Dorpsraad 't Veld -Zijdewind

 
  De historie van onze dorpen
 
   

Home

Historie

 

 

Een Niedorper dijkgraaf op Torenburg

 

door Henk Komen (St. Historische Niedorp 2013 nr. 1)

 

 

Harman Hartman van der Woude (1621-1677) was in de zeventiende eeuw een van de belangrijkste en invloedrijkste personen in Niedorp. Hij was geboren in Munnikenland, een gebied ten zuiden van de Waal tussen Loevestein en Brakel in de huidige provincie Gelderland. Zijn familie bewoonde een grote boerenhofstede en zijn grootvader en vader hadden in Munnikenland de functie van schout.

De oudere broer van Harman volgde zijn vader daar op. Voor Harman reden om elders een functie met aanzien te verwerven. Zo kwam hij naar Niedorp, evenals zijn broer Adriaen die hier notaris werd.

Harman leerde in Enkhuizen zijn vrouw Margarita Blaeuhulck (1632-l662) kennen. Zij was afkomstig uit een familie die in Enkhuizen tot de bestuurlijke elite behoorde. Zo vervulde haar vader verschillende keren het schepenambt en nam plaats in de vroedschap van deze stad. Ook was hij bewindhebber bij de VOC.

 

Harman en Margarita trouwden in 1656 in Nieuwe Niedorp en gingen aan de Dorpsstraat wonen. Hier werd in 1657 hun eerste kind, Elisabeth geboren. Anderhalf jaar later kwam er een zoon, Johannes en in 1661 volgde nog een dochter, Margarieta. In 1662 werd Harman door het overlijden van zijn vrouw weduwnaar. Hij hertrouwde niet.

 

Paapse stoutigheden

 

We komen Hartman van der Woude in de geschiedenis van Niedorp tegen als hoofdofficier, ook wel baljuw of schout genoemd, van de Niedorperkogge. Hij is verantwoordelijk voor de rechtspraak in het gebied. In Niedorp vervulde de officier ook de functie van dijkgraaf. Hartman van der Woude was dus ook belast met de zorg voor de bemaling en het dijkonderhoud.

Vanaf 1673 was hij tevens schout van Opmeer. In zijn tijd was de gereformeerde kerk de enige die was toegestaan. Met de door ons zo geroemde Hollandse tolerantie was het in die tijd slecht gesteld, alhoewel,vergeleken met die in andere landen van die tijd, vloeide hier geen bloed.

Katholieken en andere overtuigingen kwamen niet op de brandstapel, maar het was wel raadzaam niet te koop te lopen met je `afwijkende' godsdienstige overtuiging. Katholiek zijn deed je dus stiekem.

Er was een schuilkerk in Zijdewind. Het was een houten gebouw dat van buiten er niet zichtbaar als een kerk mocht uitzien. Men sprak in die tijd dan ook niet over een kerk, maar over een preekhuis, dat klonk tenminste protestants.

In1649 kwam de katholieke hulpbisschop Jacobus de La Torre in het geheim naar Zijdewind om daar, samen met twaalf geestelijken uit de omgeving, het vormsel aan de katholieken toe te dienen.

Er waren zoveel gelovigen in Zijdewind bijeen dat dit wel moest opvallen. Om deze, zoals men dat toen noemde, `paapse stoutigheden” te voorkomen, reed Hartman van der Woude samen met enkele overheids dienaren naar Zijdewind. De La Torre kon nog ontsnappen, maar enkele kerkmeesters werden gearresteerd en er werd beslag gelegd op de inboedel van het preekhuis. Hartman van der Woude werd echter door een woedende menigte urenlang vastgehouden en daarna met stokken verdreven. Kort daarop werden van hogerhand soldaten naar Zijdewind gestuurd om het preekhuis met de grond gelijk te maken.

 

Tien jaar later, in 1658 kreeg Hartman van der Woude te maken met een enigszins vergelijkbare situatie in Nieuwe Niedorp. Daar hadden de mennonisten sinds kort een eigen preekhuis waar zij, net als de gereformeerden, de diensten aankondigden en naar de kerk gingen onder het luiden van de klok. Ook toen kwam Hartman van der Woude in actie als hoofdofficier van de Niedorperkogge en trad met behulp van een gerechtsdeurwaarder op tegen deze onbehoorlijke vrijheden.

