Yoricks dagboek deel 6: St Lucia - Guadeloupe
dinsdag 11
april 2006
François, Maria en de kinderen kwamen nog even langs op de koffie. Ze zouden
vandaag verder gaan en daarom nog een laatste bezoek. Als zij weg zijn gaan we
met z’n vieren de kant op. We willen wel even internetten. Helaas gaan de
internetcafés gaan beide binnen een paar minuten dicht en de eerst opent weer om
14:00. Wilma gaat daarop naar de kapper. Nico gebruikt toch nog even gratis het
internet van het café. Het is namelijk een draadloze verbinding die hij voor z’n
computers gebruikt en dus kunnen wij die ook opvangen, aangezien hij niet is
afgeschermd. Miklós en ik besluiten alvast wat te gaan drinken. Bij het tentje
waar we een paar dagen geleden met Anja, Nico en Wilma op de regen hebben
gewacht, gaan we weer zitten. Na drie drankjes komt Nico eindelijk aangelopen.
Wilma is er nog niet en die gaat hij nog even zoeken. Een half uur later komt
hij terug en heeft Wilma nog niet gevonden. Ik ga daarom ook even zoeken en vind
Wilma nog geen vijftig passen later. Met z’n vieren wachten we met een drankje
tot het 14:00 is. Het internetcafé heeft een redelijk goede verbinding, maar
geen goede MSN, wat Miklós en ik wel jammer vinden. Toch houden we het daar
anderhalf uur vol. Erna gaan we terug naar de boot. Op de boot wordt vervolgens
gelezen tot de avond valt. Nog even ga ik met Nico en Wilma de kant op voor wat
boodschappen, de winkels zijn hier namelijk lekker lang open. Als ook die gedaan
zijn keren we opnieuw terug naar de boot, waar Wilma aan het eten begint. Na nog
wat lezen is het klaar en kunnen we aan tafel. Het is een vrij eenvoudig gerecht
met vlees, appel-bietjessalade en aardappelpuree, toch smaakt het heerlijk.
Eerst zou ze rijst met een vreemd sausje maken, wat mij in ieder geval een stuk
minder lekker leek. Na het eten wasten Miklós en ik af. Als alles opgeruimd is
mogen we film kijken. ‘Flight of the Phoenix,’ wordt uitgekozen, die Anja en Jan
voor ons hebben meegenomen. De film is aardig, maar lichtelijk voorspelbaar. Na
de film schrijf ik nog even snel dit verslag. Nu maar gauw slapen, want morgen
moeten we vroeg op om voor daglicht de 40 mijl naar Antigua te overbruggen.
Ciao!
maandag 10
april 2006
De laatste dag alweer voor Anja en Jan, wat is het toch vreselijk snel gegaan.
Om een luie dag te voorkomen gaan we nog even het eiland over. Nico en Jan
hebben vanochtend al een auto geregeld, wat ons gister niet gelukt was. Het is
een vijfpersoons auto, maar we zijn met z’n zessen en dus is het erg krap op de
achterbank. Eerst stoppen we op een klein marktje, waar we even willen kijken
naar wat ze er hebben. Naast onze auto zitten ze even lekker groene sigaretjes
te roken, nu maar hopen dat de auto er niet naar gaat stinken. Op het marktje
vinden we niets leuks of nuttigs en we gaan verder. Jan die leest kaart en laat
de kaart even op het
dashboard rusten. Ineens waait er een vlaag door de auto en de kaart waait zo
het raam uit. Wij liggen helemaal dubbel terwijl Jan de tweede kaart
tevoorschijn haalt. Bij een waterval die we nog niet gezien hebben met Michiel,
Jan en Peter stoppen we. Het is niet de waterval waarvoor we destijds te laat
waren, dus ik ga het even vragen. Gelukkig spreekt een man die er werkt Engels
en kan ons vertellen dat dit inderdaad de waterval is. Volgens het bordje is het
tien minuutjes lopen, maar dat is maar de helft. Al snel duik ik in het zoete
water. Heerlijk om weer eens in niet-zoutwater te zwemmen. Even later volgen
Anja, Jan en Nico ook. Het leukste is natuurlijk om onder de straal te zwemmen,
die vrij krachtig is, ondanks dat de waterval erg klein is. Ik vraag aan iemand
waar de springplek zou moeten zijn en dat is bovenaan de waterval. Het is nog
geen twee meter diep waar je in terecht komt, dus dat ga ik maar niet doen. Als
ik weer opgedroogd ben loop ik met fototoestel een stukje over de rotsen en maak
foto’s van de rivier. De volgende stop wordt gemaakt bij Pointe à Pitre, waar we
gaan lunchen. Het is heel erg goed eten, net als het Häagen-Daszijsje achteraf.
Nico en ik gaan nog even kort bij Klaus en Helga langs. Helga is er niet, maar
Klaus verteld ons dat het nog wel twee weken kan duren voordat ze weer kunnen
varen. De rest is shoppen in de winkeltjes op het haventerrein. Nico en ik gaan
eerst zelf even shoppen voor we naar hen gaan zoeken. Eerst koopt Nico een
mobile met allemaal kleurige visjes eraan en later kopen we een kaart met
allerlei soorten rifvissen erop. Daarna vinden we de rest en struinen met hen de
winkeltjes af. Voordat we Anja en Jan om 18:00 afzetten bij het vliegveld willen
we eerst nog wat drinken in Mahault, waar we ze opgepikt hebben. Het barretje op
de haven is helaas dicht, dan maar op het vliegveld wat drinken. We vinden geen
bar met terras, dan maar staan.
Er
lopen militairen de boel in de gaten te houden, de bewaking is hier dus nog
steeds niet verslapt. Ik zie dat er een verdieping lager wel een terras is, maar
ze willen er al niet meer heenlopen, dan niet. Met Miklós loop ik nog een rondje
langs de winkeltjes, maar dat stelt niet veel voor. Ten slotte checken Anja en
Jan in en nemen we afscheid van ze. Nu is het een kwestie van terugrijden naar
Deshaies. Het wordt al avond en dus willen we wel naar de boot. Een kleine
tegenvaller zorgt voor wat vertraging: het fenomeen file. De weg die de twee
eilanden die Guadeloupe vormen verbind is natuurlijk een veelgebruikte en dat
merken we. In Deshaies tanken we nog even. Het tankstation heet “Wip,” wie heeft
die naam nou weer bedacht. Het winkeltje heet “Wip shop,” apparte naam. De auto
brengen we daarna terug. Na even op de boot te zijn geweest gaan we (behalve
Wilma) nog even langs bij onze Franse vrienden. Daar krijgen we nog even wat te
eten. De kip krijg ik op, maar de rijst niet, de lunch was al voldoende om de
avond door te komen. Een banaan flambé ging er natuurlijk nog wel in. Als we
laat terugkeren van het bezoek, zoeken we gelijk de bedden op. Ciao!
zondag 9
april 2006
Een lui dagje… Er is niks gepland en dus gebeurd er ook niet veel. Pas tegen het
middaguur gaan we zonder Jan, die op de boot lekker gaat lezen, de kant op.
Eerst lopen we naar de customs, maar die zijn niet open. Verder lopen we nog wat
winkeltjes in en uit. Als Nico een groentewinkel binnenloopt en met rum
terugkomt kijk ik even verbaasd op, maar ja hij heet niet voor niets Nico. Bij
en tentje drinken we wat en dat houden we lang vol aangezien het keihard regent.
We bestellen nog wat viskoekjes die ze hier overal hebben en dat is wel even
lekker. We hopen dat Jan de luiken heeft dichtgedaan, maar vanaf hier gezien
denken we van wel. Terug op de boot blijkt dat inderdaad het geval. Als we in de
kuip zitten komt er een catamaran binnenvaren. Ik meen de man op de voorkant te
herkennen. Het zijn François en Maria, de Fransen die we in Marokko ontmoet
hebben. Die komen vast wel even langs. Anja wil nog wel even zwemmen/snorkelen
en ik besluit net als Jan mee te gaan. Eerst zien we duizenden kleine guppies
die als een wolk op ons afkomen en wegschieten als we bewegen. Ik zwem door de
wolk van vis en dat is prachtig, omgeven door de flikkerende visjes. Meerdere
van deze wolken blijven maar komen, erg leuk. Even verderop spot ik een
schorpioenvis. Deze is dodelijk en als hij je steekt heb je nog tien minuten te
leven, maar als je er alleen naar kijkt doet hij niks. Het duurde even voor Anja
en Jan hem ook zagen, hij is namelijk perfect gecamoufleerd. Als we weer
richting de Oceans4 zwemmen, zwemt Jan een stuk voor ons uit. Hij roept dat hij
een schildpad ziet en wij zwemmen zo snel mogelijk naar hem toe. Helaas is hij
alweer uit het zicht verdwenen, zo helder is het water hier ook niet. Een
honderd meter voor de boot zien Anja en ik een school flinke tonijnen, waar je
wel een tijdje van kan eten. Terug op de boot zijn François en Maria op bezoek.
In tegenstelling tot Marokko hebben ze nu ook hun kinderen Hugo (4) en Fanni (1)
aan boord. De twee lopen het hele dek over en dat lukt ze zonder vallen. Even
over half zeven gaan ze weg, wij hebben namelijk ook een reservering om 19:00.
In het tentje wordt Jan al begroet met “Cochon,” aangezien hij de vorige keer zo
aan het knoeien was. Het is namelijk hetzelfde tentje al een paar dagen terug.
Ik vind het eten niet geweldig, maar de rest wel. Het toetje is wel lekker,
banaan flambé, maar daar kan je ook weinig aan fout doen. Wilma wordt nog even
gestoken door een wesp. Even later is haar wenkbrauw aardig dik. Op de boot
borrelen we nog wat na en gaan dan pitten. Ciao!
zaterdag 8
april 2006
Al vroeg zaten we aan het ontbijt, zodat we op tijd het eiland op konden voor
een rondrit. Op de kant wisten we al snel een taxichauffeur te vinden. De prijs
vond ik wat hoog, maar we gingen akkoord. Het kleine busje reed ons langs
verlaten huizen, terwijl Sam ons vertelde over het eiland. De helft van de
bevolking is nu nog over, aangezien veel mensen zijn gevlucht met de uitbarsting
en niet meer terug zijn gekomen. Er wonen nu nog 5.800 op het eiland. Tijdens de
uitbarsting zijn 24 boeren overleden die ondanks het evacuatiebevel toch hun
spullen gingen redden, dat werd het fataal. De eerste stop was al vrij hoog en
na een minuut lopen hadden we een mooi uitzicht. De opgedroogde lavastroom kon
je duidelijk zien liggen. Het was erg fascinerend om te zien hoe groot zoiets
is. Ook zag je waar de lava een dorp is ingestroomd en dat er op het pad van het
lava werkelijk niks meer staat. Zelfs van deze hoogte is goed te zien hoe
stoffig het hele dorp is, net als het huis waar we even later naast staan. Door
de hitte zijn de ruiten gesprongen, het metaal aangetast en door een laag as
staat alles op instorten. Met Nico en Miklós loop ik het huis binnen. Zo te zien
hebben ze nog geprobeerd te redden wat er te redden valt. Overal staan lades
open en je kan duidelijk zien dat ze alles eruit hebben getrokken en hebben
gepakt wat nog enigszins belangrijk was. Een kerstkaart ligt nog in de keuken,
die hebben ze niet eens meer meegenomen. Blijkbaar moesten ze echt razendsnel
het huis verlaten. Uit de vulkaan komt nog steeds erg veel as. Aan de verkeerde
kant van het eiland varen levert dan ook een flinke schoonmaakbeurt op. Vanaf
dit punt hebben we een uitzicht over de hele stad. Er loopt ook een kloof van
100 meter diep dwars door de stad. Een aantal huizen kunnen er elk moment in
verdwijnen. Bij de evacuatie hebben alle boeren hun dieren losgelaten. Veel
geiten lopen daarom nu vrij rond, nog steeds rond het huis van hun eigenaar. Als
we verder rijden vraagt Nico of we in het stadje kunnen komen. Hij zegt dat hij
kijkt wat hij kan doen. Op weg naar het uitzichtpunt vertelde hij wel dat je
2000 EC boete (€667,-) en een half jaar gevangenisstraf riskeerde als je je op
het terrein bevond. Het is namelijk een erg gevaarlijk gebied. De huizen kunnen
zo instorten, de vulkaan is nog steeds actief en de hopen as die er liggen zijn
ook niet fijn. Als we voor een slagboom stoppen, die toegang biedt tot het dorp,
wordt de chauffeur gebeld. Als hij uitgebeld is zegt hij dat wij verder mogen
lopen, hij blijft hier. Dit vinden we erg raar, maar als hij zegt dat we erop
kunnen dan doen we het maar. Als we even lopen komen we al snel een jeep van de
Montserrat Vulcano Observation tegen. Ze waarschuwen ons dat we wel degelijk
opgepakt kunnen worden als we ons op dit terrein bevinden en rijden door. Hierop
roepen we Jan en Nico die voor ons lopen en besluiten terug te gaan. Eerst zegt
hij dat je een straf riskeert, dan laat hij ons wel een stukje over het terrein
lopen en later wordt je gewaarschuwd dat je je op verboden terrein begeeft.
Terug in de taxi discussieerden we over wat er nou gebeurde. Zeker als er ineens
een politieauto ons tegemoet komt rijden. Volgens Miklós werd er door een agent
op ons gewezen, maar dat kan niemand bevestigen. We denken dat onze chauffeur
gebeld is door een vriend die de politieauto voorbij heeft zien komen en daarom
ook niet mee is gegaan. Erg verwarrend allemaal. Zo geslaagd vinden we het niet
dat we op het verboden terrein zijn gegaan. Het leverde wat foto’s op, maar als
de gids nou duidelijk zegt dat het niet mocht, dan hoorde je ook niemand zeuren.
De volgende stop was op een aanlegsteiger. Deze lag niet aan het water, maar
overal eromheen groeide gewoon van alles, geen water te bekennen. De oorzak was
te vinden in de uitbarsting. Er lag een enorme baai, maar door een lavastroom is
de hele baai dichtgegaan en ligt de zee nu een stuk verderop. Om hier te komen
moesten we door een ruig terrein met veel stenen. Dit was ooit een golfterrein,
maar door dezelfde lavastroom is ook hier niks meer van over. Vlakbij de steiger
is een restaurantje waar we even wat drinken. Daarna stoppen we nog even bij een
supermarkt, waarna we terug naar de haven worden gebracht. Er was nog sprake van
een waterval, maar daar gaan we niet eens naartoe. Nu vind ik helemaal dat we
teveel betaald hebben voor zo’n kort tripje. Als we op de boot aankomen,
schommelt het nog steeds heel erg. Daarom besluiten we dat we nu nog teruggaan
naar Deshaies. De tocht is vrij ruw en Anja wordt er aardig misselijk van. Ik
moet ook even later gaan liggen. We hebben ook niet geluncht en zeilen op een
lege maag vraagt om misselijkheid. Als rond achten de haven binnenvaren kunnen
we constateren dat we het ruim twee uur sneller hebben gedaan dan we van tevoren
gedacht hadden. Dit is natuurlijk heel erg fijn, het is immers al donker en het
waait flink. Wilma heeft toen het weer rustig werd hamburgers gebakken en tussen
een broodje smaakt dat natuurlijk prima. Verder doen we niet veel en komen bij
van de dag. Ciao!
vrijdag 7
april 2006
Al vroeg ging het anker op en werd de automaat op Monteserat gezet. Er stond
een redelijk windje en dus liep het wel lekker snel. Het eiland konden we al
makkelijk vanaf Guadeloupe zien, maar toch was het nog een tocht van 40 mijl. 40
Mijl duur normaal 8 uur met een snelheid van 5 knopen, maar wij kwamen er al om
15:30 aan. De baai lag aan de andere kant van het eiland en dus voeren we er een
heel stuk langs. De opgedroogde lavastroom kon je duidelijk zien liggen. Donkere
wolken duidden op het as dat nog steeds uit de vulkaan komt. Om vier uur ging de
customs dicht en dat wilden we nog halen. Terwijl we de baai in voeren gooide ik
met Jan de dinghy te water en werd het motortje en peddels erop gegooid. Nico
kon voordat het anker erin lag weg, zodat hij zeker op tijd zou zijn. Het was
wel erg diep in de baai, waardoor het ankeren wat lastig ging. Op een diepte van
elf meter moesten we hem neerleggen. Met 45 meter anker bleef hij liggen. Nico
kwam al snel terug met de boodschap dat het was gelukt. Automatisch zijn we ook
uitgeklaard en mogen we hier 72 uur blijven. ’s Avonds aten we kaasfondue. We
hadden veel stokbrood, wat achteraf teveel was, maar in ieder geval heeft
iedereen genoeg gehad. Voordat we aan het toetje gingen, werd er eerst even
afgeruimd en afgewassen. Nico probeerde nog tevergeefs de Pas De Deux op te
roepen. De Kind Of Blue, die we niet kennen zat ook op het kanaal en die spraken
we even. Ook de J&B die we alleen van naam kennen hoorden we over de radio. Ik
maak even snel wat verslagen en over een paar minuten dus een lekker toetje en
een naborrel. Morgen gaan we kijken of we over het eiland kunnen met een busje.
Ciao!
donderdag 6
april 2006
Als het ontbijt achter de kiezen is, besluiten Nico, Jan en ik dat we willen
duiken bij Pigeon Island. Daarom gaan we met z’n drieën even na elfen de kant
op. De eerste beste duikshop stappen we binnen. Aangezien we weten waar we
moeten zijn, willen we kijken of we alleen spullen kunnen huren en zelf kunnen
gaan. Dit is niet mogelijk, dat heeft met verzekeringswerk en natuurbescherming
te maken. Gelukkig is het niet erg duur om met de duikshop zelf te duiken, dus
maken we een reservering voor in het begin van de middag. Om kwart over twaalf
moeten we terug zijn in de shop, om spullen uit te zoeken. Nico gaat wat spullen
halen, terwijl Jan en ik alvast wat gaan drinken in het restaurantje/barretje
van gister. De ober van gister vraagt bij het afrekenen of we vanavond kreeft
komen eten, maar we gaan vanmiddag nog weg naar Deshaies (je zegt deeai of deehee). In de
shop worden de spullen uitgezocht en maken we kennis met de duikgroep. In de
boot stelt instructeur Joël zich aan ons voor. Onderweg zien we Anja en Wilma
naar het eilandje varen met de dinghy. Als ik een tijdje zwaai, zwaaien ze terug.
Aan de achterkant van Pigeon Island wordt de boot neergelegd. We doen hetzelfde
rondje als ik gister met Anja en Jan het gesnorkeld, maar nu dus een stuk dieper.
Als we naar beneden gaan blijkt het diep nog mooier te zijn. Heel veel vissen
zwemmen voor ons uit, tonijnen zoeken naar voedsel en het koraal wuift heen en
weer. Het is een prachtig rif, veel kleur, veel vis, gewoon fantastisch. Al snel
zien we een schildpad die aan het eten is. Het blijft fantastisch om deze
beesten te aanschouwen. Vlak ernaast komt een Porcupinefish uit z’n schuilplaats.
Deze dikke vis met veel vinnetjes ziet er erg lomp en grappig uit. Vervolgens
zwemt er veel eetbaars voor ons langs, je krijgt er bijna honger van. Joël laat
me een paar verschillende stukken koraal aanraken. De eerste is een pijpkoraal
en als je er in knijpt komt er bruin spul uit. Voordat hij de volgende laat zien
zie ik een vis schijten, dat heb ik ook nog nooit gezien, maar zo bijzonder is
het niet. De volgende is een soort bosje, geel van kleur en bestaat uit heel
veel bobbeltjes. Het voelt aan als rubber. De plant erna sluit allemaal kleine
bloemetjes als ik hem aanraak. De laatste voelt erg glibberig, net alsof je je
hand door een pot gel haalt. Als we even verder zwemmen komen we bij het
hoogtepunt van de duik uit: het standbeeld van Jaques Cousteau. Hij is de
uitvinder van het duiken en heeft hier onderwater een film opgenomen. Daarop
heeft de burgemeester een standbeeld laten maken van zijn hoofd en schouders en
die onderwater laten plaatsen. Het was erg speciaal en leuk om te zien. Één van
de duikers had een camera mee en maakte een foto van de groep om het standbeeld
heen. Volgens mij moet die erg leuk zijn geworden. Als we bij de plek komen waar
Anja en Wilma de dinghy hebben neergelegd, zien we ze pijlsnel de rubberboot in
zwemmen. Wij zwemmen nog even over het erg ondiepe water om weer aan de kant van
de boot uit te komen. Vlakbij de boot wijs ik Joël op een Riddervis. Een zwart-wit
gestreepte vis met een heel grote kuif op z’n kop, erg leuk om te zien. De
spullen worden vervolgens aan boord gezet. Een duiker die voor de eerste keer
gaat duiken, ging niet met ons mee. Hij ging nu nog even met instructeur Joël
een stukje zwemmen. Jan pakte een snorkelset en springt hen achterna. Ik zoek
ook naar een snorkel, maar die kan ik niet vinden. Met bril en flippers gaat het
ook aardig. Ik zwem boven Joël en de man. In de grote luchtbellen die Joël
uitblaast kan ik mezelf zien. Ik zie mezelf op het oppervlak drijven en het
water zoals het eruitziet als je van onder het oppervlak naar boven kijkt. Ik
heb wel last van een aantal kwallenbeten in me nek en één in me arm, maar het
gaat nog wel. Op de boot klimt iedereen aan boord en varen we terug. Op de
steiger moeten alle spullen teruggesjouwd worden naar de duikshop. Miklós komt
aanvaren, maar besluit over een half uur terug te komen, als we hem uitnodigen
om met de duikers wat te gaan drinken in de shop. De tanks zijn van staal en
hierdoor erg zwaar, maar toch tilt iedereen z’n spullen gemakkelijk terug. In de
shop worden de logboeken ingevuld en krijgen we een bekertje rum. Het is erg
lekkere en dus mogen we nog een keer inschenken, wat een leven. We geven nog
even ons emailadres af bij de duiker met de camera, in de hoop dat hij de foto
bij het standbeeld erheen stuurt. Miklós komt dan terug en brengt ons terug naar
de Oceans4. Als de spullen zijn opgeruimd wordt het anker opgehaald en varen we
naar Deshaies. Het anker houdt snel en dus kunnen we de kant op. Nico gaat eerst
even voorruit naar de customs. Die blijken op rare tijden open te zijn volgens
de pilot en dus gaat hij even kijken. Ze blijken open te zijn en daarom mogen
Miklós en ik als de bliksem de bootpapieren gaan halen. Jan is ons ook ongemerkt
gevolgd. Als we bij de boot zijn pak ik snel de papieren en even later leggen we
aan in een klein haventje. Jan en ik stappen uit en lopen naar de customs.
Miklós legt het bootje ergens vast. Ik pak de papieren van Jan over en begin
tegen de helling op te rennen. Al snel vind ik het gebouwtje en zijn we op tijd
met inklaren. Nu kunnen we doen waar we zin in hebben, de papieren zijn geregeld.
Nico wil even de site uploaden en mail ophalen. In een internetcafé vind hij
plek. Het is hier €3,- voor een half uur, wat vreselijk duur is, maar het is
hier ook wel toeristisch. Als het wat lang duurt duikt de rest alvast een
restaurantje in. Het ziet erg goed uit. Als ook Nico terug is bestellen we. Het
eten is prima, de bediening wat onvriendelijk, zoals vaak op de Franse eilanden.
Terug op de Oceans4 gaan we nog even aan de borrel en daarna naar dromenland.
Ciao!
woensdag 5
april 2006
Om half twaalf wordt een fles champagne ontkurkt. Peter gaat ons vandaag
verlaten, want die moet eerder in Nederland terugzijn dan wij. Nog een laatste
stevige borrel, want de volgende zal pas weer terug in Nederland zijn. Om een
uur of twaalf gaan we snorkelen. Bij het kleine Pigeon Island, dat uit twee
kleine eilandjes bestaat, leggen we de badkuip en onze dinghy aan een mooring.
Eenmaal in het water zien we ontzettend veel vis. Ik ga met Anja en Jan om het
kleinste eilandje heen snorkelen. Hier is een “wall,” een rif dat steil naar
beneden loopt. Er is vreselijk veel koraal te zien en net zoveel vissen, echt
prachtig. Dit is ongetwijfeld de mooiste snorkelplek tot nu toe. Aan het eind
wordt ik gestoken door een klein kwalletje, wat erg irritant jeukt. In de dinghy
gekropen starten we de motor en gooien het touw los. We zwaaien nog een keer
naar de Moby Dick die we al eerder gezien hebben, maar er zit nu een andere crew
op. Op de boot wordt de amandeltaart aangesneden, die Wilma heeft gemaakt. Het
smaakt fantastisch. Eigenlijk zouden we nog even naar de kant met z’n allen,
maar door de regen moesten we daarvan afzien. Peter ging daarom iets eerder weg.
We nemen afscheid van de leuke drie weken die we met hem hebben doorgebracht.
Het was erg leuk met hem en Michiel (Pas De Deux), net als voor de oversteek op
Mindelo, Kaap Verde. De opstappers van Michiel mogen er natuurlijk ook zijn.
Theo en Jan hebben allebei hun steentje bijgedragen aan een onvergetelijke tijd.
Peter wordt uitgezwaaid en we kijken hem na totdat hij aan de horizon verdwijnt.
Tot in Nederland, waar we zeker nog een keer gaan barbecueën en borrelen. De Pas
De Deux gaan we als het goed is nog wel op de BVI’s (Britisch Virgin Islands)
zien, waar we ons zeker op verheugen. Het is inmiddels al avond en we gaan de
kant op voor een hapje eten. Het eerste beste tentje aan het water wordt
geënterd. Ik ga voor de kipmaaltijd en dat is altijd een goede keuze, zo ook nu.
Terwijl we wachten op onze bestelling komt er een hele groep Franse jongeren met
drie leraren binnen. Zeker een Frans schoolreisje naar dé koloniën van Frankrijk.
De rekening blijkt niet te kloppen en hierop krijgen we allen een glaasje rum.
Na het eten willen Miklós en ik nog wel wat op de kant drinken. Nico, Wilma,
Anja en Jan worden dus op de boot afgezet en wij gaan nog even de kant op. We
drinken een biertje terwijl de Franse scholieren los gaan op vreselijk eentonige
muziek. Bij hun gaat er ook behoorlijk wat bier doorheen, met als gevolg dat ze
gaan naaktzwemmen. Als wij terug naar de dinghy lopen, beginnen de leraren er
lucht van te krijgen en proberen de studentjes weer uit het water te vissen. Het
feestje van de Fransen is afgelopen, die van Miklós en mij gaat nog steeds door,
wat hebben we er een lol om. Op de boot ga ik meteen slapen, morgen weer een
nieuwe dag. Ciao!
dinsdag 4
april 2006
Peter kwam zwemmend naar
de Oceans4 voor de koffie. Er werd naar een volgende plek op Guadeloupe gezocht,
dat werd het plaatsje Pigeon, met daarbij Pigeon Island. Ik besloot met Peter
mee te varen. Miklós bleef op de Oceans4, want die voelde zich niet helemaal
goed. Als snel werden de ankers opgehaald en voeren we tussen de riffen door
naar een wat dieper gedeelte. Daar werden de zeilen gehesen. Het woei niet erg
hard en even later kregen we ook nog een korte maar flinke bui over. Daarna
begon het harder te waaien en liep het lekker. Peter en ik hebben al aardig wat
zeil gewisseld, maar zit de vaart erin. Een paar mijl verderop zakt de wind iets
in en slingert alle kanten op. Weer moeten we behoorlijk wat zeilen wisselen of
overzetten, het schiet niet op. Tijdens het spinnakeren speel ik met Peter nog
wel een paar potjes toepen, om de tijd te doden. Vlak voordat we er zijn, zakt
de wind opnieuw in. Dan maar motorsailen. Met een fok, een grootzeil en de motor
gaat het lekker snel. Uiteindelijk komen wij als eerste in Pigeon aan. Er rolt
wat swell in de baai en dus moesten we even uitzoeken waar we het beste konden
liggen. Een uur nadat het anker er lag, kwam er alsnog swell onze kant op, maar
ja je kan niet alles hebben. Ik dook met Peter van het dak van de Kerewin en
samen zwommen we naar de Oceans4. Nico ging al snel de kant op om wat baguette
en paté te halen, zodat we een borrelhapje hadden. De paté smaakte prima.
