Yoricks dagboek deel 4: Kaap Verdië - Tobago
zaterdag 7
januari 2006
In de vroege morgen vaart Miklós Nico en mij naar de kant. Dit ritueel is
inderdaad bekend van een paar weken terug. We gingen namelijk opnieuw duiken.
Zoals altijd kwamen we er ruim van te voren aan. Dit keer zou Kristian (of Kris)
ons begeleiden. Wat wel een aardige verrassing was, was dat hij op flippers en
masker na onze spullen al bij elkaar had gezocht. Gelukkig waren we vandaag de
enige duikers en dus waren we met z’n drieën i.p.v. met zeven of acht. Dit hield
in dat we veel ruimte hadden achterin de pick-up, veel ruimte in de boot en we
konden snel vertrekken. Eerst vertrokken we naar Flying Reef. Dit rif gaf ons
volgens het logboek het meest aan interessante onderwaterwezens. Ook dit keer
liet het rif zich gelden. De eerste was nog wel het leukst. We vlogen over het
rif en ik keek de hele tijd naar links om te zien of er op de zandvlakte een
Sting Ray lag. Ineens gaf Kris het teken van een rog en nog geen meter onder me
lag er inderdaad een. Uit reflex schrok ik een beetje, want ze zijn toch wel
groot, maar het blijft fascinerend om ze van dichtbij te zien. Even later zagen
we een Small Reef Shark. Het beestje zwom voor ons uit en was net iets groter
dan een meter. Erg speciaal om zo’n haai te zien en zeker niet eng. Behalve wat
Squirrelfish (eekhoornvis) hebben we niet veel bijzonders meer gezien. Wat er
bijzonder is aan een Squirrelfish zijn z’n enorme ogen en zeer sprietige vinnen.
Het lijkt net alsof ie teveel Red Bull gedronken heeft en nu z’n ogen niet meer
dicht krijgt. In Store Bay wachtte we even om pauze te houden. Ik keek nog of ik
Miklós of Wilma op de boot kon vinden, maar ze zaten binnen, hoorde ik later. De
tweede duik was over Sting Ray Alley. Hier zijn we al vaak geweest en ik
betwijfelde of we niet beter nog een keer naar het Flying Reef konden gaan. De
beslissing viel dus toch op Sting Ray Alley en dat was geen verkeerde. Eerst
zagen we een kleine rog zwemmen, erg leuk. Later zag ik eindelijk een Queen
Angelfish, een hele mooie blauw met gele tropische vis. Deze vis is wel een van
mijn favorieten. Ik liep op een gegeven een beetje achter op Nico en Kris en zag
een slangachtige vorm half onder een rots liggen. Ik haalde Kris in en vroeg hem
mee te komen. Hij zei inderdaad dat het een Murene was, maar zijn afmetingen
hadden meer weg van een zeeslang. Het mooiste moment volgde daarna. Een
schildpad zwom ineens heel dicht naast ons, terwijl we dat pas heel laat
opmerkte. Het beest (dit keer geen kleintje) zwom een meter van ons af, scande
zijn omgeving op voedsel, maar vond niks. Toen begon hij ons aan te gapen en
zwom heel langzaam richting Kris. Aangezien deze beestje heel hard kunnen bijten
hield hij toch maar wat afstand. Na een minuut zwommen we toch weer verder en de
schildpad zwom ook weg. Het was fantastisch zo dichtbij zo’n bijzonder beest te
zijn. Aan het eind van de duik zagen we nog een Schorpioenvis die erg dodelijk
kan zijn en veel weg heeft van een Steenvis. Toen we onze “safety stop” maakte
zag Kris nog een Small Reef Shark maar die miste ik helaas. Twee erg geslaagde
duiken dus en een reden om het ergens anders nog eens te doen. In de avond
troffen we bij Bago’s de Silencio met familie en de Zweden. Later op de avond
toen de familie en de Zweden al weg waren besloten Miklós en ik met de dames
ergens anders wat te gaan drinken. Hier was namelijk een verjaardag, met erg
luide muziek. Zelfs Café Coco ging al dicht, dus dan maar naar de boot waar we
nog wat dronken. In de vroege uurtjes bracht Miklós de Silencio naar de boot en
gingen we pitten. Ciao!
vrijdag 6
januari 2006
In de ochtend ga ik na het ontbijt met Patrick en Dianne bij het strandje
zwemmen. Het is nu erg mooi weer en we genieten er dan ook volop van. Na een uur
of wat varen we terug naar de boot waar Miklós loopt te schreeuwen en te tieren.
Hij wilde namelijk om één uur internetten en het was al één uur geweest, de boot
was te klein. Toen we terug kwamen was de Silencio aangekomen die we al heel
lang wilden ontmoeten. Nico en Wilma besluiten te gaan zwemmen en al gauw
betrappen we ze bij de Silencio aan boord. Miklós gaat even later met de dinghy
en na een tijdje besluit ik er ook maar zwemmend heen te gaan. Het is er erg
gezellig, met de crew bestaand uit kapitein Frank, vrouw Janine en dochters
Esmeralda (18) en Rachel (14). Ook nu was het weer leuk de personen achter de
mails en de SSB-radiogespreken te ontmoeten. Later zwommen we weer terug en dook
Miklós weer in z’n rubberbootje. Al gauw gaat de familie van boord om in te
checken. Nico gaat mee en we spreken later af in Bago’s daar aangekomen blijken
ze in plaats van 20:00, 22:30 te vertrekken, dus een langere avond. De Silencio
schuift ook aan en later op de avond ook de Zweden, hoe meer zielen hoe meer
vreugd! Voor het eten gaan Miklós, Patrick, Dianne en ik toch bij de “Pizza
Boys” eten, omdat ze dat graag wilden. Terug in Bago’s werd er nog even wat
gedronken. De familie moet dan toch echt vertrekken en helaas gaan we niet mee
naar het vliegveld. Ze duiken in een taxi die voor Bago’s braaf op ze staat te
wachten en we zwaaien ze uitbundig uit. De rest van de avond is vreselijk
gezellig en helaas moet de Silencio al tijdig vertrekken omdat hun familie in
het Coco Resort aankomt. Miklós en ik zouden ze later op de avond weer in Bago’s
treffen. Rond een uur of elf zijn ze nog niet verschenen en omdat ik morgen moet
duiken besluit ik toch naar de boot te gaan. Miklós heeft ze later nog
opgevangen in Bago’s dus en ik lag al heerlijk te pitten. Ciao!
donderdag 5
januari 2006
Pas om twaalf uur verlaten we de boot voor een autotochtje over het eiland. Dit
is eigenlijk wat laat om veel van het eiland te zien. We komen eerst bij Fort
King George. Het ziet er wel aardig uit maar doet onder voor andere historische
gebouwen die wij gezien hebben (zoals Santiago de Compostella). De watervallen
worden na een stuk rijden bezocht. We worden verplicht onder begeleiding van een
gids gesteld. Gelukkig is dit wel een goede en hij wijst ons op allerlei vogels
en een kaaiman die bewegingsloos in een put ligt. Bij de waterval, een van de
dingen die ik met nog wel herinner, besluit ik al snel te gaan zwemmen en de
rest, behalve Cora, volgt. Het water is zoet en dus is het moeilijker om hierin
te blijven drijven dan het oceaanwater. Het is ook wat koeler dan het
oceaanwater maar wel heerlijk om even in te zwemmen. Als we eruit komen voelen
o.a. Patrick en ik een lichte duizeligheid wat kan duiden op onderkoeling, maar
niks om ons druk over te maken. We rijden via Parletouvrier en andere baaien
terug naar Store Bay. Het leuke was dat we de Meerdinn nog in een baai zagen
liggen en een dame tegenkwamen bij een van de uitkijkpunten. Ze vroeg of ze mee
kon rijden, maar in de zeven-zitter waar we al met acht in zaten, met tassen
werd dat toch erg krap. We konden haar dus helaas geen lift geven, maar ze gaf
niet op en vroeg of we cake wilden. Na een kort overleg, wat ik niet gevolgd had
hadden ze haar helemaal leeg gekocht. Ik was namelijk aan het zoeken naar de
kralen van mijn ketting die ik in Castara Bay had gekocht. Deze was plotseling
onderweg gesprongen zonder dat er enige spanning op was komen te staan, tot mijn
grootste ongenoegen. We reden verder naar de Penny Savers, een supermarkt waar
het een en ander werd ingeslagen. Terug in Store Bay parkeerden we bij Bago’s.
De spullen werden naar de boot gebracht en vervolgens stopten we voor Café Coco.
Dit restaurant is van het Coco Resort en dus duiken er wat twijfels op. Ten
eerste kon het nog wel eens duur zijn en ten tweede liepen we niet bepaald in
onze mooiste kleren. Uiteindelijk werd er toch besloten het te proberen, omdat
het de laatste avond was. Peter ging vooruit om te kijken wat er mogelijk was en
we zeiden al dat als Peter met zijn versleten broek en T-shirt binnenkwam het
voor ons ook geen probleem moest zijn. Zo zaten we even later in Café Coco. Het
eten was er prima en de toetjes waren een voor een genoeg voor vier personen. De
rekening was voor Caribische begrippen veel, maar voor Nederlandse begrippen
viel het best mee voor zo’n mooi restaurant. We lopen even later naar Bago’s
waar Peter aan het dansen slaat. Cora zat er met haar rug naar toe, Patrick
heeft z’n pet iets verder over z’n hoofd getrokken en Dianne bid dat ze
geadopteerd was, de schaamte droop ervan af. Wij konden er alleen maar om lachen.
Op de boot was ik behoorlijk dood na de zoveelste nacht weinig slapen en ging al
snel naar bed. Ciao!
woensdag 4
januari 2006
’s Ochtends ontbijten we heerlijk met pannenkoeken, behalve Miklós omdat Wilma
zich verkeken had op de hoeveelheid en Nico bij het klaarmaken ook niet had
opgelet. Al snel zetten we koers naar het vertrouwde Store Bay. Onderweg zien we
de Meerdinn varen en al gauw hangt Nico aan de marifoon. Ze hadden de oversteek
vanaf de Canarische Eilanden in maarliefst 31 dagen gedaan, wat erg lang is. Ze
hadden dan ook wel last van Epsilon en Delta (leve de vreugde!), waardoor ze ook
veel reparaties moesten uitvoeren. Om het nog leuker te maken moest Ernst nog
even de mast in met een schommelmarge van vier (!) meter. We hadden wel erg
medelijden met ze. Toen we Store Bay goed en wel naderden werden we vergezeld
door een groep dolfijnen die even langszij kwamen springen. Zeker voor de
familie was het leuk ze toch nog even gezien te hebben, maar wij konden er ook
erg van genieten. In Store Bay ging ik met Miklós de kant op om te internetten,
wat wel fijn was na te traag of geen internet. Bij ons vertrouwde goede
internetcafé vroor het weer als gewoonlijk, maar wel goed internet dus. Als we
op de terugweg de familie ontmoeten mogen wij even later de boodschappen mee
naar de boot nemen. Natuurlijk eten we weer traditioneel bij Bago’s. Op het
plafond zat ik naar een takje te staren, maar niet zomaar een takje. Ik vond dat
dit takje nogal perfect gelijk afgemeten uitsteeksels had en dat de twee paar
takjes ook precies tegen over elkaar gegroeid waren. Aan de linkerkant van het
takje zaten twee uitsteeksels, precies even groot en precies parallel. Na zo’n
drie minuten af en toe naar het takje gestaard te hebben vroeg ik om Miklós zijn
mening. Toen hij er van overtuigd was dat het een wandelende tak was, kon ik
mezelf geruststellen dat mijn fantasie geen loopje met me had genomen. De locals
waren ook nogal verbaasd bij het zien van dit blijkbaar grote exemplaar (20 cm).
Shirley (de eigenaresse) vond het maar niks. Miklós en ik blijven later op de
avond alleen achter, nadat ik de anderen terug naar de boot had gebracht. Het
was erg gezellig en ook op de boot was het gezellig. Cora en Wilma waren nog op
toen we aankwamen en na een tijdje ging Wilma slapen. Met Cora hebben we nog
lang gesproken en daarna gingen we ook slapen. Ciao!
dinsdag 3
januari 2006
Op naar Englishman Bay! Dit is een van de mooiste baaien vertelt onze
herinnering. De regen die ons teistert kunnen we ons gelukkig niet herinneren.
Daar aangekomen besluit ik met Patrick en de ouders de kant op te gaan. Daar
moesten we door een sterke branding heen. Ik sprong uit de rubberboot, in de
veronderstelling dat het niet zo diep was, maar mijn poging tot het droog houden
van mijn kleren faalde behoorlijk. Niemand hield het helemaal droog, maar dat
was niet erg. We liepen naar een gedeelte waar een cafeetje stond, wat
verkooptentjes hun plaats hadden gevonden en een man verkocht ijs en drinken
vanuit een pick-up. Hij probeerde te raden waar we vandaan kwamen. Nadat hij
heel Scandinavië gehad had zeiden we “We brachten je Leo Beenhakker!” Hij trok
een kop alsof we van Mars kwamen. Zelfs na de veelzeggende hint door te zeggen
wie de coach van Trinidad & Tobago was kon hij nog steeds niks bedenken. We
waren er van overtuigd dat hij de enige was op het eiland, bij wie er geen
kwartje viel toen de naam Leo Beenhakker genoemd werd. Hij vroeg echter
belachelijke prijs en Peter vertrouwde het ijs toch al niet, dus liepen we
verder. Bij de stalletjes kon ik niks bijzonders vinden. Uiteindelijk gingen we
wat drinken in het café, met Audrey en haar ouders. Een man uit New York en een
vrouw uit Trinidad, die we in Charlotteville ontmoet hadden, met baby Audrey.
Dianne was nogal weg van Audrey en Cora zei al dat Dianne er spijt van ging
krijgen dat ze niet mee was gegaan. Even later gingen we nog even kijken of we
nog een stukje konden lopen, maar een rivier en een asfaltweg blokkeerde ons de
doorgang naar een mooie route. De rivier was gelukkig wel bijzonder. Veel bamboe
bloeide op de oever samen met veel palmbomen, veel groen dus en er zwommen
kleine visjes in de rivier die recht uit de rimboe kwam stromen. Na een tijdje
besloot ik met Patrick te gaan zwemmen, aangezien de branding aantrekkelijker
was dan nog een tijdje naar het stromende water te blijven staren. We renden
tegen de branding de zee in, maar ontdekten al gauw een zootje rotsen op de
bodem. In de hoop het ergens anders zanderiger zou zijn zwommen we verder langs
het strand en inderdaad veranderde de bodem in zand. Aan het eind van het strand
zagen we Audrey met haar ouders weer zitten en daar zwommen we wat met haar
ouders in de branding. Patrick vond al gauw een slipper en die bleek van de
moeder van Audrey te zijn. Ze waren in zee gespoeld en helaas werd de tweede
niet terug gevonden. Ze werd ook nog een keer door de golven omver gegooid dus
we hadden wel lol. Na een half uur stonden de anderen bij ons en na een tijdje
praten namen we afscheid van ze. Toen we de dinghy terug duwden in het water zei
ik al tegen Nico dat we uit de brandingzone moesten en er dan in moesten klimmen.
Maar zo eigenwijs als hij is wilde hij de dames “gemakkelijk” laten instappen.
