vreselijk duur. We betaalden 7,5 EC Dollar (€2,50) voor een Cola. Op zoveel hadden we nou ook niet gerekend, dan maar een Cola voor z’n tweeën. Wat hier wel prettig was, was dat de barman ons normaal behandelde en niet als een niet-hotelgast. Ik moet wel zeggen dat de bar ongelooflijk mooi was. Samen met het uitzicht en een lekker zonnetje maakte deze bar zich tot een zeer rustgevende plek. Dit hadden we ook niet anders verwacht van een vijfsterren resort. Nadat we de bar verlieten zagen we dat er ook een tennisveld was. Ik ging even informeren of Miklós en ik daar zouden kunnen tennissen. Helaas was dit echt alleen voor hotelgasten en zelfs als er geen gasten waren, was de baan nog steeds voor de hotelgasten, kortom nee. Op de boot vertelden we Nico en Wilma over ons uitstapje. Dit resort moet vast nog even duurder zijn dan het Coco Resort en ik had al besloten dat daar alleen loto-winnaars heengingen. Wilma had een heerlijke Portugese stoofpot gemaakt en natuurlijk smaakte dit prima. Na het eten gingen Miklós en ik weer eens film kijken. Dit keer was het “The Lizzie McGuire movie”, wat een erg leuke film is. Daarna moest ik toch echt weer eens een verslagje typen. Gelukkig deze keer over een hele leuke dag. Zometeen maar weer eventjes wat drinken en daarna slaapiej doen. Ciao!

woensdag 25 januari 2006
De ochtend begon normaal met ontbijten en een beetje zitten. Iedereen dook op z’n beurt even op het internet. Om twaalf uur zouden we vandaag kreeft krijgen als lunch. Deze werd kant en klaar geleverd, dus dat was wel makkelijk. Even voor twaalf werden Miklós en ik op pad gestuurd om brood te halen. In de supermarkt sprak ik Klaus van de Duitsers die met Miklós’ verjaardag op bezoek waren gekomen. Hij moest even snel boodschappen doen want ze zouden vanmiddag verder gaan, naar de volgende baai. Terug op de boot was de kreeftman er nog steeds niet. Pas om half een kwam hij aangevaren. Omdat we niet wisten hoe het moest, maakte de man met hamer en mes de kreeft even open. Zelf vond ik het niet heel erg lekker of zo, maar ik heb het in ieder geval een keer gegeten. Na het eten gingen Miklós en ik nog even op het internet. Nico en Wilma wilden naar de kant dus zette ik ze even af. Lekker met z’n tweeën op de boot werd er dus geïnternet en muziek geluisterd. Even later kwamen we erachter dat de kreeftenman z’n pan op onze boot had laten staan. Op een gegeven moment zag ik hem varen en voer hem achterna. Nadat hij me gevolgd was had ik hem de pan terug gegeven. Meer dan een gemompeld ‘thank you’ kon er niet vanaf. Even later riep Wilma me op via de portofoon dat ik ze kon komen halen. Ze waren zelfs naar Hillsborough gegaan, de hoofdstad van Cariaccou. Tassen vol met fruit en groenten hadden ze ingeslagen, waaronder Kalalou. Terug op de boot ronde Miklós z’n internetsessie af en gingen we op de kant wat drinken. Dit gebeurde weer bij hetzelfde tentje als eerder. Naast het tentje waren ze aan het dominoën. Dit gebeurde met nogal wat lawaai. Dit kwam doordat ze, in plaats van de stenen rustig neer te leggen, de stenen met geweld op de tafel ramden. Na een korte discussie konden we geen enkele reden bedenken waar dit goed voor zou kunnen zijn. Op de boot gingen we al gauw eten. Zoals ik al vermoedde had Nico Kalalousoep klaargemaakt. Deze keer had hij de overgebleven kreeft erdoorheen gedaan. Dit vond ik minder geslaagd. Na het eten ging Wilma over der nek van de kreeftgeur. Na het eten loste ik weer eens een Sudoku op, waarna ik op de computer ging. Weer even het verslag bijwerken en nog even snel de mail bekijken. Zometeen ga ik natuurlijk weer even met Miklós wat drinken. Ciao! 

dinsdag 24 januari 2006
Olé, Miklós is jarig! Mijn oude broer wordt nu wel heel oud, wel negentien! Natuurlijk sliepen Miklós en ik nog niet dus was ik de eerste die om 0:00 uur hem feliciteerde. De volgende ochtend sliepen we heerlijk uit waarna een ontbijt volgde met eindelijk lekker brood. Miklós heeft het over het algemeen niet zo op het locale brood, dus voor deze keer had Wilma er voor gezorgd dat hij op z’n verjaardag wel vers brood had. Na het ontbijt, bij de koffie, werden een aantal cadeautjes uitgepakt. Hij was er erg tevreden mee, vooral met z’n reep chocola en z’n fles Baileys. Daarna begon het “bootzitten” weer een beetje. Miklós dook achter de computer om felicitaties te ontvangen terwijl ik weer achter m’n Sudoku dook. Nico ging op jacht naar een onderdeel voor de ankerlier en Wilma zat te lezen dus was het erg rustig. Tegen de middag kwamen twee Duitse mensen op bezoek die we van Prickley Bay (Grenada) kennen. De vrouw had een zelfgemaakte fles rumpunch gemaakt, die we natuurlijk niet konden laten staan. Na even met ze gesproken te hebben, ging ik toch weer even achter de laptop om nog even Nederland te bereiken (draadloos internet). ’s Avonds gingen we met z’n vieren uit eten bij een klein tentje, waar Miklós en ik al eerder wat dronken. Het duurde wat lang voor het eten er was. Maar het smaakte voortreffelijk en het waren geen kinderporties. Nico was inmiddels erg vrolijk, waarschijnlijk door de rumpunches, wat tot veel vermaak leidde. Na het eten sleepten we de dinghy terug de zee in en klommen erin. Voordat Miklós was ingestapt duwde Nico af en zo konden we weer terugvaren om Miklós op te halen. Op de boot maakte ik mijn Sudoku-puzzel af. Na Miklós ging ik mijn verslag van vandaag schrijven en zo gaan wij ons avondritueel in de kuip houden. Een biertje onder een prachtige sterrenhemel, niet slecht dus. Ciao!

