GESCHIEDENIS VAN ONZE PAROCHIE

 

 

Inhoud

Blz 2:   Missiegebied in de achterhoek

Blz 3:   De eerste christenkerk in onze gemeente

Blz 4:   Van kapel tot parochiekerk Borculo - De zelfstandige parochie Borculo

Blz 5:   De pastoors tot het begin van de reformatie - De laatste pastoors van de parochie Borculo voor de reformatie.

Blz 6:   Zwillbroek - Bisdom Munster

Blz 7:   Drietelaar

Blz 8:   Bouwplannen voor de eerste katholieke kerk te Borculo na de reformatie

Blz 9:   Aanbesteding v.d. eerste R.K. kerk na de reformatie

Blz 10. Herrijzend Rooms Katholicisme rond 1850

Blz 11. Herstel der Bisschoppelijke Hiërarchie (1853) - De laatste jaren van pastoor J. Vos

Blz 12. Pastoraat van pastoor Fornier

Blz 13. Een Katholieke Begraafplaats (1871)

Blz 15. Kerkhofarchief - Oprichting van een noodkerk (1879) - De Tweede Kerkbouw (1882).

Blz 17. Feestelijke Inwijding (1884)

Blz 18. Vernieuwingen binnen het kerkgebouw

Blz 19. Laatste dagen van Pastoor Fornier

Blz 20. Pastoor J. van der Nap (1896-1906), Pastoor Dillman (1906-1915)

Blz 21. Pastoor Kroot (1915-1947)

Blz 21. Stormramp 1915

Blz 22. Kapelaan Jongerius (1942-1947)

Blz 23. Pastoor Terpstra (1947 -1955)

Blz 24. Kerkorgel (1951)

Blz 25. Pastoor Hunfeld (1955-1962)

Blz 25  Pastoor Schuttelaar (1962-1980)

Blz 27. Verbouwing van onze kerk (1968)

Blz 31. Pastoor Smithuis (1980-1986)

Blz 33. Veilingaktie kerk (1990)

Blz 34. Benoeming 1e pastores Sectie Oost (2000)

Blz 35. Afscheid Pastoor Simons (1986-2000)

Blz 36. Schilderswerk 2001

Blz 39. Pastoor Jaspers maakt plaats (Sectie Oost – Zutphen)

Blz 40. Wassink 4e pastor in Berkellandgebied (2001)

Blz 40. Fraters sterven in Nederland uit (2001)

Blz 42. Pastor de Heus (Sectie Oost- Zutphen) wordt opbouwwerker.

Blz 43. Opslitsing dekenaat Berkelland (2003)

Blz 44. Wijding diaken Gunther Oude Groen (2003) door Kardinaal Simonis.

Blz 46. Kardinaal Simonis bij afscheid fraters (2003)

Blz 48. Pastor Wil Matti wil zoeken naar nieuwe vormen (2003)

B;z 51. Priesterwijding Ed Wassink (2004)

Blz 53. Ondertekening parochieverband Graafschap Zutphen.(2005)

Blz 57. Afscheid Pastoor Jacobs (2007)

Blz 58. Installatie pastoraal werker Jaap van Kranenburg (2007)

Blz 59. 25 jarig jublieum Pastoraal werker Wil Matti (2007)

Blz 60. Vrijwilligers gaan voor in uitvaarten (2008)

 

 

29 januari 2008

 

 

Missiegebied in de achterhoek

 

In de tijd van Keizer Karel de Grote (745-814) werd in ons gebied door bisschop Ludger (742-809) het christendom verspreid. Hij stichtte het bisdom Munster (804) en werd hiervan de eerste bisschop. Ons gebied werd toen het Westelijk Saksen genoemd.

Tijdens zijn missie heeft bisschop Ludger vele kerken  en kerkelijke organisaties gesticht. Mede dankzij Karel de Grote kon Ludger het christendom in ons gebied verspreiden.

De allereerste kerken verrezen in onze Achterhoek bij Zelhem (801) en Wichmond (802) . Kort daarna werd zowel in Winterswijk en  Groenlo (835) wordt een kerk gesticht. Een gebied rondom een kerk werd een kerspel genoemd.

Later komen afsplitsingen van deze kerspels, en ontstaan vele nieuwe kerspels. Varsseveld afgesplitst van Zelhem, ontstaan rond 1152, Ruurlo in 1376. Aalten, afgesplitst van Winterswijk, tussen 1092 en 1152. 

Eibergen, Neede en Geesteren, afgesplitst van Groenlo, ontstaan rond 1200-1246. Na deze afsplitsingen ontstonden er diverse kapellen zo kunnen we noemen: Dinxperlo en Hengelo  in 1313 ,  Borculo in 1337, Haarlo in 1383, Gelselaar in 1440, Vragender en Lichtenvoorde in 1444, Bredevoort in 1536.

Het grensgebied van het Bisdom Munster liep dwars door onze Achterhoek. Het vroegere heerlijkheid Borculo en Bredevoort behoorden tot het bisdom Munster. Het Graafschap Zutphen behoorde tot het bisdom Utrecht.

 

 

Bron: uit archief van geschiedenis van de katholieke kerk in Nederland (1957)

 

De eerste christenkerk in onze gemeente.

(beschreven door Pastoor Schuttelaar (1980)

 

De eerste parochiekerk die in onze gemeente gebouwd was, moeten we  niet in Borculo, maar in Geesteren zoeken. Vanaf de Lochemseweg het dorp binnenlopend, fietsend of rijdend, valt ons al dadelijk het pittoreske torentje met Fries zadeldak op.

Het daarbij behorende kerkgebouw behoort thans aan de N.H. gemeente te Geesteren. Helaas kunnen wij U niet de juiste stichtingsdatum van dit gebouw vermelden. Zeker heeft het er al gestaan voor het jaar 1246. Het is namelijk bekend dat tussen de jaren 1209 tot 1246 er een zelfstandige parochie Geesteren is gesticht, afgescheiden van de moederparochie Groenlo. Bovendien bestaat er nog een lijst van goederen behorend tot het bezit van Graaf Henrich van Dalen, gedateerd 1188. Op die lijst worden goederen genoemd, welke gelegen zijn “in de parochie Geesteren.” Hieruit maken sommigen op dat er al voor 1200 minstens een (houten) kapelletje moet hebben gestaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(tekening uit Kerken in Borculo         Oude  ansichtkaart

 uitgave 1981 – Raad van Kerken Borculo)

 

Over de plaats Borculo is pas voor het eerst sprake in het jaar 959. Het hoorde toen kerkelijk onder de parochie Groenlo, afgescheiden van Vreden. Rond het jaar 1200 komt hierin verandering. Dan wordt de parochie Geesteren gesticht. Onder de parochie Geesteren hoorden de bewoners van wat wij nu noemen: Geesteren en Borculo met uitzondering van het “HOF” waar destijds het kasteel stond. Het kasteel met de inwoners hoorde tot de parochie Eibergen. Wat wij nu Gelselaar noemen hoorde toen onder de parochie Neede. Wat wij nu Haarlo noemen hoorde toen onder Eibergen. Veel parochies kregen langzamerhand “bij-kapellen” d.w.z. kapellen waaraan dikwijls ook een geestelijke was verbonden. In die kapellen mocht ‘s zondags en door de week erediensten worden gehouden. Dopen, trouwen en uitvaarten moesten echter in de parochiekerk geschieden. Ook moesten bepaalde bijdragen aan de parochie worden afgedragen. Zo werd in het jaar 1337 buiten het kasteel in Borculo een bij-kapel gesticht door Heer Hendrik van Borculo en zijn vrouw Beatrix voor de omwonenden buiten het kasteel. De patroon was St. Joris. De plaats waar nu de N.H. Kerk staat op het Muraltplein.

 

 

In Haarlo werd in 1383 een bij-kapel gebouwd en in 1444 in Gelselaar.

 

 

 

 

 

Van kapel tot parochiekerk Borculo

 

Als eerste bedienaar van die kapel wordt genoemd: Herman van den Walle. Men vermoedt, dat hij een familielid is geweest van Everard van der Walle, vicaris van de St. Walburgiskerk te Zutphen. Patroon was: St.Joris. De nieuw opgericht kapel beleefde al spoedig dagen van bloei. Bij de oprichting was nl. een Sint Nicolaas-altaar gesticht met daaraan verbonden een vicarie (d.w.z. vaste inkomsten) zonder voldoende opbrengsten. In 1342 nu kwamen een Heer Hendrik Surck en een priester, Herman van Billerbeck, hier verbetering in brengen.

Hendrik Surck schonk zijn erven Menkhorst in Beltrum en Sprokkelkamp in Lintvelde. Herman van Billerbeck schonk zijn huis met toebehorende grond. In 1378 lezen we weer van een schenking van Ricquin de Smit die was schenkt waaruit kaarsen kunnen worden gemaakt.  In 1439 was rector van de kapel Johan van Bronkhorst. Hij was de zoon van Heer Willem van Bronkhorst. Hij vermaakte aan de kapel het erf De Hattelerskamp in Lintvelde gelegen bij de Quappenborg. Goedkeuring hiervoor gaf zijn oom Otto van Bronkhorst, die in die tijd Heer van Borculo was. Tenslotte vernemen we nog in het jaar 1484 over een schenking van Matthias van Diepenbroek en zijn echtgenote. Het bestaat uit een jaarlijkse afdracht van een molder(mud) raapzaad tot verbetering van het licht in de lampen van het koor en een pond was voor de verlichting van het hoogaltaar en het Maria-altaar.

Door toenemende welvaart vermeerderde de bevolking en dat vereiste een grotere kerkruimte en tegelijk werd het verlangen groter dat deze kerk tot parochiekerk zou worden verheven. Zeer belangrijk was dat ook de Heer van Borculo dezelfde verlangens koesterde. Zo ging er een goed gefundeerd en dringend verzoek naar de bisschop van Munster. In het jaar 1509 op 24 februari werd de scheiding van Geesteren een feit en werd voor het eerst de zelfstandige parochie gesticht.

 

 

De zelfstandige parochie Borculo.

 

Als U bij een stadswandeling het Muraltplein passeert, en U bekijkt de Ned. Hervormde Kerk aldaar, dan kunt U constateren, dat deze is opgebouwd in de stijl van de laat-gotiek.

Men neemt algemeen aan, dat omstreeks de tijd dat de kapel tot zelfstandige parochiekerk werd verheven, dus omstreeks het jaar 1509, deze kapel is uitgebouwd in de vorm zoals we haar nu zien.

Als parochie waren we een deel van het bisdom Munster en vielen wij onder het aartsdiaconaat van de vice dominus ofwel de domkoster van Munster. De parochie was toegewijd aan O.L. Vrouw en St. Joris.

Bij vacatures van pastoors hadden de Heren van Borculo het recht van benoeming. Wel was de benoeming onderhevig aan de goedkeuring van de bisschop van Munster.

In de kerk stonden meerdere altaren, opgericht door rijke begunstigers van kerk en geestelijkheid. Tegenover de gunst van de milde gever stond dikwijls de verplichting van de geestelijke om op bepaalde tijden aan dat altaar de H. Mis te lezen intentie van de milde gever.

Zo had de kerk op het Muraltplein zeven altaren. St.Joris, de  patroon, dan die van St. Nicolaas, gesticht in 1342. Dan komt  die van O.L.Vrouw in 1484. De vier overigen werden alle in de 16e eeuw gesticht, nl. St. Antonius abt, H. Kruis - 11000 Maagden, Sint Anna en St. Barbara. Ze werden alle geschonken door de Heren van Borculo en hun echtgenotes, met velen uitzondering.

In 1526 stichtten Hendrik Rietberg en zijn echtgenote Elsken Roiters een vicarie. Zij verklaren, dat het “hun wil en begeerte” is dat de door hen te stichten kerkdienst van St.Joris per week twee Missen zal opdragen: elke woensdag om negen uur ter ere van St. Joris en elke zaterdag om 8 uur ter ere van O.L.Vrouw. Als bedienaar stellen zij voor de Heer Johan ten Bouhuis zolang hij leeft en daarna iemand aangesteld door de Heer van Borculo.

 

De pastoors tot het begin van de reformatie.

 

Als eerste pastoor van de parochie Borculo wordt genoemd: Johannes Vestrink (andere bron: Jan Lenderink). Van hem is slechts de naam bekend. Hij werd opgevolgd door Rutger Haffken (Haefkens). Het zal een goede herder geweest zijn, want hem werd gevraagd in het jaar 1545 ook de parochie Groenlo erbij te verzorgen. Dit weigerde hij, vermoedelijk om gezondheidsredenen, want in datzelfde jaar stierf hij.

Hij werd opgevolgd door Cornelis van Eden, van wie ons ook verder niets bekend is. Des te meer weten we van diens opvolger: Israel Swave. Een kleurrijke figuur, die zich niet al te veel van de kerkelijke voorschriften aantrok, vermoedelijk ook Luthersgezind. Dat viel niet slecht bij zijn kasteelheer: Joost van Bronkhorst. Die was namelijk gehuwd met de Duitse gravin: Maria van Hoya. Zij was Lutherse en mede door haar invloed stond ook Joost sympathiek tegenover die nieuwe leer.

In 1585 werd Ernst van Beieren tot bisschop van Munster benoemd en ging de contra-reformatie van start. Hij trok de touwtjes weer strakker aan en Israel Swave moest wijken. Dank zij de invloed van Joost van Bronkhorst mocht hij toch in Borculo nog pastoraal werkzaam blijven, ondergeschikt aan zijn opvolger: George Goyker. Hij was tot aan zijn dood in 1589 pastoor.

Israel Swave had twee zoons. Een ontmoetten wij reeds bij de beschrijving van de parochie Geesteren en de ander, Andreas Swave, zien we later als predikant te Neede.

In 1589 werd George Coyker opgevolgd door Herman Bardewich. Hij deed zijn uiterste best Borculo nog voor het katholieke geloof te bewaren, maar door de algehele verwarring is het hem maar gedeeltelijk gelukt.

 

De laatste pastoors van de parochie Borculo voor de reformatie.

 

In het zelfde jaar 1589 dat hij benoemd was, verdween ook Herman Bardewich en werd opgevolgd door Sybrand van Bolswart, die tot 1596 de parochie bestuurde. Het was een moeilijke tijd. Bij de geestelijkheid heerste verwarring. Sommigen hadden openlijk met de Kerk gebroken en volgden Luther. Anderen twijfelden. In Borculo was de gravin Luthers. Haar man Joost van Bronkhorst volgde haar. Eerst in het geheim, later openlijk. Zoals we eerder zagen, had de Heer van Borculo een grote vinger in de pap bij de benoeming van de pastoors. Het ligt voor de hand, dat hij hier geen sterke contrareformatorische en “Romeinse”-figuur als pastoor wenste. Hij kreeg volledig zijn zin bij de benoeming van Bernard Hollius (ook genoemd van Holt of Hollink) tot pastoor van Borculo in het jaar 1596.

Bernard Hollius was een man met een weifelend karakter, die makkelijk onder invloed raakte van telkens verschillende richtingen en strevingen. Omstreeks 1610 tekent hij in voor de Heidelbergse Catechismus. Daarmee werd hij officieel protestant. Evenals bij de parochie Geesteren , was ook hier de laatste pastoor de eerste predikant van Borculo. In de consistoriekamer van de kerk op het Muraltplein staat dan ook Bernard Hollius vermeld eerste predikant van Borculo vanaf 1616. Hij houdt het niet lang vol, want we lezen verder dat hij in 1619 eervol ontslag krijgt. De reden? Hij wilde weer terugkeren naar zijn Moederkerk.

In 1620 werd hij opgevolgd door een andere predikant, Th. Havenberg. Van Bernard Hollius vernemen we verder niets meer, alleen zijn zoon, ook Bernard geheten, in 1616 wordt vermeld als predikant te Vorden.

In Borculo bleef slechts een handjevol katholieken over. In 1700 telde Borculo slechts 8 katholieke gezinnen. Ze zochten hun heil in de omgeving: in Groenlo of in diverse schuilkerken. In oude Grolsche doopboeken van die tijd komen dan ook de namen voor van Borculose kinderen.

 

Zwillbroek      

 

Na de Vrede van Munster, ontstond voor de katholieken die bij het bisdom Munster behoorden langs de grens van Nederland van Bocholt tot Gronau een keten van zogenaamde missiestaties.

Vanaf deze kapellen en kerken konden de katholieken in Nederland , na 1648 toen het katholicisme in Nederland verboden was, zonder gevaar hun zielzorg ontvangen. Zo ontstond ook o.a. in Zwillbroek in 1651 een kapel met klooster voor de katholieken die in Nederland onderdrukt werden in het gebied van de Heerlijkheid Borculo en de Groenlo.

In 1713  werd deze klooster vergroot en in 1717 werd deze kapel vergroot tot de huidige barokkerk zoals die nu nog in Zwillbroek staat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kapel en Klooster Zwillbroek - afbeelding op een oude kaart van 1723                                      foto huidige situatie

rijksarchief Arnhem

 

De Barokkerk St. Franciscus te Zwillbroek is te bezichtigen en heeft een prachtige interieur. Vlakbij de kerk is een natuurgebied - het Zwillbroeker veen, dat een vogelreservaat is.

Een bezoek aan de kerk en aansluitend een wandeling in het natuurgebied is zeer de moeite waard!

 

 

Bisdom Munster

 

Aan het einde van de 16e en begin van de 17e eeuw, de tijd van de reformatie en Contrareformatie had het Protestantisme zich in de Nederlanden de status van staatsgodsdienst weten te verwerven, terwijl de Katholieke Kerk zich in Munsterland wist te handhaven. Aan het eind van de Tachtigjarige oorlog, bij de Vrede van Munster, in het jaar 1648 is de onafhankelijkheid van de Nederlanden erkend. Dientengevolge werd de grens tussen Gelre en het vorstbisdom Munster niet alleen een politieke grens tussen het Heilige Roomse Rijk en de nieuwe staat der Nederlanden, maar ook in verregaande mate een grens tussen katholiek en protestants staatsgezag.

 

Nog steeds strekte het bisdom Munster zich over de Gelderse Achterhoek uit, weliswaar in menige plaats de reformatie de overhand had verkregen, maar nog steeds in andere plaatsen trouw aan de oude kerk waren gebleven. Een klein deel van het gebied aan de onze kant van de grens, de Heerlijkheid Borculo, was bovendien leen van de bisschop van Munster en tijdens de Tachtigjarige Oorlog aan de macht van Munster ontrokken. Met wapengeweld trachtte de vorstbisschop Bernhard van Galen (1650-1678) dit gebied voor Munster terug te winnen, en overviel tot twee keer toe zonder succes de Nederlanden.

In 1672 keerde in Borculo tijdelijk het Katholicisme terug, door de bisschop van Munster, tot 1674, toen dominee Umbgrove terug kon komen als predikant van Borculo.

 

Van de Munsterse kerspelen vertoont Groenlo de meeste continuïteit in zijn bestaan. De Reformatie deed in 1597 na de verovering door Maurits haar intrede binnen de stad. De daaraan voorafgaande poging tot protestantisering (1579-1580) was te kort om succes te hebben. Binnen stad en schependom Groenlo kon de Contrareformatie van 1606 tot 1627 ongestoord en onbelemmerd haar invloed doen gelden.

Deze invloed kon zich ook uitstrekken over het omringende plattelandsgedeelte van het kerspel, tot hier in 1616 het protestantiseringproces begon toen Joost van Limburg Styrum de heerlijkheid Borculo-Lichtenvoorde verwierf. In het kerspel Groenlo bleven hiaten in de zielzorg achterwege, omdat na 1627 en 1651 de Minderbroeders respectievelijk vanuit Bocholt en Zwillbroek de zielzorg er clandestien en vlak over de grenzen van de Republiek vrij en openlijk konden voortzetten. Bovendien bleven nog in Groenlo de vicarissen  Warnsinck (1635) en  Suurhuys (1652). In 1681 volgde de benoeming van Silvolt en in 1694 van Riecius tot missionarissen van de Hollandse Zending in het Groenlose parochiegebied.

 

 In 1699 volgde de benoeming van H. Munster tot pastoor te Groenlo onder jurisdictie van het bisdom Munster. In Lichtenvoorde bleven H. Silvolt en zijn opvolgers ook onder jurisdictie van Munster. De missionarissen van de Hollandse Zending, Seb. Riccius en zijn opvolgers bleven tot 1794 werkzaam vanuit de havezate Harreveld, die nog lag in het oude kerspel Groenlo. Het blijven voortbestaan van de zielzorg in het kerspel Groenlo, de te late intrede van het protestantiseringproces, de zorg van Chr. Bernard von Galen voor zijn aartsdiaconale gebied en de steun van de katholieke Vrouwe van Harreveld , Ursela van Raesfelt, vormen de verklaring voor het bestaan van de katholieke enclave Groenlo-Lichtenvoorde.

 

In 1823 kwamen zeven Munsterse parochies (Borculo, Geesteren, Neede, Eibergen, Groenlo, Lichtenvoorde en Winterswijk) onder de Hollandse Zending en hiermee eindigde de door de bisschoppen van Munster geleide zielzorg, die begonnen was in 792 toen Ludger het Westsaksisch missiegebied kreeg toegewezen.

 

Door Th. A. M. Thielen (uit: Archief voor de geschiedenis van de katholieke kerk in Nederland –1957

 

Drietelaar

 

Mr. W.J.G. van Eyll te Zutphen, Heer en eigenaar van het onder Borculo gelegen landgoed “Drietelaar”, met een landhuis en kapel, waar nu en dan voor de roomsche bewoners der omstreken gelegenheid bestond een Godsdienstoefening bij te wonen, vermaakte bij testamentaire beschikking van 13 Januari 1763 voor geestelijke doeleinden het Drietelaar, en wel met dien verstande, dat uit de opbrengsten jaarlijks zullen worden uitgekeerd aan den wettigen en door de overheid toegelaten heer pastoor  van Borculo en aan de pastoors van Vorden, Ruurlo, Baak en Wichmond, elk f.50.- en f.25.- voor de armen; dat verder, indien de R.K. Godsdienst in of bij Borculo mocht worden toegelaten en daar een pastoor werd geplaatst, deze, zo hij daartoe genegen mocht zijn, zijn verblijf kan nemen op het herenhuis Drietelaar en tot onderhoud daarvan, bij het reeds toegewezen, jaarlijks nog zal ontvangen f.25.-, benevens het gebruik der meubelen,welke zich alsdan daar zullen bevinden, alsook van de stallen, schuren, hoven, vijvers en wandelingen, bij en omtrent voornoemd herenhuis aanwezig. Aan de tijdelijke pastoor en de armen van Zutphen vermaakte de Heer van Eyll bij dezelfde gelegenheid het hem toebehorende erve “Gastink”, onder Warnsveld, dat nagenoeg evenveel opbracht als “Drietelaar”. Intussen stond men aan het begin van de 19e eeuw. De staatkundige gebeurtenissen hadden, wat de godsdienst vrijheid betreft, veel verbetering gebracht, zodat men den “placcaten” tijd zachtjes aan begon uit te raken. Daarom wenden de Roomschen van Borculo zich in ‘t begin van 1795 tot de Commandant der Franse troepen aldaar, Lefébre genaamd, met verzoek hen te willen toestaan op elke Zon- en feestdag door een pater uit het klooster Zwilbroek, geheel op hunne kosten en buiten bezwaar der Franse schatkist, op de huize Drietelaar, een Heilige Mis te laten lezen. Van de toestemming die zij ontvingen, maakten zij gebruik door zich tot den bisschop van Munster te wenden met de bede hun een eigen pastoor te zenden, daar er aan de bediening door de Zwilbroekse pater talrijke bezwaren verbonden waren. De bisschop willigde hun verzoek in en nog in Mei van hetzelfde jaar 1795 ontvingen zij een eigen Herder, den eersten pastoor van Borculo (Johannes Kroese) na de reformatie, die zich op Drietelaar vestigde. Op 23 april 1819 overleed de eerste Pastoor van Borculo na de reformatie te Drietelaar. Hij werd in Groenlo begraven. Pastoor Jospehus Johannes Gerrits volgde hem op, hij was in de laatste jaren van pastoor Kroese zijn assistent. Pastoor Gerrits overleed op 42-jarige leeftijd te Drietelaar op 23 maart 1829.

Johannes Franciscus Vos volgde op 4 april 1829 pastoor Gerrits op. Het was in het jaar 1844,toen men ongeveer een halve eeuw op het “Drietelaar” had gekerkt. “Drietelaar” ook wel Dietelaar of Dieteler genoemd, doch eigenlijk is samengetrokken uit “De Rietler”, (Drietler), ontleent zeer waarschijnlijk deze naam aan zijn ligging tussen lage moerasachtige landen, waarop veel riet groeide. Dit landgoed, ruim 89 KA groot, is gelegen op ongeveer een half uur afstand van Borculo. Het heeft vroeger toebehoord aan de Godvrezende en Edele familie van Eyll van Borculo, waarvan echter de 2 laatste stamhouders gewoond hebben in de roode Torenstraat te Zutphen, omstreeks 1700. Dr. Wessel Jozef Godfried van Eyll was tweemaal gehuwd. Eerst met Mej. Arnolda Cornelia Haak en in 1761 huwde hij andermaal met Freule A.M.Th.Hackfort tot ter Horst. Uit het eerste huwelijk waren 2 dochters geboren, Het oudste meisje stierf nog geen jaar oud (Maria Anna Adriana 1733), terwijl het tweede dochtertje (Alexandrina Adrea Maria geb 1735) tijdens de Vespers in de kapel gehouden, in de gracht buiten de kapel verdronk (op Drietelaar 1738).

In 1763 bepaalde Wessel van Eyll in zijn testament dat erf en goed ‘t Garstink en erf en goed Drietelaar zouden blijven voor liefdadige doeleinden. Na overlijden van Mevr. van Eyll in 1784 werden de goederen geadministreerd door Baron R.E. van Dorth van ‘t Medler en in het vervolg door diens oudsten zoon Baron Zeno Th. J. van Dorth van ‘t Medler, die van 1847 tot 1896 de administratie en het beheer voerde. In 1863 werd de Drietelaar overgebracht op naam van Aartsbisdom Utrecht. In 1898 besloot de Aartsbisschop van Utrecht de Drietelaar te bestemmen voor opvoeding van kinderen, die in de maatschappij groot gevaar liepen ten onder te gaan. Aldus verrees een statige gebouw ontworpen  door architect A. Tepe.

 

 

(Het gebouw is helaas in 1993 gesloopt, redactie).

 

 

 

Bouwplannen voor de eerste katholieke kerk te Borculo na de reformatie.  