Ik was nog even het water in gedoken en hield daarna de voorpunt vast. Ik zag
toen een golf van een meter hoog aankomen en wist er doorheen te duiken. De rest
moest het ontgelden en de heren werden flink nat en de dames lagen kreukel in de
boot (ik zeg niks en lach). We varen dus drijfnat naar de boot waar ik eruit
spring voor we er zijn en nog even ga zwemmen. Op de boot wordt wat gedronken en
gegeten. Dianne die al chagrijnig was werd nu nog humeuriger (zoals voorspeld
door mijn helderziende tante) en was niet meer aanspreekbaar. In de avond bakte
Wilma pannenkoeken die natuurlijk heerlijk smaakten. De avond werd gevuld met
een borrel en daarna werden de bedden gevonden. Ciao!
maandag 2
januari 2006
Toch wel raar dat het nu ineens alweer 2006 is. Het gaat af en toe zo snel, maar
gelukkig zitten we qua tijd nog niet op de helft van onze trip. Tobago bevalt
ons prima en we hebben nog veel moois voor de boeg. Afgezien van de flinke
regenval is een start met je bootje in de Caribiën geen slecht begin van een
jaar. Mijn vrienden hebben nu eindelijk weer eens vakantie en ik gun het ze!
Vandaag moesten de kinderen van een Deense boot weer aan het schoolwerk, omdat
de Deense kerstvakantie al was afgelopen. Ik vond de drie uur die ze ervoor
nodig hadden al aardig veel, maar ik moet niet zeiken, drie uur valt eigenlijk
best mee. Bovendien was het toch pokkenweer dus goede timing. Een ander raar
gevoel bekroop me toen mijn nichtje Dianne me vroeg welke datum het vandaag was.
Het zal wel in de genen zitten, dus natuurlijk gaf ik net als mijn vader zo vaak
doet, een antwoord waar je nog even over na moest denken. Ze zal het vast vreemd
hebben gevonden dat we gister ineens aan de champagne zaten en elkaar een
gelukkig nieuwjaar wensten. Maar dan nu over vandaag. De tweede dag van 2006
werd ik rustig wakker en bleef nog even halfslaperig liggen. Patrick, mijn
neefje, wilde even het kaarspel pakken hoorde ik. Even later voelde ik dat hij
tussen de tafel en de bank waar ik op lag door kroop. Toen hij weer met de
kaarten buiten stond, verkondigde hij luid dat het hem was gelukt zonder me
wakker te maken (was ik dat niet dan nu wel). Dianne geloofde het niet en ze had
gelijk, tot lichte teleurstelling van Patrick, maar hij heeft het geprobeerd. Ik
was toch wakker, het was toch snikheet binnen met de zon op het dek, dus tijd
voor een ochtendduik. Vandaag wilde ik eindelijk wel eens snorkelen bij het rif
bij een eilandje in de baai, dus vroeg wie er mee ging. Nico ging uiteindelijk
mee en nadat ik langs de Joann (Denen) was gegaan ging Jens ook mee. Eerst moest
er dus nog wat school gedaan worden dus later in de middag zou ik hem ophalen.
Om er zeker van te zijn dat Nico dat ook mee zou komen vertelde ik hem over de
afspraak. Om de tijd te doden ging ik met Dianne en Patrick naar het strandje om
te zwemmen, wat wel leuk was met de branding. Terug op de boot hoorde ik dat
Nico nu ineens, een uur voor tijd, nog even naar de stad wilde. Ik zei hem wel
op tijd terug te komen, maar wist dat het tevergeefs was. Met Patrick, Dianne en
ome Peter werd daarna “Mens erger je niet” gespeeld, waarbij Peter de harde kern
van het spelletje ondervond. Ik won dit drie van de vier keer, dus geen slechte
poging. Toen Nico en Wilma terug kwamen was het natuurlijk, zoals voorspeld, al
over de afgesproken tijd. Snel werd er wat gegeten, de spullen bij elkaar
gezocht en de motor gestart. Patrick mocht toch mee ondanks dat het misschien
wel eens een beetje lastig snorkelen kon zijn, met het ondiepe water. Aangekomen
bij de Joann stond Jens al klaar met z’n spullen. We voeren richting het
eilandje. Het is eigenlijk een grote rots, met een rif eromheen. De strandjes op
het echte eiland waren onbereikbaar door het rif dus nam Nico een anker mee.
Eerst dook hij om even te kijken en toen gooide hij het anker uit en het hield.
We snorkelden over het rif waar de prachtige vissen zich toonden. De bekende
tropische guppies werden weer aanschouwd, maar ook een paar zeer vreemde vissen
die een beetje stil in het water zweefden. Mijn favoriete snorkelvisjes kon ik
ook weer vinden: de Keizervis (grote ronde en platte vis met zwart en fonkelend
geel) en een heel klein blauw visje met fonkelende witte stippen erop. Het leuke
van de tweede was dat hij heel langzaam naar buiten zwom maar snel weer in z’n
holletje schoot toen een andere vis hem wou opeten. Terug bij de dinghy kroop
iedereen behalve ik weer aan boord. Ik ging proberen het anker te pakken. Deze
lag op tien meter diepte, met één blad vast onder een rots. Ten eerste doe je na
een uur snorkelen niet lang met je adem en dan nog een paar seconde aan een
anker lopen rukken en nog naar boven zwemmen, erg lastig en vermoeiend. Na drie
keer proberen begonnen Jens en Patrick aan het anker te trekken. Ik ging nog een
keer duiken terwijl zij aan het anker bleven trekken. Het was verplaatst, maar
nu onder een andere rots gekomen. Nu zat er gelukkig wel ruimte tussen de rots
en de bodem. Aangezien ik snel wat moest doen gaf ik een harde ruk aan de lijn
en het anker zonk een stuk, kwam los en zo kon ik ermee met een noodsnelheid
weer naar boven zwemmen. Jens en Patrick had ik bijna overboord getrokken, maar
het kon even niet anders. Toch een snorkelduik van tien meter gemaakt, niet
slecht. We brachten Jens naar de boot waar we wat snoepjes van oom Stefan
meekregen en we zetten weer koers naar de boot. In de middag werd wat gelezen,
spelletjes gespeeld en gegeten. ’s Avonds gingen we op de kant uit eten. Cora
ging niet mee, want die had nog steeds hoofdpijn. Dit keer waren we snel klaar
omdat we hadden besloten Youp van ’t Hek te gaan kijken met zijn show “Prachtige
Paprika’s” (blijft ook na vier keer leuk). De familie vond hem ook schitterend
en er werd wat afgelachen. Na de show was iedereen toch wel op en werden de
bedden opgezocht. Zeer verstandig, zelfs zo verstandig dat ik dat ook maar ga
doen. Ciao!
zondag 1
januari 2006
Vandaag sliepen we redelijk tot een uur of elf. Eerst werd er wat gezwommen.
Miklós en ik besloten even later naar de kant te gaan om de kapper te bezoeken.
Daar aangekomen moesten we vrij lang wachten. Het gebeurde in de tuin onder een
golfplaten afdakje. Er lag veel rommel, maar dat is hier niks bijzonders. De
kapper Dominique, deed zijn werk wel heel goed. Bijna kaal voeren we terug naar
de boot. Ik ging meteen even zwemmen om de losse haartjes eraf te spoelen. De
rest van de dag zaten we op de boot met aardig wat regen. Ik speelde wat op
Patrick’s gameboy en daarna speelde ik met Peter, Patrick en Dianne een
spelletje “Mens erger je niet!” Peter werd even duidelijk gemaakt waarom het
spel zo heette, hij was nog niet begonnen en ik had al gewonnen, dikke lol. Na
het schrijven van m’n verslag gaan we nu eten en in de avond nog een borreltje
pakken. We eten niet op de kant omdat Cora hoofdpijn heeft en de ouders niet
door de regen willen. Morgen hopen op beter weer. Ciao!
zaterdag 31
december 2005
Voor de ochtendduik zwom ik met Patrick naar het rif om te snorkelen. Via het
rif zwommen we naar het strand. Daar aangekomen riep Jens ons vanaf het strand.
Hij was met z’n zusje, moeder en oom op het strand. Hij vroeg of hij mee kon
snorkelen en natuurlijk kon dat. We gingen naar het rif waar we een paar dagen
geleden ook waren. Hij was er nog niet geweest en vond het erg mooi. Halverwege
klaagde Patrick over z’n masker en besloot terug te gaan naar het strand. Ik nam
met Jens een kleine omweg om een rots en al snel stonden we met z’n drieën
alweer op het strand. Patrick zei dat hij het clipje dat de snorkel met het
masker verbind kwijt was geraakt. Jens en ik probeerden het te zoeken, maar dat
lukte niet in het troebele water vlak bij het strand. En zo zwaar intelligent
als mijn neefje is, meldde hij na tien minuten zoeken dat het ding transparant
van kleur was. Na nog lang zwemmen kwam het ouderlijk gezag van Patrick en mij
met de dinghy naar ons toe varen. Ze wilden de kant op en hadden besloten de
dinghy mee te nemen, met het idee dat wij wel even terug zouden zwemmen. Heen
zwemmen is ook geen probleem maar om na een paar uur zwemmen even terug te
spartelen, nee dat is toch erg vermoeiend. Dus bracht ik ze naar de kant en
haalde Patrick op van het strand. Terug op de boot was Miklós verbaasd dat wij
de dinghy hadden, want hij had er ook al om lopen zeuren, zodat wij de dinghy
zouden hebben. We zaten vervolgens wat op de boot en deden niet veel. Ruim twee
uur later zou ik ze weer ophalen van de steiger. Toen ik daar aankwam, niemand
op de steiger. Ik knoopte de dinghy vast en zag dat ze in het cafeetje zaten,
vlak bij de pier. Ze waren nog niet van plan weg te gaan dus dronk ik wat met ze.
Ik had wel honger en mocht wat te eten gaan halen. Dianne ging mee op zoek naar
wat lekkers. Helaas konden we weinig vinden wat ons echt lekker leek, dus dan
maar weer een zak chips. Dit was meer kroepoek met een beetje zout, maar het was
chips. Later haalde ik Patrick en Miklós op van de boot omdat het nog wel even
zou duren voordat we terug gingen. Terug aan land gingen Miklós en ik op zoek
naar de kapper waar Nico eerder de dag al geweest was. Hij was er helaas niet en
we konden morgen terug komen. De kerk vlakbij verklaarde waarom het nogal stil
was in het stadje, daar zat namelijk iedereen. Netjes gekleed, van jong tot oud,
stroomde de kerk binnen. Terug bij het cafeetje werden er nog twee zakken chips
verdeeld. We gaan terug naar de boot met z’n allen om ons klaar te maken voor
vanavond. Na een uurtje wordt de satelliettelefoon mee genomen naar de kant om
om zeven uur lokaal Nederland te bellen (0:00 NLse tijd). We komen aan bij
Gail’s en dit keer is ze onze afspraak niet vergeten. Al snel vraagt Nico of dat
onze dinghy is die door een paar mensen terug naar de steiger wordt gesleept. Ik
ga kijken aangezien ik hem had vastgelegd en daar aangekomen blijkt het
inderdaad onze te zijn (tijd voor een knopencursus?). De Denen hadden hem gered
en ik bedankte ze ervoor. De lol kon er zeker wel van in worden gezien aangezien
zij een lekke voorkamer hadden in hun dinghy (punt was leeggelopen). Dus konden
ze het niet laten te zeggen ‘It’s a miracle that our dinghy saved your dinghy!’
Met de Denen loop ik terug naar het restaurantje waar ze bij ons aanschuiven. Al
snel wordt er geprobeerd de familie te bereiken wat erg moeizaam gaat. Er wordt
wat ‘gelukkig nieuwjaar’ uitgewisseld, maar het blijft bij een kort gesprek. Met
zoveel mensen duurt het eten even, dus ga ik met Patrick, Dianne, Jens en zijn
zusje Caroline even op straat dollen tot we worden geroepen. Gail staat al met
haar restaurant in de pilot en nu weten we waarom, het eten is heerlijk. Na het
eten ga ik met Jens en Patrick een stukje lopen en praten over van alles. Een
van de opmerkelijkste dingen waarover Jens vertelde was dat ze in Denemarken
letterlijk het nieuwe jaar in springen. Als het twaalf uur is springen ze ergens
vanaf, maakt niet uit wat, desnoods van de stoeprand. Hier hebben ze andere
gebruiken had de oom van Jens ontdekt: ze schieten hier met geweren. Vlak voor
twaalf liepen we uit voorzorg maar terug naar het restaurant. Voor twaalf uur
wilden we weer op de boot zijn, maar door treuzelen van de ouders zaten we toen
pas in de dinghy. Ik vroeg me al af of de Denen dan maar in het water zouden
springen, waarop de oom Stefan zei: ‘eigenlijk moet het maar!’ We voeren dus
naar de boot en de Denen kwamen ons achterna. Met z’n dertienen zaten we op de
Oceans4 champagne te drinken. Het springen lieten ze dit keer maar achterwege,
achja vast nog genoeg sprongen te gaan in hun leven. Iedereen wenste elkaar een
gelukkig nieuwjaar en stiekem hoopten we op de attente beller uit Nederland die
ons om vijf uur NLse tijd zou bellen, maar helaas, het bleef stil. Na een uurtje
lekkere dingen eten stortte iedereen wel in. De Denen gingen naar hun boot en
daarna ging iedereen naar bed. Ciao! EN EEN GELUKKIG NIEUWJAAR!
vrijdag 30
december 2005
Om een uur of negen werd ik (nu komt de verrassing) door mijn lieve neefje en
lieve nichtje gewekt. Ik was nu toch wakker en kon toch niet meer slapen met het
lawaai. Het brood was op dus dan maar over op een banaan. Nico had later wel wat
brood gekocht dus werd het een laat ontbijtje. De rest van de ochtend werd er
eigenlijk niet veel uitgevoerd. Miklós en ik besloten maar te gaan internetten
op de kant, maar ook dit keer was dat niet zo’n succes. Het was traag, werkte
voor geen meter en daarom stopte ik er maar mee. Miklós bleef nog even omdat hij
wel een manier van MSNen had gevonden. Ik zei dat ik alvast naar de pier ging om
met Nico mee te varen, terug naar de boot. Nico was bezig de motor te starten,
dus riep ik hem. Hij hoorde het niet dus begon ik luidkeels Nico te roepen.
Helaas verminderd het gehoor met de jaren en bleef ik alleen achter op de kant (zelfs
Miklós kon het horen vanuit het internetcafé). Na een half uur wachten zag ik de
crew van de Deense boot Jonna, naar hun dinghy lopen. Ik vroeg of ze even de
Oceans4 wilden waarschuwen, maar voordat ik meer kon zeggen kreeg ik alweer een
lift. De zoon bracht mij naar de boot, terwijl pa en dochter nog wat water en
brandstof haalden. Ik vroeg hem of hij Engels sprak en dat deed hij (11 jaar) en
niet zo slecht ook. Hij had een jaar Engels op school gehad en de rest op reis
geleerd door met andere buitenlandse kinderen om te gaan. Ik bood hem aan om hem
vanmiddag op te halen als we gingen zwemmen of snorkelen en hij nam het aanbod
aan. Hij bracht me naar de boot, waar ik hem bedankte . Op een gegeven moment
werd er door de ouders besloten een wandeling te maken. Patrick en Dianne
moesten verplicht mee maar Miklós en ik bleven op de boot. Er werd wat muziek
geluisterd, maar toch werd er ook een beetje verveeld. Een paar uur later waren
ze weer terug en besloot ik met Patrick naar het strandje te gaan om te zwemmen.
Miklós en Dianne gingen ook mee. Voor we vertrokken was de gehele crew van de
Jonna langsgekomen om even kennis te maken. Ze waren van plan een wandeling te
maken en vroegen of wij Jens (de zoon) onder onze hoede wilden nemen en
natuurlijk kon dat aangezien we toch al zouden gaan zwemmen. We zetten koers
naar het strandje waar we met z’n allen het bootje op het strand tilden. Paul de
Oostenrijker die we bij Bago’s hadden ontmoet, bleek ook op dit strand te zijn
dus spraken we een tijdje met hem. Ineens werden we onderbroken door een man in
zwembroek die meende dat hij van de customs was. Hij
vroeg naar de bootnaam en wij gaven die. Hij vroeg of we ons al geregistreerd
hadden, omdat hij de bootnaam niet herkende. Geregistreerd?, tuurlijk in
Scarborough! Nee want als je van een “registrated port” naar een andere
“registrated port” gaat dan moet je je uitklaren en in de andere weer inklaren.