maandag 23 januari 2006
Laat in de ochtend werd ik wakker. Er stond niks op het programma, dus gebeurde er ook niet veel. Ik ging verder met wat Sudoku ter afleiding en Miklós las wat op de bank. Nico en Wilma had ik naar de kant gebracht dus was het lekker rustig op de boot. Om drie uur haalde ik ze weer van de kant. Daarna ging het “bootzitten” verder. Ik vraag me af waar al die mensen zijn van al die boten die hier liggen. Op straat is het heel erg rustig en we hebben misschien vijf andere zeilers gezien. In de middag ging ik even op de laptop voor mijn verslag van gister en daarna ging ik met Miklós wat drinken op de kant. We spraken de barvrouw die zei dat inderdaad weinig mensen op de kant waren. Voor zover ik het begreep lagen er ook boten tussen van mensen die hier wonen. Terug op de boot ging zaten we wat in de kuip. Nico was naar de Duitse mensen uit Prickley Bay en toen hij terugvoer bracht hij was leven in de brouwerij. Hij kwam aanvaren en had z’n dodemanskoord al af gedaan. De motor stond nog in z’n vooruit en ondertussen probeerde Nico de boot te pakken. De rubberboot dreef af en met een grote plons lag Nico in het water. Toen Miklós alleen maar probeerde de rubberboot te redden in plaats van te kijken hoe het met Nico ging, schoot Wilma keihard in de lach. Nico wist weer in de rubberboot te klimmen en hem aan te leggen. Wij lachen dubbel van het lachen en Nico stond zeiknat op het platform. Ook hij kon de lol er wel van inzien. Nadat hij even binnen was geweest kwamen er al vier rumpunches naar buiten. Daarna was het tijd voor het eten. Nico had weer zijn Kalalousoep gemaakt en ook deze keer smaakte het voortreffelijk. Na het eten begon ik aan het verslag van vandaag. Zometeen zullen Miklós en ik wel weer wat gaan drinken en daarna de bedden opzoeken. Morgen blijven we hier nog liggen en daarna zullen we doorgaan naar de andere eilanden van de Grenadines. Ciao!

zondag 22 januari 2006
Al in de vroege morgen vertrekken we uit St. George. Het weer is op zich niet slecht, maar het waait wel flink. Aangezien we de wind bijna op de punt hebben stampt het behoorlijk. Ik ben op zich wel aardig moe en ga in mijn kooi Sudoku doen (puzzelspelletje). Na een tijdje besluit ik maar te gaan slapen. Ineens wordt ik wakker door een schreeuw van Wilma. Miklós was ook op de bank in slaap gevallen en schrok ook wakker. Nu waren we in Cariaccou en ook hier waait het flink. Ik ren meteen naar buiten waar Nico en Wilma de boot proberen voor anker te leggen. De ankerlier geeft kuren en daardoor is het lastig manoeuvreren. Miklós komt ook naar buiten en neemt het roer over als Wilma in paniek raakt. Het anker wordt opgehaald en we verhuizen naar een plek met meer ruimte. Daar pakt het anker wel na twee keer. Al snel gaan Miklós en ik de kant op om wat te drinken. Daar ontmoeten we een Engelsman die een café in Spanje heeft en een vriendin in Nederland. Zijn vriend komt uit Spanje en spreekt gebrekkig Engels. Al snel gaan ze terug naar hun boot. Miklós en ik blijven nog even wat drinken. ’s Avonds kijken Miklós en ik de film “Out of reach”, wat zeker geen slechte film is. Daarna dronken we weer eens wat in de kuip. Om half twaalf besloot ik te gaan slapen. Ciao!

zaterdag 21 januari 2006
In de ochtend werden Miklós en ik alleen achter gelaten op de boot. Nico en Wilma gingen namelijk naar de versmarkt voor fruit en brood. Pas tegen een uur of één waren ze weer terug, maar dat vonden we niet erg. Na wat gedronken te hebben duiken we met z’n vieren de supermarkt in. Met genoeg spullen voor de rest van de Caribiën verlaten we de supermarkt en roeien met een boot vol spullen terug. Het is behoorlijk warm geworden en nadat alle boodschappen met moeite zijn weggewerkt, breekt het zweet behoorlijk uit. Gelukkig ligt mijn zwembroek altijd klaar en na een handdoek gepakt te hebben, belande ik met een sierlijke duik in het water. Het viel me op dat je in dit water goed bleef drijven, maar het leek helemaal niet zo zout op de een of andere manier. Vlak daarna gingen we met z’n vieren naar de kant en gingen wat drinken in de yachtclub. Het was behoorlijk druk en toen realiseerde ik me dat het zaterdag was. Het duurde vrij lang voor Miklós en ik het konden opnemen tegen een ander team maar dat maakte niet uit. Uiteindelijk is Andy die me het drumaanbod deed niet op komen dagen, wat ik wel jammer vond. Aan de andere kant had ik al mijn twijfels of hij inderdaad wel zou komen. Nu kon ik wel lekker met Miklós een paar potjes poolen en we wisten toch weer een paar keer de oude ervaren lui te verslaan. Ook voor vanavond hadden ze het menu laten staan en besloten we in de yachtclub te blijven eten. Tijdens het eten werden er ook nog twee potjes pool gespeeld, maar dat maakte Nico en Wilma niet uit. Rond een uur of negen hadden Nico en Wilma het wel gezien en was ik het slachtoffer, dus moest ik ze naar de boot roeien. Ik was vrij snel terug, dus al snel lagen de poolballen weer op tafel. We speelden best redelijk, ondanks dat we iets minder serieus waren. Om een uur of elf waren we opnieuw de enigen die nog in de bar waren en vonden het toen ook wel tijd om te gaan. Op de boot werd natuurlijk nog wat gedronken en zelfs een broodje cheddarkaas gemaakt. Ook dit verslag wilde ik nog even af hebben voor ik naar bed ging, dus dook ik nog even achter de laptop. Nu maar snel slapen want morgen is het vroeg op. Een tocht van 35 mijl, wat ons zo’n zes à zeven uur zal kosten staat op het programma. Dus zeven uur op in verband met hardere wind in de namiddag en varen maar. En nu zet ik koers naar dromenland. Ciao!

