Dorpsraad 't Veld -Zijdewind

 
  De historie van onze dorpen
 
  Home

Historie

 

Wat oude kaarten te vertellen hebben.

 

Het was me bekend dat er in het Rijksarchief in Den Haag nog wel iets te vinden zou zijn voor geïnteresseerden in oude kaarten van ons gebied.

Een paar maanden geleden ben ik dus maar kijkje gaan nemen. Via een duidelijke catalogus kwamen er een paar kaartbeelden op een scherm die ik nog niet, of alleen slecht leesbaar kende. De originele kaarten krijgt men helaas niet meer onder ogen. Ter plekke een afdruk laten maken gaat ook al niet. Je kunt opgeven wat je gereproduceerd wil hebben, op welk papier en formaat.

Thuis krijg je een gespecificeerde rekening, die na betaling en geruime tijd wachten uiteindelijk resulteert in toezending van het bestelde. Kortom: geen systeem om bepaald enthousiast te zijn. Met één van de afdrukken ben ik overigens in mijn nopjes.

Het betreft een kaart van Gerrit Dirksz. Langendijk uit 1611 en het omvat een gebied rondom Zijdewind met een straal van zo'n 4 á 5 km.
 De heer Langendijk maakte verscheidene kaarten van Westfriese gebieden, kennelijk bij voorkeur in z.g. vogelvluchtperspectief, dus schuin van bovenaf gezien. Deze manier van werken was nogal geliefd in vroeger tijden. (Ook steden werden vaak zo getekend, daar zijn prachtige voorbeelden van, o.a. van Joan Blaeu)

De mensen waarvoor de kaarten bestemd waren konden zo een veel natuurgetrouwer beeld krijgen van de bebouwing (kerken, molens, stadhuizen), maar ook eventueel van de beplanting. Bij Langendijk moeten we de geschetste huisjes en boerderijen niet al te serieus nemen.

Het is onmiskenbaar, dat hij de dorpen als ze niet wezenlijk belangrijk waren voor de opzet van de kaart zeer grof aangaf. Laten we eens kijken naar de bijgevoegde afbeelding van een gedeelte van Nieuwe Niedorp omstreeks het jaar 1611.

 

Er zijn uitsluitend boerderijen aangegeven aan de n.w.-zijde, terwijl het zeker is, dat ze ook aan de z.o.-zijde voorkwamen.

De boerderijen werden door Langendijk vrijwel altijd aangegeven als een z.g. langhuisstelp: een afgeknotte stolp met voorhuis.
Volgens de deskundige L. Brandts-Buys moeten we geen betekenis hechten aan het schot tussen voorhuis en stelp (of stolp). Het zouden in elk geval geen muren kunnen zijn. Langendijk 'schematiseerde’ zijn boerderijen tot een soort voorhuisachterhuis.

De bebouwing aan de Westerweg is opvallend. Het ontbreken van gewone huizen aan de n.w.-zijde zal de werkelijkheid wel aardig benaderen.

 De kerk is ook zeer schematisch weergegeven met als opvallend detail het haantje van de toren. Toch, en dat is eigenlijk alleen maar goed te zien op de originele kaart en de eerste afdruk, is er sprake van een kruiskerk. Bij een afdruk van een afdruk van een afdruk van een afdruk blijft er van bepaalde details weinig of niets over. Vandaar hier naast een vergrote afbeelding van (één van de zeer weinige zo niet) de enige schets van de Niedorper Kruiskerk. De grove kavelverdeling stelt zeker niets voor. De richting klopt, meer niet. Heel typerend is de aanduiding van het gestippelde moeras- of rietland ten oosten van De Rijd. Het omvat precies het gebied waar nu het recreatieplan is ontwikkeld.

 

 

 

Het Clooster.

 


Op allerlei kaarten staat de naam 'het klooster' aangegeven aan de westkant van 't Veld, een paar honderd meter noordelijk van de Rabobank. Verder was er niets van bekend. Er zijn geen restanten gevonden of opmerkingen in de kerkelijke archieven die ook maar enige zekerheid konden verschaffen, dat er werkelijk gebouwen hebben gestaan. Maar Langendijk schetst hier drie langhuisstelpen vlak achter elkaar. Het komt me voor, dat we hier toch wel enige betekenis aan moeten hechten.

Van ‘t Veld als woongemeenschap is uiteraard nog niets te vinden. Het Tjaddinxrijt heet hier nog gewoon Den Rijdt en toont moeras- of riet land rondom. De gebouwen zijn door mij wat duidelijker bijgetekend. In het boekje "Iets verteld over Zijdewind en ‘t Veld" staat het een en ander over de " Klopjes" die in het klooster gewoond hebben. Na de Reformatie waren kloosters in ons land opgeheven. In het jaar 1608 werd een Joost Cats als 'missionaris' naar Schagen gestuurd om als geheim priester zoveel mogelijk voor de Katholieken in de omgeving te doen. Hij liet zich daarbij helpen door vrome vrouwen bijv. bij een geheime Eucharistieviering. Met klopsignalen werden de mensen op de hoogte gesteld.