Voordat de zon onderging zwommen Peter en ik terug naar de Kerewin. Hij leerde
me de Noorse slag, die hij vaak gebruikt. Aan boord mocht ik van Peter even een
warme douche pakken, waarvoor ik hem erg dankbaar ben. Het was heerlijk even al
het zout eraf te spoelen en gewoon warm water te hebben. Met de badkuip gingen
we terug naar de Oceans4. Daar ging de borrel nog gewoon verder. Peter had ons
uitgenodigd op de Kerewin om te komen eten, aangezien hij morgen verder vaart en
wij hem pas weer in Nederland zullen zien. Ik bracht eerst Miklós naar de
Kerewin en later haalde ik de anderen ook op. Peter had pasta met een saus van
gehakt en groenten gemaakt. Ook de laatste keer smaakte fantastisch. De naborrel
werd niet overgeslagen en langzaam bracht ik de mensen die omvielen terug naar
de boot. Peter en ik bleven aan het eind over en gingen nog even toepen. Toen
ook ik erg moe was, ging ik terug naar de boot. Meteen zocht ik m’n bed op.
Ciao!
maandag 3
april 2006
Het toepen was erg leuk
gister, zeker omdat ik had gewonnen. Miklós en ik hebben het spelletje al aardig
in de vingers en daardoor moest ook Peter soms het onderspit delven. Met het
ontbijt was hij ook weer aanwezig. Er werd besloten dat we naar een klein
eilandje verderop gingen. Miklós en ik voeren met de Kerewin mee. Onder het
varen konden we gewoon toepen, wat dus zeer leuk was. Daar aangekomen werd het
anker op de bodem gegooid en die hield. Ik ging naar de boot om een zwembroek te
halen, want ook Peter wilde zwemmen. Ik ging met de badkuip. Peter kwam achterna
zwemmen. Samen sprongen we van de punt van de Oceans4. Ik zei dat we ook wel
vanaf de punt van de Kerewin konden springen, die is zelfs nog iets hoger. De
badkuip namen we ook mee terug. Zwemmend sleepten we het bootje tegen de wind in
naar de Kerewin. Toen die vastlag liepen we naar de punt en doken ervan af. Nu
zwommen we terug naar de Oceans4, waar werd besloten om te gaan snorkelen. Peter
haalde z’n snorkelspullen en voer met ons mee naar het eilandje. Daar was een
feestje aan de gang. Nico vroeg aan een local waar we moesten zijn voor een
beetje vis. Hij wees het en even later liepen we met de snorkelspullen het water
in. Het was een tijdje erg ondiep. Een grasbodem lag 20 centimeter onder je buik.
Op een klein stukje zand stopten Peter, Nico en ik even om te kijken waar we
waren. Zij zwommen verder en ik erachteraan. Nu lagen er ineens ontzettend veel
zee-egels een heel klein stukje onder je buik. Peter had geeneens flippers en
moest al helemaal voor z’n leven zwemmen. Ik besloot om te keren en een betere
route te zoeken. Op een dieper gedeelte was het aardig snorkelen. Veel kleine
visjes zwommen om en door het koraal. Op de terugweg zag ik een heel stekelig
visje die perfect gecamoufleerd was ten opzichte van de grasbodem. Ik wees Anja
erop. Helaas verloor ik hem even uit het zicht en kon hem niet meer terugvinden.
Op het strandje moesten we nog even op Nico en Wilma wachten. Ik stoeide met
Peter in het ondiepe water aan de andere kant van het eilandje. Ik wist hem
omver te krijgen en dat was extra leuk aangezien hij net opgedroogd was en het
natuurlijk koud had. Op de boot werd er weer wat gedronken. ’s Avonds aten we
bij Peter. Tijdens het koken toepten we er weer op los. Het eten smaakte prima,
zoals tot nu toe altijd bij Peter. Langzaam vielen de ouderen in slaap en moest
ik een paar keer heen en weer varen om ze op de Oceans4 te zetten. Uiteindelijk
ging ook de rest weg en vielen we in een diepe slaap. Ciao!
zondag 2
april 2006
Peter ontbeet gezellig met ons mee. Voordat Anja en Jan vanmiddag aan boord
komen, gaan we nog even een tochtje maken. Met de 4pk badkuip en onze dinghy
varen we twee mijl naar het begin van de rivier, die tussen de twee eilanden die
Guadeloupe vormen door loopt. Michiel is er met Jan al geweest en kon ons dit
tochtje zeer aanbevelen. Daar aangekomen zagen we alleen maar veel speedboten
uit de rivier komen. Mangrovebossen hebben we wel vaker gezien, dus dat was niet
zo bijzonder. Hoe verder we voeren hoe meer we ons ergerden aan de voorbij
racende speedboten. We hadden vreselijk last van de hoge golven die de boten
achter zich lieten. Toch voeren we door naar Pointe a Pitre, waar onze Duitse
vrienden Klaus en Helga nog steeds op een nieuwe motor liggen te wachten. Ze
waren blij om ons te zien, weer wat afleiding. Klaus vertelde ons veel over de
problemen rondom het kapotte motor gebeuren. De bank kon niet zomaar het
benodigde bedrag aan ze geven, van hun eigen rekening. De motor moet uit Japan
komen en die kan de 10e, maar ook de 17e april komen, ze
weten het niet. Helga had daarbij ook nog allerlei foto’s en filmpjes
weggebracht naar een winkel en weet niet meer waar die winkel is. Via de
“Capitainerie” kan ze er wel weer achter komen waar die winkel was, maar het is
erg vervelend. Allerlei kleine problemen stapelen zich op, maar ondanks de
ellende zijn ze een stuk vrolijker dan toen wij langskwamen en nog in Pointe a
Pitre lagen. Een leuk iets was dat Klaus uit de brokstukken nog een deel met
daarop het Mercedes-Benzteken eruit kon halen. Dat is een herinnering aan de
motor, die al aardig oud was. Wij moeten helaas al gauw weer verder, want we
moeten op tijd terug zijn in Mahault om Anja en Jan op te vangen. Snel halen de
ouderen een Haägen-Dasz ijsje en Mikós en ik een “sandwich de poulet.” Voor de
snelheid vaart Peter alleen en wij dus met z’n vieren. Peter is hierdoor sneller,
maar wacht aan het begin van de rivier. Wilma stapt daar over in de badkuip en
nu gaat het een beetje gelijk op. Voordat we terugzijn in de baai zien we het
vliegtuig van Anja en Jan landen op het vliegveld, dat drie mijl van ons vandaan
is. Nog even gaan we langs de boot om wat spullen te wisselen en dan duiken we
de kroeg in. Als Peter ons het kaartspel “toepen” uitlegt komen net Anja en Jan
in een taxi voorbij. Ik ren achter de taxi aan, zodat ze niet al bij de haven
staan en het stuk moeten teruglopen. Ook Nico, Wilma en Miklós komen erachteraan
en we begroeten elkaar. Meteen duiken we weer het café in en praten honderd uit.
We vinden het vreselijk gezellig dat ze er zijn. Nu kunnen wij ook meepraten
over een wereldreis. Zij hebben de reis met kids in 2003 gemaakt met de Jan
steen, een 16,5 meter grote 25 ton zware boot. Op St. Lucia zijn we bij hen aan
boord geweest en nu drie jaar later zijn ze bij ons aan boord. Hun zoon Niels
(18) en dochters Mieke (17) en Gale (12) hebben ze thuisgelaten. Dat vinden
Miklós en ik toch een beetje jammer, maar het is niet anders. Zij gaan al gauw
met Nico en Wilma alvast naar de Oceans4. Met Peter toepen Miklós en ik nog even
verder. Als Peter ons weer aan boord zet zijn Anja en Jan al aan het zwemmen, ik
had dat ook al voorgenomen en dus dook ik er ook in. Terug op het drogen werd er
geborreld en daarna gegeten. Nico had weer Mexicaans gemaakt, altijd lekker. Na
het eten borrelen we gewoon verder. Ik werk even snel mijn verslag bij en
zometeen ga ik met Peter en Miklós nog even toepen op de Kerewin. Ciao!
zaterdag 1
april
In Nederland zal er vast wel wat leuks uitgehaald zijn op deze loldag. Hier
gebeurde er (bijna) geen zak. Er werd wat geklust op de Pas De Deux, Peter en
Miklós hebben een flink eind gewandeld en ik zat met Wilma op de boot. Pas tegen
de middag kwamen Miklós en Peter terug en even later werd er wat voorbereid voor
de barbecue. De barbecue was wel erg gezellig. Het vlees was goed, dus een
geslaagde barbecue. Er werden erg leuke foto’s gemaakt, onder andere van Michiel
en Jan die even het kind in zich buiten lieten spelen. Een uurtje nadat zij
waren vertrokken (ze gaan morgen verder), gingen ook wij aan boord van de
Oceans4 en werd er goed geslapen. Ciao
vrijdag 31
maart 2006
Om 06:00 staan we dus op. De dinghy wordt op het dek gelegd en ook de andere
voorbereidingen worden getroffen. Miklós vaart op de Kerewin mee, ik blijf op de
Oceans4. Als we uitvaren ga ik al snel even slapen. Rond elfen wordt ik uit m’n
bed gekookt door de hitte en ga ik eruit. Ik lees de Elsevier, die Peter aan
boord heeft gelegd, PSP wat en luister muziek. Halverwege worden we ineens
opgeroepen door Miklós vanaf de Kerewin. Er zwemmen walvissen naast de boot! Als
een speer rennen we naar buiten om te kijken. Eerst zie ik een lichte nevel van
opspuitend water. Later zien we ook de enorme lichamen en de vinnen boven water
uit steken. Eerst zien we er drie, maar later blijken er nog drie achter te
zwemmen. De zes enorme beesten zwemmen zo’n honderd meter van ons af, geweldig.
Af en toe spuit er een water omhoog, dan zien we weer een vinnetje en af en toe
steekt er een z’n enorme staart omhoog. Nico probeert alles vast te leggen op
video, foto’s maken is niet te doen, te ver weg. Als we de beesten achter ons
laten valt de wind bijna weg. Met het beetje snelheid dat we hebben, sturen we
hem even naast de Kerewin. Enthousiast wordt er heen en weer gepraat over de
prachtige dieren. Als er weer even wind komt, schiet de Oceans4 vooruit en raken
we te ver van elkaar vandaan. Om bij de baai van het plaatsje Mahault te komen,
moeten we nog wel even tussen de riffen door navigeren. Het zeil wordt eraf
gehaald en moterend komen we aan. Michiel komt ook deze kant op, die we nu een
paar dagen niet gezien hebben. Hij is met Jan gaan snorkelen bij een klein
eilandje. In de verte zien we hem achter ons aan tuffen. In de baai houden de
ankers prima. Snel gaan we nog even zwemmen voor het donker wordt. Als het
donker is, zitten we in de kuip op de Kerewin en drinken wat. Michiel had nog
wat crackers en zo werden er ook toastjes gemaakt met Franse kaas en paté. Om
kwart over acht vraag ik of we ook nog gaan avondeten. Hier wordt vervolgens een
onzinnige discussie over gevoerd. Als ook Miklós vraagt wat we met het eten gaan
doen wordt er een plan gevormd. Met Michiel, Jan en Miklós ga ik de kant op om
te zoeken naar een restaurantje. We hebben een handmarifoon mee, zodat we ze
kunnen oproepen als we wat vinden. Bij de eerste beste straat links vinden we
een open pizzeria die plaats heeft voor zeven. Miklós roept de Kerewin op en
daarna pakken we alvast een biertje. Het duurt vrij lang voor ze er zijn. Als ze
binnenkomen bestellen we al snel. Het duurt ook even voor het eten er is, maar
het smaakt wel heel goed. Er wordt ook wat wijn aangesleept en als we het
restaurant verlaten zijn er weer een paar vrolijk. Bij het tentje waar we met de
tour over het eiland ook zijn geweest, drinken we nog wat na. Met Michiel, Jan
en Miklós speel ik een paar potjes domino, waar ik als winnaar uit kom. De
barman zit te wachten tot we zijn opgerot, dat zei hij niet, maar dat was op z’n
gezicht te lezen. Om een uur of half twaalf gingen we dan naar de dinghy’s. Een
paar onder ons waren nu nóg vrolijker. Iedereen werd op de goede boot afgezet en
dook zijn bed in. Ciao!
donderdag 30
maart 2006
Nico en Peter hebben al fietsen geregeld als ze terugkomen van de kant. Om
twaalf uur spreken we bij het winkeltje af. Peter heeft z’n eigen mountainbike,
Nico en Wilma hebben bootfietsjes en dus hoeven er maar twee extra te komen voor
Miklós en mij. De borg is maarliefst €400,- en dat moest dus nog even gepind
worden, zoveel hadden we nou ook weer niet verwacht. In het begin was het even
zoeken met de versnellingen, die waren slecht afgesteld, maar naarmate de tijd
vorderde ging het wel iets beter. Eerst kwamen we langs een suikerfabriek, waar
we een klein paadje op sloegen. Daar liepen we vast. De kaart is ook slecht
gedetailleerd. Na helemaal teruggefietst te zijn tot de fabriek, volgden we dan
toch maar de asfaltweg. Deze weg leidde ons dwars door de weilanden, wat altijd
mooi is om te zien. Aan het eind van de weg liep het steil op. Miklós en ik
moesten vreselijk veel kracht te zetten, ook al stond hij in een hele lage
versnelling. Op het moment dat de weg ook maar een klein beetje omhoog ging,
voelden we ineens veel meer weerstand. Dit is niet normaal, zo zwaar hoort het
niet te gaan. Ook de vering kon een onderhoudsbeurt gebruiken. Als ze de vering
ertussenuit halen, zal je er niks van merken. Aardig moe komen we in het
plaatsje La Moule uit. Het is ook vreselijk warm en dus moeten we snel wat
drinken. Ook kunnen we er een bord patat en vis voor Nico en Wilma krijgen. Dit
geeft weer wat energie en zo fietsen we verder. Bij een klein haventje rusten we
even uit. Peter zoekt ondertussen een route voor de terugweg. Deze loopt deels
langs de kust. Ik fietste een stukje voorop en stopte op een mooi uitkijkpunt.
Ik besloot even naar beneden te rijden om naar de branding te kijken die op de
rotsen knalt. Het met losse stenen bedekte weggetje liep ook nog aardig steil,
maar met de rem erop kwam ik rustig beneden. Peter volgde. Naar boven lukte niet
helemaal, het laatste stuk moest ik lopen. Ik wilde er wel even foto’s van maken
en vroeg aan Miklós het fototoestel. Peter klom ondertussen zigzaggend omhoog op
z’n fiets. Vanaf de rotsen kon ik prima foto’s maken. Één keer werd ik bijna nat
door een opspattende golf. Terug boven reden we verder. Vlak erna wisten we even
niet meer waar we heen moesten. Gelukkig konden we het vragen aan twee dames die
aan het wandelen waren. ‘Tout a droit!’
rechtdoor dus. Weer later twijfelden we weer waar we heen moesten. Peter, Wilma
en Nico gingen in discussie over de richting terwijl ik een auto aanhield en
even de weg naar St. Francois vroeg. Ik liep terug en zei ‘die kant op.’ Eerst
kwamen we nog in een klein plaatsje waarvan Peter de naam niet kon uitspreken,
waar we even stopten voor wat drinken. Voor het erf hing een bordje met ‘geen
fietsen op het erf.’ Ik zette hem erbuiten, maar Peter die nam hem wel mee. Een
man die blijkbaar z’n dag niet had begon chagrijnig te snauwen of hij dat bord
niet had gezien. Daarop zetten wij de fietsen aan de kant van een oprit. Dat kon
ook niet, want hij moest zo weg. Wij vonden het wel best, hij kon erdoor. De
vrouw die de bar en het supermarktje runde was gelukkig wel een stuk aardiger.
We kochten twee liter Cola, een fles water en wat ijsjes, wat een lunch. Via een
hoofdweg reden we even later terug naar St. Francois, waar we weer de fietsen
inleverden. Op een volgend terrasje bespraken we deze leuke dag. Er werd
besloten maar op de kant te eten, want morgen willen we vroeg weg en dan willen
we geen rommel hebben om op te ruimen. Eerst gingen we nog even naar de boot.
Het werd snel donker. Met Nico legde ik de bootfietsjes zo snel mogelijk in de
bakskisten, zodat we voor het echt pikdonker was nog even konden zwemmen. Peter
ging nog even bij z’n Duitse vrienden langs. Toen hij daar weer afscheid had
genomen gingen we naar de kant. In een tentje aan het strand vonden we plek.
Eerst zaten we op het open terras, waar Miklós en ik het te fris vonden om te
eten. Een kwartier later werd toch ook door de ouderen erkent dat het niet z’n
goede plek was. Een tafeltje in het overdekte gedeelte was veel beter. We aten
gezamenlijk een driegangen maaltijd. Een paté vooraf, een entrecote met
Roquefortsaus in het midden en als toetje een flambé. Het was heerlijk, zeker na
een dag van inspanning. Op de weg terug naar de dinghy bleek dat de ouderen iets
te diep in het glaasje hadden gekeken. Vooral Peter was erg vrolijk, maar
gelukkig voer hij met ons mee. Snel zochten we de bedden op, we hebben nog maar
zes uur te slapen, want om 06:00 moeten we op om om 07:00 uit te varen. Ciao!
woensdag 29
maart 2006
Volgens mij moest die supermarkt nog gebouwd worden, zolang duurde het voor
Wilma en Peter terugwaren van het boodschappendoen. Nico, Miklós en ik begonnen
maar alvast aan het ontbijt. Even later leverden zij nog wat vers stokbrood, wat
wel goed smaakte. Miklós en ik varen mee op de “Kerewin” voor de tocht naar “St.
Francois.” Al na een paar mijl zien we dolfijnen voor de punt opduiken. Meteen
rennen we met z’n drieën naar voren om de beesten te bekijken. Het is tegenwind,
op de motor en door de swell stuitert het flink op de punt. Helaas gaan de
beestjes al snel weer weg. Het is lang geleden dat we die voor het laatst hebben
gezien. Even later worden we opgeroepen door een boot die naast ons vaart. Het
zijn Duitse vrienden van Peter. Volgens hem heet de boot “De Pelikaan” maar met
een grote pinguïn op de voorkant lijkt me dat erg onwaarschijnlijk. De rest van
de tocht ontwijken we erg veel visboeitjes, die werkelijk overal liggen. Om in
de baai van St. Francois te komen moeten we door een geul varen. Links ligt een
groot rif en rechts iets wat lijkt op delen van een wrak en wat stenen. Het is
er niet erg diep en dus ligt het anker er zo in. Miklós en ik gaan al snel
zwemmen. Ook gaan wij met z’n tweeën naar de kant op de boel te verkennen. Op
het haventerrein staan ontzettend veel winkeltjes en restaurantjes. Ik informeer
bij een autoverhuurder of er ook scooters te huren zijn, maar dat kan hij me
niet vertellen. Morgen willen we met een fiets of scooter over het eiland, maar
dat moet morgen dan maar geregeld worden. We zien een ijstent en natuurlijk
slaan we die niet over. Het ijs ziet er zeer smakelijk uit. Ik kies onder andere
een chocoladesmaak die naar Ferero Rocher smaakt, echt heerlijk. Met het ijsje
in de hand lopen we terug naar de dinghy en varen naar de boot. Peter heeft
pasta met een zelfgemaakt sausje gemaakt en Wilma heeft voor mij speciaal een
pannetje kaassaus gemaakt. Peter had alles al door elkaar gegooid en nu was er
geen pasta meer voor mijn kaassaus. Snel maakte hij wat macaroni, zodat ik ook
mijn kaassaus kon eten. Er was nog kaassaus over, dus misschien kan ik er morgen
mee ontbijten, niet slecht. De pan moet wel buiten Peters ruikbereik staan, want
alles wat met kaas te maken heeft, hoeft hij niet. Na het eten dronken we wat en
later maakten we banaan flambé van de bananen die ik van boord had meegenomen.
Er ging veel rum overheen en daarna in de fik. Het resultaat was fantastisch,
een heerlijk zoete smaak. Het recept is té simpel. Neem een bord, leg er wat
bananen op, gooi er genoeg rum overheen zodat de bodem vol ligt, steek de rum
aan en laat het branden tot het vanzelf uitgaat. Van de alcohol proef je weinig
tot niets (anders steek je hem nog een keer aan), als je het goed gedaan hebt.
Ciao!
dinsdag 28
maart 2006
Michiel en Jan gaan helaas vandaag al verder met de “Pas De Deux,” naar “St.
Francois.” De “Kerewin” en de Oceans4 hebben een rustdag
en blijven dus nog even liggen voor “Ile de Cochon.”
Wilma gaat na lang twijfelen dan eindelijk proberen Peters haar te knippen. Dit
moet natuurlijk wel vastgelegd worden, zeker in geval van totale mislukking.
Mijn PSP-tje is ook bijna leeg en dus neem ik hem en het fototoestel mee naar
Peter. Hij heeft namelijk meer stroom dan wij en kan veel makkelijker mijn PSP
voor me opladen. Wilma is al bijna klaar als ik aankom, maar toch neem ik de
nodige foto’s. Peter hoeft gelukkig geen muts te dragen, want het is aardig
gelukt. Hij heeft bovendien krullen, dus valt het sowieso niet erg op als er
hier en daar een knipje scheef zit. Ik ga op de “Kerewin” even mijn PSP
leegspelen zodat ik hem hier achter kan laten. Dit duurt helaas iets langer dan
ik dacht, maar voor de rest viel er toch niet veel te beleven. Als hij leeg is
gaan we naar de kant. Peter en ik in de badkuip en Nico, Wilma en Miklós in onze
dinghy. Op de kant droppen we Nico en Wilma in het internetcafé en met z’n
drieën gaan we op zoek naar scooters. We lopen het hele haventerrein en een stuk
erbuiten af, vragen een paar keer of iemand weet waar je ze kan huren, maar
komen nergens. Bij de “Capitainerie” worden we wel goed
geholpen. De receptioniste laat ons wat mogelijkheden op de kaart zien en geeft
twee telefoonnummers. Een mogelijkheid is in “St. Francois,” waar Jan en Michiel
nu liggen. Daar kunnen we dus altijd nog heen met de boot, in plaats van een
lange rit met de taxi. We lopen even langs Nico en Wilma om te zeggen dat we een
terrasje pakken en laten ons in de stoelen vallen op een terras op de kade. Ook
slepen we een paar sandwiches aan, dat hebben we wel verdient na al dat geloop.
Peter probeert alvast een nummer. Dit nummer is van een hotel. Helaas kan de
receptioniste ons niet verder helpen, ze hebben namelijk alleen auto’s. Als Nico
erbij komt zitten probeert hij nummer twee, ook een hotel. Ook hier hebben ze
alleen maar auto’s en er wordt snel opgehangen. Het telefoonnummer op de kaar
van de verhuurder in “St. Francois” blijkt niet te
bestaan, dus dat houdt ook op. Dan maar morgen naar het plaatsje zelf en daar
even kijken. Een serveerster weet ons nog te melden dat veel scooterverhuurders
zijn gestopt omdat het op “Guadeloupe” veel te gevaarlijk is om ermee te rijden.
Veel auto’s gebruiken geen knipperlicht of rijden asociaal, waardoor het aardig
onmogelijk is er veilig doorheen te komen. We blijven hopen op “St.
Francois.” Als ook Wilma is aangeschoven en een drankje
heeft genomen gaan we naar de Haägen-Dasz zaak om een ijsje te halen. Dit is al
de tweede voor Peter, Miklós en mij, maar dat vinden we helemaal niet erg. Als
Nico en Peter naar een watersport zaak gaan, besluit ik naar de boot te gaan.
Miklós wil niet mee, dus dan maar zelf.
maandag 27
maart 2006
Een tochtje over Guadeloupe, eens kijken wat dit Franse eiland in petto heeft.
Met z’n allen lopen we naar de autoverhuur. Na veel papierwerk en wachten kunnen
we in het acht-persoons busje stappen. Hij is lekker ruim en comfortabel, wat
natuurlijk niet onbelangrijk is. Als we even rijden komen we bij een Total uit,
waarnaast een snelweg ligt. Michiel leest kaart en stuurt ons vandaag over het
eiland. We kunnen de snelweg op, maar dat is absoluut de verkeerde kant zegt
Michiel, dan maar weer omdraaien. Even later nemen we een rotonde. Eerst moet
Michiel even kijken welke richting we moeten hebben en dus rijden we gewoon een
rondje. Als we dan richting hebben gekozen en over de snelweg rijden, zien we de
Total van net aan de rechterkant voorbij schieten. Iedereen ligt helemaal dubbel
van het lachen, terwijl Michiel zijn fout inziet en een alternatieve route
uitstippelt. Toch verwijten we hem niets, de kaart is niet bepaald
overzichtelijk en de lettertjes zeer klein. Eerst rijden we naar een bedrijf,
want Michiel moet daar even snel wat regelen. Na opnieuw een tijdje gereden te
hebben, komen we op kleinere wegen en wordt de omgeving groener. Bij een klein
barretje stoppen we om wat te drinken. Nico is al een echte Fransman aan het
worden. Hij parkeert het busje voor een privé bordje met niet parkeren en
blokkeert zo twee uitritten van twee privé-garages. Met een lachstuip lopen we
de bar binnen. Er worden zes glazen ananassap aangesleept en een guavesap voor
Michiel. Het barretje is erg mooi ingericht en met handgemaakte dingen versierd.
