Dorpsraad 't Veld -Zijdewind

 
  De historie van onze dorpen
 
  Home

Historie

We horen het de lezers al zeggen: „Het is toch wel bijzonder. In het vorige boekje van de historische stichting werd er geschreven over een kerkhof in de Kampen en dan nu over een bedevaartsplaats". Er zullen ongetwijfeld lezers zijn die niet weten waar Emaus ligt.

 

Het is een kleine gemeenschap in de buurt van Haringhuizen. Het is gelegen tussen De Vennik, Tolke en de Muggenburgerweg. De huizen en de stolpboerderijen liggen aan de Provincialeweg N241.

 

Op deze kaart uit 1877 ziet u Emaus linksonder Haringhuízen aan de Priggedijk. Als u richting Schagen rijdt, dan kunt u links van de Províncíaleweg nog een deel van de oorspronkelijke Príggedík zien.

 

U heeft in onze laatste "'t ls mooi weest” al een beetje kennis kunnen maken met de heer J. van Lunsen. Hij is lid van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland (AWN) afdeling Schagen. Tweejaar geleden kwam hij een kaart uit 1598 tegen, waarop vermeld stond dat oude bagijnen in Alkmaar een stuk land in het bezit hadden, dat lag in Emaus aan de Priggedik bij Haringhuizen. Bagijnen waren ongehuwde vrouwen, soms weduwen, die zonder een gelofte afgelegd te hebben in gemeenschap met anderen op een hofje of in een klooster woonden. Deze bagijnen verbleven in het Oude Hof of Catharinaklooster dat westelijk van de Grote Kerk lag, waar nu de Bagijnenstraat is.

Zij bewoonden enkele huizen, waarvan er één werd gebruikt voor een hospitaaltje. Later moest dit wijken voor een toren bij de kerk. Helaas stortte die toren al gauw weer in, waarbij twee bagijntjes omkwamen. Dit oudste klooster van Alkmaar werd gesticht in 1394 en behoorde tot de derde orde van St. Franciscus. Tot de eerste orde behoren de mannelijke religieuzen en de tweede orde is de vrouwelijke tak. ln 1573 trok het stadsbestuur de landerijen en renten aan zich. Enige bagijnen bleven de Oude Hof bewonen en wezen de huisarmen als hun erfgenamen aan. Huisarmen woonden nog wel in hun huisje, maar hadden nu en dan dringend behoefte aan hulp in natura. Er waren in die tijd ook uitbestede armen die tegen betaling werden ondergebracht bij andere mensen. Deze huisarmen kregen in 1609 een deel van het klooster toegewezen om het in te richten als armenhuis.

 

Bijzonder is het volgende verhaal.
Cornelis van Diest was biechtvader van de genoemde bagijnen en bestuurder van het
Catharinaklooster in Alkmaar. Hij werd met vijf andere Franciscanen door het krijgsvolk van Sonoy gevangen genomen, onder vele bespottingen en mishandelingen naar Enkhuizen gevoerd en daar in juni 1572 opgehangen. Deze Sonoy hebben we al eerder  besproken in verband met zijn wreedheden en het gevang in het kasteel in Schagen.

 

Tekst bij afb.: Er staat te lezen: „Afbeelding van het zegel van St. Catharina Convent of het Oude Bagijnen klooster, 1416." Het stelt voor de heilige Catharína met rad en zwaard als „teekenen harer marteIdood”.

 

 

Op de kaart die de heer J. van Lunsen in handen kreeg, stond getekend een langhuis met aan beide zijden een blokachtig gebouw met gekanteelde dakranden. Een langhuis is een lange woning of een lange boerderij vaak met een aantal bijgebouwen. Gekanteelde dakranden hebben tandvormige uitsteeksels.  Op de kaart rechtsonder zien we Emaus met het voorliggende land, dat in het bezit was van de bagijnen van Alkmaar. Emaus was gelegen tussen twee wielen of Vennen, die overgebleven waren na een doorbraak van de dijk, de Priggedijk. ln de oude stukken van de bagijnen vond hij een verband met het huis Emaus en water dat Florisven werd genoemd, waarbij ook het aangrenzende stuk land dezelfde naam kreeg.