Volgens genoemd boekje mochten de Klopjes alleen zwarte kleding dragen. Het was dus zaak, dat ze niet te veel in de bebouwde kom werden gezien. Dat kon weer aanleidinggeven tot vervolging. Ze woonden dus achteraf. Tot hier zal m.i. de beschrijving wel met de werkelijkheid overeen komen. Maar dan lees ik, dat ze in houten huisjes zouden wonen op de plaats van het huidige kerkhof. Ik denk, dat daar in 1611 nog geen sprake van was en dat we het aangeduide klooster op de kaart van Langendijk serieus moeten nemen.

 

De Weel.

 

Op dit kaartje zien we ook duidelijk de oude zijdewind, de binnendijk die vrijwel niemand meer als zodanig herkent. Bij zijdewind denkt men eigenlijk alleen nog aan het dorpje met deze naam. De buurtschap De Weel is zeer opvallend afgebeeld. De afgebeelde bocht zou er wel eens op kunnen wijzen, dat we hier wel degelijk met een vroegere dijkdoorbraak te maken zouden kunnen hebben. In mijn eerdere artikel "Droge voeten" ga ik er te gemakkelijk van uit dat de naam wel met de Boomerwaal te maken zou hebben. Zo zie je maar, hoe voorzichtig je conclusies moet trekken bij het interpreteren van historisch materiaal.

 

De Boomerwaal en een verdwenen buurtschap.

Tussen Verlaat en De Weel heeft een buurtschap gelegen waarvan alle huizen in de loop der tijd verdwenen zijn. Aan het begin van deze eeuw stonden er nog enkele. Mogelijk dat bij het aanleggen van de Provinciale weg naar Schagen de laatste gesloopt zijn. Deze buurtschap omvatte in 1652 een tiental huizen. Op een kaart van Geleyn Pietersz. Clooster is dit keurig en kleurig getekend.
|De naam is interessant: 'Ouweniedorper  boome.’ We kenden al een plaats die sinds lang De Boome heette, n.l. aan de Oosterweg. Met zekerheid is middels de kaart van Langendijk vast te stellen dat deze plek naar een bos genoemd is.
Tussen Verlaat en De Weel zal oorspronkelijk ook een bos hebben gestaan, waarnaar zowel een buurtschap werd genoemd als een doorbraak. Hieronder een afbeelding van een groepje essen aan de Provinciale weg, vlak bij de Oude Verlaatweg. Deze essen staan op een stukje land, dat tot de buurtschap behoorde.


J. Keuken

 

De Boome(n).

 

 Eerder schreef ik iets over de inmiddels verdwenen en vergeten buurtschap de "Ouweniedorper Boome". Er werd van uitgegaan dat er ergens tussen Verlaat en De Weel een bos gelegen moest hebben. Welnu, op bijgevoegd kaartje (Gemeenteatlas van Noord-Holland) de situatie weergevend in 1865 staat dit aangegeven.
Het ligt in de Leijerpolder aan de noordzijde van de molensloot vlak bij de voormalige buurtschap. Voorlopig nemen we maar aan, dat dit bos gebruikt is om het gehucht een naam te geven. Dit geldt dan tevens voor de Boomerwaal en de zeer kleine Boomerpolder tussen het kanaal en de provinciale weg.
Overigens is er in die tijd nog een ander bos in de Leijerpolder te vinden. In feite op vrijwel precies de zelfde plaats als de huidige aanplant in de bocht van de Leijerpolderweg.

De Boome(n) in Nieuwe Niedorp betrof een bos, dat volgens een kaart van Gerrit Dirksz. Langendijk uit 1611 oostelijk van de Oosterweg was gelegen, misschien tussen de twee boerderijen die men er nu aantreft, maar het kan ook anders zijn.
De kaarten uit die tijd waren niet erg nauwkeurig. Neemt men de tekening heel precies, dan is er sprake van een op zich zelf staand bosje bij de boerderij die de naam "De Boome" draagt en een groter bos aangeduid met Nydorper Boomen wat meer naar het zuiden. Het zwarte blokje links van de weg is als langhuisstelp getekend.
Men zou zich kunnen voorstellen dat dit pand gestaan zou kunnen hebben op de plaats waar men nu nog twee huizen aantreft. Voor de afdruk van het kaartje mijn verontschuldigingen: veel duidelijker kon het gewoon niet.

Het brede water langs de Oosterweg werd de Boomsloot genoemd. Het vormde een (boezem)waterverbinding tussen de Voorsloot en de Mientsloot. Bij de verkaveling is dit water vrijwel geheel verloren gegaan. Er ligt nog een klein deel in open verbinding met het kanaal ten gerieve van de Oosterpoldermolen, een iets groter stuk aan de overkant van het kanaal en verder een voor het dorpsgezicht belangrijk deel tussen de Dorpssloot en het restant van de meelmolen.
Op het kaartje van 1611 staan zowel dit water als de 'nieuwe Nydorper meelmolen' afgebeeld. In 1894 raakte hij in brand en moest er weer een nieuwe gebouwd worden. Het restant dat wij kennen had een zekere charme zolang er wat wild groeiende bomen omheen stonden.

J. Keuken