Behalve het handhaven van de orde in Niedorp had Hartman meer taken. Zo was hij als kolonel in het Noorderkwartier betrokken bij de Tweede Engelse Oorlog (1665-1667). In de oorlog van 1672 trok hij het jaar erop met ongeveer 1700 man naar Den Helder om een mogelijke landing van Engelse troepen te verhinderen. Ook bij de overstroming van West-Friesland in 1675 is Hartman van der Woude als dijkgraaf betrokken geweest.

.

 

 

 

 

 

Een kaart uit omstreeks 1870 van Heerhugowaard-noord met rechts boven Oude Niedorp en het Niedorper Verlaat.

 

 

 

 

 

 

 

Op stand wonen

 

Intussen was Hartman van der Woude met zijn kinderen verhuisd van Nieuwe Niedorp naar Heerhugowaard. We weten dit van zijn dochter Elisabeth van der Woude (1657-1698). Zij heeft een dagboek/reisverslag bijgehouden en dit is voor ons bewaard gebleven. Daarin laat zij weten dat haar vader in 1667 toestemming kreeg van het Heerhugowaards polderbestuur om een gracht om zijn hofstede en een vijver aan te leggen. In 1668 verhuisde hij met zijn drie kinderen naar zijn boerderij aan de Middenweg in Heerhugowaard-noord. Deze stap is niet zo opmerkelijk als je weet dat hijzelf uit een familie kwam die eveneens een grote boerenhofstede bezat. Hij trad daarmee als regent in de voetsporen van zijn vader. Het was in die tijd onder de regenten mode om op het platteland een eigen boerderij te bezitten. De Heerhugowaard was in 1631 drooggelegd en grensde aan de Niedorperkogge, waar Hartman van der Woude dijkgraaf was. Hij was ongetwijfeld op de hoogte welke regenten uit steden als Amsterdam, Alkmaar en Hoorn een landgoed in de nieuwe polder hadden. En dat waren niet de minste.

 

De rijkste families uit de Hollandse regentenklasse waren er vertegenwoordigd, zoals Van Loon, Bicker, Van Egmond van de Nijenburg, Hasselaer, Van Foreest, Van Waveren en De Wael van Ankeveen, om er maar enkele te noemen. Hartman van der Woude begaf zich met zijn verhuizing naar Heerhugowaard onder  goed gezelschap. Hij behoorde immers ook tot de Hollandse regentenklasse. Hij ging voor die tijd dus op stand wonen. De meeste eigenaren woonden echter in de stad en kwamen alleen in de zomermaanden naar hun bezit in de polder. Hun boerderij was dan voorzien van een “heerschapskamer'. Het boerengezin (de pachter) woonde achter in de boerderij, terwijl de eigenaar zijn vertrekken voorin had. Een boerderij met een tuin en een boomgaard, een “plantagie' genoemd, heette deftig een “buitengoed', of `herenhuizing”, of als de boerderij er bescheidener uitzag een `speelhuis°. Als er sprake was van een gezamenlijke behuizing voor de eigenaar en de pachter in het gehele pand sprak men van een hofstede. Had de eigenaar de beschikking over een apart vrijstaand herenhuis dan werd het geheel een buitenplaats genoemd. Soms werd daaraan een wandeltuin, een `sterrenbos` toegevoegd.

 

De Waardse hofstede

 

Elisabeth van der Woude noemt in haar dagboek hun nieuwe woning in de Waard een hofstede, hetgeen erop wijst dat zij er permanent gingen wonen met achter in de boerderij de pachter en zijn gezin. Waar nu precies deze boerderij heeft gelegen,kunnen we niet uit haar dagboek opmaken. Daarvoor is een kijkje in de Waardse archieven noodzakelijk. De lijst van onroerendgoedbelasting (haardsteden geld) uit1665 biedt houvast. Dit archiefstuk is een lijst waarop huizen en boerderijen staan vermeld. De grootte van elk pand wordt aangeduid met het aantal haardsteden (plaats waar vuur kan worden gemaakt voor verwarming). Hoe meer haardsteden, hoe hoger de belastingaanslag. Ook de eigenaar en de bewoner of pachter worden genoemd. Er staan in deze lijst geen kavelnummers vermeld. De panden staan op volgorde zoals de ambtenaar door Heerhugowaard liep. Wat de Middenweg betreft van zuid naar noord.