vrijdag 20 januari 2006
Na weer eens heerlijk uitgeslapen te hebben begon ik aan m’n verslagen van de afgelopen twee dagen. Meteen daarna zette Wilma ons af bij de havensteigers, zodat wij konden internetten. Het was weer leuk om een aantal mensen te spreken. Terug bij de haven waren Nico en Wilma aan het wassen. Ze moesten toch een tijdje wachten en dus besloten we met z’n vieren wat te gaan drinken. Ondertussen poolden Miklós en ik tegen andere teams. Jack & Joe, Tommy & Dave en Curt & een onbekende waren ook weer van de partij. Later tegen etenstijd kwamen er nog wat locals waar we ook tegen speelden. Even speelde ik met een local, omdat Miklós naar de boot was om de was weg te brengen. Dat potje speelde ik een paar ballen behoorlijk goed en gelijk waren ze onder de indruk. Dat maakte dat later toen ik met die local gewonnen had en het volgende potje met Miklós wilde spelen, hij een hoop gezeur gaf. Hij zou met mij spelen. Hierop besloten we dan maar Miklós alleen tegen hem te laten spelen. Eigenlijk zouden we op de boot eten, maar vandaag was er wel een behoorlijk menu opgesteld door de yachtclub, dus bleven we eten. Na het eten bracht ik Nico en Wilma al snel naar de boot. Terug in de yachtclub werd het erg leuk. Op een gegeven moment kon de barvrouw de zak met poolwisselgeld niet vinden en weigerde te wisselen uit de kassa. Vervolgens vroeg ik wat rond of mensen toevallig vier kwartjes hadden en die konden ruilen voor een dollar. Eerst kreeg ik twee kwartjes van een man en later nog twee van twee andere mannen en daarmee een gratis potje. Een local had al aangeboden tegen mij te spelen en Miklós vond het goed. Ik stond aardig op winnen totdat ik de witte erin speelde terwijl ik de zwarte 8-ball nog over had en dat betekend hier een verloren spel. Daarna raakten we met hem en een hele goede local. Deze local had veel natuurkunde in z’n studie gehad en wist dit prima toe te passen op de pooltafel. Hij liet ons een “English” zien. Wat er voor zorgt dat een bal die je tegen de rand speelt weer terug komt in dezelfde richting. Hij leerde ons hoe je dit effect toepast en hoe het nuttig kon zijn. Ook liet hij zien hoe je een bal een rondje kon laten maken, maar helaas was deze tafel te glad om het erg goed te laten zien. Ook een “jumpshot” werd ons aangeleerd, maar helaas is deze niet overal legaal, omdat de plaat onder het vel dan erg beschadigd raakt. De mooiste was nog wel het schot waarbij je een bal voor een “pocket” legt (een hoekpocket) en dan de witte bal precies op het puntje van een middelste pocket speelt, waardoor deze in dezelfde richting terugkomt en in de pocket beland. Met spelsituaties kon hij precies laten zien waarvoor je alles kon gebruiken. Ook vele kleine regeltjes legde hij uit. Nog leuker was de verrassing daarna. Miklós had de local gevraagd, waar ik tegen poolde, wat hij voor werk deed. Hij bleek een drummer te zijn in een band op cruiseschepen. Miklós zei dat ik ook drums speel en daarop nodigde hij me uit om morgen in een bar waar hij z’n drumstel heeft te komen spelen. Natuurlijk sloeg ik dit aanbod niet af en hoop vurig dat we morgen niet naar Caricou gaan. Gelukkig is deze kans erg klein aangezien het een grote tocht is en we nog boodschappen moeten doen. Zeer enthousiast verlaat ik met Miklós de club, iets later dan normaal en Miklós roeit ons naar de boot. Op de boot ga ik aan dit verslag en Miklós op de andere computer. Nu vallen mijn ogen haast dicht en ga ik een heerlijk warm bed opzoeken. Ciao 

donderdag 19 januari 2006
We stonden vroeg op, we wilden namelijk een toer over het eiland maken. Om een uur of negen gingen we de kant op. Aangezien een taxi naar de andere kant van het eiland heel duur is, werden we geadviseerd naar het busstation te gaan. Daar pak je een busje op, die net zo groot is als de taxi’s, maar dan betaal je nog geen twee euro om over het hele eiland te rijden. Met z’n achttienen zaten we in het busje gepropt, maar gelukkig was het lekker koel in het busje met de raampjes open. De tocht ging over een weg vol bochten, gaten en zeer vervelende drempeltjes. De chauffeur reed gelukkig wel erg goed en reed lekker door. Na ruim een uur kwamen we in Grenville aan, aan de oostkant van Grenada. Vlak na aankomst lunchten we met een kipsandwich in een bar, wat erg goed smaakte. Dit dorpje was niet bar bijzonder, maar het was wel aardig om de kinderen in uniform over straat te zien lopen. Toen we tussen de schoolgebouwen doorliepen, kwamen veel kinderen even kijken en sommigen wilden op de video, terwijl anderen ervoor vluchtten. Na een tijdje lopen dronken we wat bij een strandtentje, waar drie locals flinke lol hadden om van alles. Een mooi stel was het. Een jongen die overal om lachte van een jaar of zestien, een kleiner jochie van tien die met hem mee lachte en een gehandicapte man van twintig was rustig aan het werk en was eigenlijk nog het normaalste van het zootje. Na nog wat lopen besloten we een busje op te pakken naar Grand Etan. Daar was een nationaal museum met onder andere informatie over hurricane Evan van 2004, wat ons liet zien waarom veel boomtoppen er afgehakt uitzagen. Na nog wat te drinken te hebben geregeld gingen we langs de weg staan wachten op een busje. We spraken een local die ons vertelde dat ongeveer elke twintig minuten een busje voorbij kwam. Het tweede busje had genoeg plek voor ons allemaal en zo reden we naar St. George. Het begon onderweg te regenen en toen we in St. George aankwamen was het eindelijk wat minder. Met een beetje regen doken we snel The Nutmeg in, een restaurant wat we op de heenweg al hadden gezien. Miklós en ik wilden wel alvast eten en bestelden een cheeseburger met patat. Nico en Wilma vonden het wat vroeg om te eten en zouden later samen gaan eten. Miklós en ik gingen al eerder weg, richting yachtclub, terwijl Nico en Wilma daar bleven. Vlakbij de yachtclub begon het weer te regenen, maar gelukkig waren we op tijd binnen voor het losbarste. Het kwam daarna nog drie keer met bakken uit de lucht. ’s Avonds kwamen Nico en Wilma met de taxi naar de yachtclub en nog waren ze behoorlijk nat geworden. Toen ze wat gedronken hadden wilden ze naar de boot en ik zou ze even wegbrengen. Bij de dinghy aangekomen bleek deze behoorlijk gevuld te zijn met regenwater. Nico peuterde het slot los en ineens begon het weer te regenen. Op mijn aanraden vluchtten we weer naar de yachtclub en wachten tot deze hoosbui over was. Daarna bracht ik ze droog naar de boot en kwam ook droog weer in de yachtclub. Na nog wat gepoold te hebben gingen Miklós en ik naar de boot, waar we zoals altijd nog even wat dronken voor we gingen slapen. Ciao!