(beschreven door wijlen Pastoor Schuttelaar)

 

Reeds in de jaren rond 1770 hield onze grote weldoener Wessel Godfried van Eyll zich bezig met de gedachte in de stad Borculo zelf een kerk te bouwen. Met het oog daarop trachtte hij toen een stuk grond te bemachtigen aan de Steenstraat. Deze grond was gelegen precies tegenover de plaats waar thans de R.K. Kerk staat. Door zijn dood in 1773 hielden de pogingen daartoe op tot verdriet van de katholieken en tot vreugde van de protestanten, waarvan sommigen hun vreugde niet onder stoelen of banken staken. Het verlangen ernaar bleef, alleen al wegens de lange en vaak moeilijk begaanbare weg naar de Drietelaar. In de herfst en wintermaanden was deze weg in de drassige omgeving van deze kerkgelegenheid ook nog dikwijls door overstromingen voor velen een grote hindernis. Op 23 maart 1829 stierf pastoor Gerrits en werd te Groenlo begraven. Hij werd op 4 april 1829 opgevolgd door pastoor Joannes Vos, die pastoor was te Elst. Pastoor Vos was van geboorte afkomstig uit Emmerik. In hem vond dhr. H. Tijdink een energieke en krachtige steun voor de plannen in Borculo zelf een kerk te bouwen. Er werd een bouwcommissie gevormd onder voorzitterschap van dhr. H. Tijdink. In 1840 werd de eerste poging gewaagd. Er ging een schrijven naar Koning Willem II en de minister van Godsdienstzaken om toestemming te krijgen voor de bouw van een kerk, waarvan de prijs door de provinciale hoofdinspecteur werd geschat op Fl. 10.800,--, met gelijktijdig een verzoek om bouwsubsidie. Op 16 sept. ging dit schrijven uit. Het werd echter voorlopig afgewezen met de vermelding, dat het plan van de parochie Elden (bij Arnhem) moest worden gevolgd. In januari 1844 werd het verzoek herhaald en op 28 jan. van dat jaar werd van de koning goedkeuring verkregen tot aankoop van grond voor Fl. 600,-- van de Weleerwaarde Heer A.J. Lambrechts, predikant te Angerlo en daarop kerk en pastorie te bouwen. Een dag later kwam de gunstige beschikking binnen eveneens van koning Willem II op een verzoek van dhr. H. Tijdink en andere R.K. ingezetenen van Borculo, waarbij Fl. 5.500,-- subsidie werd toegekend voor het bouwen van een kerk en pastorie ter vervanging van die op het Drietelaar, te betalen: de helft in 1844 en de rest in 1845. Op 8 feb. 1844 werd door minister Pelichy van Eredienst uitvoering van dit besluit gegeven. De officiële bevestiging van dit besluit door de minister van eredienst dateert van 23 feb. 1844. Zo lag nu de weg open naar aanbesteding en tot uitvoering brengen van de zozeer verlangde kerkenbouw aan de Steenstraat.

 

Aanbesteding v.d. eerste R.K. kerk na de reformatie

 

Protestanten waren verbaasd en katholieken verblijd, toen ze in februari en maart 1844 het volgende lazen op aanplakbiljetten in de stad:  AANBESTEDING

Donderdag den elfden April 1844 ten twaalf uren zal onder nadere approbatie van Zijne Excellentie de Heer Minister voor de zaken R.C. Eredienst, door pastoor en Kerkmeesteren der R.C. Gemeente te Borculo en in bijzijn van de Hoofdingenieur van den Waterstaat G.J.Dibbets ten huize van de Wed. Martens (Hotel “De Schuur” op de hoek Steenstraat-Ruurloseweg, (later afgebroken) te Borculo in het openbaar worden aanbesteed:

Het bouwen van een geheel nieuwe R.K.Kerk en pastorie te Borculo met leverantie van de daartoe benodigde materialen. Het gedrukt bestek zal ter lezing liggen aan het Provinciaal Gouvernement te Arnhem, te Borculo bij de Wed. Martens en Geelink, te Zutphen bij L. Swartjes, te Vorden bij Meuleman, Meuleman, te Ruurlo bij Horsman, te Lochem bij A.S. Weekenstroo, te Groenlo bij Stottelaar, te Lichtenvoorde bij Wijnveld, te Aalten bij van Eerden. te Winterswijk bij Blumers, te Eibergen bij Harbers, te Neede bij Bonkens, te Delden bij Meijer, te Goor bij Janssen, te Diepenheim bij te Raa. Zullende twee dagen voor de aanbesteding de nodige aanwijzingen worden gedaan in loco en voorts nadere informatie te bekomen bij de Heren Hoofdingenieurs J.H. Ferrand te Arnhem en G.J. Dibbets te Zutphen.

ZEGT HET VOORT!!! In ons archief ontdekte de schrijver van dit artikel nog een rekening, gedateerd 11 Sept. 1845, die was voldaan. Deze luidde als volgt: Ontvangen van de Heer H. Tijdink te Borculo de somma van vijftien guldens, strekkende in voldoening ener overgegeven rekening van het kopiëren der tekening, rectificeren van het bestek enz. van de nieuwe Kerk te Borculo.

Borculo 11 Sept.1845 J.Robbink van Zalingen. Tegen een zaalhuur van vier gulden vond dus te Borculo op 11 april 1844 in Hotel “De Schuur” de aanbesteding plaats. Er kwamen meerdere liefhebbers opdagen en het zal sommigen van U, lezers, interesseren wie dat waren en welke bedragen er werden bedongen.

De volgende inschrijvers kwamen opdagen:

Uit Borculo:   Derk Meilink             Bedrag: Fl.   9989,--

Uit Lochem:  J. Biljard                                Fl.  11175,--

Uit Goor:       Berend Meerman                  Fl.  11800,--

Uit Groenlo:  J. Nalis                                  Fl.   9500,--

Uit Zutphen: Gerrit Rengelenberg             Fl.  10437,--

Uit Lochem:  M. Krekel                              Fl.  11185,--

Uit Zelhem:  Bart Netens                            Fl.   7975,--

 

 

Het kerkbestuur bestond toen uit: J.F. Vos pastoor, Johannes Brinke.en Jan Hendrik Weelink. Na deze uitslag van de aanbesteding werd vervolgens “opgehangen op Fl. 5000,-- en vervolgens verhoogd met Fl. 25,-- en daarna afgemijnd op Fl. 7600,-- door Bart Netens uit Zelhem. Aan laatstgenoemde werd dan ook de bouw gegund.

Het bedrag lijkt erg klein, maar we moeten bedenken dat het totale aantal parochianen, kinderen en ouden van dagen inbegrepen ongeveer 200 bedroeg en dat er maar weinigen draagkrachtig waren en dat de boeren onder hen het liefst hun bijdragen in natura gaven. De grote steun is vooral gegeven door Wessel van Eijll, door de Heer van Dorth en door bedelpreken van pastoor Vos. Op 3 juli 1845 werd door de aartspriester aan pastoor J. Vos machtiging verleend om in Holland, Zeeland en Friesland voor de Kerk te collecteren. Pastoor Fornier schrijft hierover: “Behalve de Rijkssubsidie van Fl. 5.500,-- bij Koninklijk Besluit toegestaan, werden de bouwkosten hoofdzakelijk geput uit vrijwillige bijdragen en giften door enige parochianen en Katholieken uit naburige gemeenten, terwijl pastoor J.Vos voor het zelfde doel geheel Gelderland en de voornaamste plaatsen van andere provincies heeft afgereisd. Voorzien van aanbevelingsbrieven van de kerkelijke overheid en buitendien uitnemend geschikt voor zodanige taak, is hij daarin Gods Zegen naar wens geslaagd. Ik heb weliswaar nimmer het totaalbedrag kunnen achterhalen, doch er was voldoende dat de parochie niet in schulden is beland geraakt, hetgeen voor deze kleine gemeenschap tot grote bezwaren aanleiding zou hebben kunnen geven.

10 juni 1844 werd de eerste steen geleed. Deze steen is op 9 Sept. 1980 teruggevonden onder het Gazon voor de Pastorie halverwege het pad naar de pastorie. Het bleek bij de bouw van de nieuwe kerk van 1883 te zijn gebruikt om een put af te dekken. Opgraver Tonny Fleiszner en Fons Klein Gunnewiek van het aannemersbedrijf Boom. Pastoor Schuttelaar las op de steen de volgende tekst: De eerste steen gelegd door J.Vos pastoor en J.H. Weelink en J. brinke op Platvoet, kerkmeesteren den 10 juni 1844.

 

 

Herrijzend Rooms Katholicisme rond 1850

 

Zo was Borculo, vooral dank zij het stimulerend optreden van Wessel van Eijll, eigenlijk een bevoorrechte plaats. Met nauwelijks 200 parochianen een eigen pastoor en eigen kerkgebouw.

Ruurlo, gesteund door Huize Medler, had sinds 1801 een eigen pastoor en sedert 1804 een bescheiden eigen kerkgelegenheid.  Beltrum met veel meer parochianen (ongeveer 500) moest wachten tot 1847 voordat daar een kerk stond en tot 1853 voordat het een zelfstandige parochie was. Wat was hiervan de reden?

Beltrum hoorde parochieel onder Groenlo en de pastoor van Groenlo zag ongaarne ruim 500 parochianen vertrekken. Hij hield het daarom zo lang mogelijk tegen. En toen de kerk in Beltrum er eenmaal stond, was die nog van 1847 tot 1853 bijkapel van de Groenlose parochie.

Ook zien we rond die tijd de houding van de burgerlijke overheid ten aanzien van de katholieken soepeler gaat worden en de achterstelling langzamerhand ongedaan wordt gemaakt. De Franse Revolutie, de opkomst van het liberalisme en de grote invloed van Karel van Hogendorp en Johan Rudolf Thorbecke droegen het hunne er toe bij. Je ziet het ook in de bouw van de kerken. Die van Elden (staat er nog langs de dijk) naar wiens voorbeeld wij moesten bouwen, mocht niet voorzien worden van een toren. Dat was te opvallend. En dat was omstreeks 1837. Onze kerk mocht opgesierd worden met een bescheiden torentje.

Steun ondervonden de katholieken ook van het Koninklijk Huis van Oranje. Koning Willem I nog wat aarzelend, maar Koning Willem II (1840-1849) stond zeer sympathiek tegenover de katholieken. Hij roemde openlijk hun eenheid en burgerlijke betrouwbaarheid. Hij heeft de katholieken recht gedaan zoveel hij kon, hetgeen blijkt uit het volgende: op de dag van zijn inhuldiging schonk hij aan de kloosters het vrije noviciaat terug. Hij erkende het nieuwe Redemptoristenklooster te Wittem. Mgr. van Wijckersloot, professor te Warmond, later tot bisschop gewijd, benoemd hij tot Commandeur in de orde van de Nederlandse Leeuw. Hij verbleef enige tijd in Brabant en raakte daar persoonlijk bevriend met pastoor Zwijsen, die later aartsbisschop van Nederland werd. Hij stond versterking van de Hiërarchie toe, die toen nog missie Hiërarchie was. In Limburg en Brabant, in Indonesië en de West mochten bisschoppen worden aangesteld. Bij de nieuwe Grondwet van 1848 werden zo goed als alle antikatholieke wetten geschrapt.

 

Herstel der Bisschoppelijke Hierarchie (1853).

 

Onder Koning Willem III, met de bekwame minister Thorbecke, viel het Herstel van de Bisschoppelijke Hiërarchie. In 1559 immers was onze kerkelijke organisatie verloren gegaan en had de H.Stoel tenslotte het gebied der Re- publiek in een Hollandse Missie veranderd. We vielen toen rechtstreeks onder de Romeinse Congregatie van de Propaganda Fidei. Aan het hoofd hier in Holland stond een Apostolisch Vicaris, bijgestaan door zeven Aartspriesters. Zo werd onze parochiekerk aan de Steenstraat in 1846 door de Aartspriester M. Terwindt ingewijd. Op 4 maart 1853 werd de Kerkelijke Hiërarchie in ons land hersteld. Nederland werd weer een afzonderlijke Kerkprovincie, ingedeeld in bisdommen, dekenaten en parochies. Grote verdiensten voor het tot stand komen daarvan hadden de apostolisch Vicaris Mgr. Zwijsen, de Apostolische Gezant van Rome Mgr. Delgrado en Minister Thorbecke. Mgr. Zwijsen was een geboren leider met een onverzettelijke wil, een groot verstand en een ruime blik. De man van de Voorzienigheid om deze nieuwe periode een juiste start te verlenen. Als vooraanstaande leken, die daar ook aanmeewerkten kunnen we noemen: Joachim George Le Sage ten Broek, Alberdingh Thijm en Cramer.

In Rome regeerde paus Pius IX. Utrecht, als zetel van St. Willibrord, werd weer Aartsbisdom en verder werden opgericht de bisdommen: Haarlem, Den Bosch, Breda en Roermond. Daarna volgde de oprichting van vele parochies.

 

De laatste jaren van pastoor J. Vos

Zoals vermeld, bleef pastoor J. Vos wonen op de Drietelaar en bediende hij van daaruit de parochie en kerk aan de Steenstraat. Bij goed weer legde hij dikwijls de afstand Drietelaar Steenstraat te voet af. De bewoners in de buurt van de Platvoetsdijk spreken nu nog van het Pastoor Vospaadje. Het loopt vanaf het Jachthuis bij de Leo-Stichting door de velden en de hei naar de Steenstraat. Daarbij kruiste hij de Platvoetsdijk, de Grolse steeg en het begin van de Kreunertweg. Zo bleef de nieuw gebouwde pastorie aan de Steenstraat de eerste tien jaar onbewoond. Van het interieur van de Waterstaatskerk is ons het volgende bekend: in de boog voor de por- taaldeur bij de ingang van de kerk was het volgende gedicht aangebracht:  Liefde is de grootste deugd, liefster tot de hemelvreugd. Liefde is de dierste band tussen Vorst en Nederland. Liefde maakt het dwaze ligt, handelt bloot alleen uit pligt. Liefde doet ook dankbaar zijn voor de gift van groot en klein. Van het interieur der kerk is helaas geen foto of tekening aanwezig. In ons archief bevinden zich wel tekeningen van altaren in barokstijl. Deze waren in die tijd gebruikelijk.

De marmeren doopvont, die nu voor in onze kerk staat, werd in 1869 in de oude kerk geplaatst en het is aannemelijk dat ook de preekstoel (thans onder het tabernakel), gemaakt door G. van Poorten uit Deventer, aangeschaft in 1861, er nu nog staat.

 

 

 

 

 

 

 Eveneens de kruiswegstaties in onze huidige kerk, die in 1858 besteld zijn bij F.Stolzenberg in Roermond en waarvan de lijsten zijn vervaardigd door de Borculose timmerman L. te Molder.

 

Nog zijn er twee beelden, een Mariabeeld en het Jozefbeeld, die in onze sacristie op de kast stonden en na de restauratie van 1968 in particuliere handen in Borculo zijn overgegaan. Ook die kunnen hebben gestaan in de oude Waterstaatskerk.

 

Vòòr 1844 bedeelde de diakonie der N.H. Kerk ook de arme Rooms Katholieken mee in kleding, geld en allerlei bijstand “zonder onderscheid van gezindte”, maar op 16 februari 1843 besloot men de bedeling van Roomse armen per 1 jan. 1844 te doen ophouden. Dit werd aan pastoor J. Vos medegedeeld waarop deze verklaarde dat heel begrijpelijk te vinden. Er werd op deze vergadering ook meegedeeld, dat de pastoor van ‘t Rietelaar de eerste was geweest, die zich aan de gemeenschappelijke bedeling en aan alle verkeer met de commissie van uitdeling heeft onttrokken sedert enkele jaren. Naar alle waarschijnlijkheid zal er een nieuwe katholieke kerk in Borculo verrijzen en mag men de zucht naar proselietenmakerij niet in de hand werken.

Na 27 jaar pastoraat te Borculo verlangde pastoor J.Vos naar een rustiger leven en vroeg hij om ontslag. Dat werd hem eervol verleend per 1 juli 1856. Hij mocht kosteloos op Drietelaar blijven wonen met zijn huishoudster, terwijl hij mocht beschikken over de daar aanwezige kapel met alle liturgische voorwerpen en gewaden. Van rijkswege ontving hij een pensioen van FI.600,- per jaar. Volgens zijn opvolger was pastoor Vos een forse figuur en vlot ter been. Het zag er naar uit dat hij nog vele jaren van zijn pensioen kon genieten. Helaas, het waren er maar drie. Op 3 mei 1959 stond de pastoor op en ging hij zich gereed maken om de H. Mis te lezen. Door een beroerte getroffen stortte hij neer en raakte meteen buiten kennis. De inmiddels gewaarschuwde dokter stond machteloos. Zijn opvolger, pastoor Fornier, diende hem het H.Oliesel toe. Op dezelfde dan, is middags omstreeks 4 uur stierf hij zonder te zijn bijgekomen. Mientje, de huishoudster van pastoor Vos, heeft later gewoond tegenover de kerk. Zij gaf popjes(zakje met geneeskrachtige kruiden) tegen kanker en werd daarom veel bezocht.

De avond voor zijn sterven had hij nog aan zijn huishoudster het voornemen te kennen gegeven binnenkort naar Borculo te gaan om daar de versiering van het Mariabeeld te bekijken. Na de plechtige uitvaart, waarbij de Deken van Zutphen als celebrant optrad en de pastoor van Ruurlo, J. van Langen, een korte maar passende lijkrede hield, werd hij te Beltrum begraven. In Borculo ontbrak nog een R.K.Begraafplaats. Daar zou de opvolger van pastoor Vos voor gaan zorgen.

 

Pastoraat van pastoor Fornier

 

Nadat pastoor J. Vos tijdens zijn pastoraat zich had ingezet voor vele materiele voorzieningen, nodig om een gezonde parochiegemeenschap te laten opbloeien, begon zijn opvolger, pastoor E. Fornier, ermee deze gemeenschap samen te binden tot een geloofs- en liefdegemeenschap in gemeenschappelijke vieringen en activiteiten. Op 8 september 1856, feest van Maria Geboorte, werd plechtig de “Broederschap van de levende rozenkrans” opgericht. Nagenoeg alle parochianen gaven zich hiervoor op. Ze werden ingedeeld in groepen van vijftien.

Op 24 juni 1857 werd het Veertigurengebed ingesteld. Er werd tevens bepaald, dat er vanaf dat jaar omstreeks dezelfde datum deze oefening zou plaats vinden. Hiervoor werden gewoonlijk een of twee paters aangetrokken, die gedurende drie of vier dagen met geestelijke oefeningen en preken voor diverse groepen trachtten het geestelijk leven in de parochie een flinke steun te geven. Die datum was geschikt vooral voor de boeren omdat ze viel tussen de zaaitijd en de oogsttijd. Bovendien was het een opvulling voor de lange tijd tussen Pasen en het feest van Maria Hemelvaart. Op 24 nov. 1858 werd met een grote plechtigheid door de deken van Zutphen, R. Huberts, de kruiswegstaties opgericht. Tijdens de plechtigheid hield de broer van pastoor Fornier de predikatie, welke - aldus pastoor E. Fornier - veel indruk maakte en niet licht vergeten zal worden.

 

Einde 1858 schreef Paus Pius IX een jubileumviering voor. “Om de gelovigen tot boetvaardigheid en vurige gebeden voor de noodwendigheden der Kerk op te wekken”. Aan het deelnemen hieraan waren geestelijke gunsten, aflaten genoemd, verbonden. De sluiting van deze viering viel op de derde zondag van de advent. Na de middag was er een Plechtig Lof. De pastoor van Ruurlo hield een indrukwekkende predikatie. Tot slot zou het Te Deum worden aangeheven. Maar juist op dat moment hoorde men iemand achter in de kerk roepen: “Brand, brand!”, hetgeen niet weinig stoornis en ontsteltenis veroorzaakte. Maar bij nader onderzoek bleek het slechts pure baldadigheid en moedwil van deze of gene te zijn geweest. Het enige dat brandde, waren de kaarsen en het kooltje in het wierookvat.

Om het kerkelijk leven goed te laten verlopen, waren er uiteraard geldmiddelen nodig. Zo verwierf onze parochie soms bij sterfgevallen grond of huizen of een som geld, met daaraan verbonden de verplichting geregeld H. Missen te lezen voor een bepaalde intentie. Zo onderstonden langzamerhand allerlei zo geheten fundaties. Een jaarlijkse vaste bron van inkomsten was de bankenpacht, welke eens per jaar plaats vond en in vier termijnen moest worden voldaan aan de penningmeester van het kerkbestuur. De banken werden gewoon bij opbod verpacht. In ons kleine kerkje bracht het maar weinig op. In 1856 bracht de bankenpacht Fl. 120,-- en 50 jaar later en ons huidige kerkgebouw slechts FI.280,-~

De pastoor genoot zijn inkomen van Misintenties, giften bij bepaalde gelegenheden en gaven in natura. Pastoor en parochie werden in deze kleine geloofsgemeenschap in 1865, slechts bestaande uit 280 personen, gesteund door een jaarlijkse uitkering uit het fonds “Drietelaar”, dank zij de Heer Wessel van Eijll, die dit testamentair had laten vaststellen. 

In het jaar 1860 werd ons land getroffen door een ernstige watersnood. De dijk langs de Waal begaf het in het Land van Maas en Waal ter hoogte van het plaatsje Leeuwen. Er waren vele slachtoffers. Daarom werd op last van onze Aartsbisschop Mgr.Zwijsen in alle kerken van ons bisdom een bijzondere collecte gehouden.

In 1861 werd de Broederschap van de St. Pieterspenning opgericht. De Paus, die de laatste kerkelijke bezittingen in de strijd tegen de vijanden van de Kerkelijke Staat zag wegkwijnen, zat dringend verlegen om steun uit de rest van de wereld. Zo ontstond de Broederschap van de St. Pieterspenning, waarvan nu nog is overgebleven een jaarlijkse afdracht door alle parochies aan de Kerk van Rome.

Op 22 februari 1867 heeft de Heer van Dorth tot Medler met goedkeuring van de Aartsbisschop uit het fonds “Drietelaar” mogen opnemen Fl. 500,-- om daarmee een zilveren monstrans te kopen in Roermond bij de firma Stolzenberg. Op 15 aug. 1868 is deze voor het eerst gebruikt. In 1869 in maart werd de marmeren doopvont geleverd, die thans op het priesterkoor staat en nog steeds in gebruik is.

In 1858 overleed kerkmeester J.H. Weelink en werd opgevolgd door G.J. Weelink. Het kerkbestuur bestond toen uit pastoor E. Fornier, voorzitter, en de kerkmeesters G.J. Weelink en J.D. Huinink. In 1863 werd bepaald, dat iedere zondag aan het einde van de Hoogmis zou worden gebeden voor de Koning. Dat gebed kon ook worden gezongen. Het begon met de woorden: Domine salvum fac Regem nostrum (voor de koningin: salvam fac Reginam nostram) en dat zal sommige muziekliefhebbers bekend in de oren klinken. Menig zangkoor heeft een meerstemmige uitvoering van de aanhef van dit gebed op het repertoire staan en bij jubilea of andere feesten van ons Vorstenhuis voerden ze dit uit. De vertaling hiervan luidt: Heer bescherm onze Koning (in) en verhoor ons op de dag, dat wij U aanroepen”. Bij de liturgievernieuwing in de zestiger jaren van deze eeuw is dit gebruik helaas weer weggevallen.

In 1864 werd bepaald, dat als regel bij uitvaarten van gelovigen het lijk in de kerk moest worden opgebaard. Ook nu nog bestaat dit gebruik. Dit gaf aanvankelijk moeilijkheden, omdat in sommige gemeenten het verboden was lijken in de kerk te plaatsen. Die moeilijkheid werd opgelost door het plaatsen van een katafalk. Onder een katafalk verstaat men een loze stellage van houten latten, waarover een lijkkleed was uitgespreid. Rondom de katafalk werd dan aan het eind van de Mis de absoute gehouden, een korte plechtigheid rondom de baar, waarbij wordt gebeden om vergeving voor het kwaad. Daar het verbod inmiddels is opgeheven is ook de katafalk van het liturgisch toneel verdwenen.

In de nacht van 27 op 28 augustus 1864 werd in de kerk ingebroken. Via een stukgeslagen raam kwam men binnen. De gekraakte busjes bevatten slechts weinige losse centen en ongetwijfeld zijn de inbrekers teleurgesteld huiswaarts gekeerd. Het “arbeidsloon” was er nog niet uitgekomen. Ze hebben dan ook onze waterstaatskerk verder met rust gelaten.

Op een bijeenkomst van pastoors, samen met Deken R. Huberts van Zutphen werd namens de Bisschop meegedeeld dat het “stiptelijk” verboden was petroleum in plaats van olie te gebruiken in de godslamp.

 

Een Katholieke Begraafplaats (1871)

 

Het is steeds, vooral in het verleden de wens geweest van gelovige Katholieken, eens begraven te worden in “gewijde aarde”. Men hoopte eenmaal bij het Laatste Oordeel aldaar lichamelijk te verrijzen en de Heer tegemoet te gaan. Zo kent tegenwoordig ieder stad en dorp naast een Algemene Begraafplaats een Katholieke Begraafplaats. En zo begrijpen we dat ook het kerkbestuur van Borculo verlangde een eigen begraafplaats op te richten. Met verlof van de bisschop werd daartoe eerst de benodigde grond gekocht. De grond grensde aan de pastorietuin. Men slaagde in 1863 erin deze grond te kopen van de weduwe te Grotenhuis.

 

Op 25 mei 1870 kreeg het kerkbestuur toestemming van de gemeente Borculo om aldaar een kerkhof in te richten. Tenslotte ging er een verzoek naar de aartsbisschop om de plechtige wijding van het kerkhof te verrichten op dinsdag na Beloken Pasen, 18 april 1871. De bisschop antwoordde dat pastoor Fornier door hem gemachtigd. de plechtigheid mocht verrichten, en aldus geschiedde op de genoemde datum. Het begon met een plechtige H. Mis, opgedragen door pastoor Fornier, geassisteerd door pastoors uit de omgeving. Pastoor P. van den Hurk uit Eibergen hield een boeiende predikatie over de betekenis van een eigen gewijd stuk grond, waar onze dierbaren en wijzelf eens zouden worden neergelegd, wachtend op de komst van de verrezen Heer.

 

Na de Eucharistieviering ging pastoor Fornier, vergezeld van de heren pastoors, al zegenend over het terrein van het nieuwe kerkhof. Op het terrein was een ijzeren kruis opgericht, tijdelijk geleend van het kerkbestuur van Vorden door bemiddeling van pastoor J.de Bruin aldaar. Het gekochte terrein was groot: 566 ca (Kosten: Fl. 600,--). Daarvan werd niet alles, maar ong. 330  ca in gebruik genomen en ingezegend. Dit terrein was in de winter 1870/71   opgehoogd met zand uit 1698 karren gegraven uit een bouwakker aan de grindweg naar Ruurlo tegenover de “Sloofhutte” behorende aan B.de Kluver. Thans in de buurt van no. 22 (Ketterink) en no. 24 (Brinke). 170 Karren werden door voerlui gebracht á 15 ct per kar. De rest gratis: J. Huinink 194; te Bogt(Leerink) 192; Walterbos (Dievelaar) 178; Th.Drietelaar 169; G. Weelink 158; ed.Nijhof (Haverkorst) 158; Twelman 136; J. Brinke (Platvoet) 128; G. Pelgrim 118; W. Honing (Scherpenberg) 26; Steelkamp 19; Bekkenutte 15; Huikert 14; Bakker/ Hamer 12; J.Stoer 2. Verder werd op het kerkhof zelf gearbeid door de parochianen: A. te Maarse, G.Sieverink, H.Tijdink, Th.Drietelaar, H. te Molder, A. van Doorn en Gradus Emaus. Op èèn na allemaal parochianen.