Ten eerste is hier geen sprake van een port (haven), dan zou ik nog wel even de
steiger het stromend drinkwater en de walstroom willen zien en ten tweede was
over dit verhaal ons niks verteld, niet door Scarborough niet door andere
zeilers. Hij wilde me vader spreken en vroeg of dat mogelijk was. Miklós
antwoorde ‘waarschijnlijk niet’, maar toen begon hij al te dreigen met een boete
van $3.000 US als hij niet binnen een uur z’n papieren liet zien. Miklós besloot
hierop toch maar naar de boot te varen en Nico in te lichten. We vonden het
nogal vreemd dat een man in zwembroek, met z’n kinderen en vrouw op het strand
liggend, zeggend dat hij van de customs was ons dit verhaal aan het vertellen
was. En bovendien: hij heeft toch ook een vrije dag? Nico liet z’n papieren zien
en de man zei dat hij zich moest gaan melden bij het kantoor en daar z’n
papieren (bewijs van aankomst op Tobago) kon terugkrijgen. Wij vonden dit een
rare optie omdat je niet aan een vent in zwembroek met een douaneverhaal je
papieren afgeeft. Toch deed Nico het. Daarna gingen we verder met ons plan om te
zwemmen en we hadden veel lol. Tegen zonsondergang haalde Nico ons op, zette
Jens af op z’n boot en ging met Wilma achter het papierwerk aan. Het duurde twee
en een half uur voordat ze terug waren, dus wij vroegen ons af wat er wel
allemaal niet speelde. Toen ze terug kwamen was het verhaal dat een man even
vier personen op één velletje had gepend en dat het toen klaar was. Dus wat
vulde de rest van de tijd? Nou ze kwamen man van de boot met de Tobago &
Trinidiaanse vlag tegen en hebben met hem nog zeker anderhalf uur lopen borrelen.
Bijna spannend dus. In de avond gingen we met z’n allen naar de kant om te eten.
Bij aankomst bij het restaurant waar we gereserveerd hadden, werden we er weer
aan herinnerd dat het hier Caribiën heet. De grote groep die er zat had de vrouw
voor ons aangezien en nu was er geen plek meer. Om het kort te houden besloten
we maar ergens anders wat te gaan drinken en het even af te wachten. Ruim een
uur later waren ze nog niet klaar en toen Peter ging melden dat we dan voor
morgen wilden reserveren, aten we bij het tentje waar we zaten. Het eten was
prima en met gevulde maag voeren we terug. Op de boot begon ik aan m’n verslag
om voor de verandering eens niet achter te lopen en zometeen moet ik met m’n
broertje een biertje drinken (wat vervelend leven). Ciao!
donderdag 29
december 2005
Vanochtend zwom ik al vroeg met Patrick naar het boeitje wat een rif aangeeft.
Daar was het echter te diep om wat te zien dus zwommen we maar door naar het
strand. Het was een flinke afstand maar Patrick deed het prima. Daarna kwamen
Miklós, Wilma en Dianne ons achterna. Ik ging eerst met Wilma over het rif, wat
erg mooi was. Terug op het strand waren de anderen ook klaar om te snorkelen en
gingen we met z’n allen over het rif. Een tijd later stapte iedereen uit het
water om even op het strand uit te rusten. Peter ging alleen snorkelen en ik
besloot hem achterna te zwemmen. Het ging goed met deze voor hem nieuwe ervaring
tot hij een slok zeewater binnen kreeg. Eerst kwamen er wat kokhalzende geluiden
uit, om vervolgens een serie verwensingen uit te kramen waarvan het maar beter
was dat de kinderen er niet bij waren. We zwommen daarna snel terug naar het
strand om daar uit te rusten. We zwommen een tijdje in de branding en genoten
van het mooie weer. Terug op de boot werd er voor de ouderen wat bier geopend.
Al gauw wilde ik wel weer naar het strandje om te gaan zwemmen en zo ging ik met
Miklós, Patrick en Dianne naar het strandje. We zwommen opnieuw in de branding
en renden over het strand. Dit keer was het strand gevuld met toeristen van een
cruiseschip. Op een gegeven moment zagen we hoe een ouder echtpaar in een grote
dinghy werd getild. Ik had wel medelijden met de oude man die bijna uit de boot
viel door een flinke golf. Toen de zon nog maar even te gaan had voor hij achter
de berg verdween keerden we terug. Op de boot begon ik aan m’n verslagen van de
afgelopen vijf dagen. Halverwege gingen we uit eten. We liepen op de heenweg
vast op wat stenen omdat het laag springtij was (zeer laag water), terwijl we op
zich ver genoeg uit de kust voeren. We aten in een zeer mooi restaurant en het
eten was in no-time op plaats van bestemming. Terug op de boot ging ik verder
aan me verslag. Patrick en Dianne zochten al snel hun bed op en wij drinken nog
wat buiten. Zometeen maar weer lekker slapen en morgen de andere snorkelplekjes
van de baai ontdekken. Ciao!
woensdag 28
december 2005
Helaas vertrekken we nu al uit deze prachtige baai. Vooral de zonsondergang
geeft je weer een wereldreizigers-gevoel. De tocht van vandaag is minder lang
dan de vorige dus verwachten we minder calamiteiten wat zeeziekte betreft. Toch
wordt er door de hele familie een pilletje genomen. Al snel komen we aan in de
Englishman Bay, die licht namelijk om de hoek. Deze prachtige baai is net zo
mooi als Castara Bay, maar deze wordt bespaard tot op de terugreis. We varen
door naar Palatuvier Bay. Daar is het erg rommelig met de binnenkomende “swell”
(oceaandeining). Volgens het ouderlijk gezag wordt ankeren ook lastig en zo
wordt er besloten door te varen naar de Man O’ War Bay. Deze baai is een van de
weinige die ik me nog een beetje herinner van ons bezoek aan de Thalassa in
1997. De baai is werkelijk enorm en heel erg mooi. Hier liggen meer boten dan in
Castara Bay, maar deze heeft dan ook wel een reputatie. Hier zie je het oerwoud
beginnen waar het strand ophoudt, wat een bijzonder plaatje oplevert. Het dorpje
Charlotteville wordt vaak omschreven als schilderachtig. De zon zakt hier ook
altijd met al z’n pracht achter de bergen die de baai beschermen. We leggen de
boot op een vrij diep stuk voor anker, maar hij houdt prima. Miklós en ik
besluiten al gauw samen naar de kant te gaan om te internetten. Hier zou je toch
wat verwachten, maar we vinden alleen maar vijf hele kleine internetcafés met de
deur dicht. Bij een barretje spreekt de bemanning van de Jonna (Denen) ons aan.
We herkennen ze nog vanuit Mindelo (Kaap Verde) maar hadden ze nog niet echt
ontmoet. De vrouw verteld ons dat haar man even verderop een internetcafé, dat
open was, had gevonden. Wij slenterden daarheen en vonden uiteindelijk het
kleine gebouwtje. Daar stonden twee computers, allebei bezet en inderdaad één
bezet door de man van de Jonna. De dame achter de “balie” vertelde ons dat hij
nog een uur nodig had en dat de andere geeneens internet had. Wij liepen hierop
weer even terug naar de steiger op het strand om even te overleggen en de tijd
de doden. Peter zou ons pas over anderhalf uur ophalen. Ik besloot dat ik het
wel mooi vond en deze keer het internetten maar over te slaan. Miklós wilde nog
wel even online om wat belangrijke zaken te regelen en uit te zoeken. We dronken
eerst nog wat in een klein tentje, waar twee identieke Nederlandse artikelen uit
de Telegraaf hingen die over Charlotteville gingen. Even later floten we een
tijdje naar de boot maar er kwam geen reactie. Miklós ging uiteindelijk maar
internetten terwijl ik op de pier wachtte. Uiteindelijk was het tijd om
opgehaald te worden, maar Peter was nog niet aan komen varen. Ik zag twee mensen
naar hun dinghy lopen en vroeg of ze die blauwe boot even konden waarschuwen. Ze
boden me gelijk een lift aan, hartstikke aardig. Ik dacht ze al te herkennen en
na een korte woordwisseling bleken ze de crew van de Champagne Traveller te zijn.
Ze lagen nu net als wij in de baai en zouden in de middag vertrekken naar het
noorden. Ze brachten met naar de Oceans4 en daar maakte Nico een praatje met ze.
Ze zouden dus binnen een uur naar het noorden vertrekken en met carnaval terug
zijn op Trinidad. Vervolgens zouden ze nog even langs Tobago gaan om echt alles
te zien. Nu was vooral het doel om de opstappers alles van Tobago te laten zien.
Al gauw voeren ze naar hun eigen schip en even later konden we ze niet meer
terugvinden. In de avond proberen we tevergeefs de barbecue aan te steken. De
kip wordt dan maar de oven in gemikt en uiteindelijk wordt er opnieuw heerlijk
gegeten. De avond duurt daarna niet erg lang meer, dus na wat drinken vallen we
in diepe slaap. Ciao!
dinsdag 27
december 2005
We worden al vroeg wakker en na het ontbijt gaan Miklós, Wilma, Patrick, Dianne
en ik snorkelen. Aangezien Wilma en ik dezelfde flippers gebruiken, moest ik
zonder. Het was wel aardig en er werden wat leuke tropische visjes gespot. Zelfs
zonder flippers was het goed te doen. Ik spotte nog een staart van een murene
die net uit z’n hol stak en wees Miklós op een keizervis.. Dichterbij het strand
was het water erg troebel van het zand dat opgestoven werd door de golven, dus
dat was niet erg goed snorkelen. Het eind van de ochtend wordt opgevuld met
lezen en voor je uit staren. Als we naar de kant gaan moeten we via een steile
weg omhoog lopen. Bij de eerste beste splitsing zien Miklós en ik een bordje dat
wijst op een internetcafé. We verlaten de groep en zoeken naar het café. Het
blijkt echter dicht te zijn en even later lopen we achter de familie aan. Als we
ze weer tegenkomen is dat op een plek waar we ons reserve benzinetankje moeten
kunnen vullen. Ik hoor van Nico dat de vent een krat bier wil in ruil voor het
vullen van het vijf liter tankje, dus is de discussie snel gesloten. We drinken
wat bij een restaurant ernaast. Het terras op palen geeft een prachtig uitzicht
op de baai. Er worden heel veel foto’s gemaakt en er gaat veel drinken doorheen.
Miklós en ik gaan even later internetten maar het is supertraag en weer
superkoud. We lopen even later een stuk omhoog op aanwijzen van Nico en Wilma
die een rondje hadden gewandeld. Het bleek dan ook vreselijk mooi te zijn en ik
nam foto’s van de zonsondergang. Later in de avond verkasten we naar een ander
restaurantje waar er voor de kinderen vier pizza’s “in
advance” waren besteld. Twee waren met vlees en twee met garnalen. Het
was niet fantastisch, maar het was eten. Voor goede pizza’s moeten we maar naar
Italië varen. Na door de branding terug naar de boot te zijn gevaren komen we
veilig op de boot aan. Na wat drinken worden de bedden opgezocht. Ciao!
maandag 26
december 2005
Het anker uit het zand, nog even de Zweden uitzwaaien en we zetten koers naar
een volgende baai. De tocht van drie uur bevalt de familie niet erg goed. Kan me
ook wel iets voorstellen met een windje bijna recht op de punt. Cora (tante) was
angstvallig stil en Peter (oom) ging maar sturen om er vanaf te komen. Patrick (neefje)
had een zeeziektepil genomen dus dat ging al beter, maar Dianne (nichtje) hield
het vol tot een mijl voor de baai. Ze moest overgeven en dat terwijl Patrick
doodleuk een fotoshoot van het gebeuren stond te maken. Castare Bay is werkelijk
prachtig met een echt palmstrand en een zonsondergang. Voor de zon echt onder
ging zwom ik met Patrick en Dianne nog even naar het rif, maar veel viel er niet
te zien zonder de zon erop. Het was wel even lekker om even de overige energie
eruit te zwemmen. Nico en Peter gingen met de dinghy de kust verkennen. Ze
vonden geen enkel restaurant dat open was. Terug op de boot kregen we te horen
dat ze gecrashed met de dinghy waren en dit keer nog beter dan de keer in Store
Bay met Nico en Wilma. Nico was koppie-onder en Peter werd ook flink nat, wij
konden er wel om lachen. We besloten dan maar aan boord te eten om problemen te
voorkomen en Wilma kookte even snel een maaltijd bij elkaar. Het smaakte prima
en na de maaltijd wassen Miklós en ik af. In de avond zitten we buiten nog wat
te drinken en daarna duiken we ons bed in Ciao!
zondag 25
december 2005
In de vroege ochtend om acht uur, dus na vier uur slaap, werden Miklós en ik ruw
gewekt door het kleine volk bij ons aan boord. Ze waren natuurlijk veel eerder
wakker dan wij en liepen vrolijk door de kuip te schreeuwen. We besluiten hier
nog een dag te blijven liggen en na een ochtend niks doen nemen Miklós en ik
Patrick en Dianne mee naar de kant om wat te drinken. We eten ook wat maar de
eitjes op Tobago zijn dan ook wel Caribische eieren, die zijn niet in een minuut
gebakken. Een hotdog wordt ook nog naar binnen gewerkt en de maagjes zijn weer
tevreden. Terug op de boot wordt er door Miklós, Peter en Patrick water gehaald
in de tuin van Bago’s. Als ze terug zijn springen er een paar te water voor wat
afkoeling en komen de Zweden ook even langs drijven. We overleggen snel en
nodigen ze uit voor onze kerstbarbecue. Als ze in de avond aan boord stappen is
Anna niet mee vanwege buikklachten. Desalniettemin is het vreselijk gezellig en
het drankje wat ze meegenomen hebben smaakte prima. Het drankje “Gglöck” is een
variant op Gluhwein, maar volgens ons nog lekkerder en zelfs iets zoeter.
Voordat het drankje naar binnen gaat zingen de Zweden nog even een traditioneel
Zweeds liedje wat er altijd aan vooraf gaat. Er wordt prima gegeten van al het
lekkers dat Wilma en de moeder van de Zweden hebben klaargemaakt. De regen kan
onze sfeer niet bederven, ook al komt het met bakken uit de lucht. Als het droog
is vertrekken de Zweden weer. Miklós en ik volgen ze om Sofia mee te nemen naar
het café waar we eerder hebben gezeten. We drinken Cola, bier en Pina Colada,
dus zeker geen slechte avond. We slapen eerder dan de vorige nacht en dat is
maar goed ook. Ciao!
zaterdag 24
december 2005
De eerste echte dag voor onze familie op de Oceans4. Best wel leuk om die
gezichten te zien als ze horen dat dit ding nooit stil ligt. Al snel heeft de
vloek der landrotten op zee effect op Patrick (neefje), dus hing hij over de
reling. Hij was dan ook gaan gameboyen op het dek en als je er niet aan gewend
bent om op zee te zitten dan wordt je daar snel misselijk van, zie hier het
gevolg. Toen hij bij was gekomen namen Miklós en ik hem en Dianne (nichtje) mee
naar het rif bij het hotel. Ze vinden het prachtig maar moeten nog wel even
getraind worden in het snorkelen. Na ruim een uur besluit Patrick z’n spullen
uit te doen en te kijken of hij lopend terug kan. Wij roepen hem terug, omdat
het er op leek dat hij wel even door het hotel wilde lopen. We zeiden dat we
terug moesten zwemmen en dat hij z’n spullen beter weer aan kon doen. Zo
eigenwijs als ik ook ben deed hij dat niet en spartelde met z’n spulletjes terug
naar het strandje. Terug op de boot heeft tante Cora ook over de reling gehangen.