woensdag 18 januari 2006
Weer lekker uitgeslapen zetten Miklós en ik al snel koers naar de yachtclub om te poolen. Dit keer is het wat drukker in de club en daardoor ook gezelliger. We hadden een goede dag, wat voor wat opschudding zorgde. Jack & Joe, het beste locale poolteam bestaand uit twee oudere mannen, moesten het vandaag stellen met een dubbel verlies tegen twee jochies (zo werden we door hun behandeld). Een man aan de bar zei al tegen mij: ‘If you will win, they will be so pissed off, that they will leave immediately’ en tien minuten na het potje waren ze inderdaad beiden weg. Wij konden er alleen maar om lachen. Iedereen die we daarna vertelden dat we twee oude mannen verslagen hadden en dat ze weg waren gegaan zeiden: ‘Oh, Jack and Joe!’ Iedereen moest lachen om het verhaal dat wij de locale legendes hadden ingemaakt. Daarna speelden we nog een tijdje tegen Tommy & Dave, waarmee we erg gelachen hebben. ’s Avonds op de boot had Nico voor het eten Kalalousoep gemaakt. Deze locale soep is heerlijk en Nico kan dit ook prima klaarmaken. Na het eten besloten we weer naar de yachtclub te gaan. Nu werden we zelfs door mensen aangesproken als ‘die jongens die Jack & Joe hadden verslagen’ Later op de avond speelden we “double”, dus twee tegen twee. Nog twee teams deden ook mee en het winnende team mocht telkens blijven staan. De andere teams bestonden uit Curt & Henry en het andere team uit Rudolf & een local (naam onbekend). Iedereen liep elkaar op stang te jagen en zwaar nerveus te maken, wat tot erg veel lol leidde. Op een gegeven moment speelden we “last game” tegen Rudolf en de local. Na het potje, wat zij helaas wonnen, besloten Miklós en ik even tegen elkaar te gaan spelen. Ik deed het geld in de tafel en Miklós zou het gaan neerleggen. Vervolgens raakte ik in discussie met de local. Hij zei dat ik tegen hem moest spelen, omdat hij gewonnen had en dus de tafel van hem was. Op zich is dat hier zo, maar aangezien het “last game” was sloeg het nergens op. Wij hadden ook geen geld neergelegd, wat betekend dat je de winnaar uitdaagt. Hij bleef maar zeggen dat ik het niet begreep en dat hij tegen mij wilde spelen. Dit geld was echt het laatste wat we bij ons hadden en we wilden tegen elkaar. Ik zei dat ik best tegen hem wilde spelen, maar dan zou hij een potje voor Miklós en mij betalen. Vervolgens zei Curt dat ie anders maar geld op tafel moest leggen wat ie ook niet gedaan had en toen ging ie maar weer bij z’n biertje staan. Als het hem echt om het potje ging had ie ons wel een EC dollar (€0,30) kunnen geven. Blijkbaar was hij te gierig voor dertig eurocent en heeft er daarna niks meer over gezegd. Na het potje verlieten we de yachtclub en dronken we nog wat op de boot. Ciao! 

dinsdag 17 januari 2006
Ik werd al vroeg uit m’n bed gehaald door Nico, we gingen naar St. George. Voor dit tochtje van twee uur, moest wel even alles opgeruimd worden. Pas tegen de middag voeren we uit. Het was erg rustig op het water met een lekker zonnetje en een redelijk windje. In St. George gingen we in een van de baaien liggen die Nico en ik al eerder hadden gezien, tijdens onze taxi omrit van een paar dagen terug. Daar lagen we na nog een keer verhuizen op een mooi plekje. Miklós en ik hadden van Carl gehoord dat de yachtclub hier een pool tafel heeft. Volgens Nico was de club aan de andere kant van de baai, maar we kennen Nico langer dan vandaag. Hij had ons afgezet bij de haven en de yachtclub zat natuurlijk gewoon in het havengebouw. Daar speelden we dus wat potjes en begin van de avond haalde Nico ons weer op. We aten Mexicaanse wraps (soort pannenkoek), met vlees erop. Nico had daar wat pepertjes door gegooid en na de tweede ronde werd het behoorlijk stil bij Miklós en Wilma. Zij hadden waarschijnlijk een stukje peper tussen hun gehakt zitten en dat begon z’n werk te doen. Nico en ik konden er wel om lachen, maar het was niet echt normaal zei Miklós, dus we verdenken hem er wel van er toch wat extra in te hebben gedaan. Na het eten gingen Miklós en ik naar de yachtclub. Daar speelden we pool en dronken we wat. Terug op de boot zetten pakten we nog wat drinken uit de koelkast en bleven even buiten zitten. Om een uur of één gingen we maar een slapen. Ciao!

maandag 16 januari 2006
Pas in de middag werden we actief. Al snel na een kleine lunch besloten Miklós en ik naar de kant te gaan. Nico wilde de dinghy hebben, dus zette hij ons af. In de poolbar werden weer de gebruikelijke potjes afgewerkt. Ik speelde tegen een Amerikaan, die beweerde geen geld op zak te hebben, dus ik betaalde de eerste twee potjes. Hij bleek toch nog tien EC op zak te hebben en ging dat wisselen. Daarna betaalde hij netjes de twee potjes terug omdat ik ze had gewonnen. Verder gebeurde er niet veel bijzonders, behalve dat ik van Carl verloor terwijl ik maar één keer had gestoten. Hij stootte af. Ik had een hele slechte kans en mist en vervolgens legde hij al z’n ballen, plus de zwarte, in de pockets. Om zeven uur kwam Nico ons weer ophalen en omdat we nog aan het spelen waren kwam hij naar de bar. Hij kocht wat te drinken voor ons en toen dat op was gingen we naar de boot. Nico had al verteld dat we pannenkoeken gingen eten en dat Wilma al aan het bakken was. Aangekomen op de boot, kwam de heerlijke pannenkoekengeur op ons af. Snel de boot vast gelegd, tafel gedekt en eten maar. Van ons bezoek aan de Thalassa van acht jaar geleden kennen we een lokale siroop, wat wij meer voor stroop aanzien. Deze is gemaakt van nootmuskaat en is heerlijk. Wilma had eerder deze week zo’n enorme fles op de kop weten te tikken en dus werden de meeste pannenkoeken gevuld met dit heerlijke beleg. In de avond gingen Miklós en ik nog een laatste keer naar de bar om te poolen, maar daarna moesten we toch echt afscheid nemen. Morgen willen we namelijk naar St. George. Na nog een biertje gingen we pitten. Ciao!