 

Op maandag 6 jan. 1873 na de H.Mis van Driekoningen, vertrok een merkwaardige stoet vanuit de stad Borculo. Voorop, getrokken door twee stevige knollen, de lange wagen van J. Brinke (Platvoet). Daarachter, getrokken door een paard de wagens van J. Huinink en G.Weelink. Ze trokken over Laren naar de stad Deventer. Ze vertrokken om 9 uur, In de loop van de dag kwamen ze tenslotte te Deventer aan. Daar werden de paarden gestald en zochten de heren voor henzelf een goed onderkomen. De volgende morgen werd een zware last opgeladen. J. Brinke kreeg uiteraard de zwaarste last nl. een groot gietijzeren kruis met een groot corpus. Het kruis was gegoten naar een tekening van architect G. te Riele te Deventer en is een kopie van een oud kruis in de R.K. kerk te Deventer, een houten beeld, door kunstkenners zeer gewaardeerd. Dit beeld was namelijk eerst gegoten voor het R.K. Kerkhof te Deventer. Het beeld was gegoten bij de ijzergieterij J.L. Nering Bogel aldaar. Daaraan werd toegevoegd: een mand met stevige touwen. J. Huinink vervoerde de twee grote treden van het voetstuk en een kist met 22 grafpaaltjes van Bentheimersteen. G. Weelink vervoerde zes treden van het voetstuk en de plintstukken. Alles tezamen 5000 kilo. De paarden weerden zich dapper en samen met de bemanning kwamen ze nog dezelfde dinsdagavond omstreeks 11 uur te Borculo aan. Ze hadden redelijk goed weer gehad en allen kwamen behouden en zonder enig letsel te Borculo aan.

Op woensdag werden de wagens afgeladen door de Gebr. Herman en Hendrik Tijdink met hun knechten Willem Schepers en Jan Jansen. De Gebr. Hendrik, Antoon en Gert Garsen, Willem Koster, L. te Molder en zijn arbeider. Om èèn uur begonnen G. Siemens en diens knecht met het metselwerk. Door het voortdurend zachte weer vorderden zij daarmee zo snel, dat reeds donderdagmiddag kon worden begonnen met het oprichten van het fraaie kruis. Toen voegde ook H.J. te Molder zich bij de metselaars zodat op zaterdag 11 jan. het schone werk was voltooid. Ook vandaag kunnen we op ons kerkhof dit fraaie kruis bewonderen. Aan de kruisvoet zijn 2334 merendeels hard metselstenen verbruikt uit de fabriek van de Heer S.ten Bokkel Huinink te Neede. Zonder te rekenen een anderhalf steens voormuurtje van een eventueel aan te leggen grafkelder

 

Kerkhofarchief

 

In ons kerkhofarchief zien we dat de 1e begraving plaats vond op 10 mei 1871. In dat jaar werden er nog verder 5 parochianen meer begraven.

Bij het kruis ligt het priestergraf dat nu een gemeentelijk monument is. Als 1e priester werd begraven, pastoor Fornier, die na 38 jaar pastoor over onze parochie geweest te zijn begraven is op 25 november 1895. Ook het graf van zijn later overleden zus is een gemeentelijk monument. Zij is begraven op 23 april 1898 en ligt wat verder op naast het priestergraf.

Later is ook in het priestergraf begraven, pastoor Kroot, hij overleed in 1947, en zijn naam is ook op het grafsteen te vinden.

In 1991 is emeritus pastoor Schuttelaar overleden en zijn graf ligt nu naast het priestergraf.

Het archief werd tot 1900 elk jaar persoonlijk ondertekent door de burgemeester van Borculo. Als eerste zien we de naam Burgemeester Immink staan in 1871 en als tweede later in 1887 de naam Burgemeester de Tourton Bruyn, waar ook een straat is naar vernoemd. Vanaf 1901 werd het slechts afgestempeld en af en toe van handtekening voorzien.

 

Oprichting van een noodkerk (1879)

 

In de jaren rond 1870 begon onze Waterstaatskerk steeds meer tekenen van verval te tonen.Pastoor Fornier en het kerkbestuur kwamen tenslotte tot de overtuiging dat er maar èèn goede oplossing was: overgaan tot volledige nieuwbouw! En dat betekende weer dat de oude kerk moest worden afgebroken. Daar zijn heel wat kosten en moeite mee gemoeid en zo’n ingrijpende maatregel mag men dan ook niet nemen zonder toestemming en instemming van de Aartsbisschop en zijn deskundige assistenten.

Op 27 augustus kwamen de vereiste toestemmingen binnen en kon een aanvang worden gemaakt met de bouw van een tijdelijk onderkomen: de ‘Noodkerk’. Deze werd geplaatst aan de overkant van de Steenstraat recht tegenover de huidige kerk. Kosten bouw der noodkerk, steen en gelegd met pannen f 800.-

Op 19 Oktober 1879 werd de noodkerk ingezegend door Deken van Oppenraaij, deken van Zutphen. Daarna begon de afbraak van de oude kerk, welke helaas èèn slachtoffer heeft geëist. Op 15 december 1879 kwam de jonge metselaar Jan Nijland bij de afbraak ten val. Hij verwondde zich aan het hoofd, werd in ernstige toestand naar huis gebracht, waar hij nog dezelfde avond overleed. Hij was ongehuwd en zijn ouders waren eerder overleden. Bij zijn begrafenis op het algemene kerkhof was ook het kerkbestuur aanwezig.

 

In 1881 was pastoor Fornier 25 jaar pastoor van Borculo. Buiten zijn weten hadden de parochianen geld ingezameld en op de bewuste dag ontmoette hij bij de ingang van de noodkerk om 7 uur in de morgen een aantal bloemenstrooiende bruidjes, die hem binnenleidden in de noodkerk, eveneens met vlaggen versierd.

De H.Mis werd begeleid door zang van het koor en afgesloten met een plechtig ‘Te Deum’. Daarna werd de jubilaris evenals bij de aanvang nu ook op weg naar huis begeleid door bruidjes en kinderen, die hem geschenken aanboden. Daarna werd namens de parochie de ingezamelde geldsom aangeboden. Deze bedroeg f 139,55. De pastoor dankte voor dit alles en zegde toe dat voor het geld een mooi nieuw altaarmissaal zou worden aangeschaft.

 

De Tweede Kerkbouw (1882).

 

Op 7 April 1879 werd machtiging verleend om f.4000.-in ontvangst te mogen nemen van Baron van Dordt tot Meddeler, dat was toegezegd voor de herbouw der kerk.

Op 27 augustus 1879 werd machtiging verkregen om een nieuwe kerk en pastorie te bouwen. Om eerst een noodkerk te bouwen en daarna de kerk en pastorie af te breken, en dat de pastoor zolang in de woning tegenover de kerk mag gaan wonen. Voorts om de noodkerk in te zegenen, de nieuwe kerk en pastorie aan te bestedende fundamenten te leggen en een afzonderlijke rekening te houden van ontvangsten en uitgaven voor de bouw der kerk. Begonnen werd met het leggen der fundamenten.

Op 22 April 1880 was de aanbesteding van de bouw der kerk en pastorie. Inschrijvers waren:

C.v. Schaik te Utrecht voor f. 31460,-  , én A.A. v. Dommelen te Utrecht voor f. 32314,-. Architect was Alfred Tepe.

 

Op 18 april 1882 eerste steen gelegd door pastoor Fornier met assistentie van Deken J.van Oppenraaij uit Zuthpen. Op 29 November 1882 werd een gesoldeerde loden koker, waarin een op perkament geschreven document door Deken van Oppenraaij  en pastoor Pornier ingemetseld. , waarop het volgende staat te lezen: (vertaald uit het Latijn): “In het jaar des Heren 1882 op 18 april, onder het Pontificaat van Leo de Dertiende, door Gods genade Paus, onder de regering van Koning Willem III, Koning der Nederlanden, na van de Aartsbisschop Andreas Ignatius Schaepman toestemming te hebben gekregen op 7 april jl., in een schrijven aan pastoor Eugenius Fornier, die hierom een aanvraag indiende, is voor de nieuwe in aanbouw zijnde kerk van Borculo de eerste steen gezegend en gelegd door Joannes Mattheus van Oppenraaij, pastoor en deken van Zutphen, in tegenwoordigheid van Joannes de Bruin, pastoor te Vorden, Joannes van Langen, pastoor van Ruurlo, Gerardus Joannes Weelink en Joannes Lambertus Huinink, kerkmeesters van de parochie, en Antonius Bernardus Te Maarse en Henricus Walterbosch van het Armbestuur.

 

 

De loden koker ligt achter den gelegden eersten steen, welke is gemetseld in het priesterkoor, daar waar de zijmuren der kerk achter het altaar bij elkaar komen, op voorzijde ervan een Kruisje met het getal 1882. Meer dan tachtig jaar later in 1968 vonden we bij de restauratie en vernieuwing van het interieur van ons kerkgebouw deze oorkonde nog ongeschonden terug en konden we daarvan een fotokopie van maken. De genoemde eerste steen werd toen verplaatst naar de zijkant voor in de kerk zodat hij nu voor iedereen zichtbaar is. Op 13 Mei 1883 vind de inzegening en in gebruikneming der nieuwe kerk. Kerk en pastorie worden verzekerd voor f 35000.-

 

Foto : oude ansichtkaart vermoedelijk gemaakt na 1915 vanaf de grond waarop in 1921 de St. Jorisschool werd gebouwd . De Serre is in 1915 er aangebouwd.

 

Het was Joseph Alberding Thym, die zijn geloofsgenoten opriep:”God te dienen in schoonheid” en er waren bekwame bouwmeesters als Cuypers en Tepe die beginselen van de ‘gothiek’ aanpasten aan de nieuwe tijd. Ze deden dat in prachtige kerken en bouwwerken van die tijd, zoals het Rijksmuseum en Centraal station te Amsterdam, de Vituskerk te Hilversum, de St.Willibrordus kerk te Utrecht. In vergelijking met Pierre Cuypers, die fantasierijker en speelser met het materiaal omging, was de stijl van Alfred Tepe soberder, maar degelijker.

Toen in Borculo een nieuw Godshuis moest gebouwd worden viel daarom de keuze wat betrof Architect op Alfred Tepe. Architect Alfred Tepe ontwierp in Nederland ongeveer 70 kerken waaronder de H. Hart en H. Gregoriuskerk te Bredevoort (1876), de St. Martinuskerk te Baak (1891),  de Maria tenhemelopneming kerk te Heeten (1892) en de St. Pancratiuskerk te ’s Heerenberg (1897),

 

Dat het Kerkbestuur destijds een goede keus heeft gedaan is nu reeds in de eerste eeuw van het bestaan van onze kerk bewezen. Toen na ongeveer 50 jaar in 1925 een hevige storm raasde over onze stad, verloor ons kerkgebouw wel haar dakpannen, torenspits en wijzerplaat, maar het gebouw bleef goed in elkaar zitten en kon in de oude staat worden hersteld. Later in de zestiger jaren dreigde er weer afbraak omdat de ruimte te klein werd voor het grote aantal kerkbezoekers in de weekeinden. Net op tijd kwamen de liturgische vernieuwingen en de toestemming ook op zaterdagavond de verplichte vieringen te mogen houden.

 

Sommige zaken werden overgenomen van de afgebroken kerk, o.a. de mooie marmeren doopvont. De schilderijen van de kruisweg en het materiaal voor de liturgische vieringen.   Het aantal katholieken in Borculo van die tijd kon zich zwaar bevoorrecht voelen, want het totaal aantal bedroeg slechts 236 personen, waarvan 182 communicanten. Dank en hulde aan de Heer Wessel van Eyll en de pastoors Vos en Pornier en de Kerkbesturen van die tijd.

 

Feestelijke Inwijding (1884)

 

Op 13 mei, het was de Eerste Pinksterdag van dat jaar, konden de katholieken van Borculo, na drie jaar verblijf in de ‘noodkerk’, voor het eerst hun fraaie nieuwe kerkgebouw betreden. Met toestemming van de bisschop wijdde pastoor Fornier het kerkgebouw voorlopig in. Later zou de bisschop zelf de plechtige kerkconsecratie verrichten. In zijn preek onderstreepte pastoor Fornier de gevoelens van dankbaarheid, eerbied en godsvrucht, die in de parochianen en hemzelf omgingen en hij eindigde met de hartewens dat dit Godshuis nog vele jaren dienstbaar mocht zijn aan de aanbidding en verheerlijking van God en aan het heil van vele gelovigen.

En vandaag, meer dan honderd jaar later spreken wij nog diezelfde wens uit. Op 2 maart 1884 werden in de nieuwe kerk de kruiswegstaties wederom aangebracht en ingezegend.

Rond 8 september 1884 werd met een Triduum (driedaagse Oefening) het feest gevierd van Maria Geboorte. Dit had als aanleiding het feit dat volgens Overlevering dit de 19-honderste verjaardag was van de Moeder van Jezus. Op 10 september 1884 ontving pastoor Fornier post van het aartsbisdom, maar de enveloppe was heel wat dikker dan gewoonlijk; het was een schrijven van de secretaris van de Aartsbisschop , de zeereerwaarde Heer Henricus van de Wetering (de latere Aartsbisschop) namens mgr.Petrus Matthias Snickers van Utrecht met de mededeling dat op 24 september a.s. Monseigneur de kerk en het altaar te Borculo plechtig wilde consacreren. Daags tevoren zou hij de kerk te Ruurlo consacreren en vandaar tegen de avond zich naar Borculo begeven geven.Verder bevatte de brief allerlei adviezen over de benodigdheden en de assistentie bij de aanstaande Kerkconsecratie.

Nog geen drie weken later was het dus zover! Heel Borculo was uitgelopen. Voor het eerst sinds de Reformatie mochten we hier een Aartsbisschop van Utrecht welkom heten en hoe! De Hoogwelgeboren Freule van Heeckeren van Huize Ruurlo had hem haar galarijtuig ter beschikking gesteld. Van Ruurlo uit vertrok monseigneur na de middag om vijf uur en omstreeks half zes kwam de stoet bij de Steenstraat aan. Secretaris van de Wetering, Deken van Oppenraaij en pastoor Fornier bevonden zich eveneens in het fraaie galarijtuig. Aangekomen in Borculo werd onze Aartsbisschop en zijn gezelschap ontvangen door een grote menigte parochianen en andere nieuwsgierige toeschouwers. Voorafgegaan door een stoet van bruidjes begaven zij zich langs een fraai versierde toegangsweg naar de pastorie. Daar zullen ze de avond niet lang gemaakt hebben, want er wachtte hun de volgende dag een langdurige zware taak.

De volgende morgen: woensdag 24 september 1884, om 7 uur, stond de Aartsbisschop samen niet de deken, de pastoor en ongeveer zeven buurtheren klaar om de plechtigheid te beginnen.

De eerste drie uren werden besteed aan de wijding van het kerkgebouw en hierbij waren nog geen gelovigen aanwezig. Het begon met de besprenkeling van de buitenmuren tijdens een herhaalde processie om het gebouw heen. Daarna binnen de kerk. Midden in de kerk was een grote open plaats.gemaakt waarop met as een grote X (=: Christus) was getekend. Met de punt van zijn staf bracht de Bisschop op de lijnen van de X, het grieks en latijnse alfabet aan als teken van ‘in bezit nemen’. Onder gezangen en gebeden werden daarna de heilige relieken in processie naar het altaar gebracht en daar in de altaarsteen neergelaten. Het altaar werd daarna met H.Oliën gezalfd. En dat zelfde gebeurde ook op twaalf plaatsen, waar een kruis, verlicht door een kaars, was aangebracht. Deze worden meestal ‘apostelkruisjes genoemd wegens het aantal 12. U kunt ze nu nog duidelijk zien. Ik vertel u dit omdat we hier te maken hebben met een eeuwen oude liturgie, die reeds bestond in de zestiende eeuw, toen de kerk op het Muraltplein werd geconsacreerd door de bisschop van Munster. Daar kunt u voor in de kerk links nog èèn kruisje op de muur zien. Na de zegening van het Altaartoebehoren (kandelaars - kruis - dwalen) - het was inmiddels tien uur geworden - kon, samen met de binnengekomen parochianen de plechtige Pontificale Hoogmis beginnen. Deze werd begeleid door de zang van ons Parochiekoor onder leiding van de heer A.B.te Maarse, dat veel waardering oogstte en nog indrukwekkender door een vurige en boeiende predikatie van kapelaan J.Nagels uit Zutphen. Als tekst gebruikte hij de woorden van het boek Genesis 28,17: ‘Ontzagwekkend is deze plaats, zij is het huis van God en de poort van de hemel’.

Na de preek werd de Mis op Pontificale wijze voortgezet. Assistenten aan het altaar waren deken van Oppenraaij (Presbyter assistens) pastoor de Bruin (Vorden) en J.van Langen (Ruurlo) diaken, en subdiaken aan het altaar. Pastoor E. Fornier en secretaris Y.d.Wetering: troondiakens, Pastoor L.Dobbelman (Hengelo G.) en Kapelaan C.Nieuveld (Groenlo) cantores. De overige priesters verzorgden de wierook, de staf en mijter, het boek en het kruis. Het was over twaalven toen de plechtigheid voltooid was. Daarna was er een rustpauze en diner aan de pastorie en goed vier uur stond er weer een galarijtuig klaar, ditmaal van de freule van Dorth tot Medler van Huize Wientjesvoorde, en uitgewuifd door talrijke toeschouwers, verlieten Mgr.Snickers, deken van Oppenraaij en pastoor van Langen van Ruurlo, Borculo, richting Ruurlo, om vandaar de reis voort te zetten per Spoor via Zutphen naar Utrecht.

In de avond van die dag om zes uur, was de kerk weer goed gevuld met gelovigen. Ook het zangkoor was goed vertegenwoordigd. Er werd gezongen en gebeden, er werd een kaarsenprocessie gehouden ter ere van Maria, onze Patrones en de Plechtigheid werd besloten met de zegen met het Allerheiligste Tegen acht uur verliet men het fraaie nieuwe kerkgebouw zeer voldaan over de mooie plechtigheden van die dag.

Er schijnt aanvankelijk een tijdelijke vloer in de kerk te zijn aangebracht, want we lezen dat de eigenlijke bevloering van de kerk eerst plaats vond op 26 mei 1885 en de daarop volgende dagen. Ze bestond uit wit en zwart marmeren platen vòòr in de kerk en op het middenpad en de zijpaden escauzijnse blauwe hardstenen platen. De laatsten ziet u nu nog liggen in de zijpaden en gedeeltelijk achterin de kerk. Het materiaal werd aangevoerd per trein en lag tenslotte klaar op het station te Ruurlo. Daar verleenden wederom de parochianen hand- en spandiensten om deze bepaald niet lichtgewichtige stoffen te vervoeren naar ons kerkgebouw. Paarden en wagens waren van G. Weelink en H. Walterbosch. Verder traden op als helpers A. te Maarse, J. Suters, M. Huitink en H. Lammers. Uit Arnhem kwamen van de firma L. Hasselbach twee steenhouwers, nl. Henricus van Megen en Jan Lankhorst. Op 27 juni, daags voor het 40-urengebed was ook dit karwei voltooid.

 

Vernieuwingen binnen het kerkgebouw

 

Zoals het gaat met iedereen die een nieuw huis betrekt, zo ging het ook met ons nieuw kerkgebouw; ook van binnen vroeg het om nieuwe aangepaste voorzieningen.

Reeds in 1844 schonk de Heer Walterbosch aan de kerk een Godslamp. Deze was zodanig gemaakt dat ze met een gelijksoortige kon hangen onder de triomfbalk, die in bestelling was en later priesterkoor en schip van de kerk zou scheiden. In 1885 werd de definitieve vloerbedekking gelegd. Daarover spraken we reeds in het vorige hoofdstuk. In 1886 schonk deken J. van Oppenraaij uit Zutphen aan onze kerk een fraai gesmeed ijzeren hek, dat diende ter afsluiting van de Doopkapel. Deze bevond zich destijds achter in de kerk op de plaats waar nu de verwarmingsinstallatie staat. Deze verwarming verving in 1967 de beide oliekachels die op hun beurt de oude kolenkachels vervingen. Dit ging ten koste van het fraaie hek, dat nu voorlopig is opgeslagen in de bijgebouwen van de kerk.

Het fraaie hek, de godslamp, twee lichtkronen in de kerk, het klokkenstoeltje van de klok boven de pastorie en de twee ijzergesmede standaarden waren allen het werk van de heer Smit uit Utrecht.

 

In maart 1887 werd de kerk inwendig verfraaid met gebrandschilderde ramen in het priesterkoor. Zij stellen het volgende voor: het offer van Abraham (voorafbeelding van het Kruisoffer). Van de kerk uit gezien links het offer van brood en wijn van Melchisedech (voorafbeelding van het misoffer) en rechts De Mannaregen (voorafbeelding van de H.Communie).

Deze ramen werden vervaardigd door de glazenier J.Geuer te Utrecht en zijn meesterknecht N. Pietersen. De heer N. Pietersen zou nog later in 1890 het fraaie raam achter het Maria-altaar maken, voorstellende het bezoek van Maria aan haar nicht Elisabeth.

 

De opbouw van het hoogaltaar en de zij-altaren waren het werk van de bekende Utrechtse beeldhouwer W.Mengelberg. Hij maakte later ook de triomfbalk met schilden en beelden. Bij de inwendige vernieuwing in 1968 verdween deze balk.

Twee van de schilden hangen nu aan de balustrade van het koor.

Het Corpus van het kruis hangt nu achter in de kerk. In plaatsen waar nog geen katholieke scholen waren opgericht, werd aan de jeugd geloofsonderricht gegeven in zaaltjes binnen het kerkgebouw of dicht in de nabijheid van het kerkgebouw. Ze werden ‘catechismuskamer’ genoemd. Daar hier de katholieke school ontbrak werd besloten tot het bouwen van zo’n lokaaltje in de stijl van de kerk. De opzichter van architect Tepe, de Heer J.van Kesteren uit Utrecht was de ontwerper en de kosten werden begroot op f 2194,63   met uitsluiting van de kosten van het ophogen van het bouwterrein en de omgelegen gronden. Wederom waren het de eigen parochianen die materiaal en mankracht ter beschikking stelden om de graafwerkzaamheden te verrichten en met hun wagens en karren het benodigde nieuwe zand aan te voeren. Het werd aangevoerd, deels van de ‘Deugenweerd’ en deels van de ‘Drostenburg’. Alles bij elkaar werden vijfhonderd karren zuiver zand aangevoerd door de volgende parochianen: H.Walterbosch   G.Weelink - Wed.ter Bogt - J.Huinink - J.Dibbelink - G.Pelgrum - G.Brinke - Theodoor Drietelaar - G.Sassen op Leurkert - J.Harbers op Havikhorst. In het jaar 1887 werd de vaste bodem uitgegraven en zuiver zand ingebracht Daarna werd het gebouwtje accuraat volgens de tekening, met sterke metselspecie gefundeerd en opgetrokken met als enige metselaar H. Lammers, met als opperman J.Soeters en de timmerlieden Hendrik Jan te Molder - Lambertus te Molder en Johan Hoffman.

 

Zo werd in het jaar 1888 op zorgvuldige wijze het gebouwtje opgetrokken en afgeleverd, dat nu voor ons allen bekend staat als het K.J.gebouw,

 

Laatste dagen van Pastoor Fornier

 

Bijna veertig jaren was pastoor Fornier de 'Goede Herder' van Borculo geweest, toen zijn levenseinde daar was. Het was een kleine gemeenschap van ongeveer driehonderd personen, die zich staande moest houden in een overwegend andersdenkende omgeving.

De 'schuilkerken-mentaliteit' moest worden afgelegd en een gezond zelfbewustheid en vrijmoedig naar buitentreden kon worden beoefend. Landelijk werden de katholieken wakker geschud door de Aartsbisschop Zwijsen, Alberding Thijm, van Heulekom en de geweldenaar Herman Schaepman, die het zelfbewustzijn er in hamerde met zulk geweld dat op zekere dag onder zijn stevige vuist de lezenaar doormidden brak. Men leerde toen het lied:

'Wij dragen ons rijke geloof als een Zon, gaan veilig en Vast door de tijden! En het eindigde met de oproep: 'Laat stralen die gloed!' m.a.w.: Katholieken, laat je zien!

Dat kon natuurlijk hier niet zo gauw, maar wel heeft de goede herder Fornier er alles aan gedaan om de weg vrij te maken voor een grotere zelfbewuste en overtuigende groep parochianen. Door geestelijke oefeningen en een goede gebedscultuur op de eerste plaats en door een forse materiele bijdragen zorgde hij voor een prachtig kerkgebouw met fraaie liturgische voorzieningen en mogelijkheden voor de toekomst en onderwijs en culturele ontwikkeling van de hopelijk groeiende gemeenschap. Twee hartewensen gingen nog niet in vervulling: de wens van onze grote weldoener Wessel v. Eyll en dus ook van Fornier: dat het bisdom zou zorgen voor een katholieke instelling op de omvangrijke terreinen van de 'Drietelaar'. Om het proces te verhaasten liet pastoor Fornier nog een grote som geld na voor dit doel. En verderop zullen we zien dat deze hartewens in vervulling zou gaan. Een andere wens was: een kleine grenscorrectie, waardoor parochianen die destijds onder de parochie Ruurlo hoorden, maar zo dicht bij Borculo woonden, dat ze daar hun kinderen op school deden en zondags naar de kerk gingen, nu zouden gaan horen onder de parochie Borculo, zodat ze daar konden worden gedoopt en konden trouwen; maar het ging niet door wegens verzet van de Ruurlose pastoor en èèn parochiaan. Eerst in 1969 vond na overleg, met goedkeuring van pastoors, beide kerkbesturen, parochianen en het bisdom, de gewenste correctie plaats.

Intussen voelde pastoor Fornier blijkbaar dat zijn levensavond naderde. In juli 1895 kocht hij een stuk land 'De Haar' geheten, liggend bij de Erve 'Leerink'. Het land werd verpacht in vier percelen en verpacht aan de land bouwers: Willem ten Bras, Hendrik ten Bras, Hendrik Walterbosch en Hendrik Oolthuis.

Eerder had hij een woning gekocht aan de Steenstraat, thans no. 19. Later zou dat een onderwijzerswoning worden. Later bleek dat uit de opbrengsten van die grond en dat huis fundatie Missen moesten worden gelezen voor zijn zielerust en die van zijn zusters Aldegonda en Agatha. Op 20 november 1895 stierf pastoor Eugenius Fornier, 76 jaar oud. Een maand daarvoor zat hij nog een kerkbestuursvergadering voor, waarin de begroting van de kerk en Armbestuur werden opgemaakt en goed gekeurd voor het jaar 1896. Geduldig aanvaardde hij de pijnen en lasten van de toenemende ziekte en hij stierf vol overgave aan Gods vaderlijke voorzienigheid. Op èèn jaar na had hij 40 jaar in dienst gestaan van het geestelijk en tijdelijk welzijn van de jonge parochie Borculo. Wij zijn hem veel dank verschuldigd en we vertrouwen er vast op dat de hemelse Vader hem en die andere grote weldoener Wessel van Eyll rijkelijk zal hebben beloond.