Daarna blijven Miklós en ik op de boot en gaat de rest boodschappen doen. In de
avond zitten we natuurlijk weer bij Bago’s. De Zweden gaan uit eten voor
“Christmas eve” (Kerstmisavond) en wij ontmoeten ze later weer. Voordat ze terug
zijn is iedereen al naar de boot behalve Miklós en ik. We ontmoeten een paar
Oostenrijkers waarvan we er al een kende. Het was erg gezellig en het hielp de
tijd te doden tot de Zweden terugkwamen. Uiteindelijk na lang wachten kwamen ze
aanlopen en namen we de dames mee naar een restaurant/café dat nog open was. Het
was erg gezellig met ze en we spraken over van alles. We leerden wat meer over
Zweden en spraken natuurlijk over de verschillen tussen Nederland en Zweden.
Zelfs na sluitingstijd lieten ze het hek open en konden wij op het terras
blijven zitten. Later gingen we bij hun op de boot nog wat drinken, waar pa nog
op was. Daar werd ook weer over van alles gesproken, zo ook Sinterklaas. Ze
vonden het maar een raar idee dat een oude vent met witte baard slaafjes had om
cadeautjes door een schoorsteen te gooien. Toen het ging regenen hebben we nog
even bij hun onder de kap gezeten om vervolgens, toen het droog was, naar onze
boot terug te gaan. Het was inmiddels al vier uur voordat we eindelijk in bed
lagen. Tijd om te slapen dus! Ciao!
vrijdag 23
december 2005
Uiteindelijk niet vreselijk lang geslapen en om half negen waren Nico en ik
alweer bij de extra divers. Vandaag de laatste dag van onze advanced course.
Twee duiken op het programma, waarvan een wrakduik of “deepdive” omdat hij op
dertig meter ligt en een willekeurige die we nog een naam moesten geven. Na naar
de Mount Erving Bay te zijn gevaren werden we aan een anker gelegd die vastzat
aan de Maverick (de ferry die men heeft laten zinken), zonken we via een lijn
naar beneden. Vanaf 28 meter kan je de duikersziekte “Nitrogen Narcosis”
ondervinden. Dit houdt in dat je dus veel Nitrogeen in je lichaam krijgt en
daardoor wordt je denken minder helder. Wij moesten dan ook op een plaatje met
potlood vier vragen beantwoorden. 1 Schrijf je naam achterstevoren. 2 Wat is de
hoofdstad van Tobago? 3 Wat is 5123 X 19? 4 Welk getal mist er in de reeks 1 tm
20? De eerste twee gingen prima, de derde zullen we het maar niet over hebben en
de laatste ging ook niet vlekkeloos. Ook had ik moeite me evenwicht te houden op
de bodem en viel ik telkens om. Vervolgens gingen we via de achterkant van het
wrak naar het achterdek. Het plan was via hier naar binnen te gaan en voor via
een luik er weer uit te komen. Daar aangekomen bleek het ingestort te zijn en
was het te gevaarlijk om er nog in te gaan. We besloten er toen maar langs te
gaan en dat leverde een prachtig zicht op. We keken door het raam, naar het raam
aan de overkant en het licht viel in het wrak, werkelijk prachtig. Even verderop
zat er tussen het dek en de scheepswand een ruimte en toen we dichterbij kwamen,
kwam een enorme murene zijn territorium verdedigen. Een groot groen beest met
fel witte ogen met nog fellere blauwe pupillen kwam met bek wijdt opengesperd
naar buiten om ons af te schrikken. Echt angstaanjagend was het niet maar toch
hielden we een beetje afstand, kijkend naar het machtige beest. Even later
hingen we boven het voordek en daar zagen we een zeekomkommer. Dit beest had het
meeste weg van een platgereden worm, maar dan een meter groot en zo’n twintig
centimeter breed. We vervolgden onze weg via de andere kant van het schip. Ik
startte met relatief weinig lucht en vertelde Greg dat ik op m’n “cautionzone”
zat. Dit betekend dat het tijd is om de duik te beëindigen en dat deden we ook.
We moesten nog even een safetystop maken. Ik had nog maar erg weinig toen we
eraan begonnen en Greg gaf me zijn tweede regulator (mondstuk). Toen we boven
kwamen zagen we dat een andere duiker van een andere groep onrustig was. Greg
begeleidde hem naar z’n boot. Iedereen zat al in de boot toen Greg terug kwam en
vertelde wat er was gebeurd. De man was niet goed geworden en de reden was ook
niet heel erg verrassend. Hij had al acht jaar niet gedoken en ging nu even naar
dertig meter (not-done). We voeren naar het strand van de Mount Erving Bay waar
we wat dronken. Toen de nieuwe flessen waren gebracht wisselden we ze om. Na nog
even wacht hadden we genoeg pauze gehad en voeren we weer uit. Zoals ik al zei
moest er nog een naam aan deze duik worden gegeven. Om niks te hoeven maakten we
er een “boatdive” van, wat inhield dat de duik vanaf een boot begonnen moet
beginnen. Aangezien we dat al vaak hadden gedaan was dit niks nieuws, maar we
hadden een naam voor onze duik. Deze duik vond plaats bij de Mount Erving Wall.
Een rif dat zo steil afloopt dat het een muur wordt genoemd. We zagen er weer de
mooie tropische vissen zoals altijd. Een Porcupinefish werd weer gespot, rond,
dik, grote ogen en zandkleurig schubben. Een grote vis hield zich ook nog schuil
onder een rots maar door de schaduw was moeilijk te zien wat voor het was. Op
het einde zagen we opnieuw een murene. Deze was zwart met witte spikkels en ook
kwam hij dreigend met z’n bek wijdt open uit z’n hol. Je kon duidelijk de kleine
maar scherpe tanden zien van dit bijzondere beest. Al gauw moesten we hem
verlaten, omdat iemand door z’n lucht heen zat. Terug op de boot werden we naar
het strand gebracht en vervolgens reden we met twee trucks terug naar de extra
divers. Een andere ploeg ging met de boot terug nadat ze hun tweede duik hadden
gedaan. Wegens ruimtegebrek mochten we dit keer wel nat in de cabine zitten. Bij
de divers werd alles natuurlijk opgeruimd. Nadat de logboeken waren ingevuld
moest Greg al snel weg om een Weihnachtsbaum te kopen. Wij gingen bij de Chefs
and BBQ’s eten en liepen terug naar Bago’s. Daar waren natuurlijk Miklós en
Wilma. Na wat drinken gingen Miklós en ik internetten en Wilma en Nico naar de
boot. Nico haalde ons later weer op dus liepen we langs Bago’s naar het strand.
Shirley van Bago’s sprak ons ineens aan. We hadden gereserveerd voor vanavond,
zodat we met de familie wat konden eten. Helaas heet het hier Tobago en was de
kok niet op komen dagen. Het speet haar heel erg. Wij vonden het niet heel erg,
wij kennen de situatie. Je hoeft hier, zelfs na afspraak, niet te verwachten dat
ze komen. We moesten dan wat anders zoeken, geen probleem. De familie vliegt
namelijk vanavond hierheen. Toen Nico ons ophaalde hebben we hem ook nog even
met Shirley laten praten. Nico kon het ook begrijpen en vond het ook geen ramp.
We gingen naar de boot waar Wilma zat te lezen. Ik ging nog even op de computer
voor wat sitewerk. Om half acht zetten we koers naar het vliegveld. Het
vliegtuig had wat vertraging maar na een uur wachten stonden ze voor onze neus
met een berg bagage. Peter en Nico gingen met een taxi met de bagage en de rest
ging lopen. We besloten bij Pizzaboys maar twee pizza’s mee te nemen en die op
de boot op te eten. Miklós en ik wachtte op de pizza’s terwijl Patrick, Dianne,
Cora en Wilma alvast naar Bago’s liepen om wat te drinken. Wat ik wel
wonderbaarlijk vond is dat de horrorfilm “I know what you did last summer”
gedraaid werd in zo’n openbare ruimte. Met de pizza’s kwamen we bij Bago’s waar
we nog even wat dronken, alvast een stukje aten en daarna naar de boot voeren.
Op de boot werd de andere pizza ook opgegeten. We dronken nog wat en daarna was
iedereen toch wel moe en werden de bedden opgezocht. Miklós en ik slapen op de
bank, zodat de familie in onze kooien kan slapen. De bank is minder warm dan met
z’n tweeën in een kooi dus vandaar. Ciao!
donderdag 22
december 2005
Na zes uur slaap was het toch echt tijd om weer op te staan. Niet dat ik dat erg
vond want vandaag stonden er drie duiken op het menu. Miklós bracht Nico en mij
naar het strand en al snel liepen we naar binnen bij de extra divers. De spullen
moesten eerst worden klaargemaakt en daarna kregen we van Greg een duikbriefing.
De eerste duik was fantastisch. Als deel van onze ‘advanced course’ deden we een
‘fish ID’, dus vissen identificeren. We moesten op een plaatje waar je onder
water met potlood op kan schrijven, vijftien soorten opschrijven (of schetsen).
Vijf met ruggengraat, vijf zonder en vijf koralen. Met ruggengraat zijn
bijvoorbeeld de gewone visjes, zonder ruggengraat zijn bijvoorbeeld vuurwormen
of een murene (soort aal). Het aantal namen houdt voor ons beide al gauw op dus
mochten we ze ook tekenen. We zagen opnieuw een Stingray, een Porcupinefish
(heel rond en dik beest) en dit keer kwam een murene uit z’n hol. Er stond erg
veel stroom, maar aangezien we met de stroom mee zwommen vormde dat geen
probleem. Na een tijdje op het strand gewacht te hebben gingen we weg voor een
tweede duik. Deze begon gelukkig met minder stroom. In het begin zagen we niet
heel veel bijzonders maar inde laatste tien minuten werden toch nog even een
Stingray en een schildpad gespot. De Stingray lag achter een rots dus zagen we
eerst z’n staart. Ik was de eerste die er aankwam en ik keek heel raar naar het
dunne uitstekende stokje. Daarna zag ik de rog goed bedekt onder het zand liggen
en riep Nico en Greg. Greg vertelde later ook dat hij eerst alleen de staart zag
en er ook enigszins raar naar keek. De schildpad was ongeveer net zo groot als
de vorige keer dat we er een zagen. Toch nog een geslaagde duik. Toen we boven
kwamen had onze kapitein bezoek van de kustwacht. Ze kwamen zeuren over het niet
voeren van een duikvlag, maar de andere duikscholen die er ook waren werden ook
niet aangesproken. Later vertelde ik het aan de dive master van de school en hij
zei ook dat het onzin was zolang je maar een drijvend goed zichtbaar object hebt
(dat hadden we ook). Greg waarschuwde mij en Nico er ook voor dat als ze er naar
vroegen Greg een normale buddy was en geen instructeur. Hij heeft namelijk wel
de diploma’s maar hier duurt het zolang voor dat je werklicentie krijgt, dat hij
hem nog niet heeft ontvangen (wel allang aangevraagd). Gelukkig bleef ons die
situatie bespaard en voeren we weer terug met de boot. Op de kant werd alles
weer opgeruimd en hadden we een pauze van drie uur. Nico en ik gingen bij de
‘Pizzaboys’ een pizza eten en zetten daarna koers naar Bago’s. Daar ontmoetten
we Miklós en Wilma die daar wat gingen eten. Daarna ging ik met Miklós nog even
internetten terwijl Nico en Wilma naar de boot gingen. Om half zes moesten Nico
en ik ons weer melden voor een “nightdive” dus hadden we vijf uur bij Bago’s
afgesproken. Na het internetten stond Nico inderdaad om vijf uur bij Bago’s.
Miklós kreeg het koordje mee en ik ging met Nico naar de extra divers. Daar
wachtte Greg ons op en werden de spullen klaargemaakt. Na een korte duikbriefing
over deze nieuwe ervaring gingen we er dan vandoor. De duik zou plaatsvinden in
de baai waar we liggen en vanaf het strand werd het water geënterd. Bij de truck
begaf Nico’s eerste zaklamp het al (iedereen heeft een reserve). Nico mocht dan
de eerste lamp van Greg hebben omdat hij meer ervaren is. Toen we in het water
lagen en klaar waren om te gaan, meldde Nico dat het koordje waar z’n lamp aan
vast zat was gesprongen en zodoende z’n lamp in het water was gevallen. Greg
begon met zoeken met z’n zaklamp en vroeg later mij om te assisteren. Ik vond
hem binnen tien seconde. Het was lastig om hem te pakken omdat m’n jack was
opgeblazen. Eerst dus het jack leeg laten lopen en daarna het ding van de bodem
gepakt. Vervolgens begaf mijn eerste lamp het en Greg nam hem toen mee aan z’n
jack. Met nog vier lampen over was er geen reden om terug te gaan, wat je
normaal wel doet als een lamp het begeeft. Met het kompas hielden we 300 graden
aan en kwamen we bij het rif. Het was inmiddels goed donken dus alleen onze
lampen zorgden voor zicht. Al snel na een minuut reageerde Greg heel opgewonden.
Hij zwom een halve meter voor me en al snel zag ik wat hij bedoelde. Eerst zag
ik een puntige staart en daar zat opnieuw een reusachtige Stingray aan vast.
Deze was zo’n drie meter lang (met staart) en net geen twee meter breed, iets
kleiner dan de eerste die we een paar dagen geleden zagen. Voor de rest zagen we
nog twee kreeften over de stenen lopen maar die kozen het hazenpad zo gauw je
erop scheen. Ook moesten we van Greg op onze knieën zitten en de lichten uit
doen. Je zag nog voldoende en eigenlijk meer dan met licht maar dus iets
donkerder. Als je met je armen bewoog zag je allemaal lichtgevende deeltjes om
je heen. Ook tijdens het zeilen hadden we dit mooie gezicht al mogen aanschouwen.
De rest van de duik geen bijzondere beesten, maar toch een prachtige ervaring.
Terug op de kant reden we naar het hoofdkwartier, werden de logboeken ingevuld
en gingen we wat drinken. Daarna ging Greg naar huis en wij naar Bago’s. Miklós
en Wilma zouden daar ook heenkomen en zo zaten ze er al eerder dan wij. We aten
wat terwijl we aan tafel zaten met Marco, Natasha, zoon Kevin en een zwager van
Marco. Het was erg gezellig. Nico en ik waren vooral nogal op dus gingen we wat
op tijd naar de boot waar ik nog even wat met Miklós dronk. Snel in bed rond
middernacht om wat op te laden voor morgen. Ciao!
woensdag 21
december 2005
Zoals in het vorige verslag te lezen is was het een beetje laat geworden. Dit
viel te compenseren door wat langer te slapen. Toch was ik om elf uur alweer
klaar wakker en luisterde nog wat muziek. Vandaag een rustdag om goed voorbereid
te zijn voor de volgende vijf duiken van de komende twee dagen. Ik ging met
Miklós om een uur internetten. Op de terugweg kwam ik langs de extra divers waar
Greg me aansprak. De nachtduik was verplaatst van vanavond naar morgenavond en
hij gaf me twee boeken mee zodat Nico en ik het een en ander konden doornemen.
Nu doen we morgen drie duiken wat veel energie gaat vragen. Toen we terug waren
zaten we wat in de boot. Een van de Zweden riep ons vanuit zijn rubberboot en
gaf het bericht door dat Nico en Wilma op het strand stonden, erg aardig. Miklós
haalde ze op terwijl ik verder werkte aan wat achterstallig sitewerk. Tegen de
avond werd er besloten om weer bij de inmiddels tot stamkroeg gepromoveerde
Bago’s te gaan eten. Toen we weg wilden begon het ineens van de hemel te gieten.
Ik zat al in de rubberboot maar de anderen wilden liever de regen afwachten.