zondag 15 januari 2006
Na heerlijk geslapen en ontbeten te hebben, deden we niet veel. Begin van de middag besloten Miklós en ik “wat te gaan drinken”. We voeren naar de kant waar we gister ook waren geland. Daar wilden we weer naar het restaurant lopen maar dat bleek dicht te zijn. Toen we weer een stukje terug liepen, zag ik een vrouw over een oud betonnen stoepje langs het water lopen en om de hoek verdwijnen. Er stond een bord op de muur gespijkerd over een snackbar en pooltafels etc. Ik zei tegen Miklós dat we maar even moest kijken wat er aan het eind van dit paadje was. Daar was inderdaad een bar die gister niet open was. Het was er erg gezellig. Twee pooltafels, een mooie bar en veel mensen. Na wat poolen zagen we dat er een pooltoernooi was vandaag. We wilden wel meedoen dus informeerden we over hoe we mee konden doen. Je kon je inschrijven voor $ 40 EC (East Caribean Dollar). Drie EC is ongeveer een Euro. Dus voor iets meer dan een tientje konden we beiden meedoen. Ik voer even snel met de dinghy naar de boot om wat geld te halen. Ik had alvast een paar Carib meegenomen, voor aan boord, zoals Nico gevraagd had. Na wat discussie mocht het. Nico en Wilma wilden op het strand barbecuen, maar wisten niet of het kon. Ik bracht Nico naar het strandje waar hij ging informeren, terwijl ik het water uit de dinghy liet lopen. Nico zei dat ik Wilma mocht ophalen en dat ze daar zouden blijven tot het donker werd, want dan was het hier afgelopen en moest ik ze terug naar de boot brengen. Ik haalde Wilma dus op, zette haar af en met wat EC scheurde ik terug naar de bar. Daar schreef ik Miklós en mezelf in. Het toernooi moest eigenlijk al om 14:00 beginnen maar uiteindelijk was het al 18:00 voor het echt begon. De wedstrijdjes bestonden uit één tegen één en “best of three”. Dus moet je twee van de drie potjes winnen om door te zijn naar de volgende ronde. De eerste ronde verloor ik helaas met 2-1, dus ik dacht dat ik er al uit lag. Daarom voer ik toen het donker was en Miklós moest spelen, naar het strandje van Nico en Wilma om ze naar de boot te brengen. Raar genoeg bleek dat ik nog steeds in het spel was, aangezien het om een “knock-out systeem” ging, dus verliezen is verloren. Dit keer moest ik op de andere tafel spelen. De kerel waar ik eigenlijk tegen moest was weggegaan en ik mocht tegen een van de barvrouwen spelen. Deze waren ook zeker niet om te onderschatten. Gelukkig won ik deze partij wel met 2-0. Ik vroeg hoe het nu verder moest en toen bleek dat ik al bij de laatste zes zat. Miklós verloor helaas de tweede partij en lag er wel uit. Ik was nog met zes over dus en dit keer moest ik een enkele match spelen tegen Carl. Even tussendoor een kleine uitleg over Carl. Carl lijkt behoorlijk op een viking en is een klein breed mannetje. Een heel harig vikinghoofd, met z’n baard in twee vlechtjes gespleten maakt het beeld compleet. Deze man is een beetje vreemd, maar wel goudeerlijk en een hele aardige kerel. Hij kan ook vreselijk goed poolen en daarom versloeg hij me, ondanks dat het geen slecht potje was. Even eerder, met z’n vorige potje zorgde hij voor enige opschudding. Hij stond al 1-0 voor tegen een man, waarvan hij in een jaar tijd dat hij tegen hem speelde, nog nooit van hem verloren had. Hij speelde de laatste bal er keurig in, maar de witte dreigde er ook in te gaan en dan heb je verloren. De bal rolde echter heel erg langzaam en voor de gein blies Carl even zachtjes tegen de bal. De bal ging er niet in en toen begon een laaiende discussie. Was het mogelijk dat hij de bal had tegengehouden door te blazen? Iemand bleef stug volhouden tegen Miklós (die was scheids voor dat potje) en de andere scheidsrechter. Zij liet hem uiteindelijk proberen of hij een bal tegen kon houden door te blazen, met dezelfde snelheid, maar dat lukte niet. De discussie duurde even, maar uiteindelijk werd Carl alsnog als winnaar bevonden. Ik sprak hem erover en hij zei: ‘I’m focking fifty, I can’t even blow a candle out!’ Waarna we allebei in lachen uitbarsten, om de nutteloze discussie. Uiteindelijk werd Carl tweede, maar dat vond ie niet erg. ‘I don’t give a fuck about the Money!’ Na het toernooi werd het steeds rustiger. We speelden nog wat potjes en toen de bar sloot gingen we met een van de barvrouwen naar de club die erboven was. Daar werd ook nog wat gepoold en gedronken en na een tijdje voeren we terug naar de boot. Het grappige van de club was dat iedereen ineens begon te dansen toen een nummer over een “weedfarmer” werd aangezet. Niet gewoon dansen, maar echt waanzinnig. Op de boot rustten we nog even uit in de kuip en daarna gingen we slapen. Ciao

zaterdag 14 januari 2006
Ik werd door Nico wakker gemaakt, ik mocht mee de kant op. Eerst had ik daar niet veel zin in, ik lag wel lekker, maar later had ik toch wel zin alvast wat van Greneda te zien. We voeren al snel met de rubberboot naar de werf, waar we het bootje aanlegden. Vanaf daar vertelden twee Amerikanen waar we heen moesten en we liepen een stukje met ze mee. Halverwege doken zij in een taxi, omdat we langs een weg van ruim een kilometer moesten lopen, om in de stad te komen. Nico en ik liepen gewoon verder met een rugzak en de tank van de dinghy in onze handen. Nico moest eerst wat geld hebben, maar de eerste automaat deed het niet. Na wat vragen bleek er verderop wel wat te zijn. Twee deden het niet, de derde gelukkig wel. Eerst maar wat boodschappen gedaan in een kleine supermarkt en wat drinken gehaald. Verderop moest een grotere supermarkt zijn en al snel vonden we die. Deze had ook echt veel en we deden dan ook goed boodschappen. Voor de terugweg hadden we al voor een taxi gekozen, dus dat kwam mooi uit met de hoeveelheden die we mee wilden nemen. We zouden met de taxi langs de Texaco (tankstation) rijden, daar tanken en vervolgens naar de haven rijden. Toen we de verkeerde kant op reden, had ik al een vermoeden dat er misschien nog wel een Texaco in de buurt zou zijn. Inderdaad, even later arriveerden we bij een andere Texaco. Deze was ook nog dicht dus dat schoot ook niet op. Bij een Shell verderop konden we het tankje wel vullen. Nu op naar de haven. Ook de haven was een andere dan waar wij lagen en natuurlijk was die in de buurt. We kwamen dus bij de verkeerde haven uit. Na al meerdere keren tegen Nico te hebben gezegd dat we toch echt verkeerd reden, ging hij maar eens even informeren. Inderdaad had de man het verkeerd begrepen. Voor een speciale prijs bracht hij ons direct naar de haven. De taxi’s hier zijn namelijk busjes en als hij een klant heeft gaat hij rijden. Onderweg probeert hij toeterend en roepend meer mensen op te pikken die daar ook heen willen, voor een vollere bus. Dit zal waarschijnlijk zo zijn, omdat ze een deel van de winst krijgen en niet een vast salaris anders zal het ze zeker niks boeien of het busje vol zit of niet. Na een redelijke toer over Greneda, lang de grootste haven St. George, kwamen we na een tijdje rijden bij de goede haven uit waar onze dinghy lag. Met alle spullen voeren we terug naar de boot waar we al gauw vertrokken. Hog Island was de bestemming. Buiten was het nogal onrustig en aangezien we tegen de golven in moesten motoren, was dit extra onrustig. Ondanks het gebeuk was het fantastisch om te zien hoe de enorme golven op de rotsen en riffen braken en beukten. Het was maar een klein stukje, dus om daar nou helemaal het zeil voor te hijsen. Bij de aanloop was het even gedoe, omdat de pilot niet klopte met onze elektrische kaart en de informatie niet klopte met de algemene boeienregels. Uiteindelijk wisten we toch veilig in de baai aan te komen. De baai is erg groen en ook erg mooi. Het water is alleen net zo groen als het IJsselmeerwater, wat ons aardig verbaasde. Toch konden Miklós en ik er heerlijk in zwemmen toen we er eenmaal lagen. Even later stapten we in de dinghy om op zoek te gaan naar het dorp en om te zien of daar wat te beleven viel. Na een tijdje varen legde we de dinghy aan een steiger waar nog een andere dinghy lag, dus dat moest de plek zijn om aan land te gaan. Het eerste beste restaurant wat we vonden doken we in voor wat drinken. Ik informeerde nog naar de internetmogelijkheden, maar ik werd doorverwezen naar St. George. Voor het donker werd besloten we terug te gaan, waar Miklós en ik aan een film begonnen. Halverwege moesten we eten, Nico had de biefstukjes die we vanochtend gehaald hadden klaargemaakt en ze smaakten prima. Na het eten werden we aan de afwas gezet en daarna keken we onze film “Out of time” af. Ook deze film is een zeer goede film voor de actieliefhebbers. Na de film begon ik aan m’n verslag en zometeen gaan we maar weer een drankje uit de koelkast pakken. Wat een leven… Ciao!