Op ons kerkhof, aan de voet van het kruis vindt u zijn graf en daarnaast ook de graven van zijn zusters Agatha uit Groenlo en Aldegonda, die vermoedelijk bij hem op de pastorie woonde.

Als opvolger van pastoor Fornier werd door de bisschop benoemd pastoor J.N.v.Nap, die samen met de kerkmeesters J.Weelink en H.Oolthuis de parochie zou gaan besturen. Zijn naam en latere benoeming doen vermoeden dat hij van geboorte afkomstig was uit de provincie Groningen.

 

Pastoor J. van der Nap (1896-1906)

 

Je zou kunnen zeggen: pastoor van der Nap kwam in een 'gespreid bedje'. Dat is maar gedeeltelijk waar. Zorg om de

gebouwen was er niet meer, maar wel de zorg voor de kleine groep gelovigen, die zich bevond tegenover een grote  

overmacht van 'andersdenkenden'.

In die tijd waren de tegenstellingen groter dan nu. Nog te vers in het geheugen leefden de herinneringen bij de katholieken aan de gehate plakkaten en verboden. En bij de protestanten in Borculo aan het ruwe optreden van de legers van Bernhard van Galen, bisschop van Munster. We stonden met de protestanten meer in een strijdhouding dan in een houding van oecumene, die we tegenwoordig kennen. Wederkerig was het zo, dat je als kleine minderheid weinig had in te brengen in overwegend Prot. of Kath. plaatsen. In Borculo was er voorlopig nog geen katholieke school, zodat de kinderen hun eerste onderwijs genoten aan de 'Openbare school'. Buiten schooltijd werd dan het godsdienstig onderricht in de catechismus in het lokaaltje bij de kerk gegeven.

In september 1896 wordt besloten de kronen voor de verlichting in de kerk boven het middenpad te verwijderen, daar ze het gezicht naar voren belemmerden. Er werden aan de zijkanten lampen aan de pilaren aangebracht. Bij storm en regen heeft vooral de westkant van de pastorie veel te lijden aan muren en ramen; daarom werd besloten aan die kant een veranda aan te bouwen.

Bovendien werd er een Amerikaans orgeltje aangeschaft voor de begeleiding van de zang in de Liturgie. In 1897 regelt de notaris J.H. Wijers de huur van het huis tegenover de kerk. De eerste huurster, de wed. Derksen, verlaat het pand en de nieuwe bewoonster heet mevr. de wed. de Heus. De bouwgrond achter het huis wordt verhuurd aan de heer Bannink.

In febr. 1898 moet H.Oolthuis aftreden als kerkmeester, maar is herkiesbaar hetgeen ook geschied. Mede-kandidaat bij de verkiezing was de heer G. Pelgrum.

In oktober wordt door de heer Camille Esser te Weert de monstrans gerenoveerd en verfraaid.

Op 10 november 1898 gebeurt het: enkele wagens, getrokken door 1 PK, trokken door de straten van Borculo richting RIETLERHOEVE. Op de wagens 9 Broeders en 45 kinderen; en zo werd de Leostichting Borculo geboren! 

Op 27 juni 1906 wordt Pastoor Nap werd verplaatst naar Bedum (Gr.) . Pastoor Dillman wordt opvolger.

 

Pastoor Dillman (1906-1915)

In deze periode valt er weinig te melden. In ons notulenboek staat weinig vermeld. Wat dat betreft was pastoor Dillman geen echte schrijver. Wel lezen we enkele feiten: Op 17 november 1910 werd machtiging verkregen tot aanschaffen van een deugdelijk uurwerk van Fa. v.d. Kerkhof te Aarle-Rixtel voor f 850,--. Op 15 juni 1913 volgt aansluiting van elektrisch licht in kerk en pastorie .

 

Pastoor Kroot (1915-1947)

 

Op 16 mei 1915 Pastoor J.J. Kroot wordt benoemd als opvolger van pastoor Dillman die naar Wehl vertrekt. Besloten wordt om de pastorie te herstellen en te schilderen, tevens wordt een serre gebouwd.

 

Foto uit 1915  Kapelaan J.J. Kroot uit Haaksbergen voor zijn benoeming te Borculo.

 

 

 

Op 18 september 1920 wordt besloten om op eigen terrein een 3-klassige school te bouwen. Op 14 november 1920 werd besloten om een gymlokaal aan te vragen .

Totale machtiging f 65.000,-- (huidige St. Jorisschool)

De school wordt op 6 december 1921 geopend. Er begonnen 51 leerlingen met 2 onderwijzers.

 

Stormramp

Op 10 augustus 1925 raasde de stormramp door Borculo. De katholieke kerk was flink beschadigd. De toren was eraf geblazen. Gelukkig viel de schade aan het interieur mee. Ook de schade aan de St. Jorisschool viel achteraf mee.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Citatie uit een extra-nummer van “de Graafschap-bode”.:

 

Beschouwend overzicht - Schade 4 milioen - Tragische bijzonderheden.

Het vriendelijke oude stede Borculo met zijn 5000 inwoners, waar het steeds zoo aardig was te toeven, is thans wellicht tot een der meest rampzalige plekjes van ons land genaakt, dankzij den allervreeselijksten stormramp, die Maandagavond dit woonoord verpletterde. Als oorlogscorrespondent waren we meermalen in de gelegenheid de meest afzichtelijke vernieling van steden en dorpen met eigen oogen te aanschouwen, doch het huiveringwekkend schrikbeeld, dat het huidige Borculo momenteel den bezoeker laat aangrijnzen , is vele malen erger, dan wij ooit aanschouwden. Slechts enkel minuten streek de allesvernietigde adem der razende elementen over het stadje, wat voldoende was om alle inwoners van al hun have en goed te berooven. Te zeven uur dien Maandagavond werd het plotseling pikdonker. Een enorme luchtzuiging viel waar te nemen ontstaan door twee tegen elkaar opwerkende cyclonen en een noodweer brak los, als wellicht nimmer ons land heeft aanschouwd.

Kort maar allerhevigst woedde de orkaan. Toen de elementen tot rust waren gekomen bleek al spoedig , dat ernstige ongelukken niet waren uitgebleven en dat niet allen vele gewonden, maar helaas ook een drietal dooden te betreuren viel.

Borculo bood dien Maandagavond een wanhopigen, triesten en troostelozen aanblik. Van de 5000 inwoners waren er 2000 dakloos geworden, terwijl van bijna alle anderen de woning veneems beschadigd was. Van slapen kwam er dien nacht niets. Velen trachtten nog uit de puinhopen te redden, wat er te redden viel, anderen waren te versuft om iets te doen. Borculo’s Buirgemeester, Jhr. De Muralt, verzocht het Minister van Oorlog nog dezelfden avond om dringende hulp voor het zeer omvangrijke opruimingswerk. Deze hulp arriveerde dinsdagmorgen in den vorm van een trein met 373 man genie uit Utrecht, bestaande uit een afdeling telegraaf, idem verlichting, idem pioniers.

Op dinsdag reeds werd een Comite gevormd uit notabelen der gemeente Borculo, die zich zal belasten met de inzameling van gelden voor vele getroffenen bij dezen ramp.

 

In 1940 bereikte Pastoor kroot zijn 40-jarig priester-jubileum.  Het feest ging niet door, omdat de oorlog was uitgebroken. Het geld dat door de parochianen was gegeven voor een cadeau , wenste Pastoor Kroot niet zelf te gebruiken, maar gaf daarvan een 2e monstrans aan de kerk, kandelaars en dergelijke.

 

In 1942 wordt Pastoor Kroot ernstig ziek. Hij kan het pastoraat niet meer aan en Borculo krijgt de komst van de 1e en enige kapelaan.

Pastoor J.J. Kroot overleed op 5 maart 1947.

 

Kapelaan Jongerius (1942-1947)

 

In 1946 wordt Besloten om verschillend herstellingen aan kerk, bidkapel op kerkhof, rasterwerk en bestrating te realiseren. Het lokaal achter de kerk word hersteld en veranderd, zodat er in vergaderd kon worden. Het gebouw zal door financiering van kapelaan Jongerius , het Kapelaan Jongerius- gebouw genoemd worden. Ook besloten werd tot het benoemen van zes collectanten, zodat het kerk- en armbestuur niet meer zelf behoeven te collecteren.

 

Na het overlijden van Pastoor Kroot kreeg de parochie het bericht dat Kapelaan Jongerius benoemd werd tot kapelaan te Enschede. In de vijf jaren die hij in Borculo werkzaam is geweest heeft hij enorm veel tot stand gebracht. Hij richtte een afdeling op van de K.A.B. en van de R.K.M.V. De jonge boeren werden in een J.B.B. georganiseerd. De A.B.T.B. werd nieuwe leven ingeblazen. De jeugd had ook zijn volle belangstelling; De parochie kreeg haar Kajotters, haar verkenners en haar meisjesvereniging. Ook heeft hij de Katholieke Actie opgericht.

 

 

 

 

Pastoor Terpstra (1947-1955)

 

Op 21 maart 1947 wordt pastoor H. Terpstra geinstalleerd.. Kapelaan Jongerius wordt overgeplaatst naar Enschede.

Op 25 maart 1947 wordt in de pastorie  waterleiding aangelegd.

Ook besproken werd; de koop van nieuwe kerkklokken.

De oude klokken waren in de oorlog weggehaald .

Op 18 juli 1947 werd besloten tot diverse herstelwerkzaamheden, o.a. schilderwerken en 4e lokaal aan de lagere school.

 

 

 

 

 

 

 

Op 15 augustus 1949 wordt het Zilveren priesterfeest van Pastoor H. Terpstra gevierd.

 

De uitnodiging vermelde: 

 

Pastoor Terpstra, Parochianen van Borculo,

 

Borculo, Zondag Quinquagesima.

 

OP 15 Augustus a.s. is het 25 jaar geleden dat onze Pastoor uit de handen van de Aartsbisschop van Utrecht de H.Priesterwijding ontving.Het bestaande feestcomité, dat destijds is ingesteld om parochiele feesten te verzorgen  heeft gemeend, om dit zilver Jubileum tot een onvergetelijke dag voor Pastoor en Parochianen te maken. Daarom durft het Comité U aller medewerking in te roepen. Het feestprogramma  zal ongeveer als volgt verlopen:

 

OP 15 Augustus een Plechtige H.Mis met assistentie, waaronder feestpredicatie. In da namiddag Plechtig Lof. 's.Avonds in Hotel Peters een parochieavond, waar door zang, declamatie en toneel waardig slot aan deze mooie dag gemaakt zal worden. Toegang vanaf 15 jaar. Onder de pauze tractatie.

Dinsdag 16 augustus  kindermis, waaronder Algemene H. Communie. In de namiddag Kïnderfeest , waaronder traktatie. Tot zover wat we krijgen.

 

Parochianen, nu wat we geven, om deze dag voor Pastoor, onszelf en onze kinderen  een onvergetelijke dag te maken. Allereerst zijn we verplicht. om onze Pastoor dikwijls In onze gebeden te gedenken Zeer speciaal op een dag als deze,.  Daarnaast komt onze materieele steun. De Pastoor wenst geen persoonlijk cadeau. Wel zou hij blij zijn wanneer de kerk bij gelegenheid van dit feest verfraaid werd. Graag zag hij, en U allen met hem, een mooi gordijn voor de muren van het Priesterkoor  U ziet ze op bijgaande tekening! Tevens zouden we kunnen beginnen met een fonds voor een aan te kopen 2e kelk (die momenteel geleend moet worden!). Ook zullen - alhoewel diverse onderdelen van het feest kosteloos verzorgd worden - enkele onkosten van de feestavond en het kinderfeest, genoteerd worden. Helpt U alle mee den is de  zaak O.K. Vanaf de eerste week in Maart zullen U (maandelijks!) twee Heren bezoeken, die Uw gave graag In ontvangst nemen. Wïlt U in een keer geven - net zoals het U belieft. Ouders, leer Uw kinderen Iets van hunzelf geven -  dus uit de spaarpot! Jong gewend is oud gedaan!

bij voorbaat dank. Doet allen mee - wij zijn tevree.

 

Het comité.

 

Kerkorgel

 

Op 17 juni 1951 werd ons Kerkorgel werd aangeschaft, kosten f 6.900,-- . Geleverd door J.J. Elbertse en Zn. Te Soestdijk. Op zondag 23 december 1951 werd de orgel voor het eerst in gebruik genomen.

 

Offerte kerkorgel luidt, dd. 4 augustus 1951:

Prijsopgave voor levering van een passend eenklaviers met vrij pedaal mechanisch kerkorgel voor do Parochie van O.L.Vrouw ten Hemelopneming te Borculo; volgens ingezonden tekening en navolgend gedetailleerd overzioht van de te gebruiken metalen- en houten pijpen, onderdelen, apparaten en Materialen.

 

Dispositie:

1. Prestant , 8 vt., 54 pijpen,  nieuw, 42  metaal van 40 % tin, 12 hout.

2. Bourdon ,8 vt.,   42 pijpen, gebruikt,  met 30%}

3. Salicionaal, 8 vt.,   42 pijpen, gebruikt, met 60 %}    groot octaaf gecombineerd

4. Vox Geleste, 8 vt.,   42  pijpen, gebruikt,  met 60 %}

5. Prestant ,  4  vt.,  54  pijpen, nieuw, 42  met.  40 %,  12 van electrol. zink.

6. Fluit ,           4 vt.,   54 pijpen, gebruikt, met.  30%,

7. Quint,          2 2/3 vt.,  54 pijpen, nieuw, 48  met,  40%,  van electrol. zink. 8. Octaaf  , 2  vt.,  54 pijpen, nieuw,  met  40%.

Pedaal.  9. Subbas 16 vt.,  27 pijpen,  gebruikt, 27 hout; van prima kwaliteit.

 Samen 423 pijpen.

 

Het gehele pijpwerk wordt geïntoneerd in verhouding tot de akoestiek der Kerk.

De windlade is gebouwd naar het mechanisch sleeplade systeem, gebruikt; doch van prima kwaliteit. Geheel van eikenhout. De gehele lade wordt technisch als nieuw opgemaakt. De grootste pijpen van de registers Prestant 8 vt. en 4 vt. en de 27 pijpen van het register Subbas 16 voet worden op nieuw bij te bouwen windladen geplaatst; welke zullen worden vervaardigd naar het pneumatiscb kegelsysteem.

Voor het register Subbas 16 vt. welke vrij bespeelbaar voor het pedaalklavier wordt, zal een nieuw pneumatisch pedaal- en registerapparaat en een nieuwe mechanische pedaal-manuaalkoppeling worden bijgebouwd.

Nieuwe hardloden naadloze buis van 8 mm doorsnede voor de aansluitingen van de Pneumatisohe windladen en apparaten worden medegeleverd.

Klavieromvang van C t/m f''' 3 54 toetsen. Nieuw. Het klavier zal ter rechterzijde worden aangebouwd, zoals op tekening is aangegeven. Het Pedaalklavier van C t/m d', 27 toetsen, eikenhout.

Draadwerk van rood koper, winkelhaken van messing. Orgelbank nieuw, van Limba .Deze zal op een verhoging geplaatst worden, zo hoog mogelijk, zodat de organist de priester op het altaar kan zien.

Orgelkast, stelling- en hangerwerk in ombouw klavier geheel nieuw. Kastwerk van Limba. Te beitsen in overeenstemming met de overige kerkmeubelen. De diepte van het orgel zal naar schatting 1.80 meter worden, zo mogelijk minder. De blaasbalg, gebruikt doch van prima kwaliteit. Electrische windmachine fabrikaat Meidinger Basel met automatische windregulateur, windkanalen, soepele koppeling en dubbelwandige isolerende kast, nieuw. De frontpijpen, volgens tekening; nieuw. Van zink met aluminium bespoten.

 

7 september 1955  Afscheid van pastoor H. Terpstra. Pastoor Terpstra werd benoemd tot pastoor van Heino.

 

Pastoor Hunfeld (1955-1962)

 

 

foto: pastoor Hunfeld wordt bij zijn komst op de grens van Borculo begroet door Burgemeester J.P.Drost

 

uit plaatselijk dagblad:

Vrijdag tegen 4 uur was aan de afweg naar de Leo-stichting een grote menigte samengekomen om de nieuwe pastoor dr. J.H.R. Hunfeld in te halen. Toen deze, vergezeld van de deken van Zuthpen , de heer eerwaarde heer Scholte op Reimer uit de auto was gestapt sprak, nadat Volharding het Wilhelmus had gespeeld, de burgemeester mr. J.P. Drost, een welkomstwoord tot de nieuwe pastoor. Spreker is er van overtuigd, dat de komst van een nieuwe herder een feestdag is voor de katholieken in de gemeente al wordt die nu overschaduwd door het heengaan van de Kardinaal.  U komt, aldus de burgemeester, in een gemeente, die,  hoe verschillend ook van samenstelling , een groot gevoel van samenwerking heeeft, getuige "de noaberschap", die onder het landbouwende gedeelte nog sterk leeft. Spreker wenst de pastoor een vruchtdragende periode toe en vertrouwde op samenwerking, tot heil van de burgelijke gemeente. Vooraf gegaan door ruiters, verkenners, besturen van Katholieke verenigingen, schoolkinderen, enz, ging de lange stoet onder de vrolijke tonen van Volharding naar het kerkgebouw. Voor het kerkgebouw werd een welkomstlied gezongen onder leiding van de heer R. Nijhuis, waarna de heer G.H. Smits, namens kerk-, school- en armbestuur, een welkomstwoord sprak, er op wijzende, dat Borculo wel een kleine parochie is, maar dat er een groot arbeidsveld te vinden is. Na deze toespraak betraden de pastoor en de deken, tussen een erehaag van bruidjes en verkenners de kerk, die zich spoedig met genodigden en parochianen vulde. De installatie geschiedde vervolgens door deken Scholte op Reimer, waarbij als getuigen optraden Prof. A. Kuiper van het seminarie Dijnselburg en Pastoor F. van der Kroon uit Olst. De installatie geschiedde volgens een nieuw ceremonieel, dat in 1948 is voorgeschreven. Nadat de deken het Veni Creator had ingezet dat verder door het koor en gelovigen werd gezongen, legde Dr. Hunfeld, na voorlezing van de benoemingsbrief, de geloofsbelijdenis en daarna de ambtseed af, waarna de deken, door het opleggen van de stola, de leiding van de parochie aan pastoor Hunfeld opdroeg. Hierna hield de deken vanaf de preekstoel een korte toespraak tot de pastoor en de gelovigen. Na afloop maakten vele gelovigen, waaronder buurtgeestelijken en de voorgangers van de Herv. Gemeente, de Herv. Evangelisatie gemeente en Isr. Gemeente, in de pastorie kennis met de pastoor.

 

9 mei 1957 . Besloten op een kleuterschool op te richten en wel voorlopig in het KJ-gebouw. 15 september 1957 geopend.

19 juli 1959 Pastoor Hunfeld viert zijn 25-jarig priesterjubileum.

 

Pastoor Schuttelaar (1962-1980)

 

16 januari 1962. Pastoor Hunfeld vertrekt naar Breukelen. Pastoor A.J.E. Schuttelaar wordt benoemd

 

Uit plaatselijke dagblad:

Vrijdagmiddag 26 januari 1962 werd de nieuwe pastoor ingehaald. Kerkmeester G.H. Smits haalde de nieuwe pastoor A.J. Schuttellar uit Zuthpen. Bij de afweg naar de Leostichting aan de Ruurloseweg werd de nieuwe herder verwelkomd. Daar stonden opgesteld de Drumband van de Leostichting Klein Borculo, de muziekvereniging Volharding , de heer J.A. Wintermans, hoofd van de R.K. lagere school met de leerlingen van de hoogste klassen, de heer Knops met de verkenners, de wandelsportvereniging de Zonnebloem met een groep en de wandelsportvereniging Nooitgedacht met drie groepen en vele anderen. Kerkmeester G.H. Smits riep de nieuwe pastoor een woord van welkom toe namens het kerkbestuur, het armbestuur en de gehele parochie. De stoet trok vervolgens naar de stad waar bij de ingang van het kerkgebouw wethouder Lutke Willink de nieuwe pastoor verwelkomde namens het gemeentebestuur. De installatie werd verricht door deken Scholte op Reimer.

 

Met ingang van 26 januari 1962 was kapelaan A.J.E. Schuttelaar van de parochie O.L.V. Tenhemelopneming te Amersfoort benoemd tot pastoor van onze parochie. Hij was achtereen  volgend werkzaam in Duiven, Silvolde en Amersfoort.

 

29 oktober 1965 Officieele opening van gerestaureerde en uitgebreide Lagere School

 

augustus 1966 nieuwe Kleuterschool "de bezige bijtjes" wordt geopend.

 

16 augustus 1966: Pastoor Schuttelaar viert zijn 25-jarig priester-jubileum. Na een voltreffelijke uitvoering van een Paus Johannesmis, werd er 's middags een druk bezochte receptie gehouden.

Uit de Gelderlander Dinsdag 16 augustus 1966:

 

Borculo huldigde zilveren herder.

"Wat in vier jaar bereikt werd, is niet overweldigend. Het is slecht de grondslag voor veel werk dat nog wacht in de sterk groeiende parochie. Daarom hoop ik nog vele jaren in Borculo werkzaam te mogen zijn en met ieders hulp hier nog veel en  vruchtbaar werk te kunnen verrichten". Deze woorden sprak pastoor A.J.E. Schuttelaar van Borculo aan het einde van een drukbezochte receptie  t.g.v. zijn zilveren priesterfeest. Het was niet slechts een feest van de Borculose parochie, maar van de gehele dorpsgemeenschap, die deze bescheiden, vriendelijke jubilaris oprecht en hartelijk huldigde voor alles wat hij in de achterliggende 4 jaar in Borculo tot stand bracht.

Daarvan getuigden tijdens de receptie burgemeester mr. Ten Bokkel Huinink, de predikanten v.d. Veen, Deen en Meijer en niet op de laatste plaats de parochiegemeenschap die bij monde van de heer P.J. Leenders een bedrag van f 2300,-- aanbood, bestemd voor de aanschaffing van een gouden kelk, missaal en een fototoestel. Na de aanbieding van het parochiegeschenk sprak burgemeester Ten Bokkel Huinink woorden van lof uit aan het adres van de jubilaris, die in de achterliggende 4 jaar een nieuwe kleuterschool en de uitbreiding van de lagere school tot stand bracht. Ds. van de Ven bracht pastoor Schuttelaar dank voor diens prettige samenwerking en gastvrijheid, terwijl ook pater Franck de gastvrijheid van de Borculose pastorie roemde.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zondagmorgen celebreerde de jubilaris een plechtig Hoogmis in de fraai versierde kerk  Het kerkkoor en het kinderkoor voerden o.l.v. de heer J. Wintermans de Paus Johannesmis uit, die een voortreffelijke vertolking kreeg

 

Verbouwing van de kerk (1968)

 

18 februari : startsein afbraak kerk

15 augustus eerste heilige mis na restauratie

24 augustus parochiefeest voor alle vrijwilligers

1 september officiele opening en plechtige inwijding door deken J.J. Noordman uit Zutphen.

 

RESTAURATIE KERK      19 Febr. - 15 Aug. 1968

Lang was er door het Kerkbestuur over gewikt en gewogen of deze kerk moest worden gerestaureerd of dat tot nieuwbouw moest worden overgegaan. Door de groei van het aantal parochianen besloten we aanvankelijk tot

het laatste. De vernieuwingen in de kerk na Vaticanum II brachten echter met zich mee dat ook op Zaterdag aan de verplichting kom worden voldaan. Bovendien vroeg de vernieuwing in de liturgie om kleine ruimten, waar men makkelijk contact heeft met de gelovigen.Tenslotte wees een onderzoek van de bouwkundige van het Bisdom uit dat de kerk nog in behoorlijke staat verkeerde om gerestaureerd te worden.In 1967 viel toen het besluit tot restauratie.

Vanuit een gespreksgroep werd door de heer H.Harfterkamp het voorstel gelanceerdl,dat deze restauratie door de parochianen zelf ter hand zou worden genomen in hun vrije tijd waarbij alleen de materiaalkosten in rekening

zouden worden gebracht. Het kerkbestuur ging hierop graag in en stelde voor een plan op te stellen.dat op parochieavonden zou kunnen worden besproken.

Frater Angelico Fennis van de Leo Stichting ontwierp een schetsplan.De heren G.Lukassen en Th.Blom werkten het technisch uit. De heer H.Harfterkamp en frater Francesco Besseler zouden zorgen voor de presentatie aan de parochianen. De voorgaande personen waren allen leraar aan de Leo Stichting.

Bij de gespreksgroep die het initiatief nam behoorden bovendien:de heer en Mevr. Doppen-Ratering.De heer en Mevr. Pragt-Kamphuis,Mevr. M. Piek-Sweers en frater Marcel te Plate.

Net kerkbestuur stelde voor tegelijk op deze avonden de financiële toestand van de parochie te bespreken en het voorstel van het Bisdom om een redelijk pastoorssalaris te garanderen. In de maanden Oktober en November 1967 werden er eerst vier parochieavonden gehouden in twee delen verdeeld: A:de financiele toestand. B: plan kerkrestauratie.

Ad A: Vrijwel algemeen ging men akkoord met een verbetering van het pastoorssalaris naar de normen van het Bisdom en was men het eens over het invoeren van een gezinsbijdrage van minimaal F.3.-per maand per gezin.

Ad B.:Vanuit de parochie werd verzocht de oude kerkinventaris niet geheel te verwijderen, maar zoveel mogelijk daarvan te behouden,met name op het priesterkoor.Er werd toegezegd dat hiermee rekening zou worden gehouden. Vanaf  December 1967 werd het nieuwe plan aan de parochianen voorgelegd. Het wekte echter verzet omdat naar veler mening te weinig rekening was gehouden met de opmerkingen van de parochianen.Er vormde zich een tegengroep met een alternatief plan dat weer te behouden was.Een vijfde parochieavond werd

gehouden o.l.v. pater Ridder o.f.m. Deze verliep nogal chaotisch.Beide groepen bleven op hun standpunt staan men weigerde het voorstel van pater Ridder te volgen en een scheidsrechter aan te wijzen.Tenslotte werd besloten dat beide groepen vier personen zouden afvaardigen naar een bijeenkomst om samen uit

de moeilijkheden te komen. Ook deze zesde avond liep op een mislukking uit. Nieuwjaar 1968 deelde de pastoor mede,dat het Kerkbestuur nu zelf een plan aan de parochianen zou voorleggen,waarbij zoveel mogelijk rekening zou worden gehouden met de eisen van de tijd en de wensen van alle parochianen. Alleen wanneer beide groeperingen hieraan bereid zouden zijn mede te werken zou het plan doorgaan,anders zou een deskundige worden aangetrokken en alleen het allernoodzakelijkste door vakmensen worden vernieuwd uiteraard tegen hoge kosten. In Januari werd zo een uitgewerkt plan bij de gezinnen thuis bezorgd met het verzoek voor 25 Jan. te reageren.Het bleek nu gelukkig dat men algemeen bereid was aan dit plan uitvoering te geven Eindelijk kon men aan de slag!