Dan gaat Peter even afrekenen, maar het duurt even. Miklós en ik gaan even
kijken wat er aan de hand is, Peter spreekt namelijk geen woord Frans. Op een
blaadje stond ‘€19,-‘ en ‘je n’ai pas €1,-.’ Ik snapte het meteen, de vrouw had
geen wisselgeld (‘pas de monnaie’) en legde dat aan Peter
uit. Ook het verlaten van de bar ging dus met een lachstuip. De barvrouw kon er
gelukkig ook om lachen. Nu reden we door naar de watervallen. De toegang was
gratis en ook het parkeren. De watervallen vloeiden in elkaar over en elke
waterval was dus een tree van de watervallentrap genoemd. Je kon kiezen uit
verschillende wandelroutes. Helaas waren de meesten nogal lang. De kortste die
wij namen was al een half uur heen en de langere routes bedroegen zo’n anderhalf
tot twee en een half uur en dan ook weer zo lang terug. Wilma had last van der
knie en liep vandaag op krukken. Die van een half uur kon ze wel prima bereiken,
hoewel de route trappetje op, trappetje af liep. Om echt bij de waterval te
komen moest je nog even een kwartiertje over rotsen klimmen, maar vanaf het
einde van het echte pad had je ook al prima zicht. Wilma bleef daar dus achter,
terwijl de rest verder klauterde. Peter, Michiel en ik waren er als eerste. Door
een fris briesje van de waterval en het koele opstuivende water, was het zelfs
een beetje koel. Toch vroeg ik Michiel of we vooralsnog gingen zwemmen. Michiel
zei meteen ja en zo bereidden we ons voor op de frisse duik. Met me slippers
loop ik tot de waterkant en ga op blote voeten verder. Proefkonijn Michiel ligt
er als eerste in en ik duik hem achterna. Het water voelt erg koud aan, maar
nadat we er een tijdje rondzwommen viel het wel mee. We probeerden ook andere
toeristen te verleiden erin te duiken, maar dat had niet veel succes. Dan maar
even onder de ruim honderd meter hoge waterval staan. Het water viel langs de
rotsen naar beneden, dus kwam het met niet veel kracht op ons neer, maar nog
steeds was het een flinke straal die op je rug kletterde. Ik dreef even op m’n
rug en keek recht omhoog naar de waterval, wat een prachtplaatje. Michiel vraagt
Jan om foto’s te maken en dat doet hij handig, ondanks het opstuivende water.
Vlak voor we eruit gaan gaat er toch nog een Fransman in, die een apart gezicht
trekt als hij erin klimt. Als Michiel en ik opgedroogd zijn, klimmen we terug
over de rotsen. De anderen zijn al rustig teruggegaan, dus die moeten we even
inhalen. Als we Jan zien discussiëren we over de temperatuur van het water.
Tussen de 18 en 20 moet het zijn denkt Jan, hoewel het véél kouder aanvoelt.
Misschien komt het doordat we de warme temperaturen en de minimaal 28 graden
Caribische Zee gewend zijn. Michiel en ik hebben even last van een lichte
hoofdpijn, maar na het opwarmen trekt ook die weg. Terug aan het begin vinden we
de anderen aan een tafeltje, van een opgezette bar. Er worden sandwiches besteld,
die klaar worden gemaakt in een busje door een familie die de bar runt. Als ook
dat achter de kiezen is lopen we terug naar het busje. Iemand ziet ineens iets
wegschieten. Nico en Wilma hadden hem al eerder gezien. Nico beweerde dat het
een eekhoorn was en Wilma een leguaan. Nico zat het dichtst in de buurt, het was
een mangouste, welke het meest wegheeft van een wezel. In het busje rijden we
snel verder. We rijden via de westkant van “Guadeloupe,” langs mooie verlaten
baaitjes. Peter ziet ineens een restaurant, maar als we erheen lopen blijkt hij
dicht te zijn. Bij een volgende vinden we wel plek. Het lijkt erop dat hij bijna
gaat sluiten, maar voor ons blijven ze nog even open. De vrouwen en kinderen die
het runnen spreken Engels, wat wel makkelijk is. De dochters helpen met de
bestelling opnemen en het te brengen, terwijl de moeders er een oogje op houden.
De locatie is prachtig, maar de uitvoering wat minder, het is een kaal
restaurant, erg jammer.
We raakten in gesprek met één van de moeders, wat tot zeer
veel lol leidde. De vrouw vroeg hoe oud Peter was (38 jaar), maar dat moest ze
van hem eerst even schatten. De vrouw gokte op achttien en wij lagen dubbel van
het lachen. De rest van de dag liep Peter dus hemelsbreed naast z’n schoenen.
De volgende stop is bij een andere waterval, mét
springplek. Het is wel al laat en dus proberen we er zo snel mogelijk te komen.
Onderweg hebben we weer lol. Ik vraag Peter of de muziek wat harder mag, waarop
hij antwoordt: ‘Er zit nog genoeg in de tank!’ Een lachbui volgt. Als we even
later bij de ingang van de waterval komen, waarvandaan het nog een half uur
lopen is, blijkt het helaas al dicht te zijn. Het is al eind van de middag,
begin van de avond, dus eigenlijk hadden we het kunnen weten. We dachten ook dat
het dichterbij moest zijn, maar helaas. Peter vind een plaatsje op de kaart waar
we wel wat kunnen drinken. Het is even zoeken, wat tot twee leuke gebeurtenissen
leidt. Peter en Michiel lezen beiden kaart en dat gaat bijna altijd goed. Peter
zegt op een gegeven moment “links!” en Michiel reageert heel alert “nee rechts!”
wat ook de goede richting is. Nico trapt hierop hard op de rem en Peter die half
omgedraaid zat vliegt met kaart en al het dashboard in. Als hij weer overeind is
gekomen zegt hij: ‘Je had inderdaad gelijk!’ Wij achterin kunnen onze lol niet
op. Snel daarna leest Peter kaart en zegt ‘hier rechtsaf.’ Ten eerst buigt de
weg alleen naar links en ten tweede was rechts een kerkhof, waarop Jan zegt:
‘Daar hoeven we nog niet heen!’ Opnieuw ligt de achterhoede vlak. Uiteindelijk
vinden we toch een barretje, waar we wat te drinken bestellen. Nu is het nog een
kwestie van terugrijden. Op de haven gaan we uit eten. Er wordt gekozen voor
pizza. De eerst pizzatent ligt niet aan het water, dus die niet. Na nog een
rondje om het haventerrein komen we toch bij die pizzeria uit, maar dat geeft
niks, ze worden ook een dagje ouder. Mijn “Calzone” smaakt prima en is goed
gevuld, maar hij doet onder bij de “Calzone” van onze stampizzeria “Tarantella.”
Als toetje halen we een Haägen-Dasz ijsje, wat zeker niet verkeerd is. Op de
boot wordt er niet meer nageborreld, maar lekker geslapen. Ciao!
zondag 26
maart 2006
Een lui dagje… Na het ontbijt gebeurd er niet veel. Sommigen lezen wat,
computeren wat, luisteren muziek. Pas om 14:30 gebeurd er wat. Met z’n allen
gaan we de kant op om de boel te verkennen. Op de haven wordt eerst even een
Haägen-Dasz ijsje gehaald, wat natuurlijk prima smaakte. Terwijl we het ijsje
opaten, kwam een man bij ons staan. Het was Klaus, de Duitser die we voor het
laatst in “Rodney Bay” hebben ontmoet. Het was leuk hem weer even te spreken,
helaas zat zijn vrouw Helga nog aan boord. Hij vertelde dat de motor totaal
kapot is gegaan en dat er een nieuwe in moet. Dit levert veel vertraging op, wat
niet bepaald leuk is. Verder gaat wel gelukkig wel goed met ze. We beloven later
nog even langs te komen, omdat we nu toch echt wat van de omgeving willen zien.
De haven ziet er wel aardig uit, maar direct erbuiten is het niks. Hoe verder we
lopen, hoe meer dat wordt bevestigd. Na tijdje gelopen te hebben komen we bij de
kerk uit, die er vrij nieuw uitziet. Toch staat hij al even. De toren is met een
hurricane erg beschadigd geraakt en wordt opnieuw gebouwd. Er hangen ook overal
bordjes met ‘gevaar in tijden van storm,’ blijkbaar kan hij elk moment omvallen
als het maar even gaat waaien. Nu willen we wel weer een terrasje pakken, het is
namelijk nogal warm. Jans theorie: ‘Tegenover de kerk staat altijd een kroeg,’
klopte opnieuw. Een paar meter verderop stond inderdaad een klein barretje. De
tafel was net groot genoeg voor ons zevenen. Bij het vertrek viel op dat een
starende dame Peter met haar blik volgde, wat tot veel lol leidde. De terugweg
ging door een heel arm gedeelte. Ook hier was niks, alleen maar oude verpauperde
huizen, die elk moment in kunnen storten. Het is er smerig en er zijn weinig
mensen op straat, alleen wat vrouwen die langs de kant met elkaar praten. Terug
op de haven werd opnieuw een terrasje gepakt. Michiel, Peter en Wilma gaan al
snel naar de boot om pannenkoekenbeslag te maken. Als de rest ook terugwandelt,
gaan we eerst even langs Klaus en Helga. We wisselen veel informatie uit over
“Guadeloupe,” waar zij al met de auto over zijn geweest en wij vertellen over
onze bevindingen op “Marie Galante.” Ook zijn zij over de rivier gevaren die
dwars door Guadeloupe loopt. Het is er wel mooi, maar je hebt er vreselijk last
van muggen. Helga is werkelijk overal gestoken zegt ze. Vanaf haar pols tot haar
vingertoppen heeft ze er al 50. Met deze informatie gaan we terug naar de boot.
Met z’n allen belanden we op de “Pas De Deux.” Michiel is al bezig met bakken.
Hij maakt pannenkoeken met spek, kaas, banaan of naturel waar we dan heerlijke
“Nutmeg Syrop” van Grenada over gooien. Ook Michiel heeft dit nog niet vaak
gedaan, maar wel vaker dan Peter. Het resultaat mag er zeker zijn. Heerlijke
pannenkoeken worden met snelheid naar buiten doorgegeven en opgegeten. Ze zijn
niet te dik, niet te dun, gewoon lekker. De naborrel wordt ook vandaag niet
overgeslagen. Als de wijn op is en de oogjes langzaam dichtvallen gaat iedereen
naar z’n eigen boot en bed. Ciao!
zaterdag 25
maart 2006
Tijd om verder te varen. Michiel ligt ons al op te wachten in Guadelouppe en
heeft ons gesmst, waar hij ligt. Miklós en ik varen met Peter mee, want dat is
de vorige keer zeer goed bevallen. Er wordt gelijk gestart en natuurlijk
proberen we of we de Oceans4 voor kunnen blijven. Het is plat voor het laken en
dus haalt Peter de Spinnaker te voorschijn. Nico en Wilma doen het rustig aan en
hijsen alleen fok en grootzeil. Met grootzeil en Spi is het nog bij te houden.
Het is een prachtige zeildag. Er staat een lekker windje en de Caribische zon
lacht ons tegemoet. De Spi krijgt niet genoeg wind en daarom haalt Peter het
grootzeil eraf. Nu gaan we juist sneller, doordat de Spi nu alle wind krijgt.
Met een knoop of zes varen we verder. Nu laten de Oceans4 achter ons, maar die
zullen de halfwinder niet hijsen om ons voorbij te scheuren. Dichterbij
Guadelouppe wordt de wind zwakker en begint heen en weer te zwaaien. Dit kost
snelheid en de Oceans4 komt dichterbij. Vlak voor de ingang van de lagune liggen
we nog voor en aangezien de Oceans4 het zeil eraf haalt, beschouwen we deze
“wedstrijd” tot gewonnen. Een puntje voor het logboek van de “Kerewin,” de “Pas
De Deux” en de Oceans4 eruit gevaren. Nico en Wilma deden er toch niet actief
aan mee en drinken tijdens het zeilen wat in de kuip, maar Michiel is er wel op
gefocust om van de “Kerewin” te winnen. Peter stelt voor om ook op de “Kerewin”
de zeilen eraf te halen en te gaan zwemmen. Voor de zekerheid melden we dit aan
de Oceans4, zodat ze niet ineens de “Kerewin” onbemand, zonder zeil zien drijven.
De badkuip wordt te water gelaten, zodat we niet via het trappetje hoeven te
klimmen, wat volgens Peter zijn antifouling kost. Na twee keer in het water te
zijn gesprongen blijkt Miklós een bloedneus te hebben en dus beëindigen we onze
duik. Volgens Peter moest het hier ongeveer 400 meter zijn, maar na mijn
observering op de kaart kon je daar ruim 392 meter vanaf halen. Terwijl we ons
door de zon lieten opdrogen voeren we de lagune in. Michiel had als plaatsnaam
“Darse” gesmst. Dit konden wij niet op de elektronische kaart vinden. Peter vond
het ook niet in de pilot. Ik bladerde wat verder en vond het wel op een
detailkaartje, maar waar het op de grotere kaart moest zijn wist ik niet. Pas
toen we goed en wel binnen waren wisten we waar we moesten zijn. Daar aangekomen
lagen beide boten er niet. Dan maar even oproepen om te vragen waar ze uithangen,
geen antwoord. Dan zien we in de verte de “Pas De Deux” aankomen varen. Nico en
Wilma zijn nog even water aan het tanken in de Marina. Met de twee boten varen
we naar de plek voor het stadje “Darse.” Hier blijkt niks meer te zijn en dus
moeten we wat anders zoeken. Bij een groen eilandje vinden we plek. Nico en
Wilma worden ook geïnformeerd en komen even later ook naast ons ankeren. Ze
komen al snel borrelen op de “Kerewin.” Michiel en Jan komen zwemend. Als we Jan
vragen naar z’n sigaren, zwemt hij snel terug en besluit toch maar per dinghy te
komen. Met z’n zevenen zitten we weer gezellig in de kuip. Chef Peter kookt
vanavond. Het resultaat bestaat uit vlees, blaadjes sla en een prutje van
aardappelen, uitjes en kleine reepjes spek. Het is weer heerlijk en de borden
zijn al snel leeg. Natuurlijk gaat de borrel gewoon verder na het eten. Voor
tienen is het alweer stil in de baai, iedereen slaapt. Ciao!
vrijdag 24
maart 2006
Het ontbijt halen we op de kant, zodat we om 09:00 bij de scooterverhuur kunnen
zijn. Michiel en Jan vertrekken vandaag al naar Guadelouppe, omdat Michiel het
hier al helemaal gezien heeft. Toch gaan ze nog even mee de kant op om koffie te
drinken. Vlak erna worden de scooters opgehaald. De tanks van Peter en Wilma
zijn zo goed als leeg. Miklós zit bij Peter achterop en ik bij Nico. Met drie
scooters racen we dus naar de dichtstbijzijnde benzinepomp. Als ze vol zitten
rijden we verder. Nico trekt even flink het gas open en we halen de 85/90 km/h.
Onderweg rijden we langs een suikerfabriek, waar het suikerriet nog met twee
flinke ossen vervoerd wordt. De weg loopt constant dwars door weilanden,
rietvelden en hier en daar ligt een koe. We komen even later aan in het plaatsje
“Grand Bourg.” Hier ontbijten we met een baguette met kaas. Nico vraagt even aan
de serveerster waar we op het eiland moeten zijn. Het eiland is niet erg groot,
we hebben nu al een kwart van het eiland over geracet. Toch zijn er nog veel
kleine weggetjes die dwars over het eiland lopen, dus we zijn nog lang niet
klaar. Eerst halen we snel wat boodschappen, waarna we doorrijden naar een
werkende rumfabriek. Voordat we daar heen gaan komen we langs een boerin met een
klein winkeltje. Er wordt wat rum gekocht. Terwijl de rest met de vrouw praat
valt mijn oog op een jong katje. Ik loop er naar toe en zie dat hij niet alleen
is. In totaal kruipen er zo’n vijf kleine katjes door het huis. Vijf paar kleine
onschuldige oogjes bekijken ons. In de rumfabriek kunnen we gewoon wat rondlopen
terwijl het werk gewoon doorgaat. Het is een beetje lawaaierig, maar wel erg
leuk om te zien. In een klein boetiekje proeven en kopen we nog wat rum. Ik neem
een klein slokje van de eerste, maar die is zo sterk dat je die door je keel
voelt glijden. Een passievruchtenrum smaakt beter. Over het onverharde pad racen
we terug de asfalt weg op. Als we even later een windmolenpark voorbij rijden
zien we een bordje met “Attention chien méchant!” Deze vals honden laten we maar
voor wat ze zijn en we rijden het windmolenpark binnen. Een pad vol met hobbels
en losse stenen wordt getrotseerd. Wilma is ondertussen bij Peter achterop
gesprongen en Miklós mag zich over dit pad wagen. Ik zit nog steeds bij Nico
achterop. Peter heeft een crossmotor en net als Nico een motorbewijs, dus voor
deze twee motormuizen is die pad geen probleem. Ik hou met goed vast en zie hoe
Peter achter ons aan crosst. Het pad is natuurlijk ook nog eens steil heuveltje
op, steil heuveltje af met hier een daar een scherpe bocht, dus het is echt
feest., kijkt Peter of we nog verder kunnen. Al snel komt hij terug, omdat het
doodloopt. De scooters worden omgedraaid en we willen wegrijden. Die van Nico
valt ineens om de haverklap uit. Peter en Wilma zijn alvast vooruit. Miklós
helpt nog even met kijken, maar rijdt even later maar verder om Peter te halen.
Met een “kickstart” doet hij het nog heel even, maar even later helpt dat ook
niet meer. Peter komt gelukkig al snel aanracen en kijkt even mee. Als we de
scooter op z’n zij leggen blijkt er geen bougiedop op de bougiedraden te zitten
en die zijn dus losgegaan. De oorzaak is vast bij het stuiteren over de hobbels
te vinden. Toch is het erg slordig dat dit zo slecht vastzit. Ik ben ondertussen
al naar boven gelopen om Wilma en Miklós te vertellen wat er aan de hand is. Al
snel komen de motormuizen naar boven gereden en kunnen we verder. De volgende
stop is bij een restaurantje. We drinken er wat en willen lunchen, maar dit
restaurant heeft alleen grote maaltijden en geen simpele sandwiches. Dan maar
ergens anders wat halen. Even later stoppen we bovenop een vrij hoge klif. De
hoogte wordt geschat op zo’n 50 meter. We kijken uit op een paar eilanden om ons
heen, waarbij onder andere Guadelouppe. Een Frans stel komt uit een pad en we
vragen of het wat is. Het is wel leuk zeggen ze. Natuurlijk willen wij dit op de
scooter doen. Na 50 meter hebben we het al gezien, weer veel hobbels, losse
stenen en steile hellingen. Dan maar omkeren en terugrijden. Nico en ik zijn als
eerste bij de T-splitsing. Op het grind remt Nico even met z’n voorrem en met
een voorwielslip komen we tot stilstand. De anderen volgen al snel, dus rijden
we snel verder. Het plaatsje van gister “Vieux Fort” wordt aangedaan. In
hetzelfde restaurantje drinken we wat en eten weer een pak koek weg. Vanaf hier
tot St. Louis, waar de boten liggen, hebben we gister gelopen. Met de scooter
gaat dat natuurlijk veel sneller en is veel verkoelender. We rijden langs de
kano/waterfietsverhuur, waar de verhuurders nog steeds even actief erbij zitten.
Al snel zijn we in “St. Louis.” Natuurlijk zijn we nog niet uitgereden en gaan
terug naar het tentje in “Grand Bourg.” Nico gaat nog even de stad in om wat
boodschappen te doen. Miklós en ik rijden met één scooter naar de parkeerplaats,
waar ik ook even mag rijden. We rijden omstebeurt twee rondjes over een vrij
lang stuk asfalt. Het is niet lang genoeg om op topspeed te komen, maar de 60
km/h wordt wel gehaald. Ik vind het minder moeilijk dan ik dacht, maar het pad
van vanochtend hoef ik niet te proberen. Als we terugrijden naar het restaurant
is Nico ook al aangeschoven. We bestellen nog een biertje en gaan verder. Nu
gaan we wel terug naar St. Louis, maar eerst moet er getankt worden, anders
redden we het niet. Nico en ik gaan alvast en rijden de stad uit. Nico rijdt per
ongeluk tegen de richting in een eenrichtingsstraat in, maar we hebben geen bord
gezien. Even zijn we de anderen kwijt en rijden terug. Als we ze gevonden hebben
rijden we terug. Opnieuw rijden we per ongeluk door het straatje, waar de file
Fransen begint te seinen, zwaaien en schreeuwen. Ik zag het bord deze keer wel.
Het stond aan de linkerkant van de weg en niet rechts dus zeer slecht in het
zicht. Als iedereen weer bij elkaar is racen we vol gas verder naar het
tankstation. Even snel als we er gekomen zijn, zijn we ook weer weg. Ook nu
racen we vol gas naar St. Louis. Peter en Mikós proberen Nico en mij in te
halen, maar dat lukt niet, zelfs niet als ze plat op de scooter gaan liggen.
Onze haalt namelijk 5 tot 10 km/h harder dan die van hun. Het gaat vreselijk
hard over de prachtige weg dwars door de weilanden. Eerder de dag reden we ook
al heerlijk hard naar beneden over een asfaltweg door het bos. Onze teller
haalde de 100 km/h, wat wel erg snel is op zo’n scootertje. In St. Louis brengen
we de scooters terug en lopen terug naar de dinghysteiger. Peter geeft ons met
zijn 4pk badkuip weer een sleepje en zonder te roeien komen we bij de Oceans4
aan. ’s Avonds eten we op de Oceans4, waar Nico heerlijk Mexicaans gemaakt
heeft. Natuurlijk werd er nog wat gedronken na het eten en op tijd gingen we
pitten. Ciao!
donderdag 23
maart 2006
Helemaal wakker gingen we met z’n allen de kant op. Peter sleepte ons met z’n
vier PK badkuip naar de kant, wat nog best snel ging. Een tochtje over Marie-Galante
was het plan. Er werd al geprobeerd of we mountainbikes konden huren, maar dat
kon nergens. Peter kon zijn eigen bike dus weer op slot zetten. Scooters waren
ook niet te verkrijgen en auto’s evenmin. Vijf verhuurders in het dorp hadden
gewoon niks en vele andere waren dicht. Nico regelde snel een taxi naar “Vieux
Fort” voor ons allen. Voor twee euro per persoon bracht hij ons erheen. Het was
even inschikken met nog twee extra passagiers die al in het busje zaten, maar
het ging prima. Bij een kano/waterfietsenverhuur stopten we. De man zou ons om
15:00 weer ophalen en dan zouden we alles in één keer betalen. De vier locals
van het verhuurbedrijfje zaten er vreselijk actief bij, het was werkelijk
lachwekkend. Na veel vragen en overleggen konden we wat kano’s meekrijgen. Even
ontstond er verwarring over of we nu konden gaan of moesten wachten. Even later
kwam een grote bus met toeristen aan en die hadden voorrang, daarom moesten we
wachten. Ondanks de grote groep konden we gewoon onze uitgezochte kano’s pakken.
Het stuk waar we op konden roeien was vrij kort en dus waren we snel aan het
eind. Volgens de kaart moest de rivier nog even doorlopen, maar de kano’s hadden
geen ingebouwd kapmes om de Mangrovebossen om te kappen. Toch konden we nog
kleine stukjes tussen de Mangrove bossen varen. Op de terugweg lagen Miklós en
ik dik voor op Nico en Wilma, Jan en Michiel en Peter die alleen kanode. We
waren dan ook 25 minuten eerder terug dan we moesten zijn. Ik vroeg daarom of ik
een waterfiets kon meenemen, aangezien de toeristen al weg waren, aangezien die
maar een kwartiertje bezig waren geweest. Dat kon zonder enig gezeur en snel
fietste ik zonder dat warme zwemvest weg. Al snel kwam ik Peter tegen die het
wel gezien had. Ik stelde voor om zijn kano achterop de brede waterfiets te
leggen en dat hij mee zou varen. Dat deed hij met plezier en met z’n tweeën
voeren we nog even verder. Al snel kwamen we Nico en Wilma tegen en even later
ook Jan en Michiel. Samen met de oudsten van de groep voeren we terug naar de
kant. Onderweg zagen we nog een redelijk grote schildpad wegzwemmen, die Peter
voor een kikker aanzag. Terug bij het begin werd de kano van Peter met een
sliding over het water de kant op gegooid. Michiel ving hem daar op. Nog even
moesten we de waterfiets parkeren en daarna konden we weer de schoenen aandoen.
We hadden nog ruim twee uur en dus gingen we nog even door “Vieux Fort” lopen.
Heen over de straat, met een tussenstop in een klein restaurantje en terug over
het strand en door de bosjes. Op het strand kon je een stukje over de scherpe
rotsen lopen en prachtige foto’s maken. De terugweg ging dus dwars door de
bosjes en bomen. Geef mij maar een dicht oerwoud, dat is beter dan deze zwaar
irritante prikkelbosjes. Uiteindelijk kwamen we weer op de begaande weg uit,
waar het spontaan begon te regenen. Snel scholen we even onder een afdakje. Het
duurde toch wat lang en dus gingen we gewoon lopen. Bij het restaurantje van de
heenweg dronken we wat en wachtten we op Michiel en Wilma die wel waren blijven
wachten. Ook na het drinken en de koekjes begon het weer te regenen. Toch liepen
we door naar de plek waar het busje ons weer zou ophalen. Hij was een kwartier
te laat en dus begonnen we maar met lopen. We hebben het busje niet meer gezien
en dus kan hij naar zijn veertien euro voor de heen weg en ook veertien voor de
terugweg fluiten. Het is even lopen maar dan komen we toch weer in St. Louis aan.
Bij het eerste bakkertje kopen we twee baguettes. Michiel kwam ook weer gezellig
met ons meelopen die bij een tweede keer schuilen weer langer was blijven staan.
In het stadje gingen we terug naar de boten. Het eten werd weer op de “Kerewin”
gedaan, de solozeilboot met de grootste kuip. Eerst gingen er nog wat lekkere
dingen doorheen van gister die over waren. Michiel, Nico ontbraken omdat ze met
de computers bezig waren op de “Pas De Deux.” Ook Wilma kwam later omdat die
Tiramisu maakte op de Oceans4. Uiteindelijk na veel geroep kregen we ook Michiel
en Nico bij de “Kerewin” aan boord. We wilden namelijk nu wel eens gaan eten.