Even later waren we alsnog in Bago’s. Het was wederom vreselijk gezellig met
iedereen en we leerden weer iemand kennen. Ik weet niet waar hij vandaan kwam
maar hij was in ieder geval erg aardig en genoot van zijn vakantie hier. Rond
een uur of elf werd het toch echt tijd voor Nico en mij om te gaan want we
zullen onze rust hard nodig hebben. Wilma ging ook mee en Miklós bleef bij
Natasha, Marco en Kevin. Op de boot maakte ik mijn verslagen af en nu moet ik
toch echt gaan slapen om morgen niet op de bodem is slaap te vallen. Ciao!
dinsdag 20
december 2005
Vroeg in de morgen voeren we alweer met de dinghy naar het strand om ons op tijd
te melden bij de extra divers. Eerst moesten Nico en ik nog wat foto’s laten
maken voor op ons certificaat. We kwamen op tijd aan bij het kwartier en
begonnen gelijk aan het theoretische deel. Er moesten wat video’s gekeken worden
en wat vragen werden beantwoord. Toen we klaar waren begonnen we aan het examen.
We zouden worden opgeroepen met de VHF als we moesten duiken en tot die tijd
konden we alvast aan het examen beginnen. Bij vraag 30 van de 50 kwam de oproep
maar we mochten nog verder totdat de truck er was. De spullen hadden we al
klaargemaakt en we konden in no-time instappen voor de duik. Op het strand
moesten we nog even wachten op een andere truck en met zeven mensen voeren we
uit op de “Dingaling”. Twee snorkelaars werden bij Storebay gedropt terwijl wij
verder gingen dan gister en dat deel van het rif gingen verkennen. Dit keer
sprongen we zonder fles het water in en gooide Greg de BCD’s half opgeblazen in
het water. We moesten erin klimmen en elkaar controleren. Alles werkte en we
zonken met vijf duikers af naar de oceaanbodem. Deze duik zagen we drie roggen,
twee Sting rays en een Electric ray. We zagen ook nog een schildpad over de
bodem zwemmen. Het was echt heel mooi om te zien hoe zo’n beestje door het water
zweeft. Toen we terug waren volgde dezelfde procedure als altijd en toen moest
het examen afgemaakt worden. Nico was een beetje moe en kon zich daardoor minder
goed concentreren. Nadat onze toetsen waren nagekeken had ik vier fout en Nico
zeven. Met een percentage van 94% en 87% waren we beide geslaagd. We werden
gefeliciteerd door Greg en daarna kreeg ik een klein cadeautje van hem. Het was
de plug (aas wat lijkt op een visje) die we vonden op de bodem tijdens het
duiken. Na wat papierwerk gingen we met Greg naar Bago’s waar we Miklós en Wilma
ontmoetten. Het was heel erg gezellig met z’n allen. Greg’s vriendin en twee
kinderen waren ook gekomen, hoe meer zielen hoe meer vreugd. Greg vertelde Nico
en mij over de voordelen van een “advanced diver” (een certificaat hoger dan we
nu zijn) en we besloten die cursus ook gelijk maar te doen. Dit hield in dat we
nog vijf keer moesten duiken en dat kon in twee dagen, zonder examen. Van de
vijf duiken is er een navigatieduik, een diepwaterduik (30m) en nog drie die je
zelf mag invullen. Wij kozen voor een nachtduik, een vis identificatieduik (dat
kwam Greg goed uit) en een fotografieduik. Dit ronden we dus vrijdagmiddag af en
dan zijn we klaar voordat die avond onze familie overkomt. We mogen als advanced
diver tot dertig meter (i.p.v. de 18m van nu) en je krijgt meer vertrouwen van
de winkels, omdat je meer hebt dan een eenvoudig certificaat. Tegen de avond
gingen ze naar huis. Wij bleven nog even met de andere Nederlanders. Later
stelde Natasha mij en Miklós voor aan drie Canadese dames, waarmee we later op
de avond mee uit gingen. In de populaire club Divers Den was een feest dus dat
was “the place to be”. Bij de ingang werden we gelift: dertig TT voor Miklós en
mij elk en twintig voor elk van de dames. We zeiden dat we het erover zouden
hebben en discussieerden erover. Ondertussen had Katy met de mannen bij de deur
gesproken en een deal van 80 TT gemaakt voor ons allemaal. Eenmaal binnen was
het vreselijk gezellig en hier zijn de drankjes wel betaalbaar. We ontmoeten een
Engelse jongen Stuart en hij stelde voor om na het feest bij hem nog wat te gaan
drinken. Hij had een villa gehuurd waar hij nu tijdelijk woonde met twee broers
en hun moeder. We zaten bij het zwembad, dronken wat op het mooie terras
eromheen. Het was erg gezellig en toen we terug roeiden naar de boot kwam de zon
al op. Een erg geslaagde dag! Ciao!
maandag 19
december 2005
Een dag om jezelf op te verheugen. Al vroeg bracht Miklós Nico en mij naar de
kant om op tijd bij het extra divers kantoor te zijn. De dag ervoor hadden we
alle snorkels en flipper al bij elkaar gezocht en moesten alleen de pakken even
om de fles en in de pick-up gelegd worden. Al snel zetten we koers naar het
strand vlakbij Pigeon Point. Daar laden we uit. We zijn met twee trucks gegaan
omdat er nog een groep met dezelfde boot meegaat. Als we uitvaren zijn we al
snel in Storebay waar onze eerste duik plaatsvindt. De spullen worden
geprepareerd en met een soepele duik achterover van de bootrand belanden we in
het water. De boot vertrekt naar een ander rif met de overigen. Wij oefenen wat
“skills” en beginnen dan onze duik langs het rif. We zien de mooie visjes zoals
vaker maar ook een paar specialere. Een hele ronde hoge en brede vis zwom vlak
voor ons langs. Hij was zwart met gele gloeiende vlekjes, echt heel mooi. Toen
we door onze lucht heen zaten moesten we nog even naar het strand zwemmen om
opgepikt te worden door de pick-up. Terug bij de extra divers werden de spullen
schoongemaakt en te drogen gelegd. We kregen een uur de tijd om te lunchen (natuurlijk
in beachbar Bago’s), maar niet voordat we weer onze equipment bij elkaar hadden
geraapt en hadden klaargemaakt. In Bago’s bestelden we een groot glas verse
mangosap en wat te eten. Bago’s ligt direct aan de baai en dus steenworp afstand
van de zee. Vanaf hier kunnen we ook een oogje op de boot houden en het is
gewoon een leuk tentje. Bij Bago’s ontmoeten we Miklós en Wilma weer en wordt er
wat afgekletst. Dan moeten we weer terug voor de tweede duik. We worden succes
gewenst en zetten koers naar de extra divers. We krijgen van onze instructeur
Greg een duikbriefing van de volgende duik. Het zal gebeuren langs een rif, dat
een kwartiertje varen ligt richting Scarborough. We duiken ook dit keer
achterover vanaf de bootrand. Met z’n negenen tegelijk belanden we in het
heerlijk warme water van de Atlantic. Als iedereen het OK-teken geeft, geeft
Greg het teken om naar beneden te gaan en zo zinken negen man af naar de
oceaanbodem. Kim onze instructrice van de “experience-dive” is de leider met een
drijfboei met lange lijn eraan. Deze drijft op het oppervlak om andere
watersporters erop te attenderen dat er duikers zwemmen. Greg is de sluiter en
Nico en ik zwemmen dan ook naast hem. Als we even zwemmen geeft Greg ineens het
teken dat er een haai is gezien. Ik verwachte direct iets groots te zien, maar
het betrof een nurse shark (verpleegsterhaai) die op de bodem onder een rots lag
te slapen. Hij was ruim een meter lang en niet erg dik. Nurse sharks zijn een
van de weinige haaien die niet hoeven te zwemmen om in leven te blijven. Als we
een stuk verder langs het prachtige en machtig grote rif zwemmen zien we dat de
groep opnieuw stopt. Ditmaal wordt het teken van een ray (rog) gegeven en wat
voor een. Een énorme stingray (pijlstaartrog) ligt lichtelijk bedekt met zand op
de bodem. De afmeting werd geschat op een lengte van 2,5m en een breedte van 2m.
Voor een onervaren duiker als Nico en ik is dit een overdonderende ervaring zo’n
enorm beest van 3 meter afstand te bestuderen. Dan volgt een lang stuk waar we
vooral kleine visjes aantreffen. Blauwe Papegaai vissen zijn erg mooi en ook
kleinere visjes met allerlei kleuren. Als we weer wat dieper gaan op zo’n
zeventien meter diepte vind Greg een Electric ray (Elektrische rog). Dit kleine
onschuldig uitziende, met zandkleurige spikkels bestrooide beestje kan bij
aanraking een schok van 400 Volt geven. Het is de rogvorm van een sidderaal.
Verder zien we de normale onderzeebewoners en genieten van de ruimte en de
enorme watermassa om je heen. Als we weer naar boven gaan moet er eerst een
“safety stop” maken. Dit houdt in dat je een deel van de overtollige hoeveelheid
Nitrogeen uit je lichaam te laten ontsnappen. Dit voorkomt “Nitrogen Narcosis”
een gevaarlijke duikersziekte, waarbij er luchtbelletjes in je aderen kunnen
ontstaan en als die bij het naar boven gaan expanderen (uitzetten) dan kunnen je
aderen verstopt raken. Het resultaat kan leiden tot dood. De limieten waarin wij
blijven zijn zo gemaakt dat het niet persé hoeft, maar het is wel verstandiger.
De “safety stop” doe je op z’n vijf meter onder het oppervlak en duurt drie
minuten. Daarna zwommen we rustig omhoog en bliezen we onze BCD’s op (regelbaar
reddingsvest). De boot werd gesignaleerd en de spullen aan boord getild door
onze kapitein Kerstin. Nadat de spullen aan boord waren klom iedereen aan boord
en zette zijn fles vast. We moesten nog even Kim en een andere duiker ophalen
die iets verder waren gegaan omdat ze meer lucht hadden. We voeren terug naar
het strand waar we de spullen weer op de pick-up zetten en we met de twee trucks
terug reden naar het extra divers kwartier. De spullen werden schoongemaakt en
te drogen gehangen en na een korte bespreking over de volgende dag verlieten we
het gebouw. We keerden terug naar Bago’s. Dit keer aten we op de boot. Nico en
ik moesten nog een deel van de theorie leren en morgen hebben we de laatste duik
en het examen. Ik dronk met Miklós nog een biertje en daarna was het tijd om te
slapen. Ciao!
zondag 18
december 2005
Vroeg op, want om half tien worden Nico en ik alweer verwacht bij het
duikcentrum. Miklós brengt ons heen en we komen er al ruim van te voren aan.
Deze dag bestond vooral uit theorie. We moesten over elk hoofdstuk (een, twee en
drie) een film kijken en daarna een quiz maken. De films waren echt voor dummies
en nogal saai. Voor mensen die nog nooit water hebben gezien. Soms dus erg saai
maar naarmate de eerste twee hoofdstukken afwaren werd het interessanter. De
quiz was in het Engels dus moesten we wel even goed lezen. Elke quiz bestond uit
tien vragen, multiple choice (A,B,C,D) en dan keek Greg onze instructeur het na.
Bij de eerst constateerde hij bij mij al zes fout en hij zei dat ik er nog wel
even naar moest kijken. Ik keek naar de eerste vraag en was ervan overtuigd dat
ie goed was. Het bleek dat hij het oude nakijkvel had en daarna had ik ineens
alles goed. In de drie toetsen had ik één fout en dat was een interpretatiefout.
Nico had wat meer fouten maar dat kwam gewoon omdat je het af en toe, doordat
het een Amerikaanse toets is, wat slecht interpreteert. We waren beiden geslaagd
tot nu toe en we namen een duik in een heel klein zwembad van een hotel om wat
vaardigheden te trainen. Dit liep voorspoedig en zo liepen we tevreden weer naar
ons tentje op het strand. Daar kwamen we Miklós en Wilma opnieuw tegen. In de
middag na de tests hadden we een uur pauze waarin we ook al met Miklós en Wilma
wat hadden gegeten. In de avond drinken we wat met de andere Nederlanders. Marco
vliegt naar Trinidad om wat familie op te halen. Even later gaan Nico en Wilma
naar de boot. Miklós en ik blijven nog even omdat het nog erg vroeg is. Ze varen
met Natasha en Kevin mee. Als we een tijdje bij Bago’s zitten komt ineens Kevin
aanrennen en daarna Natasha. Ze hadden besloten nog even hier wat te komen
drinken en dus dronken we met z’n vieren nog een biertje en even later keerden
we terug naar de boot. Morgen een leuke dag voor de boeg. Nico en ik gaan twee
keer duiken voor ons brevet en morgen geen theorie. Wederom vermaken wij ons
prima! Ciao!
zaterdag 17
december 2005
Vandaag dus duiken! Om half tien moeten we er al zijn dus om negen uur roeit
Miklós ons naar de kant. We zijn er al snel en krijgen wat informatie. Dan
moeten we naar een video kijken en het een en ander invullen. Dan wordt ons
uitgelegd wat alles is, hoe alles werkt en hoe je alles bevestigd. We gaan met
een pick-up naar het strand waar we liggen en met een instructrice gaan we vanaf
het strand het water in. Eerst oefenen we een aantal tekens en “skills”. We
doken langs een rif wat erg mooi was. Het was zo’n zes tot negen meter diep. Het
was vooral even wennen aan het lichtelijk geforceerde ademen (het gaat toch door
een smal slangetje) en het zoeken naar je neutrale drijfvermogen (niet zinken
niet drijven). Het is erg leuk en zo blijven we een uur onder water. Dan worden
we weer opgehaald door de pick-up en rijden we weer naar het kantoor. Daar wordt
alles schoongemaakt en nog een aantal dingen uitgelegd. Ze vragen ons of we voor
onze PADI willen gaan duiken. Dat betekend dat je een cursus doet waarbij je een
licentie verkrijgt als je je examen succesvol aflegt. Deze duurt drie dagen,
normaal vier maar wij hebben de eerste van de vier duiken al gehad, maar we
moeten het eerst even met Miklós en Wilma bespreken. Als we naar een ander
strandtentje dan een paar dagen geleden gaan komen we daar Miklós en Wilma tegen.
We overleggen met hun en ze stemmen toe, hier kunne ze zich wel drie dagen
vermaken. Nico regelt dezelfde avond nog een cursus en morgenvroeg om half tien
moeten we er weer zijn. We moeten drie van de vijf hoofdstukken van het PADI-book
(boek over duikinstructies etc.) doornemen en dan morgen moeten we er een toets
over maken. PADI = Professional Association of Dive Instructors. Voordat we uit
eten gaan maak ik alvast de drie hoofdstukken wat me nog wel twee uurtjes heeft
gekost. Het eten is erg lekker en we raken in gesprek met The Black Pearl, een
ander Nederlands schip. Nico en Miklós hadden al twee van de drie mensen aan
boord gesproken maar ik en Wilma nog niet. Na een tijdje zitten vader Marco,
Trinidiaanse moeder Natasha en zoon Kevin bij ons en drinken we wat met z’n
allen. Als ik van de WC kom staat er ineens een man bij onze tafel. Hij blijkt
onze duikinstructeur voor morgen te zijn (van Nico en mij). Erg aardige man.
Later in de avond keren we terug naar onze boot en nemen genoeg slaap voor de
eerste dag van de duikcursus. Ciao!
vrijdag 16
december 2005
Vanacht, regen, toen ik opstond, regen, toen ik naar bed ging, regen. Het was
volle maan geweest en dat betekend ook in de Cariben een weersomslag. Veel regen
dus maar met een graad of dertig is dat niet erg. De boot wordt weer gezoet. Het
enige probleem is dat het binnen nogal heet wordt omdat de luiken dicht moeten.
Verder zijn we ondanks de regen toch de kant op gegaan en hebben Miklós en ik
geïnternet terwijl Nico en Wilma hun eigen weg gingen. Maar voordat we
opsplitsten dronken we wat in het strandcafé en daar zaten wat vreemde mensen.