 

In deze lijst van het haardstedengeld komt de naam Tijmon Dircxsz. Lelij voor, die we met zekerheid kunnen plaatsen op de boerderij Middenweg 523 (het huidige Lelyhof, zie linker afbeelding), gelegen op kavel C43. De volgende die op deze lijst met naam wordt genoemd, is Harman Hartman van der Woude. Hij blijkt op deze lijst in het bezit te zijn van de grootste boerderij in Heerhugowaard met maar liefst zes haardsteden. Alleen de boerderij Hasselaarsweg 15 (van de familie Hasselaer) en de herberg aan het Verlaat 46 worden met een even groot aantal haardsteden genoemd.

 

 

De boerderij van Hartman van der Woude was Torenburg, hier op de kaart aangegeven.

 

Hartman van der Woude bezat dus een zeer grote boerderij direct ten noorden van Lelyhof op de kavels C45 enC46.

Hartman van der Woude verhuisde in 1668 van Nieuwe Niedorp naar zijn hofstede aan de Middenweg. Hij bleef dus in de nabijheid van Niedorp wonen waar hij dijkgraaf was.

Het gegeven dat volgens het dagboek van Elisabeth kort voor haar verhuizing in 1668 een watersingel om de boerderij werd aangelegd, kan erop duiden dat het hier om een nieuw gebouwde boerderij ging. In de verponding van 1655 komt op deze plaats nog geen boerderij voor.

 

We weten nu dat de boerderij van Hartman van der Woude ten noorden lag van de huidige boerderij Lelyhof, Middenweg 523. Maar op welke kavel lag zijn boerderij precies en is zijn boerderij te herleiden naar een huidige adressering? Over de precieze kavel waarop Hartman zijn boerderij omstreeks 1660 liet bouwen is het bronmateriaal helaas niet eensluidend. Voor de plaatsbepaling van de boerderij staan ons twee kaarten als bronmateriaal ten dienste. De eerste kaart van Heerhugowaard waarop bebouwing is te zien, is de in opdracht van het Hoogheemraadschap van Uitwaterende Sluizen door landmeter Johannes Dou getekende kaart. Hij begon zijn metingen in1661 en in 1680 leverde hij zijn kaart af bij het Hoogheemraadschap. De oudste uitgave dateert van 1682. Daarna werd de kaart steeds heruitgegeven, maar het kaartbeeld bleef dat van 1680, of mogelijk zelfs van 1661, het begin van Dou's metingen. Op deze kaart staat een boerderij getekend op kavel C46. Samen met kavel C45 behoort dit in 1655 tot het bezit van de familie van Jan Bicker. Deze Amsterdamse koopmansfamilie bezat ook het naastgelegen Lelyhof. Omstreeks 1660 heeft Hartman van der Woude beide kavels C45 en C46 van de familie Bicker gekocht en daar vrijwel zeker voor zichzelf een nieuwe zeer grote boerderij laten neerzetten.

Situatie rond 1817 aan de Middenweg in Heerhugowaard met de boerderijen Lelyhof op kavel C43 en Torenburg op kavel C45. Rond Torenburg lag een brede watersingel. De boerderij lag op een terp en was de grootste hofstede in de Waard.

De eerstvolgende kaart na die van Dou is die van Jan Sabrier die in 1811 de opdracht kreeg om een nieuwe kaart te maken van het Noorderkwartier. Deze werd uitgegeven in 1817 onder verantwoording van de ingenieur C.W.N. Klyn. Daarop zien we op kavel C45 de zeer grote boerderij Torenburg (Middenweg 543) met een watersingel erom heen. In akten na 1700 wordt deze boerderij het Toornhuis genoemd.