Peter was weer de chefkok. Helaas waren de “beefpads” van Michiel zwaar bedorven
doordat zijn vriezer op +22 was komen te staan. Gelukkig hadden we in de Oceans4
nog wat hamburgers voor het geval dat liggen en dus werden die gehaald. Peter
legde ze in een baguette met sla, uitjes en spek, wat echt heerlijk smaakte. Na
het eten mocht ik de port halen en werd er nog verder geborreld. Ook deze avond
werd het niet al te laat, voor we terug aan boord gingen. Ciao!
woensdag 22
maart 2006
In de ochtend kwam Martin bij ons aan boord om af te rekenen. Iedereen zat bij
ons koffie te drinken, dus dat kwam mooi uit. Ondertussen vertelde Martin van
alles over Dominica. Zo vertelde hij veel over het leven van de mensen. Een
wonderbaarlijk feit vonden wij over het werk. Ze werken maar zes maanden per
jaar en geven dat de andere zes maanden weer uit. Dit heeft te maken met het
toerisme, dat ophoudt vanwege het “Hurricane season.” Er is gewoon geen werk
meer, maar zelfs de armen kunnen overleven zei Martin, maar dan zuiniger. Het is
dan ook absoluut geen probleem, dat er zolang niet gewerkt wordt en dat legde
Martin in één zin uit. ‘The people who are hungry are lazy.’ Je loopt namelijk
gewoon het woud in en je plukt makkelijk een maaltijd bij elkaar. Er is genoeg
wild fruit te vinden voor diegenen die het nodig hebben. Ook zijn er vooral in
de bergen genoeg plekken waar je zo een tuintje kan beginnen. Niet alle grond is
van de overheid en dus kan jij zo je eigen stukje tuin maken en er voedsel
verbouwen. Ook vertelde hij nog over orkaan “Lenny” die veel schade heeft
aangericht. Martin ook graag een keer naar Nederland willen komen. Hij is dan
ook nog nooit uit de Caribbean geweest en heeft twee grote wensen. Hij wil een
keer echte sneeuw zien en een trein. Beide voor ons doodnormale verschijnselen
hebben ze hier niet. De Engelsen hebben in der tijd een spoorlijn aangelegd,
maar daar is weinig tot niks van over. Na veel bedankjes en “good luck” vertrok
Martin. We gaven hem nog wat potloden en stiften voor zijn kleine dochtertje mee
en ook Michiel gaf een spelletje mee. Wat was het toch leuk met Martin en alle
trips die hij voor ons verzorgd heeft. Nu was het tijd om te gaan. Er moest
namelijk nog naar St. Louis op Marie-Galante gevaren worden. Mikós en ik zouden
met Peter meevaren op de “Kerewin.” Ik nam wat spullen mee, waarbij onder andere
m’n PSP zat die ik daar kon opladen. Al in de baai ging de motor uit en zeilden
we tot vlak voor de volgende baai. Miklós en ik kregen het voor elkaar om deze
zestientonner naar de zeven knopen te krijgen. Michiel en Jan op de “Pas De Deux”
lieten we achter ons, terwijl Michiel altijd sneller is dan Peter en daar nogal
op gebrand is. Met ruime marge kwamen we dus als tweede aan achter de veel
snellere Oceans4, die geen partij was voor de “Kerewin” en de “Pas De Deux.” Het
anker pakte de eerste keer meteen en zo lagen we naast de Oceans4 op Michiel en
Jan te wachten. Bij binnenkomst zwaaide alleen Jan toen wij zwaaiden, Michiel
liep snel naar de ankerlier toe. Nico en Wilma kwamen al snel op de “Kerewin”
een borrel halen. Michiel wilde eerst nog even z’n moeder bellen die geopereerd
is, waarna hij met Jan ook deze kant op kwam. Gelukkig was alles goed met z’n
moeder en was hij wat relaxter, ondanks zijn verlies van de tocht. Met Michiel,
Jan en Miklós ging ik nog even naar de kant op te verkennen, we waren namelijk
niet voor niks zo vroeg weg gegaan. Veel winkels waren dicht op wat
supermarktjes na. Jan moest wat sigaren halen, want die waren op en zonder heeft
ie humeurproblemen. Een baguette met Franse kaas werden ook afgerekend. Voordat
we terug gingen dronken we eerst nog een biertje op het terras bij de kade.
Michiel probeerde er nog een foto van te maken, maar dat mislukte door verkeerde
lichtval. Terug op de “Kerewin” gingen we eerst eten en daarna aan de lekkere
dingen die wij hadden meegenomen. Peter had heerlijk gekookt voor zeven man. Er
werd na het eten nog wat gedronken en om een uur of negen keerden we al terug
naar de boot. Iedereen was moe en een paar lam onder het oudere gedeelte van het
gezelschap. Het bed riep meteen bij de eerste stap een boord. Ciao!
dinsdag 21
maart 2006
Het was grappig bedoeld, maar toch zaten we met z’n allen al om half negen in de
kuip koffie te drinken. Peter Nico en ik zouden tussen kwart voor negen en negen
uur opgehaald worden voor het duiken. De duikboot was een beetje laat en dus
hadden we meer tijd om even wakker te worden. Uiteindelijk kwamen ze toch
aanscheuren. Er zaten al drie Amerikanen aan boord en later kwamen er nog een
paar bij van andere boten. De eerste duik vond plaats op “Tube Reef.” Hier
hadden we geloof ik ook al gesnorkeld, maar dan natuurlijk minder diep. Met
Peter en Nico ging ik naar beneden, wij waren een team en de rest vormden ook
nog wat teams. De duik verliep heel soepel, maar veel zagen we niet. Alleen een
“Pufferfish” werd gespot op een stukje koraal. Deze dikke vis met spijkers ziet
er altijd heel grappig uit. Ik was sneller door m’n lucht heen dan de rest en
ging daarom ook eerder naar boven. Met de spullen nog aan klom ik weer in de
boot en zette de tank in z’n standaard. Een paar minuten later kwam de rest ook
naar boven. Peter had foto’s lopen maken en die zijn gelukkig scherp geworden.
In de pauze tussen de twee duiken hadden we wat thee en koekjes. Na genoeg
gerust te hebben begon Ned de instructeur met de “briefing” voor de volgende
duik. De tweede duik vond plaats op “Anchor Point.” Hier zijn namelijk veel
ankers gevonden, vandaar de naam. Er liggen een paar gevonden ankers in de
duikshop verteld Ned. Deze duik is al mooier, over een mooi groot rif. Eerst
zien we een enorme kreeft, die met z’n stengels net uit z’n holletje komt. Als
Ned één van de voelsprieten aanraakt schiet het beest in z’n hol en laat daarbij
veel zand opstuiven. Vlak daarna kom ik erachter waarom mijn lucht zo snel gaat.
Er zit een lek in mijn “first stage,” zoals dat heet. De “first stage” is de
verbinding van de fles naar alle slangen die je nodig hebt (ademhalingsstukken,
hogedrukmeter en de regelaar voor lucht in het vest). Er kwam een constante
stroom van belletjes uit het stuk metaal. Dit kan zijn doordat het
overdrukventiel er iets uitgooit, maar ook bij lage druk was het nog steeds het
geval. Peter had ook een meter in bar en dus ging ik even met hem vergelijken.
Hij
had nog 150 bar (3/4 volle tank) en ik nog maar 100 (1/2 volle tank). Het
verschil is te groot en dus was dat een duidelijke oorzaak van mijn vroege
terugkeer bij de eerste duik. Vlak na mijn constatering gaat Ned ineens met
spoed naar de oppervlakte. Met een flinke snelheid schiet hij recht omhoog. Er
moet dus iets serieus aan de hand zijn, anders doe je dit niet. Terug in de boot
bleek dat zijn hogedrukslang, waar o.a. de barmeter aan zit, was gesprongen. Het
heet niet voor niets hogedrukslang en dus kwam de lucht er met een noodsnelheid
uit. Slordig was dat hij geen “buddy” om zich heen had om lucht te vragen, maar
alles ging goed. Ik moest ook weer snel naar boven, omdat ik ook niet veel meer
over had. Nadat ik mijn spullen in de boot had gezet sprong ik nog even te
water. Ik zwom naar de mooringlijn waar de boot aan vast zat. Daar was Peter op
een paar meter diepte zijn “safety-stop” aan het maken. Ik nam een hap lucht en
dook onder water om naar hem toe te zwemmen. Hij bood me nog wat lucht aan, maar
dat was niet nodig. Op vijf meter diepte kon ik makkelijk even blijven hangen.
Na nog wat zwemmen op het oppervlak klom iedereen de boot weer in. Terug werd er
nog even gevraagd wie er vanavond naar de barbecue van onze gids Martin gingen
en dat waren er een paar. Terug in de baai werden we weer op de boot afgezet.
Een uur later voeren we met Peter naar een steiger die het dichtst bij de
duikshop lag, aan de andere kant van de baai. Er moest nog even betaald worden,
dus vandaar. Nico wilde gelijk even uitklaren, maar was de papieren vergeten.
Snel voer hij terug, terwijl Peter en ik op de kant wachtten. Een nieuwe
duikgroep was bezig met inladen en we konden zometeen een lift krijgen naar de
shop. Nico kwam al snel terug met de papieren. Peter en ik hadden de vrouw van
de duikshop ondertussen geholpen met wat flessen over te laden. Nico kroop even
later in de pick-up en Peter en ik sprongen achterin. In de duikshop werd er
afgerekend en vroeg ik Ned of hij z’n slang al gerepareerd had. Hij was er druk
mee bezig zei hij. Ik nam nog even een T-shirt mee met “Divers of the Caribbean”
erop. Het plaatje was van “Pirates of the Caribbean,” maar “Pirates” was dus in
“Divers” veranderd. Al snel liepen we weer de shop uit. Ik keek even in het
voorvakje van Nico’s rugzak en zag de logboeken. Tegelijkertijd riep Peter ‘LOGBOEK!’
Die waren we dus vergeten in te vullen. Terug in de diveshop werd dat nog even
gedaan en kwamen er stempels en handtekeningen bij. Terug op de kade ging Peter
alvast naar de dinghy, want die is officieel al een paar dagen van het eiland.
Nico en ik gingen het douanekantoor binnen. Al snel bleek, wat Peter al dacht.
We waren al automatisch uitgeklaard bij het inklaren, maar dat hadden ze Nico
niet verteld. Al snel zaten ook wij in de dinghy en voeren we terug. Op de boot
werd er even niet veel gedaan tot ik met Peter de kant op ging. Ik wilde een CD
halen van een goede Caribische zanger die we vaak in cafés horen en als het kan
even naar de kapper. Peter moest even naar de bank, dus dat kwam goed uit. Eerst
gingen we nog wat drinken in “Big Papa’s.” Daar vroeg ik even naar de CD-shop.
Het was erg ver in het dorp volgens de barvrouw. Met z’n tweeën liepen we dus
over de lange straat die door het hele dorp loopt. Bij een DVD/CD winkel waar
Miklós al had gekeken, maar niks gevraagd had, hadden ze hem niet. Een paar
straten verderop bij het voetbalveld moesten ze hem hebben. Daar hadden ze hem
inderdaad en dus niet een heel eind het dorp in. De titel die de barman in
Marigot Bay St. Lucia had opgeschreven klopte niet, maar toch begreep ze welke
ik wilde hebben. Hij moest twintig EC kosten (€6,60). Ik bood tien EC (€3,30).
Zij zei vijftien EC (€5,-). Ik zei compromis twaalf EC (€4,-) en dat was goed.
Wel moest ik even wachten, want de al gekopieerde CD moest nog even gekopieerd
worden. Ook het plaatje op de voorkant en de titels op de achterkant moesten
uitgeprint, uitgeknipt en in een leeg hoesje gedaan worden. De gebrande CD liet
ik nog even testen en toen kon ik hem meenemen. Hoe illegaal wil je het hebben,
maar hier in de Caribbean kan het. Gewoon een winkel vol met gebrande CD’s.
Daarna vroeg ik waar de kapper was en die was gelukkig dichtbij. Peter ging door
naar de bank en we zouden elkaar weer treffen in “Big Papa’s.” Ik moest erg lang
wachten voor ik aan de beurt was en moest om 18:00 terug zijn, voor de barbecue
van Martin van vanavond. Ook de knipbeurt duurde wat lang, maar het is vele
malen beter dan in Europa. Voor tien EC (€3,30) was je klaar. Met een snel tempo
wandelde ik terug naar “Big Papa’s.” Peter voer net met de rest weg naar de
boot, maar Miklós wachtte me op. Samen voeren we in “de badkuip” van Peter naar
de Oceans4. Het kleine plastic bootje, met een zeer lage stabiliteit is door ons
zo benoemd. Martin was wat laat, maar dat gaf ons de tijd om nog even rustig om
te kleden. De barbecue was op een overdekt stuk beton, met kleine fakkels ervoor
in het strandzand. We zagen de Amerikanen van de duik en leerden een paar nieuwe
kennen. De barbecue werd verzorgd door Martin en zijn familie. Zijn vrouw en
dochter (12) hadden voor het eten gezorgd en zijn vijfjarige dochter steunde
mentaal. Het eten was fantastisch met kip, vis, salade, bakbananen, cocorumpunch
en grapefruitsap. Het was vreselijk gezellig met z’n allen. Jeff onze chauffeur
van de eilandtours was er ook even en zat gezellig bij ons. Helaas gingen veel
Amerikanen al snel weg. Er wordt gezegd dat als de drank op is de Amerikanen de
aftocht blazen. Om half tien gingen we daarom al terug naar de boten. Eerst
bedankten we hem en zijn familie voor de fantastische barbecue. Op de boot waren
we toch wel weer moe en zochten de bedden op. Ciao!
maandag 20
maart 2006
Om 08:00 zou Martin ons ophalen. Normaal is hij er op de minuut maar vandaag
niet. Hij was een krappe tien minuten te laat. In die paar minuten kwam de
broodboatboy langs. We hadden alleen voor vandaag niet besteld, aangezien we al
om 08:00 weg zouden gaan. Morgen kan hij wel komen. Martin haalde ons dus daarna
op en we voeren naar de kant. Jeff stond al op ons te wachten. Ook vandaag was
hij onze gids/chauffeur. Hij rijdt erg rustig en relaxt, wat zeer aangenaam is.
De tour duurde de hele dag. Het is dan ook een lange tocht over het midden van
het eiland. De eerste stop was bij duikcentrum “Carbrits.” Voor morgen willen
Peter, Nico en ik alvast een duik reserveren en na de tocht zijn ze vast al
dicht. Er worden alvast allerlei dingen gepast. Hierdoor kunnen we morgen bij de
boot worden opgehaald, wat veel tijd kost en zij hebben dan de spullen al mee.
De tweede stop was bij de rumfabriek. Een korte rondleiding werd door Jeff
geregeld. Veel wijzer werden we er niet van, maar het was wel aardig. Aan het
eind mochten we nog wat rum proeven, waarna verschillende flessen gekocht werden.
Na weer een stuk rijden kwamen we bij de “hot pool.” Eerst moesten we natuurlijk
weer een stukje lopen, waarna we bij een rivier uitkwamen. Jeff wees op het
water bij de andere kant van de oever, dat zou warm moeten zijn, begrepen
Michiel en ik. Daar aangekomen stroomde het flink en was het nog steeds niet
warm. Ik zag een klein ommuurd stukje water en voelde eraan. Het was goed warm
en klom erin. Michiel volgde snel en even later zat ook de rest erin. Jeff
probeerde met Michiels fototoestel een foto te maken, maar een digitale camera
was nog iets te nieuw voor hem. Michiel zwom terug door het koele water en liet
hem zien hoe het werkte. Ik volgde ook even, gewoon om weer even van warm, naar
koud, naar warm te gaan. ‘Take as much pictures as you want!’
zei Michiel tegen Jeff. Nadat hij ons in het kleine warme badje had
gefotografeerd, schoot hij er nog even op los. Michiel heeft toch twee GB
geheugen, dus kon het absoluut geen kwaad. Voor Peter was het badje niet ideaal.
Om weer op de goede oever te komen moest je toch echt weer door de veel koelere
rivier. Ondanks het koele water ging hij samen met Nico achter mij en Michiel
aan die stroomopwaarts liepen, naar een stroomversnelling. Daar stroomde het dus
nog harder tussen de stenen door. Langs de kant kon je goed lopen, maar in het
midden stroomde het nóg harder. Het leek er ook op dat er stenen vlak onder het
water lagen, aangezien er heuvels en kuilen in het water zaten. Toch wilden
Michiel en ik met de stroom mee terug. Proefkonijn Michiel ging eerst. Met je
handen onder je, om je te beschermen, kon je met de sterke stroom mee terug naar
de plek waar je weer op het droge klimt. Peter en Nico kozen de veilige weg. Nog
even kropen we in het warme badje, waarna we de koele rivier nog één keer
trotseerden en ons afdroogden. Met het busje voeren we naar de volgende plek.
Dit was ook een “nature pool,” maar dan een koude met een kleine waterval. Om er
te komen liep je weer dwars door de rimboe, maar wel over een paadje. Ik wilde
als eerst het water in, maar ik zag een flinke krab zitten en keek eerst nog
even of hij hier vrienden had. Michiel volgde als snel en met z’n tweeën
sprongen we in het koele water. Het was zelfs nog een fractie kouder dan de
rivier. Door op een paar stenen te klimmen kwamen we onder de waterval te staan,
waar het water met een flinke kracht op je valt. Erna klommen we iets hoger.
Martin had het vanochtend al over een “small jump,” dus die zochten we. We zaten
nu achter de waterval op een metertje of drie,vier hoog. Je kan overal staan in
de pool en dus vroegen we ons af of je vanaf hier wel veilig kon springen.
Michiel wilde wel proefkonijn zijn, maar eerst klom ik naar beneden om te kijken
hoe diep het was. Het water kwam nog niet tot mijn schouders en er lagen stenen,
maar toch sprong Michiel. Veilig kwam hij neer en bij de tweede keer ging ik
mee. Het was erg mooi en leuk om door de waterval van een paar meter hoog in het
vrij ondiepe water te springen. De pool was ook omringd door de rimboe, wat het
extra mooi maakte. We sprongen nog een paar keer en Jan zette ons op de foto. De
rest was niet gaan zwemmen, maar alvast naar een uitzichtpunt gelopen. Na het
afdrogen gingen we er daarom snel achteraan. Michiel maakte ondertussen snel wat
foto’s. Terug bij het begin was in een gebouwtje een expositie over het
“National Park.” Deze liet ons weten dat het park nu “World Heritage” (wereld
erfgoed) is. Voordat we hier naartoe gingen waren we gestopt bij een klein
restaurantje. Hier dronken we snel wat en speelden Miklós en ik een potje pool.
We hadden alvast besteld en het zo klaar zijn na ons bezoek aan de “nature
pool.” Dus toen we even later met het busje arriveerden was het eten al snel
klaar. Toch hadden Miklós en ik nog even tijd om een paar potjes te poolen. Het
eten was lekker. Een salade met brood en varkensvlees vormde de lunch. Het vlees
vond ik iets minder aangezien het bot en de huid van het beest er nog op zat.
Het schijnt erg dik en hard te zijn en de locals eten het gewoon op. Ik liet het
maar liggen, net als de anderen. Ik pakte nog een broodje in voor onderweg,
aangezien het heerlijk vers was. Ook na het eten speelden Mikós en ik nog wat
pool, waarna we gauw door moesten, want anders zouden we achterlopen op schema.
Nu was het gebied van de “Caribs” aan de beurt. In vorige en komende verslagen
is/was een Carib een biertje, maar hier zijn “Caribs” de oorspronkelijke
bewoners van het eiland. Op een plek stopten we waar een paar verkoopstalletjes
stonden. De spulletjes werden aandachtig bekeken. Zo zagen we een van riet
gemaakt buisje. Er zat ook een ring aan één eind en wij wisten niet waarvoor dat
was. Het is om je vrouw aan de lijn te houden. Je laat je vrouw haar pink aan de
andere kant erin doen en als je vervolgens aan de ring trekt, trekt het riet
samen en zit de vinger muurvast in het buisje. Erg grappig dat zoiets bestaat.
Ook zagen we houten slagen die in sentimenten was gemaakt. Daardoor kon deze
bewegen. Ik liet hem aan Wilma zien die in eerste instantie dacht dat ik een
slang op m’n arm had liggen. Deze was echter wel erg duur. Bij het volgde
stalletje waren ze langer en goedkoper. Deze vrouw gaf tenminste toe dat ze de
slangen niet zelf maakte. Ze kwamen namelijk uit plastic en dat doen ze hier
nooit, dus waarschijnlijk is het “Made in China.” De eerst vrouw zei dat ze het
wel zelf gemaakt had, maar dat is dus onzin. Voor een goede prijs kochten we
twee slangen, één voor Miklós en één voor mij. Peter onderhandelde nog even over
een paar broodmanden, maar had alleen maar veel te groot geld. Terug in het
busje hadden wij nog wel wat kleinere US dollars. Snel haalde hij de manden en
ondertussen kropen Jan en Michiel in het busje. Nu was het nog een kwestie van
terugrijden. Dit was nog wel een lange tocht en we zaten al over onze eindtijd
van 16:00 heen. Dit vonden we niet erg en Jeff ook niet, dus leverde het geen
problemen of irritatie op. Even stopten we nog voor een ijsje in een dorpje van
de vorige tocht over het eiland. Uiteindelijk kwamen we dus weer in de “Prince
Rupert Bay” aan. Jeff dronk nog even gezellig een biertje met ons mee. Ik ging
nog even kort naar de boot, waarna Wilma me ophaalde voor het eten bij “Big
Papa’s.” Het eten was prima en we kregen zelfs korting, wat een service. Na het
eten ging iedereen aan boord, aangezien ook dit een lange dag is geweest. Morgen
dus lekker duiken met Nico en Peter! Ciao!
zondag 19
maart 2006
Weer eens lekker uitslapen. Dat lukte prima, zeker aangezien iedereen daar wel
aan toe was na de lange dag van gister. Dit sloot echter niet uit dat dit een
lui dagje zou worden. Om elf uur zou Martin ons ophalen zodat we konden
snorkelen. Alleen Wilma gaat niet mee, die heeft last van der buik. Peter heeft
zich in z’n wetsuit gewurmd, want zelfs 28 graden is toch echt veel te koud. Het
is een raadsel waarom hij in Nederland geboren is en niet ergens rond de evenaar.
Een paar baaien verderop vinden we de snorkelplek. Martin zegt dat het
waarschijnlijk niet zo helder is. Eenmaal in het water blijkt dat ook wel. Zeker
bij de ondiepe stukken is het net het IJsselmeer. Ik zwem Michiel en Nico
achterna die een stuk naar buiten zijn gezwommen, waar het wel helder is. Toch
zien we niet veel en vragen Martin om de volgende plek. Daar is het al beter en
al snel zien we veel meer. We zwemmen door om de hoek en wel zover dat we
snorkelplek twee en drie in één keer zwemmen. Peter maakt allerlei foto’s met
zijn onderwatercamera, alleen is het de vraag of ze scherp zijn. Het wordt
steeds interessanter naarmate we dus verder zwemmen. De bodem loopt hier steil
af en verdwijnt in de blauwe diepte. Er zwemmen veel mooie trompetvissen die
massaal op het fotorolletje van Peter worden gezet. Jan gaat er even later
alvast uit, want die heeft het koud gekregen. Wij zwemmen nog even door, waarna
ook wij weer in de boot klimmen. Ik haalde de prachtige schelp die ik met de
eerste snorkelduik vond uit mijn zak, maar helaas was die in heel veel stukjes
gebroken. Hij was rond met een afdruk van een zeester in het midden, verder is
het lastig te beschrijven. De derde snorkelduik was ook leuk. Het eerste
gedeelte ging over keien en daarna ging het over op een mooi rif. Vele visjes
later zaten we weer in de boot. Martin bracht ons terug naar de boten, waar we
even konden opdrogen. In de middag gebeurde er niet erg veel. Miklós dronk bier
bij Peter op de “Kerewin,” Nico computerde met Michiel op de “Pas De Deux,” ik
speelde op de Oceans4 op mijn PSP en Wilma las een boek in de kuip. Dit hielden
we vol tot het “happy hour” bij “Big Papa’s.” Even na zessen, na het “happy
hour” gingen we naar de Kerewin. Wilma en Peter waren al vooruit gegaan om
voorbereidingen te treffen. Peter zorgde voor wat erop en Wilma maakte het
beslag. Ik haalde Wilma dus op en daarna zaten we met z’n zevenen op de “Kerewin.”
Peter had nog nooit pannenkoeken gebakken, dus deed hij dat nu voor het eerst.
Er moesten ook kaaspannenkoeken komen. Natuurlijk had Peter geen kaas aan boord
en dus mocht ik dat nog even gaan halen. Hij pakte het zelfs niet aan toen ik
het naar binnen wilde aangeven, maar Wilma bood uitkomst. Ook duurde het even
voordat hij toestemming gaf om het in zijn koekenpan klaar te maken. Eerst mocht
het wel, maar dan zou hij z’n koekenpan meteen bij het grofvuil zetten, maar
later konden we het toch gewoon in de pan doen. De pannenkoeken waren wat dik,
maar wel erg lekker. Iedereen zat na drie pannenkoeken al vol. Er werd nog wat
bier gedronken voordat iedereen z’n bed opzocht. Opnieuw een zeer geslaagde dag!
Ciao!
zaterdag 18
maart 2006
In de vroege morgen worden we door Martin opgehaald. Er is maar heel weinig
brood en dus leeft iedereen op een heel klein stukje. Onze chauffeur is Jeff.
Hij is een klein spierbundeltje, net als velen hier. Na een lange rit kwamen we
uit voor een pad. Vanaf daar moesten we lopen om bij een “nature pool” te komen.
Het was vreselijk steil en glad, maar niemand ging echt onderuit. Het wandelen
duurde twintig Caribische minuten en die duren heel wat langer dan Europese
minuten. Het eind van het pad bestond uit een sprong van steen naar steen over
een snelstromend beekje. Na over wat stenen te zijn geklommen kwamen we bij de
plek. In het midden van de rimboe was die prachtige stukje water. Een kleine
waterval kwam neer in de vier meter diepe pool. Via een klein stukje klimmen
kwam je op de springplek. Deze is naar schatting minstens zeven meter hoog.
Michiel was proefkonijn en ging als eerste. Nadat hij het er levend vanaf bracht
sprong ik hem achterna. Vanaf beneden lijkt het een stuk minder hoog zullen we
maar zeggen.
Na lekker door de lucht gevlogen te hebben, kom je met een klap in
het water terecht, heerlijk. Zelfs Peter van de “Kerewin” sprong. Dat is een
stuk wonderbaarlijker dan Jan en Michiel die al even wat ouder zijn. Peter die
heeft het áltijd koud. Hij heeft meermalen op z’n reis de kachel gebruikt en
slaapt onder een dekbed. Alleen al bij de gedachte breekt bij mij het zweet uit,
maar bij Peter niet. Uiteindelijk was iedereen van de rots af gesprongen en er
waren ook foto’s van gemaakt. Ik sprong ook een keer tegelijk met Peter wat goed
afliep. Na nog een soloduik van mij gingen we verder. De weg terug was het lange
pad volgens Jeff. Hij was een stuk minder steil en volgens ons ook daardoor
sneller. Onderweg plukte Jeff een Guave voor me. Het smaakte prima, zeker als je
nog maar op tien centimeter brood leeft. Nu reden we naar een dorpje voor de
lunch, waar we ons zeer op verheugden. Al voordat we gingen eten gingen aan het
bier (om 12:00). Deze voel je wel zitten op een lege maag, weinig slaap en de
warmte. Gelukkig werd het eten vlak erna gebracht, waardoor ik me weer beter
voelde. Nadat we de eigenaresse/kokkin een flink compliment gegeven hebben,
vertrekken we naar de “Red Rocks.” Om er te komen moeten we ook een klein paadje
over. Halverwege is een open plek waar locals bezig zijn met het oefenen van
cricket. Het gaat niet erg goed, maar ze hebben er wel lol in. Na nog een minuut
lopen komen we op de rotsen. De door wind gladgeslepen en door ijzer
roodgekleurde stenen leveren een erg mooi plaatje. Ook hebben we een heel mooi
uitzicht. Miklós en ik proberen met stenen de rotsen een paar honderd meter
onder ons te raken. We raken geen een keer, maar komen in de buurt. De volgende
stop is bij de “Silver Springs.” Net als op St. Lucia borrelt er hier van alles,
alleen is het hier veel kleiner en koud. Wel stinkt het net zo erg. Om er te
komen moesten we opnieuw een paadje over en vervolgens over een paar takken
klauteren om over een slootje te komen. Iedereen kwam droog aan de overkant,
maar de fototoestellen werden in de aanslag gehouden. We reden even later vrij
hoog over een bergrug. Er was iets in aanbouw en we gingen even informeren wat
het ging worden. De man zei dat hij hier een restaurant ging maken op deze mooie
locatie. Gelijk liet hij ons binnen en vertelde over zijn plannen. Zo te horen
wordt het heel mooi. We bedanken hem voor de rondleiding en stoppen nog een paar
keer op de weg terug naar de baai. Bij één stop kijken we prachtig uit over de
baai. Alleen Michiel en ik stappen uit. Na wat zoeken vinden we de drie boten in
de baai. Ze liggen nog waar we ze achtergelaten hadden, dus dat is een zorg
minder. Vrij laat komen we terug in de baai, maar dat vinden we niet erg. Snel
pakken we een biertje bij “Big Papa’s” voordat we gaan eten. Nico brengt Michiel,
Wilma en ik naar de boot. Ik duik achter m’n PSP en Michiel en Wilma beginnen
met koken. Miklós bakt later nog de hamburgers, zoals beloofd. Met z’n allen
eten we op de Oceans4 en dat is natuurlijk erg gezellig. Een leuke en lange
discussie ontstaat tussen Michiel en Peter terwijl we aan het eten zijn. Michiel
had per ongeluk kaas door de groentemix gedaan en Peter verhuisd eerder naar de
Noordpool dan dat hij kaas eet. Vervolgens bleef Michiel zich verontschuldigen
en Peter bleef maar volhouden dat het echt niet erg was en dat het voor de rest
prima was. Dit hielden ze zo tien minuten vol. Na het eten wordt er door Michiel
en Nico afgewassen, wat ik erg fijn vond aangezien ik ook al tafelgedekt had
voor 7 man. Al snel dook ik m’n bed in wat ik was vrij moe na deze lange dag. Ik
was niet de enige en dus werd de boot al snel een stuk rustiger. Ciao!
vrijdag 17
maar 2006
Iets eerder dan verwacht komt Peter van de “Kerewin” binnenvaren. Zo’n beetje
midden in de nacht hoor ik ineens Wilma schreeuwen en ga ook even kijken. Peter
was bezig zijn anker uit te gooien en dat heeft Wilma gehoord. Michiel had
gister bij ons aan boord al geregeld dat we een tour over de “Indian River”
gingen maken, daarom meldde Wilma Peter dat hij om ongeveer acht uur opgehaald
zou worden van z’n boot. Dat was geen probleem en in de ochtend zaten we dan al
snel in de “Provedence” met gids Martin. Tot de brug mocht hij op de motor doen,
maar de rest moest roeiend. De rivier liep dwars door de rimboe. Martin legde
van alles uit en liet van alles zien. Zo zagen we veel kolibries, krabben en ook
een soort leguaan. De tocht leverde prachtige foto’s op. Op de terugweg moesten
we nog even betalen voor de toegang, dat kon namelijk ook achteraf. Daarna maar
weer terug naar de boot. Het was nog geen 10:00 dus we hadden nog alle tijd.