Te voren had het Kerkbestuur reeds gezorgd dat de roetende en soms stinkende oliekachels waren vervangen door een goede oliestook hetelucht verwarming met de mogelijkheid in de zomer te ventileren. Eveneens waren de goten nagezien en hersteld. Voor tijdelijke opslag van banken en kerkinventaris kregen we van de Coveco toestemming gebruik te maken van de koelcellen van een juist gesloten kippenslachterij (Hoogeveen) aan de Parallelweg. Door bemiddeling van Ds.v.d.Ven,de kerkeraad en kerkvoogdlij van de Ned. Herv. Gemeente kregen we toestemming om zolang de restauratie zou duren gebruik te maken van het Kerkgebouw op het Muraltplein als we maar zorgden Zondagmorgen om half tien klaar te zijn.Onze diensten werden gehouden:Zaterdags om half zes en zeven uur en Is Zondags om half acht en half negen.

 

 

 

Door de week werd de zaal in de pastorie als huiskapel gebruikt.  à

 

 

 

 

De werkgroep werd als volgt samengesteld:

Alg.leiding: H. Harfterkamp  W.Welling en Th.Franck (Kerkmeester) Schilderwerk: B.Pot (P.te Bogt. Jos Hoenderboom. W I'Amie) Metselwerk: G.Lukassen - Kitty Dolphijn. Timmerwerk: Th.Blom - A.Giesen  Electra: H.Tijdink.  Betonwerk. Pons Dieker  Regeling uit en inbrengen inventaris:N.Mulder -A.Spekschoor (Kerkmeester) Verzorging Kantine. A.Pot- van Veen - M. Piek - Sweers.

AFBRAAK     Zondag 18 Febr.gaf de pastoor vanaf de preekstoel het startsein en werd verzocht sterke mannen gewapend met schroevendraaiers maandagavond om zeven uur naar de kerk te komen om banken los te schroeven en verdere inventaris te verwijderen. Werktijden: iedere avond van 7 tot 10 uur (of later) Zaterdags van 8 uur tot 's middags vijf uur.  De eerste avond was al een groot succes.Ruim veertig mannen kwamen met hun gereedschap.Om 8 uur:alle banken op losse schroeven. Even koffie drinken in de kantine (K.J.gebouwtje) Half tien:de helft van de banken afgevoerd. Sint Jozef staat in het middenpad. Zijn altaar is afgebroken.Hevig gemep op de muurwand daar moet het gat komen voor de nieuwe deur. De pastoor redt nog juist op tijd de geluids- installatie ,die aan de andere kant zat. Slager Derksen haalt met een gammele trap het Johannesbeeld van de    kruisbalk.De pastoor vraagt hem of hij levensmoe is."och" is het antwoord "het is maar van hout en niet van vleesl"

We kunnen ons nu indenken dat in de Middeleeuwen de beeldenstorm in korte tijd de kerkgebouwen heeft ontdaan  van hun inventaris.Groot lawaai een vreselijke stofboel een enorme ravage en de vraag hoe moet dat allemaal weer goed komen? De volgende dagen werd de grote rolstijger in het middenpad geplaatst door aannemer Boom ,die ons deze stalen stijger ter beschikking stelde. In de zijpaden hadden we de beschikking over de schilderssstijger van B.Pot en van een schilder uit Vorden. Eerst moesten alle gewelven worden schoongekrabd. En daar deden we in het priesterkoor de ontdekking dat onder de blauwgroene verflaag met sterretjes vier engeltjes van de eerste schildering waren verborgen, welke thans 'Weer in hun oude glorie zijn hersteld. Frater Angelico waagde zich op de hoge stijger om ze bij te werken.

VONDSTEN   Behalve de vier engeltjes vonden we achter de plint van de biechtstoel van de pastoor een zeer oude altaarsteen.(tufsteen met reliquien van St.Mattheus patroon van Eibergen. Kan afkomstig zijn van Haarlo, waar in de M.E.een kapel heeft gestaan,behorende aan de parochie Eibergen.

Daar in plaats van de gordijnen er een muur zou worden geplaatst in het priesterkoor werd de eerste steen verwijderd en in de zijmuur geplaatst. Daarachter vonden we de loden koker met perkamenten oorkonde van de eerste steenlegging en een houten lat met er op geschreven de namen van twee metselaars,die in 1883 de kerk bouwden.Foto's en fotokopieën treft U in dit archief aan. Via de veekoopman Heijmans kreeg de pastoor gratis vanuit Ierland van de oud Borculose perkamentfabriek Elzas een nieuw stuk perkament om de restauratie te beschrijven en bij het oude document te voegen. Al deze stukken zijn opnieuw in de muur opgeborgen onder het beeltje van St.Jozef.

 

 

WEDEROPBOUW.

Na de ontruiming, het opstellen van de steigers het verwijderen van de verflagen in de gewelven en op de muren kon de wederopbouw beginnen en kwamen de echte vakmensen aan bod.Voor alle zekerheid werd eerst het advies van een kleurenexpert ingeroepen. Vooral de kleur van de muur voor in het priesterkoor was een probleem. Zou die verkeerd uitvallen dan was herstel niet meer mogelijk.

De kleurexpert had paars geadviseerd.Er was echter (gelukkig) nergens paarse steen te bemachtigen.Om het dan maar ter plaatse uit te zoeken begaven de heer Lukassen en de pastoor zich naar een steenfabriek te Losser (Ossche) en vonden daar tot hun grote vreugde de veelkleurige donkere steen.

De Sacristie werd uitgeruimd,de vloer van het priesterkoor ontdaan van de tegels ,de biechtstoelen van binnen afgebroken. Bij een onderzoek van de toestand van het zangkoor,bleek dat de houten balken waar het op steunde in de muur aan het rotten waren. Bovendien was het altijd te klein gebleken en werd besloten er een balkon aan te bouwen dat ruim een meter zou uitsteken.Er werden twee ijzeren balken(Heinhuis) dwars op de houten balken als stut in de muur gemetseld zodat verzakking voor eeuwig is uitgesloten.

Th.Blom ontwierp en fabriceerde samen met de heer Giesen het nieuwe balkon,en de nieuwe vloer.Het orgel kon nog net blijven staan. Samen met de pastoor ontwierp Th.Blom eveneens de nieuwe kasten in de sacristie en de doorgeefkast op de plaats van de oude deur is door hem daar aangebracht. Het kleine kastje in de hoek werd gemaakt door de heer Kok (Barchemseweg)en de twee grote kasten door Barink en de gebr. Franck.

Het vrouwengilde verzorgde hoofdzakelijk de kantine en ging langs de deuren om gratis koffie suiker en melk te bemachtigen,waarin ze volledig slaagden. De pastoor reed langs de horecabedrijven en "organiseerde" frisdranken en bier, welke 's avonds na afloop mochten worden genuttigd. Grote hulde verdienen de twee stukadoors: W.Rosendahl en L.Hendriks (Badmeester Leo Stichting) Alle gewelven en muren zijn door hen behandeld voordat de schilders aan het werk konden en dat koste hen veel tijd en moeite.zodat a ze er vakantiedagen aan opofferden.Ze kwamen uit het niet te voorschijn en na afloop verdwenen ze in het niet als zovelen zonder om een beloning te vragen. Het Mariabeeldje dat zwaar was aangetast door de houtworm kreeg een grondige behandeling en restauratie door frater Angelico waar hij maanden mee bezig is geweest.Het werd uit het drieluik genomen en rechtstreeks op de nieuwe muur geplaatst. In de vastentijd kwam het biechtprobleem aan de order. Dat gebeurde toen aan de pastorie in de spreekkamer en wanneer er twee tegelijk moesten biechthoren was de pater te vinden in de spreekkamer van de school.

Van de Goede Weekplechtigheden ging alles door in de Hervormde kerk behalve de plechtigheden van de Goede Vrijdag.In plaats daarvan werd hier op het kerkhof de kruiswegoefening gebeden. Robert v.Haaften werd in de Paasnacht gedoopt. De natuursteen voor het offeraltaar werd betrokken bij de N.V.Lamers te Winterswijk terwijl frater Angelico de tekening nader uitwerkte.

Naarmate de schilders (Leider:B.Pot, W.L'Amie. J.Hoenderboom, P.te Bogt) en hun helpers vorderden zag men dat de gothieke vormen van ons kerkgebouw na de restauratie beter tot hun recht zouden komen.

Zondag 19 mei werd in de Hervomde Kerk het Eerste Communiefeest gehouden.Ds.v.d.Ven had goed gevonden dat we een half uur later begonnen nl om 9 uur. Om 10 uur had hijzelf een afscheidsdienst van de jeugd van zijn gemeente. Omstreeks 10 uur leidde de pastoor in vol ornaat de eerste Communicantjes de kerk uit.Hij kon niet eerder naar de consistoriekamer terugkeren dan nadat alle bezoeker de kerk hadden verlaten. En voor de deur stond de protestantse jeugd met hun Ouders om naar binnen te gaan. En zo schreed de pastoor in vol ornaat gevolgd door de Ned.Hervormde gemeente naar voren,waar hij in de consistoriekamer de dominee aantrof die zich kleedde voor zijn dienst en een Ouderling die het allemaal lachend aanzag en zei:"Het is wel komisch pastoor, maar wat fijn dat dit allemaal nu toch maar kan. Ook de plechtige Hernieuwing van de Doopbeloften vond plaats in de Hervormde kerk op Zondag 9 Juni.

 

VERVOLG RESTAURATIE

Intussen kwamen de vakanties naderbij maar hoe ze ook hun best deden het zat er niet in voor die tijd klaar te komen.Steeds meer respect kreeg men voor die kerels die doorzetters voor wie de laatste loodjes zwaar gingen wegen. Het mooie van deze restauratie zit niet zozeer in het vele geld dat werd uitgespaard, maar vooral in de toewijding de opoffering maandenlang van gezellige avondjes, vrije tijd en vrije Zaterdagen. Het taaie werk dan weer met veel en dan weer met weinig hulp. Tot deze trouwe werkers behoorden ook de metselaars G.Lukassen en Kitty Dolphijn, de laatste moest er zelfs een tijdje mee stoppen, daar hij zich overwerkt had.

Maar ook steeds meer kon men zich overtuigen dat de restauratie een succes werd, naarmate de werkzaamheden hun einde gingen naderen. De pilaren zijn heel wat keren overgeschilderd voor we precies de juiste kleur hadden gevonden. Half Juli meldde zich een bruidspaartje aan de pastorie, dat beslist in de nieuw gerestaureerde kerk wilde trouwen.Het waren:Frans Nijbroek en Fien Baks. Toen ze na hun inschrijving de pastorie verlieten vonden ze hun Brommer opgesierd met bloemen en voorop een grote kaart:"Hulde aan het Bruidspaar" Naast de fiets de onschuldige gezichten van de restaurateurs."Die hebben een rondje verdiend"zei de aanstaande Bruidegom en daartegen had men vanzelfsprekend geen bezwaar. Aanvankelijk hadden we gedacht 28 Juli ons kerkgebouw te kunnen betrekken, maar dat bleek een misrekening, hoewel een gelukkige misrekening

Terwijl we al bezig waren met de schoonmaak van de kerk kwam Aannemer Boom en bood aan op zijn kosten en met zijn personeel ook de middengang te betegelen met dezelfde tegels als waarmee we zelf ons priesterkoor en de ruimte voor de banken hadden betegeld. Zo'n aanbod konden we moeilijk afslaan en gelukkig bleek het ongerief dat dit meebracht nogal mee te vallen. Op 15 Augustus werd voor het eerst weer Mis gelezen in de gerestaureerde Kerk. In de Avondmis bleek dat het Tabernakel defect was. Het slot weigerde en er kon geen Communie worden uitgereikt. Later op de avond wist smid Verheijen het euvel te verhelpen.

Het bovendeel van het oude hoofdaltaar,dat het tabernakel omlijst en dat nog in goede staat verkeerde was door Frater Angelico overgeschilderd.

Ook de reliquien van het Oude hoofdaltaar heeft de pastoor in het nieuwe offeraltaar geplaatst.

Zaterdag 24 Augustus was er in zaal Peters een feestavond georganiseerd voor allen die op welke wijze ook hadden meegewerkt aan de restauratie met hun verloofdes en echtgenoten. Dit werd hun aangeboden namens de hele parochie als dank en  waardering en werd uiteraard zeer op prijs gesteld.

Op Zondag 1 September werd in tegenwoordigheid van vele genodigden de kerk officieel heropend ( met een plechtige Inwijding door Deken J.J.Noordman uit Zutphen). De inwijding voltrok zich in korte kernachtige gebeden in de volkstaal en maakte op de aanwezigen en vele genodigden een diepe indruk.Daarna was er een receptie in zaal Peters,waar velen o.a.de Burgemeester , oud pastoor Terpstra en oud Kapelaan W.Jongerius hun gelukwensen kwamen aanbieden en kennismaakten met de voormannen van de restauratie.Ze staken hun bewondering niet onder stoelen of banken. De bloemist Dijkman van Bloemenmagazijn ."De Lente' had aangeboden op zijn kosten de kerk te mogen versieren hetgeen in dank werd aanvaard .Het werd een pracht versiering. Deken en pastoor dankten voor het prachtige resultaat en vooral voor de grote solidariteit en offervaardigheid van heel de parochie,maar zij wezen er ook op dat dit niet het einde was maar slechts het begin. Nu moet er gewerkt worden aan een ander bouwwerk, waarover St. Paulus spreekt als hij zegt:"Bouwt aan elkaar" EN MET DAT WERK KOMEN WE NOOIT KLAAR!

Behalve de vloer geschonken door de Heer Boom mochten we ook ten geschenke ontvangen:

het fraaie altaarkruis vervaardigd door de Kevelaerse edelsmit Polders en geschonken door de heer en Mevr. J. ter Heerdt en het fraaie houtgesneden St.Jozefbeeldje eveneens te Kevelaer gekocht en geschonken door Mevr.G.Boenk-Boenk.

 

 

19 augustus 1969. Bij Notariële akte wordt de Stichting voor Katholiek Basis- Kleuteronderwijs opgericht.

Het schoolbestuur en kerkbestuur worden definitief gescheiden.

 

24 april 1980 besloten tot restauratie kerk, dak en goten , metselwerk toren en bestrating , begroot f 171.000,--

Door de parochianen werd f 65.000,-- bijeen gebracht. De boomgaarden bezijden en achter het kerkhof werd aan de gemeente verkocht voor f 93.000,-- en werd van de st. Jorisschool de waarborgsom teruggevraagd van f 45.000, -

 

 

1 oktober 1980 Pastoor Schuttelaar krijgt eervol ontslag, hij gaat met emeritaat. Als opvolger wordt Pastoor A.H.M. Smithuis benoemd .

 

Pastoor Smithuis (1980-1986)

 

Eind 1980 werd in de pastorie de grote zaalkamer , het kantoor vernieuwd, en werd een glazen tussendeur gemaakt, wat aanzienlijk in de verwarmingskosten scheelde (door gebr. Beerten)

In 1981 kwamen er de volgende veranderingen: 2 extra losse banken voor de jeugd in de kerk., een palstiek (brood en vis) voor de offertafel (vervaardigd door dhr. Wiegerinck), een nieuwe lezenaar vervaardigd uit een oudebidstoel met een van de beelden van voormalig preekstoel. Er werd een zogenaamde bejaardenmis ingevoerd, met koffie na afloop (Mevr. Wopereis en Sterenborg zorgden voor de koffie). De gong kwam achter in de kerk te hangen, voortaan ging de priester vanuit de pastorie naar het altaar. Een 2e misdienaarsbel werd teruggekocht, nadat deze in 1969 tijdens de restauratie evenals andere attributen werd verkocht.

In april 1982 werden groepsmissen ingevoerd eveneens kindernevendienst (de kinderoppasdienst verdween). Het kerkhof werd vernieuwd, Er wordt een nieuwe verhoging rond het kruis gebouwd. In de gewelven van de kerk kwamen nieuwe lampen, en de kerk werd verrijkt met een grote kroonluchter kosten f 7035,-- vervaardigd fa. brink & van Keulen te Haarlem.

In 1983  verkoopt de kerk haar laatste woningbezit: steenstraat 19 en 19a.. Het herenkoor wordt samengevoegd met het dameskoor tot een parochiekoor

In 1984 bracht de vernieuwde aktie Kerkbalans f 15.000,- meer op dan in voorgaande jaren. Ook werden de ramen gerestaureerd en voorzien van voorzetramen, kosten f 36.000,--

In 1985 gaan de lagere school en kleuterschool samen op in de kath. Basisschool St. Joris.

In 1986 krijgt de oude doopvont een nieuwe deksel vervaardigd uit koper en messing, zodat deze weer bruikbaar was. Ook wordt tot aanleg gegaan van de kerktelefoon voor zieken en bejaarden , 17 belangstellenden reageerden hierop.

In augustus 1986 wordt het 25-jarig priesterjubileum gevierd van Pastoor Smithuis. Al tijdens de voorbereiding van dit jubileum werd ook bekend dat hij in oktober zal vertrekken naar Tubbergen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Veilingaktie voor restauratie en schilderwerk (1989-1990)

 

Op 14 en 15 april 1990 wordt een grote veilingaktie gehouden voor het binnenschilderwerk van de kerk.

Uit extra nieuws 19 april 1990:

Het afgelopen weekend werd een zeer geslaagde veiling gehouden in zaal Peters, die, tesamen met een verloting, een bedrag opbracht van maar liefst f 30.000,- en daarmee werd het totale streefbedrag bereikt. Deze baten zijn voor het schilderwerk van het interieur van de R.K. Parochiekerk aan de Steenstraat. Dit jaar zal nog begonnen worden aan het karwei. In 2 avonden werden zo'n 670 artikelen geveild door veilingmeesters Jan Elferink en Theo Grijsen en de manier waarop zij dat deden stimuleerde het talrijke publiek tot kopen. "Geef nog maar een riksdaalder meer, 't is allemaole veur de karke. Eenmaol. Andermaol, verkoch".

Zo wisten ze zelfs een krultang te verjkopen aan de pastoor. De zeer vele vaak waardevolle artikelen, die voorheen opgeslagen waren in school 'Zijland, gingen grif van de hand. Niet alleen kerststallen, heiligenbeelden, antieke spiegels, typemachines en levende kippen werden geveild. Ook waren er aangeboden diensten zoals huifkarriten, tennisles, APK-keuring, hond uitlaten en gezinszorg op zaterdagmorgen. Over het algemeen werd er flink geboden op deze voor Borculo unieke veiling. Sommige mensen gingen met prachtige voorwerpen naar huis voor niet al te veel geld en anderen betaalde grif het meervoudige van de koopprijs. Zo werd f 60,-- geboden voor een krentenbrood en een artikel ging zelf voor ruim 1000 gulden van de hand. Men had plezier in het opbieden tegen elkaar en de veilingmeesters maakten daar grif gebruik van. Alle artikelen werden geveild en men kon ze vinden in een overzichtelijke catalogus. Beide avonden werd het erg laat, maar om zelf twee uur zaterdagnacht was het publiek nog volop aanwezig. De organisatoren waren na afloop bijzonder tevreden. "Waar ooit een veiling is geweest daar is, zegt men, de onderlinge band van de parochianen er door versterkt. Dit is bij ons ook zo , want we werken toch allemaal voor hetzelfde goede doel", aldus pastoor G. Simons.

 

 

Foto:

 

Interieur nadat de kerk geschilderd was.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pastoor Hogenelst - Pastor Agterhoek –

de 1e pastores in samenwerkingsverband "Sectie-Oost"

Warm Welkom nieuwe pastores

In een stampvolle Christus Koningkerk werden afgelopen vrijdagavond 10 novemer F.G. Hogenelst en H.J.H. Agterhoek officieel geinstalleerd als pastor in de sectie Oost van het dekenaat Berkelland waaronder vallen de parochies Borculo, Joppe, Lochem, Ruurlo, Vorden en Zuthpen.

Voorzitter H. van der Sanden van Sectie Oost benadrukte in zijn welkomstwoord het bijzondere karakter van deze dienst. Het gebeurt niet vaak dat alle parochies van een sectie tegelijk in een kerkgebouw aanwezig zijn. De sectie Oost van het dekenaat Berkelland wil zo efficient mogelijk omgaan met de schaarse middelen en dat zijn haar pastores.

Nadat deken G.J.H.M. Geurts de benoemingsbrieven had voorgelezen welke daarna door beide pastores aanvaard werden, volgde een hartelijk en humoristisch woord van welkom door de zes tot de sectie behorende parochies, waarbij symbolische gaven overhandigd werden. Borculo opende de rij met een heerlijke kruidkoek van eigen deeg en een fles berkelbitter. Joppe liet twee kinderen brandende lantaarns aanbieden omdat de pastores toch in zekere zin lichtbrengers zijn op het levenspad. Lochem had wat 'witte wieven'achter de hand en een boekje over achterhoekse sagen en legenden als nuttige handleiding bij het leren kennen van de achterhoeker. Ruurlo bood een foto van de doolhof aan omdat ook het leven van een pastor niet steeds over rozen gaat en soms wel op een doolhof lijkt. Ook Zuthpen benadrukte vervolgens dat de pastores geen gespreid bedje moesten verwachten. Maar wie de jeugd heeft, heeft de toekomst en dat kwam symbolisch tot uitdrukking in twee schilderij-collages gemaakt door eerste communiecantjes. Gastheer Vorden bood tenslotte de beide pastores een medaille aan uit de grote voorraad in de Antoniuskerk voorstellende St. Christoffel beschermheilige van de reizigers hetgeen in de herfst geen overbodige luxe is tijdens het reizen over de sectiewegen. En wanner de pastores in de toekomst het niet mochten zien zitten, dan is daar een penning van Clemens Hofbauer, patroon bij uitstek voor hopeloze zaken.Hierna werd door deken Geurts en de beide pastores de H.mis gecelebreerd om Gods zegen af te smeken voor hun pastorale arbeid.

Na afloop was er gelegenheid om persoonlijk kennis te maken met beide pastores waarvan volop gebruikt werd gemaakt. Sectie Oost kan terugzien op een zinvolle en bijzonder fijne installatie waarvoor hulde aan de organisatoren.

 

 

 

 

 

Foto: Pastoor Hogenelst en pastor Agterhoek met de symbolishe giften uit Lochem

Bron: Contact editie Vorden

 

 

afscheid Pastoor Simons (1986-2000) -de 12e en laatste "eigen" pastoor van Borculo

 

Pastoor Simons neemt binnenkort na veertien jaar afscheid
Vrijwilligers straks onmisbaar in rooms Borculo

BORCULO - Samen bouwen aan een bloeiende kerkgemeenschap. Dat is altijd het uitgangspunt geweest van scheidend pastoor George Simons (66).

Pastoor G. A. Simons neemt binnenkort officieel afscheid van de rooms-katholieke parochie in Borculo. Hij gaat op 66-jarige leeftijd met emeritaat. De pastoor heeft zich wel bereid verklaard om in bepaalde diensten voor te blijven gaan.
(foto GEORGE NUSMEIJER)

Verloren voor de Borculose geloofsgemeenschap is hij nog lang niet, maar hij gaat het na zijn emeritaat wel kalmer aan doen. Gelukkig heeft de parochie van OLV Maria Tenhemelopneming aan het idee kunnen wennen in de toekomst zonder eigen priester door te moeten gaan. Het schrijnend tekort aan geestelijken is inmiddels ook in Borculo voelbaar. Het vertrek van Simons wordt slechts gedeeltelijk opgevuld. Pastoor Fred Hogenelst heeft van kardinaal Simonis opdracht gekregen om samen met pastoraal werker Herman Achterhoek het pastoraal werk voort te zetten. Maar beiden krijgen ook zeggenschap over de parochies in Vorden, Ruurlo, Lochem, Zutphen en Joppe, die ondergebracht zijn in de sectie Oost van het dekenaat Berkelland.

‘Misschien had ik nog kunnen blijven, maar ik heb daar niet op aangedrongen. Ik wil mijn opvolger niet in de weg staan’ zegt hij bescheiden. ‘Maar ik heb mijn diensten aangeboden. Ik verwacht dan ook dat ik nog regelmatig in liturgievieringen in Borculo zal voorgaan,’ aldus Simons, die sinds september een appartement aan de Burgemeester Bloemersstraat bewoont. Het is dus zonneklaar dat een deel van de werkzaamheden, die eerder door Simons werd verricht, nu op de schouders komt van leken ofwel vrijwilligers. De scheidend pastoor zegt de afgelopen twee jaar al bezig te zijn geweest leken voor te bereiden op de nieuwe taken.

‘We moeten leren leven met het feit, dat er geen twee heilige missen gedurende de weekends kunnen worden opgedragen. Daarom worden er straks meer woord - en communievieringen gehouden, waarbij de aanwezigheid van een priester niet vereist is. Een groep medewerkers houdt zich daarmee al geruime tijd bezig. Aan de hand van misboekjes wordt zo’n viering opgezet. Ja, de overweging na het heilig evangelie doen ze ook zelf. Dat werkt prima. Ook de avondwakes bij het overlijden van een parochiaan, wordt tegenwoordig door leken gedaan.’

Pastoor Simons trad de afgelopen veertien jaar trouwens ook op als koster. De 1700 mensen tellende geloofsgemeenschap, was niet in staat om daarvoor een bezoldigd medewerker aan te stellen. Hij heeft daarmee nooit problemen gehad. Zijn taak wordt sinds november overgenomen door een team van zes vrijwilligers. Toen beëindigde hij officieel zijn dienstverband met het bisdom. Hij heeft inmiddels ervaren dat van die vrijwilligers al het nodige gevergd is, zoals tijdens de altijd drukke kerstperiode, toen er bovendien nog vier begrafenissen waren. Hij betreurt het ten zeerste dat het tekort aan priesters nog altijd oploopt. Simons trad in 1986 aan als opvolger van pastoor Smithuis. Daarvoor was hij werkzaam in parochies in achtereenvolgens Winterswijk, Huissen, Twello en ‘s Heerenberg, na in 1961 door de toenmalige aartsbisschop Alfrink te zijn gewijd. In Borculo kreeg hij meer dan ooit te maken met de oecumene. ‘Daarmee had ik me in mijn vorige parochies niet of nauwelijks bezig gehouden. In Borculo heb ik mede vorm mogen geven aan dat proces. Er is per slot meer dat ons bindt dan ons scheidt van andere geloofsgemeenschappen.’

Een ding zal de scheidend pastoor absoluut niet missen. En dat zijn de vele vergaderingen, waarbij zijn aanwezigheid was vereist. De afscheidsreceptie voor Pastoor Simons is op 21 januari in café-restaurant Peters. Deze wordt gehouden na de eucharistieviering, die om 10.00 uur begint.

schilderwerk 2001 - vrijwilligers helpen mee.

In 2000 heeft het bestuur besloten om over te gaan, tot de aanvraag van het binnenschilderwerk van kerk en pastorie. Na de verkregen toestemming van het bisdom werd in februari 2001 begonnen met het schilderwerk. De kerk is van binnen in 4 weken geschilderd door een erkend schildersbedrijf. De schilders werden geholpen door een grote groep vrijwilligers, die vele hand- en spandiensten verrichtten en ervoor zorgden dat in het weekend de eucharistie-vieringen doorgang konden vinden. Ook hebben enkele vrijwilligers vele uren ingestoken in het opknappen van de kruiswegstaties en het taberbakel op het priesterkoor. Net voor Pasen was het werk geklaard. Hulde voor alle vrijwilligers voor hun hulp. De kerk zit er weer prachtig uit.

