Exposie (aantal ionisaties dat gamma- of röntgenstraling in lucht veroorzaakt)
Coulomb/kg
Röntgen (R) = 2.58.10-4 C/kg
Geldt alleen voor gammastraling en X-straling met een energie van minder dan 3.5 MeV, alleen in lucht. Is een maat voor de ionisatiegraad van een kilogram lucht. Enige voordeel van de röntgen is dat hij makkelijk te meten is.
De oude definitie van de röntgen is de hoeveelheid ioniserende straling die een lading van 1 statcoulomb produceert in 1 cc droge lucht bij standaard temperatuur en druk.
Geabsorbeerde dosis (gemiddelde energie die door straling wordt overgedragen per massaeenheid van het ontvangend materiaal)
Gray (Gy) = J/kg (SI eenheid)
Rad (of rd) = 0.01 Gy
Rad betekent: radiation absorbed dose.
Vroeger bestond er nog de rep (röntgen equivalent physical). Dat is de hoeveelheid straling die bij absorptie in het menselijk lichaam net zo veel energie vrijmaakt als 1 röntgen aan röntgenstralen doen, wat overeenkomt met 9.7 μJ.
Dosisequivalent (effectief ontvangen dosis = geabsorbeerde dosis (Rad) * Q)
Sievert (Sv) = J/kg (SI eenheid)
Rem = 0.01 Sv
De rem relateert de geabsorbeerde dosis aan de biologische schade. Rem betekent: röntgen equivalent mammal.
Het dosisequivalent is gedefinieerd als de stralingsdosis met hetzelfde effect op menselijk weefsel als röntgenstraling van 200 keV.
De Q-factor staat ook wel bekend als de RBE (relative biological effectiveness).
Q=1 voor bètastraling >1 MeV, voor gamma-, X- en röntgenstraling
Q=1.08 voor bètastraling <1 MeV
Q=2 voor thermische neutronen
Q=4-5 voor neutronen van <1 MeV
Q=8.5 voor protonen van 1 MeV
Q=10 voor snelle neutronen (1-10 MeV) en protonen van 100 keV
Q=15 voor alfastraling van 5 MeV
Q=20 voor alfastraling van 1 MeV en voor zware ionen.
Gelieve ermee rekening te houden dat met name voor neutronen ook andere aanbevolen 'stralingsweegfactoren' gehanteerd worden. Een voorbeeld:
Q=5 voor neutronen met een energie van <10 keV
Q=10 voor neutronen van 10 - 100 keV
Q=20 voor neutronen van 100 keV - 2 MeV
Q=10 voor neutronen van 2 - 20 MeV
Q=5 voor neutronen van >20 MeV
© Oscar van Vlijmen, mei 2000/May 2000
Datum laatste wijziging: 2004-09-11