Michiel, Jan en Peter waren al op de kant en Mikós en ik volgden even later. Op
straat kwamen we ze tegen en dronken in een kroeg een biertje. Er moest nog even
geïnternet worden. Alleen Peter ging alvast terug naar z’n boot. Mikós en ik
waren eerder klaar dan Michiel en er moest bier gehaald worden. Samen met Jan
gingen we naar de supermarkt waar het net werd geleverd. Eerst vervoerden we het
op een klein steekkarretje van Michiel. Maar nadat het één keer omviel en het
een flesje kostte, besloten we het maar te dragen. Met z’n drieën voeren we
eerst langs Peter om een krat voor de barbecue voor vanavond af te leveren. Jan
zette we af op de “Pas De Deux.” Mikós en ik gingen even snel naar de boot,
waarna we bij Peter aan boord wat gingen drinken. Ondertussen hielpen we hem met
z’n watermaker die het na twee keer uit elkaar halen deed. Even later riepen
Nico en Wilma vanaf de kant. Ik bracht ze snel naar de boot en ging weer naar de
“Kerewin.” Vervolgens werd er wat heen en weer gevaren om de barbecue te
organiseren. Eindelijk was het zover, toen we laat met de drie boten aan de
barbecue zaten op de “Kerewin.” Het was gezellig en leuk. Het vlees was iets
minder, maar dat maakte niet veel uit. Tegen twaalven bleven alleen Wilma, Mikós
en Peter achter, want de rest wilde gaan slapen. Morgenvroeg gaan we namelijk
met Martin een tocht over het eiland maken. Ciao!
donderdag 16
maart 2006
Om negen uur gingen Nico en Wilma ontbijten. Maar toen Wilma zei dat ik nog even
verder mocht slapen, was de keus snel gemaakt. Tegen het middaguur werd ik weer
wakker. Even later voeren we weg uit “Roseau.” De tocht werd op de motor
volbracht. De golven waren niet sterk aanwezig en dus werd het een rustig
tochtje. Vijftien mijl later kwamen we aan in de “Prince Rupert Bay.” Al vlak
daarna kwam Michiel er ook bij. Samen met zijn opstapper Jan, kwam hij snel aan
boord om wat te drinken. Michiel laat ons weten dat Peter van de “Kerewin” pas
morgenmiddag aan zal komen, dus daar moeten we nog even op wachten. Miklós en ik
zijn ook nog de kant op geweest. Het dorpje bestaat uit één lange straat met
huizen erlangs. Een paar keer kregen we weer Caribische sigaretten aangeboden,
zoals altijd. ’s Avonds gingen we met z’n zessen uit eten in “Big Papa’s.” Het
eten smaakte prima. Op de boot gebeurde er daarna niet veel. Iedereen ging
gewoon lekker slapen. Ciao!
woensdag 15
maart 2006
Rond lunchtijd gingen Miklós en ik de kant op om te poolen. Daar aangekomen
bleek het helaas dicht te zijn, maar het café op de benedenverdieping kon ons
vertellen dat het om 15:00 open ging. Dan maar even wat lekkers halen in de
supermarkt en ergens rustig zitten. Verder is er niet veel dus dan maar weer
terug naar de boot. Miklós bracht Nico en Wilma weg en dus hadden we de boot
voor ons tweeën. Om een uur of half vier gingen we dan toch weer naar de kant.
Bij de poolbar “Top Shottaz” aangekomen, bleek hij alsnog dicht te zijn. We
gingen even verhaal halen, maar er was nu een andere barman, die ons niet kon
vertellen hoe laat het open zou gaan. Dan maar weer even wat zitten en rondlopen.
Ineens zien we iemand van de bar aankomen en die maakt dan toch de bar open.
Eindelijk kunnen we weer een paar potjes poolen. Tussendoor moeten we ons nog
even melden op de aanlegsteiger, om met Nico en Wilma wat af te spreken. Om half
acht moeten we dan toch terug zijn op de boot. Daar heeft Wilma heerlijk gekookt
en het gaat er dan ook snel in. De afwas is maar heel klein en dus zo weggewerkt.
Opnieuw varen we naar de kant om naar “Top Shottaz” te gaan. Nu poolen we daar
er nog harder op los, zonder de tijd in de gaten te houden. We hadden ook geen
tijd mee, dus maakte dat niet heel veel uit. Aan het eind speelde ik iedereen
weg die me uitdaagde en Miklós speelde tegen een hele goede local op de andere.
Uiteindelijk hadden we wel genoeg en namen afscheid van onze barvrienden. Terug
bij het hotel, was het hek dicht, die toegang biedt tot de dinghysteiger. Een
nachtwaker had geen sleutel en kon ons eigenlijk niet binnen laten. Ik vroeg of
we eromheen konden klimmen. Er was een metalen hekwerk waar je je prima aan vast
kon houden. De nachtwaker zei dat hij er wel eens af kon vallen, als je eraan
ging hangen, dus dat was ook geen optie. Ineens zagen we dat hij iemand opriep
en al gauw vertelde hij ons dat we via de hoofdingang binnengelaten konden
worden. Daar werden we inderdaad door een andere nachtwaker binnengelaten. Hij
begeleidde ons door het hele hotel. In de lift vroeg ik mijn horloge aan Miklós
terug, die ik niet draag tijdens het poolen. Deze gaf 03:17 aan. Het was zo’n
vier uur later dan we dachten. Met veel dank aan de nachtwaker stapten we in
onze dinghy en voeren zo stil mogelijk naar de boot. Het lukte om vrij stil aan
boord te komen, maar bij de eerste stap binnen hoorden we ‘hallo nachtbrakers!’
Nico en Wilma lagen al in bed, maar waren nog wel wakker. Gelukkig hadden die
wat gedronken en waren daardoor in een goede bui, dat scheelde een uitbrander.
Snel doken we ons bed in, half vier is toch echt wel bedtijd. Ciao!
dinsdag 14
maart 2006
Het werd toch iets later dan 06:00, maar nog steeds voeren we vroeg genoeg de
baai uit. De tocht begon goed met een lekker windje. Ik was nogal moe en besloot
al snel even bij te gaan slapen. Ik werd een paar keer wakker, waarbij ik merkte
dat het er wilder aan toe ging. Wilma maakte me een paar mijl voor de kust van
Dominica wakker. Het was veel vroeger dan ik had verwacht, maar we hebben dan
ook snel gevaren. Toen ik eenmaal buiten zat woei het flink. Ruim 25 knopen,
uitschietend naar 30. Onder de kust hadden we gelukkig geen last van golven, dus
dat scheelde. Één enorme windvlaag kwam op 41 knopen uit, maar daar hadden we
geen last van. Vincent van “De Pelikaan” had ons al verteld over twee gratis
moorings, vlakbij het inklaargebeuren. Daar probeerden we dus de mooring op te
pikken. Dit was nog niet zo simpel. De lijn waar de mooring aan vast zit is door
het oog van de boei gehaald en weer in het touw gevlochten. Een meter dieper
splitst het touw zich weer op naar een lus voor het boottouw en de werkelijke
mooringlijn. Zelfs met de pikhaak konden we er nog niet goed bij. Ik trok daarom
m’n zwembroek aan en sprong overboord. Nico gaf me onze lijn aan en ik zwom naar
de mooring. Na even voelen kwam ik er dus achter dat de lus die wij moesten
hebben een meter dieper zat. Ik dook onderwater met onze lijn, trok me aan de
mooringlijn naar beneden en greep de lus. Nu kon ik simpelweg het touw
erdoorheen halen en het terug aan Nico geven. Er stond nog wel een aardige
stroming, dus riep ik Miklós om de zwemtrap uit te gooien. Terug op het droge
lag de boot prima achter z’n mooring. Miklós en ik Nico maakten de dinghy klaar
en daarna gingen Nico en Wilma de kant op om in te klaren. Miklós en ik bleven
aan boord. Ruim anderhalf uur later kwam Nico ons ophalen. We moesten op een
vrij hoge pier klimmen om aan land te kunnen, maar dat verliep prima. Bij een
bar wachtte Wilma op ons, die in gesprek was met een Litouwse, die werkzaam is
op het afgemeerde cruiseschip. Ze bood ons alle vier wat drinken, waarna we even
bij de bar een gesprek met haar voerenden. Miklós en ik wilden toch even wat van
het stadje zien en dus gingen we met wat geld richting de menigte. Na wat
rondlopen vroeg ik naar een supermarkt, die vlakbij was. Met wat lekkers gingen
we even op de stoep zitten. Een man met armbanden kwam nog even langs, maar die
stuurden we snel weg. Eigenlijk wilden we teruggaan naar Nico en Wilma maar ik
zag op een gevel “Poolbar” staan. Dan toch maar even naar binnen om te kijken.
Er stonden twee hele mooie pooltafels, waar je voor 50 EC cent (€0,15) per potje
kon spelen, dus erg goedkoop. Ik begon als eerste met spelen en won vier potjes
op rij, inclusief een tegen Miklós. Miklós moest daarna lang wachten voordat hij
bij de andere tafel aan de beurt was en dat terwijl we al over onze afgesproken
tijd heen zaten. Nico vond ons even later en was niet blij met Miklós’ potje.
Hij liet met daarna zien waar ze zaten te eten. Na Miklós potje liepen we daar
snel heen. Gelukkig waren we er voordat ze wat besteld hadden. Het eten was er
erg goed, net als de bediening. Na het eten poolden Miklós en ik nog wat potjes
in de bar, waarna we terugkeerden naar de boot. Daar begon ik aan mijn verslag.
Nu nog even buiten wat te drinken nemen en dan slapen. Ciao!
maandag 13
maart 2006
Na wat water te hebben getankt, verlieten we “Le Marin.” De tocht was te
bezeilen en verliep vrij snel. Ik ging binnen even PSPen. Een paar mijl voor
“Grand d’Arlet” ging ik buiten zitten en hielp even later met het zeil naar
beneden te halen. Het anker pakte vrij snel en dus konden we al gauw de kant
verkennen. Met z’n vieren voeren we naar de kade. Daar aangekomen bleek dat we
een achteranker nodig hadden. Miklós voer daarom terug om hem te halen. Het
risico was namelijk dat de dinghy onder de steiger zou drijven en dat kan wel
eens je dinghy kosten.
Ook
Miklós stond even later op de kant. Langs het strand waren een paar
restaurantjes, wat huizen en voor de rest eigenlijk niet zo veel. Het zag er wel
heel leuk uit. Op een terras op het strand dronken we wat. Vanavond willen we
voor het gemak uit eten en dat moet hier wel lukken. Eerst maar eens een tentje
uitzoeken. Halverwege ziet Miklós dat de dinghy onder de steiger ligt en daarom
lopen we terug om het te corrigeren. Even later ontmoeten we Nico en Wilma weer,
die alvast een nieuw stuk verkend hadden. Om half zeven hadden we alles wel
gezien en wilden we eigenlijk eten. Voor Franse begrippen is dit nogal vroeg,
dus dan eerst maar weer wat drinken. Bij hetzelfde restaurant konden we even
later op het terras aanschuiven. Een voorafje van gefrituurde visballetjes en
salade smaakte heerlijk. Ik nam een rijkelijk belegde pizza, maar ik kreeg hem
niet helemaal op. De banaan flambé toe, was niet zo lekker zoals ik hem al
eerder heb gehad. Morgen willen we al om 06:00 varen, om de 50 mijl naar
Dominica overdag te halen. Om die reden gingen we dan ook vroeg terug naar de
boot. Miklós en ik keken eerst nog even de film “Sniper 3,” welke goed was voor
een spannende actiefilm. Nu nog even snel wat drinken en dan slapen. Morgen dus
een flinke tocht voor de boeg. Ciao!
zondag 12
maart 2006
Ik had gevraagd of we konden uitslapen, maar voor negen uur zaten we alweer aan
het ontbijt. De reden waarom was gelukkig wel goed. Het plan was om met een
huurauto het eiland te verkennen. Na de koffie stonden we dan al snel bij een
autoverhuurbedrijf. De auto was al snel geregeld, maar het pinapparaat deed het
niet. Na wat zoeken kon Nico pinnen en hadden we de auto. Het was een Renault,
maar de naam is me even ontschoten. Wilma had al een plaatsje uitgekozen waar we
heen zouden gaan. Via kleine snelwegen belandden we na lang rijden op de plek
van bestemming. Daar was een botanische tuin. Deze sloegen we toch maar over,
aangezien we die op St. Lucia al hadden gezien en dit vast niet veel
bijzonderder zal zijn. Met een fles water voor in de auto reden we verder. Het
was al tegen lunchtijd en we hadden aardig honger. Langs de weg vonden we een
restaurant. Het was een druk, gezellig restaurant, met een aardig uitzicht. Voor
wat euro’s hadden we alle vier een drie gangenmenu en het smaakte fantastisch.
Na daar nog even rustig gezeten te hebben gingen we verder. Een paar keer kwamen
we langs prachtige “viewpoints,” waar de enorme branding op de kust knalde. Ook
bij een paar strandjes van mogelijke baaien stopten we. Het was zondag en dus
was iedereen vrij en op het strand. In tegenstelling tot alle andere eilanden
zonnen hier wel veel mensen, wat we nogal raar vonden met die felle zon. Na een
strandje of drie kwamen we bij een oud complex uit. Deze ruïne was geloof ik van
de Engelsen. Veel konden we er niet van opsteken, maar het was wel aardig om te
zien. De expositie vertelde over hoe de Engelsen de slaven behandelden, maar
over die lieve Fransen geen woord. Wij vonden dit wel erg raar, aangezien zij
zeker niet onschuldig zijn. Het is immers niet zomaar een Frans eiland geworden.
Op de terugweg via de andere kant van het eiland dronken we wat aan de kust. Het
was nu al weer het einde van de middag, dus stapten we snel weer in de auto voor
het donker zou worden. Onderweg zagen we nog een auto die van een steile helling
naar beneden was gekletterd. Veel mensen stonden te kijken, maar er ging niemand
naartoe, waarschijnlijk was dat te gevaarlijk. Een minuut later zagen we politie,
ambulance en brandweer voorbij racen, dus dat liep hopelijk nog goed af. Terug
in “Le Marin” gingen Miklós en ik in “Mango Bay” weer even computeren en PSPen.
Later dan normaal begonnen we aan het eten op de boot. Een tomatensoepje, quiche
en pizza vormden een prima avondmaal. Na de afwas gingen Miklós en ik de kant op
voor een ijsje en wat drinken. Bij “Mango Bay” verkochten ze ons favoriete ijsje
(Magnum Dubbel Caramel), maar voor €2,80 per stuk wisten we de verleiding te
weerstaan. Nog nooit hebben we meegemaakt dat een Magnum zó duur was. In
Portugal betaalden we ongeveer €1,30 voor zo’n ijsje, wat we al genoeg vonden.
Het was zondag en al half tien, dus was er weinig open. Bij een klein tentje
vroegen ze twee euro voor een Magnum. Dit vonden we nog steeds veel te veel,
maar we wisten dat het blijkbaar niet goedkoper te krijgen valt, zeker niet nu.
Met het ijsje belandden we weer in “Mango Bay.” Nadat het drinken op was keerden
we terug naar de boot, waar ik aan m’n verslag begon. Zometeen maar weer lekker
slapen, morgen gaan we namelijk vroeg op om naar een andere baai te verhuizen.
Aanstaande donderdag zullen we de “Pas De Deux” en de “Kerewin” weer ontmoeten
op Dominica. Dit wordt het eerste weerzien sinds we een week met ze op de Kaap
Verde hebben doorgebracht. We verheugen ons er erg op. Ciao!
zaterdag 11
maart 2006
Helaas was vandaag niet bepaald een spannende dag. In de ochtend speelde ik wat
PSP. Tegen lunchtijd maakte ik wat brood en luisterde muziek. De andere drie
gingen even later naar de kant.. Ik bleef op de boot. Pas in de middag kwamen
Nico en Wilma terug. Ik pakte mijn PSP en de oplader en voer naar Miklós toe die
in “Mango Bay” zat. Daar kon mijn PSP in de lader, zodat het geen batterij
kostte. Na drie kwartier werden de rollen omgewisseld en kon ik even mail kijken.
Om zes uur moesten we terug naar de boot voor het eten. Nico had
ragoutpasteitjes gemaakt, samen met wat quiche was dat genoeg voor een avondmaal.
De afwas lieten we staan tot morgen. Nico en Wilma wilden ook niet voor deze éne
keer afwassen. Op de kant was het erg druk in beide bars. Eerst maar even wat
lopen voordat we alweer gaan zitten. Volgens Nico was er ergens anders nog meer
en dat vonden we. Het was nog niet interessant genoeg om naar binnen te gaan en
dus belandden we in “Mango Bay.” Een band speelde veel te harde muziek, waardoor
het onmogelijk was om een gesprek te voeren. Na het eerste drankje vonden we het
wel genoeg en besloten we naar de boot te gaan. Het was nog aardig vroeg, dus
eerst maar even wat lezen. Ik wisselde Mikós vervolgens af op de laptop om het
verslag te schrijven. Nu wacht hij in de kuip om wat te gaan drinken, dus ik ga
hem maar snel vergezellen. Ciao!
vrijdag 10
maart 2006
In een lekker zonnetje zaten we aan het ontbijt. In de ochtend gebeurde er niet
veel. Nico en Wilma gingen op een gegeven moment naar de kant, dus hadden Mikós
en ik de boot voor ons alleen. Ik las wat, speelde een beetje PSP en luisterde
muziek. Een flinke hoosbui kwam over de baai heen. Zo een hebben we er in tijden
niet meer gehad. Gelukkig woei het snel over. Nico en Wilma kwamen in de middag
terug, dus nu was het tijd voor ons om naar de kant te gaan. De laptop, de PSP,
de I-Pod, de adapters en wat euro’s gingen mee. In de bar “Mango Bay” legden we
alles uit en werd alles aan snoertjes gelegd, die verbonden waren met de
stopcontacten. Ik internette, Miklós speelde PSP en later werd dat omgewisseld.
Alles stond dus op stroom en zo hadden we lekker de tijd. Tijdens het
schermstaren kwam er nog even een flinke hoosbui over. Samen met heel wat wind
zorgde dat ervoor, dat er allemaal kleine druppeltjes op de computers waaiden.
Massaal werden er computers van hun ondergang gered en geprobeerd alles droog te
houden. De stopcontacten waren wel goed beschermd, dus de stekkers konden
blijven zitten. Iets later dan de afgesproken tijd waren we weer aan boord. Aan
boord begon ik aan mijn verslag van gister. Buiten zat de rest alvast aan de
borrel, waarbij ik aanschoof toen het verslag af was. Het eten werd daarna snel
klaargemaakt. Wokkels met kaassaus was het resultaat, met daarbij kip en
courgette. Natuurlijk mochten Miklós en ik zich weer met de afwas bezighouden.
Nico klaagde over de harde muziek, maar als wij afwassen, draaien wij de muziek.
Voor die paar minuten moest ie dan maar even z’n oren dichthouden. Terwijl “Phil
Collins’ Bigband” door de boot knalde werd alles keurig schoongemaakt en
opgeruimd. Voordat we aan het avondritueel konden beginnen, moesten we opnieuw
een hoosbui afwachten. Tja als ik bui was, zou ik mezelf ook over dit on-caribische
eiland uitstorten. De sfeer van de Caribean is hier gewoon weg. Net zo versteend
als een stokbrood na twee dagen. Verder zal ik me inhouden over dit door zee
omringde stukje Frankrijk. Zelfs hoosbuien komen op een gegeven moment zonder
water te zitten en dus konden we droog aan de kant komen. Bij “Mango Bay” en het
restaurantje van gister was het erg druk. Dan eerst maar even kijken of er
ergens anders wat open is. Natuurlijk is al het andere al dicht, maar een beetje
wandelen houd je bezig. Om ons humeur goed te houden meden we “Mango Bay” en
gingen we naar het restaurantje van gister. De vrouw daar is wel vrolijk en
behulpzaam, in tegenstelling tot dat chagrijnig stuk verdriet achter die andere
veel te dure bar. Op tijd gingen we terug naar de boot, waar ik het verslag van
vandaag maakte. Nu is het wel weer laat genoeg. Ciao!
donderdag 9
maart 2006
Al vroeg stonden we op. De Oceans4 werd van z’n anker afgehaald, voor de tocht
naar Martinique. Voordat we naar de tanksteiger varen, moeten we even langs “De
Pelikaan.” Er wordt even snel afscheid genomen en beloofd contact te houden.
Nadat we de Oceans4 weer water hebben gegeven varen we uit. Het is goed zeilweer
en daar profiteren we dan ook van. Met een lekkere snelheid koersen we op het
Franse eiland af. Ik ga buiten even wat bijslapen. Een paar mijl voor “Le Marin”
wordt ik wakker. Vervolgens zoeken we met z’n vieren wat boeien en varen
gemakkelijk naar binnen. Er liggen ongelooflijk veel boten, zeker wel een paar
honderd. Tussen wat boten vinden we een mooi plekje en gooien het anker uit.
Mikós en ik willen meteen de kant op, even kijken wat er is. Al snel ontdekken
we restaurant ”Mango Bay,” waar “De Pelikaan” ons over vertelde. Je kan er bij
het bestellen van wat drinken, gratis internetten. Het is er vreselijk duur,
maar vanwege het internet is het er toch vrij druk. Als we verder langs de weg
lopen komen we bij supermarkt “ED” uit. Wat lekkers gaat er wel in, dus halen we
wat te eten en beiden een flesje Cola. De chocola is aangetast, alsof het oud
is. Eerst wilden we het weggooien, maar ik ging kijken of ik het om kon ruilen.
Met de bon en de chocola ging ik naar dezelfde caissière. Meteen kon ik het
product omruilen en het verschil betalen, wat een service. Ik had gelijk even
geïnformeerd over hoe het hier met het Engels gesteld staat. Ze vertelde dat de
mensen hier zowel Engels als Frans spreken. Dat scheelt een heel hoop Frans
gemurmel. Nadat we de lekkere chocola ophebben, lopen we nog even langs de haven
naar de andere kant. Daar is het niet zo mooi en gelijk zien we gasten op ons af
komen die vast wel een “Caribische sigaret” voor ons hebben. Dan maar omkeren en
even wat drinken in “Mango Bay.” Als we de prijzen naar EC omrekenen, betalen we
echt veel te veel. Bijna drie euro voor een biertje en twee euro voor een Cola.
Je merkt wel dat je weer in Frankrijk bent. Zelfs de auto’s rijden hier rechts.
Nico zou ons om zes uur ophalen, maar dat was het nog lang niet. Toch gingen we
alvast op de steiger zitten. Ik zag wat onderwaterplantjes die hun bloem
terugtrekken als je ze aanraakt en om dat even aan Miklós te laten zien raakte
ik ze met een stengeltje aan. Toch hadden we nog te veel tijd over. Een man, die
net voor mij de steiger op liep, hield ik even aan en vroeg ik om een lift. Hij
wilde dat wel, gelukkig. Hij bleek ook nog vlakbij ons te liggen, dus dat kwam
helemaal mooi uit. Bij de boot bedankten we hem voor de lift en hij voer verder.
Op de boot gingen we al snel eten. Na het eten mochten Mikós en ik na veel
gezeur nog wat drinken op de kant. Deze keer hadden we de laptop meegenomen om
te internetten. In “Mango Bay” aangekomen bleek dat ze het modem uit hadden
gezet, zo vertelde Miklós me. Ik ging even naar de bar te vragen waarom dat zo
was. Een heel lang lulverhaal in slecht Engels met Frans erdoorheen, moest ik
aanhoren. Daarna was de vraag of we toch nog wat wilden drinken. Nou nee, het is
al zo duur en het internet moet dat compenseren. Bij een kleiner tentje
betaalden we iets minder, maar ook daar geen internet. Terug op de boot begon ik
aan mijn verslag. Voor het slapen gaan zaten we nog even in de kuip, zoals vaker.
Ciao!
woensdag 8
maart 2006
Ook het laatste ontbijt met opa en oma was weer leuk. Het is een beetje krap met
z’n zessen in de kuip, maar we hebben al acht man gehad. Na het ontbijt werden
eerst wat voorbereidingen getroffen voor het vertrek. Opa en oma hadden de
koffer, waar de spullen voor ons in zaten, meegenomen naar de boot zodat we die
weer konden vullen, met dingen die alvast naar huis kunnen. Ook de elektronische
vliegticket werd via internet vliegklaar gemaakt. Ik ging met opa en oma even
naar het resort om te helpen met sjouwen. Bij de aanlegsteiger wilde ik de
dinghy vastmaken. Maar aangezien Nico het hangslot voor de zoveelste keer niet
in de boot had laten zitten, ging dat niet en moest ik terug. Opa en oma gingen
alvast naar het resort waar ik ze even later trof. De kamer werd leeggehaald, de
koffers werden ingepakt en daarna werd er wat getekend en betaald bij de
receptie. De koffers konden ze bij de receptie achterlaten en dus kwamen we
lekker kofferloos terug op de boot. Op de boot dook ik even achter mijn PSP.