Pas later kreeg deze boerderij de naam Torenburg. Wat opvalt, is dat de boerderij van Hartman van der Woude op de kaart van 1661 op kavel C46 staat en op de kaart van 1817 staat er een boerderij op kavel C45, terwijl die op C46 is verdwenen.

 

 

Het Toornhuis of Torenburg

We weten niet wat er tussen 1661 en 1817 is gebeurd. Het is mogelijk dat de

boerderij van Hartman op kavel C46 is gesloopt en dat ernaast op C45 de boerderij Torenburg werd gebouwd.

Het is echter niet aannemelijk te veronderstellen dat de grootste boerderij van Heerhugowaard op kavel C46 stond, zoals de kaart van Dou ons wil doen geloven, dat deze vervolgens is gesloopt om direct ernaast grote boerderij te bouwen met ook een watersingel er omheen.

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Het lijkt erop dat we gerust kunnen concluderen dat de boerderij van Hartman van der Woude op kavel C46 dezelfde is als de boerderij op de kaart van 1817 op kavel C45. Dan heeft landmeter Dou een foutje gemaakt en op zijn kaart van 1661 de boerderij van Hartman van der Woude op de verkeerde kavel geplaatst. Dit betekent dat de boerderij Middenweg 543 in Heerhugowaard met de naam Torenburg (vroeger het Toornhuis) dezelfde is als die Hartman van der Woude omstreeks 1660-1665 liet bouwen. We moeten in ieder geval beide naast elkaar gelegen kavels C45 en C46 als één boerenhofstede zien die aanvankelijk in handen was van de regentenfamilie Van Wassenaar, overging naar de familie Bicker en omstreeks 1660, of kort daarna, in handen kwam van Hartman van der Woude. Pas na 1887 vond een splitsing plaats van de beide kavels C45 en C46 en kwamen die elk in andere handen.

 

De Wilde Kust

 

Hoe ging het verder met Hartman van der Woude en zijn drie kinderen in Heerhugowaard. In 1676 besloot hij zich aan het hoofd te stellen van een groepemigranten die een nieuwe kolonie wilde stichten in Guyana aan de noord-kust bij Brazilië, in die tijd De Wilde Kust genoemd. Dat gebied leek geschikt voor de tabaks- en suikerrietteelt, waarmee veel geld verdiend kon worden. De nieuw te stichten kolonie kreeg de naam Oranje en moest komen in het gebied wat nu Frans Guyana is (nabij het huidige Suriname). Wat Hartman van der Woude bezield heeft om op zijn leeftijd als weduwnaar met drie jonge kinderen dit avontuur aan te gaan, weten we niet. Hij gaf alles op, zijn positie als dijkgraaf, zijn hofstede in Heerhugowaard, al zijn bezittingen en zijn geld en sleurde nog eens vijftig knechten en meiden mee uit zeer waarschijnlijk Heerhugowaard en Niedorp in een uiterst onzekere toekomst. Hij stak zich diep in de schulden om deze onderneming te financieren. Het liep dramatisch slecht af. Tijdens de reis stierf Hartman van der Woude aan een besmettelijke ziekte die aan boord heerste. Zijn kinderen verloren hun vader en de emigranten hun leider van dit avontuur, nog voor ze hun bestemming hadden bereikt. Hartman van der Woude werd begraven op een eilandje voor de kust van het Kaapverdische eiland SaoTiago. Dat moest in het geheim gebeuren, want de Hollanders kregen van de Portugezen geen toestemming om een protestant in katholieke grond te begraven. Ook Hartmans jongste dochter Margarieta overleed. Het avontuur in Zuid-Amerika eindigde rampzalig. De Nederlandse kolonie werd door de Fransen overvallen,verwoest en de bewoners in slavemij afgevoerd.