 Artikel uit De Gelderlander van 23-03-2001

Vrijwilligers restaureren kerk Borculo

Door HUGO KAMPERMAN

BORCULO - Het interieur van de rooms katholieke kerk aan de Steenstraat in Borculo biedt een verlaten indruk. Het altaar is verpakt in plastic en staat in een hoek weggedrukt. De gaten en kieren in de dikke muren zijn gedicht met een wit opvulsel dat contrasteert met de grijzige kerkmuren.

Op de plek waar doorgaans gregoriaanse gezangen opklinken schalt nu het blikkerige geluid van een radio. Die is van de schilders die met een hoogwerker de gewelven van de kerk onder handen nemen.

De katholieke kerk die stamt uit 1882 wordt grondig gerestaureerd. Een groep vrijwilligers heeft de taak op zich genomen om de kerk een flinke opknapbeurt te geven. Hoeveel werk de onbetaalde arbeiders ook op zich laden, zonder de professionele hulp van twee vakschilders kunnen ze niet.

De herstelwerkzaamheden zijn op 26 februari van start gegaan. 'We wilden eerst eerder beginnen, maar de subsidie was nog niet rond', zegt vrijwilliger Anton Donderwinkel. Hij heeft samen met Theo Stevens en Wim l'Amie het prachtige altaar gereinigd. 'Het altaar zat onder kaarsvet en de walm van de kaarsen had er een soort algenlaag op achtergelaten. We hebben er anderhalve week over gedaan om het schoon te krijgen.'

De vrijwilligers hebben het altaar opgeschilderd. Wim l'Amie: 'Ik heb 45 jaar geschilderd, ik weet wel zo'n beetje hoe het moet.' Maar aan het herstel van de altaarbeelden wagen de vrijwilligers zich niet. Dat werk is uitbesteed aan frater Fennis. 'Hij is vroeger leraar tekenen en schilderen geweest', vertelt Theo Stevens. Trots: 'Ik heb nog les van hem gehad.' Het was eigenlijk niet de bedoeling om het altaar ook in de oude staat te herstellen. 'Dat is op ons initiatief gebeurd. Het is toch jammer als de kerk straks opgeknapt is en het altaar niet', zegt Donderwinkel.

Het opknappen van de neo-gotische kerk was hard nodig. De laatste restauratie van het interieur stamt uit 1968. Toen vielen de fraaie schilderingen op kerkmuren, pilaren en gewelven ten prooi aan de verfkwast. Vier engeltjes in het voorste gewelf geven nog een indruk van hoe fraai het interieur ooit was. De engeltjes zijn ontkomen aan de verflustige restaurateurs, ze zijn gespaard gebleven.

Volgens een inspectierapport van de Monumentenwacht Gelderland dient de binnenkant van de kerk grondig onder handen te worden genomen omdat het pleisterwerk loslaat en de muurverf afschilfert. Ondanks het herstelwerk gaan de kerkdiensten nog gewoon door. De vrijwilligers ruimen op vrijdagavond en zaterdagmorgen het gereedschap op en maken de kerk schoon. 'De geluidsboxen worden dan weer teruggehangen op hun plaats en de hoogwerker van het schildersbedrijf wordt naar buiten gereden', zegt Jan Geerligs.

Gehuld in een lichtblauwe stofjas met daaronder klompen bestijgt hij de trap in de pastorie om te laten zien hoe de kruiswegstaatsies uit 1853 zijn gerestaureerd. De veertien panelen die over de kruisiging van Jezus verhalen staan tegen een muur opgestapeld. De ornamenten die als versiering dienen van de lijsten zijn met latjes vastgeschroefd. 'Bij sommige lijsten waren de versieringen afgebroken, we hebben ze nu weer provisorisch verstevigd.'

De reparatie van de veertien schilderijen moet een rechtgeaard restaurateur de maag doen omdraaien. De panelen lijken onherstelbaar beschadigd door de goede bedoelingen van de vrijwilligers. De onooglijke steunlatjes in blank hout, hoewel van de voorkant niet zichtbaar, ontsieren de donkerkleurige panelen.

De kruiswegstaatsies zijn aangekocht door pastoor Fornier, de eerste pastoor van de Borculose parochie. Een vrijwilliger: 'Als je zeker wilt weten hoe je zijn naam schrijft, moet je maar op het kerkhof kijken.'

De restauratie van de rooms-katholieke kerk wordt volgende week afgerond. De werkzaamheden hebben dan ruim een maand in beslag genomen. 'Je komt altijd onverwachte dingen tegen. Zo hadden we niet verwacht dat de kruiswegstaatsies in zulke slechte staat waren', blikken de vrijwilligers alvast terug. 'Het is een heel karwei geweest.'

Als de torenklok 12.00 uur slaat trekken de vrijwilligers hun jas aan en gaan naar huis om te eten. Later komen ze weer om verder te werken aan het herstel van hun kerk. Ook de schilders vertrekken om te pauzeren. De radio wordt uitgezet. Er heerst weer een serene rust in de kerk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Artikel uit Gelders Dagblad - Zutphen van 02-02-2001

Pastor Jaspers maakt plaats  Door Marco Koetsier

ZUTPHEN - Pastor Harrie Jaspers (60) vindt het tijd om plaats te maken voor de Æjongere dienaren godsÆ. Daarom houdt hij er na elf jaar pastor te zijn geweest in Zutphen, Warnsveld en Eefde zondag mee op. ,,Ik heb lang genoeg gewerkt, mag ik er dan ook eens mee ophouden.ÆÆ

Het afscheid van pastor Jaspers staat zondag 4 februari centraal in de eucharistieviering in de Emmanuelkerk in Zutphen die om elf uur begint. In het Zutphense IJsselpaviljoen is æs middags tussen een en drie uur een afscheidsreceptie.
(Foto: Ab Hakeboom)

Omdat de zorg voor andere mensen Jaspers in het bloed zit, was het voor hem een logische keus om pastor te worden. ,,Ik wil mensen in nood graag helpen. Laten zien dat ze niet in angst hoeven te leven omdat God het slecht met hen voor zou hebben. Met behulp van de bijbel geef ik mensen een beetje meer geestelijke vrijheid. Volgens Jaspers wordt de bijbel vaak gebruikt om mensen angst aan te jagen. ,,Dan wordt het een machtsmiddel. Ik wil mensen laten zien dat er genoeg te genieten valt.

Voordat Jaspers in Zutphen terecht kwam, heeft hij van 1967 tot 1978 als missionaris werkt in onder andere Ethiopië. ,,Ik was daar niet om mensen tot het christendom te bekeren, want dat was niet meer nodig. Wel heeft Jaspers er als onderwijzer gewerkt. ,,Maar toen de communisten er in 1978 aan de macht kwamen, moesten alle Nederlanders het land uit. De machthebbers beschouwden ons als pottenkijkers.

Eenmaal terug in Nederland, moest de pastor wel wennen aan het contrast tussen de armoede die hij in Afrika had gezien en de rijkdom in het westen. ,,Dat was wel moeilijk. Maar tegelijkertijd ben ik erdoor gaan beseffen dat het leven niet gaat om materiele rijkdom. In Ethiopië heb ik mensen gezien die niets bezaten en toch erg gelukkig waren.

LEUKE DINGEN
Toch is het werk in Nederland voor Jaspers ook niet altijd eenvoudig geweest. ,,Je maakt samen met de mensen leuke dingen mee zoals de kerstviering en de doop van kinderen. Maar ook heb ik mensen naar hun laatste rustplaats gedragen en dat is wel moeilijk. Maar juist op de moeilijke momenten vindt Jaspers het belangrijk om er voor de mensen te zijn. ,,Door op die momenten samen te komen, hoop ik mensen troost te kunnen bieden.

In 1983 vertrekt Jaspers opnieuw naar het buitenland. Ditmaal is zijn bestemming Parijs. Ook daar heeft Jaspers naar eigen zeggen veel van geleerd. ,,Ik kwam daar in aanraking met allerlei mensen die de meest uiteenlopende problemen hadden. Door een luisterend oor te bieden heb ik geprobeerd die mensen zoveel mogelijk te helpen. Ook kwam ik er mensen tegen die allemaal hun eigen visie op het geloof hadden. Jaspers vindt het belangrijk dat mensen die vrijheid krijgen. ,,De boodschap van Christus hoor je te delen met anderen en niet opgelegd te krijgen.

In 1989 vestigt Jaspers zich in Zutphen. In het begin viel het werk in de Hanzestad hem wel een beetje zwaar omdat hij er bijna niemand kende. Maar verloop van tijd is de band met de mensen in de regio steeds sterker geworden. Toch vindt de pastor het, na elf jaar in Zutphen te hebben gewerkt, tijd om iets anders te gaan doen. ,,Ik wilde niet te lang op een plek blijven zitten. Voor mij is het belangrijk steeds weer opzoek te gaan naar een nieuwe uitdaging. Een mens moet in beweging blijven.

 VAKANTIE
Daarom vertrekt Jaspers na zijn afscheid naar Brazilië. ,,Ik ga daar eerst even lekker vakantie vieren. Daarnaast wil ik de tijd gebruiken om mijn werk als pastor in de afgelopen jaren te evalueren. Ook wil Jaspers in Brazilië kijken hoe de pastors daar te werk gaan. ,,Zo hoop ik inspiratie op te doen voor de toekomst. Het vertrek van de pastor uit Zutphen betekent volgens hem niet het einde van de parochie. ,,Samen met pastor Frank de Heus heb ik het werk altijd met veel plezier gedaan. Nu zal Frank het werk overnemen. Daarnaast zijn er nog vele vrijwilligers op wie de mensen kunnen blijven rekenen.

Het afscheid van pastor Jaspers staat zondag 4 februari centraal in de eucharistieviering in de Emmanuelkerk in Zutphen die om elf uur begint. In het Zutphense IJsselpaviljoen is ‘s middags tussen een en drie uur een afscheidsreceptie.

 

Wassink vierde pastor in Berkellandgebied

van een onzer verslaggevers

ZUTPHEN - 26 november 2001 - In een volle Emmanuelkerk is vrijdagavond pastor E. Wassink door deken G.J.H.M. Geurts geïnstalleerd als vierde pastor van de sectie Oost, een samenwerkingsverband van zes parochies in het Berkellandgebied (Joppe, Ruurlo, Lochem, Borculo, Vorden en Zutphen/Eefde).

De pastor werd toegezongen door een groot gelegenheidskoor, samengesteld uit koorleden van de zes parochies.
Om te symboliseren dat de parochies gezamenlijk optrekken en gezamenlijk de kar trekken, werden grote ballonnen door kinderen van achteren de kerk in gegooid. De parochianen gaven ze elk een duwtje richting altaar. Daar werden ze in netten verzameld. Ook de preek van deken Geurts had als thema deze samenwerking, waarbij iedere parochie toch zijn eigen identiteit kan behouden.
Wassink, die in Zutphen twaalf jaar gevangenispastor is geweest, maakt deel uit van het pastoresteam, dat bestaat uit F.G.C.M. Hogenelst, F. de Heus en H.J.H. Achterhoek. Er is nu nog één vacature.

 

 

Binnen enkele jaren weg uit Borculo
De fraters sterven in Nederland uit

Door Berend van de Sande  -  Artikel uit De Twentsche Courant Tubantia van 08-07-2001

Ooit waren de Fraters van Utrecht een bloeiende onderwijs- congregatie met tal van scholen. Nu zijn er negentig over. Netjes uitsterven is nu het doel van de fraters. Een smal kiezelpad tussen metershoge laurierhagen leidt naar een bescheiden kerkhof een paar kilometer van Borculo. Door zijn 67 eenvormige kruisen lijkt het een militaire begraafplaats, maar de namen die in de stenen zijn gegraveerd, geven geen rangen aan.

Het kerkhof van de fraters in Borculo: allemaal dezelfde kruisen.
(foto GPD)

Het zijn fraters die hier liggen langs het afgelegen weggetje. De begraafplaats aan de, hoe kan het ook anders, Fratersweg straalt rust uit, maar stil is het allerminst. Opgewonden tienerstemmen dringen dwars door de bosschages heen die de begraafplaats omzomen. Het kindergeschreeuw zou de fraters amper hebben gestoord. Ze waren gewend aan jongeren om hen heen, de meesten werkten in het katholiek onderwijs.

De fraters horen bij de Congregatie van de Fraters van Onze Lieve Vrouwe van het Heilig Hart, zoals de officiÙle naam luidt. Deze mond vol wordt meestal afgekort tot Fraters van Utrecht, naar de stad waar de congregatie in 1873 ontstond. De stichter, Schaepman, wilde het aantal katholieke scholen in zijn stad uitbreiden en wie konden dat beter doen dan fraters: met het godsdienstonderwijs zou het meteen goed komen en bovendien waren ze goedkoop. De fraters richtten zich vooral op kansarme jongeren.

Op het hoogtepunt telde de congregatie maar liefst vierhonderd fraters. Nu zijn er nog negentig over in Nederland, waarvan er dertien in Borculo wonen. Lang zal dat niet meer duren. De overgebleven fraters zijn van plan zich binnen enkele jaren geheel terug te trekken in De Bilt, om daar hun laatste jaren door te brengen.

Rollator
Nu al lijkt de woning van de fraters in Borculo op een verzorgingshuis. Door de gang schuifelt een oude man achter een rollator, ondersteund door een fysiotherapeute. Het is tien uur, koffietijd in het fraterhuis. Aan een tafeltje praten vier bejaarde heren. Aan niets is te merken dat het om fraters gaat. Hun zwarte toog met witte boord, die hen onderscheidde van de maatschappij, dragen ze al ruim 25 jaar niet meer.

Aan de muur van de gemeenschapsruimte hangen de bouwtekeningen van het nieuwe onderkomen in De Bilt. Het is wachten op de vergunning, maar zeker is dat het einde van de fraters in Borculo nadert. De gemiddelde leeftijd van de fraters van Utrecht in Nederland is 74,6, de oudste is 94 jaar, de jongste 52. Hoop op jonge aanwas is allang vervlogen. Dertig jaar geleden diende de laatste Nederlandse frater zich aan, advertenties en een speurtocht langs scholen mochten niet baten. Het kloosterleven is uit, een realiteit waar de fraters zich bij hebben neergelegd.

Gemeenschap
Werk, gemeenschap en religie, zijn altijd de drie pijlers van het leven van de fraters geweest. De meesten werkten in het onderwijs, anderen hadden bijvoorbeeld huishoudelijke taken. Nu is er nog maar ÚÚn leraar over, de rest is gepensioneerd. Hoewel de meeste fraters zorgen dat ze nog iets om handen hebben, is de sfeer in de gemeenschap danig veranderd. "Er zijn fraters die in een groot gat zijn gevallen", zegt frater Wiro Weersink (71), de overste voor de provincie Nederland.

"Vroeger werkten we allemaal buitenshuis, nu is bijna iedereen thuis. Er zijn voor elkaar is de belangrijkste doelstelling van de communiteit nu. We zitten in Nederland in een afbouwfase, daar ontkomen we niet aan. Voor het bestuur telt de zorgplicht naar elkaar toe, totdat ze overleden zijn". Nog zoeken de fraters naar mogelijkheden om een functie te hebben in de samenleving. Ze helpen in parochies, zetten zich in voor asielzoekers en ontvangen mensen van buiten de congregatie. Weersink: "We willen geen gesloten inrichting worden waar een muur omheen staat. We wilden laten zien dat we toch nog leven".

Met alle gebouwen, pensioenen en beleggingen hebben de fraters als gemeenschap geld genoeg om een verzorgde oude dag in De Bilt te kunnen uitzingen. Bijna de helft van hun kapitaal hebben ze overigens in een ontwikkelingsfonds gestopt om projecten in de derde wereld te kunnen financieren. Als de Nederlandse fraters na hun dood geld overhouden, gaat dat naar IndonesiÙ. Want in tegenstelling tot Nederland bloeit daar de in 1928 gestichte afdeling volop. Daar is de congregatie een tweede leven begonnen.

 

Pastor De Heus wordt opbouwwerker

door Henk Brummelman - Artikel uit Apeldoornse Courant van 07-09-2002

ZUTPHEN - In het parochieel centrum Mariaschool aan de Tengnagelshoek in Zutphen neemt vanmiddag (van vier tot zes) pastor Frank de Heus afscheid. De Heus gaat pastoraal werk doen in de wijk Amersfoort-Vathorst, waar de komende tien jaar 10.000 woningen worden gebouwd.

In Amersfoort komen de lijnen bij elkaar. ‘Ik ga daar in een nog te bouwen nieuwbouwwijk werken. Op de universiteit heb ik geleerd hoe je zo‘n wijk moet ontwerpen. Dat werk kan straks met het pastoraat worden verweven.‘ De Zutphense pastor Frank de Heus kijkt uit naar het pastoraal werk dat hij vanaf 1 december gaat doen in Vathorst, de Vinex-wijk van Amersfoort.

In tien jaar tijd moet daar een wijk ter grootte van half Zutphen uit de grond worden gestampt. De Heus zal het van de grond af aan gestalte zien krijgen. Vanuit een katholiek pastoresteam gaat hij samen met een dominee als opbouwwerkers aan de slag. ‘We willen zoveel mogelijk samen doen. De nieuwe bewoners willen we op kerkelijk gebied meteen kunnen bedienen. Zij zijn op zoek naar nieuwe vrienden en nieuw netwerk. En die willen wij ze als kerken bieden.‘

De Heus studeerde af op Ruimtelijke Planning, maar kon daar bezuinigingen bij de overheid geen werk in vinden. Gaande de studie kreeg hij ook steeds meer twijfels of hij dat werk wel zijn hele leven zou willen doen. Hij werkte liever met mensen. Zo was hij actief in de Utrechtse parochie van de Blijde Boodschap. Hielp mee met het bezoeken van zieken en zong in het jongerenkoor. Hij voelde zich vooral geïnspireerd door de charismatische pastor Loek Bosch. Een jaar na zijn afstuderen besloot hij dan ook theologie te gaan studeren. Dat leverde hem vijf jaar geleden de baan op als pastoraal werker bij de parochie van Sint Jan en Emmanuel.

De Heus heeft zich bewust niet tot priester laten wijden. Hij wilde zich liever niet voor het leven binden aan de belofte van gehoorzaamheid en het celibaat. ‘De pastoraal werker wordt door de mensen steeds meer als volwaardig kerkelijk functionaris geaccepteerd. Je mag weliswaar geen eucharistieviering leiden en - tenzij je daarvoor verlof hebt- niet dopen of huwelijken inzegenen, maar er blijven nog genoeg taken over op het gebied van catechese, diakonie en kerkopbouw.‘

VIJF GOEDE JAREN

‘Ik heb in Zutphen vijf heel goede jaren gehad. Ze zeggen vaak dat Achterhoekers niet zo snel het achterste van hun tong laten zien, maar ik heb daar als pastor niet veel van gemerkt. De mensen zijn vriendelijker, rustiger en meer ontspannen dan in de stad waar ik vandaan kwam.‘

Het heeft hem vooral aangesproken dat de parochianen veel met eigen initiatieven kwamen. Een van de meest aansprekende vindt hij de jaarlijkse Vastenmaaltijden.

In het besluit om iets nieuws te zoeken, heeft ook de schaalvergroting door samenwerking met de Berkelland-parochies een rol gespeeld. ‘Ik heb me loyaal opgesteld, maar voor mezelf is deze opzet niet zo geschikt. Ik ben een stadsmens en werk liever in een overzichtelijk en stedelijk gebied.‘

‘Iedere pastor heeft zijn eigen hobby‘s. Ik heb mij vooral met het jeugdwerk bezig gehouden. Dat loopt nu heel aardig. En kan ook zonder mij. Vijf jaar geleden heb ik ook gezegd dat ik na vijf jaar de kans wilde hebben om te verkassen. Je moet niet te lang ergens zitten, dan roest je vast in bepaalde patronen. In een nieuwe omgeving krijg je nieuwe prikkels en blijf je fris.‘

Opsplitsing van dekenaat Berkelland

van een onzer verslaggevers - Artikel uit Apeldoornse Courant van 19-02-2003

19 FEBRUARI 2003 - NEEDE - De plannen van het bisdom Utrecht om grote samenwerkingsverbanden tussen de verschillende rooms-katholieke parochies te bewerkstelligen, krijgen steeds meer gestalte. Naar verwachting zal het huidige dekenaat Berkelland in die parochieverbanden worden opgedeeld.

Het dekenaat Berkelland blijft niet bestaan. Het ligt in de bedoeling om het aantal dekenaten in het bisdom terug te brengen van negen naar vijf. Daardoor moet Berkelland fuseren met het dekenaat Montferland, dat als hoofdplaats Zevenaar heeft.

Kardinaal A. Simonis heeft inmiddels met ingang van 1 april ontslag verleend aan deken G. Geurts (65) van Berkelland wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. De vacature-Geurts wordt in afwachting van de naderende fusie niet ingevuld. Zijn plaats wordt straks waargenomen door deken H.J. van Merm van Montferland.

MINDER PRIESTERS

In de Achterhoek worden net als trouwens in de rest van het land parochies gedwongen steeds meer met elkaar samen te werken vooral omdat het aantal priesters in de loop der jaren drastisch is afgenomen. Het is volgens woordvoerder L. Sinselmeijer van het bisdom Utrecht niet meer vanzelfsprekend dat bepaalde kerkelijke hoogtepunten altijd door priesters worden geleid. Een voorbeeld is de begrafenisplechtigheid, waaraan volgens de rooms-katholieke traditie een Eucharistieviering voorafging. In steeds meer parochies wordt daarvan afgeweken.

In de sectie Neede zijn vorig jaar de eerste verkenningen gestart over het voorgaan van leken in uitvaartdiensten. Die dienen daarvoor wel een opleiding te hebben genoten. In Borculo gaan leken al in uitvaartdiensten voor. De secties Neede en Groenlo fuseren binnenkort tot een zogeheten parochieverband. Neede bestaat uit de parochies van Neede, Rietmolen, Rekken en Eibergen en Groenlo bevat de parochies in Beltrum, Groenlo zelf en Lievelde.

Daar zouden volgens de oorspronkelijke plannen Borculo (OLV Maria Tenhemelopneming) en Ruurlo (Willibrordus) aan worden toegevoegd. Deze beide parochies gaven echter vorig jaar aan daar weinig voor te voelen. Hun standpunt wordt ingewilligd zodat deze twee parochies deel uitmaken van een cluster Zutphen/Lochem.

Artikel uit De Twentsche Courant Tubantia van 07-03-2003

Kardinaal Simonis wijdt Borculoër Günther Oude Groen in eigen kerk
‘Diaken zijn is een roeping’

Door Hes Lagrand

Het geloof heeft niet altijd een prominente rol gespeeld in het leven van Günther Oude Groen (50). De ex-Hengeloër diende de kerkgemeenschap als misdienaar en acoliet, maar veel verder ging zijn betrokkenheid niet.

De kentering kwam na de verhuizing van Günther en Minerva Oude Groen in 1988 naar de gemeente Borculo. Daar kwam hij in contact met pastoor Simons van de parochiekerk OL Vrouw Tenhemelopneming én met Ton Oostveen van de Fraters van Utrecht.

Günther Oude Groen ziet hen achteraf als afgezanten van God. ‘Zij zijn op mijn weg gekomen. Ze inspireerden mij, raakten bij mij een gevoelige snaar waardoor ik het duwtje kreeg dat noodzakelijk was om de studie tot diaken te volgen. Ik zie het ook als een roeping.’

Dat neemt niet weg dat zijn keus voor het diaconaat geplaveid bleef met obstakels, want hoe zou zijn gezin tegenover zijn besluit staan? En had hij er wel bij stilgestaan dat hij nooit meer zou kunnen hertrouwen na een eventueel overlijden van zijn echtgenote?

‘Dat was een moeilijke stap’, erkent hij. ‘We hebben daar menig wandeling in de Borculose natuur aan besteed.’ De echtgenote speelt ook een belangrijke rol bij de wijdingsplechtigheid. De kardinaal zal haar een aantal vragen stellen over het ambt.

Vroeger gold de wijding tot diaken als het opstapje tot het priesterschap. Tegenwoordig nemen fulltime diakens veel taken over van de priester. Ook zij ondergaan een wijding.

Door handoplegging laat kardinaal Simonis zaterdag in Borculo in zijn hoedanigheid van aartsbisschop de wijdeling delen in zijn zending tot dienstbaarheid in de Geest van Jezus Christus. Günther Oude Groen volgde die weg. Met dien verstande dat hij op parttime basis, oftewel tien uur per week als permanent diaken in het nog te vormen parochieverband Oost-West die acht parochies van Zutphen tot Borculo omvat, in het diaconaat werkzaam zal zijn. Hij krijgt daarvoor een onkostenvergoeding. Günther Oude Groen blijft dan ook vier dagen per week op de loonlijst van de overheid staan als keurmeester van de Rijksdienst voor Vee en Vlees. Op de donderdagen is hij belast met het diaconaat.

De keus van de Borculoër is een opmerkelijke stap in een tijd dat religie steeds minder een rol lijkt te spelen in het leven van mensen. Bovendien is ook de opleiding tot diaken geen sinecure. De Borculose wijdeling heeft er een studie voor moeten volgen, die meer dan zes jaar omvat. Eerst volgde hij een tweejarige cursus op de pastorale school in Wehl, om daarna te kiezen voor de diakenopleiding op Dijnselburg in Zeist. Een studie die meer dan vier jaar in beslag nam inclusief een stageperiode van 350 uur, die hij in nog geen acht maanden moest volbrengen.

Dat betekende dat de Borculoër wekelijks elke vrijdagavond en een groot deel van de zaterdagen in de collegebanken in het Utrechtse moest doorbrengen. En ook doordeweeks zat Günther Oude Groen heel wat avonden in zijn studeerkamer thuis. ‘Ja, het was voor mij een zware studie’, erkent hij grif.

Als diaken maakt Günther Oude Groen naast pastoor F. Hogenelst en de pastoraal werkers, deel uit van het pastoraal team. Hij zal worden belast met het zieken- en het ouderenpastoraat. Werk dat hij gedurende zijn stageperiode in het verpleeg- en verzorgingshuis De Molenberg in de gemeente Groenlo al goed heeft leren kennen. Dat betekent dat hij veel meer in het veld zal werken dan voor de kerkbanken. ‘Dat is ook essentieel voor het diaconaat. De kerk zendt jou als een soort afgevaardigde naar de maatschappij. Je moet mijn werk zien als een brugfunctie tussen kerk en samenleving. Ik wil de mensen vooral een luisterend oor bieden en van daaruit kijk ik of ik nog meer voor hen kan betekenen. Maar wel met de steun van de talrijke vrijwilligers, want zonder hen ben ik nergens.’

Centrum Diakonaat Dijnselburg

8 maart 2003 - Günther Oude Groen gewijd

Op zaterdag 8 maart heeft tijdens een plechtige eucharistieviering Kardinaal Adrianus Simonis Günther Oude Groen gewijd tot permanent diaken van het aartsbisdom Utrecht. De wijding vond plaats in de parochiekerk Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming te Borculo. Günther wordt voor 4 jaar verbonden aan het dekenaat Berkelland met een speciale opdracht binnen de parochieverbanden Oost en West. De taken die hij zal behartigen liggen met name in de pastorale zorg voor ouderen en zieken in de verzorgingshuizen aldaar, het ondersteunen van vrijwilligers, inzet voor ziekendagen en gezamenlijke vieringen.