Een vrouw waar we bij zaten omdat er geen plek meer was zat al zo’n twintig jaar
elke dag in het café en dronk de hele dag bier. Het café was in de achterkant
van een winkel en ook hier stond de airco op tilt, vreselijk koud. Halverwege
werd er ook nog even een man opgepakt, maar dat heb ik niet duidelijk gezien.
Toen we weer met z’n allen op de boot waren, gingen Nico en Wilma al gauw weer
de kant op om de was weg te brengen en een wandeling te maken. Ze zijn al vrij
snel terug (toch maar geen wandeling) met een prachtig verhaal over hoe ze met
de dinghy zijn gecrasht. De branding tilde de achterkant op, de voorkant bleef
in het zand haken en zo vielen ze beide nog wel in de boot maar alles was nat en
zanderig en de boot viel net niet om. Ze konden er gelukkig wel om lachen. In de
avond gingen ze nog een keer de was ophalen en later drink ik met Miklós nog een
biertje. Morgen gaan Nico en ik een “experience-dive” doen wat inhoud dat we
gaan kennismaken met het duiken, heel leuk dus. Ciao!
donderdag 15
december 2005
Vandaag is het tijd om verder te gaan maar eerst moet er nog wat geregeld worden.
Nico en Miklós gaan de kant op terwijl Wilma en ik op de boot blijven. Na een
tijdje hebben we een twintig centimeter hoge kerstboom op tafel, maar helaas
geen lampjes die wij kunnen aansluiten. De wens om de reling vol te hangen moet
ook nog even wachten. Wel hebben we al wat kerst reggae muziek om in de stemming
te komen. Dan halen we het anker op en varen naar een kade waar ze water hebben.
Miklós en ik vullen de tanks terwijl Wilma en Nico een praatje maken met de
kapitein van de Lynx (een catferry). Het is verschrikkelijk warm vandaag en we
zijn dan ook blij als we in Storebay aankomen. Daar nemen we al gauw een duik en
genieten van deze mooie baai. Nico en Miklós gaan de kant verkennen, Wilma
begint te koken en ik speel op m’n PSP. Wilma heeft haar kookkwaliteiten weer
laten zien en we eten dan ook heerlijk. In de avond drink ik nog een biertje met
Miklós. Rond middernacht gaan we slapen en we zien wel wat morgen ons brengt.
Ciao!
woensdag 14
december 2005
Na het ontbijt gingen Nico en Wilma de kant op voor wat boodschappen. Helaas nam
Nico de computer mee. Even was er hoop want hij was hem vergeten maar een tijdje
later stond ie weer op het dek om de computer op te eisen. Ik moest nog wat
verslagen schrijven en wat met muziek regelen maar dat kon dus niet. Tot een
uur of twee moesten wij ons vermaken met wat muziek, lezen en ik met me PSP. Het
was behoorlijk warm, niet echt prettig. Wat wel leuk was is dat we gister
popcornmaïs hadden gekocht en nu dus wel popcorn konden maken. Het lukte prima
en smaakte ook niet verkeerd. Toen Nico en Wilma terug waren gingen wij de kant
op om te internetten. Terug op de boot werd al snel besloten naar de Pizzaboys
te gaan om even lekker pizza te gaan eten. Het pand zat vast aan een soort Mac
Donald's alleen dan met kip. Het mooie was dat je gewoon bij de een wat kan
halen en het bij de ander kan opeten. Zo aten wij pizza en haalden de ijsjes
bij de buren. Er zaten een paar jongeren achter ons en een van hen sprak ons aan.
'Respect!' en gaf een boks. Wilma begreep er niks van en zat er met grote ogen
naar te kijken. Na wat uitleg vond ze het nog een raar verschijnsel. Ze hadden
behoorlijk wat gedronken en vooral werd er door de dames flink gelachen. Na het
eten gingen Nico en Wilma nog wat boodschappen doen terwijl Miklós en ik alvast
naar de boot gingen. Daar gingen we even op de computer totdat ze terug waren.
Er werden rumpunches gedronken en ik een Malibu-ananaspunch. Daarna bleven
Miklós en ik nog even op en doken daarna ook in bed. Morgen gaan we naar
Storebay. Ciao!
dinsdag 13
december 2005
In de ochtend begonnen we met een verfrissende duik achter de boot. Daarna gaan
algauw Nico en Miklós de kant op om info te winnen bij een reisbureau. Ik blijf
met Wilma achter op de boot en speel op me PSP. Als Nico en Miklós terug zijn
gaan Miklós en ik internetten. Na een uur keren we terug om Nico en Wilma op te
halen. We komen na wat lopen bij een punchtentje waar ik en Miklós een
bananenpunch nemen en Wilma en Nico een rode bietjespunch (jaja een bietjespunch)
mijne vond ik lekkerder dan de bietjespunch. Na een tijdje drinken denk je dat
ie wel leeg is en dan moet je nog 3/4e. Het voelt alsof je een hele
maaltijd achter de rug hebt, maar het is wel heel lekker. Daarna gaan we uit
eten en in de avond nemen we de gebruikelijke borrel. We raken al aardig
ingecariebt en verrassend genoeg bevalt het ons prima!. Ciao!
maandag 12 december 2005
De dag van aankomst. We leggen de Oceans 4 voor anker in de baai van
Scarborough. Toen we eenmaal lagen dronken we met z’n vieren een fles champagne.
Daar raken we algauw in gesprek met onze Engelse buren. Dit schreeuwen op
afstand is toch niet de ultieme manier om even bij te praten dus zegt hij: ‘Ill
blow up my dinghy and say hi!’ Even later gaat hij toch eerst de kant op om wat
papierwerk te doen. Als ik met Nico ook de kant op ga om hetzelfde te doen, gaan
we eerst even langs de Engelse boot om kennis te maken met de mensen die aan
boord zijn gebleven. De boot heet “Champagne Traveller” (geen geintje) en later
ontdekten we ook waarom. We kwamen aan boord waar een opstapper en zijn vrouw
die hierheen was gevlogen zaten. We maakten kennis met ze en algauw werd ons een
glaasje champagne aangeboden. In de vriezer van deze Ocean 45.1 lagen 6 flessen
champagne waarvan er in zeer korte tijd twee doorheen gingen. Er werd iemand
wakker geroepen die in de punt lag te slapen. De man vertelde dat hij gister zo
dronken was dat hij niet meer wist waar hij was. Toen ze lagen rende de man naar
buiten om uit te kijken in de veronderstelling dat ze nog voeren. Ook een mooi
verhaal was over de aankomst hier in Scarborough. Ze waren al bij de pier van
het stuk waar je mag ankeren en toen keek hij maar eens in de pilot. Die
waarschuwt nadrukkelijk ‘DO NOT ENTER AT NIGHT!’ ‘Ow!’, was het antwoord. Ze
waren zonder problemen langs de rots die net onder water lag, het rif en de
ondieptes gevaren. Geluk is met de dommen, is het niet? Na het gezellige gesprek
gingen Nico en ik richting kant waar we de andere twee mensen van de boot
tegenkwamen. Zij zijn Australiërs (boot wel onder Engelse vlag) en zij zijn dus
de echte schippers. Ze vertelden ons dat iedereen op het schip mee moet komen
naar de immigratiedienst. Wij dus terug naar de boot om Miklós en Wilma op te
halen. Op de kant zagen we een hele andere kant van Tobago dan wij kenden. In
tegenstelling tot de rustige stranden en het rustige leven, was het hier druk
met heel veel mensen. Eerst kwamen we bij de douane die ons vertelden dat we
eerst naar de immigratie moesten verderop. Daar moesten maarliefst negen
formulieren ingevuld worden (twee formulieren 4x en een gezondheidsverklaring
1x). De Engelsen kwamen later ook aangelopen maar na het horen van de
hoeveelheid papierwerk besloten ze eerst maar de stad in te gaan. Toen wij
buiten stonden ging ik met Miklós en Wilma naar een café, terwijl Nico even de
douane zou doen. Later achtervolgde Miklós alsnog Nico omdat hij z’n bril niet
bij zich had en om te vertellen dat we een café verder zaten dan afgesproken.
Uiteindelijk dronken we wat met z’n allen onder luide muziek. Dat is hier heel
normaal. Uit de auto’s, uit verkoopstalletjes die illegaal gebrande CD’s
verkopen en vanuit de cafés schalt overal keiharde muziek. Zelfs in de pilot
staat aangegeven dat het zo is. Voor de rest is de stad erg modern met veel
concerns. Van KFC tot Pizza Boys tot een Chicken Company. Echt normale
restaurants hebben ze hier niet en de prijzen liggen hier ook niet laag. De
mensen lopen er heel modern bij en zijn in deze stad absoluut niet arm. Dit
stukje Tobago is heel anders dan de rest. Alle andere baaien bevatten wel de
mooie palmstranden en de koraalriffen, maar dat is voor later. Alleen hier kan
je namelijk inklaren. ’s Avonds gingen we uit eten in een tentje met dus harde
muziek. Het eten zit in verwarmde bakken en is niet echt super, maar na twee
weken koken besloten we het toch maar op deze manier te doen. Toen ik ananassap
bestelde werd er een hele ananas geslacht en in een blender gestopt met als
resultaat een heerlijke ananaspunch. Terug op de boot ging ik nog met Miklós
even wat drinken en daarna al gauw naar bed. Deze dag duurde immers vier uur
langer door het tijdverschil en we zijn wel erg moe van de lange tocht. Ciao!
De oversteek
maandag 28 november 2005 - maandag
12 december 2005
De oversteek, een tocht waar veel over gesproken, gelezen, geschreven wordt,
maar is het nou zo bijzonder. Nou volgens ons is het gewoon een lange tocht en
zo gedragen we ons ook. Iedereen wacht een beetje tot we vertrekken, geen
gestress, geen paniek, geen slopende zenuwen, alleen maar de felle zon op onze
kop. Er wordt bepaald wanneer we ongeveer zouden gaan vertrekken en daar leven
we dan rustig naar toe. Wij moeten nog even water en brandstof tanken voordat we
gaan, maar voor de rest niks. De Noren komen ons nog even gedag zeggen vanuit
hun rubberboot en we hopen elkaar weer in de Cariben te zien. De week in Mindelo
was echt heel erg leuk. Samen met de Kerewin (Peter) en de Pas De Deux (Michiel
& Theo) was het heel erg gezellig. De avonden in de Club Nautico zijn voor
herhaling vatbaar, net als het barbecuen. We gaan dan ook zeker proberen ze nog
een keer op te zoeken en voor zover mogelijk samen over te steken. Dan is het
zover. Michiel vertrekt als eerste richting Cariben. We nemen afscheid van
Michiel en Theo en wensen ze een hele goede oversteek. Even later is het de
beurt aan Peter. Ook hem wensen we een goede vaart en hopen hem snel weer terug
te zien. Dan gooien wij ook het anker los en varen naar de tankplaats. Als we
vervolgens ook het ruime sop kiezen, zien we de Kerewin en de Pas De Deux al ver
voor ons. Wij zetten gewoon zeil op en beginnen aan de achtervolging. Nu we
tussen de eilanden door varen beseffen we hoe jammer het is dat we in de nacht
aankwamen. Het is werkelijk prachtig om ons heen. Een kalme zee, een lekker
zonnetje, een prima windje en geweldige rotspartijen. Nu er nog land om ons heen
is heb ik toch de neiging buiten te blijven zitten. Het wachtsysteem wordt
ingevoerd en zodoende zullen de wachten voor de komende zoveel dagen worden
ingevuld. Voordat we op reis gingen heb ik heel erg opgezien tegen deze
oversteek. Drie weken over een enorme watermassa dobberen en zie je dan maar te
vermaken was de gedachte. Van de Thalassa en de Jan Steen (boten die deze tocht
al gemaakt hebben) hoorde ik alleen maar dat het vermaak bestaat uit lezen,
slapen, eten. Om mij nog verder te ontmoedigen las ik het reisverslag van de
Candide van Coos Keizer. Hij heeft het over harde wind, dagen geen wind, alles
vliegt door de boot en naar de WC gaan is al helemaal een ramp. De tocht van de
Canarische Eilanden naar Mindelo heeft me al wat meer gerust gesteld, want dat
viel eigenlijk hartstikke mee. Met een gemengd gevoel begon ik dus aan deze
tocht, maar zenuwen of stress konden me niet ontmoedigen. De eerste nacht bracht
al weinig wind en de motor moest aan, al de eerste nacht. Gelukkig stond hij zes
uur later al weer uit en werd ik wakker onder een 15 knopen wind en een
prachtige snelheid van zo’n 5 à 6 knopen. De rest van de tocht had zo z’n ups
and downs. Om maar met de ups te beginnen was het zo dat we de rest van de tocht
prachtige wind hebben gehad. Soms, vooral aan het eind, een beetje veel maar als
je dan over de SSB-radio hoort dat de andere schepen liggen te dobberen dan vind
je dat ineens helemaal niet erg. De SSB-radio gebruiken wij om op lange afstand
met de andere Nederlandse schepen te communiceren. Steevast om 19:00 UTC (20:00
NLse tijd) roept De Diederik (een van de schepen) alle schepen op die onderweg
zijn of binnenkort vertrekken en vraagt hun positie en omstandigheden. Het is
ten eerste een leuke afleiding en van de schepen die je kent kan je even kijken
waar ze ten opzichte van jouw varen. Als De Diederik iedereen heeft gehad kan je
boten oproepen waarvan je nadere informatie wilt en dat is soms best handig.
Later ontdekten we dat er om 18:00 UTC ook een ander Nederlands netwerk was
ontstaan. Hier was de Suwarrow Blues (Jan & Wietske) de moderator.
zondag 27 november 2005
Vanochtend eindelijk een beetje uitgeslapen. Om half elf hadden we met de Noorse
dames afgesproken. De Noren hadden ergens anders een broer van een rastaman van
hier ontmoet en nu wilden zij hem opzoeken. Deze man schijnt bij iedereen hier
bekend te zijn en als iemand ergens niet uit kwam kon hij het voor je oplossen.
Daniël van de barbecueavond zou ons erheen brengen en op ons wachten op het
strand. Eenmaal aangekomen op het strand, geen Daniël. Wij dus maar gewoon het
stadje in lopen. Ook hier geldt de zondag en net als vorige week was alles
gewoon dicht. Even later herinnerde ik me het restaurantje waar we vorige week
wat hadden gedronken. Wij daarheen en dus wat drinken. We hoefden eigenlijk niks
vandaag en dus bleven we daar zo’n drie uur zitten. Bij het tafeltje naast ons
zat een man mee te luisteren en toen we het over de Kaap Verde hadden, mengde
hij zich in het gesprek. Hij is van oorsprong Kaapverdiaans, woont nu 33 jaar in
Amerika en wil weer op de Kaap Verde gaan wonen. Hij was erg aardig en kon ons
veel meer vertellen over de armoede, corruptie en oplichterij op het eiland. Als
je hier iets koopt, bijvoorbeeld een radio en na de tweede keer doet ie het niet
meer, dan mag je terug gaan naar de verkoper en je geld terug eisen (maar anders
dan garantie). Als hij weigert jou het geld terug te geven, omdat hij je
opgelicht heeft, stap je naar de politie en die zullen hem dan vragen het geld
terug te geven. En als hij dat weigert, dan wordt ie meegenomen en zorgt de
politie dat jij het geld van de man krijgt. Ook vertelde hij ons over dat
jongens een grote zak rijst kopen, die verdelen over meerdere mensen en dan gaan
ze de straat op. Daar spreken ze de toeristen aan en zeggen dat ze alleen maar
rijst hebben en of ze alsjeblieft geld willen geven voor wat vis of vlees. In
andere streken is dit op zich niet verkeerd, maar dit is de rijkste stad van de
Kaap Verde en de Kaapverdische Eilanden is het rijkste land van Afrika. Hier
hebben de jongens genoeg geld om te overleven en sommigen gebruiken het geld
alleen om drugs of andere troep te kopen. Het was een interessant gesprek, maar
al snel moest hij weg omdat hij en afspraak had. Vlak daarna kwam Daniël
langslopen en wij vroegen waar hij gebleven was, maar uiteindelijk wisten we het
nog niet. Hij zei dat we nu alsnog naar de rastaman konden en gingen met hem mee.