Ineens werd ik geroepen. Ze zeiden dat er een bal in het water lag. Ik voer
erheen met de dinghy, maar het bleek een piepschuimbal te zijn, voor een anker
of zoiets. Ik nam hem mee naar de boot waar ik ze even het verschil tussen de
ene en de andere bal uitlegde. Hij kon wel eens van een Engelse boot zijn die
voor ons lag. Ik ging het daar even vragen, maar ook dat was niet waar. Het
enige positieve aan dit ouderlijke geklungel was dat het een beetje PSP-batterij
bespaarde. Om half vier zouden opa en oma bij het hotel opgehaald worden. Een
busje bracht ze namelijk naar het vliegveld. Om drie uur liepen we daarom met
z’n zessen en een koffer met onze spullen, naar het hotel. Daar ontstond nog
enige onduidelijkheid over het vervoer, maar de chauffeur was er al voordat opa
het telefoongesprek met het taxibedrijf beëindigd had. De koffers werden in het
busje voor het hotel gezet. Bij de ingang zat ook een heel sportteam uit
Engeland te wachten. Ik probeerde erachter te komen welke sport ze beoefenden,
maar dat kon ik niet aan de sportkleding zien. Ik vroeg het aan een van de
spelers en het bleek het nationale cricketelftal van Engeland te zijn. Ze
moesten tegen de West Indies spelen vertelde de speler me. Ik maakte snel een
foto van de groep als bewijs, ook al interesseert cricket me niet bepaald, je
kan er altijd nog een Engelsman mee jaloers maken. Vlak daarna namen we afscheid
van opa en oma. Het was echt een fantastische week met veel leuke dingen,
gezellige avonden en meer. Het is jammer dat het alweer zo snel voorbij is
gegaan, maar er valt nou eenmaal niks aan te doen. De hele terugweg naar de boot
hadden we het over de gezellige week. Op de boot werden wat papieren opgehaald
om uit te klaren, want morgen willen we naar Martinique. Dit moest op tijd
geregeld worden, zodat het morgenochtend niet hoeft. Ook de rubberboot moest
schoongemaakt worden. Die klus was voor Miklós en mij. Het leek veel werk maar
het was zo gebeurd. Ook ontmoetten we “De Pelikaan,” een ander Nederlands schip,
die we nog niet kenden. Ik sprak ze even kort en beloofde tegen de avond wel
even langs te komen. We waren alweer bijna klaar met de rubberboot toen Nico en
Wilma terug kwamen. Voordat we terug gingen naar de boot dronken we wat in “Scuttlebuts.”
Daar volgde ik de wedstrijd Arsenal-Real Madrid, wat erg spannend was ondanks de
0-0 uitslag. Vanavond zouden we gescheiden eten, dat wilden Nico en Wilma graag
en dat vonden wij ook niet erg. Miklós bleef daarom in “Scuttlebuts” wachten
terwijl ik Nico en Wilma naar restaurant “The Edge” bracht. Ook typte ik mijn
verslag van gister. Ondanks dat het wat lang duurde ging ik toch nog even langs
“De Pelikaan” om gegevens te verkrijgen. Het was de bedoeling om even snel
gegevens uit te wisselen, maar uiteindelijk bleef ik toch nog even aan boord. De
crew bestaat uit vader Vincent, moeder Iris, zoontje River (10) en dochter Roxie
(bijna 9). Het was heel erg leuk ze even te spreken, maar ik moest toch al snel
naar Miklós, want anders zou het wel erg lang duren. Bij “Scuttlebuts”
aangekomen stond hij al op de steiger en al snel waren we op de boot om om te
kleden. Ik duwde af, Mikós wilde de motor starten toen River op ons af kwam
scheuren. Hij vroeg of we met ze mee wilden eten of dat we liever toch uit eten
gingen. Na een korte discussie voeren we op topspeed op “De Pelikaan” af. River
maakte met zijn zes pk nog even een triomfantelijk overwinningsrondje om ons
heen, maar hij was dan ook duidelijk de snelste. Aan boord stelde Mikós zich aan
de crew voor. We moesten wel eten wat de pot schaft, maar dat was zeker niet
erg. Iris had een heerlijke maaltijd bereid met gehakt, kaas, prei en
aardappelen. Ik vraag me af of we op de kant beter hadden gegeten. Na het eten
lieten ze de boot zien. De boot oogde oud vanwege het model, maar daar bleek
niets van waar. Hij was juist gloednieuw gebouwd en was dan ook vreselijk mooi.
Van buitenspeakers, tot een DVD-speler, tot een flatscreen tot een hele goede
inrichting, alles verbaasde me. Een generator zorgde voor de stroom en voilà. Ik
ben zeer over de indruk van dit schip. Ook al weegt ie een paar ton, nog steeds
kunnen ze er aardig hard mee zeilen, echt ideaal. Ze gaan een paar jaar langer
weg dan wij, maar dan ook echt de wereldrond. De boot is er naar mijn oordeel
ook zeer geschikt voor. Na de afwas dronken we buiten nog wat, terwijl we over
van alles spraken. Roxie zette halverwege koers naar dromenland en een tijdje
later ging ook River naar bed. Tot half één praatten en discussieerden we erop
los. Tussendoor bracht Miklós, Nico en Wilma naar de boot. Het is jammer dat zij
naar het zuiden gaan en wij Noord. Maar als beide boten weer in de Nederlandse
wateren liggen dan zullen we elkaar wel weer eens opzoeken. Miklós en ik waren
nog niet moe en dus gingen we nog even de kant op. Helaas was de bar van het
resort van opa en oma al dicht, net als de rest, dus konden we weer terug naar
de boot. Het verslag van vandaag wilde ik nog even typen voor ik ging slapen. Nu
dus Roxie en River achterna. Ciao!
dinsdag 7
maart 2006
De laatste volle dag voor opa en oma, wat gaat het toch snel. Om het tot een
leuke dag te maken gaan we rond het eiland. Maar voordat we aan land gaan wordt
er eerst nog uitgebreid koffie gedronken. Er komt een man langs met kettinkjes.
Miklós vind er een, maar die is te kort. Vervolgens heeft de verkoper een hele
tijd lopen pielen om het kettinkje langer te maken. Ondertussen heeft Nico een
busje geregeld en als de ketting klaar is kunnen we meteen weg. Het is een lange
tocht naar de “Botanical Gardens.” De botanische tuin hebben Nico, Wilma en ik
al eerder bezocht, net als de vulkaan, toen we in “Soufriere” lagen. Daar
eenmaal aangekomen waren we aardig gaar. De chauffeur ging mee de tuin in, zodat
hij niet hoefde te wachten. Zelfs voor de tweede keer was het nog erg leuk en
mooi om te zien. Opa filmde erop los, terwijl oma wat foto’s voor thuis maakte.
Het lange pad dat ik met Nico en Wilma wel heb gelopen moesten we overslaan,
aangezien het al wat laat was. Voor we doorgingen naar de vulkaan maakten we een
tussenstop bij de ijssalon aan de kade. Daar kwamen we onze “dinghywatcher
Pascal” nog tegen. Hij had een heel verhaal over dat hij onschuldig was, over
het feit dat onze peddel gejat was. Nico vond het wel best, want ook al was hij
nog zo onschuldig, de peddel krijgen we er niet mee terug. Snel werden er wat
ijsjes gehaald en die in de schaduw opgegeten. Ik wilde even snel buurten bij de
“Pirates Cove,” maar helaas moesten we al snel door. Bij de ingang van de
vulkaan stapte een gids in. We reden tot aan het begin van het wandelpad en
stapten uit. Ik liep naar het warme beekje om even het heerlijk warme water te
voelen. Al snel keken we neer op de het gedeelte waar het stoom uit de
borrelende modder kwam. De stank was niet echt prettig, maar het uizicht wel
bijzonder. Terug aan het begin van het pad, kwam de taxi voorrijden. Bij de
uitgang stapte de gids weer uit en reden we de hele weg terug naar “Rodney Bay.”
Net als op de heenweg kocht de chauffeur even wat groente in langs de weg,
aangezien dat veel goedkoper is dan in de dorpjes. Ook wij kochten wat fruit in.
De weg liep immers door een bananenplantage heen, dus was dat erg simpel. Nico
kwam na een paar minuten terug met een ongelooflijk grote kam bananen voor maar
20 EC. Ik weet niet hoeveel bananenshakes hij wil maken de komende tijd, maar er
is voorraad genoeg. ‘Hij heeft het zelfs in tweeën geknipt,’ zei Nico. Met de
kam bananen reden we verder. Een laatste tussenstop was bij “Computerworld” voor
Nico, maar die was dicht. Terug op de haven betaalden we de chauffeur en doken
“Scuttlebuts” in. ’s Avonds gingen we uit eten. In restaurant “Patrick’s” vonden
we een tafeltje voor negen. Het eten was heerlijk en met de steelband erbij was
het helemaal feest. In hun pauze kon ik het niet laten om ook even op een
steeldrum te spelen. Het klonk nog redelijk, ook al zeg ik het zelf, maar zoals
zij het doen, daar moet nog wat oefening aan vooraf. Na het eten dronken we nog
wat in het resort. Het was erg gezellig en zeer geslaagd voor een laatste avond.
Miklós en ik dronken later op de avond nog even wat in het resort. Daar kreeg ik
aan de stok met de barkeeper. Ik had een biertje en een Cola Light besteld, maar
hij had Seven-up door het beer gedaan (Shandy). Terug bij de bar bleef hij maar
beweren dat ik een “Shandy-beer” had besteld, maar uiteindelijk kwam ik als
winnaar uit de strijd met een gratis biertje. Op de boot dook ik meteen mijn bed
in, het was namelijk al laat. Ciao!
maandag 6
maart 2006
Het ontbijt met z’n zessen was weer gezellig. Erna speelde ik wat op mijn PSP
totdat we een plan voor de dag hadden. Nico bracht ons in de middag naar de kant.
Eerst wilden we even internetten. De zwemspullen hadden we al meegenomen, dus
konden we daarna direct door naar het resort van opa en oma om te zwemmen.
Meestal staat er een flinke branding bij het strand van het resort, maar helaas
vandaag niet. Dan maar weer het zwembad in duiken, wat ook niet erg was. De rest
was bij de Marina, opa en Nico waren bezig aan de rubberboot en Wilma en oma
scharrelden daar wat rond. Miklós en ik probeerden een busje op te pakken langs
de weg, om naar de marina te komen. Op het eerste stuk kwam er helemaal geen
busje langs en gingen we even naar een taxi informeren. Na drie of vier
taxichauffeurs gesproken te hebben, moest het 15 tot 20 (5 tot 7 euro) EC kosten.
Dat vonden we echt belachelijk voor een tochtje van nog geen vijf minuten. Op
een wat drukkere weg vonden we wel een minibusje en uiteindelijk betaalden we
2,50 EC voor z’n tweeën. Op de Marina vonden we opa en Nico nog steeds met de
rubberboot bezig. Ze zeiden dat oma en Wilma in “The Breadbasket” zaten. Daar
ontmoetten we ze. Helaas waren ze net klaar met eten en hadden ze de rekening al
in handen. Dan maar kijken of we bij “Scuttlebuts” wat kunnen krijgen. Na even
op de kaart gekeken te hebben, bleek alles vreselijk duur te zijn. Meer dan tien
euro voor een cheeseburger of een sandwitch en dat vonden we toch echt absurd.
Wilma bestelde toch een kleine salade voor opa en Nico, want die waren
uitgehongerd. Miklós en ik gingen toch maar terug naar “The Breadbasket.” Daar
bestelden we voor een paar euro een cheeseburger. Voordat de ober wegliep zei
hij nog dat we even bij de tafel schuin voor ons moesten gaan kijken. Dat deden
we. Er was een Amerikaanse man bezig met allerlei goocheltrucs. Hij legde twee
muntjes onder een wijnglas, dat rechtop stond. Hij zei dat hij er één in het
drinkgedeelte kon laten vliegen. Niet via de bovenkant, want daar legde hij een
speelkaart op. In een ogenblik lag er één munt in het glas en nog één onder het
glas. Even later kwam hij bij ons aan tafel om wat te laten zien. Hij vertelde
een verhaal en daar zaten getallen in. De getallen die hij noemde haalde hij zo
uit z’n kaartenstapel vandaan. Het was onvoorstelbaar. Er was ook een truc met
de vier asen. ‘De schoppenaas wil altijd bovenop liggen. Ook al leg je hem
onderop (de bovenste was de schoppen aas), in het midden (weer de schoppen aas)
of je schud een paar keer (weer een schoppen aas). Maar voor dit trucje heb je
wel vier koningen nodig en voilà daar had hij vier koningen in z’n hand. Ook
hangt er nu een speelkaart met mijn naam erop aan het plafond van “The
Breadbasket.” Hij liet mij m’n naam op een speelkaart schrijven, deed hem in het
midden van de stapel. Er ging een elastiekje om het pakje kaarten, hij gooit het
stapeltje tegen het plafond en voilà daar hing de kaart met mijn naam erop, aan
het plafond van “The Breadbasket.” Erover nadenken had geen zin, we genoten maar
van de heerlijke cheeseburger. Terug in “Scuttlebuts” waren Bruce en Star ook
erbij komen zitten en zo dronken we even wat. Even later keerden we terug naar
de boot om ons klaar te maken om uit eten te gaan. Miklós en ik wilden nog wel
even tennissen dus op de kant gingen wij tennissen, terwijl de rest naar
beachbar “Spinnakers” ging. Het speelde best goed op de betonnen baan, totdat de
lichten uitvielen. De tennisleraar die naast ons bezig was had zelfs muntjes
nodig om het licht weer aan te doen, dus moesten we stoppen aangezien hij die
niet meer kon krijgen. Met een gelijkspel van 1-1 in sets moesten we van de baan
af. Wel leverde de tennisles ons heel wat winst qua nieuwe tennisballen op.
Tevreden liepen we naar “Spinnakers” waar we dus de rest troffen. Na twee
drankjes wilden we afrekenen, aangezien we ergens anderes pizza zouden gaan eten.
De rekening duurde afschuwelijk lang, maar toen we opstonden was hij er ineens
in no-time. Bij “Pizza! Pizza!” gingen we eten. Er werden wat grote pizza’s op
tafel gezet waar iedereen zijn deel van nam. Het smaakte prima. Mikós en ik
deelden later nog een pizza, omdat wij allebei nog honger hadden. Terwijl we het
opaten keken we met Johnie en Bruce het Amerikaanse tv-programma “Cheaters.” In
deze show ging een vrouw van een getrouwd stel vreemd. Het programma stuurt wat
onderzoekers op de vrouw af en met bewijs van videobeelden wordt later een
confrontatie aangegaan tussen de getrouwde man en de man die met zijn vrouw ging.
Met een paar klerenkasten om het in de hand te houden wordt er een aardig
woordje gewisseld tussen de heren. Dit was de eerste keer dat we, afgezien van
de Superbowl, echte Amerikaanse tv keken. Bij Elena’s vonden we een toetje. Nu
ging iedereen naar z’n boot en opa en oma naar hun resort. Mikós en ik dronken
nog wat in “Scuttlebuts” en daarna vonden we ons bed. Ciao!
zondag 5
maart 2006
Gister in “Scuttlebuts” spraken Mikós en ik een Amerikaan en zijn vrouw die we
al eerder ontmoet hadden. We bespraken de plannen en beiden wilden we wel een
dagje erop uit. Ik zei dat het met onze boot wat lang was naar Anse Cochon. Hij
stelde daarop voor om ons met z’n zessen aan boord te nemen en met zijn 41 voet
lange Catamaran erheen te gaan. Natuurlijk is dat een stuk sneller. Daarom ging
ik in de ochtend naar de boot op zoek, samen met Nico. Ik wist dat de boot nog
geen naam had, dat hij van twee Amerikanen was en dat hij 41 voet lang was. Op
de A-steiger vond ik ze niet, dus ging ik met die informatie naar het
havenkantoor. Ik vertelde wat ik wist en dat ik ernaar op zoek was. De vrouw zei
lacherig dat er wel meer Catamarans hier liggen, maar ik zei ‘maar niet van 41
voet,’ waarop een man met meer herseninhoud het overnam. Hij liet een lijst zien,
maar daarop stonden alleen wat namen en hun steiger, maar geen lengte. In de
geschreven dossiers konden ze niet kijken, dus dat schoot ook niet op. Nico was
ondertussen naar de bakker gegaan en we troffen elkaar beneden. Ik stelde voor
om even bij de B-steiger te gaan kijken, omdat daar zeker twee Cats moesten
liggen. Ook daar vonden we ze niet. Op de C-steiger lag een 41-voet Cat met vier
man aan boord. Nico gaf de moed op en ging alvast naar de dinghy.
Ik
liep er nog even heen en toch waren het Bruce en Star, met hun vriend Johnie en
een havenventje die aan boord waren. Ik sprak Bruce even, waarna ik terugliep
naar de dinghy. Toen ik zei dat ik de boot gevonden had wilde Nico ze toch even
spreken, dus liepen we terug. We spraken om 11:00 af. Op de terugweg zette ik
Nico af op de boot en ging opa en oma ophalen. Het ontbijt ging er snel in en na
wat koffie zetten we koers naar de boot. Er moest nog wat geklust worden, maar
dat was met z’n allen snel gedaan. We voeren uit en onder een heerlijk zonnetje,
stuurde ik een aardig stuk van de tocht. Pas eind van de middag kwamen we daar
aan. Wat erg leuk was aan de tocht, was dat we een walvis zagen. Het was de
eerste van de reis, dus extra spannend. Hij was wat verweg en nadat hij weer
onderging zagen we hem niet meer terug, maar het was leuk. Na wat overleggen
besloten we hem aan een mooring te leggen. De onderkant van het schip moest
gedaan worden, aangezien hij twee maanden stil heeft gelegen. Bruce schakelde
nog een boatboy in, die met schraper en snorkelspullen, voor wat EC, kwam helpen.
Na anderhalf uur was de klus eindelijk geklaard. De laag was dan ook behoorlijk
dik, maar met drie man (Bruce, Johnie en de boatboy) ging het vrij snel. Nog
later in de middag voeren we nog even naar het mooie rif, maar daar bleven we
niet lang. Op de weg terug begon het al te schemeren en voordat we “Rodney Bay”
bereikten was het al donker. Om het nog even spannend te maken, wilde een motor
niet uit. Hij had een wat hoog toerental en dus wilde we even kijken of er wat
in de schroef zat. Bruce ging even bij de motor kijken, maar het bleek een
waterpomp te zijn die doorliep. Toch moest Johny nog even even bij de schroef
kijken. Er zat niks in en dus konden we al snel verder. In “Rodney Bay” gingen
we bij “Pigeon Island,” waar we eergisteren met opa en oma waren, voor anker.
Bruce en Star hadden dit nog nooit gedaan, het was immers hun eerste tocht met
de boot. Met onze instructies lukte het prima en al snel hield het anker. In
twee keer stond iedereen op de kant. Na wat wachten hadden we een tafel voor
negen. Eerst dronken we wat, waarop een diner volgde. Ik bestelde een heerlijk
gevulde sandwitch, wat goed smaakte. Johnie zat naast me en we hadden behoorlijk
wat lol. Hier kon je één drankje bestellen en er twee krijgen. Dit gold voor een
paar alcoholische dranken en dus werd iedereen erg vrolijk. Johnie zei: ‘Just be
quite and watch the show’ Eerst vroeg ik me af wat hij bedoelde, maar nadat de
één na de ander onzin begon uit te kramen was het erg vermakelijk en begreep ik
het precies. Na het toetje werd er afgereken en ik ging met Johnie en Mikós
alvast op de steiger staan wachten. We hadden een leuk gesprek, totdat de rest
kwam en we terug aan boord moesten. De boot moest terug de haven in, wat ook wel
het makkelijkste was voor iedereen. Succesvol werd de Cat aan de steiger
gebonden en al snel namen we afscheid. Met een hoop plezier op zak liepen we met
de spullen naar de dinghy. Nico en Wilma brachten opa en oma weg, terwijl Miklós
en ik op de boot bleven. Snel begon ik alvast aan m’n verslag van gister, maar
bij de tweede regel kwamen ze al terug. Tot onze verbazing gingen Nico en Wilma
met ons mee wat drinken. Tot onze teleurstelling was “Scuttlebuts” al aan het
sluiten en konden we terug. Op de boot kon ik mijn verslag afmaken en nu maar
weer lekker slapen en deze dag nog eens overdromen. Ciao!
zaterdag 4
maart 2006
Opa en oma vergezelden ons weer met het ontbijt. Nadat alles opgeruimd was
gingen ze met Nico en Wilma naar Castries. Miklós en ik bleven op de boot achter
aangezien we daar al geweest waren. Ik bracht ze naar de kant en daarna dook ik
achter m’n PSP. Miklós kroop achter de computer en zo hielden we het wel even
vol. In de middag gingen we met z’n tweeën naar het resort van opa en oma om
daar te zwemmen. Het water was lekker zonwarm, maar het was wel een chloorbad.
Toen het begon te regenen klommen we er uit. Met natte zwembroeken belanden we
al snel weer in de dinghy en zo ook terug op de boot. Ik voer even door naar
“Scuttlebuts” aangezien we niks af hadden gesproken, over op welke tijd ik ze
weer moest ophalen. Daar aangekomen kwam Wilma me al tegemoet lopen. Ik dronk
wat met ze waarna we met z’n vijfen naar de boot terugkeerden. Op de boot namen
we eerst wat te drinken en wat te eten. Na een uur of twee werd er aan het eten
begonnen. Dit keer iets wat we deze reis niet vaak meer zullen eten,
pannenkoeken van opa. Wilma hielp nog met het beslag, waarna opa zeker
anderhalfuur in de keuken heeft staan bakken. Het was heet en het duurde lang,
maar opa gaf geen krimp. Met wat eten, drinken en muziek erbij was hij dik
tevreden en bakte er stevig op los. Een stuk later dan normaal konden we aan
tafel. Het wachten was dus wat lang, maar het resultaat mocht er zijn. De
pannenkoeken waren heerlijk. Het waren zeker de beste van deze reis, maar we
hadden niet anders verwacht. Opa vond dat er geen één over mocht blijven, maar
daar hoefde hij zich absoluut geen zorgen over te maken. Na het eten gaan Mikós
en ik naar “Scuttlebuts” om wat te drinken. Even voor half elf ben ik weer op de
boot om opa en oma weg te brengen. Tot mijn verbazing zitten ze nog aan de thee.
Ik vraag of ik ze later terug kan brengen. Wilma zegt dat ik maar even moet
wachten, waarop opa roept: ‘elf uur mag ook!’ Ik vaar snel terug naar Miklós en
om elf uur sta ik weer bij de boot. Dit keer kwam er geen verlenging en dus
bracht ik ze naar de kant. Na nog even met Mikós wat gedronken te hebben gaan
ook wij terug naar de boot en duiken ons bed in. Ciao!
vrijdag 3
maart 2006
Opa en oma aten weer gezellig met ons mee. Vandaag was het plan om nar Pigeon
Island te gaan. Dit zit wel vast aan St. Lucia, dus kunnen we er per busje komen.
Het is een nationaal monument, met restanten van de Engelsen, die ook hier
gezeten hebben. Na de koffie voeren we dan ook naar de kant en pikten een busje
op. Hij kon ons tot aan de ingang brengen, wat wel fijn was, zodat we niet ver
hoefden te lopen. Met wat fooi was de chauffeur dik tevreden en al gauw liepen
we door het park. Eerst bekeken we een tentoonstelling in een gebouw over het
eilandje en later maakten we een wandeling. Deze liep omhoog de heuvel op.
Halverwege stond een local met een klein kanon op een uitzichtpunt.
Hij
moest wat knallers afvuren voor een touristenboot. Deze boot was één van de
schepen van “Pirates of the Caribean” en wordt nu gebruikt als attractie. Hij
moest zich vandaag overgeven en dus zwaaide hij na de knallen met een witte vlag.
De tweede knal mocht ik van hem doen, wat ik erg leuk vond. Op de boot steeg een
gejuich op waarop hij zei: ‘yeah, whatever’ De toeristjes hadden zich weer
vermaakt en hij had ze geld binnen. ‘I’ve got the best job in
the world,’ zei hij. Tja, hij moet twee keer per dag twee knallen afvuren
en zo verdient hij genoeg geld om van te leven. Het pad ging nog verder omhoog,
dus zeiden we de man gedag en liepen verder. Bovenop stonden we tussen een paar
kanonnen met een mooi uitzicht. In de verte kon je de contouren van Martinique
zien. Daar zat ook een Amerikaans stel waar we later even mee stonden te praten.
Zij waren hier op huwelijksreis en genoten erg van St. Lucia. Opa en ik gingen
nog een klein en laag hol in. Dit kwam uit in de kruidkamer, maar nu was het
natuurlijk niet meer dan een donker hol. Eenmaal boven stond de rest nog steeds
met de Amerikanen te praten. Een andere Amerikaan waar ik mee in gesprek raakte,
vroeg of ik een foto wilde maken. Hij was de hele baai doorgewandeld hiernaartoe
en wilde nu een foto. Zijn vrouw wilde geloof ik niet mee en dus moest hij een
foto van het mooie uitzicht hebben. Ik sprak hem daarna nog even kort en daarna
begon de afdaling. Eenmaal beneden dronken we eerst wat in een restaurant. We
rustten uit tussen de Amerikanen die van de boot afkwamen en daarna verlieten we
het park. Er was een schoolreisje aan de gang in het park en dus stonden er veel
kleine busjes. Nico had er één losgepeuterd. Opa kocht nog even snel twee poppen
die je hier veel ziet en dook ook het busje in. Terug op de marina haalden we
een ijsje bij Elena’s. Even later waren wij op de boot en opa en oma in het
resort. Om een uur of zes borrelen we met ze op de boot waarna we op de kant een
hapje gaan eten. Op vrijdag is hier altijd een straatfeest in Gros Islet (het
dorpje van Rodney Bay). Een Amerikaan Randy had ons erover verteld en zei dat je
daar onder andere heel lekker kan eten. Na wat lopen en vragen vonden we het. In
een lange straat stonden allemaal vrouwen achter eettentjes hun lekkernijen te
verkopen. Ondertussen schalde er muziek door de straat en dansden wat mensen in
het rond. Het eten was er heerlijk en bovendien goedkoop. Daar kwamen we ook de
Amerikaanse vrouwen, dit keer met hun mannen, tegen die we een tijdje geleden
spraken toen we voor Elena’s zaten. Het was leuk ze weer even te spreken. Na
daar een paar uur te hebben doorgebracht vonden Miklós en ik het wel mooi. Om
half twaalf zouden we de rest ophalen en nu gingen wij wat drinken in “Scuttlebuts.”
Na een biertje hadden we dat ook wel weer gezien en gingen we naar de boot.