De honderdste

De wijding van Günther Oude Groen was voor het CDD extra bijzonder, omdat Günther de honderdste diaken is die via Dijnselburg uiteindelijk gewijd is. Dit zijn overigens niet alleen diakens van het Aartsbisdom, want ook in de bisdommen Rotterdam, Haarlem, Breda en Den Bosch zijn diakens die via het CDD opgeleid zijn.Dat komt omdat Dijnselburg indertijd begonnen is als een gezamenlijk inititatief van meerdere bisdommen.

Uiteraard gaat het niet om de kwantiteit, maar om de kwaliteit en in ieder geval kunnen we van iedere diaken in ons midden zeggen dat het er één uit honderd is!

 

Günther Oude Groen in Borculo tot diaken gewijd door kardinaal Simonis
Aartsbisschop zorgt voor bijzondere ceremonie

Artikel uit De Twentsche Courant Tubantia van 10-03-2003

Een aartsbisschop komt niet elke dag in Borculo. Dat Simonis het Berkelstadje zaterdag bezocht, had dan ook een speciale reden: de wijding van de Borculoër Günther Oude Groen tot permanent diaken.

Dit is heel bijzonder. Slechts een é twee maal per jaar wordt iemand gewijd tot diaken, deelt pastoor F. Hogenelst mee. De eucharistieviering bij gelegenheid van de wijding tot permanent diaken van Borculoër Günther Oude Groen (50) in de rooms-katholieke kerk in Borculo werd zaterdag dan ook druk bezocht.

De wijdingsplechtigheid van Oude Groen liep als een rode draad door de twee uur durende kerkdienst heen. Kardinaal Simonis, aartsbisschop van Utrecht, vroeg tijdens de wijding of Oude Groen ‘het ambt waardig is’.

De bisschoppelijk gedelegeerde mevrouw N. Serrarens-Wijngaards begeleidde Oude Groen tijdens zijn opleiding tot diaken en had hier een duidelijk antwoord op.

‘Günther Oude Groen heeft de lat voor zichzelf heel hoog gelegd. Hij is dan ook een perfectionist. Hij heeft een warm hart voor de mensen, vooral voor de zwakkeren in onze samenleving.’

Vervolgens sprak de bisschop zijn vertrouwen uit. ‘In vertrouwen op onze heer Jezus Christus, onze God en onze Verlosser, kiezen wij deze man uit tot de orde van het diaconaat.’

Bij de ‘ondervraging’ van Oude Groen en zijn vrouw Minerva werd duidelijk dat de dienstbaarheid, de trouw aan het evangelie en de overlevering van de kerk centraal staan. Om de wijding compleet te maken, volgden nog de handoplegging en het ‘ter aarde gaan’ van de kersverse diaken.

Pastoor Hogenelst zei dat dit de belangrijkste elementen zijn in de wijding. De handoplegging gebeurde als volgt: de wijdeling trad voor de bisschop en knielde voor hem neer. De bisschop legde de wijdeling in stilte de handen op. Door de handoplegging liet de bisschop hem delen in ‘zijn zending tot dienstbaarheid in de Geest van Jezus Christus’.

Het ter aarde gaan is een heel oud gebedsgebaar, dat aangeeft dat de wijdeling geheel ontvangen wil zijn, terwijl de kerkgemeenschap voor hem bidt. ‘Het is een teken van gehoorzaamheid en dienstbaarheid’, aldus de pastoor.

De diaken is in gemeenschap verbonden met de bisschop en zijn priesters. Hij wordt gewijd om dienstbaar te zijn aan het volk van God door de dienst van de liturgie, de dienst van het woord en van de liefdewerken.

Er zijn mensen die de diakenwijding ontvangen en daarna priester worden. Günther Oude Groen werd echter gewijd tot permanent diaken. In die hoedanigheid maakt Oude Groen vanaf nu deel uit van het pastoraal team. Hij wordt belast met het zieken- en ouderenpastoraat.

Hogenelst: ‘Dit gebeurt buiten de kerk. Het diaconaat is dan ook bedoeld om de kerk en de gemeenschap samen te brengen.’

Kardinaal Simonis bij afscheid van fraters

Artikel uit De Twentsche Courant Tubantia van 27-02-2003

BORCULO - Het vertrek van de Fraters van Utrecht uit Borculo gaat niet onopgemerkt voorbij. Kardinaal A. Simonis van het bisdom Utrecht gaat op 25 mei in de parochiekerk van Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming in Borculo, voor in een plechtige eucharistieviering, waarna in zaal Peters een receptie wordt gehouden

Al eerder kondigde de provinciaal overste van de orde aan dat de acht overgebleven, voornamelijk bejaarde fraters, per 1 juli verhuizen naar een nieuw fratershuis in De Bilt.

De bouw daarvan laat echter langer op zich wachten dan gepland. Uitstel van het vertrek vond de leiding niet langer verantwoord, dus vestigen de fraters zich tijdelijk in Arnhem en Utrecht, om over enkele jaren domicilie te kiezen in De Bilt.

Met hun vertrek uit de gemeente Borculo komt een eind aan een periode van 95 jaar arbeid in Borculo, waar de Congregatie van de Fraters van Onze Lieve Vrouwe van het Heilig Hart, zoals de officiële benaming luidt, het werk verrichtte op het internaat en de daaraan verbonden school.

De Fraters van Utrecht, die hun naam danken aan het feit dat de congregatie in 1873 in deze stad ontstond, werden volop betrokken bij de plannen van de toenmalige aartsbisschop Schaepman om het katholiek onderwijs uit te breiden.

De fraters richtten zich vooral op kansarme jongeren. Sindsdien groeide en bloeide het internaat, dat van grote betekenis was voor Borculo.

Dat is ook de reden dat Borculo het vertrek van de acht fraters niet onopgemerkt voorbij wil laten gaan. Er is een comité in het leven geroepen dat extra cachet aan het afscheid wil geven.

Na afloop van de eucharistieviering wordt er een receptie gehouden. Daarbij zullen zoveel mogelijk fraters die in Borculo werkzaam zijn geweest, aanwezig zijn.

Afscheidscadeau Fraters bestemd voor Kenia

Artikel uit De Twentsche Courant Tubantia van 26-04-2003

Geen cadeaus, maar een gift in de vorm van een cheque. Dat wil het comité, dat het officiële afscheid begeleidt van de Fraters van Utrecht uit Borculo, op 25 mei tijdens een feestelijke receptie in zaal Peters in de Berkelstad aanbieden.

De gift is bestemd voor het project ‘Straatkinderen in Kenia’ van de Fraters van Utrecht. Frater Hans Wennekes (69), die oorspronkelijk afkomstig is uit Lichtenvoorde, werkt al jaren in dit Afrikaanse land, om precies te zijn in Lodwar. De oud-leraar van de technische school in Borculo heeft daar al jaren de zorg over deze groep en heeft dringend behoefte aan geld om zijn werk daar te kunnen voortzetten. Zijn project beantwoordt volledig aan de doelstelling van het werk van de Fraters: zorg voor en onderwijs aan, de in dit geval, armsten der aarde.

De leiding van de congregatie wil het geld niet zelf gebruiken, maar gebruiken voor de doeleinden die de Fraters zich bij de oprichting in de negentiende eeuw zich gesteld hadden. Het gemeentebestuur van Borculo nam het initiatief voor de feestelijke gebeurtenissen op 25 mei, omdat de gemeenschap erg veel te danken heeft gehad aan het zegenrijke werk van de Fraters die zich in 1908 in de Berkelstad vestigden.

‘Opvoeding en onderwijs’ waren de speerpunten van het werk van de Fraters, die in de loop der jaren zelf scholen stichtten op het complex van de Leo Stichting. Scholen, die niet bestemd waren voor de internaatsleerlingen, maar ook voor scholieren uit Borculo en wijde omgeving. Alle oud-medewerkers van internaat en scholen worden uitgenodigd voor de afscheidsreceptie van de Fraters, die om 18.30 uur begint in zaal Peters aan de Steenstraat. Daar kunnen zij nog eens handen schudden met de nog levende fraters, van wie de meesten hoogbejaard zijn. De meeste fraters wonen momenteel in De Bilt, maar komen voor deze gelegenheid graag naar Borculo.

Voorafgaande aan de receptie is er om 16.30 uur in de parochiekerk van OL Vrouw Tenhemelopneming, eveneens aan de Steenstraat, een eucharistieviering, die wordt gecelebreerd door de aartsbisschop van Utrecht A. Simonis. Die viering is vanwege de beperkte ruimte in de kerk uitsluitend bestemd voor genodigden. Tijdens de Eucharistieviering zal de kardinaal uitvoerig ingaan op de betekenis van het werk van deze congregatie, die haar werkzaamheden in de toekomst uitsluitend nog zal uitoefenen in Indonesië en Kenia.

Degenen die een bijdrage willen leveren aan het project dat door de Fraters van Utrecht is uitgekozen kunnen dit doen door storting op rekeningnummer 040.91.58.771 van de ABN Amro in Borculo ten gunste van het project Straatkinderen in Kenya of tijdens de receptie in de daarvoor speciaal bestemde bus.

Fraters van Utrecht verlaten na 95 jaar de Leo Stichting in Borculo
Streng maar rechtvaardig

Artikel uit De Twentsche Courant Tubantia van 03-05-2003

Door Hes Lagrand

Streng maar rechtvaardig. Zo stonden de Fraters van Utrecht bekend. Bij de Leo Stichting in Borculo waren zij verantwoordelijk voor de opvoeding van en het onderwijs aan probleemkinderen. Met hun vertrek uit Borculo komt er een eind aan een periode van 95 jaar waarin de fraters kinderen weer op het rechte pad brachten.

In 1908 vestigde de Congregatie van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart zich in Borculo, ofwel de Fraters van Utrecht. Ze namen op initiatief van de toenmalige bisschop van Utrecht, monseigneur H. van de Wetering, het onderwijs op het internaat van de Leo Stichting in Borculo over van de Broeders van Amsterdam (de Congregatie van Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten).

Dat was geen toeval. Borculo behoorde tot het bisdom Utrecht en de monseigneur achtte het wenselijk dat een congregatie afkomstig uit het bisdom, zich met onderwijskundige en opvoedkundige taken bemoeide. Aanvankelijk gebeurde dat in de vroegere woning van staatsman dr. Schaepman (De Eeschhof), maar dat gebouw bleek te klein.

De fraters kregen de beschikking over veel grond, geschonken door de erven van de vroegere landeigenaar Wessel van Eijll.

Voogdijkinderen

De doelgroep voor de Fraters van Utrecht bestond destijds uit voogdijkinderen, meestal wezen, die echter wel van rooms-katholieke huize moesten zijn. De zestien fraters kregen eerst met 42 jongens te maken, maar dat aantal groeide in de loop der jaren gestaag. De fraters waren zeker voor die tijd goed opgeleid op één van de kweekscholen die de congregatie bestierde.

In de vooroorlogse jaren, die werden gekenmerkt door een grote werkloosheid, kozen velen voor het klooster. Fraters zijn weliswaar in tegenstelling tot priesters niet gewijd, maar zij leggen wel een gelofte af waarin ze beloven een celibatair leven te leiden. Geen eenvoudige opgave en velen haakten dan ook in de loop der jaren af. Tussen 1963 en 1967 keerden alleen al in Borculo dertien fraters de congregatie de rug toe.

Hun plaats werd steeds meer ingenomen door groepsleiders. Die werden naar Borculo gelokt met een huis, want in de jaren zestig en zeventig was er sprake van woningnood, zeker in de Randstad. Veel jonge gezinnen kozen derhalve voor een toekomst in de Achterhoek en bleven hier hangen.

In de jaren zestig kreeg de afkalving van de eens zo grote kloosterorde gestalte. Het aantal roepingen liep sterk terug en die teruggang had ook invloed op Borculo. Vooral in de jaren tachtig en negentig nam de vergrijzing sterk toe en aan het eind van de vorige eeuw trokken de Fraters van Utrecht zich bij gebrek aan mankracht definitief terug uit de Leo Stichting. Ze namen hun intrek in het Fraterhuis aan de Alexandrinalaan. Maar, in juni behoort ook die tijd tot het verleden.

De congregatie heeft besloten de fraters op één of twee adressen onder te brengen en om die reden wordt het klooster in De Bilt uitgebreid. De drie overgebleven Borculose fraters Johan Brummelhuis, Stanislaus Walta en Willibrordus Hilhorst pakken in de loop van juni hun biezen en dan behoort het tijdperk van de Fraters van Utrecht in Borculo tot het verleden.

Achterstand

In Nederland bloeide de congregatie in een periode dat dat hard nodig was. Het katholieke volksdeel had naar het oordeel van de bisschoppen en de paus in de tweede helft van de negentiende eeuw een achterstand. Om die te verbeteren werd de nadruk op onderwijs en op opvoeding gelegd. Binnen die taken paste ook de beroepsopleiding. Nog voor de oorlog kende Borculo een Tuinbouwschool en een Technische School, die de jongens moesten klaarstomen tot schilder, kleermaker of timmerman.

Na de oorlog bemoeide de overheid zich nadrukkelijk met het onderwijs op de Leo Stichting in Borculo. De doelgroep veranderde. Niet louter weeskinderen, maar jongens uit gebroken gezinnen die met gedragsproblemen worstelden, vonden hun weg naar Borculo. Ook werden de beide scholen opengesteld voor de plaatselijke jeugd en dat betekende een forse groei van het aantal leerlingen. De Fraters van Utrecht hadden in 1956 de supervisie over vierhonderd leerlingen op de technische school en tweehonderd leerlingen op de tuinbouwschool. De scholen bestaan nog steeds, maar heten nu AOC Oost en Staring College. Na de oorlog werden ook een mulo en een lagere school gesticht onder de noemer Klein Borculo. Die scholen functioneren nog onder die naam, maar hebben inmiddels andere functies gekregen.

De fraters zelf vormden met name in de jaren veertig, vijftig en zestig de spil van de Leo Stichting. Zij waakten over hun pupillen, sprongen voor hen op de bres, maar schroomden evenmin harde maatregelen te nemen als dat nodig was. Frater Henk van Vliet herinnert zich nog als de dag van gisteren hoe hij in de jaren zestig en zeventig nauwe contacten onderhield met de politie en met justitie.

De pupillen waren bepaald geen lieverdjes. Van Vliet: ‘De streek werd toen geplaagd door fietsendiefstallen. Onze jongens leenden die rijwielen om ermee van een uitgaansgelegenheid in de buurt naar huis te komen. Maar ze gaven ze niet terug. Nee, de karretjes werden in weilanden of in de Berkel gegooid. Legendarisch was boswachter Joop Jansen, die zorgde dat de fietsen weer terecht kwamen. Hij hadeen enorme magneet, waarmee hij de bodem van de Berkel van tijd tot tijd aftastte op jacht naar fietsen. Natuurlijk grepen we in en de jongens werden gestraft. En meestal in het weekend als ze vrij hadden, want dan trof je ze het hardst.’

Taakstraffen

‘In Borculo werd destijds voor het eerst geëxperimenteerd met taakstraffen. Tegenwoordig gebeurt dat overal, maar in Borculo werkten wij als eersten samen met de politie en met het Openbaar Ministerie in Zutphen. Onze jongens moesten dat strafwerk in het weekend opknappen. Ze hebben menig sloot in de buurt uitgegraven. De taakstraffen werkten, want het aantal diefstallen nam af.’

Van Vliet bewaart warme herinneringen aan Borculo, want de gemeenschap van het stadje stond pal achter de stichting en de fraters. ‘In 1984 dreigde de provincie het internaat te sluiten. De overheid moest bezuinigen en vond dat Borculo ook haar steentje moest bijdragen, zonder zich te realiseren wat dat voor consequenties zou hebben. Een sluiting van het internaat zou ook tot sluiting van de scholen leiden. We hebben toen volop actie gevoerd. Een jongen van ons liep in Den Haag rond met een spandoek waarop stond: Ik voel me zo verdomd alleen. Dat moment was op het journaal te zien.’

‘We zijn met meer dan tien bussen in Den Haag geweest. We voerden een ludieke actie in Diepenheim bij de opening van een beeldententoonstelling door toenmalig minister Brinkman. Dat vond hij niet leuk. Henny Verhoef was destijds de eerste lekendirecteur van de Leo Stichting. We hebben het toen gered. Ja, we moesten fors bezuinigen. Het internaat slonk van 230 naar 151 pupillen. Maar, we konden de politiek overtuigen dat sluiting niets oploste.’

 

Pastor Matti wil zoeken naar nieuwe vormen

door Ton van Ingen Schenau - Artikel uit Apeldoornse Courant van 17-05-2003

17 MEI 2003 - ZUTPHEN - Het aantal pastores is in Nederland de laatste jaren schrikbarend afgenomen. In het parochie-verband Oost is dat niet anders. Slechts vijf pastores voor een gebied, dat naast Zutphen en Lochem ook Vorden, Ruurlo, Borculo en Joppe omvat en in de toekomst nog groter zal groeien. Als de nood heel erg hoog is kan bij de vieringen een beroep worden gedaan op een aantal emeriti in de regio. Sinds 1 april is de pastorale spoeling wat minder dun.

 

Wil Matti (57) woont al lange tijd in Zutphen, maar gaat nu ook in deze regio werken.
(Foto Ab Hakeboom)

Vanaf die datum is Wil Matti (57) benoemd tot pastoraal werker bij het parochieverband Oost.

Op vrijdag 2 mei is hij in Loch-

em tijdens een viering aan de gezamenlijke parochies voorgesteld.

Matti is geboren en getogen in hartje Amsterdam. ‘Op het Spui, waar ik in de jaren zestig goed zicht had op hetgeen zich toen rond ‘t Lieverdje afspeelde‘, glimlacht hij. Na korte tijd in de zaak van zijn vader te hebben gewerkt, volgde hij de stem van zijn hart.

‘Mijn levensgeschiedenis heeft daarna steeds in het teken van bevrijdend handelen gestaan‘, merkt hij op. Dit betekent dat hij bij de Leo Stichting in Borculo in het pastoraat terechtkwam, de sociale academie afrondde en theologie ging studeren in Utrecht. Na zijn afstuderen in 1981, trad hij toe tot de broeders van Maastricht. ‘Ik zou naar Chili gaan om daar mijn kennis en ervaring voor de bevolking in te zetten. In mijn afstudeerscriptie had ik mij echter nogal kritisch uitgelaten over de rol van de kerk onder het bewind van Pinochet. Dit leidde ertoe dat ik daar tot ‘persona non grata‘ werd verklaard en mijn plannen dus niet doorgingen. Ik woonde toen in Maastricht en wilde mij met het pastoraat voor werkende jongeren daar inzetten. Onder de toenmalige bisschop (Gijsen) kreeg ik daar echter niet de ruimte voor‘, klinkt het spijtig.

Een verzoek van de Nederlandse Augustijnen om een catechistenopleiding op te zetten in Bolivia, bracht hem uiteindelijk toch in Zuid-Amerika. Vandaar trok hij toch naar Chili, waar Pinochet inmiddels het veld geruimd had. Daar was hij een aantal jaren pastoraal bezig. Aan de rand van het leven, geconfronteerd met armoede, maar ook met solidariteit. ‘Tien jaar, waarin pastoraat en vorming onder de armen centraal hebben gestaan. Solidariteit met mensen die aan de rand van het leven stonden en vaak alleen maar bezig waren met overleven. Een ervaring, met armoede en de gevolgen daarvan tot in de komende generaties‘, zegt hij gedreven.

Na zijn terugkeer kreeg hij begin 1993 een baan als dienstverlener bij de diaconie van het bisdom Utrecht. Hij was inmiddels getrouwd en woonde in Zutphen. In zijn baan bij het diaconaat gaf hij veel aandacht aan bewustwording. Nieuwe vormen van diaconaat, het bezoekerswerk, aandacht voor eenzamen en rouwenden, in een tijd waarin de verantwoordelijkheid binnen de geloofsgemeenschap steeds verder toeneemt.

‘Steeds ben ik, na een periode van tien jaar, weer met iets anders begonnen. Nu, na tien jaar diaconie, heb ik gekozen voor het basis-pastoraat.‘

‘Sommigen verbazen zich erover dat ik dat op mijn leeftijd nog aandurf. Basispastor is niet tot de gemakkelijkste taak in het kerkelijke werkveld. Toch is dit van mij een bewuste keuze. Ik wil gewoon de komende 7,5 jaar met een groep mensen optrekken, zoekend naar nieuwe vormen van pastoraat en geloofsbeleving. Samen vieringen voorbereiden en projecten opzetten, zoals Lopen voor Lima. Vooral veel van elkaar leren en een bijdrage leveren aan de verdieping van ons geloof‘, aldus Wil Matti.

 

Kardinaal Simonis wijdt twee priesterstudenten tot diaken

Zaterdag 29 november 10.30 uur in de St. Catharinakathedraal

 

Op zaterdag 29 november heeft de aartsbisschop van Utrecht, Adrianus kardinaal Simonis, twee studenten van het Ariënskonvikt, de priesteropleiding van het aartsbisdom, tot diaken gewijd. De studenten zijn Hans de Vries uit Steenwijk en Ed Wassink uit Zutphen.
De wijdingsplechtigheid heeft plaatsgevonden in de kathedrale kerk van Sint Catharina aan de Lange Nieuwstraat in Utrecht. Na de viering was er gelegenheid tot feliciteren in de Nicolaikerk in Utrecht.

De wijding tot transeunte (tijdelijke) diaken is een stap op weg naar het priesterschap.
In 12 juni 2004 hopen deze studenten door de kardinaal tot priester te worden gewijd.

Naast 'tijdelijke' diakens kent het bisdom ook 'permanente' diakens. Dat zijn gehuwde of ongehuwde mannen die, na een opleiding, tot diaken worden gewijd en die met een zending van de bisschop hun werkzaam leven in dienst stellen van mensen, die hulp, zorg en aandacht behoeven; dak- en thuislozen, verslaafden, ouderen en zieken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto: Ton Huitink ( www.rknieuws.net )

 

Simonis wijdt gescheiden man tot priester

Hilversum (Van onze redactie/ANP) 27 mei 2004 - Een gescheiden man met twee kinderen wordt priester in het aartsbisdom Utrecht. Kardinaal Simonis wijdt Ed Wassink samen met kandidaat-priester Hans de Vries op 5 juni in de St. Catharinakathedraal in de Domstad. Doordat Wassinks kerkelijk huwelijk is nietigverklaard, is zijn echtscheiding geen belemmering voor het priesterschap. Dat heeft het aartsbisdom vandaag laten weten.

Op latere leeftijd
Wassink, die in het bezit is van het vakdiploma kruidenier en in de verpleging heeft gewerkt, trouwde tijdens de studie theologie die hij op latere leeftijd begon. Na zijn echtscheiding dacht hij dat hij niet meer in aanmerking zou komen voor een priesterwijding. Hij werkte jarenlang als pastoraal werker. Pastoraal werkers mogen gehuwd zijn, maar voor priesters geldt het celibaat. Een gescheiden man of vrouw kan pastoraal werker worden, ook al is zijn of haar kerkelijk huwelijk niet nietigverklaard.

Nietigverklaring
Voor de RK-Kerk is hij of zij dan nog getrouwd. Na een nietigverklaring door een kerkelijke rechtbank heeft het huwelijk voor de kerk nooit bestaan. Dat is voor een gescheiden man een voorwaarde om priester te kunnen worden. De woordvoerder van het aartsbisdom kent geen andere voorbeelden van gescheiden mannen die priester zijn geworden. Hij weet wel van weduwnaars die na het overlijden van hun echtgenote de roeping van het priesterschap hebben gevolgd.

Ervaringen uitwisselen
Kardinaal Simonis wijdde Wassink vorig jaar tot diaken. Vanaf dat moment werkt hij als kandidaat-priester in Parochieverband Oost, waartoe Borculo, Ruurlo, Vorden, Joppe, Lochem en zijn geboorteplaats Zutphen behoren. Zijn kinderen Manuel (25) en Rosa (24) vinden het heel bijzonder een vader te hebben die priester is, aldus de website van de parochie. ,,Parochianen kijken er wel van op maar vinden het ook leuk om ervaringen uit te wisselen over het hebben van kinderen en dat je de zorg voor kinderen met hen deelt.''

 

 

Kardinaal Simonis wijdt twee priesters


dienst communicatie - datum: 27 mei 2004  tijd: 11:30
door: redactie internet

Op zaterdag 5 juni a.s. zal Zijne Eminentie kardinaal Simonis twee nieuwe priesters van het Aartsbisdom Utrecht wijden. De wijdingsplechtigheid vindt plaats in de St. Catharinakathedraal, Lange Nieuwstraat 36 te Utrecht en de viering begint om 10.30 uur. Na de viering is er gelegenheid tot feliciteren in de Nicolaikerk, Nicolaaskerkhof te Utrecht.

De twee wijdelingen zijn beiden student aan het Ariënskonvikt, de priesteropleiding van het Aartsbisdom Utrecht. Zij zullen zaterdag door de kardinaal uit de gemeenschap worden geroepen om hun wijding in ontvangst te nemen. De wijding van Hans de Vries en Ed Wassink zal geschieden door middel van handoplegging, zalving en gebed door de kardinaal. Daarna zullen ook de overige aanwezige priesters de wijding bekrachtigen door handoplegging (de zogenaamde corona). Beide kandidaat-priesters hebben eerst een andere opleiding gevolgd en andere werkzaamheden verricht.

Het is dit jaar voor het eerst dat de priesterwijding in de verschillende bisdommen tegelijk plaatsvindt op zaterdag 5 juni, de zaterdag ná Pinksteren.


Ed Wassink en Hans de Vries (foto: Ton Huitink)

 

 

Priesterwijding tijdens sfeervolle viering:

Geroepen vanuit het volk traden de twee priester-kandidaten naar voren in de St. Catharina-kathedraal: Hans de Vries en Ed Wassink. Zij werden zaterdag jl. door kardinaal Simonis tot priester gewijd. Zij hebben reeds een benoeming in parochies binnen het aartsbisdom Utrecht.

De wijding bestaat uit een aantal handelingen;
- de handoplegging door de kardinaal en andere aanwezige priesters
- de belofte van trouw aan Christus, de Kerk en de bisschop
- de zalving van de handen
- de bekleding met de liturgische gewaden
- de overhandiging van de kelk en attributen

Tijdens de homilie lichtte de kardinaal vooral de voorbeeldfunctie van Bonifatius toe. Het is precies 1250 jaar geleden dat deze missionaris het noorden van ons land bekend maakte met het Christendom. De kardinaal hoopt dat beide nieuwe priesters dezelfde getuigenis zullen uitdragen en de moed zullen vertonen. Overigens zonder dat zij hun leven daarbij zouden moeten verliezen.
Na afloop van de viering was er een drukbezochte receptie in de Nicolaikerk.