De heer J. van Lunsen is in het archief van de bagijnen verder gaan zoeken. Uit de stukken kon hij opmaken dat de bagijnen van Alkmaar geen andere bezittingen in de buurt van Haringhuizen hadden. Hij vond in een akte uit 1475 dat een stuk land ten oosten van Florisven werd verkocht. De naam Emaus kwam helaas in de akte niet voor. Toch kon hij uit andere stukken opmaken dat met Florisven de wielen of een van de wielen werd bedoeld. Letterlijk stond er in de akte het volgende. „ .... .. vercogt heeft ..... .. drie gheersen en anderhalf snees lant .......ghelegen bij Florijs ven."

 

Tekst bij afb.: Verkoopakte van 6 juli 1497, florysven in de quattekaech.

 

In deze verkoopakte van 1497 staat de verkoop van een stuk land aan het klooster Sint Catharina, het Oude Hof te Alkmaar.

" ....die susters van dat oude hof binnen der stede van Alcmaer affter die prochie kercke drie geerssen lants en anderhalff sneets gelegen in den banne van heerlijckheijt van Schagen en een stuck lants geheten floris vene onderdeell gelegen in de quattelkaech .... .."

Omdat het hier gaat om de banne van Schagen, denkt de heer Luntsen dat het gaat om een perceel ten westen van de wielen.

Hetzelfde stuk land is nog een keer beschreven in een verkoopakte uit 1506. Hierna staat een deel van de letterlijke tekst.

 "....verkoopt ende transportet mits desen tot behoff van t convent van sinte Katrijnen binnen der stede van Alcmaer achter den prochie kerk eenen transporten brieff onder die entnangen segten ....Scepenen in Harinchuijsen van der date 1506 in som den van drie geersen anderhalf snees gelegen bij Floris ven ....

Deze akte maakt duidelijk dat in 1506 het stuk land in het bezit komt van de bagijnen.

Deze oude akten maken het de heer Van Lunsen duidelijk dat zowel de wielen als Florisven op de banscheiding van Haringhuizen en Schagen te vinden waren.

Tekst bij afb.:  Het huis Emaus met zijn twee bijgebouwen was gelegen tussen twee wielen. Beide bijgebouwen lagen op enkele meters van een wiel, die waarschijnlíjk ook Florísven werden genoemd.

 

 

Tekst bij afb. rechts.: Emaus, de twee bijgebouwen en de twee wielen zijn hier ingetekend op de huidige situatie. De stippellijn is de oude Weg en de oude dijk met de naam Priggedik.

 

De naam Emaus

Waar de naam Emaus vandaan komt, is niet bekend. Er zijn enkele theorieën daarover. Sommigen denken dat het gehucht genoemd is naar een bewoner met de familienaam Emaus. Deze naam kwam vroeger in deze omgeving voor. ln Polen, vlak bij Krakow is er een gehuchi met dezelfde naam en in Zweden is Emaus een Wijk van de stad Sala.

Een andere theorie is dat Emaus vernoemd is naar het dorp Emmaüs in Judea. Op ongeveer 11 kilometer van Jeruzalem liggen twee dorpjes: Latrun en lmwas. Deze laatste naam herinnert ons aan het antieke Emmaüs, maar sommigen menen dat Latrun de goede plek is.

Daar is een waterbron, die al vele eeuwen heilig water zou geven. Volgens het evangelie van Lucas zou Jezus daar op paasdag aan twee discipelen zijn verschenen, die hem eerst niet herkenden. Deze plaats is later heilig verklaard. De letterlijke betekenis van Emaus is: „een goed ontvangst" of „een warm bad".