Miklós kroop even achter de computer en ik wachtte tot het tijd was om ze op te
halen. Toen het zover was racede ik naar de afgesproken plek waar ik alleen oma
en Nico zag. Ik vroeg waar Wilma en opa waren. ‘Die sjouwen een dronken vrouw
met zich mee,’ zei oma. En inderdaad, toen ze aan kwamen lopen zag ik een
behoorlijk dronken Amerikaanse tussen hun in strompelen. Deze mevrouw had zich
op de terugweg aan hun vast gekleefd en wilde een lift terug. Ze wist nog A-19
en dat ze Elizabeth heet. Bij de steigers brachten opa, Wilma en Nico de vrouw
aan boord en daarna konden wij verder naar de Oceans4. Na nog een borrel werden
opa en oma in de vroege uurtjes naar het resort gebracht. Ik dook alvast me bed
in aangezien ik al behoorlijk moe was. Ciao!
donderdag 2
maart 2006
Zoals gezegd, ontbeten we met opa en oma aan boord. Alle spullen die ze voor ons
hadden meegenomen, werden uitgepakt en opgeborgen. Het variëerde van drop tot
reserve spullen tot kaas tot boeken tot een PSP-spelletje en nog veel meer. Na
het ontbijt werd er koffie gedronken. Ik ging ondertussen mijn nieuwe
PSP-aanwinst uitproberen. Daar kwam ik voorlopig niet meer achter vandaan. Nico
en Wilma gingen met opa en oma de kant op voor een wandeling, terwijl Miklós en
ik aan boord bleven. Allebei computerden we erop los, totdat we ze weer moesten
ophalen. Even later gingen we naar opa en oma, die in het resort gebleven waren,
om wat te drinken. Miklós en ik haalden opa en oma op, waarna we de
mogelijkheden van het resort langs gingen. Zo inspecteerden we de tennisbaan en
het zwembad. Terug bij de rest had Nico nog niet voor ons besteld en dus gingen
we dat zelf halen. Bij het afrekenen sprak de man nogal onduidelijk. Ik zei een
keer “room 280” en een keer “Kuijper,” met als resultaat twee gratis drankjes.
Miklós had het wel enigszins kunnen volgen en zei dat de man vroeg of mijn opa
en oma “all-inclusive” hadden. Blijkbaar had hij uit mijn antwoorden een “ja”
gevist en konden we het dus zo meenemen. Na een tweede ronde gingen we uit eten.
Bij een Indisch restaurant, wat aan de overkant van het resort zat, vonden we
plek. Het eten was lekker en niet heel erg duur. Het was nu al tegen tienen en
dus gingen opa en oma na het eten, terug naar hun kamer. Nico en Wilma werden op
de boot afgezet en Miklós en ik dronken nog wat bij “Scuttlebuts.” Op de boot
typte ik mijn verslag en nu maar weer lekker het bed in duiken. Ciao!
woensdag 29
februari 2006
Eerst maar weer even een douche pakken. Miklós en ik gingen dus even naar de
kant. Al vrij snel daarna gingen we met Wilma naar de kant. Nico zette ons af,
hij had een klusje te doen op de boot. Eerst moest er natuurlijk een ijsje
gehaald worden, geen slecht begin van de dag. Vervolgens doken we het
winkelcentrum in. Ik had gister al een Levi’s winkel gezien, dus daar gingen we
heen. Na veel passen hadden we met z’n drieën, vijf broeken bij elkaar. Gelukkig
konden we het duty-free kopen en dat scheelde ruim zestig euro. Met de tassen
liepen we de supermarkt in voor nog wat kleine dingen. Miklós en ik gingen wat
koekjes uitzoeken. Terwijl we de rij afgingen sprak een man ons aan. Zelfs hier
in de supermarkt krijgen we Ganja aangeboden. Even later rekenen we af en
wachtten op de steiger totdat Nico kwam. Op de boot werden de spullen opgeruimd.
Nico was ook al klaar en zo konden we met z’n viern wat gaan drinken in “Scuttlebuts.”
Daar zagen we Nederland-Ecuador, wat erg leuk was om te zien. Terug op de boot
borrelden we wat met stokbrood erbij, waarna Nico en Wilma het eten klaarmaakten.
Een heerlijke maaltijd was het resultaat. Miklós en ik mochten de afwas doen.
Opa en oma komen zometeen aan in hun hotel, dus varen we met de dinghy naar de
kant. In het hotel hoeven we maar kort te wachten tot ze komen. Het is erg leuk
om ze weer terug te zien. Ondanks dat ze wat verreisd zijn, zijn ze nog aardig
actief. Eerst moet er even ingecheckt worden. Als de receptioniste naar het
telefoonnummer vraagt, zegt opa: ‘Are you going to call me tomorrow?’ Waarop ze
in de lach schoot. De bagage wordt in naar de kamer gebracht en daarna drinken
we wat op hun veilige aankomst. Na het tweede drankje moeten ze toch echt naar
bed, zij leven immers nog in het Nederlandse ritme, vijf uur later. We nemen
afscheid en varen terug naar de boot. Daar zetten Miklós en ik Nico en Wilma op
de boot af en varen door naar “Scuttlebuts.” Natuurlijk werd daar weer even een
emmertje Carib besteld. Het was inmiddels wel al laat, dus gingen we niet voor
een tweede ronde. Op de boot ging ik al gauw slapen, want morgenochtend
ontbijten opa en oma al vroeg bij ons aan boord. Ciao!
dinsdag 28
februari 2006
Na het ontbijt ga ik met Nico en Wilma de kant op. Er schijnen veel
restaurantjes te zijn, dus we moeten er alvast een paar uitzoeken voor als opa
en oma morgen komen. Bijna alles wordt afgestruind. Na ruim een uur hebben we
het wel gezien en halen we een ijsje. Een iets te vrolijke taxichauffeur wil ons
wel rond het eiland brengen. Dat is een optie met opa en oma, maar dan moet het
niet zo afgrijselijk duur zijn. Voor de zekerheid vraagt Nico zijn nummer en we
gaan verder. We stappen bij twee autoverhuurbedrijven binnen, maar die blijken
niet erg goedkoop. In ieder geval is het wel gemakkelijk om vanaf hier een tour
over het eiland te maken. Vlakbij de dinghy is een winkelcentrum. Daar lopen we
eerst de supermarkt binnen waarna we nog even winkeltje in, winkeltje uit gaan.
Om twee uur wilde Miklós internetten maar om die tijd liepen wij nog door het
winkelcentrum. Snel gingen we terug naar de boot, waar Miklós vast heel blij met
ons was. Wel stond hij al klaar om te gaan en dus konden we snel naar het
internetcafé. We namen een andere dan de vorige keer, maar die bleek ook niet
veel goedkoper. Na het uurtje haalde Nico ons op. Natuurlijk wel te laat,
maargoed. Vlak voor Nico kwam kregen we al een lift aangeboden van twee
Amerikanen. Op de boot pakten Miklós en ik wat douchespullen bij elkaar en
gingen naar de haven. Nico had vanochtend al verteld dat daar heerlijke warme
douches waren, dus dat moesten wij natuurlijk ook even ervaren. Het was heerlijk
om weer eens een zoete warme douche te hebben, na al dat zoute water. Op de
terugweg haalden we een ijsje. Omdat we op onze lift moesten wachten zaten we
even op de stoep voor het ijstentje. Uit een boutique schuin voor ons, kwamen
twee dames. Één van hen werd even teruggefloten door de medewerkster. Ze had per
ongeluk haar eigen tasje en een onbetaalde van de winkel meegenomen naar buiten,
zonder dat ze het doorhad. Iedereen kon er de lol wel van inzien, dus was het
niet niet zo erg. Ze liepen langs ons en vertelde hoe het gebeurde. Daarna
zeiden ze dat we “good-looking boys” waren en dat we ook wel “models” konden
zijn. Dat horen we nou niet elke dag. Even later troffen we Nico en Wilma op de
kade. Ze zouden wat gaan drinken in “Scuttlebuts.” De was moest wel even
opgehaald worden en weggebracht. Ik ging uiteindelijk met de was en de
douchespullen terug naar de boot. Daarna dronken we wat in het restaurant. Op de
boot aten we daarna lekkere Mexicaanse wraps. Na het eten dronk ik met Mikós nog
wat in “Scuttlebuts.” Daar kan je voor tien EC (€3,30) drie Carib halen in een
mooie Carib emmer met ijs. Op de boot zaten we nog even in de kuip, waarna we
gingen slapen. Ciao!
maandag 27
februari 2006
’s Ochtends voor we vertrekken naar Rodney Bay, krijgen we een boatboy met fruit
langs. We willen wel wat Grapefruits. Voor zes Grapefruits vraagt hij vijftien
EC (€5,-). Dat is erg veel aangezien je op de fruitmarkt voor vijftien EC 30
Grapefruits kan halen. Als we hem dat vertellen vaart hij al weg. Vlak daarna
varen we naar de tanksteiger en vullen alles bij. Een man die afval voor je
wegbrengt komt langs en voor vier EC konden we hem onze vuilniszak meegeven.
Tijdens het tanken vraag ik aan een man van “The Moorings,” een bedrijf dat veel
in de baai in handen heeft, van wie de moorings nou zijn. Hij zegt dat de meeste
van de boatboys zijn, maar twee van de SMMA. Één achterin de baai en hij dacht
dat ook die van ons van de SMMA is. Waarschijnlijk hebben we dus 100 EC teveel
betaald. Even later werden de trossen los gegooid en voeren we uit naar Rodney
Bay. De tocht moest op de motor gevaren worden, aangezien het bijna recht in de
wind lag. Er waren een paar ankermogelijkheden. Wij verkozen een ankerplek in de
haven. Daar ligt het erg rustig. Nadat het anker hield sloten we al gauw alles
af en gingen met z’n vieren de kant op. Daar gingen Miklós en ik internetten.
Ervoor hadden we al een ijstent gezien, dus die moesten we maar eens uitproberen.
Het was er wel erg duur, maar gelukkig waren Nico en Wilma daar om de laatste
vijf EC bij te leggen. Helaas was het ijs niet genoeg ingevroren en smolt het
als sneeuw voor de zon. Gros Islet is het stadje hier, maar dat konden we helaas
niet vinden. Dan maar terug naar de boot. Om vijf uur moesten we Nico en Wilma
van de kant plukken. Miklós voer een paar keer naar de afgesproken plek, maar na
een half uur vonden we het wel mooi. Met z’n tweeën voeren we naar een resort in
de enorme baai. Daar gooiden we de dinghy op het strand. Op een steigertje zaten
een paar locals. Één van hen had nog wel wat Ganja en poeder voor ons, maar ik
geloof niet dat we dat nodig hadden. Hij verkocht ook conchschelpen, maar
daarvan hadden we er al een meegenomen in 2003. We liepen even over het resort,
totdat we er door een triest bewakertje werden afgeschopt. Ook hier mochten we
niet over het betonnen pad lopen, alleen over het strand, want dat was openbaar.
Blijkbaar hadden ze het niet voor elkaar gekregen het strand ook op te kopen,
anders mochten we daar vast ook niet komen. Dan maar terug naar de haven. We
voeren langs de boot van Klaus en Helga, die we bij aankomst zagen liggen. Daar
zagen we alleen een vreemde man zitten, dus betwijfelden we of we nou de goede
boot hadden. Daarna kwam Klaus snel naar buiten rennen en keerden we de dinghy
alsnog om. Hij zei dat Nico en Wilma ergens op de kade moesten rondlopen, dus
voeren we nogmaals naar de afgesproken plek. Nu liepen ze daar wel, alleen een
uur te laat. Terug op de boot aten we wat en daarna gingen Miklós en ik op
advies van Nico naar een pooltafel zoeken die hij had gezien. Die vonden we,
maar ze vroegen tien EC per half uur, wat we véél te duur vonden. Dan maar een
biertje, wat wel te betalen was. Na aandringen speelde ik met Miklós een potje
schaak. Na een tweede biertje gingen we naar waar Nico en Wilma zaten. Een
aanbieding was drie Carib voor tien EC, dus de keus was snel gemaakt. Er hing
ook een hangmat waar ik mijn plek vond. Het restaurant had ook een computer
gratis ter beschikking gesteld om op te internetten. Miklós ging daar eerst even
op en daarna lostte ik hem af. Er stond dat je er een kwartiertje op mocht,
zodat er meerdere mensen van gebruik konden maken, dus dat deden we. Maar nog
voor mijn kwartiertje om was kwam er een ober naar me toe. Hij zei dat je maar
een kwartiertje/halfuurtje mocht en geen uur. Ik zei dat ik er zo af ging, wat
ik ook deed. Daarna dacht ik even na en liep even naar de ober toe. Ik vroeg hem
of hij Miklós en mij niet voor dezelfde persoon had aangezien en dat bleek wel
het geval. Met een heel hoop sorry op zak liep ik terug naar Miklós. We
bestelden nog drie Carib die je in een Caribemmer met ijs krijgt. Eerst spraken
we een bewaker die vlak bij ons zat. Natuurlijk ging het over het Nederlandse
drugsbeleid. Maar natuurlijk ook over het Ganja van hier. Hij zei dat als je
hier op straat een jointje rookt en de politie komt langs, dan houden ze hem
even weg en de politie doet ook alsof ze niks zien. Op dealen en produceren zijn
ze wel een stuk strenger, dus eigenlijk verschilt het niet veel met Nederland.
Ook zei hij dat als jij ergens tijdens een wandeling op een Ganjaveld stuit, dat
de eigenaar je hoogstwaarschijnlijk een kopje kleiner maakt. Ze zijn veel te
bang om verraden te worden. ‘Je kan beter wat Ganja van hem kopen, dan laat hij
je wel met rust,’ zei de bewaker. Even later ging hij weg en kwam een Amerikaan
in zijn plaats. Hem gaven we het derde biertje en voerde met hem een gesprek
over van alles en nog wat. Nadat ook hij weg was gingen we naar de boot van
Klaus en Helga waar Nico en Wilma zaten. Daar dronken we nog een biertje, waarna
Miklós en ik de dinghy ophaalden. Op de boot was het al laat en gingen we slapen.
Ciao!
zondag 26
februari 2006
Nico en Wilma gingen na het ontbijt de kant op, dus bleven Miklós en ik achter
op de boot. Ik wilde graag de tijd doden met wat “Mens erger je niet,” maar
Miklós niet. Vanaf 11:00, toen ik Nico en Wilma wegbracht tot 14:00, dat ik ze
weer op moest halen, zat hij op de computer. Dus ik luisterde wat muziek, las
foldertjes voor de dertigste keer, maar echt vervelen dat niet, gewoon “limen.”
Een tijdje later wist ik toch Miklós mee te krijgen naar het restaurant. Daar
bestelden we wat drinken en daagden een Amerikaans jochie uit, waarmee we een
tijdje poolden. Even voor vieren ging Miklós naar de boot, omdat hij een
afspraak met Nico had. Ik poolde nog even door met het jochie, waarna hij
wegging. Na twee potjes alleen, kwam een bekende local en die wilde zo wel even
meespelen. Na nog een potje solo, kwam eerst een chef even een potje spelen. Hij
speelde behendig de “eight-bal” erin voor z’n andere en kon terug de keuken in.
Samen met de bekende local speelde ik een hele reeks potjes, waarvan ik er het
meeste won. Na hem speelde een rasta een potje, maar dat verloor hij grandioos.
Even later speelde ik weer met Miklós wat me goed af ging. Daarna moesten we
toch echt een pauze nemen, we gingen namelijk uit eten. Het pizzatentje van een
paar dagen terug, waar we veel te veel betaalden voor twee Cola, was
gereserveerd. Daar deelden we twee grote pizza’s met z’n vieren en achteraf aten
we banaan flambé. Miklós en ik dropten Nico en Wilma aan boord en wij gingen
door naar het restaurant. Daar was het Amerikaanse jongetjes weer en met hem
speelden we weer een reeks potjes. Ineens was het weg en speelden we tegen
elkaar. Het poolpoeder was op een gegeven moment op, maar daar vond ik een
oplossing voor. Toen Miklós twee Cola bestelde vroeg ik of ze meer van
babypoeder hadden, maar dat was niet zo. Ik vroeg of we dan wat bloem konden
krijgen. “Ask the kichen,” was het verrassende antwoord. Daar gaven ze wat bloem
in een stukje aluminiumfolie. Zoals het op een bijzettafeltje stond leek het net
cocaïne. Toen ik na afloop het wilde weggooien bij de bar zag ik de manager heel
raar kijken. “It’s flower, no cocaine,” stelde ik hem gerust. Daarna voeren we
terug naar de boot. Meteen schreef ik mijn verslag en nu maar weer een biertje.
Ciao!
zaterdag 25
februari 2006
Een uur na het ontbijt kwam de watertaxi ons ophalen. We wilden per watertaxi
naar Castries, aangezien het met een busje zeer lang zou duren. Voor 110 EC
(€37,-) bracht hij ons heen en weer naar Castries. De heenweg was tegen de wind
in, dus stuiterde het een beetje, maar dat was niet zo erg. Nadat we een paar
inhammen gepasseerd waren kwamen we aan bij de markt van Castries. Nico moest
een nieuw onderdeel voor de computer hebben, dus gingen we daar eerst naar op
zoek. Een taxichauffeur die ons aansprak, bracht ons, nadat we het gevraagd
hadden naar een computershop. Hier was het alleen veel te duur, dus zag Nico er
vanaf. Om te voorkomen dat deze man aan ons bleef kleven, schudden we hem al af
door snel een andere computershop in te duiken. Deze en nog een paar anderen
hadden het allemaal niet. Daarna kwamen we een Italiaanse ijssalon tegen,
waarmee we het ontbijt aanvulden. Verder struinden we door de straten, terwijl
we winkel in, winkel uit liepen. Bijzonder was nog wel de grote fruitmarkt en de
verkoopstalletjes op de kade, die Marokaans aan deden denken. Alleen is een
“medina” in Marokko veel groter, véél drukker en meestal verouderd. Nu hadden we
het meeste wel gezien en splitsten we ons op voor de lunch. Miklós en ik gingen
naar de Burger King. Onderweg hield een man die kettinkjes verkocht ons aan. Ik
keek er even naar en toen ik zei dat ik er niks tussen zag zitten zei hij: ‘Do
you smoke?’ Ik antwoorde: ‘No, do you smoke?’ ‘Yeah man’ Een mooi voorbeeld van
een dagelijkse conversatie. Daarna liepen we verder op zoek naar wat te eten. We
dachten dat we de goede kant op liepen, maar toen dat niet zo bleek te zijn
vroeg ik het even. Deze jonge man liep samen met een jochie een stukje met ons
mee. Toen we in de goede straat waren wees hij ons op het gebouw en nadat we hem
bedankten verdween hij. Daar houden we van, gewoon een gunst in plaats van
gelijk weer geld vragen. Bij de Burger King aten we lekker hamburgers en dronken
er wat bij. Om twee uur moesten we weer op de kade staan, aangezien we dat met
de watertaxi hadden afgesproken. Voordat we gingen lunchen hadden we nog genoeg
tijd, maar na het eten hadden we nog geen half uur over. Dan maar naar de kade,
maar eerst nog even door de markt struinen. Daar troffen we Nico en Wilma. Met
z’n vieren liepen we verder, tot we bij een tentje met o.a. hangmatten kwamen.
Na lang onderhandelen betaalden we 165 EC (€55,-) voor een mooie hangmat en
liepen de kade op. Daar zat Micheal, de watertaxikapitein op ons te wachten. Ik
vroeg of hij zich in de drie uur dat hij moest wachten vermaakt had. Hij was ook
even door z’n hoofdstad gewandeld zei hij en dat vond hij wel leuk. Gelukkig
heeft hij zich dus niet drie uur hoeven vervelen. Even moesten we wachten op een
klein bootje die op de plek waar we konden instappen lag. Daarna haalde hij z’n
watertaxi op en stapten we in. De toch terug ging een stuk sneller, omdat we nu
de golven mee hadden. Terug op de boot gaven we hem nog tien EC extra, aangezien
alles perfect verliep. Vlak daarna gingen Miklós en ik naar het restaurant, waar
we samen met de mederwerkers van de mensen daar poolden, dus gratis. Even moest
Miklós weg om Nico en Wilma naar de kant te brengen en even later weer terug,
maar voor de rest poolden we erop los. Om tien voor acht gingen we terug naar de
boot voor het eten. Lekkere Kallaloosoep, wel van Paksoi (alternatief), werd
opgedient en ging er snel in. Na het eten werkten Miklós en ik een afwas van
twee dagen weg, waarna we weer in het restaurant verdwenen. Het muntjesgedeelte
lag er nog uit, dus startte ik snel een spel, terwijl Miklós was drinken
bestelde. Uiteindelijk speelden we vijftien potjes. Bij het tweede keer Cola
halen rekenden ze twee dollar (is één spel) voor het poolen, maar dat was niks
in vergelijking met wat we eigenlijk moesten betalen. Na het laatste potje
gingen ze al bijna sluiten. Voor ze nog iets konden zeggen, zeiden we gedag en
verlieten de tent. Op de boot ging ik aan mijn verslag en nu even uitrusten in
de kuip met een biertje. Ciao!
vrijdag 24
februari 2006
Het plan om naar de “Pitons” te gaan is gewijzigd, naar het plan om maar Marigot
Bay te gaan. Eerst moet er nog wat brood gehaald worden, dus ga ik met Nico de
kant op. Daar zie ik de man die, een paar dagen eerder, Miklós en mij voor
racist en homo had uitgescholden, aangezien hij opnieuw niet op onze dinghy
mocht passen. Hij begon ook nog wijsneuzerig te doen over waar we het afval
moesten dumpen, terwijl we hem niks gevraagd hadden. Als blikken konden doden
dan had St. Lucia nu een inwoner minder. Gelukkig verdween hij daarna, voordat
ik mijn geduld verloor en hem even de huid volschold. Al snel was de zak met
afval gedumpt en het brood gehaald. Nico wilde nog even voor een schroefje bij
de “hardwarestores” kijken, maar die hadden het alledrie niet. Het begon te
regenen toen we net over de steiger terug naar onze dinghy liepen. Voordat we
echt nat konden worden waren we gelukkig al op de boot. Al snel voeren we uit
naar Anse Cochon. Daar lagen we in 2003 ook met de “Jan Steen.” Een goede
snorkelplek was de reden om daar even te stoppen. De boot werd dus aan een
mooring gelegd en al snel werden de snorkelspullen uit het luik gepakt. Miklós
ging niet mee vanwege zijn oor, dus waren we met z’n drieën. Het anker hadden we
niet nodig aangezien we het touw om een boei konden leggen. Dit voorkomt ook
weer schade aan het koraal. Bij aankomst lagen er allemaal zwemvestjes met
verbrande mensen erin in het water. Een toeristenboot deed daar dus z’n werk.
Gelukkig waren zij al vrij snel weg. Eerst zag ik een morene onder een steen
kruipen, maar helaas was alleen een stukje van de staart nog amper zichtbaar
toen Nico en Wilma er waren. Terwijl we boven de steen dreven om te kijken of de
morene nog onder de steen vandaan zou komen, kroop er een zeeslang over de
stenen. Wilma had er nog nooit een gezien, dus dat was voor haar extra bijzonder.
Even verderop haalde ik Nico in waarna ik op een schildpad wees. Wilma werd snel
geroepen en met z’n drieën staarden we een tijdje naar de mooie schildpad. Na
een paar minuten zocht hij dieper water op en gingen we verder. Terug bij de
dinghy zagen we nog een “Flounder” (Tong) zwemmen. Ook deze was zeer goed
gecammoufleerd, alleen als hij bewoog kon je hem vinden. Op de terugweg naar de
Oceans4 spraken we over deze bijzondere beesten. Wilma vond de schildpad erg
bijzonder, aangezien ze die nog niet onderwater had gezien. Iedereen droogde op
en we voeren alweer verder naar de eindbestemming, Marigot Bay. Al snel voeren
we de baai binnen. Ik herinner deze me als de beste, aangezien deze een
kenmerkend klein schiereilandje heeft. Hierop staan veel palmen en is zeer
fotogeniek. Twee enorme zeiljachten maakten de entree nog leuker. We pakten een
mooring, waarna er gelijk alweer een verkoper aan onze boot hing. Hij zei dat de
mooring van de locals waren en we 100 EC (€33,-) voor twee dagen moesten betalen.
Wilma en ik vertrouwden het niet, aangezien het SMMA had gezegd dat de moorings
tot Marigot Bay van hen waren. Toch betaalde Nico de man, wat wij niet erg
handig vonden. Deze heeft zijn weekomzet wel weer gehaald, dus die is nergens
meer te vinden als hij een oplichter blijkt te zijn en wij ons geld terug willen.
Morgen maar even bij de SMMA informeren. Miklós moest eerst nog even een
achterlijn op een mooring leggen, wat erg lang duurde, waarna we wat met z’n
tweeën wilden drinken. De bar die het meest op een local bar leek kozen we uit,
in de hoop dat het niet zo duur zou zijn. Toch betaalden we voor een Cola en een
Cola Light 17 EC (€5,70), wat we belachelijk duur vonden. Bij een tweede tentje
betaalden we drie EC (€1,-) voor een Cola, wat al meer in de richting kwam. Er
stonden een paar pooltafels. Een spelletje kost hier twee EC, wat ongelooflijk
duur is. Na één potje zag ik dat een medewerker van één van de bedrijven hier,
het muntjesgedeelte eruit had gehaald met een sleutel en alleen speelde. Ik
vroeg of wij die tafel ook gratis konden gebruiken, aangezien we niet eeuwig
dollars bij ons hadden. Hij vond dat geen probleem. Zo speelden we een reeks
potjes waarbij de winnaar bleef staan. Even later moest Miklós even Nico en
Wilma van de boot plukken, zoals was afgesproken. Ik speelde tegen een andere
local tot Miklós terug kwam. Na nog een hele reeks potjes moest ik Nico en Wilma
bij een restaurant ophalen. Miklós wees me het restaurant waar hij ze heen had
gebracht, maar daar waren ze niet toen ik daar aankwam. Ik keek er één verder,
maar daar waren ze ook niet. Dan maar even op de boot kijken. Voor ik bij de
boot was schreeuwde Nico naar me vanaf de kant. Ze hadden een lift gekregen van
een local bootje. Nu haalde Nico Miklós op terwijl ik met Wilma omvoer naar de
aanlegsteiger van het restaurant. We aten op de boot, waarna ik met Miklós
opnieuw wat ging poolen in het tweede restaurant. De ober zou wel bijhouden
hoeveel we gespeeld hadden, dan hoefden we niet steeds te wisselen. We wilden
vijf potjes spelen zodat we precies tien EC uitgaven. Gelukkig lette de man niet
goed op en zo konden we er zes spelen en vijf afrekenen. Op de boot ging ik aan
m’n verslag en nu maar weer lekker wat in de kuip drinken met me broer. Ciao!
donderdag 23
februari 2006
Het was iets vroeger dan normaal, maar toch ontbeten we met z’n vieren. Nico en
ik moesten om half tien bij de duikshop zijn, dus ontbeten we wat eerder. Na het
ontbijt was er zelfs nog tijd voor koffie voor we naar de duikshop gingen.
Divemaster Chester liet ons maskers en flippers passen en we gingen. Bij de
eerste duik zagen we een paar leuke dingen. Twee zeespinnen (zo zien ze eruit)
zaten onder een steen en Chester haalde ze daar onder vandaan en liet ze op zijn
hand lopen. Hij liet hem even vallen en ik liet hem over mijn hand lopen. Dit
beestje is zo groot als een redelijke langpootspin, alleen met een heel smal
drie hoekig lichaam dat omhoogsteekt, met een kuif erbovenop. Dit beestje had
een donkergroene kleur, zes pootjes en twee scharen. Het tweede beestje leek qua
uiterlijk op de eerste, maar was fel wit met zwart stippen. Deze kon in
tegenstelling tot de andere wel zwemmen. De eerste werd dus weer terug in z’n
hol gezet, maar de tweede zwom met zeer snelle bewegingen weer terug in z’n hol.