vrijdag 13 januari 2006
De dag begon weer met regen, dus een goede reden om lang uit te slapen. Pas om half twee was iedereen echt uit bed. Na het ontbijt probeerden Miklós en ik wat te verzinnen om te doen. Het dorp ligt helaas 2,5 km ver weg volgens Nico en Wilma dus daar hadden we ook niet echt zin in. Ik ging maar weer verder aan m’n huiswerk, het was immers toch rotweer. Rond half vijf gingen we met z’n vieren de kade op naar het barretje wat daar staat. Miklós en ik zetten algauw weer koers naar de pooltafel, met een cocktail in de hand. Er werden veel potjes gespeeld tot we moesten eten. De pizza was redelijk en ging er wel in, aangezien ik behoorlijk honger had. Na het eten speelden we verder. Op een gegeven moment wilden Nico en Wilma naar de boot, maar wij nog niet, dus bracht ik hun alvast weg. Toen ik terugkwam had Miklós inmiddels een local ingemaakt en even later speelden we met twee Amerikanen die hier op school zaten. Ze waren beiden erg goed, dus was het des te leuker om met ze te spelen. Het spelletje “9-ball” werd ons uitgelegd en beviel goed.. Nadat zij weggingen besloten wij ook maar naar de boot te gaan, waar ik aan dit verslag begon. Nu maar weer snel naar bed. Morgen zetten we koers naar een nieuwe, mooiere plek en hopelijk met mooier weer. Ciao!

donderdag 12 januari 2006
Ik werd wakker toen de boot alweer veilig in een baai in Greneda lag. Ik had heerlijk geslapen en heb verder niks gemerkt van de tocht. De baai is niet wonderschoon maar ook niet onaardig. Volgens de pilot zijn er nog genoeg andere veel mooiere stranden/baaien dus daar verheug ik me al op. Het weer doet niet bepaald Caribisch aan. Het komt met bakken uit de lucht en met korte pauzes regent het vrijwel de hele dag. Nico en Wilma zijn de kant op geweest voor het papierwerk, terwijl Miklós en ik wat op de computer zaten en uiteindelijk aan een film begonnen. Na een paar minuten moest deze alweer gestopt worden omdat Nico ons kwam ophalen. We zouden wat gaan drinken en daarna uit eten. Op de kant was een barretje waar Wilma met twee Duitsers stond te kletsen. Miklós en ik dronken wat en ontdekten al gauw een pooltafel. Tot het eten waren we zoet met poolen. Het rook er erg lekker dus besloten we hier te gaan eten. Omdat het nogal vol was schoven we aan bij wat andere zeilers, die volgens mij Engels waren, maar ook goed Frans spraken, dus ik ben er nog niet helemaal uit. De pizza’s werden hier aangeprezen door de mensen, maar ik vond ze niet super. Doe mij maar onze stampizzeria Tarantella. De pizza’s waren hier wel groot dus het vulde wel goed. Miklós en ik poolden verder na het eten en al gauw vertrokken we daarna naar de boot. Op de boot keek ik de film af die “Wake of the death” heet, een zeer goede aanrader voor de actieliefhebbers. Het is inmiddels al wat laat, dus nadat dit verslag af is, is het tijd om te slapen. Ciao!

woensdag 11 januari 2006
De laatste dag op Tobago alweer. Gelukkig kijk ik met veel plezier terug op Tobago. De duikcursus, de familie die langskwam, al de mensen die we ontmoet hebben, het snorkelen, alle avonden in Bago’s en nog veel meer. Vandaag staat er voor Miklós en mij niet veel op het programma. We moeten wat opruimen en afwassen maar voor de rest niks. Nico en Wilma zijn van boord voor de boodschappen dus we hebben de ruimte. René klopt even later aan en heeft wat DVD’s meegenomen. Er wordt was uitgewisseld en even later vertrekt hij weer. Na nog wat gelezen te hebben vertrekken we naar Bago’s om wat te drinken. Daar treffen we Nico en Wilma en René en Helga. Nico heeft nog genoeg TT Dollars om wat te drinken en om voor ons een lunch te kopen. Als Nico en Wilma vlak daarna weggaan en wij de lunch hebben weggewerkt zien we Paul. Hij biedt ons een biertje aan en zo zitten we weer gezellig te praten over van alles. Ineens komt het met bakken uit de lucht en besluit Paul nog maar even te wachten met z’n terugkeer naar de boot. Als het wat droger is haalt Nico ons op met de dinghy en gaat Paul ook terug naar z’n boot. Voor we echt vertrekken nemen we afscheid van Bob en Shirley van het restaurant en zeggen we ook Paul gedag. Anna hadden we in de middag al gezien en afscheid van genomen, maar Alisson en Mitch hebben we niet meer gezien. Bago’s heeft ook een “commentbook” waar we alle vier wat in schreven. Op de boot werd nog even van alles voorbereid. De Vagebond kwam nog even de originele DVD’s halen die we gekopieerd hadden en ook van hun namen we afscheid. De Vagebond vertelde nog even hoe ze het hadden geregeld om er nog een jaar aan te plakken. Het zit zo. Helga zegt altijd als ze proost, stoppen met roken en twee jaar. Dus nu gaan ze stoppen met roken en dan nog een jaar weg (i.p.v. twee maargoed). De route blijft hetzelfde, dus wordt de reis vertraagd met een jaar. Ze hebben geen kinderen dus kon dit makkelijker gerealiseerd worden. Het lijkt me geweldig om zomaar nog een jaar aan je reis te kunnen plakken. Je hebt nergens meer haast en kan op leuke plekken heerlijk lang blijven liggen. Ze vertrokken snel weer om voor de volgende bui op het strand te zijn. Ik ruimde wat touwen op toen ik ineens ‘SHIT!’ vanuit de verte. Het motortje van de Vagebond had het weer begeven. Gelukkig konden ze hem dit keer al snel weer starten en waren net voor de volgende bui op de kant. Daarna ging het vrij snel en om 19:00 zagen we van Tobago alleen nog maar de lichtjes van de kant. Het was erg stil op de boot. Ik denk dat iedereen het wel erg jammer vond om Tobago te moeten verlaten. De wachten werden verdeeld. Ik mocht de eerste hebben in plaats van de laatste zodat Nico bij aankomst wakker zou zijn. Miklós volgde na mij, dan Wilma en Nioc dus als laatste. Ik was erg moe en na de wacht sliep ik ondanks de oventemperatuur van binnen vrij snel. Ciao!