 

Zaterdag 17 september 2005 – De Stentor

 

En de missionarissen, zij trekken voort

Nieuwe en nauwe samenwerking tussen twaalf parochies in Parochieverband Graafschap Zutphen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De vier pastoors uit het dekenaat Zutphen-Graafschap bij de wegstatie langs de Wichmondseweg. Van links naar rechts: Henk Jacobs, Wil Matti, Ed Wassink en Fred Hogenelst. Zij vormen het nieuwe pastoraal team voor een zeer uitgestrekt gebied van twaalf parochies.                                                                                                                                                                                                            (foto: Patrick van Gemert)

 

Twaalf parochies verenigd in een verband

het nieuwe Parochieverband Graafschap Zutphen omvat in totaal twaalf parochies. Zes parochies in de Graafscap werkten al langer samen. Dat zijn de Parochie H Martinus (Baak), parochie H. Willibrord (Hengelo), Parochie H Johannes de doper (Keijenborg), Parochie H. Willibrord (Olburgen), Parochie H Willibrord (Steenderen) en Parochie H Willibrord (Vierakker)

Vanaf 22 september 2005 komen er hier en nu officieel zes parochies bij. Dat zijn: Parochie Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming (Borculo), Parochie Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming (Joppe), Parochie H. Joseph (Lochem), Parochie H Willibrord (Ruurlo) Parochie Christus Koning/ H Antonius van Padua (Vorden) en Parochie Emmanuel/H Johannes de doper (Zutphen).

Op donderdag 22 september om 19.30 uur begint in de historische St. Janskerk in Zutphen (Nieuwsstadskerksteeg)een speciale dankviering bij gelegenheid van de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst van de nu twaalf parochies in Graafschap Zutphen. Twwe bestuursleden van elke parochie ondertekenen dan de overeenkomst die ook de handtekening krijgt van de twee pastoors in het pastoraal team van vier: pastoor H.J.B. Jacobs en pastoor F.G. Hogenelst.

 

In voorbije jaren – we spreken van eeuwen geleden – trokken missionarissen met welluidended namen als Ludgerus, Willibrordus en Bonifatius door de lage landen aan de zee om het christelijk geloof te verkondigen en te verbreiden. Nu, honderden jaren later, zijn er nieruwe missionarissen met namen als Fred Hogenelst, Henk Jacobs, Wil Matti en Ed Wassink.

In het nieuwe parochieverband Graafschap Zutphen verkondigen en verbreiden zij het katholiek geloof in een tijd waarin het aantal priesters daalt, net als het aantal kerkgangers. Maar dat is geen reden om bij de pakken neer te gaan zitten.

 

Nieuw parochieverband Graafschap Zutphen
Ondertekening samenwerkingsovereenkomst

 

ZUTPHEN (RKnieuws.net)
Door Ton Huitink

Afgelopen donderdag was het zover. Na ruim twee jaar kon in de St. Janskerk te Zutphen de officiële ondertekening plaatsvinden van de samenwerkingsovereenkomst van het nieuwe parochieverband Graafschap Zutphen.

Eerder al maakte RKnieuws.net melding van de twaalf parochies die samen één nieuw parochieverband gaan vormen. Sinds 1 januari 2005 werken de pastores van het nieuwe parochieverband al intensief samen.

In 2002 werd door de leiding van het aartsbisdom dekenaat aan de twee parochieverbanden (Oost en West) voorgesteld om te komen tot één nieuw parochieverband Graafschap Zutphen. Hierop zijn de gesprekken gestart tussen betrokken pastores en besturen. Vanuit het bisdom en dekenaat Gelderland-Oost kregen zij ondersteuning drs. H. Agterhoek van de dekenaal beleidsmedewerker Th. Willems.

Het nieuwe parochieverband werd bekrachtigd met de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst.
De plechtigheid werd met een liturgische viering afgesloten
.

 

 

De overeenkomst werden door de vice-voorzitters en secretarissen van de twaalf parochies ondertekent.

 

 

 

 

 

 

Ook namens het pastorale team tekende Pastoor Hogenelst en Pastoor Jacobs de overeenkomst.

 

Na de ondertekening gingen de pastores voor in een dankviering.

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tot slot werd er koffie aangeboden aan alle belangstellenden die tijdens viering aanwezig waren in het parochieel centrum bij de kerk

 

 

 

 

 

 

 

 

AFSCHEID PASTOOR JACOBS

 

'Mijn geloof wordt steeds dieper'    (de Stentor 14 april 2007)

 

KEIJENBORG - Hij heeft er 43 jaar opzitten, onder meer in Winterswijk en Losser en vindt het nu tijd om te stoppen. Pastoor Jacobs (69) werkte de laatste acht jaar vanuit Keijenborg voor verschillende omliggende plaatsen.

 

 

Slideshow image

START

STOP

VOLGENDE

Met hem vertrekt ook zijn huisgenote Dieny Veltmaat, die het secretariaat invulde. Een monoloog.

"Ik ga mijn werk zeker missen. Nu ik stop, valt er een stukje van mijn leven weg. Er is heel veel gebeurd in de tijd dat ik pastoor ben. Dat geldt voor alle takken van de samenleving. Voor de kerk, maar ook in het onderwijs, de zorg, noem maar op. Het is grenzeloos geworden, kun je zeggen. Toen ik in Winterswijk werkte, kon je nog geen stap over de grens zetten. Nu betaal je in heel Europa met dezelfde munt. Voor mijn werk geldt dat ook. Mijn beste vrienden zijn dominees met wie ik samenwerk. Dat was veertig jaar geleden echt ondenkbaar.

Het glas-in-loodwerk dat daar voor het raam hangt, beeldt twee bijbelverhalen uit. Het ene is het verhaal van de vissers die niets vangen. Jezus zegt dat ze het net aan de andere kant van de boot uit moeten gooien. Vervolgens blijkt het mudvol met allerlei soorten vis te zitten, maar het net scheurt niet. Dat heb ik onthouden: alle mensen accepteren, bij elkaar houden, zorgen dat het net niet scheurt.

Het andere verhaal gaat over de Israëlieten die er twee verkenners op uit sturen om te kijken hoe het beloofde land er uitziet. Ze komen terug met een boodschap: niet bang te zijn voor de toekomst. Ik heb dat ook, kijk met vertrouwen vooruit. De ontkerkelijking heb ik een plek gegeven. Maar, in de kerk komen nog altijd meer mensen dan op het voetbalveld.

De bijbel is mijn partituur, daar speel ik mee. Nee, ik ben niet streng in de leer. Katholieken zijn dat over het algemeen niet, vind ik. Ik kan niet zeggen: in die en die plaats heb ik het fijnst gewerkt. Mijn beste periode was tussen mijn 50e en mijn 65e, omdat ik ben gevormd door ervaringen. Naarmate ik ouder word, word ik ook gelukkiger. Ik geloof hetzelfde, maar het is dieper.

Ik heb wel eens kritiek gekregen omdat ik bijvoorbeeld geen huwelijken op zaterdag wilde doen. Dat was beleid en daar was ik trouw aan. Dieny is lang mijn rechterhand geweest. Nu we stoppen, hadden we uit elkaar kunnen gaan, maar we hebben veel aan elkaar. We blijven dus gezamelijk apart wonen."

 

Geen container voor kransen op kerkhof  (TCTubantia 22-5-2007)

BORCULO - Begraafplaatsen in Berkelland moeten er zelf voor zorgen dat oude graftakken, kransen, bloemen en bloempotten worden ingezameld.

Daarvoor stelt de gemeente geen container beschikbaar. De begraafplaatsbeheerders kunnen wel bij de gemeente aankloppen voor een container voor het zogeheten huishoudelijk afval zoals papiertjes, kauwgum, koffiebekertjes en plastic drankflessen. Dit antwoordt het college van B en W van de gemeente Berkelland aan het bestuur van de Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming parochie in Borculo. Het kerkbestuur had de gemeente per brief gevraagd de gemeentelijke afvalcontainers op het kerkhof te mogen houden. B en W hebben zich daarom vervolgens over de afvalmaterie gebogen. De conclusie daarvan: oude graftakken, kransen, bloemen en bloempotten behoren tot de categorie 'bedrijfsafval'. De gemeente is niet verantwoordelijk om dit afval in te zamelen en af te voeren en kan voor een begraafplaats dan ook geen uitzondering maken, aldus B en W. Op de katholieke begraafplaats in Borculo kan wel een gemeentelijke container komen voor papiertjes, kauwgum en ander 'huishoudelijk afval'. Uiteraard moet de parochie in dat geval wel afvalstoffenheffing betalen.

 

Twaalf parochies: vier pastores  (de Stentor 22 juni 2007)

VORDEN - De tijd: elke parochie haar eigen pastoor, ligt achter ons. In de Achterhoek is een aantal jaren geleden de noodzaak tot meer kerkelijke samenwerking ingezien. In feite gold ook toen al het motto: Ga iets nieuws beginnen. Blijf niet staren op wat vroeger was. Daaruit vloeide de vorming voort van het nieuwe Parochieverband Graafschap Zutphen.

 

Slideshow image

VORIGE 

START

STOP

VOLGENDE

In de Christus Koningkerk aan Het Jebbink 8 wordt vanavond om half acht Jaap van Kranenburg als de nieuwe pastoraal (opbouw)werker in dat Parochieverband Graafschap Zutphen geïnstalleerd. Van Kranenburg volgt pastoor H. Jacobs op die onlangs met emeritaat is gegaan. Het pastoraal team van de twaalf Graafschap-parochies bestaat nu uit vier mensen: pastoor Fred Hogenelst; pastor Ed Wassink en de pastoraal werkers Jaap van Kranenburg en Wil Matti. Ieder van hen heeft, naast de geestelijke zorg, ook een 'algemeen' takenpakket. Van Kranenburg zal zich daarin richten op het profiel Gemeenschapsopbouw. Het Parochieverband Graafschap Zutphen omvat twaalf parochies: Sint Martinus, Baak; O.L.V. Tenhemelopneming, Borculo; H. Willibrord, Hengelo; O.L.V. Tenhemelopneming, Joppe; H. Johannes de Doper, Keijenborg; St. Joseph, Lochem; H. Willibrord, Olburgen; St. Willibrordus, Ruurlo; H. Willibrord, Vierakker; Christus Koning/H. Antonius van Padua, Vorden; Sint Jan-Emmanuel, Zutphen.

 

 

"Het leven is een voortdurende ontwikkelingsweg." (de Stentor 22 juni 2007)

door Nico Hoffer

VORDEN - "Kennelijk moest ik heel jong volwassen worden. Toen ik amper achttien jaar moest ik voor het eerst en alleen een overledene afleggen. Al gauw werkte ik op afdelingen als oncologie, intensive care. Heel jong wist ik: ik wil wat doen voor ménsen. Dus werd het, toen, de verpleging."

 

VORIGE 

START

STOP

VOLGENDE


Ruim
twintig jaar lang werkte Jaap van Kranenburg - hij woont sinds elf jaar in Deventer - in de ziekenzorg. Hij deed het met liefde en toewijding. "Als anesthesie-assistent probeerde ik in die vijf minuten die mij gegeven waren, vlak voor een operatie, de patiënt, de mens die daar lag zo rustig mogelijk te krijgen, zodat hij zich over kon geven aan de operatie die hem wachtte."

Zijn ouders hadden hem een protestants-christelijke opvoeding meegegeven. In zijn latere, jonge jaren zette Jaap van Kranenburg zijn geloof aan de kant. "Ik zag zoveel leed in het ziekenhuis dat ik niets meer met God te maken wilde hebben." Maar 'de leegte van binnen' voelde niet goed. "Ik ben gaan zoeken, boeddhisme, theosofie, spiritualiteit." Dertien jaar geleden begon hij aan zijn eerste opleiding theologie; tien jaar lang zou hij die studie trouw blijven. "Ik verbleef in een klooster, besloot katholiek te worden, was gevoelig voor de prachtige rituelen, de hartelijkheid, de warmte, de sfeer."

Wie nu in de studeerkamer van Van Kranenburg rondkijkt ziet, naast reis- en kookboeken, heel veel theologieboeken: Het Boek van God; Wat gebeurt er in Godsnaam?; De weg van Lichaam en Ziel; De ongehoorde Bijbel; De Goede Boodschap. Wie nóg beter kijkt ziet twee sobere houten knielbankjes, door vader Van Kranenburg eigenhandig gemaakt. Nu is Jaap van Kranenburg pastoraal werker en hij is er gelukkig in. Ruim zeven jaar werkte hij als pastoraal opbouwwerker in Amsterdam-Noord; hij begeleidde de fusie van zes parochies tot één. Opeens was daar die kans, die uitdaging, nieuw werk te vinden, dichter bij huis. Hij greep hem met beide handen: "Ik ben nieuwsgierig, zeer geïnteresseerd in mensen, in de dynamiek van het leven. Ik ben ook wel een avonturier, iemand die voor het nieuwe, het onverwachte gaat. Onrustig? Nee, zeker niet. Elke baan heb ik altijd minstens vijf tot tien jaar met plezier gedaan. Het leven is een voortdurende ontwikkelingsweg, ik zoek steeds een hogere doelstelling, meer zelfverwerkelijk, zoveel mogelijk in dienst van mijn medemens." In het Parochieverband Graafschap Zutphen zal Jaap van Kranenburg proberen de onderlinge samenwerking te bevorden, een nieuwe vitaliteit te ontwikkelen, organiseren dus. "Maar daarnaast ben ik vóór alles pastor, zielzorger, samen met mijn drie collega's. Naar mensen luisteren, met hen spreken, er zijn voor ieder die dat wil."

 

Pastoraal werker Wil Matti viert 25 jarig jublieum (de Stentor 29 september 2007)

 

 

 

13-11-2007 / Aartsbisdom besluit tot tweede fase reorganisatie

UTRECHT - In haar laatste vergadering heeft de bisdomraad besloten de tweede fase van de reorganisatie in te gaan. Na een eerste reorganisatie (Berenschotnota ‘Verantwoord Samengaan’) bleek het resultaat, ondanks ingrijpende maatregelen, onvoldoende. De financiële situatie van het Aartsbisdom noopt tot verdergaande maatregelen richting 2012. Daarbij is gekeken naar de vermindering van uitgaven en de verhoging van inkomsten.
In opdracht van het bisdombestuur hebben twee commissies gekeken naar de mogelijke vermindering van de personeelskosten. De commissie Westra heeft zich bezig gehouden met het pastorale personeel (met name pastorale dienstverlening) en de commissie lekenformatie heeft gekeken naar de personeelsformatie van de lekenfunctionarissen.
Beide commissies hebben elk een nota geschreven waarin voorgesteld wordt het totale personeelsbestand met 16 fte’s te verminderen.

Herstructurering dienstverlening
De pastorale dienstverlening, die bij de eerdere reorganisatie al was ontstaan uit een samenvoeging van de diocesane en dekenale dienstverlening, wordt opnieuw gereorganiseerd. Daarbij wordt in ogenschouw genomen dat de begeleiding van de nieuwgevormde pastorale teams en de begeleiding bij de vorming van parochieverbanden tot en met een fusie van de parochies grotendeels afgerond moet zijn in 2011.

Herstructurering dekenale structuur
Ook de dekenale structuur zal worden aangepast nu de dienstverlening in een geheel is ondergebracht. Voor elk dekenaat blijft nog plaats voor 1,5 fte op dekenaal niveau. Daarbij is de dekenale diaconale werker buiten beschouwing gelaten vanwege aparte externe financiering.

Missionaire parochiegemeenschappen
De parochies zijn de afgelopen jaren gaan samenwerken in parochieverbanden. Enkele van die verbanden zijn inmiddels gefuseerd tot een nieuwe parochie met verschillende lokale geloofsgemeenschappen, meestal met een eigen kerkgebouw.
Om het beleid, te komen tot missionaire geloofsgemeenschappen, verder vorm te geven is besloten dat de parochies, die nu samenwerken in parochieverbanden, uiterlijk 1 januari 2010 gefuseerd moeten zijn tot één nieuwe parochie.
Verhoging inkomsten

Naast een reductie van de uitgaven werkt het bisdom ook aan een verhoging van de inkomsten. Op verschillende manieren zal worden gewerkt aan geldwerving. Daarbij wordt gekeken naar een nieuwe manier voor het houden van de actie Kerkbalans; ‘Kerkbalans nieuwe stijl’.
Dat betekent een meer-opbrengst voor de parochies zelf. Op grond hiervan zal de bisdombijdrage van de parochies in de loop van de komende jaren worden verhoogd.

Fondswerving
“Ook het aartsbisdom is een goed doel.” Op die wijze proberen we opnieuw in de aandacht te komen bij erfenissen en legaten uit nalatenschap. Wat voorheen ‘vanzelfsprekend’ was is dat nu niet meer. Naast de reguliere ‘goede doelen’ is de kerk ook een goed doel.
Tenslotte zoekt het aartsbisdom naar meer fondsen, die bepaalde projecten financieel kunnen ondersteunen.

Beleid richting 2012
Ondanks de slechte financiële positie waarin het aartsbisdom Utrecht momenteel verkeert, is er vertrouwen in de toekomst. Het bisdombestuur heeft de ontwikkelingen scherp in beeld en ervaart dat men, zowel op dekenaal als op parochieel niveau, de zorg voor de toekomst deelt. Het beleid richting 2012 geeft het volste vertrouwen dat we op termijn weer een financieel gezond bisdom hebben met vitale en missionaire geloofsgemeenschappen, aldus het aartsbisdom.

 

 

 

Vrijwilligers ingezegend voor voorgaan in uitvaarten (de Stentor 29 januari 2008)

 

 

Veertien Parochianen ontvingen een zending.

 

Gezonden en gezegend om als vrijwilliger voor te gaan bij een kerkelijke uitvaartviering.

Na een toerustingcursus en een stage in de parochie, onder begeleiding van één van de pastores, is voor deze 14 vrijwilligers door hun zending op 26 januari 2008 de weg geopend om die taak op zich te nemen.


Niet zomaar een taak, want een uitvaartviering blijft een indringend moment in het leven van de nabestaanden. Het besef dat je een afscheid nooit meer over kunt doen geeft wel aan dat het zorgvuldig en met aandacht moet gebeuren. Vrijwilligers die daar voor willen gaan staan verdienen de ondersteuning van hun parochie en hun besturen.

Het was dan ook hartverwarmend te ervaren dat vele parochianen de moeite hebben genomen om bij de presentatieviering in de Parochiekerk H. Willibrord te Hengelo (Gld) aanwezig te zijn. Besturen die hun vrijwilligers een hart onder de riem steken daar straalt een goede betrokkenheid van uit.

 

 

Wie barmhartig is begraaft uit haar midden de overledene. Een van de 7 werken van Barmhartigheid uit het Evangelie van Matteüs. De uitvaart is geen sacrament maar een taak voor de gemeenschap en haar voorgangers. De 7 werken van barmhartigheid zijn er voor alle mensen, iedereen heeft een opdracht in zijn dagelijks leven. Pastor Wil Matti hield een hartverwarmend overweging waarin de opdracht goed tot zijn recht kwam: je gezonden voelen met die woorden geeft kracht.

De opdracht, de bevestiging door de geloofsgemeenschap, maar vooral de zending die de 14 vrijwilligers aan het einde van de viering ontvingen was een prachtig moment. Als teken van hun zending ontvingen ze als insigne: een kruis met het boek, als symbool voor het woord, erop. Na de zegening zongen de 14 vrijwilligers het slotlied “Tot u ben ik gezonden.”

 

Een Hartverwarmende viering waarin aandacht was voor detail. De goede verzorging en de gastvrijheid van de Willibrord parochie in Hengelo, de mooie versiering,  het koor,  samengesteld uit koorleden van vele parochies, het voorgaan van het gehele pastoresteam zorgde voor een goed sfeer. Samen kerk zijn begint met “Samen”.

Wij wensen de 14 parochianen succes bij hun taak , dat ze die ondersteuning mogen ontvangen die ze nodig hebben om  tot goede vieringen te komen.

 

Een aanwezig betrokken parochiaan

 

De toegeruste parochianen zijn :

Van de parochie Borculo: Mevrouw Dinie Donderwinkel – Schutten, De Heer Theo Franck, Mevrouw Riky ten Thije, Parochie Hengelo (Gld): Mevrouw Gerry Spekkink – Beunk, Parochie Keijenborg: Mevrouw Agnes Hakvoort – Geurts, Parochie Ruurlo: De Heer Frans Helmink, De Heer Harry Kasteel, Mevrouw Marian Stoteler – Wopereis, Parochie Steenderen: Mevrouw Maria Schotman – Harmsen, Parochie Vorden: De Heer Joop Oudsen, De Heer Jan Vreman. Parochie Zutphen:  Mevrouw Anne-Marie Reuvers, Mevrouw Regina van Veen. Parochieverband Graafschap Zutphen: Mevrouw Margriet te Morsche.

 

Al enige jaren geleden is in de parochie St. Joseph te Lochem een start gemaakt met parochianen welke voorgaan bij uitvaarten. In Lochem zijn dit mevrouw Ine Mol, mevrouw Wil Rijkelijkhuizen, de Heer Ad Serné en de Heer Dick Beltman.

 

Opheffing dekenaten: plotseling maar financieel onontkoombaar (de Stentor 28 mei 2008)

door Nico Hoffer. woensdag 28 mei 2008 | 03:57

 

LOCHEM/ZUTPHEN - ,,Geen grote onrust, wel hier en daar commotie." Zo vat pastoor Fred Hogenelst, wonend in Keijenborg de reacties samen in katholiek Oost-Gelderland op het besluit van aartsbisschop Wim Eijk van Utrecht om de dekenaten in zijn aartsbisdom op te heffen.

Die maatregel gaat in per 1 september. Het betekent het einde van het werk voor circa 45 van de negentig mensen die bij de dekenaten en bij het aartsbisdom werken. Er komt een sociaal plan, licht Hogenelst toe. Hogenelst in een toelichting, dinsdagmiddag: ,,Het is duidelijk dat de nieuwe aartsbisschop Eijk meteen hard aan het werk is gegaan en dat hij daarbij ingrijpende besluiten niet schuwt. Het is ook duidelijk dat de financiële positie van het Aartsbisdom Utrecht de laatste jaren achteruit holt. Op zich verbaast de opheffing van de vijf dekenaten ons niet, maar ze overvalt ons door het plotselinge karakter ervan." Hogenelst vormt samen met de pastores Wil Matti, Jaap van Kranenburg en Ed Wassink het pastoraal team van het parochieverband Graafschap-Zutphen. Dit parochieverband omvat de voormalig zelfstandige parochies van Baak, Borculo, Hengelo, Joppe, Keijenborg, Lochem, Olburgen, Ruurlo, Steenderen, Vierakker, Vorden en Zutphen.

Onder het Dekenaat Gelderland-Oost dat in totaal acht parochieverbanden telt, valt ook het parochieverband Noord-Oost Achterhoek met daarin de parochies van Beltrum, Eibergen, Groenlo, Lievelde, Neede, Rekken en Rietmolen.

 

 

'Katholieke kerk is meer doe-kerk'

ZUTPHEN/BORCULO - Pastor Ed Wassink verlaat pastoraat noodgedwongen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto: Ab Hakeboom; uit de Stentor d.d. 27-09-08

 

Ed Wassink is een blijmoedig mens. Zijn priesterwijding op 5 juni 2004 door kardinaal Simonis in Utrecht was de vervulling van zijn roeping die al in zijn jeugd ontstond. Een roeping die hem onder meer naar Borculo bracht. Hoewel zijn hart hem al eerder had gewaarschuwd, kon hij toen niet bevroeden dat hij afgelopen week vanwege gezondheidsproblemen al een punt achter zijn pastorale werk heeft moeten zetten. In zijn woning in Zutphen, met zicht op de toren van de Sint Jan, vertelt hij wat dit onverwachte afscheid met hem doet en hoe hij tegen de toekomst aankijkt. Wassink (57) werd in Zutphen geboren, vlakbij de jeugdgevangenis. "Mijn ouders waren niet godsdienstig, maar stuurden mij naar de christelijke school omdat zij bijbelkennis belangrijk vonden. Als jongen wilde ik al katholiek worden. Toen ik zeventien was kwam ik, tijdens een zogenoemd sociaal jaar, bij een verpleeghuis in Vinkeveen terecht. Daar ontstond het idee om de psychiatrie in te gaan. In 1968 begon ik met de opleiding psychiatrisch verpleegkundige bij de Valeriuskliniek in Amsterdam. Een prachtige tijd met hippies en kabouters. Als achttienjarige kwam ik op een gesloten afdeling met psychotische patiënten terecht. Dat was een goede leerschool, waarin ik alle uitingen van geestelijk lijden heb leren kennen. In die tijd kwam ik in contact met de Benedictijnen van de abdij van Egmond. Op mijn 21e ben ik daar gedoopt. Toen dacht ik al dat ik of priester of monnik zou worden." Voor die keuze werd hij toen nog niet gesteld, want hij verhuisde naar Nijmegen, waar hij algemeen verpleegkundige werd. De 'Geest' liet hem echter niet los en op zijn 27e ging hij naar de Hogeschool in Heerlen, voor de studie theologie en pastoraat. "In die tijd kreeg ik tot mijn eigen verbazing verkering. Later ben ik ook nog getrouwd. Het huwelijk heeft niet lang standgehouden, maar ik heb er wel twee geweldige kinderen aan overgehouden. Ik heb mijn studie voortgezet aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen en ben in 1982 cum laude afgestudeerd op godsdienstfilosofie. Ik ben toen als justitiepastor bij het gevangeniswezen terechtgekomen. Eerst in Grave en later in Zutphen. Ik leidde de kerkdiensten en had gesprekken met de gedetineerden. Daarbij keek ik eerst wat ze geloofden en probeerde ik ze via meditatie op weg te helpen. Vaak kreeg ik de opmerking naar mijn hoofd: 'Wat u zegt is mooi, maar gelooft u er zelf in?' Nou, ik geloof niet in een God die ons beloert en straft als hij ons op iets onoorbaars betrapt, maar in de pure onvoorwaardelijke liefde van Christus, zoal die tot uitdrukking kwam in zijn reactie op de moordenaar naast hem aan het kruis. In hem bewegen wij, zijn wij en hebben wij ons bestaan." Bij de parochie Sint Jan/Emmanuel in Zutphen en later het parochieverband De Graafschap Zutphen, waar ook Borculo onder valt, was hij verantwoordelijk voor de catechese en heeft hij de spiritualiteit op de kaart gezet. "De katholieke kerk is meer een 'doe-kerk' geworden, en de spiritualiteit wat mager. Veel mensen gaan naar de kerk zonder te weten waarom. Dat ik mij niet meer met het basispastoraat mag bezighouden doet wel pijn, maar mijn aanvankelijke boosheid over die situatie heeft plaatsgemaakt voor de 'verborgen zegeningen', zoals het geloof dat God bij mij is in deze situatie en de aanwezigheid van spiritualiteit, meditatie en gebed, die de basis van mijn leven zijn. Daar kan ik mij wellicht in de toekomst nog wel mee bezighouden en zo nu en dan een viering leiden." Maar dat zal dan heel af en toe zijn, want afgelopen week moest hij dus onverwacht afscheid nemen. Thema van zijn afscheidsdienst was 'De Zaaier', "omdat er nog niet geoogst gaat worden, maar op bescheiden schaal toch nog zaad is uitgestrooid."