Bij Emaus aan de Priggedik is het bestaan van de twee wielen van belang. Was het water van deze vennen heilig verklaard? Waarom stonden de bijgebouwen vlak naast het water? Fungeerden de gebouwen als badhuis? Was het water soms geneeskrachtig? Was Emaus in die tijd een kuuroord? Waarom hadden de bagijnen van Alkmaar deze gebouwen in het bezit? Volgens de archeoloog uit Schagen zijn er sterke aanwijzingen dat de wielen de belangrijkste reden waren betreffende het bezit van de gebouwen.

U begrijpt nu in ieder geval de titel van dit artikel.

Een verkoopakte uit 1624 vermeldt nog "het huis Emaus met zijn twee wielen".

Op onderstaande kaart uit 1654 is het huis Emaus boven de wielen getekend.

Het eigenlijke huis tussen de wielen is dus tussen 1624 en 1654 afgebroken.

 

Op deze kaart  zijn de wielen aangegeven met de twee pijlen. Het gebouw (I) ten noorden van de wielen heeft de naam Emaus meegekregen en aan de westzijde van de weg of van de dijk stond het boerenhuis (II) Priggedík.

 

 

 

 

 

 

Op de gedraaide kaart uit 1745 ziet u bij de pijl de wielen en links daarvan, dus ten noorden, het boerenhuis met de naam Emaus. Er zijn dus twee huizen geweest met de naam Emaus: het oude huis tussen de twee wielen en het boerenhuis Emaus ten noorden van de wielen. Het huis met de naam Priggedik is hier verdwenen.

 

 

 

Eigenaars

De heer Van Lunsen heeft in de oude akten ook nog geprobeerd de eigenaars van de twee verschillende Emaus-gebouwen te achterhalen. Allereerst volgen hier de gevonden gegevens van het oude huis Emaus tussen de wielen.

* ln de 16e eeuw eigendom van de bagijnen van Alkmaar

* ln 1624 verkocht "Aerjan Garbrandts Haringhuizen aan Mr. Albert Frans Rijp-poorter binnen Schagen-huijs en erve genaemd het huijs van Emaus en 2 wielen en rietboschen, alles gelegen aan Priggedik, Cornelis Jansz Priggedik ten suijden, Pieter Heijndrik erve ten noorden".

 

Nu volgen de lang niet volledige lijst van de eigenaars van het boerenhuis Emaus ten noorden van de wielen.

* ln 1645 Jan Jacobs Cramer en Harck Cornelis

* 1724: "lJsbrant van Tetrode tot Alkmaer aan Cornelisz Jansz de Vrijer woonende op Emaus een huijs en erf met sijn wielen en twee geersen en een snee lant genaemt Emaus belent (gelegen naast) Garmont Dirksz noord en zuid, de heere weg ten westen"

* 1749: Garbrant Gerrits op Emaus, broer van Jacob Gerrits (op Jerusalem, maar daarover later meer)

* 1771: Klaas Jansz Kuijt, Emaus en Jericho

* 1785: "Klaas Jansz Kuijt aan Gerrit Kroon huijs en erve met een akkertje daar beoosten, groot 2 geersen, 1 snee nabij priggedik” *1798: „Gerrit Kroone, huis en en/e en zaad akkertje 2 geersen 1 snees genaamd Emaus beoosten de heereweg besuijden het notwegje.

Op deze  kaart uit 1819 zien we duidelijk de twee wielen, maar het boerenhuis Emaus daartussen is verdwenen. Ten zuiden van de wielen is er heel dicht bij de weg en dijk een nieuw boerenhuis (I) gebouwd met de naam Priggedik, nu aan de oostzijde van de weg. AI op 24 december 1816 had de president van de Niedorper Kogge en burgemeester van Nieuwe Niedorp en president van het armenbestuur de huismanswoning genaamd Priggedik verkocht aan Frederik de Goede. Het gebouw (II) nog meer naar rechts, dus nog meer naar het zuiden, had de naam Jeruzalem gekregen. Ten noorden van de wielen zien we een nieuw huis (III) met de naam Jericho. Ondanks het feit dat het oude huis Emaus al 150 jaar weg was, werden er aan twee huizen de namen Jeruzalem en Jericho gegeven. Waren de twee wielen toen nog van grote betekenis? Het huis ten noorden van Jericho was het bullehuis (IV).