dinsdag 10 januari 2006
Na een lang dutje besluiten Miklós en ik maar weer eens te gaan internetten. Na de mensen weer gesproken te hebben, gaan we met Wilma naar Bago’s voor de lunch. Als we een tijdje later weggaan blijft Miklós achter in Bago’s. Ik moet nog wat op de computer werken en Wilma wat opruimen dus wij gingen naar de boot. Op het moment dat we de dinghy in het water hadden liggen kwam Miklós aanrennen en zei dat Nico aan was gekomen en mee wilde. Zo voeren we met z’n drieën naar de Oceans4. Om kwart voor vijf zou ik Miklós weer ophalen. Toen ik bij het strand aankwam begon het te regenen. Ik sleurde het bootje half op het strand en rende naar Bago’s om Miklós te halen. Hij zei dat hij nog wat ging drinken met Paul en of ik ook kwam, dat sloeg ik natuurlijk niet af. Snel rende ik terug om de dinghy iets verder op het strand te trekken en hem vast te leggen. Gelukkig was het ineens weer droog dus kon ik rustig teruglopen. Paul kwam ook aangevaren en ik hielp hem zijn dinghy op het strand te leggen. We liepen samen naar Bago’s waar Miklós op ons wachtte. Binnen een uur hadden we al veel meer gezelschap. Anna Alisson, en Mitch van de poolavonden en Markus met zijn twee charterklanten. Het was erg gezellig met dit zootje ongeregeld. De klanten van Markus waren erg onder de indruk van onze reis. Eigenlijk wilde ik niet te lang blijven omdat ik m’n werk op de computer moest afmaken, maar dat lukte niet erg. Paul bestelde voor ons een grapefruit-rum cocktail. Pauls opmerkingen tegen de serveerster omdat ze niet echt als een serveerster gekleed was, had zo z’n uitwerking. Toen we de eerste slok namen wisten we zeker dat ze er zoveel rum in had gedaan, om geen last meer van Paul te hebben. We konden er alleen maar om lachen. Later gaven de klanten van Markus een rondje. Even later gingen de klanten van Markus weg en hij ging even later terug naar z’n boot. Paul bestelde nog een rondje cocktails maar ik liet hem maar veranderen in een biertje, aangezien ik niet heel erg weg ben van rum. Miklós en ik zouden na deze weggaan. Ook dit werd ons moeilijk gemaakt, omdat Mitch nog een rondje gaf. Nadat de drankjes op waren besloten we toch maar te gaan. Vanavond zouden we weer gaan poolen met de groep van de vorige avonden. Eerst zouden we nog gaan eten en dan later zouden we Paul ophalen. ‘Don’t rush your feed’, zei Paul, hij moest toch nog werk doen dus kwam hem ook wel mooi uit om iets later te beginnen. Miklós en ik gingen snel naar de boot, kleedden ons om en aangezien de Vagebond (René en Helga) aan boord was gingen ze ook mee uit eten. We gingen naar “Pepe’s cuisine” waar ook de Silencio met familie aan het eten was. Het eten was er goed, zoals de Vagebond al ondervonden had. Uiteindelijk was onze tafel en die van de Silencio tegelijk klaar en wij vroegen of ze vanavond meegingen om weer te poolen. Dat mocht van de ouders dus gingen ze mee. We liepen met ze naar het strandje waar ik in de dinghy sprong om Paul op te halen. Ik riep hem, een luik werd opengeschoven en een slaperig hoofd kwam naar buiten. Hij zei dat hij later zou komen omdat hij nog wat slaap nodig had en nog wilde douchen. Ik voer terug naar het strandje waar ik het nieuws aan de anderen vertelde. Ik was al te weten gekomen dat de anderen al naar het Colorado hotel waren gegaan waar de bar in zat. Daar aangekomen bleek dat inderdaad het geval te zijn. Er was alleen een probleem. De barvrouw wilde nu al sluiten om elf uur en we mochten geen muntjes voor het poolen meer kopen. Daarop besloten we naar een andere bar te gaan, vlak bij het vliegveld. Anna wist waar het was dus konden we haar volgens. Mitch belde voor we vertrokken Paul uit z’n bed en legde uit wat er was en dat we over drie minuten op het strand zouden zijn met de auto’s. Paul zeurde iets over koude voeten. Mitch:’I don’t give a fuck about your cold feet, fock your socks!’ Na even gewacht te hebben stond Paul inderdaad op het strandje en sprong bij ons achterin de pick-up van Mitch. Hij had er even niet aan gedacht dat hij nog door het water moest en nu waren zijn schoen en sokken helemaal doorweekt. Anna en Alisson waren al vooruit gegaan en wij arriveerden even later bij het café. Het was wat groter dan gemiddeld en behoorlijk druk voor een dinsdagavond. Hier stonden twee pooltafels waar je gratis kon poolen zolang je maar drinken bestelde. Het echte spel is hier om iemand uit te dagen en te spelen om een drankje. Vanavond werd daar niet om gespeeld maar toch was het wel leuk wat locals uit te dagen. Mijn eerste match ging niet best, maar won toch. Hij kreeg de witte bal erin en hij had alleen nog de zwarte over en volgens de locale regels heb je dan verloren. Paul en Mitch hadden ons al gezegd dat er overal weer andere regels gelden en hadden snel de lokale regels uitgelegd. Na een tijdje was Mitch alweer weggegaan omdat hij de volgende dag vanaf 04:00 alweer moest werken. Toen het wat rustiger werd in de bar gingen Alisson en Anna ook weg omdat ook zei moesten werken. Nog later in de avond waren alleen Paul, Esmeralda, Rachel, Miklós en ik nog over. De bar wilde sluiten dus werden we eruit gegooid. We liepen terug via de “Store Bay facility”, waar veel verkooptentjes en een bar staan. Daar liepen we tegen een bewaker op. Hij zeurde tegen Paul aan dat het niet goed was voor deze jonge mensen om om 03:00 nog over straat te lopen. Het was nog maar 01:45 dus Paul zei dat hij niet moest zeuren. Vervolgens probeerde hij ons zover te krijgen iets uit te halen, maar zo dom waren wij nog net niet. Paul blies de rook van z’n sigaret per ongeluk in het gezicht van de man en daarover begon hij onmiddellijk te zeuren. Paul zei dat hij maar wegging om verdere discussie te voorkomen. Daarna gingen onze gesprekken alleen maar over hoe zielig de man wel niet moest zijn om ons aan te houden en dat hij waarschijnlijk al 25 jaar bij z’n baas smeekt om promotie naar een nuttigere functie. Hier op dit plein valt namelijk niks te jatten en het is het ook niet waard om het barretje te overvallen. Terug op het strandje bij Bago’s sprongen we in de dinghys. Paul zagen we even later in z’n dinghy languit een sigaretje roken, zonder z’n motor aan te hebben. ‘Liming man!’ zei hij. Rachel werd op de Silencio afgezet en Esmeralda kwam nog even wat bij ons drinken. In de vroege uurtjes bracht Miklós haar weer weg en ik ging alvast slapen. Ciao!