Dochter Elisabeth van der Woude wist aan dit lot te ontsnappen en keerde, twintig jaar oud, in 1667 alleen terug naar Nederland om vervolgens dit hele verhaal in haar dagboek te noteren. Zij kreeg onderdak bij familie in Nieuwe Niedorp. Elisabeth kon onmogelijk voldoen aan de grote schuld die haar vader haar had nagelaten. Zij zag dan ook af van acceptatie van de erfenis. Wat een ramp had deze familie getroffen. Een gewaardeerd en gefortuneerd regent en bewoner van de grootste boerderij in Heerhugowaard ging roemloos ten onder, ergens begraven in een anoniem graf. Curator van de failliete familieboedel werd haar oom Adriaan van der Woude, notaris in Nieuwe Niedorp. Al die tijd woonde de pachter Pieter Adriaensz sinds het vertrek van Hartman van der Woude in 1676 om niet in de boerderij Torenburg. De nalatenschap werd pas in 1689 afgewikkeld, maar daarvoor, in 1678 was de boerderij aan de Middenweg al verkocht aan Gerard Bicker van Swieten (1632-1716), die de beide kavels C45 en C46 met de hofstede uit de failliete boedel had overgenomen. Zo kwamen deze kavels weer terug in het bezit van de Amsterdamse regentenfamilie Bicker.

Een foto uit de jaren zestig van de vorige eeuw van Heerhugowaard-noord met zicht op de R.K. kerk aan de Middenweg. De eerste huizen van een nieuwbouwwijkje zijn al te zien. Midden op het nog lege veld rechts van de kerk heeft de boerderij Torenburg (Middenweg 543) gestaan.

Hoe liep het af met de kapitale hofstede die aanvankelijk het Toornhuis werd genoemd en later bekend werd onder de naam Torenburg, Middenweg 543? In 1893 sloopte de toenmalige eigenaar Heinrich Wessel Burke uit Hoorn de hofstede. Er kwam een veel kleinere boerderij voor terug. Toen deze boerderij in 1930 verbrandde, werd deze niet herbouwd. Het erf bleef enkele jaren onaangeroerd met alleen de resten van de boerderij in de grond. De imposante dubbele watersingel met daartussen een windsingel bleef lang zichtbaar in het landschap. In 1932 werden de resten opgeruimd.

De Alkmaarse Courant van 6 oktober 1932 schreef daarover: “Het afgraven van de oude fundamenten van de indertijd in den nacht van 24 en 25 november 1930 afgebrande Torenburg trok talrijke belangstellenden. Algemeen was men verwonderd over de zwaarte en diepte van de aanwezige fundamenten die meer dan twee meter beneden de oppervlakte reikten en waaronder zich bovendien nog een achttiental zogenaamde 'koude lagen' bevond. Trapvormig en zeer hecht waren die voetstukken terwijl zij blijk gaven dat een oud gebouw zich hier moet hebben uitgestrekt verder dan de voormalige hoeve die daar tot voor korte tijd heeft gestaan. " Ook de Schager Courant van 8 oktober 1932 besteedde aandacht aan de opgraving van Torenburg en kwam zelfs met de veronderstelling dat ter plaatse wel een kasteel gestaan zou kunnen hebben, het slot Torenburg.

Gealarmeerd door geruchten dat in Heerhugowaard de resten van het slot Torenburg waren gevonden, besloot de Alkmaarse historicus mr. J. Belonje die ter plaatse aan een historisch onderzoek te onderwerpen. Uit zijn aantekeningen van de resten van Torenburg blijkt dat hij baksteensoorten vond die uit de 17* eeuw dateerden, evenals aardewerk fragmenten.

Dit wijst erop dat Torenburg uit de tijd dateert van Hartman van der Woude en versterkt de veronderstelling dat zijn boerderij en Torenburg dezelfde zijn.

Belonje concludeerde in zijn verslag dat het hier niet de resten betrof van een voormalig kasteel, maar van een grote boerenhoeve uit de 17° eeuw.

 

Op het erf van de voormalige hofstede van Hartman van der Woude ligt nu een nieuwbouwwijk met de straten Rozenhoutstraat, Torenburgstraat en Lelyhofstraat.

 

De naam Torenburg is bewaard gebleven in een gevelsteen in de woning Middenweg 545. Deze mooie woning in de stijl van de Amsterdamse School, is gebouwd in 1932. kort nadat de boerderij Torenburg in1930 verbrandde en niet werd herbouwd.