 

 

Op deze kaart van ongeveer 1900 zien we aan de westzijde van de weg het boerenhuis Priggedík (I), het huis Jeruzalem (ll) aan de oostkant van de weg, ook het huis Jericho (III) en het bullehuis (IV).

 

 

Afb. rechts een Overzicht van de boringen.

 

In maart 2011 heeft de AWN ongeveer 20 keer geboord op de plek, waar Emaus en de bijgebouwen hebben gelegen. Op de foto rechts zijn deze boringen aangegeven met witte stippen. Toen werd het duidelijk dat de grond tussen de twee wielen tot 1 meter was aangevuld. Er werd zelfs rivierzand tussen de grondlagen gevonden. De geschiedenis van Emaus bleek verwijderd, was diep afgegraven en aangevuld met van elders aangevoerde grond. Waarschijnlijk is dit gebeurd tijdens de aanleg van de Provincialeweg in 1933.

 

 

Alleen in het noordoosten van het perceel, aangegeven met een cirkel, vond men enkele scherven uit de 18e eeuw. Dat zal wel toebehoord hebben aan het latere boerenhuis Emaus, dat iets noordelijker had gelegen. De wielen waren dichtgeslibd en verder aangevuld met grond. Bovendien loopt de Provinciale weg over een groot deel van de voormalige wielen.

Er is vastgesteld dat het water van de wielen meer dan 3 meter diep is geweest.

 

Op de foto links is zichtbaar een deel van de oude waterverbíndíng tussen de twee wielen. Het toegangspad vanaf de poort van Emaus heeft over dit grasveld gelopen.

 

 

 

 

 

Als de provincie in de toekomst de Provincialeweg gaat veranderen, is dat een goede aanleiding om een uitgebreider onderzoek te doen.

 

Boerderij Priggedik

 

 

Afb. recht: De huidige boerderij met de naam Priggedik

 

Deze boerderij Priggedik staat ten oosten van de Provincialeweg en is rond 1935 gebouwd. Het voormalige boerenhuis Priggedik stond aan de westzijde van de Prigdijk, ook wel Heereweg genoemd. Uit de oude akten zijn enkele eigenaars bekend geworden.

1624: Cornelis Jansz Priggedik; 1630: Jacob Ariaens Priggedik;

1632: De weduwe van Sijmon Gerbrants verkoopt huijs en erf op Priggedik aan Harck Cornelisz;

1642: Cornelis Jansz Priggedik (waarna het boerenhuijs verdweenl;

1752 - 1758: Pieter Jansz Priggedik (hel was op dezelfde plek herbouwd):

1763: Cornelis Hendriksz Zonnevelt verkoopt aan zijn swager Garmont Pieters, woonende op Priggedik, een boerenhuijs en erf genaemt Priggedik, belent de Hereweg ten oosten en schaijsloot ten

 westen.

 

 

 

Afb. links: De huidige boerderij met de naam Jeruzalem.

 

 

 

 

 

 

 

Boerderij Jeruzalem

Het eerste huis Jeruzalem is gebouwd in het begin van de 18e eeuw. De eerste eigenaar was Cornelis Jansz Bonte. Hij verkocht Jeruzalem in 1728 aan Jacob Gerrits uit Sijbekarspel, belent (grenzend aan) Pieter Jansz ten noorden.