Daarna pakte Chester een “Sea Biscuit” uit het zand. Dit lijkt op een begroeide
steen, maar ook dit schijnt een levend wezen te zijn. Op de onderkant heeft hij
een zeesterteken op zijn huid staan. De rest van de duik verliep soepel en het
zicht was goed. De pauze werd door gebracht bij de duikshop, waar de flessen
werden verwisseld en we wat uitrustten. Chester eet als lunch altijd
Grapefruits. Normaal hou ik helemaal niet van deze vrucht, maar deze waren van
St. Lucia en heel erg zoet. We aten een paar stukken, waarna we in de zon gingen
zitten. De tweede duik was ook erg leuk. Veel tonijn zwom om ons heen, genoeg om
een tijdlang van te eten. De grootste was ruim een meter, wat erg speciaal was
om te zien. Normaal liggen ze met wat kruiden op je bord, of dood in de
vissersboot. Ook een paar Spaanse Makrelen zwommen over het rif, wat ook zeer
goed te eten is. Bij deze duik cirkelden we om rotsen heen, waar ongelooflijk
veel vis zwom. In een kelkvormige koraalplant lag een flinke dode krab. Na de
duik bleek deze in vergelijking met wat ze hier hebben, helemaal niet groot te
zijn. ‘Bij de grote krabben zijn de scharen zo groot dat je je arm erdoorheen
kan steken,’ zei Chester. Het leukste was een zeebewoner die ik ontdekte. Deze
stak zijn sprieten uit z’n hol, toen Chester al voorbij was gezwommen. Ik pakte
Chester bij z’n flipper en wees hem erop. Chester greep de kreeft bij z’n dikke
voelsprieten en wilde hem uit z’n hol trekken (kunnen ze tegen). Kreeften hebben
echter een zeer sterke staart en zo ook dit kleine beestje. Eerst kwam er een
met een noodvaart een heleboel zand uit het holletje, waarna Chester hem eruit
kon trekken. Buiten zijn hol probeerde hij nog een paar keer met z’n staart af
te zetten, maar bleef erg kalm. Normaal zie je ze niet overdag, aangezien ze
nachtdieren zijn. Toen Chester hem weer voor z’n hol terugzette schoot hij ook
meteen weer weg. Tijdens het snorkelen en de eerste duik, waren mij lange
felwitte draden opgevallen, die deden denken aan visdraad. Ze lagen vaak over
stenen heen. Chester had uitgelegd dat dat “Spaghettiwormen” waren en dat ze
niet gevaarlijk zijn in tegenstelling tot de “Vuurworm.” Als je de draden
aanraakt dan trekt de worm ze gewoon in. Tijdens de tweede duik liet hij me dat
ook uitproberen, wat er ook wel grappig uitzag. Aan het einde van de duik raapte
Chester een plastic flesje op van de bodem, waarbij hij bijna een Vuurworm
raakte op de plant onder hem. Als je te dichtbij een Vuurworm komt, dan zet hij
allemaal kleine pluimpjes op, die doen denken aan bolletjes van chearleaders.
Deze zorgen voor de ernstige pijn als je ze aanraakt. Na de duik voeren we terug
naar de duikshop, waar alles werd uitgeladen. Daar hadden ze een heerlijk douche
met zonverwarmd water. De logboeken werden ingevuld en we namen afscheid van
Chester. We liepen naar het dorp en kwamen onderweg langs de fruitmarkt. Nico en
ik wilden wel een paar van die Grapefruits meenemen. Toen Nico naar de prijs
vroeg zei de vrouw dat ze 2 EC kosten. ‘Per stuk?’ vroeg Nico. ‘Nee per vier,’
zei de vrouw. Even later liepen we met twaalf Grapefruits door de stad. Bij een
local eettentje aten we een bord vol, voor elf EC (€3,60). Eerst zouden we een
ijsje gaan halen, maar dat plan lieten we ook na de lunch niet varen. Bij de
ijstent op de kade haalden we ijs, wat hier erg lekker is. Een man die daar zat
zei dat ik vast niet genoeg had, toen het ijsje op was. Ik zei van niet en
aangezien Nico ook nog wel wat lustte, haalden we nog een ijsje. Vervolgens kwam
Miklós om de afgesproken tijd bij de steiger. Ik ging met Miklós internetten en
Nico naar de boot. Na het internetten, vonden we Nico vlakbij “Pirates Cove.”
Hij was even de mail aan het ophalen. Ik stelde voor om even te gaan poolen bij
de local bar van vanmiddag en dan zouden we Nico en Wilma later in “Pirates
Cove” zien. We poolden dus een paar potjes en vonden Nico en Wilma waar we
afgesproken hadden. Na wat drinken besloten we hier ook maar te gaan eten. Dit
keer op de beneden verdieping, bij iets minder verfijnde keuken. Tortilla’s met
Salsa en kaas vormden het voorgerecht en een grote hamburger met patat het
hoofdgerecht. Meteen hadden we allen genoeg. Later bracht ik Nico en Wilma naar
de boot, zodat Miklós en ik nog wat konden blijven drinken. Toen we even zaten
werd ons gevraagd of we bij de bar wilden gaan zitten. Daar dronken we wat met
de serveersters die we inmiddels erg goed kennen. Dona, een van de serveersters,
trok een heel raar gezicht toen ik zei dat we in Nederland onder het zeeniveau
leven. Hier kon ze echt niet met haar gezonde verstand bij. Na nog veel meer lol,
rekenden we af en verlieten de bar. Een serveerster die al vrij was liep een
stukje met ons mee, waarna we ook van haar afscheid namen. Morgen gaan we
namelijk tussen de “Pitons” liggen, de twee beroemdste bergen van St. Lucia. Op
de boot schreef ik m’n verslag van gister en vandaag, nadat we even buiten wat
gedronken hadden en nu maar weer gauw slapen. Ciao!
woensdag 22
februari 2006
Ajax moet spelen vandaag. Dit werd aangekondigd op de tv van “Pirates Cove.”
Volgens ons moest het ergens ’s avonds worden uitgezonden, maar dat was niet
helemaal duidelijk. In de ochtend speel ik eerst wat “Mens erger je niet,” met
Miklós. Als we dat een beetje gezien hebben, beginnen we aan de film “Troy.”
Deze hebben we op de computer staan, dus hoeft er ook geen DVD te voorschijn
getoverd te worden. We kijken totdat Nico en Wilma terugkomen van de kant. Een
kleine pauze zien we wel zitten en we gaan de kant op. Nico en Wilma hadden al
gezegd dat het vandaag “Independenceday” is. Op het strand is een groot feest,
waar iedereen is. Op de kant aangekomen, zijn de straten verlaten. Blijkbaar zit
werkelijk iedereen op het strand. We lopen zo’n beetje elke straat van het dorp
door en besluiten dat het wel weer genoeg geweest is voor vandaag. Het
internetcafé was dicht, dus dat konden we vergeten. Bij “Pirates Cove” is Ajax
nog niet aan de gang maar wel de wedstrijd Chelsea-Barcelona, wat we ook wel
interessant vinden. De eerste helft kijken we en dan gaan we terug naar de boot.
Op de Oceans4 wordt “Troy” afgekeken en weer wat “Mens erger je niet” gespeeld.
Voor het eten had Nico wat ”local food” op de kop getikt, wat prima smaakte. Na
het eten wasten we af en gingen naar de Cove. Eerst werd de wedstrijd Werder
Bremen-Juventus uitgezonden, toen we daar aankwamen. Daarna hoopten we de hele
wedstrijd van Ajax te kunnen zien. Helaas lieten ze alleen een samenvatting zien,
wat wij erg stom vonden, aangezien alle andere Champions League wedstrijden wel
volledig werden uitgezonden. De wedstrijd eindigde in 2-2, wat we niet heel erg
vonden. Genoeg voetbal voor vandaag, dus terug naar de boot. Zoals altijd zaten
we daar nog even buiten wat te drinken en daarna gingen we pitten. Ciao!
dinsdag 21
februari 2006
In de vroege morgen besluiten Nico en Wilma wat bijzondere dingen te gaan zien
op het eiland. Ik ging met ze mee, maar Miklós bleef op de boot. Op de kant
gingen we bij het SMMA-kantoor (Soufriere Marine Management Asociation) even
informeren. De eerste bestemming werd de botanische tuin. Hij legde uit hoe we
moesten lopen, toch wisten we het in het dorp niet meer zeker. Wilma vroeg
iemand waar het was, maar die richting leek mij heel onwaarschijnlijk. We
vroegen het aan een andere local en die wees inderdaad een andere kant op. Het
was een stukje lopen naar de tuin. Bij de ingang stonden allemaal
touristenbusjes, met daarin oude mensen. De tuin is aangelegd ter ere van koning
Louis de zoveelste. Je liep langs vijvertjes, beekjes en een zootje bomen. Bij
een groep bamboestengels stond een bordje met daarop een heel verhaal, dat je
niet in het bamboe mag krassen. Ik las het, keek naar de bamboestengels en keek
zeer verbaasd. In één van de bamboestengels stond “Yorick” ingekrast. Meer
toeval kan bijna niet. Natuurlijk werd dit meteen op de foto gezet. Aan het eind
van het park stond de hoofdattractie, de “Diamond Waterfall.” Deze was wel mooi,
maar we vroegen ons wel af of deze ook aangelegd was. De waterval kon echter
niet op tegen de “Dark Vieuw Falls” van St. Vincent. Het water was, in
tegenstelling tot de andere watervallen, erg smerig. Je mocht er ook niet
zwemmen of er naar toe lopen over de keiën. We liepen nog een stuk over een pad
en uiteindelijk kwamen we bij de uitgang uit. Dit was niet de echte uitgang,
maar een soort personeelsingang, zoals op het hek vermeld stond. Dit scheelde
wel een stuk lopen, dus gingen wij er hier uit. We waren snel weer in het dorp.
Nu wilden we nog wel naar de vulkaan. In het dorp ging Nico wel even vragen waar
we heenmoesten. Ik ging erbij staan en was getuige van opnieuw een geniale
Nico-uitspraak. De man zat hem heel raar aan te kijken en na nog drie keer
vragen werd dat er niet beter op. Ik vroeg ernaar en hij begreep het, tja
verschil moet er zijn. Nico ging daarna even vragen hoeveel een taxi zou kosten.
In het café zat een taxichauffeur. Deze vroeg 40 EC (€13,-)voor het tochtje van
anderhalve mijl (2,4 km). Dit vonden we echt te veel en zeiden dat we gingen
lopen. De locals waarschuwden dat het erg warm is om in deze zon naar boven te
lopen. Ik stelde voor om een busje op te pakken, zodat we voor een paar EC boven
zouden zijn. Nico wilde toch lopen. Halverwege begon het toch behoorlijk warm te
worden. Liften lukte niet, ze reden gewoon door, zelfs taxi’s. Ineens kwam de
ijscoman van het dorp, in zijn kleine busje aanrijden. We wilden wel een ijsje,
dus toen hij voorbij reed schreeuwde Nico ‘ice-cream’ en hij stopte. We vroegen
of hij ons een lift kon geven. Hij zei dat hij maar één plek voorin vrij had en
dat we niet achterin konden zitten. Dan maar alleen een ijsje. Ze waren 5 EC per
stuk, maar dan wel drie bolletjes, dus dat viel mee. Hij had Chocola en Banaan.
Ik ging voor alleen banaan, omdat ik niet zo’n fan ben van chocoladeijs. Nico
had alleen maar honderd om mee te betalen. Dezelfde deal als met J.A.Sam werd
gemaakt, vijf dollard briefje plus al zijn kleingeld. Dit was bij elkaar nog
geen 7,50, dus hebben we nog niet eens de helft betaald, maar dat maakte de
ijscoman niks uit. Toen wij ons ijsje hadden stopte een busje. De chauffeur
wilde ook wel een ijsje. Wij haalden hier ons voordeel uit en reden met hem mee.
Het was misschien nog geen 150 meter en we konden alweer uitstappen, maargoed.
Nu moesten we nog een stukje lopen naar de ingang. Daar ging Nico praten met een
gids en Wilma en ik met een verkoper. Deze had een paar mooie kettingen. Na kort
onderhandelen betaalden we 25 EC (€8,-) voor twee kettingen. Nico was ook
uitgesproken met de gids en dus gingen we op pad. Het stonk er constant naar
rotte eieren, maar dat was het gas dat uit de vulkaan kwam. Het was maar goed
ook dat je het rook zei de gids, want anders ademde je teveel van het gas in,
verlamd het gas je reukvermogen en ga je dood. Ook zag je het gas in grote
hoeveelheden tussen de stenen uit stomen. ‘Ook dit is goed, want als dit zou
stoppen, dan begin ik keihard weg te rennen en moet je maar zorgen dat je me
inhaalt,’ zei de gids. Echte explosies met lava hebben ze hier niet. Als het
explodeerd dan komt het gas in nog veel grotere hoeveelheden eruit. Normaal adem
je zo’n tien miljoenste van het gevaarlijke gas in. Bij twee miljoenste is dit
gas dodelijk. ‘Het is als een atoombom,’ vertelde de gids, iedereen die het gas
bij explosie inademt is op slag dood. Ook als je het gas in iemands gezicht
spuit dan is diegene meteen naar de andere wereld geholpen. De krater was twaalf
kilomter breed en zelfs de baai ligt in de krater. Na een stukje lopen kwamen we
langs een beekje. Het water was 33 graden Celsius en bij een ander stukje
stromend water ernaast 45 graden Celsius. Ik liep naar het beekje en voelde aan
het water. Het water van 33 graden was lekker om in te badenk, 45 graden was
toch echt te heet. Even verderop keken we neer op de spleten waar het gas
uitkwam. Nu zag je dat modder opborrelde en daar dus ook het gas uit kwam.
Tijdens de wandeltocht legde de gids ook nog even cricket uit, dus dat snap ik
nu ook een beetje. Even later liepen we terug en gaven de gids zijn fooi. Toen
we bij de hoofdweg uitkwamen reden een paar mensen op een busje af en wij renden
erachteraan. Meteen hadden we dus vervoer naar beneden voor 3 EC. Ik stelde voor
om naar “Pirates Cove” te gaan. Daar dronken we wat. Miklós werd ook ge-SMSt en
kwam er even later aan. In het café kwam een blanke man naar onze tafel. Hij
keek Wilma een tijdje aan waarna ze hem herkende. Het was Lex, een collega van
Wilma. Hij was met zijn vrouw Loes op vakantie op St. Maarten, maar nu een
tijdje op St. Lucia. Ze schoven bij ons aan en even later kwam Miklós er ook aan.
Na een paar drankjes gingen zij weer weg en wij uit eten. Miklós en ik gingen
eerst nog even naar de boot en zouden Nico en Wilma in “The Green House” zien.
Op de kant vroegen we naar het restaurant wat “The Green Room” bleek te heten.
Het eten was lekker, maar niet erg veel. De banaan flambée was wel lekker. Nadat
Miklós en ik Nico en Wilma aan boord hadden gezet gingen we naar “Pirates Cove.”
Daar dronken we wat en raakte nog in gesprek met een serveerster. Ze snapte niet
dat je naar voetbal kon kijken, cricket was veel bijzonderder. ‘Alles draait om
één bal,’ zei ze. Ik zei: ‘Ja maar bij voetbal gaat het met 22 man om zo’n grote
bal, bij cricket met 24 man om zo’n klein balletje,’ waarop ze niks meer wist te
zeggen. Even later rekenen we af en verlaten de bar. Ajax speelt morgen volgens
de tv dus dat gaan we zeker even kijken. Als we op de steiger lopen rennen twee
jochies langs ons, blijkbaar hebben ze haast, maar we schenken er geen aandacht
aan. We varen naar de boot, drinken nog wat buiten en duiken het bed in. Ciao!
maandag 20
februari 2006
De dag begon met een zootje potjes “Mens erger je niet.” Op een gegeven moment
wilden Nico en Wilma naar de kant, dus bracht ik ze. Om drie uur zouden wij daar
ook zijn om te internetten. Ook moest er nog een lege krat Carib geruild worden
voor een volle. Om drie uur gaan we met z’n tweeën naar de kant, waar Nico ons
tegemoet komt lopen. Hij zegt dat hij naar de boot moet en ons later op zou
halen. Wij gaan naar het internetcafé en besteden daar een uurtje. Als we klaar
zijn hebben we nog even tijd over en wachten op een soort boulevard. Als Nico
veel te laat aankomt heeft hij wel de lege Caribdoos mee, inclusief een halflege.
Hij zou op ons wachten, terwijl wij naar de supermarkt gingen. Met de twee dozen
liepen we naar de supermarkt. De volle kon worden ingenomen, maar de halfvolle
niet. Dus ook op de terugweg hadden we weer twee dozen mee. Bij aankomst op de
steiger zien we dat er aardig wat mensen staan. De gasten van Fred zijn namelijk
aangekomen en staan nu met een wereldreishoeveelheid bagage op de steiger. De
volle wordt ingeladen, maar de halfvolle mag weg van Nico. Deze kon volgens hem
‘bij het witte busje’ worden neergezet, want daar staat een prullenbak. Ik loop
naar het witte busje, maar geen prullenbak te bekennen. Als de locals zien dat
ik met de doos rondloop, vertellen ze me dat ik hem verderop in het dorp kan
weggooien. Ik had geen zin om weer het hele dorp door te lopen en nam de doos
weer mee. Gelukkig werd ik na drie stappen al tegengehouden door een andere
local die de doos wel wilde hebben, nou veel plezier ermee. Op de steiger
moesten we even wachten op Fred. Nico had namelijk aangeboden een deel van de
bagage mee te nemen, omdat het niet in één keer te doen was. Fred moest eerst
nog even inklaren, aangezien hij nu meerdere personen aan boord kreeg. Toen hij
terug was laadden we de dinghys vol met koffers. Ineens begint het hard te
regenen en wij besluiten alvast te gaan varen, Fred is toch sneller met zijn 15
pk. Fred komt inderdaad eerder aan bij z’n boot. We laden alle spullen uit en
varen snel naar onze eigen boot. Vanochtend wilde ik al de geleende DVD’s
terugbrengen, omdat ze vandaag zouden vertrekken. Gelukkig vertrokken ze een dag
later en mocht ik zelfs nog wat extra DVD’s meenemen. Nu konden we dus
filmkijken en aangezien de motor toch aanmoest, was de stroom ook geen probleem.
De film heet “High Crimes.” Ook dit is zeker een aanrader. Halverwege de film
moesten we eten. Nico had heerlijke wraps gemaakt en Wilma had er nog een kom
sla aan toegevoegd. Na het eten maakte ik snel de deal dat zij vandaag zouden
afwassen en Miklós en ik morgen, zodat we meteen weer verder konden met de film.
Toen de film afgelopen was, wilden we op de kant wat gaan drinken. Op de heenweg
brachten we gelijk de DVD’s weg, zodat dat niet morgenochtend vroeg hoeft.
Halverwege de tocht naar de kant, begon het flink te regenen. Op de steiger
kwamen we er vervolgens achter dat we het hangslot niet meehadden, wat normaal
altijd aan het eind van de kabel zit. De man die ons al eerder tot last was met
de eeuwige vraag of hij op de dinghy kon passen was er ook weer. Ook deze keer
deed hij waar hij het beste in is: zeuren. We besloten dat ik alleen even heen
en weer zou varen om het slot te halen. Op de boot beweerde Nico dat wij hem
kwijt waren geraakt, maar uiteindelijk vond hij het hangslot gewoon in de kuip.
Aangezien Nico de enige is die het hangslot niet aan het eind van de kabel
vastmaakt, was hij degene die voor dit probleem had gezorgd, ook al gaf hij dat
niet toe. Snel voer ik weer terug naar de steiger, waar Miklós nog steeds met
onze zeur in gesprek was. Zoals ik al dacht had hij de hele tijd dat ik weg was,
aan Miklós’ zijn kop lopen zeuren. Snel maakte ik de boot vast en gingen we naar
“Pirates Cove.” Daar werd zoals gewoonlijk weer wat gedronken en daarna voeren
we weer terug naar de boot. Op de boot ging ik aan m’n verslag. Nu maar weer een
biertje pakken met Miklós Ciao!
zondag 19
februari 2006
Eind van de ochtend ging ik met Miklós de kant op. De straten waren behoorlijk
verlaten. Het was vreselijk rustig in het dorp, wat ook wel eens fijn is. Na een
stukje lopen kochten we wat drinken in een bar. Twee Cola kost hier maar 3 EC
(€1,-), wat erg goedkoop is voor twee keer een halve liter. Als we verder lopen,
wil ik zoeken naar een duikshop. Bij het kantoor van het SMMA (Soufriere Marine
Management Asociation), vraag ik ernaar. Een ranger, die Chester heet, legt ons
uit waar het is. Hiervoor dacht ik al dat het daar moest zijn, maar Miklós wilde
er niet heen lopen. Nu liepen we er dus wel heen en kwamen bij een resort uit.
Ik vroeg waar de shop was, waarna hij ons door het resort leidde en me op het
gebouwtje wees. Om er te komen moesten we een stukje over het strand, waar
iedereen van het dorpje zo’n beetje rondhing. Als we elke Bob Marley-sigaret
hadden aangenomen die we aangeboden kregen, konden we daar tot in Nederland op
teren. Bij de duikshop sprak ik met de divemaster, die me een folder meegaf.
Daarna vroegen we een andere weg terug, zodat we niet weer constant aangesproken
zouden worden en die wees hij ons. Daar gingen we even op een muurtje zitten,
zodat ik de folder kon bestuderen. Toen ik klaar was liepen we weer terug naar
de dinghy en voeren terug naar de boot. Daar speelden we een hele hoop
spelletjes “Mens erger je niet.” Eind van de middag stelde Wilma voor om te gaan
zwemmen, wat we wel een goed idee vonden. Ik stelde voor om via de voorpunt te
gaan. Daar zagen we Nico bij ons net aangekomen Nederlandse buren uit Rotterdam
zitten. Ik wilde er wel even heenzwemmen en ze gedag zeggen. Ik klom via onze
dinghy op de boot, omdat hij geen zwemtrap had, wat ik erg raar vond. Ik stelde
me voor. De man heet Fred en chartert hier in de Caribiën. Hij heeft ook nog een
vrouw ingehuurd voor het koken, schoonmaken en het financiële gedeelte, zodat
hij bijna alleen nog hoeft te zeilenm. Deze vrouw is een Française en spreekt
prima Engels. Fred is niet bepaald technisch, zelfs internet is een raadsel voor
hem. ‘Mijn vriendin stuurt me wel eens een text message, maar ik heb geen idee
hoe je er een terugstuurt, dus ik bel gewoon!’ zei hij. Van de Française kreeg
ik nog twee DVD’s mee. Ze zei dat je ze met Engelse ondertiteling moest kijken,
maar dat het dan wel goed te volgen was. Ik moest samen met Miklós koken en dus
gingen we op tijd terug naar de boot. We zouden hamburgers maken met salade, wat
vrij snel op tafel stond. Na het eten hoefden we dit keer dus niet af te wassen
en gingen naar de kant voor wat drinken. Niemand stond op de steiger om ons aan
te pakken, blijkbaar was nu echt iedereen op het strand, waar ik vlammen vandaan
zag komen. Bij het gedeelte waar de steiger vastzat kwam wel een man op ons
toegelopen. Hij vroeg of hij op de dinghy kon passen, maar toen we zeiden dat
iemand anders dat al deed, ging hij gewoon weg. We belandden natuurlijk weer bij
“Pirates Cove.” Pascal die eigenlijk op onze dinghy zou moeten passen, zat
gewoon bij het restaurant. Van de eigenaar kreeg hij wat brood met boter en
water toegeschoven. Hij keek mee naar het voetbalkanaal op tv. Toen we op tijd
terugkeerden naar de boot, liep niet eens mee naar de dinghy. Op de boot gingen
we meteen filmkijken. De film heet Double Jeopardy. Double Jeopardy is term uit
de Amerikaanse wet. Deze houdt in dat als je al veroordeeld bent voor een
misdaad, je daar niet nog een keer voor veroordeeld kan worden. In deze film
wordt deze regel zeer goed in de praktijk gebracht. Een echte aanrader. Dit is
zonder twijfel de beste film die we op deze reis hebben gezien. Na de film
dronken we buiten nog wat en zochten de bedden op. Ciao!
zaterdag 18 februari 2006
Vanacht zijn we tegen de buren
aangedreven. Dit werd me de volgende ochtend verteld, ik heb er niks van gemerkt.
Nico en Wilma hebben de lijn wat korter gelegd, net als de buren en iedereen kon
weer naar bed. ’s Ochtends ging ik met Wilma snorkelen. De boatboy van gister,
die ons de mooring wees, had ons een snorkelgebied gewezen. Hier was echter geen
guppie te bekennen. Pas verderop en onder de boot lag een mooi rif. Uiteindelijk
was het dus toch nog een redelijk snorkeltochtje. Als we weer aan boord zijn,
komt al gauw een bootje met souvenirs langs. De jongen heet Jay en heeft een
vriend meegenomen die Gino heet. Ze hadden kettinkjes en stenen schildpadjes bij
zich. De schildpadjes hadden we in 2003 ook al gekocht, toen we meevoeren op de
“Jan Steen.” Toch wilde Wilma er nog wel een paar hebben. Ik zag een leuke
ketting en na kort onderhandelen kwamen we op een bedrag van 65 EC uit (€22,-).
Het grappige was dat Jay bij aankomst in het Frans begon. Wilma legde hem uit
dat de Franse vlag een kwartslag gedraaid is en dat zag hij daarna ook wel in.
Daarna ging hij gewoon over op het Engels. Even later breng ik Nico en Wilma
naar de kant. Met Miklós speel ik daarna weer een paar potjes “Mens erger je
niet.” Om drie uur varen we met z’n tweeën naar de kant. Daar vragen jochies of
ze op de dinghy mochten passen, maar wij hadden Pascal als boatboy, helaas was
hij er niet. Dan maar zonder Pascal, hij ligt toch op het slot. Als we over de
steiger lopen, zit een groep mannen in een boot. Kleine jochies vragen muntjes
aan ze. Dat kunnen ze krijgen, als ze in het water sprongen. Vervolgens werden
de muntjes gewoon naar ze toegegooid, wat wij geen manier van doen vonden. Nico
en Wilma zouden op de steiger staan, maar ze waren er niet. Ze wilden namelijk
om drie uur even de boodschappen naar de boot brengen. We hadden geen zin om op
ze te wachten en dus gingen we gelijk naar het internetcafé. Het was er erg druk.
Na een tijdje wachten stelde de receptioniste voor om een computer van de balie
te gebruiken, wat ik niet erg vond. Na het internetten gingen we even bij
“Pirates Cove” kijken, waar Nico en Wilma zaten. Ze hadden hier gereserveerd
voor het chique gedeelte van het restaurant. We varen daarna met z’n vieren van
de boot, doen waar we zin in hebben en varen terug om uit eten te gaan. De
bovenverdieping, waar het chique eetgedeelte zich bevind, is erg mooi. Het eten
is er prima, maar de porties wat klein. Na het eten breng ik Nico en Wilma naar
de boot, zodat Miklós en ik nog even een biertje kunnen drinken. Later in de
avond gaan ook wij naar de boot, waar we nog een biertje pakken. Ciao!