maandag 9 januari 2006
Heerlijk uitgeslapen, een goed begin van de dag. Miklós stond vervolgens bij m’n kooi om me uit bed te krijgen. We gingen namelijk internetten. Natuurlijk kwamen we daar tevreden vandaan. Op de boot dook ik achter de laptop. Dit keer voor wat serieuzere zaken, namelijk school. Ik heb braaf wat huiswerk zitten maken, maar dat was zelfs wel even leuk als afleiding. Zo werd de middag een beetje opgevuld. In de avond kookte Nico Pasta, wat voortreffelijk smaakte. Na het eten gingen Miklós en ik de kant op om wat te drinken. De Silencio zat op het strand te barbecuen. We zeiden dat ze ons later maar even moesten gaan zoeken in een van de bars als ze zin hadden om wat te drinken. Toen we langs Bago’s liepen zagen we een kikker springen, best groot beestje. Bij het Golden Star restaurant doken we naar binnen, waar we al eerder met de Zweden hadden gezeten. In plaats van wat we wilden drinken kregen we een heel verhaal. ‘Goedenavond gentlemen. Welkom in het Golden Star restaurant. Ik ben uw serveerster voor vanavond. Wilt U iets drinken of eten?’ Zelfs in Café Coco waren we nog niet zo aangesproken, maar we zagen de humor er wel van in en bestelden twee Carib (bier). Even later in afwachting van de Silencio kwam Paul op z’n blote voeten langsgelopen. Deze eenentwintig jarige jongen chartert met een zeilbootje rond de eilanden, heeft een vlag van Tobago & Trinidad op z’n boot en is Engels. Ik zwaaide naar hem en hij sloeg direct linksaf ons terras op. Hij liep langs onze tafel riep ‘two Carib guys?’en voor ik ‘yes please’ kon zeggen stond hij al bij de bar om het te bestellen. Hij schoof aan en vertelde over zichzelf en had al behoorlijk wat meegemaakt. Hij is op z’n zestiende van school gegaan, heeft later nog een studie niet afgemaakt en was zeilinstructeur. Nu komen de mensen die hij toen had opgeleid naar zijn locatie (waar hij op dat moment is) en leert ze hier verder zeilen. Hij verdient er niet gek veel mee, maar als je kijkt hoeveel er doorheen gaat aan bedrijfskosten. Een watermaker, een generator (heeft zijn baas meegenomen toen hij ging shoppen in Miami) en de zakelijke etentjes zijn ook niet in de bar op de hoek. Hij werkt dan wel keihard, maar heeft zo’n slecht leven nog niet. Ook heeft hij op boten gewerkt met een behoorlijke lengte en veel nieuwe boten overgevaren naar klanten als crewmember. Zo maakt hij nog wel eens wat mee. Zoals met een gloednieuw jacht de haven binnen varen, dan breekt de gashendel af en ze rammen met 6,5 knoop de steiger. Nog drie andere boten hadden flinke schade erdoor. ‘I was lucky that I wasn’t the skipper’, omdat die alle verantwoordelijkheid op zich moet nemen. Later schoven Esmeralda en Rachel aan bij ons. Esmeralda knalde tot drie keer toe met haar hoofd tegen de harde parasol, waarna Paul dat ook nog twee keer deed. We hadden het niet meer. We zetten de avond voort in een hotel met pooltafel. Daar worden aardig wat potjes gespeeld. Paul wordt twee keer ingemaakt door het vrouwelijke aandeel en houdt het op een ‘womans night’. Even later komen Alisson, serveerster van Bago’s, Anna en Mitch, allebei kennissen van Bago’s. Mitch wordt grandioos afgemaakt door Anna, wat erg veel lol opleverde. Toen we het hotel verlieten gaf Mitch ons een lift naar Bago’s waar de dinghy’s liggen, met zijn pick-up. Paul nodigde ons uit om bij hem nog wat te gaan drinken en dat sloegen we natuurlijk niet af. Ook de Silencio ging mee. Het was vreselijk gezellig en volgens Esmeralda begon Paul al aardig in de richting van een filosoof te komen, met z’n verhalen over sterrenhemels op de oceaan. Nog later voeren we terug. We zetten de Silencio af op hun boot. Het begint ineens keihard te regenen en voor we doorweekt zijn bereiken we de boot. We gaan snel slapen… daar waren we inmiddels wel aan toe. Ciao!

zondag 8 januari 2006
Eindelijk weer een keer lekker lang uitslapen. Toen we goed en wel wakker waren ging ik met Miklós naar de kant om te internetten. Nico zou ons om half drie weer van het strand plukken maar kwam zeker drie kwartier te laat. Hij had gelijk de waterjerrycans mee genomen en die konden we even gaan vullen. De loodzware gevulde tanks mochten even naar de boot getild worden, wat niet mee viel. Later moesten we zelfs nog een tweede keer voordat de tanks weer vol waren. In de avond gingen we uit eten. We wilden bij restaurant Pepe’s gaan eten, omdat die de lokale keuken aanbood maar die bleek dicht te zijn. Een ander grillrestaurant was wel open en daar hebben we heerlijk gegeten. Na het eten gingen Miklós en ik alvast naar Bago’s, omdat Nico en Wilma nog even wilden blijven zitten en nog geld wilden halen. Helaas ging Bago’s al om tien uur dicht (vanwege het late feest van gister) en we besloten daarom maar naar de boot te gaan. Op de boot keken Miklós en ik de film “Escape from Sobidor” af van vanmiddag en daarna ging ik aan m’n verslag. We gaan zo nog even met z’n tweeën de kant op om wat te drinken en we gaan proberen het niet al te laat te maken. Mochten we de Silcencio nog ontmoeten dan ben ik bang dat het niet gaat lukken, maar dan hebben we het in ieder geval geprobeerd. Ciao!

Terug naar Yoricks dagboek