In 1749 verkocht Maartje Jacobs uit Sijbekarspel voor haar moeder Jantje Cornelis, de weduwe van Jacob Gerrits aan Claas Jacobsz, een opstal huijsen gelegen op de Heereweg belent Pieter Jansz Priggedik ten noorden, het zaadtlant (akkerland) van Aerjan Zander ten oosten, genaamt Jerusalem thans bij den voornoemde koper bewoont, Garbrant Gerrits, broer van Jacob Gerrits, woonde in 1749 in het boerenhuis  Emaus. Jeruzalem ging van vader op zoon, maar een  oom woonde er.

In 1751 verkocht Claas Jacobs van de Westermoerbeek aan Sijmon Daalder een opstal huijsen alhier op  de Hereweg belent Pieter Jansz Priggedik huijs ten  noorden en Aarjan Zanders lant ten oosten, genaamt  Jerusalem.

1787 De erfgenamen van Cornelis Luiks verkopen  aan Cornelis Bonte, woonende in de Heerhugowaard,  een opstal van huijsen genaamt Jerusalem staande  en gelegen op de Heereweg belent Pieter Jansz ten  Noorden. Hoe Cornelis Luiks eigenaar van Jeruzalem  was geworden, is niet bekend.

ln 1798 werd Pieter Simons Daalder eigenaar van het  huis Jeruzalem. Opvallend is dat een latere generatie  Daalder het huis weer terugkoopt.

 

Het huis Jericho       

 

Foto van het huis dat staat op de plek van het voormalige boerenhuis Emaus, dat tussen 1800 en 1820 is  verdwenen.

 

Het huis Jericho is gebouwd in het derde kwart van de 18e eeuw. De eerste eigenaar was Hendrik Draijer.

ln 1771 verkoopt Anna Klaassche, de weduwe van  Hendrik Draijer, woonende op Jericho, aan Klaas  Jansz Kuijt, woonende op Emaus, een huis en tuijntje  genaemt Jericho, belent de koper ten zuijden en de  driesprongenbrug ten noorden.

1772: Klaas Jansz Kuijt verkoopt aan Barent de Boer  van Grootewal een huijs met een tuijntje genaemt  Jericho.

ln 1798 wordt Pieter Simon Daalder eigenaar van  Jericho.

1802: Pieter Heertjes Kossen en Theunis Jacobs,  armenvoogden van Haringhuizen, verkopen door middel van een publieke veiling aan Cornelis de Moel een  opstal van een huijs genaamd Jericho bij Dollenbrug,  dorp Haringhuizen noord, Heereweg west.

1803: Cornelis de Moel verkoopt opstal huijs Jericho aan Jacob Bleeker uit Harenkarspel.

1804: Jacob Bleeker verkoopt aan Klaas Ruiter de opstal van een huijs staande bij het dollenbrugje onder  Haringhuizen, belent bullehuisje noord, Herenweg  west, genaamd Jericho.

1806: Klaas Ruiter verkoopt aan Arien de Waard  Jericho, bullehuisje noord, Gemeeneweg west.

 

Het voormalige bullehuisje

Het huidige huis op de plaats van het voormalige  bullehuís.

 

Het bullehuis werd omstreeks 1803 gebouwd en kwam  te staan tussen Jericho en de Dollenbrug ofwel de  driesprong naar Haringhuizen of naar Schagen. Het  was het huis van de bulleloper. De bewoner had een  stier, waarmee hij langs de dorpen en buurten liep.

Om zijn komst aan te kondigen, maakte hij meestal  gebruik van een toeter. Was er een koe met belangstelling, dan werd er tegen betaling gebruik gemaakt  van deze stier. Als de stier het druk had met meerdere  koeien op een dag, was het inkomen van de buileloper  evenredig hoog. Het verhaal gaat dat een stier in het  laatste geval zo moe was, dat hij weigerde de weg  terug naar zijn stal te lopen.

 

Het is duidelijk dat het buurtschap rond Emaus,  Jericho en Jeruzalem voor historici zeer interessant  is. Zodra de provincie de Provincialeweg N241 gaat  wijzigen, dan zijn we er als de kippen bij.