In een kleiner straatje met hele armoedige huizen (getto van beton) was het. We
kwamen binnen en overal lagen spullen, er stond een tv aan en terwijl Daniël de
man riep liepen wij door naar achter. Daniël: ‘EEEY RASTA
THERE ARE SOME PEOPLE HERE!’ Achter het huis was een hele smalle
doodlopende steeg waar hij zat. Hij had lange dreads met een Bob Marley doekje
op z’n hoofd. Hij was een jointje aan het roken en wij gingen er zitten. Ook
hier lag een berg van spullen en het was er snikheet. Hij vroeg: ‘Do you mind if
I smoke?’, maar zolang wij het niet roken was het geen probleem. Hij vroeg ook
of we wat wilden drinken, maar we zeiden dat dat niet hoefde. ‘No you have to
drink something’, dus vroegen we om cola. Hij riep tegen een man ‘Get four Coke
and some beer!’ en het werd gehaald. Binnen vertelde hij over van alles en
ondertussen hield iedereen een oog op een Italiaanse wedstrijd op de tv. Om een
uur of vier namen we afscheid van de rastaman. Boot nautico laatste avond.
zaterdag 26 november 2005
Vandaag dus een barbecue, dus weer een vreselijke dag in het leven van de zeiler.
In de ochtend lezen we wat en daarna gaan Miklós en ik met de Noren, Christinna
(19) en Mai Rita (17), de kant op. We lopen een tijdje door de stad, maar zoveel
valt er nou ook weer niet te beleven dus dan maar weer naar onze stamkroeg,
oftewel de yachtclub. Daar drinken we wat en de Noren bestellen wat te eten. We
zitten daar een tijdje en bij vertrek mochten we niet betalen, wij hadden ze
immers uitgenodigd voor de barbecue. We varen naar onze boot waar een spelletje
Rummikub wordt gespeeld en rond een uur of half vijf zetten we koers naar het
internetcafé. Na het internet meteen weer terug naar de boot om daar te beginnen
aan het barbecuefeest. De band die Michiel heeft geregeld gaat op het voordek
spelen, een geweldig gezicht. Een jongen Daniël, via wie Michiel de band had
geregeld, was ook op de boot. Hij dronk niet, want dat is niet ‘nature’, maar
een beetje marihuana kan geen kwaad. Achja, rasta’s blijven speciaal. Met de
Noren en de band is het vreselijk gezellig en je ziet iedereen genieten, echt
prachtig. Michiel was ook heel blij om iedereen zo te zien en omdat de band
natuurlijk zo’n succes was. Hij straalde de hele avond, heel mooi. Ook toen
Michiel en ik op djembees meespeelden met de band, genoot hij met volle teugen.
De barbecue werd later in gebruik genomen en het eten was weer heerlijk. Door
middel van nog wat nadrinken en kletsen tot laat, genieten we van het
Kaapverdische leven. Morgen de laatste volle dag, dus laten we er iets
vreselijks leuks van maken! En maakt U zich geen zorgen, dat lukt ook wel. Ciao!
vrijdag 25 november 2005
De rest van de nacht rust, geen krabbende ankers of ander gedoe. In de ochtend
ging ik wat lezen terwijl de rest buiten koffie dronk met Peter. Na enige tijd
gingen Nico en ik met de dinghy de baai rond om de nieuwe Nederlandse schepen te
bekijken. We spreken de J & B uit Amsterdam en zien tal van andere schepen. De
rest van de middag werd opgevuld met lezen, dinghy varen met Miklós en andere
dingen om de dag door te komen. Om vijf uur lokaal (19:00 NL) gaan we
internetten en daarna zetten we koers naar de yachtclub. Daar zien we Theo,
Peter en Michiel en we schuiven bij hen aan. Later komen Nico en Wilma ook en is
het feest compleet. Zoals de vorige avonden was het weer vreselijk gezellig. We
moesten erg lachen toen Michiel zei: ‘Ze gooien met die biervaten’ en Peter (werkt
in horeca): ‘Denk je dat het bij ons anders gaat alleen zien de klanten het niet!’
Ineens komen de Noren van La Coruña de club binnen en schuiven bij ons aan. Wij
hadden al gegeten, maar zij niet dus werd er wat besteld. Er werd heel wat
afgekletst en het was wederom vreselijk gezellig. De Catch 22 (twenty-two) en de
Lady Jean komen ook binnen en ook met hun hebben we een kort maar leuk gesprek.
We nodigen aan het eind van de avond de Noren uit voor een barbecue voor morgen
en drinken nog een biertje op de boot van Peter. Daarna was het al weer knap
laat en werden de bedden opgezocht.
donderdag 24 november 2005
Gister na een hele gezellige avond had ik me voorgenomen eens lekker uit te
slapen. Dat lukte aardig, totdat me om 08:00 wakker maakte en me vroeg mee te
gaan naar de groothandel om de spullen op te halen en dit keer met Escudo’s te
betalen. De was moest ook nog even en er moest ook nog even Escudo’s gehaald
worden. Bij het eerste wisselkantoor kwam Nico erachter dat hij geen rijbewijs
mee had en zonder ID kan je hier niet wisselen. Bij een tweede bank lukte dit
wel zonder ID en we hadden Escudo’s. We reden door naar de supermarkt waar ze de
boodschappenlijst nog hadden, maar hem wel weer even opnieuw moesten invoeren in
de computer. Daarna moesten de spullen bij elkaar gezocht worden en dat duurt
gewoon even omdat alles in hele grote hoeveelheden in een nog grotere loods
staat. Nico besloot hierop alvast even te gaan tanken, maar vertelde er niet bij
dat hij gelijk de was even ging ophalen. Ik had ondertussen de spullen al
ontvangen, op een karretje van een jongen die het bij elkaar had gezocht. Ik
stond buiten en zette het karretje bij een parkeerplaats zodat Nico daar
zometeen kon gaan staan. Ik kreeg verschillende malen aangeboden van andere
mannen met pick-ups of ze de spullen moesten vervoeren, maar dat was dus niet
nodig. Er kwam zelfs nog even een taxi langs maar ook hij was overbodig. Ik
wachtte inmiddels een kwartier en vond het toch wel lang duren. Ik vond het niet
zo erg, want de mensen hier zijn gewoon aardig en vallen je niet constant lastig.
Toch zag ik ze wel raar kijken dat een jongen van 15 met zoveel boodschappen
stond te wachten op zijn “chauffeur”. Uiteindelijk kwam Nico de parkeerplaats
oprijden en ik wenkte hem. De was had vertraging waardoor hij zo laat was,
verklaarde hij. We laadden de spullen in en met een overvolle kofferbak en
achterbank reden we weg. De auto werd op de stoep voor het strandje geparkeerd
en drie boatboys kwamen gelijk aan om te helpen met uitladen. Ik zou alvast met
de dinghy en de spullen naar de boot gaan terwijl Nico snel de auto wegbracht,
waar hij nog drie minuten voor had. De overvolle dinghy waar ik ook nog bij
moest, tilde ik met twee jongens het water in. Hij is al vrij zwaar en met de
boodschappen twee keer zo zwaar, dus half slepend over het zand lag hij
uiteindelijk te water. Ik voer dus naar de Oceans 4 waar ik met Wilma en Miklós
de boot uitlaadde. Dat kon niet per doos tegelijk omdat het karton niet aan
boord mag. Dus alle pakken moesten één voor één aangegeven worden en de
bierblikjes werden ook één voor één aan boord gebracht. Ik voer terug met een
boot vol karton, om Nico op te halen en het afval te lozen. Op het strandje nam
Nico het karton uit de boot en bracht het weg. Ik raakte in gesprek met de
jongen die me hielp de boot een stukje het strandje op te tillen. Hij vertelde
over dat mensen gewoon hun afval op het strand zetten in de verwachting dat de
jongens het wel even weg zouden brengen. De oudere boatboys doen dat sowieso
niet, daar hebben zij ook weer kleinere jongetjes voor en dan alleen als het ze
gevraagd wordt. Dus hij vertelde dat als hij zag dat mensen gewoon hun afval
tegen het muurtje aan zetten dat hij het voor ze oppakte en weer terug in hun
eigen dinghy zette. Ik gaf hem groot gelijk. De jongens doen hun uiterste best
dit strandje waar alle dinghy’s liggen schoon te houden en laten dat ook niet
verpesten door een paar slordige zeilers. Ik vroeg hem ook of hij naar Nederland
wilde, aangezien veel mensen vanaf dit eiland naar Nederland zijn gekomen. Hij
wilde dat wel maar had het geld er nog niet voor. Hier kunnen ze wel goed
geschoold worden maar er is gewoon geen werk. Daarom proberen veel jongens te
verdienen als boatboy, omdat dat nog een van de betere baantjes is op het eiland.
Deze jongen was wel vaak op het strand en helpt af en toe maar waar hij echt z’n
geld mee verdient is metaalbewerking, huisjes bouwen en hij is kok op een
vissersschip. Alles wat hij met dit helpen verdient is mooi meegenomen. Van zijn
hele familie die hier woont is hij een van de weinige met een baan en hij heeft
dan ook z’n ouders en een tante of zo te onderhouden. Het was leuk het eens van
zijn kant te horen, want je hoort wel veel maar wat er nou van waar is weet je
nooit. Nico kwam terug en we zetten weer koers naar de boot. Op de boot komt
Peter aan boord voor een kopje koffie. Helaas kan ik hem niet te woord staan
omdat mijn verslag echt bijgehouden moet worden en ik (het zal eens niet) twee
dagen achter lig. Tegen de tijd dat ik klaar ben is hij dan ook weer weg. Miklós
had afgesproken om in de middag online te komen dus wij voeren (met N & W) naar
de kant voor internet. Dit keer besloten we naar een andere te gaan die Peter en
Theo ons hadden aangeraden. Nog geen honderd meter schuin achter de yachtclub
hadden ze gezegd en dat klopte. Daar deed helaas maar één van de vier computers
het en waren we genoodzaakt terug naar ons oude stekkie te gaan. Daar aangekomen
konden we direct op de computer en na een uurtje konden we, dit keer zonder
gezeik, afrekenen. Terug op het strandje waren we een half uurtje vroeger dan we
met Nico en Wilma hadden afgesproken. Miklós stelde voor om van het overige geld
dan nog maar even een biertje te halen in de club. Terug op het strandje kwamen
Nico en Wilma al snel aan. We voeren terug met z’n vieren. Voor de barbecue van
vanavond zouden we naast de Kerewin en de Pad De Deux gaan liggen. Dat verliep
goed en als snel lagen we daar drie dubbel dutch. Ik ging binnen wat lezen
totdat Miklós me riep om een stukje te gaan varen in de dinghy om de nieuwe
Nederlanders te bekijken. Het waaide flink, waardoor we ook flink nat werden,
maar dat maakt niet uit. Terug aan boord schoven Peter, Theo en Michiel gezellig
aan om alvast wat te borrelen. Na een tijdje ga ik eens bij Peter kijken hoe het
met de barbecue staat. Met wat spiritus was hij bezig. Hij zette de barbecue
midden in de kuip en zei: ‘Ga daar maar even staan.’ Ik stond op de kuipbank
terwijl Peter wat spiritus in het vuurtje gooide. Gelijk kwam er een flinke vlam
mijn kant op, maar miste me op een haar na en bleef vlak voor mijn buik zweven.
Ik kon niet verder naar achteren omdat daar een gloeiendhete olielamp brandde,
ik zat letterlijk tussen twee vuren. De keren erna verliet ik de kuip voordat
hij weer aan de gang ging met wat vloeibaar aansteekspul. Ineens bleek dat de
boten gekrabd waren (schrapend anker), dus lagen we ineens een stuk dichterbij
onze Franse achterburen. Miklós werd achter het roer van de Oceans 4 gezet en ik
zou voor Peter op de barbecue letten. Nico, Peter en Michiel zouden de ankers
besturen en Theo hielp Michiel en Wilma Nico. Ineens vroeg Michiel of ik zijn
boot wilde besturen en dat deed ik graag en hield ondertussen een oogje op de
barbecue. Ik vind het nog steeds wonderbaarlijk hoe we met die harde wind drie
boten aan elkaar hebben verlegd. Na een hele tijd lagen we weer en kon de
barbecue (inmiddels warm) worden gevuld met vlees. Het vlees verzorgd door Wilma
smaakte voortreffelijk en ik combinatie met de wijn van Peter en de snacks
vooraf van Michiel was het eten verschrikkelijk lekker. Het was wederom
vreselijk gezellig en er werd weer veel gelachen. Na een tijdje stond ik met
Theo op de punt en hij dacht dat we weer gekrabd hadden. Michiel dacht van niet
en hield dat ook stug vol. Uiteindelijk zei Theo: ‘Dit is mijn waarneming en doe
ermee wat je wilt, MIJN boot krabt niet.’ Even later stonden Theo, Miklós en ik
weer op de punt. Eerst hadden we het nog even over het krabben, maar we gingen
al snel over op iets anders. We hoorden dat ze in de kuip het nog steeds over
het krabben hadden. Na een tijdje hoorden we ineens ‘Theo we gaan los!’ De Pas
De Deux ging alleen liggen op z’n anker en we bleven dubble dutch over. Ze
roeiden daarna terug naar de Kerewin waar we nog even wat met ze dronken. Na nog
wat drinken ging iedereen terug naar z’n boot om te gaan slapen. Om een uur of
drie toen ik eindelijk diep lag te slapen werd ik gewekt. We hadden opnieuw
gekrabd en we stonden in no-time met z’n vieren op het dek. Peter werd ook
gewekt en we verlegden de boot. Dit keer ging het sneller en we konden weer gaan
slapen. De rest van de nacht ging het goed… Ciao!
woensdag 23 november 2005
Vandaag dus tijd om het eiland te verkennen! Al vroeg voeren we met de dinghy
naar de kant. We liepen naar de parkeerplaats en Nico wees op een klein rood
autootje. Wij dachten echt ‘nee… dat meen je niet!’ Dat autootje was nog kleiner
dan de Citroën Saxo van Gomera, maar Nico draaide zich ineens om en opende een
Suzuki Jimny, tot onze grote opluchting. Dit was een zilverkleurige jeep. Het
was niet erg ruim van binnen maar in ieder geval een stuk geschikte voor het
ruige landschap dan de Citroën van de vorige keer. We hadden er geen kaart bij
gekregen en besloten er een te halen bij het informatiekioskje op het pleintje.
Deze bleek €17,- te kosten, maar ja we hadden een kaart nodig, dus moest het
maar. Nico stapte in en voor we weg konden rijen werden we aangesproken door
twee politieagenten dat we hier niet op de stoep mochten parkeren. Nico lulde
eroverheen en vroeg met de kaart in z’n hand wat een interessante plek moest
zijn. Een van de agenten wees het een en ander op de kaart aan en voor ze terug
konden komen op hetgeen waarvoor ze gekomen waren reden wij de weg op. Het
Hollandse strooien van straatnaambordjes kennen ze hier niet en we hadden dan
ook geen idee waar we heen moesten. We kwamen dan ook uit in de armere
buitenwijken en hadden geen idee waar we nou heen moesten. Het was apart om door
die wijken te rijden maar de bedoeling was een hoofdweg te vinden zodat we over
het eiland konden rijden. Uiteindelijk besloten we eerst maar wat te gaan
drinken. We kwamen op een klein tentje uit en Nico bestelde twee koffie en twee
cola. We bespraken wat we het beste konden doen, totdat de eigenares naar buiten
kwam en zei: ‘O, jullie spreken Nederlands, dat gaat een stuk makkelijker!’ Ze
vroeg of ze mocht aanschuiven en vertelde over hoe ze hier terecht was gekomen.
Ze was hier geboren had hier ook een huis maar had tot vier weke geleden in
Nederland gewoond. De problemen en het haastige Europese leven stond haar toch
niet zo aan en zodoende had ze een restaurantje geopend hier in Mindelo op de
Kaap Verde. Ze probeerde geleidelijk in het leven van de Kaap Verde te komen en
was van plan af en toe en steeds langer en uiteindelijk definitief hier te
blijven. Wij vertelden ook waarom we hier waren en zo. Ik stelde voor even de
kaart te gaan halen, zodat zij ons kon vertellen waar we nou precies heen
moesten. We rekenden af en konden eindelijk beginnen aan onze toer over het
eiland. De eerste stop betrof een dorpje waar iemand een haai van ruim een meter
had gevangen. Zijn scherpe tandjes zagen er niet erg vriendelijk uit. De man die
hem gevangen had trok z’n bek open zodat wij ernaar konden kijken, echt speciaal
zo’n haaienbek. We zagen een prachtig strand waar geen mens was en in het zand
geen voetsporen te zien waren. De golven braken, de zon scheen en even verderop
staken de bergen hoog in de lucht, prachtig. Gelukkig had deze jeep 4-weel-drive
en kwamen we goed door het zand. We sloegen nog een zandweggetje in, die ons
naar Sandy Beach moeste leiden. Uiteindelijk liep het pad omhoog de bergen in.
Daar zagen we twee mannen op de rotsen zitten en zagen we dat we niet verder
konden. We keerden om en we reden weer via de steile heuvel naar beneden. Terug
op de weg reden we langs een schooltje waar ze aan het voetballen waren met een
lekke bal. Aan het begin van de reis hadden we een paar ballen ingekocht om weg
te geven. We hadden er één meegenomen onder het motto ‘U never know.’ Dit vonden
we wel een mooie gelegenheid om hem uit te delen en we pakten de bal en stapte
uit. We liepen op het schooltje af en besloot even de lerares te zoeken. Ik liep
eerst over een stukje grind wat het schoolplein was en kwam toen bij het kleine
gebouwtje met één klas. De kinderen waren ongeveer zes tot acht jaar en renden
om me heen om te volgen wat er ging te gebeuren. De juf werd geroepen en ze
sprak een beetje Engels. We zeiden dat we deze bal aan de kinderen wilde
schenken en gaven hem aan de juf zodat die verder kon beslissen wat er mee moest.
Eerst was het idee om het aan een kind te geven, maar dan kon hij misschien
besluiten dat het zijn of haar bal was en dat wilde we voorkomen. De juf zei
iets in het Portugees en ineens kregen we van alle kinderen een “obrigado” (wat
dankjewel betekend). Het was erg leuk om te zien en de kinderen kropen allemaal
bij elkaar om op de videocamera te komen die Nico in z’n hand had. We vertrokken
en werden door de kinderen uitgezwaaid, een erg leuk gezicht. Terug in Mindelo
besloten we wat te gaan drinken in de yachtclub. We stippelden uit waar we
vervolgens heen wilden en dat werd een plaatsje vlakbij het vliegveld. Daar viel
niet veel te zien behalve een paar huizen, een pleintje en een luxueus hotel.
Daarna werd besloten naar een ander plaatsje aan de andere kant van het eiland
te gaan. We namen echter de verkeerde afslag en ik zag op de kaart dat we Monte
Verde (de Groene Berg) opreden. Ook niet erg want dat zou vast ook wel speciaal
zijn en daarna konden we alsnog naar het plaatsje waar we eigenlijk heen wilden.
Veel bochten en een lange weg leidde ons naar boven. We hadden een prachtig
uitzicht over het eiland totdat dikke wolken ons uitzicht belemmerden. Helemaal
boven stonden we ineens voor een slagboom met een militair met machinegeweer om
z’n schouder. Hier was dus een stukje militaire zone gevestigd met schotels en
antennes. We wilden keren maar dat kon niet voor de slagboom. Hierop mochten we
door de slagboom om te keren en we reden weer naar beneden. Hierboven was het
trouwens wel erg groen. Veel planten en een paar bomen maar in tegenstelling tot
beneden groeide hier dus echt veel. Het was hier dan ook wel een stuk kouder en
hier groeien ze dus beter dan in de hitte van beneden. Tijdens de tocht naar
beneden zagen we een paar buizerds. Kleine roofvogels van misschien dertig
centimeter hoog. Halverwege de tocht naar beneden, net onder de wolken, stopten
we om van het uitzicht te genieten. Het was adembenemend mooi. De steile wanden
achter ons en de duizelende diepte voor ons. Vanaf hier konden we ook duidelijk
zien waar we verkeerd waren gereden en besloten eenmaal beneden de goede weg in
te slaan. We kwamen uit in een klein dorpje waar blijkbaar meer geld was dan in
andere gedeeltes. De huizen waren beter onderhouden en waren ook nieuwer dan we
tot nu toe hadden gezien. Een bordje leidde ons naar een restaurantje waar we
wat aten en wat dronken. Na een half uur reden we weer en dit keer naar de grote
supermarkt die we op weg hierheen zagen. Het betrof eigenlijk een groothandel
met een heel apart systeem. Je kwam bij een lange balie waar een paar mensen
achter een computer zaten waar je je boodschappen kon opgeven. Achter deze
mensen stond een meters hoog en nog meer meters breed rek waar alle artikelen in
stonden. Artikelen waren uitsluitend in vastgestelde hoeveelheden verkrijgbaar.
Meestal gewoon per doos. Dat verklaarde ook de hoge prijzen bij de producten.
Bij het afrekenen stuitten we op een klein probleempje want we konden niet met
Euro’s betalen. Nico en Miklós reden hierop de stad in om een bank te vinden
waar ze wat extra Escudo’s konden halen. Zelfs de 24 uur banken waren dicht en
vroegen of ze de boodschappen konden bewaren dan zouden we ze morgenvroeg
ophalen. We reden door naar een echte supermarkt voor wat kleine dingen en met
een volle kofferbak reden we naar het strandje waar onze dinghy lag. Nico zette
de auto weg en we laadden de spullen in de boot. Nico en Wilma voeren met de
dinghy naar de Oceans 4 en Miklós en ik gingen alvast naar de yachtclub waar we
hen later zouden treffen. Daarbinnen zagen we Michiel, Peter en Theo al aan een
tafel zitten en we vroegen of we erbij mochten zitten. Miklós vroeg wat zei
vandaag gedaan hadden en toen kwam de discussie wie de gebeurtenis zou vertellen.
Het was namelijk zo dat Theo het voor elkaar had gekregen om een plastic zak in
de schroef te varen waardoor die los kwam te zitten. Michiel ging het vervolgens
repareren maar had de motor niet geborgd (niet vastgeschroefd aan de boot). Hij
stapte even op de kant voor iets toen een andere man in een bootje aan kwam
varen. Hij deed iets waardoor een ankerlijn opgetild werd, onder het motortje
van Michiel terecht kwam en zo het motortje zonder zwemdiploma in zee gooide.
WEG MOTOR! Michiel had een paar van de jongens op de kant gevraagd het ding op
te duiken en wist het voor 500 Escudo’s aan één van de jongens te verkopen. Ik
wist niet wat ze er nog mee konden, maar misschien konden ze hem weer laten
lopen na een zootje reparaties. Michiel had een nieuwe Tohatsu gekocht en deze
liep als een zonnetje. Theo en Peter zagen de humor er wel van in maar Michiel
iets minder. Ze besloten daarop al snel op een ander onderwerp over te gaan.
Nico en Wilma kwamen binnen en daarmee was de tafel te klein dus verhuisden we.
Daar werd een paar keer zeven bier besteld, maar blijkbaar konden ze er maar tot
zes tellen want we kwamen er telkens één te kort. Om een uur of half negen
keerden we terug op de boot want dit keer moest er toch echt op de boot gegeten
worden. We aten Mexicaanse wraps wat heerlijk smaakte en na het eten zette
Miklós koffie terwijl ik afruimde. Ik ging erna naar buiten en trof Nico en
Wilma slapend aan op de banken. Miklós kwam even later met koffie naar buiten en
maakte ze wakker omdat hij anders voor Jan &$% koffie had gezet. Daarna ging ik
al snel slapen en de rest volgde maar dat heb ik niet eens meer gemerkt. Ciao!
dinsdag 22 november 2005
Na het ontbijt drink ik met Miklós en Wilma koffie in de kuip. Daarna besloten
Miklós en ik bij Cobie & Arnold van De Drifter langs te gaan, voor de CD van hun
zoon. We werden door Arnold ontvangen en toen we aan boord waren liet hij ons
eerst een “rookdoos” zien. Daarmee kan je bepaalde vissen heel lekker maken. We
gingen naar binnen en Miklós hielp Arnold even met de computer en ik kreeg een
korte rondleiding door de boot. Dit oude schip gemaakt van cement is erg zwaar,
klassiek en wel erg mooi. Van binnen leek het net een huis, alleen dan in de
vorm van een boot, heel speciaal. We kregen de CD van hun zoon Stefan te horen
die in de groep Dwaalspoor zit. Even later zitten Miklós, Cobie en ik buiten
terwijl Arnold even de laatste hand legt aan z’n computerklusje. Cobie stelt
voor om de gerookte Dorade die erin lag even lekker op te gaan eten met wat
crackers en wat saus. We hielden wat voor Arnold over en peuzelden de heerlijke
Dorade in no-time naar binnen. Gelijk de lunch ook weer gehad. Ineens begon het
te regenen, gewoon een Hollandse, slome, langdurende bui. Niet eens een
tropische bui die wel hevig zijn maar meestal maar een halve minuut duren, die
heb ik liever. Het idee van honderden mijlen zuidelijker zitten en nog in de
regen zitten beviel niet erg, maar de boten werden weer gezoet (toch nog iets
positiefs). Binnen in De Drifter kregen we nog wat DVD’s te zien en we namen er
twee mee. Dus met de CD en twee DVD’s voeren we terug naar de Oceans 4. Daar
kregen Miklós en ik de opdracht om nog wat cola en bier te halen. In verhouding
van 8 cola en 35 bier keerden we terug. Op de Oceans 4 zet ik Miklós en de
blikjes af en al gauw neem ik Nico en Wilma mee en varen we naar de Nije Faam.
Nico en Wilma zouden namelijk met hun gaan internetten en ik zou ze even
afzetten zodat Miklós en ik later de kant op konden. Even later troffen we de
groep inderdaad in het internetcafé waar we even moesten wachten omdat het druk
was. Wij namen de plaatsen van hun in en zij vertrokken naar de Yachtclub. Bij
het afrekenen kregen we gezeik omdat Nico even snel iets gedownload had en daar
moest je blijkbaar voor betalen of zo. Ze konden het ons eigenlijk ook niet goed
uitleggen en na een tijdje discussie zei een vrouw achter een andere computer
van ‘het staat er in het Portugees hoe moeten zij dat nou weten’ (voor zover ik
het begreep). Er stond ook een Engels zinnetje onder gekrabbeld wat wij niet
begrepen en daaruit moesten wij het maar opmaken. Wij hadden hierdoor te weinig
geld en kwamen 50 Escudo’s te kort. Gelukkig was Michiel er ook van de Pas De
Deux en hij leende ons wat Escudo’s. Hij zou ook later naar de yachtclub komen
en daar zouden we het wel verrekenen. Daar aangekomen zat de groep van Nico,
Wilma en de Nije Faam daar. De Nije Faam ging al gauw weer weg omdat ze ergens
een borrelafspraak hadden. Nico bracht ze even weg en in de tussentijd schoven
Peter en Theo bij ons aan. Nico kwam even later ook weer terug en waren we met
z’n allen benieuwd wanneer Michiel zou komen. Uiteindelijk kwam hij ook
aangelopen en was het feest compleet. Het was erg gezellig en ook Kees Rol kwam
nog even bij ons zitten maar moest al gauw weer weg omdat hij z’n contacten hier
moest onderhouden. We zouden op de boot gaan eten maar om half negen zaten we
nog steeds in de club. Ik tikte Wilma aan, ‘ehhh mam… we moeten nog eten.’ Dus
werd er besloten hier met z’n allen te gaan eten. Het eten was prima en sfeer
werd beter met het uur. De rekening presenteerde ons 44 bier van de tap dus daar
komen nog een paar pilsjes bij… over b.p.p. zullen we het maar niet hebben. Met
de hele groep op het strand aangekomen wachtte de boatboy nog braaf op ons en we
voeren terug naar de Oceans 4. Daar gingen we al snel slapen. Morgen tijd om het
eiland te verkennen. Ciao!
maandag 21 november 2005
Gister was het uitrusten, vandaag tijd om wat Nederlanders te ontmoeten en de
stad te verkennen. We hadden al besloten in de avond even naar het internetcafé
te gaan en zaten tegen een uur of drie even in de kuip wat te drinken. Michiel
van de Pas De Deux dronk een biertje mee en het was heel gezellig. Later kwamen
Peter van de Kerewin en Theo, opstapper bij Michiel, aan boord en borrelden met
ons mee. We hadden vreselijk veel lol, echt lachen met die mensen. We wilden om
zeven uur Nederlandse tijd online komen en dachten dat er geen tijdverschil met
de Canarische Eilanden was (dus één uur eerder dan NL). Michiel wist ons te
vertellen dat het hier wel een uur vroeger was, dus twee uur eerder dan in NL.
We zijn om een of andere domme reden de kant op gegaan in de veronderstelling
dat het al spoedig zeven uur in Nederland zou zijn. In het internetcafé
realiseerden we ons dat het hier nu vier uur was en dus pas zes uur in NL. Naja
het was heel druk en we wilden geen uur wachten dus zijn we toch maar online
gegaan. Mijn computer deed het eerst niet en uiteindelijk deed MSN het wel maar
kon ik geen sites openen. Er kwam een andere computer vrij dus ging ik daarop.
Bij het afrekenen dachten we dat we te weinig mee hadden (500 Escudo’s, €5,-)
bij het afrekenen was het inderdaad ook 560 Escudo’s. Ik zei dat mijn eerste
computer het nooit gedaan had en dat werkte en betaalden we netjes 480 Escudo’s.
We gingen met de dinghy terug naar de boot uit waar we wat gingen lezen. Er werd
een plan gemaakt om uit eten te gaan en om een uur of zeven/half acht voeren we
met z’n vieren naar de kant. Daar bleken wat Nederlanders van De Drifter en de
Nije Faam (Fries voor nieuwe liefde) te staan en we begonnen uitgebreid met ze
te praten wat heel gezellig was. Door verschillende mensen werd ons allen
hetzelfde restaurant aanbevolen en gezamenlijk liepen we daar heen. Er werd
zelfs besloten dan maar met z’n achten te gaan eten wat vreselijk gezellig was.
Het duurde even voor het eten was bereid en dus konden we lekker lang met
iedereen praten. Ik sprak vooral met Cobie (schrijf je het zo?) van De Drifter
en ze vertelde me over snorkelen en allerlei muziek dingen en dat haar zoon in
de rap/hiphop wereld zit. We mochten een CD van haar zoon de volgende dag komen
ophalen en verder was het gewoon heel gezellig met iedereen. Toen we weggingen
zei een man die Nederlands sprak, net als de bedrijfsrunster, dat er op de
yachtclub leuke muziek was en we besloten daar nog even een biertje te gaan
drinken. Daar ontmoetten we Kees Rol van een groene viskotter die hier al acht
jaar ligt. Het was heel gezellig en vele onderwerpen werden aangesneden. Laat in
de avond keerden we met de dinghy’s terug naar onze boten en was het tijd om te
slapen. Ciao!